CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM Dassenstraat Bijlagen Toelichting

Politieke avond Westerveld 21 april 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel plan woningbouw Dassenstraat Wapserveen23.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’

Wapserveen, W.Dassenstraat (Woningbouw)

Datum: oktober 2025

Status: Definitief

Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Wapserveen, W. Dassenstraat (Woningbouw)

1. Inleiding De voorliggende notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ heeft betrekking op een woningbouwontwikkeling van 13 woningen aan de W. Dassenstraat in het noordoosten van Wapserveen. De ontwikkeling wordt planologisch mogelijk gemaakt door een wijziging van het omgevingsplan. Vanuit het ruimtelijk spoor is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking benodigd.

2. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder is geïntroduceerd in de voorloper van de NOVI: de Structuurvisie voor Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Bro gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. De Ladder is beleidsneutraal vanuit het Bro omgezet naar de Omgevingswet en is sinds 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Ladder is een instructieregel die is opgesteld met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand (5.129g lid 2 Bkl). De ladder is van toepassing op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en of rekening is gehouden met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied of binnen het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. De instructieregel regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist.

Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ABRvS 16 september 2015;ECLI:NL:RVS:2015:2921).

3. Gewenste ontwikkeling Om te blijven voorzien in de woningbehoefte voor starters is de gemeente Westerveld voornemens een kleinschalige woonbuurt te realiseren op de locatie van het huidige speelveldje in het noordoostelijke deel van Wapserveen. Het plan voorziet in de bouw van 13 grondgebonden woningen, inclusief bergingen. Het woningbouwprogramma bestaat uit 12 rijwoningen en één vrijstaande woning. In afbeelding 1 is een situatietekening voor de woningbouwontwikkeling opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Wapserveen, W. Dassenstraat (Woningbouw)

Afbeelding 1

Situatietekening woningbouwontwikkeling aan de W.Dassenstraat (bron: Gemeente Westerveld)

Gelet op de hoeveelheid te realiseren woningen, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee noodzakelijk. Hierna wordt de ontwikkeling getoetst aan de Ladder.

4. Toetsing van de ontwikkeling aan de Ladder Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. Stedelijk gebied: Op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen; Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Wapserveen, W. Dassenstraat (Woningbouw) Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •

de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.

Wat is het verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de voorliggende ontwikkeling is primair lokaal. De woningen worden gerealiseerd voor de lokale woonbehoefte. Ten aanzien van het verzorgingsgebied wordt daarom uitgegaan van de gemeente Westerveld. Wat is de behoefte? Net als in de rest van Nederland zijn er in de gemeente Westerveld meer woningen nodig en moet er fors worden bijgebouwd. De landelijke opgave is vastgesteld op 900.000 extra woningen in de periode tot en met 20301. Om te zorgen voor de juiste woningen op de juiste plek heeft de gemeente Westerveld eigen woonbeleid, maar heeft de gemeente ook te maken met regionale, provinciale en landelijke afspraken. De Rijksoverheid heeft in 2022 de Nationale Woon- en Bouwagenda gepresenteerd om meer regie te voeren op de volkshuisvesting en het woningtekort structureel aan te pakken. Daarbij zijn prestatieafspraken gemaakt met provincies, gemeenten en corporaties over het versnellen van woningbouw en het realiseren van betaalbare woningen.

Landelijk moeten tot 2030 900.000 woningen worden gebouwd, waarvan 600.000 betaalbaar (250.000 sociale huur en 350.000 middenhuur/betaalbare koop). Gemeenten zijn verplicht hun aandeel hierin te nemen, ook in de huisvesting van aandachtsgroepen en ouderen. Voor Westerveld betekent dit dat de gemeente een actieve rol moet spelen in het realiseren van nieuwe woningen binnen deze kaders en prestatieafspraken1. De Drentse Woonagenda 2024–2028 stelt als doel om tot 2030 minimaal 16.200 woningen te realiseren, met nadruk op betaalbaarheid, versnelling en passende woonvormen 2. Westerveld is onderdeel van de regio Zuidwest Drenthe en levert ook een bijdrage aan de regionale woondeal die hieruit voortvloeit. De regionale woondeal Zuidwest Drenthe (2022–2030) is een samenwerking tussen het Rijk, de provincie Drenthe en vijf gemeenten (waaronder Westerveld), met als doel het versnellen van de woningbouw in de regio. Er wordt gestreefd naar het bereiken van goed en betaalbaar wonen in Drenthe voor iedereen. Binnen deze deal is afgesproken dat in totaal minimaal 5.033 woningen worden gerealiseerd in de regio, waarvan de gemeente Westerveld een bijdrage levert met een bandbreedte van 510 tot 1.530 woningen op basis van de gemeentelijke woonvisie. Voor de versnellingsopgave is voor Westerveld afgesproken dat er in elk geval 291 woningen planologisch worden voorbereid3.

