Rapport Energietransitie in het Westerveldse landschap
Tekst van het document
Advies
Energietransitie in het Westerveldse landschap Een advies vanuit landschappelijk oogpunt over geschikte en ongeschikte plekken in de gemeente Westerveld voor energieopwekking met zon en wind. Zwolle, 04 maart 2021
Colofon Titel Energietransitie in het Westerveldse landschap
Opdrachtgever Gemeente Westerveld Ronald Nijhoff
Projectteam Jan ten Tije, projectleider Mascha van Damme, architectuurhistoricus Ingrid Nij Bijvank van Herel, landschapsarchitect Ruben Potgieter, stedenbouwkundige
Beeldmateriaal Het Oversticht, tenzij anders vermeld
Contactgegevens Ingrid Nij Bijvank van Herel Ingrid.vanherel@hetoversticht.nl 06 46718001
Datum 04 maart 2021
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle 038 – 421 32 57 www.hetoversticht.nl 2
Afb. 1
Doldersum natuurzone beekdal
3
Inhoudsopgave 1 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 1.1 Vraag .
.
1.2 Aanpak .
. .
. .
. .
.
.
.
.
. .
. .
. .
.
.
.
.
. .
. .
. .
.
.
.
.
. .
. .
. .
.
.
.
.
. .
. .
. .
. .
5 . 6
2 Landschap als motor van de energietransitie . . . . . . . . . 9 2.1 De kenmerken en waarden van het landschap . . . . . . . . . . . . 10 2.2 Historie geeft inspiratie voor de toekomst . . . . . . . . . . . . . 2.3 Principes en bouwstenen landschap .
3 Varianten
.
.
.
.
.
.
.
3.1 Varianten in overzicht .
.
.
. .
. .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
. .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
. .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
14
.
. 20
.
23 .
31
4 Samenvatting en advies . . . . . . . . . . . . . . . . 35
4
1 Inleiding De gemeente Westerveld wil bijdragen aan de energietransitie en heeft de ambitie om, als bijdrage aan de concept RES-Drenthe, het mogelijk te maken dat in de gemeente 75.000 MWh per jaar aan elektriciteit wordt opgewekt. Daarbij heeft het de voorkeur en is de inzet om een aanzienlijk deel van deze energie op te wekken door middel van PV-panelen op daken. Daarnaast blijft er nog een resterende hoeveelheid op te wekken over van jaarlijks circa 28.000 MWh *. Die opwekcapaciteit zal op het land moeten worden gerealiseerd, met de technieken zonne- en/of windenergie Er is nog geen keuze gemaakt tussen zonne- of windenergie. Deze vraag wil het college samen met de inwoners, belanghebbenden en gemeenteraad verder uitwerken richting de RES-Drenthe 1.0.
1.1 Vraag De gemeente heeft Het Oversticht gevraagd om een advies over waar, hoe en onder welke randvoorwaarden
Motie zon op landbouwgrond Provinciale Staten Drenthe
(grootschalige) energieopwekking met zon en/of wind in de gemeente Westerveld kan worden gerealiseerd, met zo
In de zomer van 2020 hebben Provinciale Staten van
weinig mogelijk negatieve landschappelijke impact. Naast
Drenthe een motie aangenomen waarmee zij aangeven
dat zij wil weten waar de RES-technieken zon en wind
dat zij het aantal zonneparken op de grond zo klein
mogelijk inpasbaar zijn, wil zij ook graag advies over waar
mogelijk willen houden. In het najaar van 2020 is deze
dat juist niet het geval is en waarom niet.
motie door Gedeputeerde Staten verder uitgewerkt. De provincie heeft met de Drentse gemeenten afgesproken
Onze visie, energie is van alle tijden
dat op maximaal 600 hectare zonnepanelen op land mag
Veranderingen van het landschap is emotie. Het gaat daar-
is onder meer dat grond beschikbaar moet blijven voor
bij om oud en nieuw. Om kwaliteit en leefbaarheid. Om
landbouwdoeleinden. Ongeacht de technieken, wordt het
vroeger, nu en later. Vasthouden en loslaten. Herinneren,
mogelijk gemaakt om de ambitie van de RES te realiseren.
voorstellen en voorstelbaar maken. Het landschap is
Omdat de gemeente Westerveld nog geen definitieve
voortdurend in ontwikkeling en onderhevig aan verande-
keuze heeft gemaakt over de techniek van hernieuwbare
ringen. Zeker de laatste eeuw, door groeiende bevolking,
energieopwekking (wind en/of zon) en de mate waarin zij
veranderende economie en nieuwe functies. We kennen
daarvoor ruimte in de gemeente beschikbaar wil stellen,
worden gerealiseerd. De achterliggende gedachte hiervan
allemaal de schrale heidevelden, historische boerderijen,
heeft deze motie geen directe consequentie voor de
* Aanvankelijk zijn wij bij de uitvoering van dit onderzoek op basis van de
veenafgravingen en historische molens als relicten van
gemeente Westerveld.
concept RES-Drenthe in 2020 uitgegaan van een ambitie voor opwek op land
landbouwsystemen en energielandschappen uit vroegere
van 43.000 MWh per jaar. Omdat PV-panelen tegenwoordig en in de toekomst
perioden. Deze oude landschappen vertellen verhalen
per oppervlakte-eenheid meer elektriciteit opleveren en daardoor meer energie
van mensen die er werken en wonen. Het maakt zichtbaar
op daken kan worden opgewekt, heeft het college van B&W van de gemeente
waar we vandaan komen en wat de cultuur is.
Westerveld begin 2021 de ambitie voor opwek op land naar beneden bijgesteld
De cultuurhistorische waarde van ons landschap is
tot 28.0000 MWh per jaar. Hierop hebben wij de varianten aangepast in deze
daarom belangrijk voor ons en onze kinderen. Herkenbare
rapportage.
verhaallijnen geven mogelijk duiding waar je wel of juist niet iets wilt in je leefomgeving.
