Regels vast te stellen TAM-omgevingsplan Polderweg 1 Nijensleek
Tekst van het document
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek"
Bezoekadres Postadres
Rombou : Jufferenwal 30, 8011 LE Zwolle : Postbus 432, 8000 AK Zwolle
Datum
: 23 april 2026
Status Projectleider Telefoon E-mail
: vastgesteld : E.W. Lamberts : 08 8236 8236 : info@rombou.nl
Inhoudsopgave Regels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1
Begripsbepalingen
5
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
16
Artikel 3
Toepassingsbereik
18
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
19
Artikel 4
Agrarisch-1
19
Artikel 5
Wonen
23
Artikel 6
Waarde - Archeologie 3
29
Hoofdstuk 3
Algemene regels
32
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
32
Artikel 8
Ruimtelijke bouwactiviteiten
33
Artikel 9
Planologische gebruiksactiviteiten
34
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
35
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
36
Hoofdstuk 4
Overgangsrecht
37
Artikel 12
Overgangsrecht
37
Bijlagen
Bijlage 1
Archeologische beleidskaart RAAP
Bijlage 2
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijven
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld
Bijlage 4
Landschappelijke inpassing
Bijlage 5
Ontwerp Staag 3
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Regels Dit plan beoogt herontwikkeling van de voormalige veehouderijlocatie aan de Polderweg 1 in Nijensleek. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. Technisch is het dat niet, maar dat hoeft ook nog niet. Juridisch moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22s van het omgevingsplan van de gemeente Westerveld. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22s' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22s' gelezen worden. Dus: hoofdstuk 1 (Inleidende regels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22s, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies en andere gebiedsaanwijzingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22s, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Algemene regels ten aanzien van activiteiten) moet worden gelezen als hoofdstuk 22s, paragraaf 3; hoofdstuk 4 (Overgangsrecht en slotbepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22s, paragraaf 4 bijlages (bij TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek) moet worden gelezen als bijlage 1 etc. bij hoofdstuk 22s.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1
Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.1
aan huis verbonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
Regels
5
1.2
aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; 1.5
archeologische waarden:
waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. Bij toetsing aan de archeologische waarden zal telkens de Archeologische beleidskaart RAAP-rapport 2021 toetsingskader zijn (Bijlage 1). 1.6
atelier
een werkplaats, in het bijzonder die van een beeldend kunstenaar. 1.7
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken; 1.8
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.9
bed and breakfast:
het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
1.10
bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.11
beeldkwaliteitsplan gemeente Westerveld, vastgesteld 21-09-2010:
Plan dat eisen en aanbevelingen bevat: a. met betrekking tot inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot de karakteristieken en kwaliteiten van een gebied; en b. met betrekking tot stedenbouwkundige en architectonische vorm, massa en (wegen-)structuur van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen; met het oogmerk de kwaliteit van ruimtelijke ontwikkelingen te waarborgen alsmede de wijze waarop deze in hun omgeving worden ingepast, en dat juridisch onderdeel uitmaakt van het ruimtelijk plan waarop het betrekking heeft; 1.12
bestaand:
bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan; 1.13
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14
bijgebouw:
een opzichzelfstaand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.15
boomteelt:
de teelt van boomkwekerijgewassen; 1.16
bosbouw:
het geheel van bedrijfsmatig handelen en van activiteiten gericht op de instandhouding en ontwikkeling van bestaande respectievelijk nieuwe bossen ten behoeve van (de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie;
Regels
7
1.17
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan; 1.20
bouwperceelsgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.21
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22
cultuurgrond:
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden, die hobbymatig in gebruik zijn en niet worden gebruikt ten behoeve van een agrarische bedrijfsvoering; 1.23
cultuurhistorische waarden:
de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.24
dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
1.25
de verbeelding
de geometrische bepaalde planobjecten als verat in het GML-bestand NL.IMRO.1701.509TAMPolderweg1-0002 met bijbehorende regels en eventuele bijlagen; 1.26
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt. 1.27
erf:
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt; 1.28
erker:
een uitbouw van de gevel van het hoofdgebouw en ondergeschikt aan het hoofdgebouw in vorm en uitstraling; 1.29
evenement:
elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 1.30
(extensief) dagrecreatief medegebruik:
een (extensief) dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, de aanleg van een vissteiger of een picknickplaats of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik;
Regels
9
1.31
fruitteelt:
de teelt of het kweken van fruit aan houtige gewassen; 1.32
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33
geomorfologische waarden
de waarden van de gronden vanwege de ontstaansgeschiedenis van de vormen van het aardoppervlak, welke waarden worden bepaald door de herkenbaarheid van de vormen; 1.34
hoofdgebouw:
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.35
houtteelt
de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend zoals die gold op het moment van onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan; 1.36
huishouden:
