CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbesluit vergunning Wet Natuurbescherming

Politieke avond Westerveld 26 oktober 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel bestemmingsplan partiële herziening woningbouw Vledderveen 20212.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Assen, 25 augustus 2020 Ons kenmerk 202001118-00896939 ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INZAKE VERGUNNING OP BASIS VAN ARTIKEL 2.7, LID 2, VAN DE WET NATUURBESCHERMING (Wnb) Vergunninghouder Bouwlocatie Activiteit

: : :

Gemeente Westerveld Nieuwbouwlocatie Vledderveen het oprichten en gebruiken van de woningbouwlocatie op het voormalige voetbalveld aan de Jodenweg in Vledderveen

Aangevraagde situatie Het voorgenomen project betreft de ontwikkeling van een woningbouwlocatie op het terrein van de voormalige voetbalvereniging van Vledderveen. De locatie ligt aan de Jodenweg in Vledderveen, ten zuiden van de dorpskern. In totaal worden maximaal 23 gasloze woningen gerealiseerd. Besluit Gedeputeerde Staten van Drenthe hebben besloten op basis van bijgevoegde motivering (bijlage 1), de AERIUS-berekeningen en de SSRS-claim bevestiging, een Wnb-vergunning voor het onderdeel Natura 2000 te verlenen en depositieruimte als bedoeld in artikel 2.5 Regeling natuurbescherming (Rnb) toe te delen voor bovengenoemde woningbouwlocatie onder de volgende voorschriften: A. Op de hierboven vermelde woningbouwlocatie dient het voornemen te worden uitgevoerd zoals in deze beschikking en de bijbehorende stukken staat aangegeven. B. De houder van deze beschikking dient binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van dit besluit het project te hebben gerealiseerd. Zienswijze Dit besluit wordt voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen het ontwerpbesluit kunnen zienswijzen worden ingediend die wij meenemen in onze overwegingen om te komen tot een definitief besluit.

Eenieder die het niet eens is met dit besluit kan binnen zes weken na publicatie van deze beschikking een zienswijze indienen bij Gedeputeerde Staten van Drenthe. Voor meer informatie over de het indienen van een zienswijze zie http://provincie.drenthe.nl/loket/bezwaarschriften/. Gedeputeerde Staten voornoemd, namens dezen,

. Teammanager Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Afschrift aan: vergunninghouder het College van Gedeputeerde Staten van Fryslân (digitaal)

Bij correspondentie verzoeken wij u het zaaknummer 202001118 te vermelden.

2

BIJLAGE 1: MOTIVERING BIJ BESLUIT 1. Aanvraag en procesverloop Wij hebben de aanvraag ontvangen op 31 maart 2020. De aanvraag maakt onderdeel uit van deze vergunning. Op 23 en 25 juni 2020 hebben we aanvullende documenten ontvangen. De volgende documenten zijn onlosmakelijk met de aanvraag verbonden: - Aanvraagformulier natuurvergunning gebiedsbescherming (binnengekomen op 31 maart 2020); - Formulier ondertekening aanvraag d.d. 31 maart 2020 (binnengekomen op 31 maart 2020); - Bestemmingsplankaart d.d. 17 februari 2020 (binnengekomen op 31 maart 2020); - Briefrapport van Milieuadviesbureau Eco-Reest, berekening stikstofdepositie bestemmingsplan nieuwbouw t.p.v. Jodenweg, Vledderveen (Dr.) d.d. 31 januari 2020 met kenmerk 192639 (binnengekomen op 31 maart 2020); - Briefrapport van Milieuadviesbureau Eco-Reest, verkenning mogelijkheden verlaging stikstofdepositie nieuwbouw t.p.v. Jodenweg te Vledderveen (Dr.) d.d. 12 juni 2020 met kenmerk 200725 (binnengekomen op 23 juni 2020); - Briefrapport van Milieuadviesbureau Eco-Reest, aanvulling aanvraag SSRS woningbouw Vledderveen (Dr.) d.d. 12 juni 2020 met kenmerk 200832, inclusief ecologische voortoets en TNO rapport (binnengekomen op 23 juni 2020); - AERIUS berekening worstcase 2021 d.d. 11 juni 2020 met kenmerk RzubaVNDxQFV (binnengekomen op 25 juni 2020); - AERIUS berekening gebruiksfase 2030 d.d.

