Raadsvoorstel laadvisie
Tekst van het document
zaaknummer: 328561
27 september 2022
Gemeenteraad Voorstel
Laadvisie - Besluitvorming College/besluitvorming Raad Auteur Beknopte samenvatting Om ervoor te zorgen dat we de vraag naar laadinfrastructuur kunnen bijhouden is het nodig een strategie op te stellen. De laadvisie beantwoord daarnaast relevante (maatschappelijke) vragen. In samenhang met de RAL en de NAL, omschrijft de laadvisie hoe wij de komende 4 jaar gaan werken aan ons netwerk van openbare laadinfrastructuur, en hoe dat openbare netwerk zich verhoudt tot het netwerk van private en semipublieke laadinfrastructuur. We geven daarnaast handvatten voor het opstellen van een communicatiestrategie (het delen van Best Practices) en we stellen een aantal procesgangen vast die de realisatie van laadinfrastructuur stroomlijnen. Ook leggen we in de laadvisie vast hoe we laadlocaties selecteren en inrichten. Dat doen we in de Plaatsingsleidraad. Hierbij wordt de Laadvisie voor Westerveld voorgelegd ter vaststelling.
Besluit Besluitpunt 1 Instemmen met de Laadvisie.
Motivering Aanleiding en context In het Nederlands Klimaatakkoord (2019) is als doelstelling opgenomen dat de landelijke CO2-uitstoot veroorzaakt door de sector mobiliteit met 7,2 miljoen ton moet worden verminderd. Om deze doelstelling te behalen zijn op verschillende overheidsniveaus afspraken gemaakt. De Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is daar één van. De doelstellingen uit de NAL worden door de NAL-regio Noord (provincie Drenthe, Groningen en Friesland) verder uitgewerkt in de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL). In de NAL is afgesproken dat elke gemeente een eigen laadvisie vaststelt. Daarmee is realisatie van laadinfrastructuur, middels de NAL, RAL en de gemeentelijke laadvisies, op alle overheidsniveaus geborgd. Dat is nodig, want een dekkend netwerk van laadinfrastructuur is een scherpe randvoorwaarde voor de transitie naar elektrisch vervoer. Zonder laadinfrastructuur zullen particulieren en ondernemers immers niet de overstap naar een elektrische auto maken, en zonder laadinfrastructuur kunnen elektrische bussen niet rijden. Los van deze verplichting hebben we als gemeente ook zelf onze duurzaamheidsambities. De transitie naar de elektrificatie van het wegverkeer is een grote opgave, maar ook een grote kans. In 2019 werd 50% van de CO2 uitstoot namelijk veroorzaakt door het wegverkeer in de gemeente Westerveld.
Ook in veel andere plattelandsgemeenten heeft wegverkeer een grote impact op de totale CO2 uitstoot. De transitie naar elektrisch vervoer is daarmee een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van onze gemeente.
1/5
De vraag naar laadinfrastructuur groeit de komende jaren exponentieel. Op privaat terrein zien we inmiddels verschillende soorten van private en semipublieke laadinfrastructuur, waar ons gemeentelijk netwerk van openbare laadinfrastructuur niet altijd optimaal op aansluit. Ook zien we steeds meer maatschappelijke vragen die we nog niet kunnen beantwoorden. Daarnaast volgen technologische ontwikkelingen en marktontwikkelingen elkaar snel op. Om ervoor te zorgen dat we de vraag naar laadinfrastructuur kunnen bijhouden is het nodig een strategie op te stellen. De laadvisie beantwoord daarnaast relevante (maatschappelijke) vragen. In samenhang met de RAL en de NAL, omschrijft de laadvisie hoe wij de komende 4 jaar gaan werken aan ons netwerk van openbare laadinfrastructuur, en hoe dat openbare netwerk zich verhoudt tot het netwerk van private en semipublieke laadinfrastructuur. We geven daarnaast handvatten voor het opstellen van een communicatiestrategie (het delen van Best Practices) en we stellen een aantal procesgangen vast die de realisatie van laadinfrastructuur stroomlijnen. Ook leggen we in de laadvisie vast hoe we laadlocaties selecteren en inrichten. Dat doen we in de Plaatsingsleidraad. De laadvisie is tot stand gekomen in een regionale samenwerking met de 12 Drentse gemeenten en ondersteuning van de provincie Drenthe.
