CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke beantwoording mondelinge en schriftelijke vragen (n.a.v. PaW 31 augustus)

Politieke avond Westerveld 5 oktober 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Concept-omgevingsvisie5.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijgaand de vragen door de fracties ingediend naar aanleiding van de PAW d.d. 31 augustus 2021 en in het blauw de beantwoording van het college.

Vragen fractie VVD 1. In de omgevingsvisie zien we een continue strijd tussen ontwikkelen en beschermen. Als we de ambitie tot ontwikkelen willen realiseren, dan kan het voorzorgsprincipe dit blokkeren. Hierover zullen wij in het debat met de andere partijen in gesprek gaan. Van het college willen wij graag weten of het mogelijk is om dit milieubeginsel (blz. 44) beperkter toe te passen en zo ja op welke manier dit dan wordt vastgelegd. Er staat op deze pagina dat we moeten laten zien hoe we omgaan met de beginselen. Houdt dit ook in dat we mogen beschrijven dat we iets naast ons neerleggen of een mindere waarde geven? Antwoord: de vier genoemde milieubeginselen zijn in de basis leidend voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het is niet bij recht vastgelegd waardoor je als gemeentelijke overheid ruimte hebt om een afweging te maken. De Omgevingswet biedt ons straks de mogelijkheid om (binnen bepaalde bandbreedtes) gemeentelijk maatwerk te bieden. In de Omgevingsvisie moet, daar waar mogelijk, richting worden geboden hoe de gemeente omgaat met maatwerk. Om willekeur van dit maatwerk te voorkomen, zou de Omgevingsvisie richting moeten gaan geven in de waardering van milieubelangen versus overige belangen (zoals bijvoorbeeld natuur, landschap en economie). Hiertoe dient hoofdstuk 4.4.

Het college verneemt graag van de raad of hoofdstuk 4.4 hiervoor voldoende richting geeft. 2. op blz. 9 staat dat er ruimte is voor kleinschalige bedrijvigheid in onze gemeente. Is er een visie op de vestiging van deze bedrijven? Kan bedrijvigheid alleen op bedrijventerreinen, of ook in het buitengebied? Antwoord: er is geen visie maar er is nu ruimte via de huidige bestemmingsplannen voor zowel kernen als buitengebied. Hierin wordt voorschreven welke ruimte de gemeente biedt voor (kleinschalige) bedrijvigheid. In de Omgevingsvisie wordt op verschillende onderdelen aangegeven hoe de gemeente nieuwe initiatieven wil benaderen (voorbeeld: vrijkomende agrarische bebouwing). Dit moet worden beschouwd als de (nieuwe) visie op kleinschalige bedrijvigheid in onze gemeente. Het debat kan worden gebruikt om als raad hier mogelijk op aan te vullen. 3. op blz. 10 wordt gesproken over het versterken van het gebied Diever-Dwingeloo door woningbouw. Komt er dan feitelijk ruimte voor een nieuwe woonwijk in Dieverbrug? Of gaat het om bouw in de twee hoofdkernen? Antwoord: Met deze omgevingsvisie wordt geen nieuwe woonwijk aangewezen. De omgevingsvisie is bedoeld om koers te zetten voor mogelijke ontwikkelingen.

Spanningsveld van een omgevingsvisie is enerzijds voldoende houvast bieden om als kapstok te kunnen dienen bij toekomstige ontwikkelingen, maar anderzijds moet het voldoende ruimte houden om in te kunnen spelen op de

vraag van het moment. Concrete initiatieven zullen te zijner tijd nadere studie en uitwerking vragen alsmede een omgevingsplan. 4. op blz. 11 staat dat (in 2040) 15 jaar geleden een voedselbos is gerealiseerd. Dat houdt in dat er over 3,5 jaar iets wordt opgezet. Is hier al een voorkeurslocatie voor aangewezen? Wie heeft hierin de regie? Antwoord: deze ambitie/doel staat nog niet vermeld in de uitvoeringsagenda (4.7.2). Dit zal worden toegevoegd, waarbij de regie door het college bij een externe partij wordt gezien. De rol van de gemeente wordt daarbij gezien als: stimuleren en faciliteren via regelgeving. 5. op blz. 16 staat de rol van de gemeente beschreven inzake gaswinning. In onze beleving is de rol die de gemeente nu neemt groter. Waarom heeft het college dit zo summier beschreven hier? Antwoord: in de Omgevingsvisie is bedoeld te verwoorden dat we onze huidige rol inzake gaswinning continueren. Indien de raad van mening is dat deze rol moet veranderen, dan verneemt het college dit graag tijdens het debat. Kanttekening: gaswinning is een onderwerp waar we als gemeente in besluitvormende zin vaak geen bevoegd gezag zijn. 6. in het kaartje op blz. 18 staat weergegeven dat Havelte, Vledder en Dwingeloo voorzieningendorpen zijn. Is de hoofdkern Diever niet ook een voorzieningendorp? Staat ook niet in het gebiedskompas, maar lijkt ons wel passend bij het dorp.