5
1.2 Aanpak
Gesprekken in het veld
meer door klimaatveranderingen en het veranderende
Om te komen tot dit advies hebben wij – met de focus op
In januari 2020 heeft de gemeente Westerveld gesprekken
landbouw- en voedselsysteem, is het landschap veran-
landschap - een verkenning en analyse uitgevoerd en in
gevoerd met inwoners over duurzame energieopwekking
derd. Natuurwaarden zijn onder druk komen te staan
wisselende samenstellingen gesproken met verschillende
in de gemeente. Daarnaast hebben wij in oktober en
en landbouw, natuur en watersystemen zijn minder met
vertegenwoordigers van de gemeente (opdrachtgever),
november 2020 (digitale) bijeenkomsten georganiseerd
elkaar verbonden dan voorheen. De laatste jaren is er
provincie, waterschap, terreinbeherende organisaties,
met bestuurders en medewerkers van de gemeente
aandacht voor herstel van waarden en samenhang. Meer
belangenbehartigers en maatschappelijke organisaties.
Westerveld, de werkgroep Regionaal Landschap Drents-
Naast cultuur en identiteit zijn natuur, water, voedsel en veilige plekken om te wonen van levensbelang. Onder
lokaal en regionaal opgepakt.
Fries Grensstreek en de Natuur en Milieu Federatie Hierdoor hebben wij de vraag van de gemeente scher-
Drenthe. Ook tijdens deze bijeenkomsten hebben wij aan-
Tenslotte is er de energietransitie. Van centraal buiten
per gekregen, relevante informatie en aandachtpunten
dachtspunten en wensen geïnventariseerd.
het gebied opgewekte energie, die via ondergrondse
verzameld over beleid, specifieke thema’s, kenmerken en
infrastructuur naar de afnemers wordt gebracht, gaan
karakteristieken van het landschap, standpunten en – op
we naar decentraal regionaal in de gebieden opwekte
basis van eerdere bijeenkomsten – inzicht gekregen in de
energie (verbonden met het energienetwerk eromheen).
opvattingen en meningen van inwoners van Westerveld.
Een integrale en regionale aanpak helpt, niet alleen voor
-
Gemeente (21 oktober 2020, 9 november en 12 november)
-
Regionale werkgroep Landschap (22 oktober 2020)
-
Natuur en Milieu Federatie Drenthe (28 oktober 2020)
-
Provincie Drenthe – Cultuurhistorie en Ruimte (28
de energietransitie, maar ook voor andere opgaven, zoals
Op basis van de verkenning en analyse op verschillende
hierboven genoemd. Het landschap is daarbij het resul-
schaalniveaus geven wij advies over in welke
taat. Een resultaat waar we trots op willen zijn en dat we
gebieden, met welke maat en schaal en onder welke
-
LTO (3 november 2020)
willen doorgeven aan volgende generaties. Energie is van
randvoorwaarden, zonnevelden en/of windmolens op
-
Waterschap (3 november 2020)
alle tijden.
een landschappelijk verantwoorde wijze kunnen worden
oktober 2020)
geplaatst. Ook geven wij aan waar volgens ons vanuit Bij Het Oversticht staat het belang van de kwaliteit van de
landschappelijk oogpunt de plaatsing van zonnevelden of
leefomgeving op de eerste plaats. Het gaat daarbij onder
windmolens onwenselijk is.
andere over landschap, erfgoed en leefbaarheid. Wij zijn dan ook erg blij bij te mogen dragen een waardevol toekomstbestendig Westervelds landschap.
6
Als hulpmiddel voor latere besluitvorming stellen wij een aantal varianten voor met zonne- en windenergie,
Twee sporen
waarmee de gemeente Westerveld haar ambitie voor
In dit advies komen twee sporen bij elkaar. Het spoor van
duurzame energie-opwekking op een landschappelijk
de kwantitatieve beoordeling, dat gaat over de omvang en
verantwoorde wijze kan invullen.
energieopbrengsten van zonnevelden en windmolens, en het spoor van de kwalitatieve beoordeling, met nadruk op
Wij hebben vijf criteria geformuleerd waarmee we
de landschappelijke effecten en kansen en bedreigingen
verschillende – qua energieopbrengst vergelijkbare - vari-
in dat opzicht.
anten voor duurzame energieopwekking onderling met elkaar hebben vergeleken (kwalitatief en relatief). Deze criteria hebben wij vanuit de gesprekken en de beleidsdo-
Beschouwde technieken
cumenten geformuleerd: De RES gaat uit van opwekking van elektriciteit uit zon en -
Impact op landschap (positief/negatief)
wind. Voor deze analyse hebben wij een aantal verschil-
-
Claim (goede) agrarische grond
lende mogelijke technieken in beschouwing genomen:
-
Versterking van (natuurlijke) watersystemen
-
Kansen voor verdienmodel / waardecreatie lokaal
-
Energiemix en belasting netwerk
-
opbrengst ca. 925 MWh/hectare/jaar -
In een multicriteria-overzicht is inzichtelijk gemaakt hoe deze varianten scoren voor verschillende randvoorwaarden en aandachtspunten.
Zonneveld op land (verschillende groottes); Grote windmolen (ca. 200 m tiphoogte); opbrengst ca. 15.000 MWh/jaar
-
Kleine windmolen (ca. 15 - 20 m ashoogte); opbrengst ca. 25 MWh/jaar
7
Afb. 2
Doldersum dorpsrand
8
2 Landschap als motor van de energietransitie Bij de beantwoording van de vraag waar ingrepen wel of
XL - grootschalig (eenheid overschrijdend, koppeling
Op andere locaties heeft een dergelijke schaal te veel negatieve impact, ontstaat er
niet passend zijn verkennen en analyseren wij op verschil-
bovengemeentelijk) industriezone, knooppunt snelweg,
geen goede balans in behoud van kwaliteit landschap en de nieuwe ontwikkeling.
lende schaalniveaus. De schalen hangen nauw met elkaar
grootschalige uitleglocaties (wonen, bedrijvigheid, indus-
samen. Voor dit advies richten wij ons op de schalen
trie, grootschalige zandwinning) > 8 ha.*
die voor de Regionale Energiestrategie relevant zijn. Dit
***De waterplas aan de Paardeweide in Veendijk is relatief groot, ruim 7 ha. De plas ligt in het agrarische gebied, ingebed in bosschages met inheemse houtop-
zijn de schalen XL, L en M. De schalen XS en S zijn in dit
L - grootschalig (kanaalzone als geheel, beekdal aaneen-
onderzoek buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet
gesloten, grote waterplas/zandwinning, defensie) 2,5 tot 8
substantieel bijdragen aan de RES-opgave.
ha.**/***
standen. De plas heeft een natuurlijke uitstraling. Ten westen ligt de snelweg A32.