11 juni 2020 met kenmerk RSvA37iMzGpA (binnengekomen op 25 juni 2020); - Bevestiging SSRS-claim van BIJ12 (binnengekomen op 15 juli 2020). 2. Wettelijke bepalingen Voor elk project dat zonder toestemming op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb wordt gerealiseerd en niet is vrijgesteld van de vergunningplicht (artikel 2.9 Wnb), moet het bevoegd gezag beoordelen of toestemming kan worden verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid jo. artikel 2.8, van de Wnb. Op grond van artikel 1.10, lid 3 Wnb dienen wij bij het afgeven van een vergunning op grond van de Wnb rekening te houden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied en de regionale en lokale bijzonderheden. In dit geval zien wij, deze belangen in acht genomen, geen reden om de vergunning anders vorm te geven. In artikel 5.5a, derde lid, Wnb is bepaald dat depositieruimte kan worden toegedeeld in een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb. Op 13 maart 2020 heeft minister van LNV de Rnb gewijzigd. Daarin is het stikstofregistratiesysteem toegevoegd. In paragraaf 6 van deze toelichting gaan wij hier nader op in. 3. Bevoegd gezag In de Wnb is vastgelegd dat er voor besluiten met effecten op Natura 2000-gebieden altijd sprake is van één bevoegd gezag (1.3 Wnb). Dit zijn de Gedeputeerde Staten van de provincie waar de handeling (in hoofdzaak) wordt verricht.

Omdat de handeling in dit geval plaatsvindt op het grondgebied van de provincie Drenthe zijn wij bevoegd te beslissen. Bij ons besluit nemen wij ook de gevolgen voor Natura 2000-gebieden mee die buiten onze provinciegrens liggen. In een dergelijk geval besluiten wij in overeenstemming met Gedeputeerde Staten van die andere provincie (1.3, derde lid, Wnb).

3

Er is in interprovinciaal overleg afgesproken dat, als er vier weken na het nemen van het ontwerpbesluit geen inspraak geleverd is door deze betreffende provincies, er stilzwijgende instemming verleend wordt voor het verlenen van deze vergunning. Bij deze vergunning is geen sprake van overige effecten of het toepassen van de hardheidsclausule. Zonder tegenbericht gaan wij ervan uit dat wij deze instemming ontvangen. 4. Bepalen vergunningplicht Op basis van de aangeleverde AERIUS-berekeningen hebben wij vastgesteld dat de aangevraagde situatie meer dan 0,00 mol/ha/jr stikstofdepositie veroorzaakt op het Drents-Friese Wold en Leggelderveld (Natura 2000). Daarnaast is er sprake van mogelijke overige effecten op het Natura 2000 gebied, het Drents-Friese Wold en Leggelderveld. Zodoende is er sprake van een project dat een significant effect kan hebben op een Natura 2000-gebied. Gelet hierop is er sprake van een vergunningplicht op basis van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. 5. Uitgangssituatie (referentiesituatie) Het voornemen betreft een nieuwe activiteit en heeft zodoende geen referentiesituatie. Op grond van de beleidsregels intern en extern salderen zoals vastgelegd in de “beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe” kan de vergunning zodoende niet worden verleend op grond van intern salderen.

In de bij de aanvraag behorende AERIUS-berekeningen is zodoende geen vergelijking gemaakt met een referentiesituatie. De aanvraag doet een beroep op het stikstofregistratiesysteem (SSRS). 6. Stikstofregistratiesysteem In deze paragraaf leggen wij de werking van het SSRS uit. Verder gaan wij in op de wettelijke basis van dit systeem en de gereserveerde depositieruimte. Het SSRS registreert de positieve effecten van maatregelen in de vorm van een reductie van de stikstofdepositie voor elke locatie (per hexagoon met een oppervlakte van een hectare) van voor stikstof gevoelige habitats (typen natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten) in Natura 2000gebieden waar de positieve effecten zich voordoen. De depositieruimte wordt berekend met de versies van OPS en SRM2 die ook geïmplementeerd zijn in AERIUS Calculator versie 2019A. Hierdoor wordt enerzijds nauwkeurig inzichtelijk gemaakt hoeveel en waar depositieruimte ontstaat door genomen maatregelen, en hoeveel en waar deze ruimte wordt toebedeeld voor een specifiek project. De toename op de betrokken locatie van de stikstofdepositie als gevolg van het project wordt dus weggestreept tegen de in het SSRS opgenomen vermindering van de stikstofdepositie op dezelfde locatie als gevolg van de aan het SSRS gekoppelde maatregelen. In het nieuwe artikel 2.5 Rnb wordt in dit verband gesproken over ‘toedeling’ van depositieruimte.

