Startnotitie Transitievisie Warmte
Tekst van het document
Samenvatting Het Klimaatakkoord stelt dat gemeenten uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Hierin legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast waarop de gebouwde omgeving van het aardgas gaat. Voor gebieden waarvan de transitie voor 2030 is gepland, is ook de potentiële alternatieve energie infrastructuur bekend, de Wijkuitvoeringsplannen. De startnotitie Transitievisie Warmte geeft aan hoe wij het proces gaan inrichten. De volgende punten worden benoemd 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Achtergrond Opgave van Westerveld Sprintsessie januari 2020 Participatie en communicatie Aanpak Planning beslismomenten Financiële paragraaf
Met het vaststellen van de Startnotitie Transitievisie Warmte geeft de gemeenteraad het college de opdracht om tot een Transitievisie Warmte te komen. Tevens geeft de gemeenteraad opdracht om een groen gasvisie op te stellen.
1 Achtergrond In 2020 is de beleidsnota Duurzaamheid ‘Samenwerken aan Duurzaamheid’ door de gemeenteraad vastgesteld. Daarmee is de duurzaamheidsambitie van de gemeente Westerveld ook vastgelegd: 49 procent CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en 95 procent CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990. Voor de eigen bedrijfsvoering zijn wij ambitieuzer: 75% reductie van CO2-uitstoot in 2030. Door het opstellen van beleid, en aansluitend een uitvoeringsagenda, geven wij betekenis aan de ambitie. In het document Samenwerken aan Duurzaamheid is ook aangegeven dat we in 2021 aan de slag gaan met de Transitievisie Warmte. De kaders voor de warmte transitie zijn in het duurzaamheidsbeleid beschreven. Duurzaamheid is in beweging. Zowel lokaal, landelijk als internationaal is de roep om transitie voelbaar. Deze bewegingen hebben invloed op het beleid van de gemeente Westerveld. Hierbij valt te denken aan het Klimaatakkoord van Parijs, het Nationaal Klimaatakkoord die in juni 2019 is aangeboden aan de Tweede Kamer en het besluit te stoppen met de gaswinning in Groningen. Het Klimaatakkoord stelt dat gemeenten uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Hierin legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast waarop de gebouwde omgeving van het aardgas gaat. Voor gebieden waarvan de transitie voor 2030 is gepland, is ook de potentiële
alternatieve energie infrastructuur bekend. Deze worden verder uitgewerkt in Wijkuitvoeringsplannen1. 1.1 Klimaatakkoord Dat er een transitievisie moet worden opgesteld is vastgelegd in het Nederlands Klimaatakkoord. Nederland ondertekende in 2016 het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het verregaande terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. Om deze doelstelling te bereiken is in 2019 het Nederlands Klimaatakkoord opgesteld waarin onder andere is bepaald dat de gebouwde omgeving in 2050 middels een andere, duurzamere, bron dan aardgas wordt verwarmd. Naast CO2 reductie zorgt de problematiek in Groningen en de ongewenste afhankelijkheid van andere landen voor een versnelde transitie. De transitie betekent dat er de komende jaren gefaseerd vele gebouwen (inclusief bedrijfspanden) van het aardgas afgesloten dienen te worden. 1.2 Gemeente De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de Transitievisie Warmte en de Wijkuitvoeringsplannen. Alle inwoners, ondernemers, instellingen en andere partijen krijgen te maken met de energietransitie. De energietransitie is dermate complex dat samenwerking hierin geboden is. In dit proces fungeert de gemeente als regisseur. Een Transitievisie Warmte geeft de gezamenlijke focus en richting waardoor de verschillende partijen aan de slag kunnen.
In het proces om te komen tot een Transitievisie Warmte is de gemeente de aangewezen partij om informatie samen te voegen, partijen met elkaar te verbinden en een koppeling te maken tussen ruimte en technische oplossingen. Met een zorgvuldige politieke besluitvorming kunnen bovenstaande zaken in een centraal kader samengevoegd worden. Hoewel het doel helder is: een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, is de route daarheen nog omgeven door onzekerheden. De warmtetransitie zal in verschillende gebieden er anders uitzien. De technologie ontwikkelt zich razendsnel en maatschappelijke voorwaarden veranderen gedurende de tijd. De Transitievisie Warmte moet daarom elke vijf jaar herzien worden. Er zijn nog veel onbeantwoorde vragen. De focus zal daarom in de eerste jaren voornamelijk moeten liggen op het onderzoeken en ontdekken.