In het coalitieakkoord heeft de gemeente Westerveld de ambitie uitgesproken om 1.000 nieuwe woningen te realiseren vóór 2030, waarvan de eerste 200 woningen uiterlijk in 2024 moeten zijn gestart. Daarbij wordt actief grondbeleid gevoerd en wordt herbestemming van leegstaande panden gestimuleerd. Westerveld wil bouwen voor eigen inwoners, starters en lagere inkomensgroepen, en zet in op het versimpelen van regels, bijvoorbeeld voor het splitsen van panden of het bewonen van bijgebouwen4.

1 Rijksoverheid (2022). Kamerbrief provinciale woningbouwafspraken 2022-2030. 2 Provincie Drenthe (2024). Drentse Woonagenda 2024-2028: Voor elke Drent een (t)huis. 3 Volkshuisvesting Nederland (2022). Regionale woondeal Zuidwest Drenthe. 4 Gemeente Westerveld (2022). Coalitieakkoord Westerveld 2022-2026.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Wapserveen, W. Dassenstraat (Woningbouw) Geconcludeerd wordt dat er een concrete behoefte bestaat aan de voorgenomen ontwikkeling, zowel vanuit de kwantitatieve woonvraag als de kwalitatieve woonvraag. Het plan draagt bij aan de realisatie van betaalbare woningen voor starters, een doelgroep die zowel in de Nationale Woon- en Bouwagenda, de Drentse Woonagenda, als in de regionale woondeal Zuidwest Drenthe nadrukkelijk wordt genoemd als prioriteit. Ook binnen het gemeentelijke beleid, is expliciet aandacht voor woningbouw in kleinere kernen en voor betaalbare woonruimte voor starters. De ontwikkeling past daarmee binnen het woonbeleid en levert een directe bijdrage aan de gezamenlijke opgave om het woningaanbod in Westerveld toekomstbestendig te versterken. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is het bevorderen van een zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik binnen het stedelijk gebied. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande stedelijke gebied van de kern Wapserveen. Door middel van een inbreidingslocatie wordt de beschikbare ruimte optimaal benut. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij de uitgangspunten van de Ladder, namelijk het streven naar zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

5. Conclusie Met de voorgenomen omgevingsplanwijziging voor de woningbouwontwikkeling aan de W.Dassenstraat in Wapserveen wordt er een nieuwe stedelijke ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt. Voor een dergelijke ontwikkeling geldt een motiveringsvereiste. In deze notitie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is aangetoond dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een concrete behoefte, grenzend aan het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ en voldoet aan de instructieregel zoals opgenomen in artikel 5.129g van het Bkl.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Het wateradvies

Het wateradvies Het wateradvies helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies verharding

Op basis van onderstaande locatie

10-07-2025 09:28

1

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing?

nee

Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve?

nee

Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?

nee

Wat is de totale hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied en is dit meer dan 500m2?

ja

Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling?

nee

Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Verandert het waterpeil als gevolg van het plan?

nee

Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?

nee

Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater?

nee

Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats?

nee

Invloedszone A-watergangen

nee

Beekdalen

nee

Milieuzonering RWZI

nee

Invloedszone Grote Rivieren

nee

Invloedszone Vecht

nee

Zone persleiding

nee

Beschermingszone waterkering

nee

Primaire Watergebieden en bergingsgebieden

nee

Invloedszone B watergangen

nee

Invloedszone overige keringen

nee

Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater

nee

overstroombaar_gebied

nee

10-07-2025 09:28

2

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies

Details 1. normale procedure Voor uw plan moet u de normale procedure volgen.

Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP!

Geachte heer / mevrouw,

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres.

In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.

Verklaring

Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-07-2025 09:28

3

https://hetwateradvies.nl

Het wateradvies 2. Advies verharding Er bevind zich meer dan 500m2 aan verharding in het plangebied

Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een grote (>500m2) hoeveelheid verharding. Dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de wijze waarop in het plangebied wordt omgegaan met hemelwater dat afstroomt van dit verharde oppervlak. Zo wordt wateroverlast nu en in de toekomst voorkomen dit geldt ook bij herstructurering. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthoudenbergen-afvoeren. In het plan is een verhard oppervlak van circa <oppervlak> m2 aanweizig (bestaand+toekomstig). Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van <oppervlak> m2 * 0.08m = <>m3 [kuub] wordt aangelegd/ aanwezig moet zijn.

Wanneer u bijvoorbeeld een extra schuur op het terrein wilt realiseren wordt gevraagd de oppervlakte van de schuur en de oppervlakte van de overige verharding (bestrating, huis, parkeerplaats) te noemen voor deze totale oppervlakte wordt een bergingsopgave opgesteld. Bestaande berging (greppel, vijver, infiltartiekratten) binnen het plangebied kunnen een deel van de bergingsopgave vervullen.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

10-07-2025 09:28

4

https://hetwateradvies.nl

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl email info@sigma-gm.nl

februari ’25

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

Projectnummer:

24-M11575

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

12-2-2025

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

datum

12-2-2025

projectnummer

24-M11575

in opdracht van

BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V.

februari ’25

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen.................................................................................................................................... 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4

1.5

Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

Hypothese en onderzoeksstrategie .......................................................................................... 14 VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 16

3.1 Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................. 16 3.2 Resultaten van het veldonderzoek ............................................................................................ 16 4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 18

4.2

Toetsingscriteria ....................................................................................................................... 19

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 22

6

LITERATUURLIJST ....................................................................................................................... 25

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 26

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Boorprofielen onderzoekslocatie 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Onafhankelijkheidsverklaring

februari ’25

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in januari 2025 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 uitgevoerd op een gedeelte van het perceel Havelte sectie N nr. 1427 gelegen naast de W. Dassenstraat nr. 32 te Wapserveen (gemeente Westerveld). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van dertien woningen op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is verder om vast te stellen of de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit voor het beoogde bodemgebruik. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

februari ’25

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN-5725 (versie 2023); 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5740 (versie 2023); strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond'. 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

februari ’25

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is uitgevoerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. In de NEN-5725 (2023) zijn negen aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Eigendomssituatie

A O

B O

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

H

✓

✓ ✓

✓

O

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

Oa

Oa

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓b

✓

✓

✓

✓

✓

Ob

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Oc

O

Od

✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig

✓

✓

✓

O

0 Optioneel a) b) c) d)

ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.

februari ’25

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

aanleiding vooronderzoek Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van dertien woningen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “uitvoeren van een bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Westerveld (verkregen via OD Drenthe, email op d.d. 09-01-2025); • informatie van de asbestdakenkaart van de gemeente Westerveld; • informatie van het kaartportaal van de provincie Drenthe; • Bodemloket.nl; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.

locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel) Algemene omschrijving

Perceel Havelte sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassenstraat achter nr. 32 en 34 Wapserveen Westerveld Zie bijlage 1 X = 211.009 Y= 537.989 (middelpunt) Perceel Havelte sectie N nr. 1427 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 6.275 m2 De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van het perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen achter de W. Dassenstraat nr. 32-34 te Wapserveen. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. De onderzoekslocatie en bevindt zich naast een school (De Vuursteen) en een dorpshuis (De Wiekslag). De onderzoekslocatie is momenteel grotendeels in gebruik als voetbalveld. Een deel van de locatie is in gebruik als dierenweide. De opdrachtgever is voornemens de nieuwbouw van dertien woningen op de onderzoekslocatie te realiseren.

februari ’25

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.

figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -

februari ’25

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De locatie is momenteel onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard (gras) Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De nieuwbouw van dertien woningen.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten is de basis van onderzoekslocatie, voor zover te beoordelen nog niet topografische eerder bebouwd geweest. kaarten, De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, geruime Topotijdreis) tijd als weiland in gebruik. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf 1850 is er rondom de onderzoekslocatie basis van bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop topografische der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen, agrarische percelen en enkele agrarische bedrijven. Noordzijde: naastgelegen woningen Oostzijde: agrarisch perceel Zuidzijde: naastgelegen school/dorpshuis Westzijde: W. Dassenstraat

februari ’25

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

Op basis van de topografische kaarten is de onderzoekslocatie, voor zover te beoordelen nog niet eerder bebouwd geweest. De onderzoekslocatie is, voor zover bekend, geruime tijd als weiland en sportveld in gebruik. Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. De onderzoekslocatie is onbebouwd. Niet bekend op basis van de door de gemeente verstrekte informatie. De onderzoekslocatie wordt niet in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld Er is geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven- als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en/of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding/ De aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De onderzoekslocatie is onbebouwd.

Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Westerveld is bekend dat de daken van de bebouwing in de nabije omgeving van de locatie niet verdacht zijn voor de aanwezigheid van asbest.

figuur 2: asbestdakenkaart van de gemeente Westerveld

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.

februari ’25

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

vervolg tabel 5: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Ophogingen/dempingen/stortingen

Op topografische kaarten tot rond 1925 is op de onderzoekslocatie een mogelijke sloot/watergang te herkennen. Het is niet bekend waarmee deze sloot/watergang is gedempt.

figuur 3: vm. sloten / watergangen

Niet gesprongen explosieven

februari ’25

Er is geen andere informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

vervolg tabel 6: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid

Calamiteiten

Verdachte activiteiten < 25 m

PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS. Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv.

op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers). Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

februari ’25

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

►niet bekend, er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar

Omgeving < 25 m

Oude Dijk nr. 57: ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 23.01.2008; ref. Eco Reest; rapportnummer: 080121 conclusie: indicatief schoon, aanbeveling stenen apart afvoeren. telecommunicatiepaal Oude Dijk nr. 57: ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 24.03.1999; ref. Tukkers; rapportnummer: 1291/11227 conclusie: Er zijn geen belemmeringen voor de afgifte van een bouwvergunning voor de telecommunicatiepaal. Bg: -; og: -; gw: CU, NI>s. Wapserveen II fase 3: ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 01.03.1994; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: 93/5314-JJB/ah conclusie: Omdat zowel in bg als in og geen verontreinigingen zijn aangetroffen, kunnen de licht tot matige verontreinigingen in het gw als natuurlijk beschouwd worden. Geen beperkingen voor gebruik terrein bg: EOX>a; og:-; gw:Zn, Cu>b, Pb, Ni, Cr>a ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 01.03.1994; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: on.93/5314-JJB/ah conclusie: Geen milieuhygienische bezwaren aan (toekomstig) gebruik; bg:- og:-; gw: Cu,Zn>b: Cr,Ni,Pb>a. Uitbreiding Wapserveen Nieuw: ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 31.07.2001; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: PN01/1685-1 conclusie: Locatie geschikt voor doelstelling; bg:- og:- gw:Cr>s ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 28.04.2006; ref. ECO Reest; rapportnummer: 0680329 ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 23.10.1998; ref.

Geomet BV; rapportnummer: NA-03925 Wapserveen II: ► verkennend bodemonderzoek; d.d. 01.06.1993; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: 93/5142 conclusie: Geen aanleiding om beperkingen te stellen voor woningbouw. Advies voor herbemonstering en analyse zink in grondwater. Bg: EOX>a; og EOX>a; gw: Zn>c, Cu>a

februari ’25

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

► nader onderzoek; d.d. 13.09.1993; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: 93/5142 conclusie: Herbemonstering grondwater op zink (strabis 49). Verhoogde zinkgehalte waarschijnlijk regionaal of lokaal verschijnsel. Contactmogelijkheden gering, geen beperkingen aan bouwactiviteiten. gw: Zn>C

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

► nader onderzoek; d.d. 13.09.1993; ref. Grontmij Milieu; rapportnummer: 93/5142 conclusie: Naar aanleiding van verkennend onderzoek Wapserveen II fase 2. Risico's volksgezondheid en milieu verwaarloosbaar, geen beperkingen voor gebruik terrein. Herbemonstering gw: Zn>C (natuurlijk) ► Niet bekend.