een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en daar zichzelf voorziet, of door derden wordt voorzien, in dagelijkse levensbehoeften; 1.37
kampeermiddel:
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.38
kampeerterrein:
een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;
10
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
1.39
kap:
een dak met een zekere helling; 1.40
kleinschalig houden van vee:
het houden van ten hoogste 25 groothoevige dieren (zoals paarden/runderen) of 50 kleinhoevige dieren (zoals schapen/geiten) dan wel een combinatie daarvan waarbij nooit meer dan 50 hoevige dieren aanwezig zijn; 1.41
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geen detailhandel zijnde en prostitutie, zoals genoemd in Bijlage 2 bij deze regels; 1.42
kleinschalige duurzame energiewinning:
energie die gewonnen wordt uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, niet zijnde windturbines, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte; 1.43
landschappelijke waarden:
de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap. Bij de afweging van het begrip landschappelijke waarden zal het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld (Bijlage 3) steeds onderdeel van het toetsingskader zijn; 1.44
maatwerkvoorschrift
Met een maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag in individuele gevallen afwijken van algemene regels voor activiteiten. 1.45
mest- en/of organische (bij)productvergisting:
het onder gecontroleerde omstandigheden (volledig afgesloten van lucht) afbreken van organische verbindingen door bacteriën waarbij methaangas vrijkomt; 1.46
mestopslag
een werk of een bouwwerk ten behoeve van de opslag van mest;
Regels
11
1.47
natuurlijke waarden:
de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; 1.48
normaal bosbeheer:
het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bosgebieden; 1.49
normaal natuurbeheer:
het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de natuurgebieden; 1.50
normale onderhoud:
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.51
omgevingsvergunning:
een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Omgevingswet; 1.52
opgaande meerjarige teelt:
de meerjarige teelt van opgaande sierbeplanting als heesters en struiken, het kweken van fruit aan houtige gewassen en naar de aard daarmee gelijk te stellen vormen van opgaande teelt van meerjarige gewassen; 1.53
overkapping:
een bouwwerk voorzien van een plat dak dan wel een kap en met maximaal één wand is uitgevoerd; 1.54
peil:
a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de 12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;perceel: 1.55
perceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.56
perceelsgrens:
een grens van een perceel; 1.57
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie al dan niet in combinatie met de verkoop van streekeigen goederen; 1.58
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding; 1.59
prostitutiebedrijf:
een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie; 1.60
recreatieappartement:
het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid, bedoeld voor verblijfsrecreatie, als onderdeel van een (andere) hoofdfunctie; 1.61
recreatieve bewoning:
de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
Regels
13
1.62
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.63
silo:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van opslagdoeleinden; 1.64
uitbouw:
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.65
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.66
waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, gemalen, inlaten etc; 1.67
weg:
een voor gemotoriseerd verkeer geschikt gemaakte strook grond; 1.68
windmolen:
een bouwwerk ten behoeve van de opwekking van windenergie; 1.69
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, woonwagens niet inbegrepen;
14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
1.70
woonhuis:
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.
Regels
15
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
bebouwingspercentage:
een deel van de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de dakhelling:
langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak (dakhellingregels zijn niet van toepassing op de horizontale gedeelten van afgeknotte daken, de onderste dakvlakken van mansarde kappen en op dakvlakken welke niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen). 2.4
de goothoogte:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij de toepassing van deze bepaling telt een dakoverstek mee, indien het overstek groter is dan 0,7 m dan wel de gezamenlijke oppervlakte van de overstekken groter is dan 4 m2. 16
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
2.7
de oppervlakte van een overkapping:
tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9
de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.10
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.11
ondergeschikte bouwonderdelen:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen, worden ondergeschikte bouwdelen als: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, ingangspartijen, gevel- en kroonlijsten; b. overstekende daken en/of luifels kleiner dan 0,75 m; buiten beschouwing gelaten.
Regels
17
Artikel 3
Toepassingsbereik
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Polderweg 1 Nijensleek, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1701.509TAMPolderweg1-0002 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 4 4.1
Agrarisch-1
Functieomschrijving
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch-1' heeft de volgende functies: a. het agrarisch grondgebruik; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden;het behoud, het herstel en de ontwikkeling van kleine natuur- en landschapselementen; c. doeleinden van natuurontwikkeling en agrarisch natuurbeheer; d. extensief dagrecreatief medegebruik van bestaande infrastructuur en voorzieningen; e. het behoud, het herstel en het realiseren van natuur- en landschapselementen. f.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Agrarisch-1 uitgesloten -houden van vee' is het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren niet toegestaan.
