CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp bestemmingsplan Schoolstraat 18 Uffelte, Bijlage bij de toelichting_1 Verkennend bodemonderzoek

Politieke avond Westerveld 26 maart 2024, gemeente WesterveldBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Schoolstraat 18 Uffelte (spreekrecht)19.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-bm.nl email info@sigma-bm.nl

oktober ’23

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

Projectnummer:

23-M10909

Opdrachtgever:

BJZ.nu

Datum:

20 oktober 2023

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

datum

20 oktober 2023

projectnummer

23-M10909

in opdracht van

BZJ.nu Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo

uitgevoerd door

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..

oktober ’23

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

Inhoud 1

2

INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1

Algemeen................................................................................................................................. 3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3

1.3

Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3

1.4

Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4

1.5

Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1

3

4

Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 13

VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 15

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 16

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 18 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 18

4.2

Toetsingscriteria .................................................................................................................... 20

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 21

4.3.1

Grond en grondwater ......................................................................................................... 21

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 28

6

LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 34

7

COLOFON ...................................................................................................................................... 35

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

oktober ’23

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van BJZ.nu is in september-oktober 2023 door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Schoolstraat 18 te Uffelte (gemeente Westerveld). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een bestemmingsplanwijziging t.b.v. de onderzoekslocatie van detailhandel naar wonen alsmede de nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

oktober ’23

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

oktober ’23

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek

Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ ✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0 ✓

✓

Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2.

oktober ’23

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Westerveld (verkregen via RUD Drenthe, email d.d. 15-09-2023 en 21-09-2023); • informatie van het kaartenportaal van de Provincie Drenthe; • informatie van Bodemloket.nl; • informatie van Topotijdreis.nl; • voorgaande milieutechnische onderzoeken; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.

locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel) Algemene omschrijving

Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -

oktober ’23

Schoolstraat nr. 18 Uffelte Westerveld Zie bijlage 1 X = 182,477 Y= 516,284 Gemeente Havelte, perceel sectie M nrs. 1552 en 1553 Niet nagegaan. Ca. 783 m2 (excl. woning) Op de locatie was in het verleden een rijwielreparatiebedrijf gevestigd. Op de onderzoekslocatie bevindt zich een recent gebouwde vrijstaande woning. Ten zuidwesten van de woning bevindt zich een schuur/bedrijfspand. In het pand bevindt zich meest betonverharding. Het onbebouwde deel van de locatie is meest bestraat en voor een klein deel als tuin in gebruik. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het onbebouwde terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande woning dateert van 1948, de woning is rond 2019-2020 herbouwd, de schuur dateert van 2003. De onderzoekslocatie is deels verhard met bestrating. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "hoge trefkans". Niet bekend.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf 1962 is op de basis van onderzoekslocatie bebouwing te herkennen. Op kaarten tot topografische 1955 is nog geen bebouwing te herkennen. kaarten, De bebouwing is in de loop der tijd iets gewijzigd / Topotijdreis) uitgebreid. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op topografische kaarten voor 1900 is in de omgeving voor basis van het eerst enige bebouwing te herkennen. Deze bebouwing topografische is in de loop der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich woningen. Noordzijde: naastgelegen woning; Oostzijde: Schoolstraat en tegenover gelegen woningen; Zuid- en westzijde: naastgelegen woningen.

oktober ’23

Geen.

Geen.

Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik

Op de locatie was in het verleden, vanaf 1991, een rijwielreparatiebedrijf gevestigd. Op de locatie wordt melding gemaakt van opslag van aromatische koolwaterstoffen. Voor zover bekend vonden deze activiteiten plaats in de bestaande loods. Er is geen nadere informatie omtrent deze voormalige bedrijfsvoering. Op de locatie wordt verder melding gemaakte van een benzine-service-station tussen 1960 en 1982 met ondergrondse benzinetank. Ook hiervan is geen informatie bekend omtrent de situering van deze activiteiten. In de huidige situatie wordt de locatie gebruikt als woning, stalling en tuin. Er is geen opslag meer van brandstof of andere bodemgevaarlijke (vloei)stoffen.

Bouwvergunning

Er is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.

Milieuvergunning

Niet bekend.

Handelsregister

De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Op de locatie wordt melding gemaakt van voormalige ondergrondse benzinetank met een inhoud van 6.000 liter. Deze tank is rond 1960 geplaatst. Volgens informatie van de gemeente is de tank in het verleden verwijderd. Zowel bij de gemeente en de omgevingsdienst zijn geen verdere gegevens bekend omtrent de status en de situering van de tank. Ook de situering van het afgifte-, vul- en ontluchtingspunt is onbekend.