1
In de communicatie van de Rijksoverheid wordt de term ‘wijken’ gebruikt. Aangezien de gemeente Westerveld onder te verdelen is in wijken, dorpen en buurten, is ervoor gekozen om de term ‘gebieden’ te gebruiken
2
1.1.1
Verklarende begrippen
RES: De Regionale Energiestrategie, waarin de energievraag en beschikbare ruimte op bovenregionaal niveau worden afgestemd en vastgelegd. De RES is gericht op grootschalige opwek van energie. TVW: De Transitievisie Warmte. Vastlegging van welk gebied wanneer van het aardgas gaat, op welke wijze en met welke middelen. De TVW wordt elke 5 jaar herzien en aangepast op basis van nieuw ontstane inzichten. Gemeenten moeten de eerste TVW uiterlijk in 2021 vastgesteld hebben. WUP: Het Wijkuitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan waarin beschreven staat hoe gebieden aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Hierin staat wat de warmte vraag van de buurt is, welke type bebouwing er staat, welk alternatief van aardgas wordt gebruikt hoe participatie wordt ingericht en het tijdspad dat daarbij hoort. Leidraad: De leidraad is ontwikkeld als ondersteuning van de gemeenten voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. Deze bestaat uit een Startanalyse en een handleiding voor lokale analyse. De Startanalyse is een technisch-economische analyse op basis van landelijke data die door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gemaakt is in het model Vesta MAIS. Vesta-mais model: Het Vesta MAIS model brengt het technisch-economisch potentieel van technieken in beeld en schetst de gevolgen voor de infrastructuur van het warmte, gas- en elektriciteitsnet.
Hiervoor maakt het gebruik van diverse ruimtelijke gegevensbestanden op buurten gebouwniveau zoals de Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
-
-
-
-
3
1.3 Uitgangspunten De Transitievisie Warmte is een onderdeel van het thema duurzaamheid. Dit houdt in dat de uitgangspunten zoals deze zijn genoemd in de Startnotitie Duurzaamheid ook worden meegenomen in de uitwerking van de Transitievisie Warmte. Het gaat hier om participatie, landschappelijke inpassing en de gemeentelijke organisatie als voorbeeld. De Transitievisie Warmte wordt een onderdeel van de omgevingsvisie en zal uiteindelijk ook in de omgevingsplannen opgenomen worden. Vanuit de rijksoverheid hebben gemeenten een (nog) niet af gekaderde opdracht gekregen. Dit houdt in dat de uitgangspunten van de startnotitie in een later stadium wellicht aanscherping nodig heeft. De transitie biedt zowel uitdagingen als kansen. Een goede samenwerking met stakeholders en belanghebbenden is daarom essentieel. Hierbij zal ook worden ingezet op kennisdeling met buurgemeenten en de provincie Drenthe. De transitie naar een aardgasloze omgeving zal een grote impact hebben op inwoners. Dit speelt zich voor een groot gedeelte achter de voordeur af. De bevoegdheid van de gemeente is daar beperkt. Dit houdt in dat er extra aandacht nodig is voor het informeren van inwoners, er zal daarom ingezet moeten worden op communicatie- en participatietrajecten.
2 Opgave van Westerveld Westerveld bestaat uit 26 dorpen en buurtschappen. De Transitievisie Warmte gaat over de gebouwde omgeving in deze buurten. Voor Westerveld betekent dit dat er ca. 10.000 gebouwen voor 2050 van het aardgas af moeten. Voor een groot gedeelte gaat het om woningen (8.319). In Figuur 1 is de verdeling van functies van de gebouwen opgenomen en de bouwjaar van woningen. Zeker het bouwjaar is een indicatie voor de isolatiegraad van een woning, daarnaast geeft dit een indicatie van de mogelijkheid voor het nemen van isolatiemaatregelen.