Met daaraan ondergeschikt: g. cultuurgrond; h. nutsvoorzieningen; i.
kleinschalige duurzame energiewinning;
j.
wegen, paden en overige oppervlakteverhardingen;
k. beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen al dan niet mede bestemd voor waterberging; l.
terreinen voor evenementen;
met daarbij behorende: m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Beoordelingsregels
4.2.1 Toepassingsbereik 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden in dit artikel opgenomen beoordelingsregels; 2. Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functies zijn toegevoegd. Regels
19
4.2.2
Algemene regels voor bouwwerken
In afwijking van artikel 22.27 en 22.36 is er in binnen de functie 'Agrarisch-1' geen sprake van erf in de zin van mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen. 4.2.3
Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 4.2.4
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; b. er zullen geen windmolens en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. 4.3
Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken ten behoeve van een goede aansluiting bij het landschappelijk karakteristiek en/of de landschappelijke hoofdstructuur, de woonsituatie en de natuurwaarden, waarbij telkens het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld (Bijlage 3) toetsingskader zal zijn. 4.4
Specifieke functieregels
Tot een verboden gebruik van gronden en bouwwerken met deze functie, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van mestvergisting en naar de aard daarmee gelijk te stellen activiteiten anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor niet-agrarische bedrijvigheid, anders dan bij het wonen toegestane beroepen en bedrijven tenzij de gronden daarvoor specifiek zijn aangeduid dan wel waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c. het opslaan van niet-agrarische producten, auto's, caravans en boten anders dan in gebouwen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel anders 20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; e. het gebruik van gronden ten behoeve van de sierteelt, fruitteelt, boomteelt, houtteelt, of overige opgaande meerjarige teeltvormen hoger dan 1,50 m, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; f.
het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijbak met de daarbijbehorende bouwwerken, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend;
g. het gebruik van gronden voor het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van bosaanplant, met een aaneengesloten oppervlakte van meer dan 1,00 ha. 4.5
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Vergunningsplichtige werken en werkzaamheden
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het kappen en/of rooien en/of vellen van bomen en/of houtgewas, niet zijnde bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische teelt; b. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van bosaanplant, mits de aaneengesloten oppervlakte ten hoogste één ha bedraagt; c. het afgraven en/of ophogen van gronden; d. het dempen en/of graven van sloten, poelen (diameter > 10 m) en/of andere watergangen en/of -partijen; e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik; f.
het aanleggen en/of verharden van paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van het aanleggen en/of verharden van wegen ter ontsluiting van agrarische percelen, kuilvoerplaten en sleufsilo's;
g. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen; h. de aanleg van boswallen, groenstroken of andere landschapselementen, al dan niet ten behoeve van de landschappelijke inpassing van bouwwerken of andere werken.
Regels
21
4.5.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.5.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden en de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden, het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld (Bijlage 3). De in lid 4.5.1 onder a, voorzover het houtwallen betreft, en d, voorzover het betreft het dempen, genoemde vergunningen, kunnen voorts slechts worden verleend indien er zódanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur niet onevenredig wordt geschaad.
22
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Artikel 5 5.1
Wonen
Functieomschrijving
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies: a. woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep, atelier, kleinschalige bedrijfsmatige activiteit en/of kinderopvang, zoals genoemd in Bijlage 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ontsluiting' zijn ontsluitingswegen toegestaan; met daaraan ondergeschikt: c. kleinschalige duurzame energiewinning; d. water; met de daarbijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f.
erven, tuinen en paden.
5.2
Beoordelingsregels
Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functies zijn toegevoegd. 5.2.1 Toepassingsbereik 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in dit artikel opgenomen beoordelingsregels; 2. Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functies zijn toegevoegd. 5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. per locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' zal ten hoogste één woonhuis worden gebouwd; c. de afstand van een bestaande hoofdgebouw ten opzichte van de openbare weg zal ten minste gelijk zijn aan de afstand zoals die was op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit plan; Regels
23
d. de oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 150 m² bedragen; e. de goothoogte van een hoofdgebouw zal, behalve bij wolfseinden, ten hoogste 3,50 m bedragen; f.
de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 9,00 m bedragen;
g. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 25° bedragen; h. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedragen; i.
in afwijking van het bepaalde on der d t/m h geldt dat afwijkingen in maten en afmetingen, zoals die was op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit plan, gehandhaafd mogen worden.
