TAM Dassenstraat Toelichting
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Dassenstraat Wapserveen
Status: Vastgesteld
December 2025
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Dassenstraat Wapserveen
Plannaam: Plantype: IMRO-nr.:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Dassenstraat Wapserveen Ruimtelijke motivering ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan NL.IMRO.1701.563TAMDassenstr-0002
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING.............................................................4
AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 4 LEESWIJZER .............................................................................................................. 5
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ...............................6
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING .................................................8
3.1 3.2
HET VOORNEMEN ........................................................................................................ 8 INFRASTRUCTUUR EN OPENBARE RUIMTE .............................................................................. 9
HOOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3
ALGEMEEN .............................................................................................................. 12 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 12 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 13
HOOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN 12
BELEIDSKADERS.................................................... 14
RIJKSBELEID ........................................................................................................... 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 19
HOOFDSTUK 6
OMGEVINGSVEILIGHEID .......................................... 24
HOOFDSTUK 7
BESCHERMEN VAN DE WATERBELANGEN ....................... 26
7.1 7.2 7.3 7.4
VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 26 WATERASPECTEN ...................................................................................................... 27 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 27 CONCLUSIE ............................................................................................................. 28
HOOFDSTUK 8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 29 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 32 GEUR ................................................................................................................... 33 TRILLINGSHINDER ..................................................................................................... 34 GEZONDHEID .......................................................................................................... 35 SPUITZONES GEWASBESCHERMING .................................................................................. 36
HOOFDSTUK 9 9.1 9.2 9.3
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .......................... 39
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 39 ARCHEOLOGIE ...................................................................................................... 39 CULTUURHISTORIE ................................................................................................. 40 CONCLUSIE .......................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 11 11.1 11.2
BESCHERMING VAN DE NATUUR .................................37
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 37 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 38 CONCLUSIE ............................................................................................................. 38
HOOFDSTUK 10 10.1 10.2 10.3 10.4
BESCHERMING GEZONDHEID EN HET MILIEU.................. 29
M.E.R.- BEOORDELING ............................................ 41
ALGEMEEN........................................................................................................... 41 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 41
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld 11.3
CONCLUSIE .......................................................................................................... 41
HOOFDSTUK 12 12.1 12.2 12.3
ALGEMEEN........................................................................................................... 42 KOSTENVERHAAL ................................................................................................... 42 SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 42
HOOFDSTUK 13 13.1 13.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ...................... 43
PARTICIPATIE ....................................................................................................... 43 ZIENSWIJZEN ....................................................................................................... 43
HOOFDSTUK 14 14.1 14.2 14.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ............................. 42
JURIDISCHE VERANTWOORDING ................................ 44
INLEIDING ........................................................................................................... 44 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 44 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 46
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE MOTIVERING ........................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
NOTITIE LADDER VAN DUURZAME VERSTEDELIJKING ..................................................... 47 WATERTOETS ................................................................................................. 47 VERKENNEND BODEMONDERZOEK........................................................................... 47 AERIUS-BEREKENING ...................................................................................... 47 QUICKSCAN FLORA & FAUNA ............................................................................... 47 NADER ONDERZOEK BOOMKIKKER .......................................................................... 47 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING ..................................................... 47 ZIENSWIJZENNOTA ........................................................................................... 47