Figuur 1. Verdeling functies van gebouwen en bouwjaren van woningen
2.1 Technische mogelijkheden De alternatieven voor aardgas zijn momenteel, landelijk gezien, warmtenetten of all-electric. Voor deze oplossingen gelden een aantal technische randvoorwaarden. Zo is de afstand tussen woningen in een wijk bepalend voor het slagen van een warmtenet. Dit omdat de lengte van het net voor een groot gedeelte de kosten en daarmee het slagen van een warmtenet bepaalt. Voor een all-electric oplossing geldt dat dit alleen mogelijk is bij een goede isolatie van een woning.
2.2 Groen gas en waterstof In de Startanalyse worden groen gas en waterstof als alternatieven voor aardgas genoemd. Hoewel beide alternatieven redelijk techniekneutraal toegepast kunnen worden, is de prijs en beschikbaarheid van waterstof en groen gas dermate onzeker dat dit geen logische optie is om mee te nemen in de Transitievisie Warmte2. Hoewel groen gas op dit moment nog niet wordt gezien als een haalbaar alternatief voor aardgas, is het wel mogelijk om dit in te zetten als transitie naar volledig gasvrij wonen. Pas als er meer bekend is over de kosten, baten, rol van de gemeente en allocatie (verdeling) van groen gas en eventueel groene waterstof, zouden deze als oplossingsrichting meegenomen kunnen worden in een herziening van de Transitievisie Warmte.
2.3 Oplossingsrichting De type woning, woningdichtheid van een buurt en de verschillende bouwjaren geeft samen een goede indicatie van de technische mogelijkheden en daarmee het slagen van de verschillende oplossingsrichtingen. Gezien het landelijke karakter van de gemeente Westerveld, het hoge 2
Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/documenten/brieven/2021/01/12/stand-vanzaken-klimaatakkoord-gebouwde-omgeving
4
percentage vrijstaande woningen en de leeftijd van de woningen is er geen eenduidige technische oplossing te benoemen. Voordat de uitvoering van start kan gaan, zal het komende jaar nodig zijn voor het gezamenlijk ontwikkelen van uitvoeringsplannen voor de eerste gebieden die aardgasvrij moeten worden. De eerste periode (tot 2030) zal daarom voornamelijk gericht moeten worden op het aardgasloosgereed maken van woningen. Dit door op natuurlijke momenten de woning te verduurzamen. Hierbij valt te denken aan het besparen van warmte, isoleren en duurzaam opwekken van energie. Met het besparen en isoleren kan een ieder vandaag mee beginnen (de zogenaamde spijtvrije maatregelen). Momenteel zijn Westerveldse energiecoaches al aan de slag in de gemeente om inwoners hierbij te helpen. Het komende jaar zal er meer aandacht gericht worden op het nemen van besparingsmaatregelen door het vergroten van bewustzijn, het bieden van handelingsperspectief en het inzichtelijker maken van stimuleringsregelingen3. In figuur 2 is een overzicht met de verschillende ontwikkelsporen en de factoren die daarbij van belang zijn.
Figuur 2. Ontwikkelsporen
3 Sprintsessie In januari 2020 heeft er een tweedaagse sprintsessie Transitievisie Warmte plaatsgevonden. Het doel van de sprintsessie was om in twee dagen met een brede groep mensen vanuit de gemeenten te komen tot de bouwstenen voor de Transitievisie Warmte. Dit traject is door de provincie aan alle gemeenten van Drenthe aangeboden. De sprintsessie was georganiseerd door de gemeenten Westerveld, De Wolden en Hoogeveen. Door dit met mensen vanuit verschillende domeinen te doen, 3
Momenteel wordt er door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het VNG en verschillende stakeholders invulling gegeven aan het Nationaal Isolatieprogramma (Motie Segers/Klaver. Kamerstukken II 2020/21, 35570, nr26).