Antwoord: wij stellen voor dit aan te passen. 7. op blz. 22 staat bij de gebied specifieke keuzes dat er waar mogelijk ruimte voor agrariërs is voor ontwikkeling. Waarom is het bij dit gebiedskompas specifiek benoemd en past dit bij de nieuw verkregen UNESCO status? Antwoord: het is niet alleen specifiek genoemd in het gebiedskompas voor het koloniegebied, maar komt ook voor in de andere gebiedskompassen. Wij zien geen spanning tussen de UNESCO-status en de mogelijkheden voor de agrarische sector, daar waar ook in het Unesco-gebied ontwikkelingen immers moeten passen in de maat, schaal en waarden van het gebied en de uitgangspunten van het beschermd dorpsgezicht. 8. op blz. 27 wordt voor de natuurgebieden de ambities 'gezond en groen' en 'bedrijvig en gastvrij' gekozen. Op welke wijze wordt de ambitie gastvrij geborgd inzake de toegankelijkheid van de verschillende gebieden? De VVD-fractie heeft de indruk dat steeds meer gebieden minder of niet meer toegankelijk zijn c.q. worden afgesloten. Antwoord: de concept omgevingsvisie geeft aan dat toegankelijk maken en houden van de natuurgebieden wordt nagestreefd. Als gemeente willen we invloed hebben op de toegankelijkheid van natuurgebieden. Daarbij zijn terreinbeherende organisaties onze gesprekspartner.

9. op blz. 45 staat "de milieukwaliteit wordt per saldo niet onevenredig aangetast...". Dit is niet SMART geformuleerd. Wat is niet onevenredig? Wie maakt de afweging? Antwoord: onevenredige aantasting van milieukwaliteit treedt op als wettelijke normen worden overschreden. Afweging en handhaving ligt deels bij de gemeente, maar kan ook liggen bij bijvoorbeeld provincie of rijk. 10. in de tabel vanaf blz. 49 staat weergegeven dat zeer veel zaken worden overgelaten aan de markt. Zijn de gemeentelijke ambities dan wel realistisch? Zou je als gemeente niet meer "zaken" zelf moeten gaan doen? Denk aan passende woningbouw, woonruimte voor starters, realisatie van Tiny Houses, ruimte voor vernieuwende woonconcepten. Dit is een risico voor de gemeente, maar ook een kans. Wat is hierop de visie van de gemeente? Antwoord: het college beaamt dat als de gemeente meer zelf regie pakt, er meer sturing kan worden gegeven aan uitvoeringsagenda. Echter, voor een kleine plattelandsgemeente is het niet realistisch dat alle beoogde ambities en doelen zelf behaald worden, dit vanwege o.a. de financiële positie en schaal en omvang van de gemeentelijke organisatie. Door een deel aan de externe partijen over te laten, wordt beoogd meer resultaten te kunnen boeken in dezelfde periode. Hierbij wordt “overlaten” niet gezien als “loslaten”.

Middels de monitoring van de omgevingsvisie (zie paragraaf 4.2) wordt periodiek gekeken of we op koers liggen. 11. op blz. 50 worden zaken overgelaten aan de markt zoals "elk dorp een plek voor ontmoeting" en "clustering van voorzieningen en activiteiten binnen de dorpen". Anderzijds is de ambitie "minimaal twee multifunctionele locatie" wel onder regie van de gemeente. Waarom wordt hier verschil gemaakt? Antwoord: dit moet niet worden gezien als een verschil maar als ambities naast elkaar. We willen voor de kleinere dorpen een plek voor ontmoeting veilig stellen en in grotere kernen voorzieningen – zo mogelijk door clustering - behouden en versterken. 12. binnen de omgevingsvisie wordt van de gemeente verwacht dat er een "ja-mits" houding is. Op welke wijze worden de medewerkers van de gemeente hierop voorbereid? Op dit moment ontbreekt het veelal aan communicatie tussen afdelingen binnen het gemeentehuis waardoor aanvragers "van het kastje naar de muur" worden gestuurd maar feitelijk niet worden geholpen. Wij zien graag een houding zoals dit 'vroeger' was. Iemand heeft een plan, komt bij het gemeentehuis en samen wordt bekeken op welke wijze dingen mogelijk zijn. Dit lijkt te passen binnen het kader van de omgevingswet, maar vraagt een hele andere instelling van de gemeente.

Wat is de visie van het college hierop en is hiervoor een stappenplan gemaakt? Antwoord: de medewerkers en ketenpartners worden betrokken bij de invoering van de Omgevingswet. De behandeling van de concept omgevingsvisie dient zich in onze ogen te beperken tot de inhoud van de omgevingsvisie.

Vragen fractie CDA 1. Er wordt gesproken op pagina 4 van het raadsvoorstel over Verevening. Overigens ook op pagina 53 van het concept. Er wordt gesteld dat verevening nog even als PM post moet worden beschouwd en na onderzoek vanuit Vitale Vakantieparken of de huidige visie voldoende grondslag geeft om bovenplans te kunnen verevenen bij transformatie van vakantieparken dat wordt gedaan voor vaststelling. Ons is niet helemaal duidelijk wat nu precies wordt bedoeld. Antwoord: om te mogen verevenen stelt de Omgevingswet dat er in de omgevingsvisie moet worden omschreven dat de gemeente verevening wil kunnen toepassen. Op dit moment wordt juridisch onderzocht of de huidige tekst met betrekking tot verevening voldoende houvast biedt om te kunnen verevenen bij ruimtelijke initiatieven - daar waar gewenst. Vóór vaststelling zal de tekst haar definitieve vorm hebben gekregen. 2.Wat zijn de consequenties van het nieuw Natuur Netwerk Nederland (o.a.genoemd op pagina 23) voor onze gemeente en op welke wijze hebben die hun weerslag op hetgeen we in onze omgevingsvisie willen hebben? Antwoord: het realiseren van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is een provinciale taak. Grotendeels overlapt het NNN overigens onze drie grote natuurgebieden (zie Leefomgevingsfoto). De gemeente stelt zich daarin volgend op. Voor de omgevingsvisie zijn er geen gevolgen of verplichtingen. 3. Pagina 13.