De waterplas aan de Heerendijk in Nijensleek, waar nu nog actief wordt gewonnen, is van iets grotere schaal dan de waterplas aan de Paardeweide. Deze winning
Wij plaatsen hierbij de opmerking dat zon op land alleen
M - medium (schaal van een landschappelijke eenheid of
ligt in het beekdal van de Westerveense Aa met ten oosten de Polder Ten Kate en
als ontwerpopgave te verkennen is wanneer het integraal
overgangszones) deel van een heidelandschap, deel van
het natuurreservaat Wapserveen. Beide plassen zijn vrij onopvallend in het agra-
bijdraagt aan de opgaven van landbouw, energie en land-
een beekdal, deelzone kanaal, deel van een dorpsrand,
rische landschap gelegen. De plas bij Heerendijk heeft nu nog activiteit, maar zal
schap. Gronden moeten ter beschikking kunnen blijven
lintdorp, gehucht, bedrijvencluster, andere terreinen
zich op termijn mogelijk ook omvormen naar een beeld zoals bij de Paardeweide.
staan voor de opgave van landbouwtransitie die gaande
(recreatie, defensie, waterplas/zandwinning***) 0,5 tot 2,5
In paragraaf 2.2 beschrijven wij de ruimtelijke potenties van deze twee plassen.
is. Verspreide zonnevelden in het agrarische gebied doen
ha.
ook afbreuk ruimtelijk gezien omdat zij geen context hebben.
S - kleinschalig (schaal van erf of ensemble) boerenerf, ander bedrijf, voorzieningen < 0,5 ha. XS - kleinschalig (schaal van een gebouw) schuur, woning, klein erfperceel *De zwemplas het Blauwe Meer zien wij geheel los van de Achterste Plas. Bij de zwemplas past geen zonwinning. Deze plek is recreatief, natuurlijk, landschappelijk.
**Voor Westerveld concluderen wij in deze verkenning dat de schaal L in het landschap maar op enkele plekken onder voorwaarden passend kan zijn. bv op de grote kalkzandsteen winplas, genaamd Achterste Plas, aan de oostzijde van de gemeente of op het defensieterrein aan de westzijde. Dit zijn locaties met behoorlijke ingrepen en/of bedrijfsactiviteit.
9
2.1 De kenmerken en waarden van het landschap
Dit landschap met hierin veel monumenten is eind 19e
kleiner verkend kunnen worden (wij concluderen in deze
eeuw ontworpen vanuit een ambitieus plan om de
verkenning dat de schaal L te groot is voor de landschap-
armoede in Nederland te bestrijden.
pen van Westerveld in algemene zin, dat alleen enkele plekken met ruime mate van ‘activiteit’ zich hiervoor
De landschappen zijn verschillend in sfeer. De esdorpen
lenen). Uitgangspunt is dat de ontwikkeling als geheel een
en bijbehorende gronden worden cultuurhistorisch hoog
meerwaarde moet zijn. Het kan een ontwikkeling zijn die
gewaardeerd. Het voelt voor bewoners en recreanten als
vanuit een gemeenschap als vraag ontstaat; samen te ont-
Het landschap van Westerveld heeft een heldere
een ‘oud landschap’. Veel gebieden hebben ook een spe-
werpen aan een integrale leefkwaliteit. Hierin is de sociale
structuur van beekdalen en hoger gelegen zandruggen
ciale natuurkwaliteit en zijn ook begrensd (NNN-gebied).
cultuurhistorische component als waarde zichtbaar. In veel
waarop de eerste permanente bewoning is ontstaan. Hier
Deze landschappen zijn voor de recreatieve beleving,
dorpen wordt al eeuwenlang ‘van nature’ samengewerkt.
ontwikkelden zich de zo karakteristieke esdorpen met
maar ook vanuit cultuurhistorie van hoge waarde en
De filosofie van ‘Het groene maatpak’, voor Drenthe ooit
de bijbehorende veldgronden en veldontginningen. Het
betekenis en verdragen moeilijk grootschalige ingrepen
onder regie ontworpen voor het landschap van de esdor-
landschap rond deze dorpen is kleinschalig van opzet,
als zonneparken en grote windmolens. Daarmee worden
pen en de beekdalen, is hierbij de insteek. Hierop komen
de essen vormen de grote open ruimtes, omzoomd met
de waarden van het landschap dat als oorspronkelijk en
wij later terug in het stuk.
houtopstanden. Veel van de veldgronden zijn in de loop
typisch Drents voelt aangetast. Op kleine schaal (X en XS;
van de tijd weer bebost geraakt, maar ook veel gronden
daken en erven) zijn onder voorwaarden wel ontwikkelin-
Concluderend kunnen wij stellen dat de landschappen van
bestaan nog uit onontgonnen heide of terreinen die zich
gen mogelijk.
de esdorpen met de bijbehorende gronden vanwege de
weer meer extensief ‘natuurlijk’ kunnen ontwikkelen.
breed gedeelde waarden van beleving, cultuurhistorie en Het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning en
natuur uitgesloten moeten worden voor ontwikkelingen
In de lager gelegen beekdalen zijn na ontginning van de
ook het ontginningskolonielandschap verdragen vanuit
van zon en wind op de schalen groter dan S (daken en
grond lange linten van bebouwing ontstaan. De wegdor-
de kenmerken en sfeer meer ontwikkeling. Het is een
erven). Zelfs op de kleinste schaal vraagt het om maat-
pen in de laagveenontginning. Het landschap is vrij open
landschap waar de ‘hand van de mens’ meer zichtbaar
werk. In de kaart bijgevoegd in dit hoofdstuk zijn deze
van karakter. In verschillende delen van de beekdalen
is, ook in deze tijd. In de linten staan grote veestallen en
gebieden in de kleur rood aangegeven.
vindt natuurontwikkeling plaats op voormalige heide-
zijn de gronden geoptimaliseerd voor de landbouw. Het
gronden. Landbouwkundig gebruik is vooralsnog een
agrarisch gebruik is actief. Er is veel activiteit en zichtbare
belangrijke drager van dit landschap.
vernieuwing gaande. Eigentijdse toevoegingen voor energie passen daar beter. Maar ook deze landschappen
Het ontginningskolonielandschap van de Maatschappij
zijn van waarde en vragen om een zorgvuldig integraal
van Weldadigheid in Frederiksoord en Wilhelminaoord is
ontwerp waarbij de kenmerken van het landschap worden
een bijzonderheid op zich.