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 1
1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op een onbebouwd perceel aan de W.Dassenstraat in het noordoosten van de kern Wapserveen. De gemeente Westerveld is voornemens om op deze locatie woningbouw te realiseren. Om te kunnen blijven voorzien in de woningbehoefte in de kern Wapserveen, is het voornemen om 13 grondgebonden woningen mogelijk te maken. Het beoogde woningbouwprogramma bestaat concreet uit 12 rijwoningen en één vrijstaande woning. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldend omgevingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend TAMomgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch planologische kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
1.2
Ligging van het plangebied
De locatie is gelegen aan de W.Dassenstraat in Wapserveen. Het plangebied staat kadastraal bekend als (voormalige) gemeente Havelte, HVT03, sectie N, perceelnummer 1515 (gedeeltelijk). In afbeelding 1.1 wordt de ligging van de locatie in Wapserveen en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (bron: plattekaart.nl, bewerkt)
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Geldend omgevingsplan
Het perceel ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van gemeente Westerveld. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het tijdelijke omgevingsplan zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit de volgende documenten: • • •
Beheersverordening “Wapserveen Dorp” (vastgesteld op 23-09-2014); Bestemmingsplan “Kleinschalige hernieuwbare energie” (vastgesteld op 20-12-2022); Omgevingsplan gemeente Westerveld (in werking vanaf 17-07-2024).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name de beheersverordening “Wapserveen Dorp” van belang. Het omgevingsplan bevat in de huidige situatie namelijk uitsluitend regels van de bruidsschat. De beheersverordening ‘Wapserveen Dorp’ is in 2014 vastgesteld om de bestaande situatie in het dorp vast te leggen en te behouden. Voorwaarde is dat er binnen het gebied geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien. Met de inwerkingtreding is het oude bestemmingsplan uit 2000 vervallen. In plaats daarvan is het feitelijke, legale gebruik van gronden en gebouwen zoals dat op dat moment aanwezig was of op basis van bestaande omgevingsvergunningen kon worden gerealiseerd, vastgelegd. Daarbij is gekozen voor een ruime uitleg van het begrip ‘bestaand gebruik’, waarbij deels is aangesloten op het vorige bestemmingsplan. Niet alles is echter overgenomen: ontwikkelmogelijkheden die nog niet waren benut, zoals de uit te werken woonbestemming aan de W. Dassenstraat, zijn bewust buiten de beheersverordening gelaten. Daardoor richt het plan zich vooral op het behouden van de bestaande situatie en laat het geen ruimte voor nieuwe woningbouw. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
De voorgenomen ontwikkeling van 13 woningen in Wapserveen is planologisch in strijd met de beheersverordening 'Wapserveen Dorp' (2014), omdat het perceel ten tijde van de vaststelling onbebouwd was. Er is daarmee geen sprake van bestaand gebruik of bestaande bebouwing. De beheersverordening staat geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe (paragraaf 3.2.2 toelichting beheersverordening). Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 en 4 gaan achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 7 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 8 en 9 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 10 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 en 13 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 14 ingegaan op de juridische planverantwoording.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 2
BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE
Het plangebied ligt in het noordoosten van de kern Wapserveen en bestaat in de huidige situatie uit een onbebouwd perceel (grasveld) dat regelmatig wordt gemaaid en onderhouden. Het grootste deel van het terrein wordt informeel gebruikt als speelveldje voor kinderen. De randen van het gebied zijn grotendeels begroeid met bomen, hagen en andere groenstructuren. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan enkele woonpercelen (W. Dassenstraat 32 en 34) en aan een doodlopend deel van de W. Dassenstraat. De zuidzijde wordt begrensd door multifunctioneel centrum ‘De Wiekslag’. Aan de oostkant bevindt zich een agrarisch perceel, gescheiden van het plangebied door een watergang. De westzijde wordt gevormd door de W. Dassenstraat, met daartegenover een voetbalveld. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk woonpercelen, afgewisseld met diverse andere functies. Op basis van deze functiemenging kan worden gesproken van een gemengd gebied. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto weergegeven, waarin het plangebied met de rode contour is aangegeven. Afbeeldingen 2.2 en 2.3 laten straatbeelden van het plangebied zien, vanaf de noorden zuidzijde.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
Afbeelding 2.2
Straataanzicht zuidzijde plangebied vanaf de W.Dassenstraat (bron: Google Maps, juni 2025)
Afbeelding 2.3
Straataanzicht noordzijde plangebied vanaf de W.Dassenstraat (bron: Gemeente Westerveld)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
3.1
PLANBESCHRIJVING
Het voornemen
Om te blijven voorzien in de woningbehoefte voor starters is de gemeente Westerveld voornemens een kleinschalige woonbuurt te realiseren op de locatie van het huidige speelveldje in het noordoostelijke deel van Wapserveen. Het plan voorziet in de bouw van 13 grondgebonden woningen, inclusief bergingen. Het woningbouwprogramma bestaat uit 12 rijwoningen en één vrijstaande woning. De vrijstaande woning is gepositioneerd aan de noordzijde van het plangebied. De rijwoningen zijn verdeeld over drie blokken en worden gesitueerd met hun voorgevels richting een groene ruimte in het midden van het plangebied. Deze groene ruimte wordt doorsneden door een karrespoor. De bestaande groene omzoming van het plangebied blijft behouden. Binnen het plangebied worden 28 parkeerplaatsen gerealiseerd om te voorzien in de parkeerbehoefte van de nieuwe woningen. Bij de ene vrijstaande woning is ruimte voor 2 parkeerplaatsen op eigen terrein. In totaal bevat het plan 30 parkeerplaatsen. De nieuwe woonbuurt wordt ontsloten via de W. Dassenstraat, zowel aan de noord- als zuidzijde van het plangebied. Hiervoor worden twee interne ontsluitingswegen aangelegd. Voor de nieuwe woonbuurt is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld waarmee wordt gestuurd op een eenduidigheid in materiaal en kleurgebruik. Bovenstaande ontwikkelingen zijn weergegeven op de situatietekening in afbeelding 3.1.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
