CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en -besluit uitwerking motie sierteelt

Politieke avond Westerveld 3 februari 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel en -besluit uitwerking motie sierteelt (spreekrecht)2.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitvorming Raad Onderwerp Openbaarheid Zaaknummer Datum voorstel Portefeuillehouder

uitwerking motie sierteelt Openbaar 2026-000891 20 januari 2026 F. Foreman

Beslispunten 1. Te kiezen voor het ‘scenario Westerveld’, zoals beschreven in dit raadsvoorstel; 2. De daarvoor benodigde wijziging in het omgevingsplan voor te bereiden langs de lijnen weergegeven in bijlage 3; 3. Bij de verdere uitwerking van de wijziging in het omgevingsplan nadrukkelijk mee te nemen het reguleren van enkel specifieke sierteelten met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Kosten, baten en dekking Voor de juridische ondersteuning en eventuele juridische procedures is voor 2026 250.000 euro opgenomen vanuit het budget duurzame landbouw. Er is geen geld gereserveerd voor eventuele nadeelcompensatie. De verwachting is dat het nadeelcompensatierisico bij het ‘scenario Westerveld’ beperkt zal zijn. Inleiding Op 27 mei 2025 heeft de gemeenteraad een motie (bijlage 5) aangenomen over een onderzoek naar een tijdelijke beperking van de impact van sierteelt. Deze motie verzoekt het college om: 1. te onderzoeken, samen met andere relevante overheden, wat de juridische mogelijkheden zijn om in gemeente Westerveld de impact van sierteelt tot tenminste 2030 tijdelijk te beperken, bijvoorbeeld door zonering, limitering van gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, en/of maximering van het sierteeltareaal, in afwachting van resultaten van initiatieven rond verdere reductie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; 2.

de resultaten van dit onderzoek, inclusief de gevolgen van eventuele maatregelen, voor te leggen aan de raad, al dan niet als raadsvoorstellen; 3. en samen met agrariërs, grondeigenaren en andere partners in het buitengebied op zoek te gaan naar een wijze van grondgebruik en bijbehorend omgevingsbeleid, passend bij een toekomstbestendige landbouw of andere milieu-, sociaal- én economisch duurzame verdienmodellen voor grondeigenaren. Onderzoek De gemeente Weststellingwerf heeft in 2024 opdracht gegeven tot een onderzoek naar de mogelijkheden voor het reguleren van sierteelt in het omgevingsplan. In dat kader heeft PlasBossinade Advocaten in opdracht van de gemeente Weststellingwerf een op het sierteeltvraagstuk toegesneden advies uitgebracht. Het advies van PlasBossinade bood ook voor de gemeente Westerveld aanknopingspunten voor de uitwerking van de opdracht van de gemeenteraad. Pels Rijcken is gevraagd om de mogelijkheden die er zijn om in Westerveld sierteelt te reguleren in kaart te brengen. Hierbij is de motie van de gemeenteraad als uitgangspunt genomen, waarbij tegelijk gevraagd is het advies van PlasBossinade te toetsen en waar nodig van een kritische kanttekening te voorzien. Op deze manier heeft het college beoogd om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van alle mogelijkheden rondom sierteelt.

Deze onderzoeksvragen zijn door Pels Rijcken beantwoord in een adviesrapport, zie bijlage 1.

1

Scenario's en beoordelingscriteria Aan de hand van het advies van Pels Rijcken zijn diverse scenario's nader beschouwd. Hierbij is gekeken naar mogelijke maatregelen die door de gemeenteraad genomen kunnen worden. Dit betreft mogelijkheden variërend van het treffen van geen maatregelen tot het invoeren van een volledig verbod, en maatregelen die daar tussenliggen. Hierbij is gezocht naar een mogelijke maatregel die redelijk en billijk is, zowel richting inwoners als telers. Het dient de zorgen bij inwoners over gezondheidsrisico's tegemoet te komen, maar tegelijk de telers niet onnodig in hun bedrijfsvoering te beperken. Kortom, er is gezocht naar een balans. Bij de beoordeling van deze scenario’s is gekeken naar een aantal verdere beoordelingscriteria, namelijk: o Juridische houdbaarheid: wanneer de gemeenteraad kiest voor het treffen van maatregelen, dan is het van belang dat de gekozen maatregelen ook houdbaar zijn. Hoewel in het advies van Pels Rijcken verschillende opties worden genoemd, wordt bij een aantal opties ook benoemd dat deze niet houdbaar zijn. Hier is rekening mee gehouden. o Administratieve last: Hierbij is de focus geweest om de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden. Bij dit uitgangspunt is zowel gekeken naar de druk die dit oplevert voor de ambtelijke organisatie als die van de telers.