Aanwezigheid brandstoftanks

Er is geen andere informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.

oktober ’23

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Aanwezigheid asbest

Op basis van de gemeentelijke asbestdakenkaart worden de daken van de bestaande bebouwing aangemerkt als verdacht voor asbest.

figuur 1: asbestdakenkaart gemeente Westerveld

Ophogingen/dempingen/ stortingen

oktober ’23

Het dak van de bestaande loods is voorzien van asbestverdachte dakplaten. De loods is niet voorzien van dakgoten. Het regenwater watert hier af op een verharde ondergrond. De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande gebouwen is niet bekend (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de Windheuvelstraat wordt melding gemaakt van een slootdemping, dit valt buiten het onderzoeksgebied.

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

Niet gesprongen explosieven

PFAS-verdachtheid

Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m

oktober ’23

Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX.

Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken onderzoekslocatie

► historisch onderzoek d.d. 04-09-2007, ref. Tauw, 4476569 conclusie: op de locatie heeft een ondergrondse tank gelegen

omgeving < 25m

► Schoolpad 20 verkennend bodemonderzoek d.d. 19-03-1998, ref. Ecoreest 98-02-015 conclusie De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. ► Wapserveen II fase 2 verkennend bodemonderzoek d.d. 01-06-1993, ref. Grontmij 93/5142 conclusie De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. ► Bestemmingsplan Dorpsstraat-Vijverlaan verkennend bodemonderzoek d.d. 01-07-1987 ref. Heidemij 631-3.2874-6 conclusie De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

oktober ’23

►Niet bekend.

►De locatie bevindt zich in de zone wonen.

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 4-6 m+NAP.

figuur 2: geohydrologische opbouw

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

oktober ’23

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie in het verleden een rijwielreparatiebedrijf, opslag van aromatische koolwaterstoffen en een benzine-servicestation was gevestigd. Er is geen verdere informatie omtrent de bedrijfsvoering en situering van deze vm. activiteiten. Op de locatie wordt melding gemaakt van een ondergrondse benzinetank (6.000 liter). Voor zover bekend is de tank reeds verwijderd. De situering van de ondergrondse benzinetank is niet bekend. In het archief van de gemeente is geen verdere informatie omtrent de ondergrondse benzinetank aanwezig. Ook de opdrachtgever is niet op de hoogte van de aanwezigheid een (vm.) ondergrondse benzinetank op de locatie. Aangezien de situering van de ondergrondse benzinetank niet bekend is, was het in dit onderzoek niet mogelijk om gericht de milieuhygiënische bodemkwaliteit t.p.v. deze tank te onderzoeken. In dit onderzoek zijn op twee mogelijke plaatsen van de vm.

ondergrondse tank twee extra boringen en een extra peilbuis geplaatst. Ook de situering van het genoemde vm. benzine-service-station met afgifte-, vul- en ontluchtingspunten is niet bekend. Aangezien de situering van deze punten niet bekend is, was het in dit onderzoek niet mogelijk om gericht de milieuhygiënische bodemkwaliteit t.p.v. deze punten te onderzoeken. Het terreindeel t.p.v. de vm. rijwielreparatiewerkplaats wordt in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Het onderzoek t.p.v. dit terreindeel is uitgevoerd volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond Het overige terreindeel van de locatie wordt gezien het algemeen bedrijfsmatige gebruik in eerste aanleg als milieuhygiënisch "verdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. het onderzochte deel van de locatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.6 strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL), verdachte bovengrond (literatuur 1). De ondergrond en het grondwater is in dit onderzoek onderzocht volgens de strategie voor een onverdachte locatie, (ONV-NL) paragraaf 5.1 van de NEN-5740. Er is geen andere informatie omtrent evt.

(voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen andere informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied).

oktober ’23

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: gehanteerde onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging grond

grondwater

onderzoeksstrategie

vm. ondergrondse benzinetank (ca. 10 m2)

minerale olie, aromaten

minerale olie, aromaten

maatwerk/indicatief

vm. rijwielwerkplaats (ca. 290 m2)

PAK’s, zware metalen, minerale olie

-

VED-HE-NL (bovengrond)

overig onbebouwde deel van het plangebied (ca. 490 m2)

PAK’s, minerale olie, zware metalen

-

VED-HE-NL (bovengrond) ONV-NL (ondergrond en grondwater)

(deel)locatie NEN-5740+A1

Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

oktober ’23

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:

uitgevoerd door:

datum:

bijzonderheden:

locatie-inspectie, uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (in opleiding)

21-09-2023

nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)

dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)