benut bij nieuwe ontwikkeling en de schaal van de ontwikkeling passend moet zijn. Onder ruimtelijke voorwaarden zouden ontwikkelingen bij de plek op de schaal van M en 10
Het wegdorpenlandschap, het kolonielandschap en enkele natte beekdalen zijn ook van waarde, maar hebben een andere sfeer, mate van ‘activiteit’, waarin vernieuwing, onder nader te benoemen ruimtelijke voorwaarden op enkele plekken wel mogelijk zou kunnen zijn. Deze gebieden liggen in de oranje kleur. In het landschap van Westerveld zijn enkele plekken te duiden als ‘plekken met grootschalige activiteit’. Binnen de gemeente, maar ook in relatie tot de buurgemeenten. Wij duiden hierbij op clusters van bedrijvigheid, het defensieterrein, de zandwinplas aan de oostzijde, het kanaal in relatie tot de snelweg en grootschalige ontwikkelingen bij de buurgemeente Meppel. Deze landschappen lenen zich vanuit de huidige sfeer en grote activiteit (reuring) voor een doorontwikkeling op grotere schaal met nieuwe technische toevoegingen. Maar ook hier moet dit op een afgewogen wijze plaatsvinden. Een integraal ontwerp wat een verandering geeft, maar wel een meerwaarde creëert op de langere termijn in de brede zin. De gebieden die zich hiervoor lenen zijn met een groene kleur aangegeven in de kaart (afbeelding 25, pagina 19).
Afb. 3
Huidige situatie landschapstypen (bron: landschapsontwikkelingsplan gemeente Westerveld)
11
Afb. 4
Heidegronden, Wapserveen
Afb. 5
Heidebossen, Wateren
Afb. 6
Nabij de veldontginning, Uffelte, Oude Vaart
Afb. 7
Wegdorp met open ontginning, Veendijk
12
Afb. 8
Eursinger Binnenes met zicht op Darp
Afb. 10 Esdorp Havelte
Afb. 9
Uitsnede Westerveld rond 1850 (bron: internet)
Afb. 11 Wapse Binnenes
13
2.2 Historie geeft inspiratie voor de toekomst ‘Het groene maatpak’ Het landschap van de esdorpen geeft voor veel mensen
Wij denken hierbij aan locaties zoals de randen van dorLandschapsarchitect Harry de Vroome (1920-2001) is
pen die in de huidige sfeer minder van waarde zijn door
binnen verschillende landinrichtingsgebieden bijzonder
bijvoorbeeld grootschalige uitbreidingen van wonen en
zorgvuldig omgegaan met de bijzondere kenmerken van
bedrijven. Op deze plekken zou een integraal ruimtelijk
het Drentse cultuurlandschap. Hij heeft bewust binnen
plan aan een dorpsrand waarde voor de langere termijn
de grootschalige ruilverkaveling het landschap ontwor-
kunnen toevoegen. Zouden nieuwe ontwikkelingen
pen door kenmerkende elementen van het esdorpen
waaronder ook energie (zon en wind) binnen een land-
landschap in een ruimere uitvoering toe te passen (bron:
schappelijk blauw/groen netwerk een plek kunnen krijgen,
internet).
gebaseerd op de eigenheid van een dorp en haar lande-
het gevoel van een oorspronkelijk Drents landschap. Maar
lijke setting. Passend bij de schaal en sfeer van de plek.
dit landschap is in de kader van de grootschalige ruilverkavelingen door landschapsarchitect Harry de Vroome geheel ontworpen. En integraal plan waar landschap, landbouw en sociaal-maatschappelijke kwaliteit werden vervlochten tot een duurzame leefomgeving die ook nu nog hoog gewaardeerd wordt. Deze filosofie zou ook nu, hoewel de opgave van transitie qua schaal en impact forser is, in delen van Drenthe toepasbaar kunnen zijn. Het sluit aan bij een Drentse traditie. Anders dan toen waar vanuit een regie werd gewerkt, gaat het om een integraal plan dat geheel van onderop, vanuit het dorp of een groep betrokkenen, wordt opgesteld. Zo wordt het een plan van de omgeving samen met andere betrokkenen. Een plan waarin wensen vanuit leefbaarheid, biodiversiteit, in brede zin met de opgave van energie samenkomen. In schaal kan M en kleiner voor dergelijke locaties passend zijn. Dit is maatwerk, geïnspi-
Afb. 12 Landschapsarchitect Harry de Vroome (1920-2001) (bron: Internet)
Afb. 13 Stroomdallenlanschap Drentsche Aa (bron: internet)
reerd door en geënt op de plek. Een bepaalde mate van regie blijft wel wenselijk om ‘wildgroei’ te voorkomen.
14
Deze filosofie van ‘Het groene maatpak’ zou ook passend zijn bij de wegdorpen in het laagveen waar door landbouwkundige opschaling landschappelijke aanplant en informele routing door het land zijn verdwenen. Waarbij goede landbouwgrond wel beschikbaar moet blijven voor de landbouw. Het gaat om een kleinere schaal van ingrepen, gekoppeld aan de wat grotere erven in het lint en de randen in het lint. Vanuit een totaalontwerp. In de afbeelding kaartuitsnede Wapserveen is te zien dat er in het midden van de 20e eeuw nog veel kavelgrenzen beplant waren. In delen van de beekdalen waar de landbouwpotentie minder hoog is door bijvoorbeeld de hoge waterstand kan met energie worden gezocht naar andere verdienmodellen in relatie tot ook de wateropgave bijvoorbeeld.