o Eenvoud van de regeling: het is hierbij van belang dat de regeling zo eenvoudig mogelijk is, zodat deze voor iedereen duidelijk is. o Risico op nadeelcompensatie: In het advies van Pels Rijcken wordt genoemd hoe groot zij de kans op nadeelcompensatie achten bij bepaalde maatregelen. Hier is op dit moment geen financiële dekking voor opgenomen in de begroting. Gezien dat het vooraf lastig is om de daadwerkelijke mogelijke kosten in te schatten, is gepoogd om hier rekening mee te houden. In bijlage 2 wordt een aantal scenario's op hoofdlijnen toegelicht en beoordeeld. Beoogd effect Het doel van dit voorstel is om de mogelijke impact op de volksgezondheid door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij sierteelt te beperken, zoals vermeld in de motie. Wij trachten dit te doen door het nemen van gerichte reguleringsmaatregelen tot tenminste 2030. Keuze op grond van beoogd effect Het college heeft nadrukkelijk gekeken naar de oproep in de motie, de afwegingen tussen de diverse scenario’s en het beoogde effect. Alles afwegende vindt het college het scenario met een sierteeltvrije afstand tussen gevoelige functies het meest aannemelijk. Dit ‘scenario Westerveld’ wordt hieronder toegelicht.

Met beslispunten 1 en 2 vraagt het college de raad om het college opdracht te geven, om ten behoeve van het ‘scenario Westerveld’, het concept wijziging omgevingsplan om te zetten in een aanpassing van het omgevingsplan. Deze aanpassing van het omgevingsplan zal op een later moment opnieuw aan de raad voorgelegd worden. Met beslispunt 3 vraagt het college aan de raad om bij de uitwerking van ‘scenario Westerveld’ nadrukkelijk mee te nemen dat het gaat om het reguleren van specifieke sierteelten, te weten die met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit derde beslispunt is toegevoegd op basis van voortschrijdend inzicht, onder andere naar aanleiding van gesprekken met Pels Rijcken, telers en maatschappelijke belangenorganisaties. Dit wordt later in het raadsvoorstel onder ‘argumenten’ toegelicht. Scenario Westerveld Het college stelt voor om te werken met een sierteeltvrije afstand van 50 meter tot sierteeltgevoelige functies, zoals toegelicht in bijlage 3. Uitgezonderd is sierteelt met enkel gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij wordt niet gevraagd om biologische percelen of biologisch 2

plantgoed. Bij de maatregel hoort een meldplicht met betrekking tot sierteelt. Dit voorstel is uitgewerkt in een concept wijziging omgevingsplan, zie bijlage 3. Argumenten o Door te kiezen voor een meldplicht, heeft de gemeente enerzijds mogelijkheid om inzicht te verkrijgen in de percelen waarop sierteelt plaatsvindt. Anderzijds beperkt de meldplicht de administratieve druk voor de ambtelijke organisatie. Daarnaast kan er geen bezwaar- of beroep worden ingediend zoals bij een vergunningsplicht, wat voor mogelijke vertragingen en juridische procedures kan zorgen. Dit zorgt ook voor duidelijkheid voor telers. o

Hoewel Pels Rijcken mogelijkheden ziet voor een afstand van 250 meter, wordt gekozen voor 50 meter. Dit sluit aan bij de jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter (Raad van State).

