CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ordevoorstel Progressief Westerveld - intrekken bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare enrgie

Politieke avond Westerveld 21 december 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsregels en bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie (spreekrecht)1.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geacht college, geachte raadsleden en burgerraadsleden, Op de agenda van de Politieke Avond van 7 december en de Raad van 21 december staat het raadsvoorstel Beleidsregels en bestemmingsplan Kleinschalige hernieuwbare energie. De fractie van progressief Westerveld is voorstander van de plaatsing van kleine windmolens en kleine zonneveldjes van maximaal 100m2 onder voorwaarden. We hebben een aantal opmerkingen bij de beleidsregels, maar in grote lijnen kunnen we ons daarin vinden. We maken ons echter zorgen over de aandacht in het bestemmingsplan voor de instandhouding van beschermde dieren en de eventuele significante nadelige effecten van het bestemmingsplan op de Natura 2000 gebieden. Wij maken ons zorgen over de houdbaarheid van ook dit bestemmingsplan bij de Raad van State. We zullen onze zorgen hieronder toelichten. Wat de beschermde dieren betreft: in het gebied waar het bestemmingsplan op toeziet komen vleermuizen voor. Dit zijn beschermde dieren die genoemd worden in bijlage IV, onderdeel a, van de Habitatrichtlijn. Volgens Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming is het verboden om deze dieren opzettelijk te doden of opzettelijk te verstoren. In de Natura 2000 gebieden Drents Friese Wold & Leggelderveld en het Dwingelderveld zijn verschillende vogelsoorten benoemd in de instandhoudingsdoelstellingen.

Bovendien zijn vogels ook beschermde dieren in de zin van de Wet Natuurbescherming. Het is niet duidelijk wat de gevolgen zijn van het bestemmingsplan voor de vogels en de vleermuizen en wat de effecten van het bestemmingsplan zijn voor de genoemde Natura 2000 gebieden. Volgens vaste jurisprudentie moet de raad beide zaken in kaart brengen voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Vleermuizen Voor de vleermuizen is een natuurtoets voorgeschreven. Over de natuurtoets heeft het bureau Bügel Hajema, de opsteller van het bestemmingsplan Kleinschalige hernieuwbare energie, het volgende op zijn website staan:

Natuurtoets Een onderzoek naar de effecten op de natuurwaarden in het kader van natuurwet en -regelgeving is een verplicht onderdeel van een planologische procedure en noemen wij een natuurtoets. Deze natuurtoets bestaat uit een verkennend veldbezoek en een analyse van databestanden/kaartmateriaal. Op basis hiervan toetsen wij het voornemen aan de Wet natuurbescherming en het provinciaal natuurbeleid. De toetsing gaat in op beschermde soorten, Wnb-beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en provinciaal beschermde natuurgebieden (NNN). Ook geven we aan of sprake kan zijn van beschermde houtopstanden. Voor initiatieven van beperkte omvang zoals de uitbreiding van een bedrijfspand of de bouw van een woonhuis voldoet een natuurtoets in beknopte vorm. Dit wordt ook wel Quickscan Flora en Fauna genoemd. Voor een groter plan of een plan in een natuurrijke omgeving is een uitgebreide natuurtoets nodig. Hier vindt hetzelfde type onderzoek plaats maar de analyse en rapportage is uitgebreider. In de rapportage van beide natuurtoetsen geven we aan of vervolgstappen nodig zijn, zoals nader onderzoek naar beschermde soorten of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.

De uitkomst van de natuurtoets wordt gewoonlijk samengevat in de vergunningsaanvraag of de toelichting van het bestemmingsplan; de rapportage van de toets wordt dan als bijlage toegevoegd. BügelHajema Adviseurs BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus.