De samenwerking heeft ertoe geleid dat alle gemeenten nu beschikken over een gedegen laadvisie, ondanks een tekort aan expertise ambtelijke capaciteit. Deze aanpak biedt daarnaast ook veel synergievoordelen. De vraag en het aanbod van laadinfrastructuur gaan immers over gemeentegrenzen heen. Omdat we op hoofdlijnen dezelfde keuzes hebben gemaakt (de Drentse lijn) zullen we bijvoorbeeld in de uitwerking van een nieuwe laadpalenconcessie beter in staat zijn om concessievoorwaarden voor de hele provincie Drenthe op te stellen. Ook zal het sneller mogelijk zijn om (regionaal in plaats van lokaal) een communicatieplatform voor inwoners rondom dit onderwerp op te zetten. Deze aanpak past daarnaast ook in de RMP-afspraken voor meer regionale samenwerking. Beoogd resultaat De laadvisie beschrijft hoe wij als gemeente omgaan met laadinfrastructuur. Met het vaststellen van de laadvisie zullen we in staat zijn een dekkend netwerk van laadinfrastructuur te realiseren, wat nodig is om de transitie naar elektrisch vervoer mogelijk te maken (randvoorwaarde). Met het vaststellen van de laadvisie zijn we in staat om deze transitie vanuit drie rollen te faciliteren en te stimuleren: 1. De gemeente als facilitator van het openbare laadnetwerk – Op openbare parkeergelegenheden wordt openbare laadinfrastructuur geplaatst.
Dit is grotendeels bij parkeergelegenheden in woonwijken waar veelal in de openbaarheid wordt geparkeerd, en bij openbare voorzieningen zoals het gemeentehuis, ov-haltes en dorpshuizen. De laadvisie ziet toe op een gestructureerde uitrol van deze openbare laadinfrastructuur, waarbij het aanbod precies aansluit op de vraag. Dat wil zeggen dat de gemeente openbare laadinfrastructuur vraaggestuurd plaatst. Uitzondering op de regel zijn de grotere openbare parkeerterreinen bij openbare voorzieningen, waar laadinfrastructuur ook strategisch (zonder aantoonbare behoefte, op basis van wenselijkheid en/of verwachting) kan worden geplaatst. Met de laadvisie houden we daarnaast grip op de transitie naar elektrisch vervoer en zorgen ervoor dat deze zo evenwichtig mogelijk verloopt. We houden daarbij oog voor mensen die om bijvoorbeeld financiële redenen de overstap naar een elektrische auto nog niet kunnen maken, en zorgen ervoor dat de transitie voor iedereen eerlijk en evenwichtig verloopt. 2. De gemeente als aanjager van duurzame mobiliteit – Bijna iedereen (particulier of ondernemer) zal te maken krijgen met laadinfrastructuur, maar niet iedereen heeft hiervoor de nodige kennis paraat. De gemeente wil laadinfrastructuur faciliteren, maar dat betekent (juist) niet alleen het realiseren van openbare laadinfrastructuur.
Juist private en semipublieke laadpalen zijn het belangrijkste onderdeel van het laadnetwerk. Het realiseren van een netwerk van laadinfrastructuur doet de gemeente daarom samen met ondernemers en particulieren. Om dit te realiseren, zal de gemeente ondersteuning bieden aan particulieren en ondernemers, om de overstap naar elektrisch rijden mogelijk en makkelijk te maken. De gemeente deelt bijvoorbeeld informatie, tips en “best practices”. Ook zal de gemeente in samenwerking met de regio onderzoeken of inkoop van semipublieke laadinfrastructuur mogelijk is.
2/5
3. De gemeente als verduurzamende organisatie – De gemeente Westerveld is naast een aanjager en facilitator, ook een werknemersorganisatie die moet verduurzamen. Met de laadvisie leggen we ook een fundatie voor de verduurzaming van ons eigen wagenpark. De gemeente gaat onderzoeken hoe zij haar volledige wagenpark kan verduurzamen, door middel van bijvoorbeeld het opdoen van kennis van verschillende pilots in de omgeving. Ook wacht de gemeente verschillende technologische ontwikkelingen af, zoals de ontwikkeling van waterstof als energiedrager voor zwaardere voertuigen. Argumentatie 1.1 Het vaststellen van een laadvisie is een verplichting vanuit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), waar onze gemeente zich via het klimaatakkoord aan heeft gecommitteerd. 1.2 Als gemeente vinden we het belangrijk om mobiliteit te verduurzamen, en CO2-uitstoot te verminderen. De laadvisie sluit aan bij ons duurzaamheidsbeleid 'Samenwerken aan duurzaamheid'. 1.3 De transitie naar elektrisch vervoer is een belangrijk onderdeel van de verduurzaming van de sector mobiliteit. Om elektrisch rijden mogelijk te maken is laadinfrastructuur nodig (belangrijke randvoorwaarde). 1.4 Met het vaststellen van de laadvisie borgen we de realisatie van laadinfrastructuur en maken we de transitie naar elektrisch vervoer mogelijk.