Afb. 14 Oostzijde Dwingeloo waar een integraal plan een meerwaarde zou kunnen bieden aan de dorpsrand
Afb. 16 Omgeving Wapserveen waar door opschaling landbouw veel singelaanplant is verdwenen
In de wegdorpen kunnen bewoners en agrariërs mogelijk samen wat voor elkaar betekenen in deze opgave. In de beekdalen kunnen agrariërs, natuurorganisaties en waterschap samen hun belangen delen en een meerwaarde creëren waarin ‘natte oogsten’, natuur en water samen op kunnen gaan. Waar misschien in aansluiting ook de recreatie kan meeliften met nieuwe verbindingen door de natte zones. Afb. 15 Uitsnede Wapserveen uit 1930
Afb. 17 Doldersum natuurzone beekdal
15
Binnen de gemeente liggen twee waterplassen nabij de wegdorpen Veendijk en Nijensleek. Op de schaal M, van 0,5 tot 2,5 ha, bieden deze plassen in relatie tot de nabij gelegen kernen potentie voor winning met zon. De panelen kunnen op een deel van de plas worden gelegd zodat het water voldoende open blijft voor lichtinval. De zijden van de plas zijn voldoende ingeplant zodat de panelen niet zichtbaar zijn. Vanuit de bestaande groenstructuur om de plas bij de Paardeweide zouden enkele percelen richting het zuiden, in verbinding met het lint Veendijk, op plekken met losse bomen of singels kunnen worden
Afb. 18 2020 Veendijk, Schaapeweide locatie (bron: topotijdreis)
Afb. 21 2020 Nijensleek locatie, Heerendijk (bron: topotijdreis)
Afb. 19 1974 Veendijk, Schaapeweide locatie (bron: topotijdreis)
Afb. 22 1975 Nijensleek locatie, Heerendijk (bron: topotijdreis)
Afb. 20 1930 Veendijk, Schaapeweide locatie (bron: topotijdreis)
Afb. 23 1930 Nijensleek locatie, Heerendijk (bron: topotijdreis)
aangeplant. De nieuwe aanplant geeft een meerwaarde landschappelijk en voor biodiversiteit. Mogelijk kan er ook een wandelommetje aan gekoppeld worden. Door de waterplassen te benutten wordt er geen landbouwgrond onttrokken aan het gebied. Bij de plas aan de Heerendijk kan bijvoorbeeld op voorhand al aanplant plaatsvinden aan de zijden. Deze plas zou zelfs onderdeel kunnen worden van een meer grotere zone van natuurontwikkeling in het beekdal, gekoppeld aan het natuurreservaat Wapserveen en de Polder Ten Kate. De plas aan de Heerendijk in Nijensleek ligt net binnen de grens van het buffergebied van Unesco, Kolonie van Weldadigheid. Op dit moment moeten wij zeer terughoudend omgaan met veranderingen in dit gebied vanwege de lopende aanwijzingsprocedure Unesco Werelderfgoed. Vooralsnog worden op dit moment in dit gebied nieuwe ontwikkelingen op het vlak van energiewinning uitgesloten. 16
Initiatieven van onderop zijn passend, wanneer er ruimtelijk samenhang en meerwaarde ontstaat, met een goede balans in de ingreep voor energie-opwekking en de investeringen in leefbaarheid en kwaliteit van landschap, de biodiversiteit in de brede zin. Hierbij zijn erfgoed en het natuurlijke systeem van het landschap belangrijke dragers. Een mate van regie is daarbij zeker wenselijk zodat een wildgroei van een diversiteit aan ontwikkelingen voorkomen wordt. Daar is het landschap van Drenthe te kwetsbaar voor.
Het gedachtengoed van de Maatschappij van Weldadigheid is springlevend Het landschap van de Kolonie is van zeer hoge waarde en vraagt om een zorgvuldige aanpak. Anderzijds is verandering gericht op winning van energie passend bij de filosofie van twee eeuwen geleden; zelfredzaamheid. De nieuwe kolonie-erven zijn daar een mooi voorbeeld van. De grote modelhoeves zouden hierin kunnen volgen door op een schaal S, passend bij het erf, zon en wind ‘te oogsten’. Op dit moment moeten wij zeer terughoudend omgaan met veranderingen in dit gehele gebied vanwege de lopende aanwijzingsprocedure Unesco Werelderfgoed.
Afb. 24 Maatschappij van Weldadigheid (bron: Component 1 uit 1904 (Archiefnr T 722, inv.nr.316), Het Utrechts Archief)
Vooralsnog worden op dit moment in dit gebied nieuwe ontwikkelingen op het vlak van energiewinning uitgesloten.
17
Gebiedsindeling
* Zones met hoger gelegen relatief drogere landbouwgronden sluiten wij uit omdat deze gronden in de zones rood en oranje van hoge gebruikswaarde zijn in
Op basis van bovenstaande analyse en waardering
de ontwikkeling van de landbouw (kringloop en extensivering).
komen wij tot de volgende indeling voor Westerveld: ** Schaal X en XS zijn in deze landschappen onder nader te benoemen voorwaar-
ROOD: Waar niet (kwetsbaar gebied: landschap/plekken
den in een vervolgfase van advisering wel mogelijk. In Westerveld zien wij hier ook
van hoge cultuurwaarde(esdorpen, veldgronden en veld-
mooie voorbeelden van.
ontginningen)/natura 2000) */**/*** *** De oostzijde van Dwingeloo ligt op de rand van oranje en rood. Aan de oost-
ORANJE: Verkennend, vanuit initiatief van onderop.
zijde is een verkenning van bouwen aan een duurzaam landschap mogelijk.
Bouwen aan een duurzaam landschap, zorgvuldig en integraal, onder voorwaarden ruimtelijk ‘Het groene
**** In het ontginningskolonielandschap van Frederiksoord en Wilhelminaoord is
maatpak’ (beekdalen (de natte landbouwgronden),
een grote zorgvuldigheid vereist in het kader van de aanwijzingsprocedrue Unesco
wegdorpenlandschap van laagveenontginning, ontgin-
Werelderfgoed. Vooralsnog worden op dit moment nieuwe ontwikkelingen op het
ningskolonielandschap). Schaal M en kleiner. ****
vlak van winning uitgesloten.
GROEN: Waar kansen grootschalig, zorgvuldig en integraal, onder voorwaarden ruimtelijk (aansluiting ontwikkeling grootschalig buurgemeenten/aansluiting op specifieke plekken in Westerveld met grootschalige activiteit. (westzijde in relatie tot Meppel en snelweg, zandwinning oostzijde). Schaal L en XL.
18
Afb. 25 Rode, oranje en groene gebieden in Westerveld
19
2.3 Principes en bouwstenen landschap
- Ontwerp alleen met landbouwgrond als het ten dienste
Voor ons zijn in de transitie-opgave in relatie tot de
- Bundel de krachten: burgers, bedrijven, stakeholders
waarden van het landschap van Westerveld de volgende
en overheden. Insteek: gedeeld en lokaal eigenaarschap,
principes van belang:
coöperatieve aanpak met een eerlijke verdeling van lokale
kan staan aan de landbouw in een verdienmodel, in combinatie met bv de wateropgave of de natuuropgave (beekdal).
lusten en lasten. - Koester het Drentse landschap, de sfeer van een ‘oorspronkelijk landschap’. Niet alle schalen van ontwikkeling
- Historie van landschap, het verhaal is fysiek en sociaal.
zijn hierin passend. Landschap als hoofdargument, niet
Benut de sociale structuur.
het huidige energienetwerk. - Koppel duurzaamheid aan sociaal maatschappelijke - Bepaal welke schaal passend is bij de huidige kwaliteit,
doelen, waardoor wederkerigheid ontstaat. Denk aan
energie als onderdeel van en niet beeldbepalend. Constateer
profijt voor, betrokkenheid en ondersteuning van het ver-
welke schaal zal wringen en niet wenselijk is, of alleen
enigingsleven, sport- , cultuur- en andere maatschappelijke
in combinatie met een grootschalige ontwikkeling bij
verenigingen.