Het SSRS is een gesloten systeem waarvoor specifieke maatregelen worden genomen voor het toestaan van specifieke projecten, waarbij er tevens 30% afroming plaatsvindt voor natuur. De bronmaatregelen zijn genoemd in artikel 2.4 Rnb, de projecten waarvoor een beroep kan worden gedaan op het systeem (woningbouw en infrastructuur) in het nieuwe artikel 2.2 Rnb. In artikel 2.3, tweede lid is bepaald dat een natuurvergunning kan worden verleend met gebruikmaking van in het register opgenomen depositieruimte. In artikel 2.6, eerste lid, is bepaald dat nooit meer depositieruimte voor reservering of toedeling kan worden gebruikt dan op dat moment in het SSRS beschikbaar is: er kan geen ruimte worden ‘geleend’ die er (nog) niet is.

4

Ingevolge artikel 2.5, vierde lid Rnb kan depositieruimte slechts worden toegedeeld voor zover deze eerder is gereserveerd. Deze systematiek, van het vooraf reserveren van depositieruimte, voorkomt dat depositieruimte die beschikbaar is op het moment van ontvangst van de aanvraag om de vergunning, niet meer beschikbaar is ten tijde van de vergunningverlening. In beginsel beslissen wij, op grond van artikel 2.8, eerste lid Rnb, over de reservering voor woningbouwprojecten in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor een Natura 2000vergunning of een omgevingsvergunning. Op grond van artikel 2.9, lid 1 van onze beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe reserveren wij alleen ruimte op grond van volledige aanvragen. Op deze systematiek van reserveren geldt gedurende de eerste zes weken na het inwerkingtreden van het SSRS voor specifieke categorieën woningbouwprojecten uitzonderingen. Op dit project is geen specifieke uitzondering van toepassing. Wij hebben voor dit project op grond van artikel 2.8, eerste lid Rnb, op 23 juni 2020 depositieruimte ingeboekt. Deze inboeking heeft plaatsgevonden nadat wij de ontvankelijkheid van deze aanvraag hebben beoordeeld en zes weken na openstelling van het SSRS in de Rnb.

Ten slotte bepaalt de regeling dat wij alleen depositieruimte mogen reserveren voor een woningbouwproject als de woningen niet worden aangesloten op het aardgas (artikel 2.8, vierde lid). Zoals blijkt uit de aanvraag gaat het in deze om een project waarin aardgasvrije woningen worden gerealiseerd. Om te zorgen dat alle aanvragen op een juiste wijze in de wachtrij binnen het SSRS kunnen worden behandeld, is in IPO verband besloten om alle aanvragen aan te houden tot 1 juli 2020. Ten aanzien van deze aanvraag hebben wij op 15 juli 2020 van BIJ12 een bevestiging van de SSRS-reservering ontvangen. Daarmee is op dat moment de gevraagde ruimte voor uitvoering van deze handeling definitief gereserveerd binnen het SSRS. Toelichting uitvoeringsvoorschrift Het is onwenselijk dat afgegeven vergunningen voor langere tijd niet-gerealiseerde capaciteit blijven bevatten. Om deze reden is voorschrift B opgenomen in de vergunning. Door het opnemen van een voorschrift in vergunningen, ontstaat een basis voor het intrekken van de vergunning (op grond van artikel 5.4, eerste lid van de Wet) door het niet naleven van de voorschriften. Voor omgevingsvergunningen geldt al langere tijd wettelijk het principe dat binnen een bepaalde termijn van die vergunningen gebruik moet worden gemaakt.

In het verlengde hiervan is het ook voor Wnbvergunningen gerechtvaardigd een dergelijke realisatietermijn te stellen. Wanneer er geen mogelijkheid is om na een gestelde termijn een natuurvergunning (deels) in te trekken, kunnen er op langere termijn onverwachte en ongewenste stijgingen van de stikstofdepositie optreden wanneer de vergunning alsnog (geheel) wordt benut óf kunnen andere activiteiten beperkt worden doordat steeds rekening wordt gehouden met deposities die niet daadwerkelijk optreden. Via dit voorschrift kunnen wij na de gestelde termijn ook depositieruimte intrekken die enkel nodig is in de oprichtingsfase. Na de bouwfase kunnen wij derhalve besluiten om de extra ruimte die nodig is in de bouwfase (en die niet meer gebruikt zal worden in de gebruiksfase) in te trekken. Hiervoor is dan een apart besluit nodig. 7. Passende beoordeling stikstof Bij de vergunningverlening voor dit project wordt voor het aspect stikstof een beroep gedaan op de in het SSRS voor dit project gereserveerde hoeveelheid stikstof voor de relevante Natura 2000gebieden. De AERIUS berekeningen waarmee aangetoond is dat er op geen enkel hexagoon van een relevant Natura 2000 gebied een toename is van stikstof, kan gezien worden als passende beoordeling voor het aspect stikstof. Dit is vergelijkbaar met een vergunning voor extern salderen.