Onder d. Hoe zien pauze-woningen er uit en hoelang mag een pauzewoning maximaal worden bewoond alvorens het weer door anderen als pauzewoning mag worden gezien? Is het denkbaar dat door pauze-woningen het legaliseren van illegale permanente bewoning voor een heel park gaat gelden of beperkt de legalisatie van de bewoning zich tot een of enkele woningen op een vakantiepark? Hoe gaat dan controle of handhaving plaatsvinden en is daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar? Antwoord: het college beaamt dat het begrip pauze woning een nadere toelichting vraagt. Wij stellen voor om een begrippenlijst toe te voegen. Het college verneemt graag van de raad in uw debat welke ruimte u wilt bieden voor pauze woningen. 4. Pagina 13 onder f. Minimaal één passantenplek voor campers realiseren in overleg met marktpartijen. Wat wordt hier nou precies door het college bedoeld en waar zou een dergelijke camperplek moeten komen? Is het de bedoeling dat hier gratis en zonder toeristenbelasting te betalen verblijf gehouden kan worden? En indien niet wie int dan die toeristenbelasting? Antwoord: het college beoogt hiermee in te spelen op de vraag vanuit de markt – zoals naar voren gekomen in de campagne. De omgevingsvisie moet hierbij worden gezien als richtinggevend, de daadwerkelijke invulling zal vorm moeten worden gegeven bij realisatie geïnitieerd door een marktpartij.

Wel beaamt het college dat het begrip “passantenplek voor campers” nog om een

nadere toelichting vraagt in de nog op te nemen begrippenlijst. Het debat kan worden gebruikt om uw eigen visie hierop te geven. 4.Pagina 14. Onder h wordt gesproken over 15 Tiny houses binnen twee jaar en onder g gaat het om huisvesting voor jongeren en starters. Ook gaat het op deze pagina om innovatieve woonzorgcombinaties voor oudere inwoners. Wij nemen aan dat het college hiermee ook en nadrukkelijk doelt op de ook door de CDA-fractie zo gewenste snelle realisatie van een Knarrenhof in Havelte? Is dat juist? Antwoord: het door de CDA-fractie genoemde Knarrenhof – of andere vormen van vergelijkbare huisvesting - zou daar inderdaad onder kunnen vallen. 5. Op pagina 23 gaat het over de beekdalen die van belang zijn voor de berging en afvoer van hemelwater. Buitengewoon relevant in deze tijd van klimaatverandering. Zou het college zich kunnen en willen inspannen om te doen onderzoeken of het meer laten meanderen van de Vledder- en Wapserveense Aa en de Dwingelderstroom aan zowel de versterking van de natuurwaarden als aan een vergroting van de berging van hemelwater een bijdrage zou kunnen leveren? Antwoord: uitvoeringsaspecten zijn geen onderdeel van de visievorming. Ter informatie: er lopen meerdere natuurontwikkelingsprojecten. Hierbij zijn de provincie en het waterschap de initiërende partijen. De rol van de gemeente is meer faciliterend. 6. Pagina 28.

Wordt hiermee aangegeven dat alleen kwalitatieve uitbreiding van een recreatiebedrijf mogelijk is. Dus inbreiden bij kwaliteitsverbetering? Of wordt bedoeld dat ook kwantitatieve uitbreiding, dus meer grond, mogelijk is wanneer hierdoor ook de kwaliteit toeneemt? Antwoord: als dat nodig is om ook de gewenste kwaliteitsslag te maken, sluiten we kwantitatieve uitbreiding niet op voorhand uit. 7.Pagina 30. Waarom wordt woningbouw niet genoemd juist daar waar er in Havelte al jaren zo om wordt gevraagd? Daarmee bedoelt de CDA fractie dus echt niet alleen de zo gewenste Knarrenhof in combinatie met starterswoningen! Antwoord: in hoofdstuk 1.4.3 onder e geven we aan per kern te streven naar een passende woningbouwopgave. Voor Havelte is sprake van een uit te werken woonlocatie – Meerkamp. Dit is in de ogen van het college de minimale woningbouw visie voor Havelte. Het debat kan ertoe dienen om elders (gebied van Havelte) meer ruimte te bieden voor woonvormen. 8.

Is het mogelijk bij de koers voor Havelte juist hier ook iets te zeggen over de wens om te komen tot een museum dat gaat over het voormalige vliegveld Havelte in combinatie met een ontmoetingsplek voor onze veteranen? Ook dat zou immers nadrukkelijk passen bij het versterken van de unieke recreatieve waarde van Havelte zoals bedoeld bij de laatste bullit? Antwoord: het college wacht het debat af om te horen of deze wens voldoende wordt gedragen.