► Ontgravingskaart bovengrond: AW2000 en ondergrond: landbouw/natuur ► Toepassingskaart bovengrond: AW2000 en ondergrond: landbouw/natuur ► Bodemfunctiekaart: wonen

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca.2.5-6m +NAP. In figuur 4 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.

figuur 4: De geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

februari ’25

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreinverkenning uitgevoerd. De terreinverkenning heeft als doel om te controleren of de vooraf bekende informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie. In tabel 6 is een overzicht opgenomen van de uitgevoerde terreinverkenning. tabel 6: terreininspectie onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

locatie-inspectie

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

23-1-2025

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Er is geen actuele informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. het onderzoeksgebied beschikbaar. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart geldt voor de bovenen ondergrond (ontgraving- en toepassing) dat er op de onderzoekslocatie sprake is van bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde (AW2000). Op topografische kaarten tot rond 1925 is op de onderzoekslocatie mogelijk een sloot/watergang te herkennen. Het is niet bekend waarmee deze vm. sloot/watergang is gedempt. De gedempte sloot/watergang binnen het onderzoeksgebied is in deze fase van het onderzoek in eerste instantie niet apart onderzocht. T.p.v. de vm. gesitueerde gedempte sloot/watergang binnen het plangebied zijn enkele boringen in een raai geplaatst, de grondmonsters hiervan zijn, voor zover zintuiglijk onverdacht, betrokken bij de samengestelde mengmonsters van het overige deel van de locatie.

Op basis van de bekende informatie uit het historisch onderzoek is in tabel 7 de uitgevoerde onderzoeksstrategie opgenomen. Verwacht wordt dat de gekozen onderzoeksstrategie een voldoende beeld zal geven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. tabel 7: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie

verwachte bodemkwaliteit

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

bovengrond en ondergrond voldoen aan landbouw/natuur, grondwater voldoet aan de signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering

-

-

NEN-5740 strategie ONV-NL

NEN-5740 plangebied (ca. 6.275 m2)

februari ’25

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

februari ’25

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1 Uitvoering van het veldonderzoek Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 8 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 8: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001) nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

23-1-2025

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

30-1-2025

geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Rijkswaterstaat (https://www.rijkswaterstaat.nl). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 6. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staan weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

12

ca.0.5

5 t/m 16

2

ca.1.3

1a+1b

3

ca.2.0

2 t/m 4

1

ca.3.0

1

Onderzoekslocatie (ca. 6.275 m2) Boringen

Peilbuis

3.2 Resultaten van het veldonderzoek bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-1.0

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand

bruin/grijs grijs/beige

1.0-3.0

leem

zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zwak siltig, matig fijn, plaatselijk leemlagen zwak zandig

februari ’25

grijs/beige/geel

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

Pb1

2.0-3.0

1.21

5

7.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 310

troebelheid (NTU) 24

In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. In de boringen t.p.v./nabij de vermoedelijke situering van de gedempte watergang/sloot zijn geen bodemvreemde bijmengingen of afwijkingen waargenomen.

Op basis van de grondopbouw zijn geen duidelijke indicaties van een gedempte watergang/sloot waargenomen. Opgemerkt wordt dat de situering van de gedempte sloten/watergangen alsmede de aard van het dempingsmateriaal plaatselijk kan afwijken. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740 is uitgevoerd.

Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. februari ’25

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, het grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 12: analyseschema Monstercode grond

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

MM1

1+3+5 t/m 10

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM2

2+4+11 t/m 16

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM3

1+3

0.6-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM4

2+4

0.6-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

1

2.0-3.0

-

NEN-grondwater(**) +AS3000

grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

februari ’25

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

4.2

Toetsingscriteria

De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de volgende waarden: • Kwaliteitseisen uit het Besluit Bodemkwaliteit (bijlage B, regeling bodemkwaliteit 2022); • Interventiewaarde bodemkwaliteit (bijlage IIa, Besluit activiteiten leefomgeving); • Signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering (Bijlage Vd, Besluit kwaliteit leefomgeving = interventiewaarden Circulaire bodemsanering 2013). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Toetsingen zijn voorlopig uitgevoerd volgens tijdelijke kaders van de Omgevingswet, in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. De in deze tabel genoemde kwaliteitseisen hebben de volgende betekenis: Landbouw/natuur Wonen Industrie Interventiewaarde Signaleringsparameter

bestaande kwaliteit in ‘schone’ gebieden geschikte toestand voor functie Wonen geschikte toestand voor functie Industrie aanwezigheid van mogelijke onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu beoordeling of sanering nodig is bij historische grondwaterverontreiniging

= = = = =

De kwaliteitseisen voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel. Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: tabel 13: overzicht van de toegepaste termen bij de toetsing volgens het kader van de Omgevingswet. kwaliteitseis

ondergrens kwaliteitsklasse

bovengrens kwaliteitsklasse

landbouw/natuur1 wonen2 industrie matig verontreinigd sterk verontreinigd

landbouw/natuur wonen industrie interventiewaarde bodemkwaliteit

landbouw/natuur wonen industrie matig verontreinigd -

De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de kwaliteitseis landbouw/natuur. Overschrijding van de kwaliteitseis industrie houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de klasse landbouw/natuur en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen: 1 De kwaliteit van de grond overschrijdt niet de kwaliteitseis landbouw/natuur als bij meting van X stoffen in de grond het rekenkundige

gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de kwaliteitseis landbouw/natuur. De verhoging mag per stof maximaal 2x de kwaliteitseis landbouw/natuur voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen (met uitzondering van nikkel) geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de kwaliteitseis wonen van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

2 De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y

stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X

2

7

16

27

37

Y

1

2

3

4

5

februari ’25

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na de tabellen worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten opgenomen. onderzoeksresultaten grond In tabel 14 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van de onderzochte mengmonsters van de boven en ondergrond. tabel 14: samenvatting toets resultaten boven- en ondergrond grondmenglandbouw/ sterk matig monster/ zintuiglijk natuur wonen industrie verontreinigd verontreinigd boring (> I) MM1 alle (1+3+5 t/m 10) onderzochte (0.0-0.5) parameters MM2 alle (2+4+11 t/m onderzochte 16) parameters (0.0-0.5) MM3 alle (1+3) onderzochte (0.6-2.0) parameters MM4 alle (2+4) onderzochte (0.6-2.0) parameters landbouw/ beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse landbouw / natuur / natuur wonen maximale waarde landbouw/natuur < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde wonen beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse wonen industrie maximale waarde wonen < gehalte (gssd) ≤ maximale waarde industrie beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse industrie matig verontreinigd

maximale waarde industrie < gehalte (gssd) ≤ interventiewaarde beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse matig verontreinigd

sterk verontreinigd >I

beoordeling omgevingswet: kwaliteitsklasse sterk verontreinigd

toetsing eindoordeel landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

landbouw/natuur*

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

februari ’25

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740 perceel sectie N nr. 1427 (ged.) gelegen aan de W. Dassensraat te Wapserveen

onderzoeksresultaten grondwater In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toets resultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 15: samenvatting toets resultaten grondwater. Peilbuis Pb1 (2.0-3.0)

<streefwaarde >streefwaarde en <signalerings parameter >signalerings parameter

<streefwaarde

>streefwaarde

toetsing eindoordeel alle <signalerings onderzochte parameter parameters beoordeling grondwatersanering Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig. zintuiglijk

>signaleringsparameter

Bij overschrijding zijn er geen significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig.

Bij overschrijding zijn er mogelijk significante risico’s voor mens, plant of dier aanwezig (voormalige interventiewaarde).

interpretatie resultaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) De ondergrondmengmonsters MM3 en MM4 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur. grondwater peilbuis 1 (2.0-3.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen verhoogde gehalten t.o.v. de streefwaarde en de signaleringsparameters beoordeling grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=aafc5316-d974-443f-975e-01d6bba9a506