o

In Westerveld wordt de discussie over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in beginsel beperkt tot sierteelt. Daarom is in het scenario ingezet op sierteeltvrij in plaats van spuitvrij. Dit sluit aan op de motie.

o

Middels de motie is gevraagd om de juridische mogelijkheden in kaart te brengen om de impact van sierteelt tijdelijk te beperken. Bij de uitwerking van het ‘scenario Westerveld’ is derhalve een definitie opgesteld welke alle sierteelt omvat. Dit betreft ook vormen van sierteelt waarbij geen of in mindere mate gebruikt wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Denk hierbij aan de teelt van zonnebloemen, de dahlia's voor het bloemencorso en de teelt in bloemenpluktuinen. De generieke behandeling van sierteelt is echter mogelijk in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het is immers niet redelijk om dezelfde beperkingen op te leggen aan sierteelt waarbij de inzet van gewasbeschermingsmiddelen minimaal is, zoals zonnebloemen. Om op basis van het voorzorgsbeginsel maatregelen op te kunnen leggen, moet er een juridische grondslag zijn om maatregelen te kunnen nemen. Zo moet de gemeente uit kunnen leggen waarom er meer gezondheidsrisico’s worden verwacht bij sierteelt ten opzichte van reguliere landbouw. Hierbij geldt dat deze onderbouwing wel gemaakt kan worden op basis van de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen bij een aantal sierteelten, maar niet bij alle sierteelten. Het college adviseert dan ook om maatregelen te beperken tot specifieke sierteelten, namelijk die met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Beslispunt 3 vraagt de raad om hier een uitspraak over te doen.

Kanttekeningen Dit onderdeel is opgesplitst in drie gedeeltes, te weten de kanttekeningen van het college, die van de telers en van maatschappelijke belangenorganisaties. Bij de kanttekeningen van de telers en maatschappelijke belangenorganisaties, moet worden opgemerkt dat deze gesprekken zijn gevoerd op basis van de informatie zoals bekend op 18 december jl. waarbij ingezet werd op maatregelen voor de gehele sierteelt. Pas op een later moment is besloten om de focus te leggen op specifieke sierteelten met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Voor de volledigheid is de originele reactie van de partijen hierin meegenomen. Kanttekeningen college o De definitie van gevoelige functies is niet vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving. De thans gehanteerde definitie is in de kern vergelijkbaar met gevoelige functies in wet- en regelgeving die ten aanzien van andere thema’s zijn ingekaderd, zoals aangewezen gevoelige gebouwen/bestemmingen in het kader van luchtverontreiniging als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) dat tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold, en de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Kanttekeningen telers o Differentiatie sierteelt t.o.v.

andere teelten De telers geven aan het oneens te zijn met de voorgestelde maatregel, waarbij sierteelt anders behandeld wordt dan overige akkerbouw. In hun visie is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een deel van de voedselteelt minimaal zo hoog of zelfs hoger dan 3

bij een groot deel van de sierteelt. Hierbij worden dezelfde middelen gebruikt. Het voorbeeld van de teelt van pootaardappelen wordt daarbij genoemd. Daarnaast wordt bij sierteelt bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gewerkt met meer drift reducerende maatregelen dan in de overige akkerbouw. Het opleggen van een sierteeltvrije afstand tot gevoelige functies, maar deze ruimte wel beschikbaar houden voor de overige akkerbouw, is volgens de telers niet uitlegbaar in relatie tot het doel van verminderen van gezondheidsrisico’s voor inwoners. Reactie college: Dit punt heeft het college overwogen en besloten om aan de raad voor te stellen om de focus alleen te leggen op specifieke sierteelt namelijk die met een hoger gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. o