Het bestemmingsplan gaat niet over één of twee molens, het plan maakt heel veel molens mogelijk in het plangebied. Een Quickscan Flora en Fauna volstaat daarom niet. Een uitgebreide natuurtoets is nodig. Een andere noodzaak voor de natuurtoets is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan: Relevante jurisprudentie wijst uit dat gemeenten bij het opstellen van plannen rekening moeten houden met de uitvoerbaarheid van het plan. Men baseert zich hierbij op artikel 9 van de Besluit op de ruimtelijke ordening. Dit artikel stelt dat bij planvaststelling ook de uitvoerbaarheid van het plan moet worden betrokken. De uitvoerbaarheid wordt in dit licht beoordeeld op grond van de verplichtingen van de Wet natuurbescherming, hoofdstuk soortenbescherming. Plannen, zoals bijv. het bestemmingsplan waarvoor vervolgens op voorhand geen ontheffingen zullen worden verkregen, worden strijdig geacht met artikel 9 van het Besluit op de ruimtelijke ordening. Zij worden ook strijdig geoordeeld met het zorgvuldigheidsbeginsel ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat gemeenten bij al haar planvorming via deskundigenrapportage ‘op voorhand in redelijkheid’ moeten kunnen inschatten of ten gevolge van het plan zelf dan wel de uitvoering van het plan, de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming zullen worden overtreden.

Als dit het geval is, moet zij aannemelijk maken dat daarvoor een ontheffing Wet natuurbescherming zou kunnen worden verkregen. De gemeente zelf voert dus deze uitvoerbaarheidstoets uit. Een uitvoerbaarheidstoets kan bestaan uit: inventarisatie beschermde soorten, analyse staat van instandhouding soort, beschrijving plan en activiteiten, analyse effecten activiteiten op beschermde soorten, oordeel over gevolgen voor staat van instandhouding, soort inschatting op voorhand en in redelijkheid kunnen verkrijgen van sectortoestemming (soortenen/of gebiedenbescherming). Effecten op Natura 2000 gebieden Omdat niet duidelijk is of de plaatsing van windmolens bij of in de Natura 2000 gebieden significante gevolgen heeft voor deze gebieden, verplicht de Wete natuurbescherming het maken van een passende beoordeling (waarbij overigens stikstof niet vergeten moet worden). Het achterwege laten van de natuurtoets en/of de passende beoordeling zal hetzelfde gevolg hebben voor dit bestemmingsplan als het had voor de drie achtereenvolgende bestemmingsplannen buitengebied: vernietiging. We roepen het college op om deze heilloze weg niet verder te volgen. Voer een natuurtoets uit en maak een passende beoordeling alvorens het plan aan de raad ter vaststelling voor te leggen. Alternatief De Natuurtoets en de passende beoordeling zullen tijd en geld kosten.

De kosten komen bovendien voor rekening van de gemeente. Het lijkt eenvoudiger om de beleidsregels vast te stellen en het bestemmingsplan in te trekken. Door de beleidsregels vast te stellen weten inwoners waar ze aan toe zijn. De raad wil onder voorwaarden meewerken aan kleinschalige windmolens en zonneparkjes. Als een initiatiefnemer aan de voorwaarden voldoet, kan hij of zij een aanvraag indienen. De initiatiefnemer zal de aanvraag vergezeld moeten laten gaan van een ontheffing of vrijstelling Wet natuurbescherming. Die zal door de provincie getoetst moeten worden. De provincie zal ook

voorschrijven aan welke voorwaarden zo’n aanvraag moet voldoen, dat is geen zaak van de gemeente. Resumerend. We willen het college om bovenstaande redenen verzoeken om het bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie in te trekken en de raad alleen de beleidsregels vast te laten stellen. Wij wachten de reactie van het college en de raad op dit voorstel af. Mocht het college onverhoopt niet overtuigd zijn door onze juridische argumenten, dan stellen wij voor dat het college advies vraagt over de natuurtoets en de passende beoordeling aan de nieuwe juridisch adviseur die het college ingeschakeld heeft in verband met het bestemmingsplan buitengebied.

Hans de la Mar Fractie Progressief Westerveld

§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

2.7 Bestemmingsplannen en soortenbescherming De vraag of een ontheffing soortenbescherming op grond van de Wnb moet worden verleend of vereist is, komt bij bestemmingsplanprocedures aan de orde in het kader van de zogenaamde uitvoerbaarheidstoets. De standaardoverweging luidt als volgt: “De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het

soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid heeft moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.” Indien er een ontheffing soortenbescherming op grond van de Wnb is verleend en onherroepelijk is voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld, zal duidelijk zijn dat de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Voorbeeld pilot naar effecten van kleine windmolens:

https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Beleid_en_documente n/Documentenzoeker/Klimaat_en_energie/Energie_transitie/Eindrapportage_Pilot_project_ef fecten_kleine_windturbines_op_vogels_en_vleermuizen_Ecosensyns.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=82bedd11-af54-40dd-a77f-14defd7ecead