Quickscan flora en fauna Van Helomaweg 4 Wapserveen
Tekst van het document
NOTITIE Betreft
Quickscan flora en fauna Van Helomaweg 4 Wapserveen
Datum
19-08-2025 - 1e versie
Adres:
Schoterlandseweg 53 8451 KB
Contact:
tel web mail
06-40559568 www.ruimtevooradvies.nl bleijerveld@ruimtevooradvies.nl
KvK Bank
09135673 NL45 TRIO 0338 4853 84
Behandeld door
Dhr. Marc Bleijerveld
Ter attentie van
Dhr. R. Pielman (BJZ)
Inleiding Op Van Helomaweg 4 in Wolddijk is een melkveehouderij gevestigd. Het voornemen bestaat om de veehouderij te beëindigen in het kader van de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderij (LBV). In dit verband wordt de melkveestal gesloopt. Het plan kan een negatief effect hebben op beschermde flora en fauna. In dat verband is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. In onderhavige notitie zijn de resultaten van de quickscan uitgewerkt. De locatie is op 1 augustus 2025 onderzocht door dhr. M. Bleijerveld.
Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).
1-6
Plangebied Aan de Van Helomaweg 4 bevindt zich een klein boerenerf aan de rand van het dorp. Op het erf staan de oorspronkelijke boerderij met deel uit 1825 en los daarvan een ligboxenstal uit 1972. Ten noorden van de stal staat een open kapschuur die geschakeld is aan de stal. De stal heeft gemetselde gevels zonder spouw. Het metselwerk is één tot twee meter hoog. De topgevels zijn van enkelwandige damwandprofielen. Het dak is gedekt met golfplaten zonder beschot of isolatie eronder. In de noordoosthoek bevindt zich de technische ruimte die geïsoleerd is met schuimplaten. Hierdoor heeft de onderste helft van het dak boven de technische ruimte een beschot van isolatieplaten. De kapschuur is in feite een voortzetting van de stal zonder voorgevel. Tegen de westzijde van de stal staat een groenstrook. Verder is het rond de stal bestraat met uitzondering van de zuidwesthoek die uit vertrapt weiland bestaat. De stal staat circa een leeg.
Ingreep De ligboxenstal wordt gesloopt. De geschakelde kapschuur en de boerderij blijven behouden.
Figuur 2. Te slopen melkveestal (rood).
2-6
Figuur 4. Zuidzijde stal.
Figuur 5. Westzijde stal.
Figuur 6. Noordzijde stal.
Figuur 7. Westzijde stal.
Figuur 8. Binnenzijde stal.
Figuur 9. Technische ruimte.
3-6
Gebiedsbeleid Een effectbeoordeling van een gebied beschermd door de Omgevings-verordening is alleen aan de orde wanneer het plangebied overlapt met een beschermd gebied. Natura 2000-gebieden zijn beschermd onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor deze gebieden dienen ook grensoverschrijdende effecten of externe werking te worden meegewogen.
Natura 2000
De locatie overlapt niet met Natura 2000-gebieden en het dichtstbijzijnde gebied (Holtingerveld) ligt op 1,3 kilometer afstand. Hierdoor zijn directe effecten zoals oppervlaktevermindering niet aan de orde. Gelet op de grote afstand tot Natura 2000-gebieden en de beoogde bestemming is externe werking als gevolg van bijvoorbeeld trilling, geluid, licht en verdroging op voorhand uit te sluiten met uitzondering van stikstofdepositie. De toetsing van het plan aan het stikstofbeleid valt buiten het kader van dit onderzoek. Hiervoor wordt verwezen naar de toelichting op het omgevingsplan.
Natuurnetwerk Nederland
Het plangebied overlapt niet met Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de afstand tot deze gebieden bedraagt minimaal 600 meter. Dit betekent dat directe effecten niet optreden en geen toetsing van het plan aan de kernkwaliteiten van de beschermde gebieden is vereist.
Houtopstanden De specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten stelt dat activiteiten met nadelige gevolgen voor de oogmerken voor de regels (art. 11.112 Bal) voorkomen of beperkt dien te worden, ongedaan te worden gemaakt of achterwege te worden gelaten. De oogmerken hebben betrekking op de natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden. In grote lijnen beschermt de Omgevingswet bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Onder meer houtopstanden op erven of in tuinen vallen niet onder de bescherming van de Omgevingswet. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In het plangebied worden geen bomen gekapt. De specifieke zorgplicht voor vellings- en herbeplantingsactiviteiten is daarom niet aan de orde.
Bestaande gegevens Het plan heeft betrekking op een gebouw en nauwelijks op de buitenruimte (bestrating). Op grond hiervan zijn de meeste soorten op voorhand uit te sluiten. Daarom zijn alleen de gegevens van het erf en de directe omgeving van de afgelopen vijf jaar opgevraagd. In de Nationale Databank Flora en Fauna zijn in het kader van het Monitoring van Broedvogels (BMPterritoria) nesten van boerenzwaluw in de stal gemeld. In de groenstrook naast de stal is een territoriale ransuil vastgesteld. Langs de straat zijn waarnemingen gedaan van overvliegende gewone dwergvleermuizen.