9.Pagina 38. Koers voor de overige dorpen. We missen juist ook hier de versterking van de toegankelijkheid middels het openbaar vervoer dat zo belangrijk is voor jong en minder jong. Zou dit kunnen worden toegevoegd? Antwoord; In hoofdstuk 1.4.1 onder c gaan we in op het OV – gemeente breed. We denken met die passage afdoende recht te doen aan uw vraag. 10. Pagina 40. Graag consequent in taalgebruik. Hoe spreken we onze inwoners respectievelijk de lezers van de omgevingsvisie aan? Is dat met u of met je? Antwoord: we passen de omgevingsvisie op dit punt aan. 11. Pagina 44 onder 4.3.2. waarom een vraagteken achter het woord “kaders”? Antwoord: het vraagteken staat daar ten onrechte en zal worden verwijderd. 12. In de bijlage pagina 78 gaat het over stikstofdepositie. Hier staat geen grensnorm, maar de opmerking “de jaargemiddelde depositie ligt op het gemiddelde van gemeentes in de noordelijke provincies' . Wat is de reden dat de norm niet vermeld wordt net als bijvoorbeeld bij Luchtkwaliteit op pagina 73 of luchtkwaliteit stikstofoxyde op pagina 74? Alles op de bijgevoegde kaart van Westerveld heeft een lichte kleur.

Is de conclusie juist dat we in ieder geval in onze gemeente geen probleem hebben met de stikstof depositie? Hoe kan het dat de kernen en ook de natuur in het kaartje donkerder gekleurd zijn dan het agrarisch oppervlak? Antwoord: Voor stikstof bestaat geen algemene wettelijke norm. Of sprake is van een ‘probleem’ wordt gerelateerd aan de stikstofgevoeligheid van de habitattypen. Er zijn habitattypen die minder stikstofgevoelig zijn dan andere habitattypen. Overigens is het wel een feit dat de natuurgebieden in onze gemeente nu al meer stikstof ‘ontvangen’, waardoor natuurdoelstellingen in gevaar komen. Via rijksmaatregelen en provinciale gebiedsprocessen wordt gezocht naar manieren om natuurontwikkeling en ruimtelijke ontwikkelingen goed te laten samen gaan. Stikstof vanuit agrarische bedrijven (NH3) slaat doorgaans op een grotere afstand neer dan stikstof uit andere bronnen (NOx). De ruwheid van de oppervlakte waarop de stikstof terecht komt is ook factor die de mate van depositie bepaalt. Per hectare wordt de meeste stikstof afgezet in bebouwing, gevolgd door bosgebieden. Dat verklaart dat kernen en natuurgebieden donkerder zijn gekleurd dan de agrarische gebieden. 13.Op pagina 82 gaat het over toerisme. Er worden overnachtingscijfers genoemd uit 2016! Er moeten echt veel recentere cijfers beschikbaar zijn.

Die zou de CDA fractie dan ook graag hier vermeld willen zien want het is vreemd om een omgevingsvisie in 2021 te gaan vaststellen mede gebaseerd op cijfers van 2016. Antwoord: de meest recente cijfers zullen worden opgenomen.

Vragen fractie PW Op pag 11 wordt vermeld dat wij in 2040 de ondergrondse drinkwatervoorraad gered hebben van allerhande vervuiling. Vraag: Wat wordt hier bedoeld met uitloging en/of , worden met de term bestrijdingsmiddelen gewasbeschermingsmiddelen bedoeld ? (Dan zouden we dat in de hele tekst van deze visie wel kunnen doorzetten)) Komen medicijnresten in het diepe grondwater of wordt hier naar het oppervlakte water en het drinkwater uit de rioolwaterzuivering verwezen ? Kortom, kan dit wat nauwkeuriger en op correcte info gebaseerd ? Antwoord: deze passage zal worden doorgenomen en daar waar nodig verduidelijkt. Op pag. 12, 36 en 49 wordt de verbetering van de oost-west verbinding genoemd. Vraag: Moeten we dit interpreteren als een pleidooi voor een rondweg rond Diever, Wapse en Vledder ? Hoe verhoudt deze wens zich tot de uitspraak van de raad om hier van af te zien. Is in beeld welke landschappelijke, cultuurhistorische en woongenot beperkende effecten dit heeft en hoe verhoudt zich dat tot de ook in deze visie uitgesproken waardering voor juist die karakteristieken van onze gemeente ? Antwoord: we willen ons sterk maken voor het oplossen van knelpunten in de oost-west-verbinding. We kijken daarbij primair naar oplossingen in het bestaande tracé. Op pag. 13 wordt een streven genoemd naar een passanten camper plaats.