5.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd; b. In afwijking van het bepaalde onder a moeten ter plaatse van de bouwaanduiding 'afwijkende positie bijgebouw' aangebouwde bijgebouwen voor de voorgevel worden gebouwd conform het als Bijlage 5 toegevoegde ontwerp van Staag; c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, de bijgebouwen en de overkappingen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 75% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen, tenzij en voor zover de oppervlakte van het hoofdgebouw de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gezamenlijk niet groter wordt dan 250 m²; d. de goothoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping zal ten hoogste 3,50 m bedragen; e. de bouwhoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; f.
de dakhelling van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping zal ten hoogste 60° bedragen.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 2,00 m zal bedragen; a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten 24
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
hoogste 5,00 m bedragen. 5.3
Specifieke beoordelingsregels
a. In afwijking van de beoordelingsregels zoals opgenomen zoals in lid 5.2.3 onder c kan de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw worden vergroot ten behoeve van de vervanging van landschapsontsierende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, mits: 1. bij vervanging boven 100 m² ten hoogste 50% van de gesaneerde oppervlakte wordt teruggebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 250 m²; 2. met de vervanging de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw ten hoogste 350 m² zal bedragen; 3. de vervanging bijdraagt aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 4. een onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. b. In afwijking van de beoordelingsregels zoals opgenomen in lid 2.2.3 onder e kan de bouwhoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping minder dan 1,00 m lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedragen, mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast, indien dit vanuit de cultuurhistorische waarden van de bebouwing wenselijk is; 2. de bouwhoogte van een aan-, uit- of bijgebouw of overkapping ten hoogste de bouwhoogte van het hoofdgebouw zal bedragen; 3.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4
Specifieke functieregels
Tot een verboden gebruik van gronden en bouwwerken met deze functie, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gedeelten van een hoofdgebouw, een aan- of uitbouw of een bijgebouw bij het hoofdgebouw voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, indien: 1. het beroep of het bedrijf niet wordt uitgeoefend door één van de bewoners van het woonhuis, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam Regels
25
mag zijn; 2. de beroeps- of bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw, de aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een maximum van 100 m²; 3. parkeren niet op eigen erf plaatsvindt; 4. detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel; b. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; c. het gebruik van een woonhuis voor kinderopvang waarbij meer dan zes kinderen, inclusief de eigen kinderen, worden opgevangen; d. het gebruik van een woonhuis voor meer dan één woning e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een zorgfunctie; f.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan productiegebonden detailhandel;
g. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden; h. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardrijbak met de daarbijbehorende bouwwerken, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; i.
het gebruik van gronden en bouwwerken voor de in lid 5.1 onder a specifiek aangeduide bedrijvigheid indien de gezamenlijke vloeroppervlakte meer dan 100 m² bedraagt, tenzij de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande gezamenlijke oppervlakte geldt;
j.
het gebruik van bouwwerken ten behoeve van het kleinschalig houden van vee, indien de gezamenlijke oppervlakte groter is dan 50 m².
5.4.1
Voorwaardelijke verplichtingen
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken, is slechts toegestaan indien de benodigde landschappelijke inpassing van de gronden wordt gerealiseerd: a. overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 4 bij de regels); b. de landschappelijke inpassing duurzaam in stand wordt gehouden. 5.5
Omgevingsplanactiviteit
a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, te gebruiken voor kinderopvang voor meer dan zes kinderen. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: 1. de gebruiksoppervlakte ten hoogste 100 m² en ten hoogste 1/3 deel van het 26
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
woonhuis, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, zal bedragen; 2. de kinderopvang plaatsvindt binnen het woonhuis, een aan- of uitbouw of een aangebouwd bijgebouw; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 5. de gezamenlijke oppervlakte die bij een woonhuis wordt gebruikt ten behoeve van nevenfuncties ten hoogste 100 m² bedraagt; 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; b. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, te gebruiken ten behoeve van een zorgfunctie. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: 1. de gebruiksoppervlakte ten hoogste 100 m² en ten hoogste 1/3 deel van het woonhuis, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, zal bedragen; 2. de zorgfunctie plaatsvindt binnen het woonhuis, een aan- of uitbouw of een aangebouwd bijgebouw; 3. parkeren op eigen erf plaatsvindt; 4. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 5.