De lengte van de overgangsperiode De telers geven aan dat onder andere langdurige pachtcontracten het nodig maken om een lange overgangsperiode in te bouwen, alvorens een sierteelt beperkende maatregel definitief kan worden ingevoerd. Reactie college: In de rapportage van Pels Rijcken (bijlage 1) is aangegeven dat een overgangsperiode van 1 of maximaal 2 jaar verdedigbaar is. Voor de toelichting wordt verwezen naar de bijlage. Het is wel mogelijk dat in nader overleg met de telers, of uit eventuele rechtszaken, we tot voortschrijdend inzicht kunnen komen hoelang de overgangsperiode per situatie kan en mag duren. Aangezien voor lopende sierteeltactiviteiten in ieder geval 2026 een overgangsjaar zal zijn, is er nog voldoende tijd om een duidelijk beeld voor de komende jaren te schetsen.

o

Bied mogelijkheden voor experimenten Telers roepen op om hen de mogelijkheid te bieden om te experimenteren bij de reductie van gewasbeschermingsmiddelen. Reactie college: De gemeente Westerveld is eerder betrokken geweest bij het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe. Hoewel er in dit programma een grote reductie van gewasbeschermingsmiddelen is behaald en er is ingezet op de communicatie met de omgeving, heeft dit nog weinig effect gehad op de maatschappelijke onrust rondom voornamelijk lelieteelt. De telers zijn inmiddels een nieuw initiatief gestart, namelijk de Drentse lelie. Hier is de gemeente Westerveld niet bij betrokken. Het college staat hier alsnog voor open. Of dit een relatie kan hebben met de voorgestelde maatregel valt nader te bezien.

Kanttekeningen maatschappelijke belangenorganisaties o Maatregelen tegen risicovolle gewasbeschermingsmiddelen Maatschappelijke belangenorganisaties waarmee in het kader van de uitwerking van de motie is gesproken zijn Meten=Weten en AARDige Buren. Beide organisaties geven aan dat het vanuit juridisch oogpunt en voor een maximaal effect aan te raden is, om maatregelen te nemen voor specifieke risicovolle gewasbeschermingsmiddelen, in plaats van voor specifieke teelten. Als vertrekpunt zou de lijst met 70 vluchtige stoffen van Meten=Weten aangehouden kunnen worden. Deze stoffen verspreiden zich over grote afstanden door de lucht. Reactie college: Het verbieden van deze 70 vluchtige stoffen gaat verder dan de reikwijdte van de motie. Dit raakt naar alle waarschijnlijkheid alle teelten, terwijl gevraagd is om de mogelijkheden m.b.t. sierteelt te onderzoeken. Om deze maatregel te implementeren zal nader juridisch onderzoek nodig zijn, ook naar de lokale actuele situatie. Onder andere de complexiteit en de daarmee verbonden handhaafbaarheid van een eventueel verbod, zijn daarbij aandachtspunten. Intentie is om deze optie nog wel verder te bespreken met de telers.

4

o

Afstand De afstand van 50 meter t.o.v. gevoelige functies die het college voorstelt is te klein. Een afstand van 250 meter valt juridisch makkelijker te onderbouwen. Daarnaast biedt dit geen bescherming voor vluchtige stoffen die zich over grotere afstanden verspreiden. Reactie college: Met 50 meter wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Raad van State. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt, dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. De afstand van 250 meter is daarentegen gebaseerd op één uitspraak van de voorzieningenrechter van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 juli 2025, waarbij de uitspraak specifiek gericht was op lelieteelt.

o

Behoud uitbreidingsverbod Tijdens het gesprek met de maatschappelijke belangenorganisaties, ontstond een discussie over juridische mogelijkheden en de voor- en nadelen van het permanent maken van het huidige uitbreidingsverbod zoals opgenomen in het geldende voorbereidingsbesluit. Reactie college: Het college ziet geen voordelen in het behouden van het uitbreidingsverbod. Dit zorgt namelijk voor meer druk op de percelen waar eerder discussie over is ontstaan. Dit terwijl andere percelen waar tot nu toe geen sierteelt heeft plaatsgevonden mogelijk juist verder van sierteeltgevoelige functies afliggen.