Afb. 26 Principe en bouwstenen wegdorp in de laagveenontginning. Plaatsing zon en/of kleinschalig wind op of nabij de erven. Aanplant van nieuwe singels en bomen. In aansluiting hierop verkennen mogelijkheden ‘dorpsommetje’
een buurgemeente. Voorkom een losse strooiing van incidenten. - Landschap verandert, veelal geleidelijk, soms rigoureus. De huidige energietransitie betekent een forse ingreep en vraagt op alle schalen om een zorgvuldige afweging. Een integraal ontwerp op verschillende schaalniveaus, een meerwaarde voor de langere termijn: ‘Het groene maatpak’. - Denk in korte en lange(re) termijn. Bepaalde opties zullen
Afb. 27 Principe en bouwstenen beekdalzone. Andere ‘oogst’ voor natte landbouwgronden, versterking beekdallandschap met aanplant en ontsluiting recreatie
pas op langere termijn realiseerbaar zijn, bijvoorbeeld doordat het netwerk moet worden aangepast.
20
Voor ons zijn in de transitie-opgave in relatie tot de waarden van het landschap van Westerveld de volgende bouwstenen van belang: - Versterk de identiteit van landschap(pen), bouwen aan landschap(pen) om kwaliteit te verbeteren. Verandering als onderdeel van, en niet als beeldbepalende factor. Op sommige locaties kan vernieuwing een verrijking zijn: ‘Het groene maatpak’. - Koppel energiewinning aan plekken met ’activiteit’. Combineer met andere functies/de schaal van activiteit.
Afb. 28 Zoek de balans
- Ontwerp integraal, koppelkansen: bv. grootschalige ingreep samen laten gaan met natuurontwikkeling, waterberging. - Zoek de balans Niet elke plek is even geschikt voor evenveel zon, dan wel wind. Pas maatwerk toe. - Koppel aan plekken met ‘activiteit’ en kansen met verdienmodel: bv natte gronden in beekdal/waterberging/’nieuwe oogst’, biodiversiteit, extensieve recreatie (routing). - Samen met de buurt. Gedeeld eigenaarschap; ‘dorpsmolen, dorpszonnetuin’, of op het erf van boer(en)) in een agrarisch (lint)dorp. Hierbij in aansluiting bouwen aan het landschap, overgang dorp naar land, dorpsommetjes, activiteitenplekken, etc.
21
Afb. 29 Wapserveen- natuurgebied
22
3 Varianten De benodigde oppervlaktes (zonne-energie) en aantallen (windenergie), die in het Westerveldse landschap een plek zouden moeten krijgen, hebben wij gerelateerd aan de ambitie/opgave van de gemeente Westerveld voor energieopwekking op land op basis van de door het college begin 2021 bijgestelde ambitie (28.000 MWh/jaar). Op basis van combinaties van technieken zijn veel varianten te maken. Houden we echter rekening met de karakteristieken en kenmerken van het Westerveldse landschap, de ontwikkelingen in buurgemeenten, dan is het aantal varianten meer beperkt. Wij hebben ervoor gekozen om een aantal varianten uit te werken voor grootschalige duurzame energieopwekking uitsluitend in
Afb. 30 Westzijde Westerveld nabij Meppel, met zicht op het oosten
de groene gebieden. Dit zijn de varianten onder 1, 2 en 3. Daarnaast hebben wij een vierde variant uitgewerkt waarbij ook duurzame energie-opwek in het oranje gebied op de schaal van M integraal kan worden ontworpen vanuit het principe ‘Het groene maatpak’. Voor invulling van de groene gebieden bestaan ook verschillende mogelijkheden. Met of zonder windmolens bijvoorbeeld. Binnen de varianten 1, 2 en 3 zijn enkele mogelijkheden uitgewerkt. Bij de uitwerking is rekening gehouden met de afstanden die noodzakelijk zijn ten opzichte van geluidgevoelige objecten en tussen windmolens onderling. Voor zon op water is vanuit ecologisch oogpunt een maximale bedekking van ongeveer de helft van een wateroppervlak haalbaar. Bij een nadere uitwerking en ontwerp moet hier meer onderzoek naar worden
Afb. 31 Zandwinplas (bron: internet)
gedaan. De uitwerking van de varianten 1, 2 en 3 kunnen ook niet zonder een integrale ontwerpaanpak. 23
Situatie 1A VARIANT 1 : WIND XL EN ZON XL Variant 1a: Grootschalig wind in agrarisch gebied en grootschalig zon op water In deze variant wordt een windmolen (tiphoogte ca. 200 m) gerealiseerd in het zuidelijke deel van de gemeente Westerveld. In de gemeente Meppel wordt ook onderzocht of windmolens geplaatst kunnen worden. De windmolen zou hierop kunnen aansluiten en daarmee een samenhang, een eenheid in het landschap kunnen vormen. Voor het bepalen van de positie is rekening gehouden met de afstanden tot (geluid)gevoelige bestemmingen die bij windmolens van deze omvang worden toegepast. Daarnaast wordt een deel van de energieopwekcapaciteit gerealiseerd door 14 hectare zonnepanelen op de zandwinplas in het noorden van de gemeente. Een aandachtspunt hierbij is het mogelijk negatieve effect van zonnepanelen op de (water)ecologie. Hoewel hierover nog weinig praktijkinformatie beschikbaar is, worden elders maximale bedekkingspercentages gehanteerd van 45 tot 50%. Omvang en diepte van de plas zijn hierbij medebepalend. Ander punt van aandacht is dat in de zandwinplas nu (nog) volop zand wordt gewonnen, waardoor de mogelijkheden van drijvende zonnepanelen op korte termijn mogelijk beperkt zijn. 1 windmolen in zuidelijke groene gebied + 14 ha zonnepanelen (“XL”) zandwinplas (noord)
24