Toetsing Omgevingswet (Ow) Flora Rond de stallen was ruderale vegetatie aanwezig met algemene soorten als Canadese fijnstraal, melganzenvoet, grote weegbree, braam en grote brandnetel. Het voorkomen van bedreigde of beschermde soorten is uit te sluiten. Effect Een negatief effect op bedreigde of beschermde plantensoorten is uitgesloten. Fauna
Zoogdieren
Alleen steenmarter is een soort die typerend is voor gebouwen. In ligboxenstallen verblijven zij vrijwel altijd onder het dak. In dit geval is het dak enkelwandig waardoor verblijfplaatsen zijn uit te sluiten met uitzondering van een stukje dak boven de technische ruimte. Deze ruimte is geinspecteerd via de dakrand. Er zijn geen sporen van gebruik onder het dak gevonden zoals prooiresten, knaagschade aan isolatieplaten, krassen en veegsporen. Een verblijfplaats van steenmarter is daarom uit te sluiten.
4-6
Effect Een negatief effect op zoogdieren is uit te sluiten.
Vleermuizen
De stal en de kapschuur zijn enkelwandig omdat een spouw ontbreekt en de damwandprofielen en dakplaten geen dubbele wand bezitten. Een uitzondering hierop is het geïsoleerde stukje dak boven de technische ruimte. Deze ruimte is ongeschikt omdat de ruimte diep is (ca. 20 cm) en de dakrand zeer open. Hierdoor is de niet voldoende besloten en toegankelijk voor predatoren (bijv. rat en kauw). Op grond hiervan is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen uit te sluiten. Het plan is niet van invloed op de buitenruimte waardoor een effect op vlieg- en foerageerroutes niet aan de orde is. Effect Een negatief effect op vleermuizen of hun leefgebied is uitgesloten.
Vogels Jaarond beschermde nesten
In de stal was één nest van een boerenzwaluw aanwezig. Ook in de kapschuur bevond zich een boerenzwaluwnest. Omdat het aantal nesten beperkt is en de kapschuur blijft staan is er voldoende uitwijkmogelijkheid. Op het terrein waren geen huismussen aanwezig. De gehele schuur is enkelwandig behalve het dak van de technische ruimte. Hier waren geen nest aanwezig en de ruimte is niet voldoende besloten voor huismus. In ligboxenstallen broeden huismussen vaak achter het spant dat langs de dakrand van de kopgevels loopt. In onderhavige geval loopt het spant relatief ver van de kopgevel af waardoor geen besloten ruimte beschikbaar is. Achter het spant was geen nestmateriaal te zien. Daarnaast staat de stal al een jaar leeg waardoor de voedselvoorziening (kuilvoer) is gestopt. De aanwezigheid van nestplaatsen van huismus is uit te sluiten. De stal is niet geschikt voor steenuil of kerkuil omdat besloten ruimten ontbreken.
Figuur 10. Spant langs de dakrand van de kopgevel.
5-6
Niet-jaarrond beschermde nesten
De aanwezigheid van nestplaatsen van vogels zonder vaste nestplaatsen is mogelijk wat nisbroeders betreft, met name witte kwikstaart. Effect Wanneer de sloop plaatsvindt in het broedseizoen kunnen broedsels van vogels verstoord raken. Door de sloop gaat één vaste nestplaatsen van boerenzwaluw verloren.
Overige soortgroepen
De stal en directe omgeving zijn niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten uit de soortgroepen amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden. Effect Een negatief effect op amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden is uitgesloten.
Specifieke zorgplicht In de wet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor de volgende soorten: • • • •
Vogelrichtlijn-soorten zoals genoemd in bijlage I Vrl en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, 2e lid Vrl; Habitatrichtlijn-soorten als opgenomen in bijlage II, IV en V Hrl; dieren of planten die staan opgenomen op de Rode Lijsten; nationaal beschermde soorten (bijlage IX Bal).
In de Nationale Databank Flora en Fauna zijn geen waarnemingen van Rode-Lijst-soorten uit de voornoemde groepen in het plangebied gedaan. Op basis van het karakter van het plangebied zijn dergelijke soorten uit te sluiten. Maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht zijn niet vereist.
Conclusies Gebiedsbeleid
Het plan is niet van invloed op beschermde gebieden in de omgeving vanwege de beperkte schaal en de grote afstand tot natuurgebieden. Het eventuele effect van stikstofdepositie valt buiten het kader van dit onderzoek.
Soortenbeleid
Vogels en hun broedsels zijn strikt beschermd volgens de Omgevingswet. Daarom dient de sloop buiten het broedseizoen te gebeuren dat wil zeggen buiten de periode van 1 maart tot 15 augustus. Voor het plan is geen vergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist.
6-6