Communicatie Communicatie betreft in de eerste plaats een publicatie over de beraadslaging en de besluiten van de raadsvergadering. Daarnaast zal communicatie plaatsvinden over het proces van de wijziging van het omgevingsplan. Bericht voor publicatie Naar aanleiding van de raadsvergadering zal een bericht voor publicatie worden opgesteld. Deze zal na de raadsvergadering op de gemeentewebsite worden gepubliceerd. Omgevingsplan Voor de wijziging van het omgevingsplan is de uitgebreide procedure (uniforme openbare voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 Awb) van toepassing. In basis geldt hiervoor dat het bevoegd gezag binnen 6 maanden beslist over het besluit (met mogelijk een éénmalige verlenging van 6 weken). Voorafgaand aan het wijzigen van het omgevingsplan dient de gemeente een kennisgeving te doen over het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. Hierin zal ook aangegeven moeten worden hoe participatie vormgegeven wordt. De kennisgeving gaat via een plaatsing van het voornemen in het gemeenteblad. Het ontwerp-omgevingsplan wordt vervolgens eveneens geplaatst in het gemeenteblad, en wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Daarnaast wordt het ontwerp-omgevingsplan ook beschikbaar gesteld op Regels op de Kaart. Hierdoor is het door iedereen te raadplegen. Op het ontwerp-omgevingsplan kunnen zienswijzen worden ingebracht.

Participatie Hoe worden inwoners en andere belangstellenden betrokken in dit proces Voorafgaand aan de raadsvergadering is er gelegenheid geweest voor zowel siertelers als een aantal maatschappelijke belangenorganisaties, namelijk Meten=Weten en AARDige Buren, om input te leveren. Daarnaast is Gifvrij Westerveld ook uitgenodigd voor het gesprek. Hier is geen antwoord op ontvangen. De inzichten uit de gesprekken en andere contacten zijn verwerkt in dit raadsvoorstel onder kanttekeningen.

5

Waarom vindt participatie op deze manier plaats Verschillende partijen is gevraagd om hun inzichten, zodat deze meegenomen konden worden in het raadsvoorstel. Bij de verdere uitwerking van de aanpassing van het omgevingsplan zullen partijen ook worden betrokken. Met name de uitspraak van de raad met betrekking tot beslispunt 3 is hierbij van belang. Wat is het niveau van de participatie Een combinatie van informeren, raadplegen en adviseren. Wanneer vindt participatie plaats De gesprekken met de betrokken partijen hebben begin januari 2026 plaatsgevonden. Daarnaast heeft er 18 december 2025 ook een extra gesprek met telers plaatsgevonden over het voorbereidingsbesluit. De telers zijn hierbij ook op de hoogte gesteld van het initiële concept voorkeursscenario van het college. Bijdrage aan Global Goals (SDG)

Goede gezondheid en welzijn Het nemen van eventuele maatregelen wordt gedaan vanuit het voorzorgsbeginsel voor een goede gezondheid en welzijn van onze inwoners.

Verantwoorde consumptie en productie Het gaat in dit raadsvoorstel over het verantwoord telen van sierteelt. Bijlage(n) (Openbaar)/Bijlage 1 Advies inzake mogelijkheden reguleren sierteelt van Pels Rijcken (Openbaar)/Bijlage 2 Scenario’s op hoofdlijnen (Openbaar)/Bijlage 3 Concept wijziging omgevingsplan (Openbaar)/Bijlage 4 Motie sierteelt

6

RAADSBESLUIT Onderwerp Openbaarheid Zaaknummer Datum voorstel college

uitwerking motie sierteelt

Openbaar 20 januari 2026

De raad van de gemeente Westerveld, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, BESLUIT

1. Te kiezen voor het ‘scenario Westerveld’; 2. De daarvoor benodigde wijziging in het omgevingsplan voor te bereiden langs de lijnen weergegeven in bijlage 3; 3. Bij de verdere uitwerking van de wijziging in het omgevingsplan nadrukkelijk mee te nemen het reguleren van enkel specifieke sierteelten met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering. Datum: 17 februari 2026

Namens de gemeenteraad van Westerveld,

Griffier R. Weernekers

7

Voorzitter J. Spoelstra

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=b1f62c94-7e18-4396-ba32-ca368ecfcdbd