Afbeelding 3.1
Situatietekening woningbouwontwikkeling (Bron: Gemeente Westerveld)
3.2
Infrastructuur en openbare ruimte
3.2.1
Algemeen
Op basis van de instructieregels zoals opgenomen in paragraaf 5.1.7 en 5.1.8 houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het behoeden van de staat en werking van infrastructuur en het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte van het plangebied. 3.2.2
Verkeer en parkeren
De gemeente heeft haar parkeerbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2020-2030 (GVVP). Ten aanzien van de parkeernormen wordt daarin vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen de parkeerkencijfers uit de CROW publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren - van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld parkeerkencijfers naar parkeernormen) als parkeernorm worden gehanteerd. In augustus 2024 heeft de CROW de parkeernormen geactualiseerd in de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 Basis voor parkeernormering’. In afwijking van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2020-2030 is uitgegaan van de meest recente parkeernormen. Ook voor de verkeersgeneratie heeft het CROW in de publicatie ‘Parkeerkencijfers 2024 Basis voor parkeernormering’ kencijfers opgenomen. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Voor het berekenen van de totale parkeerbehoefte en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Functies: ‘koop, huis, tussen/hoek’ en ‘koop, huis, vrijstaand’; Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
Parkeerbehoefte Op basis van de te hanteren uitgangspunten ontstaat het volgende beeld ten aanzien van de parkeerbehoefte: Functie/activiteit Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, vrijstaand Totaal
Aantal 12 1 13
Parkeernorm per woning 2,0 2,6 -
Totale parkeerbehoefte 24,0 2,6 27 (afgerond)
Het uitgangspunt voor parkeren is dat er binnen het plangebied voldoende ruimte beschikbaar moet zijn om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de rijwoningen is uitgegaan van een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning (incl. aandeel bezoekers) in plaats van 2,4 parkeerplaatsen per woning. De geplande rijwoningen zijn gericht op een specifieke doelgroep binnen het betaalbare segment (starterswoningen). De standaard parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning is gebaseerd op gemiddelde bezitcijfers die minder representatief zijn voor deze specifieke doelgroep. Het is daarom te verantwoorden om uit te gaan van een lagere parkeernorm. Door de parkeernorm te verlagen is meer ruimte beschikbaar voor groenvoorzieningen, openbare ruimte en andere voorzieningen die bijdragen aan de leefkwaliteit van het plangebied. Het voornemen resulteert in een parkeerbehoefte van afgerond 27 parkeerplaatsen. Er worden 30 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied. Dit is tevens te zien in afbeelding 3.1. Er wordt geconcludeerd dat er volledig in de nieuw gecreëerde parkeerbehoefte wordt voorzien. Verkeersgeneratie en ontsluiting Op basis van de te hanteren uitgangspunten ontstaat het volgende beeld qua verkeersgeneratie: Functie/activiteit
Aantal
Parkeernorm per woning
Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, vrijstaand Totaal
12 1 13
7,4 8,2 -
Totale verkeersbewegingen 88,8 8,2 97
De voorgenomen ontwikkeling resulteert in afgerond 97 extra verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Het plangebied wordt via zowel de noordkant als de zuidkant ontsloten op de W.Dassenstraat. Voor deze straat geldt dat deze voldoende van omvang is om deze extra verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen werken. Ook de nieuwe interne ontsluitingswegen binnen het plangebied zijn breed opgezet en voldoen aan de richtlijnen voor een veilige verkeersafwikkeling, mede door de overzichtelijke opzet en beperkte snelheden. Gelet op de aard en omvang van de verkeersgeneratie en de bestaande infrastructuur wordt verwacht dat de toename van verkeer niet leidt tot verkeerskundige knelpunten of tot een verslechtering van de verkeersveiligheid of doorstroming in de directe omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld 3.2.3
Conclusie
Het voornemen houdt in voldoende mate rekening met de staat en werking van de infrastructuur en de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte. Het plan voldoet vanuit deze aspecten aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
4.1
LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen daarom worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om in een omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Deze gaan over de volgende onderwerpen: • • • • •
Kustbescherming; Waddenzee en Waddengebied; Cultureel erfgoed en werelderfgoed; Landelijke fiets- en wandelroutes; Ladder voor duurzame verstedelijking;
Het aspect ‘cultureel erfgoed en werelderfgoed’ zal in hoofdstuk 10 worden behandeld. In onderstaande paragraaf wordt ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking en de gebiedsspecifieke landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten.
4.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld 4.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Wanneer een plan voorziet in 11 of meer woningen wordt dit op basis van vaste jurisprudentie gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. Met deze ontwikkeling is dan ook zonder meer sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In de ladderonderbouwing, zoals opgenomen in bijlage 1, wordt ingegaan op de instructieregel voor de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin wordt aangetoond dat het er sprake is van een concrete behoefte aan het voornemen. 4.2.3
Conclusie
Het voornemen voldoet aan de instructieregels zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Bkl.