Voor het aspect stikstof kan zodoende teruggegrepen worden op de wetenschappelijke beoordeling

5

van het SSRS. Een uitgebreide toelichting van de werking van het Stikstofregistratiesysteem is te vinden in het rapport: “Beschrijving stikstofregistratiesysteem” d.d. 16 maart 2020 1. De negatieve effecten van de snelheidsmaatregel op de stikstofdepositie zijn ecologisch beoordeeld door Tauw in het rapport van 16 maart 2020 “Ecologische beoordeling snelheidsverlaging Rijkssnelwegen”2 en het rapport van 14 juli 2020 “Nadere ecologische beoordeling stikstofeffecten snelheidsverlaging” 3. Uit voornoemde rapporten blijkt dat in alle hexagonen van relevante habitattypen in Drentse Natura 2000 gebieden (en dus ook de habitattypen waar dit project effect op heeft) de stikstofdepositie als gevolg van de snelheidsmaatregel omlaag gaat. Het SSRS kan zodoende als bron (lees: de depositiewinst als gevolg van de snelheidsverlaging) worden ingezet met extern salderen voor het mogelijk maken van het project Vledderveen. Uit de navolgende AERIUS berekeningen en de SSRS uitvoer zal dit nader blijken. De bij de vergunning behorende AERIUS-Calculator projecteffect berekening met kenmerk RSvA37iMzGpA is ingevoerd in het SSRS voor de gebruiksfase voor het rekenjaar 2030. Uit de SSRS toets blijkt dat de toename van depositie in de gebruiksfase van de gevraagde handeling op alle hexagonen in de relevante Natura 2000-gebieden wordt gedekt door de toedeling van depositieruimte vanuit het SSRS.

De bij de vergunning behorende AERIUS-Calculator projecteffect berekening met kenmerk RzubaVNDxQFV is ingevoerd in het SSRS. Deze berekening van het rekenjaar 2021 laat de hoogste stikstofdepositie zien op alle habitattypen binnen Natura 2000 in de verschillende jaren van uitvoering van het gevraagde project. Uit de SSRS toets blijkt dat de toename van depositie van het aangevraagde project in deze fase op alle hexagonen in de relevante Natura 2000-gebieden gedekt door de toedeling van depositieruimte vanuit het SSRS. Op 15 juli 2020 hebben wij van Bij124 bevestigd gekregen dat de benodigde ruimte voor dit project is gereserveerd binnen het SSRS. De bevestiging maakt onderdeel uit van deze vergunning. Hiermee zijn significant negatieve effecten op de te beschermen habitattypen en leefgebieden van soorten in alle Natura 2000-gebieden voor het onderwerp stikstof als gevolg van dit project uitgesloten. 8. Geen overige effecten In de aanvulling van 12 juni 2020 met kenmerk 200832 is doormiddel van een ecologische voortoets ingegaan op ons verzoek van 28 april 2020 om verduidelijking van de te verwachten overige externe effecten te geven. De overige te verwachten effecten, anders dan stikstof, zijn verstoring en trilling.

Uit de aanvullingen blijkt dat negatieve effecten hiervan op de instandhoudingsdoelstellingen van het Drents-Friese Wold en Leggelderveld vanwege de afstand van het plangebied tot het Natura 2000 gebied en de tussenliggende begroeiing, op voorhand uit te sluiten zijn.

1 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/03/Tauw-Beschrijving-stikstofregistratiesysteem.pdf 2 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/03/Tauw-Ecologische-beoordeling-snelheidsverlaging-

Rijkssnelwegen.pdf 3 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/07/Nadere-ecologische-beoordeling-stikstofeffectensnelheidsverlaging.pdf 4 Uitvoeringsorganisatie voor de twaalf provincies

6

9. Conclusie Gelet de gereserveerde stikstofruimte binnen het SSRS voor dit project, de ingediende aanvraag met bijbehorende bijlagen en de motivering in deze toelichting komen wij tot de conclusie dat de aangevraagde vergunning kan worden verleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=8a5f54a1-2f3a-441d-a0ea-5f0f3241e81d