1.5 Met het vaststellen van de laadvisie houden we grip op de transitie naar elektrisch vervoer, en zorgen we ervoor dat deze voor iedereen zo evenwichtig mogelijk verloopt. 1.6 Met het vaststellen van de gezamenlijk opgestelde laadvisie borgen we de toekomstige regionale samenwerking met andere gemeenten en de provincie. Dit biedt veel synergievoordelen en past binnen de RMP-afspraken voor regionale samenwerking. Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord werken De laadvisie draagt bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen zoals omschreven in ons beleid 'Samenwerken aan Duurzaamheid'. Daarin is o.a. opgenomen: 'Wij gaan ons inzetten om het laadpalennetwerk in de gemeente sluitend te maken'. Effect op het Minimabeleid n.v.t. Kanttekening en risico's 2.1 De laadvisie is een groeidocument op uitgangspunten en hoofdlijnen. We stellen een aantal impactvolle keuzes uit totdat we een beter afwegingskader hebben. Dit leidt ertoe dat we op een aantal (maatschappelijke) vragen nog geen antwoord hebben, zoals het wel of niet toestaan van de Verlengde Private Aansluiting (VPA). 2.2 Het opstellen van plankaarten en een uitvoeringsplan neemt veel maatwerk weg en stelt ons in staat de exponentieel groeiende vraag naar laadinfrastructuur bij te kunnen houden. Voor het opstellen van plankaarten is tijdelijk extra capaciteit of ondersteuning nodig.
Op dit moment hebben we een plankaart maar deze zal wellicht in de toekomst moeten worden geupdated. 2.3 Voor de realisatie van laadinfrastructuur is structurele capaciteit en budget nodig. Hoeveel structurele capaciteit er nodig is hangt sterk af van welke vorm van inkoop de gemeenten en provincie kiezen nadat de huidige concessie met Allego is afgelopen. 2.4 De Laadvisie is geschreven voor alle Drentse gemeenten. Voor ca. 90% zijn de laadvisies van de Drentse gemeenten dus hetzelfde. E.e.a. kan doorwerken in de tekst. Het Westerveldse 'sausje' van de laadvisie zit hem in de cijfermatige doorrekening. 2.5. Het aantal genoemde privelaadpalen voor Westerveld zoals die in de visie zijn genoemd, is gebaseerd op een modelberekening. E.e.a. kan dus afwijken van de praktijk. 2.6 Ten tijde van het opstellen van de laadvisies waren de capaciteitsproblemen bij netbeheerders maatschappelijk en politiek nog niet/in mindere mate geagendeerd. Inmiddels staat de netcapaciteit goed op de agenda, ook bij provincie en gemeenten. In RAL Noord zitten de netbeheerders aan tafel en dit is ook het geval in de landelijke NAL organisatie. Dat is specifiek voor laadinfra, daarnaast is er de RES: in het kader van de RES wisselen provincies en netbeheerders informatie uit over de vraag
3/5
(afname van energie van de verschillende sectoren, zoals wonen, bedrijven, laadinfra etc etc) en het aanbod (energieopwekking) van energie zodat netbeheerders hun integrale programmering daar op af kunnen stemmen. Langzaam laden van personenauto’s (niet zijnde snelladen) levert in Drenthe momenteel en op korte termijn nauwelijks problemen op. Om te voorkomen dat ook voor laadinfra-aansluitingen een capaciteitsprobleem ontstaat en om de capaciteitsproblemen te verkleinen, zijn de netbeheerders onderdeel van RAL Noord organisatie.In RAL Noord verband en in afstemming met de RES Drenthe, verkennen we met de netbeheerders hoe we op een dusdanige manier laadinfra kunnen uitrollen, dat dit het totale capaciteitsprobleem niet verergert. Immers naast personenauto’s gaat de laadbehoefte van zwaarder transport de komende jaren groeien en dat heeft veelal een grotere impact op het net. Met andere woorden: Als Enexis weet op welke locaties we de komende jaren laadinfrastructuur verwachten te plaatsen, kunnen zij daarop anticiperen. En hoe verhoudt zich dat tot pieken in de opwek van energie? Hoe we dat proces willen gaan vormgeven, en welke rol gemeenten hierin krijgen, gaan we nog met Enexis bepalen. Korte info over netcongestie: Netcongestie wat betreft pieken in afname en opwek is een grote uitdaging de komende jaren evenals het tijdig realiseren van met name zware aansluitingen.