Vraag : Hoe verhoudt zich dit streven tot de voorzieningen die er op diverse campings in en rond onze gemeente al zijn ? Camping Diever, camping De Reeënwissel etc. Is met deze direct betrokkenen overlegd ? Of wordt gedacht aan een klein gemeentelijk veldje met de minimaal benodigde voorzieningen, voor 1 of 2 nachten, zoals we die in Frankrijk en elders wel aantreffen.? Antwoord: zie beantwoording hierboven omtrent passantenplek voor campers. Op pag. 13 wordt gesproken over twee multifunctionele centra. En over ontmoetingsplekken in elk dorp . Vraag: wat staat er nu eigenlijk in dit punt 1.4.3 b ? Wat wordt er gesloten, wat blijft en in welke vorm ? En hoe verhoudt dit zich tot de vele raadsuitspraken en -wensen van de afgelopen periode ? Antwoord: zie beantwoording hierboven omtrent multifunctionele centra en ontmoetingsplekken. Op pag 15 wordt het streven naar meer biodiversiteit genoemd, maar dit lijkt beperkt tot het gemeentelijk groen. Vraag: Waarom wordt niet aangegeven dat je als gemeente daarnaast de biodiversiteit op je hele grondgebied graag ziet toenemen en dat je die aktief stimuleert ? Kan dit in deze geest worden aangevuld ? Antwoord: het college is van mening dat hetgeen genoemd in 1.4.4 niet alleen gericht is op gemeentelijk groen.

Op pag 15, bij punt g komen de gewasbeschermingsmiddelen aan de orde. Wij zouden hier wel een wat scherpere tekst en opstelling van de gemeente willen zien, zeker gelet op wat in deze omgevingsvisie op pag 41 vermeld wordt over de mogelijkheid om af te wijken of voorop te lopen t.o.v. elders gehanteerd beleid. Wij zullen in het debat op 7 sept. met een amendement in deze komen. Antwoord: het college is van mening dat de huidige tekst voldoende richting geeft. Het college wacht het debat af om te horen of deze stelling voldoende gedragen wordt. Op pg 15 komt ook de oplettendheid tav. 5G aan de orde en verderop wordt ruimte gegeven aan initiatieven voor stralingsvrij bouwen. Hiermee wordt deels invulling gegeven aan de raadsdiscussies over het zendmastenbeleid. Eén wezenlijk onderdeel hieruit mist echter: dat bij een plan voor een nieuwe zendmast met omwonenden vroegtijdig wordt overlegd en ruimte wordt geboden voor aktief meedenken waarbij ook de welstandsvisie wordt betrokken. Vraag: Waarom wordt dit aspect van bewonersbetrokkenheid niet meegenomen, terwijl dit bijv. bij lokale duurzaamheidsinitiatieven, pag 16 punt f wel apart vermeld wordt ? Antwoord: het participatiebeleid – hoe om te gaan met de omgeving bij ruimtelijke initiatieven – is een onderdeel van de Omgevingswet. We streven ernaar dit vóór 1 juli 2022 door de gemeenteraad te laten vaststellen.

De gemeenteraad zal worden betrokken bij de totstandkoming van dit beleid. Op pag 15 komt ook de gaswinning aan de orde. De tekst , en dus de voorgenomen inzet van de gemeente is nu wel heel erg summier vergeleken met wat in het aan de raad voorgelegde ambitie document 2.0 stond. (4. Vroegtijdig adviseren inzake gaswinning Een onderwerp dat direct raakt aan de veiligheid van onze inwoners is de gaswinning. In de gemeente Westerveld wordt op een aantal plekken gas gewonnen. Gaswinning is een verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat; als gemeente hebben we een beperkte, adviserende rol. Ondanks die beperkte rol voor ons als gemeente, kan de impact op onze inwoners en bebouwde omgeving groot zijn. Met andere woorden: gaswinning kan leiden tot schade, zowel materieel als immaterieel. Wij blijven daarom doen wat in ons bereik ligt om samen met betrokken partners (buurtgemeenten, waterschap en provincie) actief betrokken te zijn richting mijnbouwbedrijf en het ministerie. Tegelijk blijven we, net als nu, ons inspannen om in een vroegtijdig stadium bij het rijk aan tafel te komen.

Op die manier blijven we onze adviserende rol aan de voorkant inzetten.) Vraag: Kan die oorspronkelijke tekst hier weer opgenomen worden ? (Of moet hier een beleidswijziging in gezien worden waar de raad nog niet over gesproken heeft ?) Antwoord: in de omgevingsvisie is bedoeld te verwoorden dat we onze huidige rol inzake gaswinning continueren. Indien de raad van mening is dat deze rol moet veranderen, dan verneemt het college dit graag tijdens het debat. Kanttekening: gaswinning is een onderwerp waar we als gemeente in besluitvormende zin vaak geen bevoegd gezag zijn.

Op pag 18 staat een visiekaart afgebeeld. Deze kan tot veel misverstanden leiden. Een aantal symbolen worden niet in de legenda benoemd. Een aantal kunnen tot grote verwarring leiden, zoals bijv. alleen de winkelkarretjes in Havelte en Vledder. En, ook opvallend , het vakantiepark symbool midden in het Drents-Friese Wold. Vraag: Kan deze kaart verbeterd of wellicht gewoon weg ? Antwoord: andere fracties maakten vergelijkbare opmerkingen. De kaart zou moeten ondersteunen en gelet op de hoeveelheid opmerkingen is dat in de huidige vorm niet het geval. Het college stelt voor om deze aan te passen of zo nodig eruit te laten – afhankelijk van het debat. Op pag. 24 komen de beekdalen aan de orde. Dit lijkt ons de juiste plek om de strekking van de aangehouden motie weidevogels van 6 juli 2021 te verwerken. Wij zullen de strekking hiervan bij het debat op 7 september in amendementsvorm inbrengen. (nog niet noemen, komt 7/9 : “Van oudsher waren de beekdalen de habitat bij uitstek van een breed spectrum aan weidevogels. De gemeente streeft naar, en ondersteunt maatregelen voor het in stand houden van bestaande weidevogelpopulaties en die de terugkeer van grotere aantallen mogelijk maken”) Antwoord: het college ziet hierin geen vraag. Op pag.