de gezamenlijke oppervlakte die bij een woonhuis wordt gebruikt ten behoeve van nevenfuncties ten hoogste 100 m² bedraagt; 6. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten, te gebruiken voor logiesverstrekking ten behoeve van recreatieve bewoning in de vorm van bed and breakfast. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: Regels
27
1. de logiesverstrekking plaatsvindt binnen het woonhuis, een aan- of uitbouw of een bijgebouw. Er wordt uitgegaan van een bestaande entree (deur); 2. de gebruiksoppervlakte ten hoogste 100 m² en ten hoogste 1/3 deel van het woonhuis, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen, zal bedragen; 3. er maximaal drie kamers met in totaal 10 slaapplaatsen gerealiseerd worden; 4. er geen keukenblok in de kamers wordt gemaakt; 5. er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; 6. de gezamenlijke oppervlakte die bij een woonhuis wordt gebruikt ten behoeve van nevenfuncties ten hoogste 100 m² bedraagt; 7. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
28
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie 3
Gebiedsomschrijving
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' is, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor: a. het behoud van de archeologische waarden. 6.2
Beoordelingsregels
6.2.1
Bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1000 m2
Ongeacht elders bepaald in dit omgevingsplan mogen op of in deze gronden geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,30 m -Mv wordt geroerd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bestaande oppervlakte met ten hoogste 1000 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 1000 m² ten behoeve van andere daar voorkomende functies. 6.3
Specifieke beoordelingsregels
In afwijking van het bepaalde in lid 6.2.1 kan de omgevingsvergunning worden verleend, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de bouw van een bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; d. middels verleende vergunningen, rekeningen van uitgevoerd werk en dergelijke aangetoond wordt dat de bodem reeds eerder dieper geroerd is dan 0,30 m -Mv. Indien aan de afwijking voorwaarden worden verbonden, wordt een archeologisch Regels
29
deskundige om advies gevraagd. 6.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk
zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden voorkomende functies een omgevingsvergunning vereist: a. het ontginnen, egaliseren van natuurlijk reliëf of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking; b. het afgraven, mengwoelen, diepploegen of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking dieper dan 0,3 m; c. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte bodemstructuur (woelen), dieper dan 10 cm onder de bouwvoor; d. het graven of vergraven van waterlopen; e. het graven van sleuven breder dan 0,3 m en dieper dan 1,00 m ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; f.
het aanplanten van bomen of een houtig gewas voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 30 cm zal worden geroerd;
g. het permanent verlagen van het waterpeil. 6.4.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die: a. het normale onderhoud, het normaal agrarisch gebruik, waaronder drainage, of het normaal bos- of natuurbeheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingsvergunning; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. 6.4.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is 30
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig wordt geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de bouw van een bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; d. middels verleende vergunningen, rekeningen van uitgevoerd werk en dergelijke aangetoond wordt dat de bodem reeds eerder dieper geroerd is dan 0,30 m -Mv. Indien aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd.
Regels
31
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
32
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Artikel 8
Ruimtelijke bouwactiviteiten
De bouwgrenzen zoals aangegeven in de Hoofdstuk 2 bedoelde functies en gebiedsaanwijzingen mogen uitsluitend worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, serres, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,50 m; b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,00 m.
Regels
33
Artikel 9 9.1
Planologische gebruiksactiviteiten
Strijdig gebruik
Met oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hieronder wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij het gronden betreft waar een kampeerterrein voor klein kamperen is toegestaan; b. gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een prostitutiebedrijf; d. het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; e. het storten van puin en afvalstoffen; f.
de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaarof vliegtuigen;
g. het gebruik van de gronden voor het plaatsen en/of aanbrengen van niet-perceelsgebonden handelsreclame en of reclame voor ideële doeleinden of overtuigingen. h. het gebruik van gronden en bouwwerken op een wijze, waar door middel van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor die Natura 2000-gebieden de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in die gebieden kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor die gebieden zijn aangewezen.
34
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven afmetingen en percentages, met uitzondering van de oppervlakte- en inhoudsmaten, tot ten hoogste 10% van die afmetingen en percentages; b. de beoordelingsregels ten aanzien van het bouwen van gebouwen en overkappingen in die zin dat ten behoeve van het kleinschalig kamperen, gebouwtjes, waaronder overkappingen, ten behoeve van sanitaire voorzieningen voor de eigen gasten worden gebouwd, mits: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen per kampeerterrein ten hoogste 50 m² zal bedragen; 2. de goothoogte van een gebouw of een overkapping ten hoogste 3,00 m zal bedragen; 3. de dakhelling van een gebouw of een overkapping ten minste 15º zal bedragen; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. beoordelingsregels ten aanzien van de maximale gevellengte van bedrijfsgebouwen in die zin dat de maximale gevellengte wordt vergroot tot ten hoogste 150 m, mits: 1. de gevel uitgevoerd wordt met een verspringing of een geleding waardoor het beeld van een lange gevel wordt doorbroken; 2.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de landschappelijke waarden, het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld (Bijlage 3) en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Regels
35
Artikel 11 11.1
Algemene aanduidingsregels
Aanduidingsomschrijving
De voor 'vrijwaringszone - laagvliegroute' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplanting vanwege een laagvliegroute. 11.2
Beoordelingsregels
11.2.1 Toepassingsbereik 1. In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden in dit artikel opgenomen beoordelingsregels; 2. Deze beoordelingsregels zijn eveneens van toepassing voor functies die na afwijken van de gebruiksregels binnen de functies zijn toegevoegd. 11.2.2 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de ter plaatse voorkomende functie geldt ten aanzien van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende regel: de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 40 m bedragen. 11.3
Milieuzone - spuitvrije zone
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik maken van gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen niet toegestaan.