4.3
Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden
Het voornemen is afgestemd op de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van Wapserveen. Het plan voorziet in een kleinschalig woonwijkje binnen een door houtwallen omsloten ‘groene kamer’, passend bij het kenmerkende wegdorpenlandschap van het gebied. Door het parkeren aan de randen te situeren en de woningen te oriënteren op een groene, centrale publieke ruimte, ontstaat een dorps en open karakter dat aansluit op de schaal en sfeer van de omgeving. Materialisering, massaopbouw en erfafscheidingen zijn vastgelegd in architectonische kaders die waarborgen dat het plan recht doet aan de bestaande ruimtelijke kwaliteit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
BELEIDSKADERS
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
5.1
Rijksbeleid
5.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
5.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 5.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld 5.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 5.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
Het betreft een plan waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 en 4 zijn reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.
5.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. 5.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2022
5.2.1.1 Algemeen Met de Omgevingsvisie Drenthe 2022 geeft de provincie invulling aan de verplichte strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving op grond van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen landbouw, natuur, water, wonen, werklocaties, verkeer en vervoer, landschap en cultureel-, aardkundig- en archeologisch erfgoed. De visie beschrijft de provinciale belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing, beschrijft het beleid en schetst de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Drenthe richting 2030. De Omgevingsvisie 2022 is een geactualiseerde versie van de Omgevingsvisie 2018. De maatschappij verandert snel, en het provinciale beleid verandert mee. Al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving dat sinds 2018 nieuw of gewijzigd is vastgesteld, is doorgevoerd in de Omgevingsvisie 2022. 5.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit en robuuste systemen De provincie Drenthe verwoordt haar missie als volgt: ‘Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij deze kernkwaliteiten.’ Onder de Drentse kernkwaliteiten worden landschap, cultuurhistorische waarden, archeologische waarden, aardkundig erfgoed, natuur, stilte en duisternis verstaan.
De missie draagt uit dat de provincie Drenthe bij nieuwe ontwikkelingen bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de provincie. Onder ‘bruisend Drenthe’ verstaat de provincie Drenthe een provincie waar het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt. Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld Deze missie wordt vervolgens verwoordt in de visie ‘Ontwikkeling van robuuste systemen mét ruimtelijke kwaliteit.’ De provincie Drenthe ordent de ruimte van de provincie in vier functies: natuur, landbouw, water en sociaaleconomisch. Voor deze functies streeft de provincie naar robuustheid. Dat betekent dat een functie zo stevig is, dat het weinig gevoelig is voor verstoringen. Hiervoor zijn de volgende robuuste systemen aangewezen: • • • •
Het robuust sociaaleconomisch systeem: heeft betrekking op wonen, werklocaties, infrastructuur en een gezond economisch klimaat; Het robuust landbouwsysteem: heeft betrekking op de ontwikkeling van een toekomstgerichte landbouw; Het robuust natuursysteem: heeft betrekking op de natuurgebieden en de verbindingen die de ruggengraat vormen voor de natuur; Het robuust watersysteem: betreft de samenhang van beken en kanalen die zorgdragen voor een optimaal waterbeheer.
5.2.1.3 Uitwerking robuuste systemen Gelet op vorenstaande is voor onderhavig voornemen voornamelijk het robuust sociaaleconomisch systeem. Onderstaand is dit nader uitgewerkt. Robuust sociaaleconomisch systeem Ten aanzien van het voornemen is met name het thema wonen relevant. Wonen De woningnood in Nederland wordt ook gevoeld in Drenthe. De regio Oost-Drenthe is door het Rijk aangewezen als één van de regio’s waar de bevolkingskrimp in Nederland het sterkt is, maar deze laat zich vooralsnog niet vertalen in huishoudenskrimp. Dit komt omdat huishoudens steeds kleiner worden, waardoor de krimp opgevangen wordt door de vraag naar de woningen. De autonome woningbouwopgave in Drenthe krijgt tot 2020 te maken met een daling van het aantal huishoudens, maar hier tegenover staat dat vanuit Groningen en Zwolle sprake is van een regionaal overkokende woningvraag die landt in de Drentse gemeenten. Per saldo betekent dit een woningbehoefte van ca. 10.000 tot 20.000 extra woningen tot en met 2030. De provincie zet in om toekomstbestendige woningen voor jong en oud. Dat betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens.
Toetsing van het initiatief aan het sociaaleconomisch systeem De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de Omgevingsvisie Drenthe 2022, waarin het versterken van het robuust sociaaleconomisch systeem en het realiseren van toekomstbestendige woonmilieus centraal staat. Met deze ontwikkeling wordt direct bijgedragen aan de woningbouwopgave zoals benoemd in de visie, waarbij de provincie Drenthe tot 2030 een extra woningbehoefte van 10.000 tot 20.000 woningen voorziet. De woningen zijn specifiek gericht op starters, waarmee wordt ingespeeld op de groeiende vraag naar betaalbare woningen voor jonge huishoudens. 5.2.2
Omgevingsverordening Drenthe
De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld In voorliggend geval zijn artikel 3.1 (Kernkwaliteit Landschap), artikel 3.2 (Kernkwaliteit Cultuurhistorie), artikel 3.16 (Woningbouw) en artikel 10.5 (Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast) relevant. Artikel 3.1 Kernkwaliteit Landschap 1. Kernkwaliteit Landschap bestaat uit: a. Esdorpenlandschap; b. Esgehuchtenlandschap; c. Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning; d. Wegdorpenlandschap van de veenrandontginning; e. Landschap van de Veenkoloniën; f. Landschap van de koloniën van Weldadigheid; g. Macrogradiënt; h. Wegpanorama; i. Harde grens stad en land. 2. De landschappelijke kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 1 Kernkwaliteiten Landschap. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kernkwaliteit landschap: a. Houdt rekening met het behoud van de aanwezige kernkwaliteiten, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 4. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een stads- of dorpsrand houdt rekening met de aanwezige landschappelijke waarden.
Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.1 Kernkwaliteit Landschap De oostelijke rand van het plangebied ligt in het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning. Het wegdorpenlandschap van de laagveenontginningen, ook wel het slagenlandschap, wordt gekenmerkt door langgerekte lintdorpen langs ontginningsassen, met haaks daarop smalle kavels en een fijnmazig slotenpatroon. De open weidegebieden en de strakke verkavelingstructuur vormen een belangrijk landschappelijk kenmerk. De nederzettingen hebben een langgerekt silhouet, bestaande uit grote boerderijen met erf- en wegbeplanting, waarbij tussen de bebouwing door zicht blijft op het omliggende landschap. De beplanting bestaat uit opgaande bomen die bijdragen aan de ritmiek en sfeer van het dorp. De kernkwaliteiten liggen in het behoud van het open karakter en de smalle verkaveling, wat ook centraal staat in het provinciaal beleid. Door een kleinschalige opzet en groene inpassing met behoud van landschapselementen zoals houtwallen, draagt het plan bij aan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld een verantwoorde overgang tussen bestaand stedelijk gebied en het omliggende landelijke gebied. Voor nadere toetsing wordt ook verwezen naar paragraaf 4.3 en bijlage 1 van deze toelichting. Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie 1. Kernkwaliteit Cultuurhistorie bestaat uit de Historische infrastructuur , Kop van Drenthe, Het esdorpenlandschap rond Norg, Drentsche Aa, Assen, Hondsrug, Hunzedal en randveen, De Monden, Weerdingervenen en Roswinkel, Maatschappij van Weldadigheid, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen. 2. De kernkwaliteiten zijn voor elk gebied uitgewerkt in de Bijlage 2 Kernkwaliteiten Cultuurhistorie. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in de Kop van Drenthe, Drentsche Aa, Hondsrug, De Monden, Maatschappij van Weldadigheid: a. houdt rekening met de aanwezige kernkwaliteiten; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. 4.
Een omgevingsplan dat betrekking heeft op een locatie gelegen in Historische Infrastructuur, Het esdorpenlandschap rond Norg, Assen, Hunzedal en randveen, Weerdingervenen en Roswinkel, Drentse Hoofdvaart, Havelterberg, Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa, Velden en beekdalen van Centraal Drenthe, Esdorpenlandschap rond Mars en Westerstroom, Coevorden beekdal en ontginningen, De Reest, Meppel en het laagveen rondom, Hollandscheveld en Hoogeveen, Het Amsterdamscheveld, Emmen, venen en randveenontginningen: a. betrekt de aanwezige kwaliteiten bij de toedeling van functies en activiteiten aan locaties, en; b. bevat een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten en de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan.
Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.2 Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied is gelegen in cultuurhistorisch gebied ‘Esdorpenlandschap Vledder en Wapserveense Aa’. Het deelgebied wordt volgens Bijlage 2 van de Omgevingsverordening gekenmerkt door open beekdalen met zicht op de wegdorpen van de randveenontginningen, een licht slingerend lint met opstrekkende verkaveling en eenzijdige bebouwing, en scherpe overgangen naar grote bospercelen uit latere ontginningen. De esdorpen in dit gebied hebben een ruime, open opzet met herkenbare historische uitbreidingen die het landschap in steken. De ambitie voor het gebied is het behouden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap, met een duidelijke samenhang tussen es, dorp, beekdal en veld, inclusief landschapselementen als houtwallen en esrandbosjes. Belangrijke uitgangspunten zijn het vasthouden aan de vrije ordening van bebouwing, het waarborgen van zichtlijnen naar het buitengebied en het met zorg versterken van de dorpsstructuur van Wapserveen.is Bij het plan is aangesloten op de kleinschalige dorpsstructuur van Wapserveen. De woningen worden compact gegroepeerd rondom een gezamenlijke groenzone, wat zorgt voor een overzichtelijke en groene woonomgeving. Door het parkeren aan de randen te situeren en gebruik te maken van groene erfafscheidingen zoals hagen, ontstaat een verzorgde uitstraling.