5
zoals duurzaamheid, wonen, economische zaken en ruimtelijk beleid, ontstaat er draagvlak voor het thema warmtetransitie. Naast medewerkers van de gemeenten waren er medewerkers van woningcorporaties, energieleveranciers en netbeheerders aanwezig. 3.1 Programma De ochtend van de eerste dag stond in het teken van kennisdeling en het ontwikkelen van een gelijk kennisniveau onder de aanwezigen. In de middag zijn de aanwezigen per gemeente in een werksessie aan de slag gegaan om in een aantal stappen te komen tot een eerste indeling van de gebieden naar alternatieve bronnen en technieken. Deelnemers hebben eerst de gemeente ruimtelijk ingedeeld in gebieden die logischerwijs met elkaar samenhangen op basis van bijvoorbeeld woningtypologie (bouwjaar, energielabel, bebouwingsdichtheid), locatie of initiatieven die er zijn. Vervolgens is per gebied gekeken naar aanwezige warmtebronnen in de buurt, zoals thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), biomassa of restwarmte. Daarna is per gebied de op dit moment meest wenselijke technische oplossing beschreven. In de avond zijn de opbrengsten van de dag teruggekoppeld aan het bestuur. Samen met de gemeenteraad zijn we in discussie gegaan over de mogelijkheden en belemmeringen die de warmtetransitie geeft. Met de opgehaalde input van dag één, stond de tweede dag in het teken van de verdieping.
Welke gebieden hebben de potentie om voor 2030 aardgasvrij gemaakt te worden? Hierbij werd gekeken naar zowel de technische oplossingen als de maatschappelijke factoren en de inrichting van het proces. 3.2 Resultaat Het resultaat van de sprintsessie is een waardevol overzicht van mogelijkheden in de gemeente Westerveld. Dit overzicht is een eerste indicatie van de buurten die de potentie hebben om uitgewerkt te worden in een Wijkuitvoeringsplan. In figuur 3. is het resultaat van de sprintsessie schematisch weergegeven. Waar
Mogelijke oplossingsrichting
Wanneer
Waarom
Alle woningen
1. isoleren
Continu
Warmtevraag verminderen
Wapserveen
1. All-electric 2. Hybride (groen gas, waterstof) 3. Nader te bepalen
<2030
Ideale mix aan type woningen om verschillende warmte-alternatieven in kaart te brengen Lokaal initiatief aanwezig Op basis van lokaal initiatief
Klein dorp <150 woningen in agrarische omgeving, hechte buurtgemeenschap
1. Isoleren 2. Groen gas / hybride
< 2030
Buurt met woningen bouwjaar >1990
1. All-electric
<2030
Blauwdruk voor andere “jonge” wijken
Maatschappij van Weldadigheid = Frederiksoord
1. Isoleren (circulaire materialen) 2. Hybride (waterstof, groen gas)
>2030
Erfgoed Op basis van kennis vanuit de leerstoel
Uffelte
1. Thermische energie uit oppervlaktewater
>2030
Warmte bron aanwezig Opbouw aan kennis
Vakantieparken
1. Nader te bepalen
>2030
Energievraagstuk meenemen in programma Vitale Vakantieparken
6
Algemeen
1. Energiemix
>2030
Per woning dient er gekeken te worden naar de meest geschikte oplossing. Wijkuitvoeringsplannen in andere buurten kunnen hier meer inzicht in geven.
Figuur 3. Schematisch overzicht van het resultaat van de sprintsessie
4 Participatie en communicatie Om een aardgasloze omgeving te realiseren moeten inwoners, bedrijven en organisaties aan de slag. De gemeente is regisseur in de transitie en heeft daarin een belangrijke, maar beperkte functie. Achter de voordeur kan de gemeente geen keuzes maken voor inwoners. De Transitievisie Warmte geeft focus, richting en handelingsperspectief waardoor inwoners een logische keuze kunnen maken, zowel individueel als gezamenlijk. Om de transitie te ondersteunen is een gedegen participatietraject van belang. Hierin is onderscheid te maken tussen de gemeente als geheel en gebiedsgerichte oplossingen. Voor het gemeentelijke spoor zal de focus liggen op het aardgasloos-gereed maken van woningen. Hierbij gaat het om het handelingsperspectief te geven aan inwoners bij het nemen van besparingsmaatregelingen en het inzichtelijker maken van stimuleringsregelingen. Momenteel worden woningeigenaren ondersteund in het nemen van besparingsmaatregelingen door Westerveldse energiecoaches. Om het handelingsperspectief te vergroten is het van belang gerichte kennis te delen over verschillende woningtypes en oplossingsrichtingen. De gebiedsgerichte oplossingen zullen voornamelijk collectief opgepakt worden. Hoewel besparing ook hier het devies is, zal de technische oplossing leidend zijn. Vooral in het traject om te komen tot een Wijkuitvoeringsplan is participatie van belang.