38 , bij de 6e bullet: hebben wij de vraag: Wat betekent “naast deze visie “ ? Waar slaat dit op terug en mist er dan iets in deze opsomming in de bullets hierboven ? Gaat deze extra visie ook deel uitmaken van de omgevingsvisie die aan de inwoners voorgelegd gaat worden ? Antwoord: met “naast deze visie” wordt bedoeld deze concept omgevingsvisie. Op pag. 46 worden de gewenste ontwikkelingen op de “As Diever-Dwingeloo” benoemd. Vraag: moeten we dan niet ook een voorkeursrecht voor de gemeente vastleggen met betrekking tot de gronden in dit gebied ? We weten allemaal wat speculatie met prijzen en woningbouwplannen doet. (Op pag. 44 wordt bij de milieubeginselen als eerste het voorzorgprincipe vermeld en op pag. 47 wordt onder punt 3 vermeld dat er momenteel geen milieu-knelpunten zijn. Gezien recente uitspraken van de RvS actueler dan ooit.) Antwoord: dit is nog zodanig globaal dat het vestigen van een voorkeursrecht op dit moment niet aan de orde is. Het betreffende gebied is in de huidige structuurvisie opgenomen als transformatiegebied (waarbij eveneens geen voorkeursrecht is gevestigd). Op pag. 49 is sprake van de transitie van de landbouw, de rol van de gemeente is daarbij : “faciliteren middels regelgeving” Vraag: Aan welke regels wordt gedacht ? Antwoord: wij zijn voornemens de transitie landbouw te faciliteren.

Of en welke regels daarbij nodig zijn, is op dit moment nog niet duidelijk. Dat zou eventueel een omgevingsplan kunnen zijn.

Op pag. 50 worden de verschillende wensen op woningbouwgebied genoemd, hier missen wij de huisvesting van statushouders. Vraag: Kan dit alsnog ingevoegd worden ? Antwoord: Het college wacht het debat af om te horen of dit gemis raadsbreed gedragen wordt. Op pag 50 wordt bij alle woningbouwinitiatieven en vormen de rol van de gemeente faciliterend genoemd en de regie bij de markt gelegd. Vraag: Is het niet méér van deze tijd om, gezien de ontwikkelingen op de woningmarkt de regie ook deels naar de gemeente te trekken ? “Gemeente i.s.m. markt” zou het dan worden. Antwoord: zie beantwoording vraag 10 van de VVD. Op pag 51 worden ook weer veel regie rollen bij de markt neergelegd. Bijvoorbeeld op veiligheids- en milieugebied. Vraag: Hebben we daar niet juist bijvoorbeeld een milieudienst (in de vorm van de RUD) voor ? Of interpreteer ik hier het begrip “regie” steeds verkeerd. Dan graag uitleg over hoe deze term te begrijpen. Antwoord: de veiligheids- en milieudiensten zijn ketenpartners en geen marktpartijen als bedoeld in het schema. Wij stellen voor het begrip ‘markt’ te vervangen door ‘externe partij’. Op pag 51 wordt vermeld: bijdrage aan pilot vermindering gebruik van beschermingsmiddelen.

Vraag: slaat bijdrage hier op een financiële of een inhoudelijke (het woord zelf maakt beide mogelijk) en gaat het om alle beschermingsmiddelen, van veiligheidsbrillen, paraplu’s en anti-muggenspray tot round-up ? Of moet deze tekst nog even door de redactie. Antwoord: het kan beide zijn maar beperkt tot beschermingsmiddelen/duurzame landbouw. De omschrijving van deze ambitie/doel staat vermeld onder 1.4.4. sub j. Op pag 58 wordt verwezen naar de recent verschenen conceptversie van de landschapsvisie. Deze is onlangs (ingekomen stuk op 24/8) met de raad gedeeld. Vraag: welke rol gaat deze visie binnen of in relatie met deze omgevingsvisie spelen ? Antwoord: er is sprake van een concept Landschapsbiografie. Zoals ook omschreven op pagina 59 is het op dit moment te vroeg om in te schatten of deze landschapsbiografie – opgesteld door externen – bruikbaar kan zijn voor de omgevingsvisie. Mocht blijken dat deze van waarde kan zijn, bijvoorbeeld als toetsingskader, kan dit worden meegenomen in de beleidscyclus van de omgevingsvisie. Op pag. 64 en verder, de omgevingsfoto’s, missen wij de samenhang met de buurgemeenten. Westerveld wordt afgebeeld als een geïsoleerd eiland .

Vraag: Kan er ook een versie van de kaarten komen waarop (delen van) de buurgemeenten, bijvoorbeeld in een soort vagere kleuren weergegeven worden, zodat je ziet hoever zo’n bos of beekdal doorloopt, hoe openbaar vervoerlijnen doorlopen ,aan welk landgebruik we grenzen enz.