36
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Hoofdstuk 4 Overgangsrecht Artikel 12 12.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheeld worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. het bevoegd gezag kan eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van het plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. het is verboden het met het TAM-omgevingsplan verboden gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang word verkleind. c. indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Regels
37
Bijlagen
38
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Bijlage 1 Archeologische beleidskaart RAAP
Regels
39
206
207
208
209
210
211
212
213
214
215
216
217
218
219
220
221
222
223
224
226
225
227
228
Archeologische beleidsadvieskaart Gemeente Westerveld
549
549
205
217500
218000
218500
217500
218000
218500
540500
540500
546
546
547
547
541000
541000
548
548
2009
541500
541500
RAAP-rapport 2021, kaartbijlage 3, versie 2.0
545
545
14235
221000
221500
220500
221000
221500
212000
212500
213000
212000
212500
213000
542
542
539000
539000
543
543
544
544
539500
539500
220500
14239
15297
Wapse
538500
538500
348
14404
14478 Vledder 14240 541
541
Diever 14464
539
539
532500
532500
540
540
14244
14463 Dwingeloo
14423
538
531500
531500
537
537
532000
538
14481
532000
14482
9538
536
536
9575
214500
215000
215500
214500
215000
215500
535
535
14296
14259
534500
534500
9514
534
534
Uffelte
533
533
534000
534000
8603
14264
532
532
Havelte
533500
533500
14268
14486
Archeologische beleidsadvieskaart Gemeente Westerveld legenda
210500
211000
Bij ingrepen > 1000 m² verkennend booronderzoek (6 boringen per ha), zo nodig karterend onderzoek
hoge of middelhoge verwachting, waarschijnlijk verstoord
Bij ingrepen > 1000 m² controlerend verkennend onderzoek (3 boringen per ha)
210000
210500
211000
542000
eerste fase archeologisch onderzoek
hoge of middelhoge verwachting
Bij ingrepen > 1000 m² verkennend onderzoek (6 boringen per ha) bij ingrepen dieper dan 1,5 –Mv, zo nodig karterend onderzoek
hoge verwachting (dekzandkoppen in beekdal)
Bij ingrepen > 1000 m² verkennend booronderzoek (6 boringen per ha), zo nodig karterend booronderzoek (20 megaboringen per ha)
onbekende verwachting (bebouwing)
Bij ingrepen > 1000 m² extrapoleren vanuit de omringende verwachtingwaarden en bij hoge/middelhoge verwachting zie hierboven en bij lage verwachting geen onderzoek vereist
hoge verwachting (essen)
Verkennend en karterend proefsleuvenonderzoek
hoge verwachting (beekdal)
Archeologische begeleiding (protocol opgraving) of bij concrete aanwijzingen voor structuren: proefsleuvenonderzoek
hoge verwachting (beekdal), waarschijnlijk verstoord
Controlerend verkennend onderzoek (3 boringen per ha), zo nodig archeologische begeleiding (protocol opgraving) of veldinspectie na uitvoering bodemingrepen
middelhoge verwachting (beekdal)
Veldinspectie na uitvoering bodemingrepen
middelhoge verwachting (beekdal), waarschijnlijk verstoord
Controlerend verkennend onderzoek (3 boringen per ha), zo nodig veldinspectie na uitvoering bodemingrepen
lage verwachting
Geen onderzoek vereist
lage verwachting, waarschijnlijk verstoord
Geen onderzoek vereist
541500
541500
530
hoge verwachting (dikke stuifzanden)
542000
verwachting
530
210000 531
531
RAAP-rapport 2021, kaartbijlage 3, schaal 1:25.000, uitsnedes 1:10.000, versie 2.0
terrein van archeologische waarde
Waarderend onderzoek, via gemeente contact opnemen met provinciaal archeoloog
terrein van hoge archeologische waarde
Behoud in situ, indien niet mogelijk opgraven; vrijstelling bij ingrepen < 70m² in de historische kernen
terrein van zeer hoge archeologische waarde
Behoud in situ, indien niet mogelijk opgraven; vrijstelling bij ingrepen < 70m² in de historische kernen
terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
Behoud in situ, bij ingrepen via gemeente contact opnemen met Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
bufferzone AMK-terreinen
Bij ingrepen via de gemeente contact opnemen met de provinciaal archeoloog
Havelterberg, Hesselte (oud-Darp), Celtic fields, grafheuvelgebieden, essen, beekdalen
Provinciaal belang archeologie, bij ingrepen via gemeente contact opnemen met provinciaal archeoloog
archeologisch onderzocht terrein
Vrijgeven, geen onderzoek nodig
cultuurhistorisch object
Historisch bronnenonderzoek, zonodig verkennend en karterend onderzoek
541000
(Verkennend), karterend en waarderend booronderzoek
541000
depressies/laagtes, al dan niet gevuld met organisch materiaal
528
528
529
529
bijzondere terreinen en gebieden
overig nummer Cultuurhistorisch object
8602 monumentnummer 0
500 m
Wvabk.wor TP/270110
205
206
207
208
209
210
211
212
213
214
215
216
grens plangebied
1000
2009
1:25.000 217
218
219
220
221
222
223
224
225
226
227
228
Bijlage 2 Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijven
Regels
41
Categorale bedrijvenlijst SBI
OMSCHRIJVING
AFSTANDEN
INDICES
GEUR
STOF
GELUID
GEVAAR
VERKEER
VISUEEL
GROOTSTE AFSTAND
CAT OPM.