Voor deze gebieden geldt dat inwoners de mogelijkheid krijgen om actief mee te denken aan de oplossingen. In het volgende hoofdstuk 5. Aanpak staat dit verder beschreven.
5 Aanpak De aanpak geeft aan welke fases nodig zijn om te komen tot een transitievisie warmte, geeft inzicht in de planning en wanneer de beslismomenten zijn. In hoofdlijnen zijn er drie fases te onderscheiden: 1. De analyse 2. De uitwerking 3. Het vaststellen De tweede fase, de uitwerking, bestaat uit twee sporen: A. De visie voor 2050; B. strategie gebiedsaanpak voor 2030. Tijdens de gehele periode die nodig is om te komen tot de transitievisie warmte zal er doorlopend een participatie- en communicatietraject plaatsvinden waarin de nadruk wordt gelegd op het aardgasloos-gereed maken van gebouwen.
7
De verschillende fases staan niet los van elkaar en zullen daarom elkaar gedeeltelijk overlappen. Onderstaande figuur vat dit samen en geeft de onderlinge samenhang weer. Aanpak Transitievisie Warmte
1. Analyse
2. Uitwerking
B. Strategie gebiedsaanpak voor 2030
A. Visie voor 2050
Participatie
3. Vaststellen
&
Communicatie
Figuur 4. Schematisch overzicht aanpak Transitievisie Warmte
5.1 Analyse Het begin van het traject bestaat uit een analyse: deze geeft inzicht in de omvang van de opgave, de kansen en de belemmeringen. De basis van deze analyse bestaat uit kennis die al beschikbaar is in de gemeente Westerveld en bij belangrijke stakeholders. Een gedeelte hiervan is al opgehaald met de sprintsessies. De uitkomsten van de sprintsessies zijn een bron en worden in deze fase verder uitgewerkt. De gegevens die in de analysefase worden opgehaald, geven de mogelijkheid om toetsingscriteria te formuleren: de kaders voor het maken van de keuze per buurt. Deze toetsingscriteria maken duidelijk welke oplossingsrichting het beste past en zijn bepalend voor het tijdspad tot 2050. In de analysefase worden de volgende gegevens inzichtelijk gemaakt. -
-
8
Opgave voor Westerveld (gasgebruik, onderverdeeld per gebied) Stakeholder analyse Technische gegevens woningenbestand Woningenbestand Type woningen Mogelijkheden besparen/isolatie Potentiële alternatieve warmtebronnen Voorwaarden/belemmeringen Collectief/individueel Potentieel aan belemmeringen en kansen Doorberekening startanalyse Koppelkansen
Resultaat: 1. Kerngegevens 2. Toetsingscriteria 5.2 Uitwerking Aan de hand van de opgehaalde gegevens uit de analyse is het mogelijk om een lange termijnvisie te ontwikkelen en een strategie uit te werken voor gebieden die voor 2030 aardgasvrij kunnen worden. A. Visie voor 2050
Aan de hand van de opgehaalde gegevens uit de eerste fase kunnen de mogelijkheden voor de lange termijn in beeld worden gebracht. Dit bestaat onder andere uit: -
Globaal inzicht in de technische oplossingen per gebied Inzicht in de ruimtelijke, sociale en financiële gevolgen van technische oplossingen Weging van bovengenoemde elementen doormiddel van de toetsingscriteria. Afweging in tijd
Resultaat: 1. Visie tot 2050 waarin globale technische oplossingen en prioritering per gebied worden benoemd. B. Strategie gebiedsaanpak voor 2030
Tijdens de sprintsessies zijn er voor een aantal gebieden technische oplossingen naar voren gekomen die potentieel voor 2030 uitgevoerd kunnen worden. Met het vaststellen van de Transitievisie Warmte wordt ook de keuze gemaakt voor het aantal en welke gebieden worden uitgewerkt tot een Wijk Uitvoeringsplan (WUP). De WUP’s geven inzicht in de communicatie en participatie, de maatschappelijke kosten, de mee-koppelkansen en bevatten daarmee een uitvoeringstrategie. De technische oplossingen die zijn aangedragen voor deze gebieden moeten verder worden uitgewerkt om inzicht te krijgen welke hiervan geschikt zijn om een WUP voor op te stellen. Daarnaast is er een haalbaarheidsstudie nodig om te achterhalen welke WUP’s kans van slagen heeft. Er is een sterke samenhang met de ontwikkeling van de visie voor 2050. De uitkomst van de tijdslijn kan een indicatie zijn om een buurt toe te voegen aan de lijst. Daarnaast is het mogelijk om de visie te verrijken aan de hand van opgedane ervaring in dit spoor.