Ook bestaande structuren, zoals de omringende houtwallen, blijven behouden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
Artikel 3.16 Woningbouw Een omgevingsplan dat in Landelijk Gebied aansluitend op Bestaand Stedelijk Gebied voorziet in nieuwe woningbouw, toont de behoefte aan op basis van de gemeentelijke woonvisie. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. b. c. d. e.
draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio's; benoemt ten minste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid en kernenstructuur; schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; geeft aan op welke wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd, en geeft een lange termijnbeeld.
Toetsing van het initiatief aan Artikel 3.16 Woningbouw Het voornemen voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.16 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. De ontwikkeling van 13 woningen vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied, aan de rand van de kern Wapserveen. De behoefte aan deze woningen is onderbouwd op basis van de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 5.3.2 van deze toelichting), waarin specifiek wordt gewezen op de noodzaak van betaalbare woningen voor starters en jonge huishoudens. Het plan kent daarnaast een duurzame opzet, onder meer door de inzet op circulaire bouwmethoden, de toepassing van biobased materialen en de integratie van zonnepanelen. Ook sluit de ontwikkeling aan bij de kernenstructuur van Wapserveen, aangezien er op een inbreidingslocatie wordt gebouwd. Daarnaast wordt de ontwikkeling doelgroepsgericht gerealiseerd. De gemeentelijke woonvisie is afgestemd binnen de regio Zuidwest Drenthe en draagt bij aan de gezamenlijke ambities zoals verwoord in de regionale woondeal. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 3.16 van de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Artikel 10.5 Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast Binnen het werkingsgebied 'bebouwd gebied' geldt een gemiddelde kans op overstromingen van 1/100 per jaar.
Toetsing van het initiatief aan Artikel 10.5 Uitgangspunten omgevingswaarden wateroverlast Het plangebied ligt binnen het werkingsgebied ‘bebouwd gebied’. Voor dit gebied geldt een gemiddelde kans op overstroming van 1/100 per jaar. De locatie bevindt zich binnen een open en goed ontsloten gebied. In geval van een overstroming kunnen bewoners zich eenvoudig in veiligheid brengen door naar een hoger gelegen verdieping te vluchten of zich horizontaal van de waterbron af te bewegen. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een watergang, wat bijdraagt aan de natuurlijke afwatering van het gebied. Daarnaast wordt hemelwater lokaal geïnfiltreerd, onder meer via de tuinen van de woningen, waardoor geen wateroverlast wordt verwacht. Voor de onderbouwing van de wateraspecten wordt verwezen naar paragraaf 7.3 van deze ruimtelijke motivering. 5.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid.
5.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid . In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld 5.3.1
Omgevingsvisie Westerveld
5.3.1.1 Algemeen Deze Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. Voor 2040 heeft de gemeente vijf ambities: • • • • •
Een bereikbaar en veilig Westerveld; Een bedrijvig en gastvrij Westerveld; Een leefbaar en inclusief Westerveld; Een gezond en groen Westerveld; Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld.
Samen met de gemeente brede keuzes vormen deze vijf ambities de basis voor de Visiekaart. Op basis van de ligging van het plangebied op de Visiekaart zijn met name de keuzes en ambities behorend bij deelgebied ‘Overige kernen’ van toepassing. Daarnaast is Wapserveen aangewezen als dynamisch dorp. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de visiekaart opgenomen. Het plangebied is weergegeven middels de rode ster.
Afbeelding 5.1
Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Westerveld (bron: Gemeente Westerveld)
5.3.1.2 Uitwerking deelgebiedsvisie Overige kernen De gemeente Westerveld kent een groot aantal dorpen en buurtschappen. Ieder dorp is uniek, kent zijn eigen geschiedenis en heeft daardoor een eigen identiteit ontwikkeld. Grofweg is te zien dat, naast de voorzieningendorpen Diever, Havelte, Dwingeloo en Vledder, twee typen dorpen in de gemeente aanwezig zijn: woondorpen en dynamische dorpen. Op de Visiekaart is Wapserveen aangewezen als dynamisch dorp.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld Dynamische dorpen Dynamische dorpen liggen qua omvang tussen de woondorpen en de voorzieningendorpen in. Naast de woonfunctie zijn er nog een paar voorzieningen aanwezig zoals een (door de gemeente ondersteund) dorpshuis of een basisschool. Of ze hebben een strategische ligging ten opzichte van bepaalde dynamische locaties. Voor voorzieningen zoals hoger onderwijs of grotere winkels moeten de inwoners het dorp uit. Koers Voor de overige dorpen in de gemeente Westerveld is maatwerk het uitgangspunt. Omdat ieder dorp uniek is, wil de gemeente samen met de dorpen bekijken waar de behoeften liggen en hoe daar ruimte voor geboden kan worden via regelgeving of ondersteuning. Dorpsvisies die door de dorpen zelf zijn opgesteld kunnen hierbij als leidraad dienen. Het behouden van het dorpse en groene karakter is een belangrijke pijler van de woonkwaliteit, net als het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat er voldoende ruimte voor ontmoeting blijft, en zet zij zich in voor het behoud van voorzieningen die daaraan bijdragen. Wat betreft woningbouw kiest de gemeente in de overige dorpen voor een vraaggestuurde aanpak.