221
Uitgeverijen (kantoren)
0
0
10
0
1
1
10
1
2223
Grafische afwerking
10
0
10
0
1
1
10
1
223
Reproduktiebedrijven opgenomen media
10
0
10
0
1
1
10
1
5020.4
Autobeklederijen
10
10
10
10
1
1
10
1
527
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
10
0
10
10
1
1
10
1
61, 62
Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)
0
0
10
0
2
1
10
1
6322, 6323
Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)
0
0
10
0
2
1
10
1
633
Reisorganisaties
0
0
10
0
1
1
10
1
634
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
0
0
10
0
1
1
10
1
642
Telecommunicatiebedrijven
0
0
10
0
1
1
10
1
70
Verhuur van en handel in onroerend goed
0
0
10
0
1
1
10
1
72
Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.
0
0
10
0
1
1
10
1
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
0
0
10
0
1
1
10
1
74
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren
0
0
10
0
1
1
10
1
7484.4
Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
0
0
10
0
2
1
10
1
8512, 8513
Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
10
0
10
0
2
1
10
1
8514, 8515
Consultatiebureaus
0
0
10
0
1
1
0
1
9302
Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten
0
0
10
0
1
1
10
1
9305
Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
0
0
10
0
1
1
10
1
1
C
C
D
D
D
Verklaring Verklaring - . .. : niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan >= groter dan of gelijk aan cat. categorie en dergelijke
kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o.
: klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak
v.c. u d w j
: verwerkingscapaciteit uur dag week jaar
B C D L Z
: bodemverontreiniging continue divers luchtverontreiniging zonering
44
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Polderweg 1 Nijensleek
Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld
Regels
45
t ce p
t ce p co n
co n Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld 15 januari 2010
GASFABRIEK MEPPEL
GEMEENTE WESTERVELD
BUREAU B+O ARCHITECTEN B.V.
Vergroot de liefde! B+O geeft liefde en passie in ruil voor schoonheid en blijvende herinneringen!
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld 15 januari 2010
blz. 5 | Inhoudsopgave
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Inhoudsopgave 00
Voorwoord
01
Inleiding
02
Criteria
03
Beoordeling
04
Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan
04
Algemeen over boerenerven
05
Algemeen streek eigen groen
06
Algemene typologieën bebouwing en landschap
06
6 landschapstypen in de gemeente Westerveld
07
Essen landschap
08
Wegdorpen landschap
09
Ontginningskolonie landschap
10
Heideontginnings landchap
11
Veldgronden landschap
12
Beekdalen landschap
13
Uitwerking bestemmingsplan
14
Colofon
15
Beeldverantwoording
blz. 7 | Voorwoord
ESDORP
WEGDORPEN
ONTGINNINGSKOLONIE
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Dit beeldkwaliteitplan is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de gemeente Westerveld, Bureau B+O Architecten B.V. uit Meppel en Buro Greet Bierema uit Nijeholtpade. Een serie workshops is voedingsbodem geweest om dit beeldkwaliteitplan te schrijven vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit die de gemeente Westerveld bezit én kan ontwikkelen in de komende jaren. Dit document bevat de spelregels waaraan de nieuwe of vernieuwde bebouwing van particulieren en ondernemers zal moeten voldoen. Het BKP dient in de eerste plaats als toetsingskader, maar tevens als inspiratiebron. Middels een aantal voorbeelden zullen de lezers van dit document geïnspireerd raken om, binnen de aangegeven kaders en met inachtneming van de aanbevelingen, creatief om te gaan met bebouwing, erven en omgeving. Dit beeldkwaliteitplan is geen keurslijf, maar een hulpmiddel om met elkaar te streven naar een gemeenschappelijk doel te verwezenlijken, namelijk het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Westerveld. Het is altijd mogelijk om af te wijken van de beschreven kenmerken, mits goed onderbouwd en passend in de omgeving. Passend kan in sommige gevallen ook juist niet-passend zijn.