Wat betreft zware aansluitingen, dit heeft in bepaalde regio’s tot gevolg dat de doorlooptijden voor het realiseren van zware netwerkaansluitingen erg lang zijn. In extreme gevallen kunnen grote aansluitingen niet gerealiseerd worden, zoals enkele weken in het zuiden van het land het geval was voor grote bedrijven. Huisaansluitingen (en in het geval van een private laadkast voor mensen met een eigen oprit: een extra groep in de meterkast) geven over het algemeen veel minder problemen en datzelfde geldt ook voor langzame openbare laadpalen, die op het openbare net zijn aangesloten. Langzaam laden voor personenauto’s is vooralsnog geen probleem* in Drenthe. *Dit kan het wel worden in bepaalde wijken/gebieden waar een aantal zaken samen komen. Bijvoorbeeld een nieuwe wijk in Leeuwarden die gerealiseerd gaat worden, waarbij veel rijwoningen komen te staan zonder eigen oprit. In het hogere inkomenssegment, waar veel EV wordt verwacht (denk aan nu al 30% van de inwoners heeft een elektrische auto), kan in dit geval dus wel tot problemen leiden ook icm warmtepompen, airco’s, zonnepanelen, etc. De capaciteit mbt levering staat hier ook op rood / geen afname capaciteit. De capaciteitskaart van de netbeheerders geeft meer inzicht. Daar zie je dat Drenthe er in die zin er beter voor staat van bv.
Friesland https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl Aanpak/uitvoering en communicatie Communicatie Op dit moment communiceert elke gemeente de aanvraagmogelijkheden en realisatie van openbare laadinfrastructuur via de gemeentelijke website. Als we meer particulieren en ondernemers ertoe willen zetten laadinfrastructuur te realiseren op hun eigen terrein, zullen we hen daarin moeten ondersteunen, begeleiden en moeten we hen voorzien van de juiste informatie. De gemeente is immers een aanjager van duurzame mobiliteit. In de vervolgstappen gaan we daarom nadenken over het opzetten van een communicatieplatform voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Om ook hier een efficiëntieslag te slaan willen we dit wederom regionaal oppakken. De provincie Drenthe zal hierin een centrale rol spelen aangezien de provincie op dit onderwerp een ondersteunende rol voor gemeenten vervult.
4/5
Een andere vervolgstap is het continueren van de waardevolle regionale samenwerking die in het laadvisieproces tot stand is gekomen. De provincie en gemeenten gaan nadenken over het delen van kennis, ervaring en het maken van toekomstige regionale keuzes en standpunten. Uitvoering Na het vaststellen van de laadvisie gaan we bezig met het opstellen van een uitvoeringsplan en evt. nieuwe plankaarten. Het uitvoeringsplan is daarbij een praktische uitwerking van de laadvisie. Met betrekking tot eventuele nieuwe plankaarten zal overleg met belanghebbenden over de laadlocaties in de gemeente moeten plaatsvinden. Integrale advisering Intern_en_extern Duiding integrale advisering intern: collega's Duurzaamheid extern: provincie en Drentse gemeenten Kosten, baten, dekking Laadvisie Het hebben van een laadvisie is een verplichting n.a.v. landelijke afspraken. Omdat de opdracht voor het uitwerken van een laadvisie in samenwerking met de andere Drentse gemeenten is uitbesteed, zijn de kosten voor het gehele proces voor de gemeente ca. € 5000,- geweest. Deze kosten konden worden gedekt binnen reguliere budgetten. De Laadvisie op zich brengt nu verder geen kosten met zich mee. Opstellen/uitvoeren uitvoeringsplan In het vervolgtraject zal voor het opstellen van een uitvoeringsplan en eventueel plankaarten wel extra capaciteit, expertise en budget nodig zijn.
Het is een logische keuze om het opstellen van plankaarten uit te besteden; intern is daar niet de nodige expertise en (digitale) middelen voor aanwezig. Voor het laten opstellen van plankaarten is een tijdelijk budget nodig, waarvan de hoogte afhankelijk is van een aantal proceskeuzes die we binnenkort met de andere Drentse gemeenten en de provincie gaan maken. Ook voor het opstellen van het uitvoeringsplan en plankaarten hebben wij en de andere gemeenten de intentie om dit in gezamenlijkheid op te pakken. In de toekomst zal structurele capaciteit nodig zijn op laadinfrastructuur. Er liggen taken rondom het realiseren van laadinfrastructuur, het behandelen van aanvragen, het opstellen van verkeersbesluiten en de communicatie en participatie met inwoners. Daarnaast is incidentele capaciteit nodig voor het actualiseren van de laadvisie. Bij het uitwerken van het uitvoeringsplan en de plankaarten, zullen we in beeld brengen hoeveel structurele en incidentele capaciteit er op termijn nodig is. Voor het opstellen van het uitvoeringsplan en eventuele nieuwe plankaarten zal later budget aangevraagd moeten worden bij de gemeenteraad. Op dit moment is nog niet bekend hoe hoog deze kosten zullen zijn.
Bijlagen 1. Gemeente Westerveld - Figuur 5 bijlage 2.pdf
5/5