Er is ruimte voor (beperkte) woningbouw, waarbij eigen initiatief wordt toegejuicht, zoals het aanpassen van woningen aan veranderende woonwensen of familiesamenstellingen. Ook experimenteel en exclusief wonen, bijvoorbeeld via collectief particulier opdrachtgeverschap, wordt mogelijk geacht, mits het past bij de waarden van het betreffende dorp. Daarnaast stimuleert de gemeente initiatieven die bijdragen aan sociale betrokkenheid, leefbaarheid en collectieve verduurzaming. 5.3.1.3 Toetsing aan de ‘Omgevingsvisie Westerveld’ Het voornemen tot de realisatie van 13 woningen aan de W. Dassenstraat sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Westerveld, specifiek het deelgebied ‘overige kernen’. Wapserveen is op de visiekaart aangeduid als een dynamisch dorp, waar naast de woonfunctie ook enkele basisvoorzieningen aanwezig zijn. De gemeente hanteert voor deze dorpen een vraaggestuurde benadering, waarbij ruimte wordt geboden voor woningbouw wanneer sprake is van een aantoonbare lokale behoefte. De ontwikkeling speelt in op die behoefte, met name aan betaalbare woningen voor starters. De lokale behoefte is tevens aangetoond in de laddernotitie (bijlage 1) en in paragraaf 5.3.2 van deze toelichting.
Daarnaast draagt het plan bij aan het behouden van het dorpse en groene karakter, door een kleinschalige, zorgvuldig ingepaste opzet, gebruik te maken van een inbreidingslocatie en het behoud van bestaande groenstructuren. De woningen zijn rondom een gezamenlijke groenzone geplaatst en vormen daarmee een logische uitbreiding van de bestaande dorpsstructuur. 5.3.2 Woonvisie 2019 – 2025, afwegingskader nieuwbouw en Addendum op de Woonvisie 5.3.2.1 Algemeen In de woonvisie zijn de gemeentelijke ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vastgelegd. De woonvisie is een visie voor de lange termijn waarbij als stip op de horizon 2025. De gemeente Westerveld heeft aan de hand van vijf hoofdthema’s haar wens vertaald: 1. 2. 3. 4. 5.
Profileren als woongemeente; Beschikbaarheid en betaalbaarheid sociale huur; Naar een toekomstbestendige woningvoorraad; Wonen met zorg; Ontwikkeling van de woningvoorraad.
Binnen dit project zijn met name de thema’s ‘profileren als woongemeente’, ‘naar een toekomstbestendige woonvoorraad’ en ‘ontwikkeling van de woningvoorraad’ van belang. In een onderzoek naar de leefstijlen van huishoudens in de gemeente Westerveld komen drie groepen sterk naar voren: ‘landelijk leven’, ‘vrijheid en ruimte’ en ‘welverdiend genieten’. Bereikbaarheid en leefbaarheid in de dorpen zijn belangrijk om te profileren als woongemeente. De gemeente wenst
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Ook focust de gemeente zich op kwalitatieve woningvraag. 5.3.2.2 Afwegingskader nieuwbouw Nieuwbouwplannen binnen de gemeente Westerveld worden getoetst aan de het ‘Afwegingskader nieuwbouw’. Het instrument is in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat het woningbouwprogramma zo goed mogelijk aansluit op de ontwikkeling van de woningbehoefte. Het afwegingskader bestaat uit een kwalitatieve en kwantitatieve toetsing. Kwalitatieve toetsing •
•
•
•
•
Inbreiding boven uitbreiding o Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats binnen bestaand stedelijk gebied. o Bij uitbreidingslocaties wordt eerst gekeken of alternatieve locaties beschikbaar zijn binnen de bestaande dorpskernen (binnen bestaand stedelijk gebied, conform de definitie van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking). Verrijking voor de bestaande voorraad o Biedt het plan een gevarieerd programma naar financieringscategorie en prijsniveaus, en draagt het bij aan de ambitie voor (aantrekken van) gezinnen, of voorziet het in Vernieuwende concepten die expliciet gericht zijn op Levenslang Wonen, experimentele vormen van Verduurzaming of woonconcepten die gericht zijn op het versterken van gemeenschapszin? o Voor de beoordeling van initiatieven wordt gekeken naar de bijdrage die het initiatief levert aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde daarvan. Hierbij wordt gedacht aan locaties die beschikbaar komen door hergebruik of transformatie van bepalende gebouwen of herontwikkeling na sloop verouderd (maatschappelijk) vastgoed: ▪ Het object heeft bij voorkeur een gezichtsbepalend karakter. Bijvoorbeeld een voormalige melkfabriek, schoolgebouw of karakteristieke boerderij. Dit betekent ook dat we aan transformatie van bijvoorbeeld niet-monumentale schuren of andere (voormalige) bedrijfsgebouwen naar woonfunctie geen medewerking verlenen.