Antwoord: Deze vraag impliceert een forse aanpassingsronde van de kaarten. Directe meerwaarde zien wij niet. Voor de volledigheid acht het college het belangrijk om te vermelden dat de buurgemeenten zijn geïnformeerd en betrokken bij het tot stand brengen van deze omgevingsvisie. Tenslotte een vraag van algemene aard: Op pag. 8 wordt Westerveld gekarakteriseerd als agrarische gemeente. Ik heb er al eerder op gewezen dat die term slaat op gemeenten waar meer dan 20% van de bevolking in de landbouw en aanverwante sectoren werkt. Bij ons gaat het om 700 van de 7000 banen en om 300 van de 2000 bedrijven. Natuurlijk is het een feit dat een groot deel van ons grondgebied (ongeveer 1/3) wordt vormgegeven door de landbouw. Verderop worden we een “excellente woongemeente” genoemd en in de loop van het stuk worden meer etiketten geplakt. We hebben dus, logischerwijs vele gezichten, afhankelijk van waar en hoe je woont en werkt en in het leven staat. Vraag: is het zinvol om met deze etiketten te werken ? Antwoord: wij vinden de termen recht doen aan het karakter van onze gemeente en beschouwen deze als een zinvolle toevoeging van onze omgevingsvisie.

Vragen fractie PvdA 1. Hoe staat het wetmatig met de bezwaren van de Raad van State m.b.t. de borging van de inspraak van burgers? Antwoord: de omgevingsvisie brengt geen verandering in de huidige situatie van rechtsbescherming, inspraak, beroep en bezwaar. 2. Invoering: hoe handelt B&W bij uitstel van de wetgeving? Het is te verwachten dat de invoering 1 -07-23 zal worden, omdat 1 januari een onwenselijk moment is voor het doorvoeren/ invoeren van grote wetgevingszaken. Antwoord: het college gaat ervan uit dat hiermee 1 juli 2022 wordt bedoeld. Dat is de datum van inwerkingtreding. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat de wet opnieuw zal worden uitgesteld. 3. Stappenplan hoofdstuk3. 

Als een initiatief past in het bestemmingsplan, dan is er geen verdere toetsing op de omgevingsvisie (dat houdt dus in dat ongewenste ontwikkelingen vanuit de visie nog steeds kunnen?). Dit vraagt dus ook actuele bestemmingsplannen om er sturing op te geven, zoals bij het bestemmingsplan Buitengebied. Antwoord: de omgevingsvisie krijgt haar juridische vertaling in het Omgevingsplan. Dit betekent dat ongewenste ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie niet mogelijk zullen zijn op basis van het Omgevingsplan. Een actueel bestemmings- of Omgevingsplan is inderdaad belangrijk en zou dus de volgende stap zijn, waarbij de Omgevingsvisie als kader geldt.

Bij initiatief vanuit de gemeenschap (stap 3 t/m 5) wordt de zoekvraag vooraf bij de burger gelegd. Pas met een compleet plan wordt de gemeente partner in het proces. Kan dat eerder? De zoektocht van oplossingen kan in participeren alleen maar samen. Dit straalt het stappenplan nog onvoldoende uit en in de visie wordt vooral samen optrekken als kernwaarde gezien. Antwoord: de omgevingsvisie is er niet voor bedoeld om in detail in te gaan over uitvoeringsaspecten.

4. Monitoren hoofdstuk 4 

Het Omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan, maar wat geldt er tot die tijd? Omdat een groot bestemmingsplan geen akkoord heeft gekregen bij de provincie, is een ouder bestemmingsplan vigerend. Antwoord: op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Alle bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen worden op die datum 1-op-1 samengevoegd tot het ‘tijdelijke Omgevingsplan’ en blijven gelden. Tot 2029 heeft de gemeente tijd het tijdelijk Omgevingsplan om te vormen en aan te vullen (o.a. met de gemeentelijke verordeningen en een grote set rijksregels) tot ‘het gemeentelijke Omgevingsplan’). Ook oude bestemmingsplannen gaan op 1 juli 2022 dus over in het tijdelijke Omgevingsplan en blijven bestaan. Ter informatie: het is de Raad van State die bestemmingsplannen toetst bij beroep, niet de provincie.

Voorkeursrecht gronden: Mag dit gezien worden als een milde vorm van het leggen van een voorbereidingsbesluit op een bestemmingsgebied? Welke grenzen zitten daar voor de gemeente aan? Welke garanties en belemmeringen geeft dit voor de eigenaren van die gronden? Antwoord: het vestigen van een voorkeursrecht geeft aan de overheid het eerste recht van koop. Besluit een eigenaar tot verkoop dan moet hij de grond eerst aan de overheid aanbieden en kan dus niet direct de grondmarkt op. De overheid beslist of zij de grond al dan niet wil kopen. Met dit instrument verstevigt de overheid haar positie op de grondmarkt en gaat grondspeculatie tegen.

5. Uitvoeringsagenda hoofdstuk 5 

Kan er geschoven worden in de prioritering? Sommige punten zijn NU een probleem en staan op de middellange termijn, een voorbeeld hiervan zijn de starterswoningen. Antwoord: prioritering is wat ons betreft onderwerp van het debat. Mocht u veel taken naar u toe willen trekken, heeft dat ongetwijfeld grote financiële consequenties.