VELDONTGINNING
Gemeente Westerveld Wethouder De heer E. van Schelven
VELDGRONDEN
BEEKDAL
VOORWOORD
Beeldkwaliteitsbeleid Gemeente Westerveld
blz. 2 | Colofon
blz. 9 | Inleiding
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Inleiding Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door verschillen in bodem, waterhuishouding etc., maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen identiteit en samenhang. Het onderscheid tussen de diverse landschappen is sterk afgenomen door menselijke activiteiten, vooral na de tweede wereldoorlog. Hierbij valt te denken aan het kappen van bomen en een meer algemene wijze van bouwen. De gemeente streeft naar het versterken van het onderscheid tussen de diverse landschappen door middel van de kadernota buitengebied, het bestemmingsplan buitengebied, het beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota. Ze wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt daarom met nadruk gewezen op een goede landschappelijke inpassing. In de welstandsnota ontbreken wettelijke toetsingscriteria om te zorgen dat er rekening wordt gehouden met de landschappelijke morfologische beeldkwaliteit. Daarom ligt voor u dit beeldkwaliteitplan voor het buitengebied van de gemeente Westerveld.
Dit plan is bedoeld als inspiratiebron voor initiatiefnemers die een bouwaanvraag of een aanlegvergunning willen indienen. Het is tevens het toestingskader voor de gemeenteambtenaren. Dit beeldkwaliteitsplan gaat over zowel de kenmerken en essenties van de 6 verschillende landschapstypen als de verschillen in bebouwingstypologieen binnen de gemeente Westerveld.
INLEIDING
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 10 | Inleiding
blz. 11 | Criteria
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Gebiedsindeling
Criteria
De gebiedsindeling in dit beeldkwaliteitplan volgt inhoudelijk die uit de kadernota buitengebied 2006 Westerveld. De volgorde van de beschreven gebieden is in dit rapport geënt op de diverse landschappen. In het beeldkwaleitsplan is de volgorde iets anders. Hierin wordt uitgegaan van de gemiddelde ouderdom van de landschappen. Zo wordt er begonnen bij het essenlandschap en geëindigd bij het beekdallandschap. Het wegdorpenlandschap volgt op het essen landschap. De drie overige landschappen hebben een relatie met de ontwikkelingen in het heideontginningslandschap. Ieder type landschap heeft in dit beeldkwaliteitsplan een eigen kleur meegekregen, zodat in dit rapport sneller de verschillen duidelijk worden. Bij ieder type landschap is om die reden de morfologie, de typologie en matrix van bebouwing, inspiratiebeelden bebouwing, een matrix van beplanting en de inspiratiebeelden van beplanting toegevoegd. Zo worden de verschillen nog een keer zichtbaar gemaakt.
De criteria voor het indienen van een bouwaanvraag zijn kort en bondig te omschrijven:
INLEIDING
• Aanleveren van de gewenste stukken op basis het besluit indiensvereisten aanvraag bouwvergunning. • Tevens vindt de beoordeling door de gemeente plaats op basis van kader nota 2006, bestemmingsplan 2008, welstandsnota 2008 en het beeldkwaliteitsplan buitengebied gemeente Westerveld 2009.
CRITERIA
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 12 | Beoordeling
Beoordeling • De beoordeling van elk ingediend plan vindt plaats door middel van controle van de ingediende stukken door de gemeente. • Toetsing op basis van in welk landschapstype ligt het voorgenomen initiatief. Hoe ziet de directe omgeving er uit, wat mag er op basis van de bestemmingsplan voorschriften, wat geeft het beeldkwaliteitsplan middels haar specfieke criteria aan en tenslotte toetsing op basis van de thans voorliggende welstandsnota. Hierbij is de landschappelijke inrichting belangrijker dan de tuininrichting en de bebouwing ondergeschikt aan het globale landschap(splan). Hoe vindt de toetsing uiteindelijk plaats op basis van het beeldkwaliteitsplan? In eerste instantie wordt gekeken naar de volledigheid van de ingezonden stukken. Bij nieuwbouw, uitbreiding of aanleg komt elke indiener met een bestaande morfologische tekening van de omgeving en een tekening waarbij het initiatief verwerkt is in de morfologie. Op deze manier kan de welstandscommissie haar oordeel geven of het initiatief morfologisch goed is ingepast. Vervolgens dient er door de indiener een uitspraak gedaan te zijn over de keuze van de bouwvolumes dan wel beplanting. Ook hier kijkt de welstandscommissie of er voor de gewenste typologie is gekozen. Hierna wordt op basis van de matrix getoetst of de gewenste materialen en kleuren worden toegepast.