Situatie 1b Variant 1b: Grootschalig wind in agrarisch gebied en grootschalig zon bij bedrijventerrein en op water In dit alternatief wordt in het zuidelijke deel van de gemeente Westerveld in de buurt van de windmolen ook een zonneveld gerealiseerd van 4 hectare. Het overige deel van de zonnepanelen bestaat uit 10 hectare op de zandwinplas in het noorden van de gemeente. Voor het bepalen van de positie van de windmolen is rekening gehouden met de afstanden tot (geluid)gevoelige bestemmingen die bij windmolens van deze omvang worden toegepast. Ook bij deze variant is een aandachtspunt het mogelijk negatieve effect van zonnepanelen op de (water)ecologie. Hoewel hierover nog weinig praktijkinformatie beschikbaar is, worden elders maximale bedekkingspercentages gehanteerd van 45-50%. Omvang en diepte van de plas zijn hierbij medebepalend. Ander punt van aandacht is dat in de zandwinplas nu (nog) volop zand wordt gewonnen, waardoor de mogelijkheden van drijvende zonnepanelen op korte termijn mogelijk beperkt zijn. 1 windmolen + 4 ha zonneveld (“XL”) in zuidelijke groene gebied + 10 ha zonnepanelen (“XL”) in zandwinplas (noord)
25
Situatie 1c Variant 1c: Grootschalig wind en grootschalig zon in agrarisch gebied en bij bedrijventerrein In dit alternatief worden in het zuidelijke deel van de gemeente Westerveld naast de windmolen meerdere zonnevelden gerealiseerd met een totaal (netto) oppervlak van 14 hectare. In dit alternatief blijft de zandwinplas vrij van zonnepanelen. Voor het bepalen van de positie van de windmolen is rekening gehouden met de afstanden tot (geluid)gevoelige bestemmingen die bij windmolens van deze omvang worden toegepast. 1 windmolen + 14 ha zonneveld (“XL”) in zuidelijke groene gebied
26
Situatie 2A VARIANT 2 : ZON XL Variant 2a: Grootschalig zon in agrarisch gebied en bij bedrijventerrein In deze variant worden geen windmolens geplaatst, maar uitsluitend zonnepanelen. Er is theoretisch genoeg ruimte in het zuidelijke groene gebied om de volledige ambitie van de gemeente Westerveld voor energieopwekking op land te realiseren. 31 ha zonnevelden (“XL”) in zuidelijke groene gebied
27
Situatie 2b Variant 2b: Grootschalig zon in agrarisch gebied en grootschalig op de zandwinplas In dit alternatief ligt 12 ha zonnepanelen op de zandwinplas. In het zuidelijke groene gebied worden zonnevelden gerealiseerd met een totaal (netto) oppervlak van 19 hectare. Bij deze variant is een aandachtspunt het mogelijk negatieve effect van zonnepanelen op de (water)ecologie. Hoewel hierover nog weinig praktijkinformatie beschikbaar is, worden elders maximale bedekkingspercentages gehanteerd van 45-50%. Omvang en diepte van de plas zijn hierbij medebepalend. Afstemming met de buurgemeente is daarom belangrijk. Ander punt van aandacht is dat in de zandwinplas nu (nog) volop zand wordt gewonnen, waardoor de mogelijkheden van drijvende zonnepanelen op korte termijn mogelijk beperkt zijn. 12 ha zonnevelden (“XL”) in zandwinplas (noord) en 19 ha zonnevelden (“XL”) in zuidelijke groene gebied.
28
Situatie 3 VARIANT 3 : WIND XL Variant 3: Grootschalig wind in agrarisch gebied en bij bedrijventerrein In deze variant worden uitsluitend windmolens geplaatst en geen zonnepanelen. Er is theoretisch genoeg ruimte in het zuidelijke groene gebied om de volledige ambitie van de gemeente Westerveld voor energieopwekking op land te realiseren. Voor het bepalen van de positie en het aantal windmolens, dat in dit gebied binnen de grens van gemeente Westerveld geplaatst kan worden, is rekening gehouden met onderlinge afstanden die bij windmolens van deze omvang worden toegepast en de afstanden tot (geluid) gevoelige bestemmingen (indicatief). 2 windmolens (“XL”) in zuidelijke groene gebied
29
Situatie 4 VARIANT 4: WIND XL EN ZONNEVELDEN M IN HET ‘GROENE MAATPAK’ Variant 4: Grootschalig wind en kleinschalig (‘medium’) zon In de vierde variant ligt de energietransitie dichter bij de inwoners. Naast 1 windmolen in het zuidelijke gebied van de gemeente worden (verspreid) circa 7 tot 8 zonnevelden van beperkte omvang gerealiseerd in het oranjegebied van 0,5 - 2,5 ha (circa 2 ha). Voor het bepalen van de positie van de windmolen is rekening gehouden met de afstanden tot (geluid)gevoelige bestemmingen die bij windmolens van deze omvang worden toegepast. 1 windmolen in zuidelijke groene gebied + circa 7-8 medium zonnevelden (“M” circa 2 ha) in oranje gebied
30
3.1 Varianten in overzicht Een besluit nemen over de ontwikkelingsrichting van de energietransitie in het Westerveldse landschap is niet eenvoudig. Aan elke variant zitten voor- en nadelen. De varianten die in onze analyse naar voren zijn gekomen, bieden naar onze mening vanuit landschappelijk oogpunt allen kansen voor een verantwoorde inpassing in het Westerveldse landschap. In het overzicht op de volgende pagina staan de beschreven varianten naast elkaar, zodat ze onderling kunnen worden vergeleken. Per criterium staat aangegeven hoe de variant scoort ten opzichte van de andere varianten in het overzicht. Dit multicriteriaoverzicht is geen absoluut beslismodel, maar een hulpmiddel dat kan worden gebruikt bij de besluitvorming.
Afb. 32 Westzijde Westerveld nabij Meppel, zicht op het westen, zone langs het kanaal
31
32
Toelichting bij het multicriteria-overzicht per variant en per criterium
Variant 3 laat de meeste ruimte voor agrarisch gebruik. Ten opzichte van de andere varianten met een molen heeft een toevoeging van een tweede windmolen visueel
De grootste landschappelijke impact bij variant 1a wordt
gezien een minder grote impact.
veroorzaakt door de windmolen. Dit is ook afhankelijk van of er bij de buurgemeente windmolens komen te staan.