9
Potentiële gebieden Gebied Type woningen Buurt met woningen Bouwjaar > 1992 met bouwjaar >1992 Wapserveen Divers (verspreid, veel vrijstaand) Uffelte (gebied)4
Frederiksoord*
Systeem Individueel Individueel
Collectief
Erfgoed
Individueel
Oplossingsrichting Reducering vraag, allelectric Reduceren vraag, allelectric, opwekken (collectieve) elektriciteit Reduceren vraag, warmtenet TEO (Thermische energie oppervlaktewater) Reduceren vraag, combinatie Erfgoed en Energietransitie.
Per gebied
Aangezien de transitie naar een aardgasloos gebied impact heeft op het leven van inwoners, is het van belang om de uitwerking van de strategie per gebied zorgvuldig aan te pakken. Per gebied wordt de strategie daarom opgebouwd via een drietrapsraket met duidelijke go-no go momenten. De eerste twee stappen bepalen de kans van slagen voor een gebied om voor 2030 aardgasvrij te worden. Deze stappen zijn daarom een belangrijke onderdeel van de Transitievisie Warmte zoals deze in 2021 vastgesteld wordt. Stap 3 betreft de uiteindelijke WUP, deze zal na afronding van de Transitievisie Warmte moeten worden gezet. Stap 1: -
Uitwerken van de technische oplossingen
Resultaat: inzicht in haalbaarheid van een businesscase Stap 2: -
Netwerk in kaart brengen Doorberekening oplossingsrichting, in samenwerking met stakeholders Overzicht koppelkansen, belemmeringen
Resultaat: Kansenkaart Stap 3: -
Verdiepingssessies o Met stakeholders, NMF, belanghebbenden (dorpsbelangen, inwoners, Energie Coöperatie Westerveld)
Resultaat: Uitvoeringsstrategie
Resultaat per gebied: 1. Uitvoeringsstrategie
4
Zowel Uffelte als Frederiksoord: vooral bedoeld als pilotgebied.
10
2. Handelingsperspectief voor inwoners
5.3 Vaststellen van de Transitievisie warmte De gebundelde opbrengst uit fase twee geeft aan hoe de gebouwde omgeving van gemeente Westerveld aardgasvrij kan worden. Daarnaast stelt de gemeenteraad vast voor welke gebieden een WUP opgesteld wordt. De visie wordt ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
6 Planning beslismomenten De uitkomsten van elke stap worden voorgelegd aan het college en ter kennisname aan de raad gestuurd. De Transitievisie Warmte wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Stappen 1. Analyse 2. Uitwerking a. Visie voor 2050 b. Gebiedsaanpak voor 2030 3. Vaststellen transitievisie warmte Voorleggen college, kennisname raad Raad stelt vast
11
2021 2022 Q1 Q2 Q3 Q4
7 Financiële paragraaf De ambtelijke inzet wordt gedekt vanuit de reguliere bedrijfsvoering en aangevuld met financiële bijdragen toegekend in de December Circulaire. Daarnaast kan voor het analyse spoor aanvullende middelen worden aangevraagd uit de Rijksregeling Opstellen TVW. Onderdeel
Specificatie
Budget
Opstellen Transitievisie Warmte (Uitzetten adviesbureau)
Uitwerking theoretisch kader startanalyse
€212.000,-
Borging
Bedrag December Circulaire
€ 202.000
Specifieke uitkering inwinnen advies
€ 20.000
Opstellen visie voor 2050 -
Overzicht: kerngegevens en toetsingscriteria Visie tot 2050 waarin globale technische oplossingen en prioritering per gebied worden benoemd.
Strategie gebiedsaanpak voor 2030 -
inzicht in haalbaarheid van een businesscase Kansenkaart
Communicatie
Onvoorzien
€ 10.000,Totaal
12
€ 222.000,-
€ 222.000