Hoe leidend wordt deze uitvoeringsagenda? Is het een dynamische planning? Gaan we jaarlijks de te kiezen thema’s opnemen in het beleid van de begroting?

Antwoord: het is inderdaad een dynamische agenda. Of de beoogde koers wordt behaald, wordt periodiek gemonitord in de beleidscyclus (zie 4.2). Ook is het correct dat het uitvoeren van projecten onderdeel zal zijn van de reguliere begrotingscyclus. 

Welke vormen van regie kent de gemeente? In de kolom “rol van gemeente” staat dat zij regisseren en in de laatste kolom dat in een groot aantal gevallen de markt de regie heeft (of wordt bedoeld: het initiatief?). Antwoord: zoals bij een eerdere vraag aangegeven zal de term ‘markt’ worden vervangen door “externe partij” (onze voorkeur) of “externe initiatiefnemer”. Daarmee wordt recht gedaan aan het feit dat het niet alleen commerciële marktpartijen zijn die plannen willen ontwikkelen. Het schema vraagt om nadere duiding van de begrippen rol en regie. Dit zal worden toegevoegd.

Opmerkingen Concept-omgevingsvisie (in vervolg op PAW 31-8) Gebiedskompassen - beekdalen – de waarde is bedrijvig en gastvrij – dit is een merkwaardige waarde, de beekdalen zijn nagenoeg vrij van bewoning en recreatie is op niveau van wandelen, vissen en soms een zwemplek. Gezien de mogelijke waterbergingsfuncties is bouwen in het beekdal afhankelijk van de klimaatopgave Antwoord: de waarde ‘bedrijvig’ slaat op de vaak gunstige productieomstandigheden voor de landbouwsector. Het gastvrije slaat inderdaad op de dagrecreatieve waarde. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie ook de ambitie ‘Een herkenbaar en toekomstgericht Westerveld’ genoemd als koers voor de beekdalen. Voor de beekdalbegrenzing lijkt het alsof het zuidelijk deel van de Oude Vaart niet op de kaart is ingetekend. Op ruimtelijkeplannen.nl staat dit wel duidelijk als bestemming benoemd Antwoord: de begrenzing is gebaseerd op een recente gemeentelijke landschappelijke onderlegger. Wij stellen voor de begrenzing tegen het licht te houden.

4 hoofddorpen beschrijving waarden is alles naast elkaar leggende niet op elkaar afgestemd qua en tekst en inhoud, zo zou de beschrijving van functie van brinken en pleinen (bv Lestergeonplein Vledder) eenduidiger kunnen: functie is ontmoeten! (het leest rommelig, wat voor de ene bedoeld is geldt dat ook voor de andere…) Antwoord: wij stellen voor de beschrijving na te lopen en zal worden nagelopen en waar nodig op elkaar af te stemmen. Havelte: Hunebedden ligging is ten noorden / noordwesten (en niet ten zuiden van Havelte) Antwoord: de beschrijving zal worden aangepast.

Dwingeloo: hotspot voor toerisme (waarom zijn dan de andere hotspots niet benoemd (koloniën)… voorstel is om het woord hotspot ook niet hier te gebruiken, dan geeft dit geen onduidelijkheid over andere hotspots) Antwoord: wij stellen voor de suggestie over te nemen. Vledder: sociale samenhang op verenigingsniveau het sterkst: daar doe je Vledder mee te kort, ze organiseren voorzieningen buurtzorg én eigen zorgcentrum en startersprojecten, dus ook ruimtelijk relevant. (groot zelforganiserend vermogen) Antwoord: wij stellen voor zinssnede in de Omgevingsvisie op blz. 36 aan te passen naar: “in Vledder is de sociale samenhang sterk”

Participatie 

Wanneer kunnen we het traject/notitie participatie verwachten? Welke aspecten zullen hier in grote lijnen naar voren komen? Antwoord: het participatiebeleid – hoe om te gaan met de omgeving bij ruimtelijke initiatieven – is een onderdeel van de Omgevingswet. We streven ernaar dit vóór 1 juli 2022 door de gemeenteraad te laten vaststellen. De gemeenteraad wordt betrokken bij de totstandkoming van dit beleid.

Landschapsbiografie 

Waarom wordt niet gewacht op de behandeling van de landschapsbiografie zodat deze integraal deel kan uitmaken van de omgevingsvisie? Antwoord: zoals ook omschreven op pagina 59 is het op dit moment te vroeg om in te schatten of deze landschapsbiografie – opgesteld door externen – bruikbaar kan zijn voor de omgevingsvisie, zie eerdere beantwoording.

Binnenkort verschijnt ook een landschapsecologische analyse. Zal deze ook nog een rol krijgen in de omgevingsvisie? Antwoord: van deze landschapsecologische analyse hebben wij (nog) geen wetenschap.

Ambities 

In hoeverre worden de genoemde ambities in het stuk nog aangescherpt (smarter gemaakt) en geprioriteerd? Antwoord: De Omgevingsvisie geeft de gemeentelijke koers en ambities, in dialoog met de samenleving worden deze smart gemaakt. Eventuele prioritering en/of aanscherping is wat ons betreft onderwerp van het politieke debat. Diever, 6 september 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=c5f22503-f7b6-4de8-9221-efc8e70f1249