De laatste variant 4 met 1 windmolen en relatief kleinere
Het agrarische karakter van het open gebied blijft echter
zonnevelden in “het groene maatpak” scoort goed op
wel gehandhaafd. In deze variant worden geen zonnevel-
samenloop met watersysteemverbeteringen, mogelijk-
den op agrarische grond geplaatst. Door de mix van zon
heden voor lokale verdienmodellen en claim van goede
en wind scoort deze variant relatief goed op het criterium
agrarische grond.
netwerk. Ten opzichte van de variant 1a scoort variant 1b iets minder goed, omdat in beperkte mate ook agrarische grond wordt gebruikt voor zonnevelden en het agrarische karakter van het gebied vermindert. Bij deze variant is percentage bedekt wateroppervlak op de zandwinplas lager, wat een positief effect heeft op waterkwaliteit en ecologie. Ten opzichte van de variant 1a en variant 1b scoort variant 1c minder goed, omdat ook agrarische grond wordt gebruikt voor zonnevelden en het agrarische karakter van het gebied wordt aangetast. Door de aantasting van het open agrarische karakter van het zuidelijke gebied en de claim van agrarische grond als gevolg van zonnevelden scoort variant 2a relatief laag op de aspecten landschap en claim agrarische grond. Ook lijkt deze variant minder gunstig te scoren doordat er bij deze variant geen sprake is van een mix van wind en zon. Variant 2b scoort wegens de lagere claim van agrarische grond relatief beter dan variant 2a.
bron: Landschapsontwikkelingsplan Westerveld
33
Afb. 33 Doldersum natuurzone
34
4 Samenvatting en advies De gemeente Westerveld kenmerkt zich door het aan-
Na een landschappelijke analyse en verkenning hebben
Tenslotte merken wij op dat lokaal draagvlak, belangen
trekkelijke, karakteristieke en waardevolle landschap.
wij geconstateerd dat binnen de gemeente Westerveld op
van agrariërs, het gewenste tempo en technische (energie-
In dit landschap, dat altijd onderhevig is geweest aan
verschillende schaalniveaus voldoende ruimte is om onder
netwerk) en (deels daarmee samenhangende) financiële
veranderingen, leven mensen. Zij wonen, werken en
voorwaarden de vastgestelde ambitie voor duurzame
aspecten medebepalend zullen zijn voor de uiteindelijke
recreëren in het landschap en tegelijkertijd vormen zij
energieopwekking een plek te geven. Wij adviseren om
keuzes die worden gemaakt. De besluitvorming is hier-
dit ook. Een mooi voorbeeld is ’Het groene maatpak’,
grootschalige vormen van duurzame energieopwekking
door niet eenvoudig. Wij hopen echter dat het belang van
dat enige decennia geleden is bedacht en uitgevoerd, en
niet overal toe te laten. Op basis van landschappelijke
een goede ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijke leefom-
heeft geleid tot een door velen gewaardeerd landschap.
kenmerken en karakteristieken zien wij voor grootschalige
geving in belangrijke mate wordt meegenomen en dat
Landschapsontwikkeling is van alle tijden. Energie is van
vormen ruimte in het agrarische gebied ten zuiden van
toekomstige generaties net zo blij zijn met de keuzes die
alle tijden. Ook nu: het klimaat verandert, agrariërs zoeken
Havelte richting Meppel en op de zandwinplas in het
nu gemaakt worden als dat wij zijn met de in het verleden
naar nieuwe verdienmodellen en de energie die we nodig
noordoosten van de gemeente. In het overige deel van
gemaakte keuzes die geleid hebben tot het landschap dat
hebben gaan we meer decentraal dichterbij opwekken.
de gemeente Westerveld is onder voorwaarden beperkt
we nu kennen. Een nieuw maatpak in ontwikkeling ....
ruimte voor duurzame energieopwekking. Op enkele De energietransitie, klimaatadaptatie, de omslag naar
plekken in de beekdalen en bij enkele dorpsranden
circulaire economie en de landbouwtransitie zullen onge-
zien wij kansen voor relatief kleinschalige vormen van
twijfeld leiden tot veranderingen van het landschap. Om
duurzame energieopwekking. Koppeling aan andere
verlies aan ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid te voor-
maatschappelijke opgaven, nieuwe verdienmodellen,
Bij alle nieuwe invullingen adviseren wij als randvoor-
komen zijn zorgvuldige en strategische keuzes nodig. Een
lokaal eigenaarschap en versterking van ruimtelijke kwali-
waarde dat er integraal wordt ontworpen aan een
regionale, bij voorkeur samenhangende, aanpak is daarbij
teit (landschapsbouw; principe ‘Het groene maatpak’) zijn
meerwaarde voor het landschap, de natuur (watersys-
van belang. Landschappelijke impact houdt immers niet
daarbij wat ons betreft voorwaarden. Om tot een samen-
teem) en de leefbaarheid voor de langere termijn.
op bij de gemeentegrens.
hangende aanpak te komen is de rol van de overheid
Zo wordt energie een ‘onderdeel van’ en ‘niet bepalend
cruciaal. Wij adviseren de gemeente hierin een stevige
voor’. Pas dan kan er sprake zijn van een kwaliteitswinst
regierol in te nemen.
waarbij nieuwe onderdelen vanzelfsprekend een plek
Voor de energietransitie hebben gemeenten in Drenthe onderling afspraken gemaakt over onder meer de
krijgen.
hoeveelheid energie die binnen de gemeentegrenzen
Vernieuwing zal zichtbaar zijn in het landschap, maar de
jaarlijks zou moeten worden opgewekt met behulp van
varianten die wij in dit advies hebben opgenomen kunnen
zonnepanelen en/of windmolens. Voor de opwekcapaci-
naar onze mening allemaal leiden tot vanuit het oogpunt
teit waarvoor de gemeente Westerveld “aan de lat staat”
van ruimtelijke kwaliteit acceptabele oplossingen. Met dit
zal binnen de gemeentegrens ruimte moeten worden
advies reiken wij de gemeente bouwstenen aan waarmee
gevonden.
zij het vervolgproces richting de RES 1.0 verder vorm kan geven. 35
Afb. 34 Esdorp Lhee
Aan de Stadsmuur 79-83 Postbus 531 8000 AM Zwolle 038 – 421 32 57 www.hetoversticht.nl 37