▪ Transformaties hebben in landschappelijk waardevolle gebieden voorrang boven nieuwbouw, om zodoende de waardevolle open ruimten te sparen. Passend binnen de woonomgeving o Past het woningbouwplannen binnen de maat en schaal van de bestaande omgeving. o Verdere verstening van het buitengebied, en dus nieuwe woningen, wordt in principe niet toegestaan. Zie ook de structuurvisie, het bestemmingsplan Buitengebied en de provinciale omgevingsverordening. Toekomstbestendige woningvoorraad o Er wordt voorkeur gegeven aan de ontwikkeling van levensloopgeschikte/voor senioren geschikte woningen in de voorzieningendorpen. o Er wordt voorkeur gegeven aan ontwikkelingen die Nul op de Meter zijn. Wonen met zorg o Initiatieven voor (kleinschalige) woonzorg vastgoed worden gefaciliteerd. o Ook hier wordt hierbij voorkeur gegeven aan transformatie-initiatieven, zoals vrijkomende agrarische bebouwing, oude schoolgebouwen en dergelijke om bouwen naar kleinere wooneenheden voor senioren.
Kwantitatieve toetsing •
Alleen bouwen bij aantoonbare behoefte en (maatschappelijke) meerwaarde o Nieuwbouw binnen de bestaande planologische ruimte (bestemmingsplannen) is mogelijk. Jaarlijks wordt vastgesteld in welke mate recente realisaties aansloten bij de vraag, en wat dit betekent voor de ruimte voor de komende jaren.
5.3.2.3 Addendum op de woonvisie Op 6 september 2022 heeft de raad van de gemeente Westerveld een addendum op de Woonvisie vastgesteld. De tijd en de woningbouwopgaven hebben de bestaande Woonvisie 2019-2025 ingehaald. Deze actualisatie in de vorm van het addendum dient als kader voor het uitvoeringsprogramma woningbouw voor de komende vier jaar. Gemeente Westerveld heeft de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld ambitie om 1.000 nieuwe woningen voor 2030 te realiseren. Hierbij gaat het tevens om de herbestemming van (deels) leegstaande panden. De basisopgave voor gemeente Westerveld is een minimale bouwopgave van 450 tot 500 woningen voor diverse doelgroepen. Uit de huidige plancapaciteit en toekomstige plannen blijkt dat verwacht wordt dat er tot 2030 een aantal van 100 of 200 woningen gerealiseerd worden op basis van particuliere plannen voor ruimte voor ruimte, woningsplitsing, transformatie van bedrijfslocaties en CPO’s. 5.3.2.4 Toetsing aan de Woonvisie 2019-2025 en Addendum op de Woonvisie Het voornemen sluit aan op het woonbeleid van de gemeente Westerveld. Hierbij wordt het afwegingskader nieuwbouw als uitgangspunt beschouwd. In de eerste plaats wordt de voorkeur gegeven aan nieuwbouw in bestaand stedelijk gebied. Bij dit voornemen is hier sprake van aangezien een inbreidingslocatie binnen de kern Wapserveen wordt benut om woningbouw te realiseren. Daarnaast voorziet het plan in betaalbare woningen voor starters. Dit sluit aan bij de gemeentelijke ambities. Wat betreft maat en schaal is de ontwikkeling passend binnen de dorpsstructuur van Wapserveen en er is aandacht voor duurzaamheid waarmee wordt ingespeeld op een toekomstbestendige woningvoorraad.
Kwantitatief gezien sluit het voornemen aan bij een aantoonbare behoefte zoals aangetoond in het Rijksbeleid, provinciale beleid en gemeentelijke beleid omtrent wonen. Dit is tevens aangetoond in de laddernotitie, bijgevoegd als bijlage 1 van deze toelichting. Er wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie 2019-2025 en Addendum op de Woonvisie van de gemeente Westerveld. 5.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
HOOFDSTUK 6 6.1
OMGEVINGSVEILIGHEID
Algemeen
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik; Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik;
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 6.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan de hand van de risicokaart van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van de risicobronnen in en rond het plangebied. Op de risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 6.1 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven met daarop middels een blauwe ster de locatie van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Wapserveen, W.Dassenstraat (woningbouw) Vastgesteld
Afbeelding 6.1
Uitsnede risicokaart (Bron: EV-Signaleringskaart)
Uit de uitsnede van de risicokaart op Atlas Leefomgeving blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling zich niet in een risicogebied bevindt. Het plangebied ligt tevens op voldoende afstand van mogelijke risicobronnen dat een uitgebreidere toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast voorziet het planvoornemen niet in nieuwe risicovolle activiteiten. 6.3
Conclusie
Met de voorgenomen activiteit wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.