02-10-2023

● het dak van de loods is voorzien van asbestverdachte dakplaten, het dak is niet voorzien van een dakgoot en watert af op verharde ondergrond ● er zijn aanknopingspunten gevonden t.a.v. de vm. ligging van de ondergrondse benzinetank geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering

Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 8. tabel 8: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

mogelijke locaties van de vm. ondergrondse benzinetank Boringen 1 Ca.2.5

9

Peilbuis

1

Ca.3.0-4.0

8*

3

Ca.0.5

12 t/m 14

1

Ca.2.0

11

1

Ca.2.8-3.8

10

7

Ca.0.5

3 t/m 7+15+16

1

Ca.2.0

2

Ca.2.9-3.9

1

vm. rijwielwerkplaats Boringen Peilbuis

overige onbebouwde deel van het plangebied Boringen

Peilbuis 1 *=peilbuizen zijn gecombineerd uitgevoerd

oktober ’23

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 9 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 9: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.8 0.8-4.0

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand

zwak siltig zwak siltig

bruin/grijs geel/beige/grijs

veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis

filtertraject m-mv

grondwaterstand m-mv

voorpompen liter

pH

1 8 10

2.9-3.9 3.0-4.0 2.8-3.8

2.11 2.37 1.98

5 5 5

6.2 5.9 6.1

EGV geleidingsvermogen µS/cm 250 180 210

troebelheid (NTU) 12 44 19

In het genomen grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen

oktober ’23

16

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten van het veldwerk zijn geen duidelijke aanwijzingen gevonden omtrent de situering van de vm. ondergrondse benzinetank. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen.

oktober ’23

17

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 11 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 11: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen mogelijke locaties van de vm. ondergrondse benzinetank

analysepakket

MM1 MM2 MM3

8 8 9

0.0-0.5 1.8-2.0 1.8-2.0

-

AS3000: aromaten + minerale olie AS3000: aromaten + minerale olie AS3000: aromaten + minerale olie

grondwater Pb 8

8

3.0-4.0

-

NEN-grondwater(**)

grond

vm. rijwielwerkplaats grond MM4

10 t/m 12

0.04-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM5

13+14

0.04-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater Pb 10

10

2.8-3.8

-

NEN-grondwater(**)

oktober ’23

18

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

vervolg tabel 11: analyseschema Monstercode

boringnummer(s)

diepte (m-mv)

zintuiglijke waarnemingen

analysepakket

overig onbebouwde deel van het plangebied grond MM6

2+3+4

0.07-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM7

1+5+6

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM8

7+15+16

0.0-0.5

-

NEN-grond(*)+AS3000

MM9

1+2+10

0.5-2.0

-

NEN-grond(*)+AS3000

grondwater Pb 1

1

2.9-3.9

-

NEN-grondwater(**)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

oktober ’23

19

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

oktober ’23

20

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

4.3

Analyseresultaten en interpretatie

In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1

Grond en grondwater

boven- en ondergrond In de tabel 12 t/m 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarden. tabel 12: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10909-Schoolstraat 18, Uffelte

Certificaat

13943873

Toetsing

12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 19-10-2023 - 15:03

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

I

13943873-001

13943873-002

13943873-003

MM1MM1, 08: 0-50

MM2MM2, 08: 180-200

MM3MM3, 09: 180-200

Grond (AS3000)-1

Grond (AS3000)-2

Grond (AS3000)-3

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Voldoet aan Achtergrondwaarde

SR

monster voorbehandeling

Ja

droge stof

BT

BC

BI

SR

BT

BC

Voldoet aan Achtergrondwaarde BI

Ja

%

85.7

gew icht artefacten g

<1

aard van de artefacten -

Geen

organische stof%(gloeiverlies)

5.0

5

85.7

91.7

SR

BT

BC

BI

Ja 91.7

87.9

<1

87.9

<1

Geen

Geen

3.0

3

<0.5

0.5

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen

mg/kg

0.2

0.65

1.1

<0.05

0.07

<=AW

0

<0.05

0.117

<=AW

0

<0.05

0.175

<=AW

0

tolueen

mg/kg

0.2

16

32

<0.05

0.07

<=AW

0

<0.05

0.117

<=AW

0

<0.05

0.175

<=AW

0

ethylbenzeen mg/kg

0.2

55

110

<0.05

0.07

<=AW

0

<0.05

0.117

<=AW

0

<0.05

0.175

<=AW

0

xylenen (0.7 factor) mg/kg

0.45

8.7

17

0.07

0.14

<=AW

0

0.07

0.233

<=AW

0

0.07

0.35

<=AW

0

<=AW

0

totaal BTEX (0.7 factor)

0.18

naftaleen

<0.05

0.035

20

40

mg/kg

0.18

0.18

<0.05

0.035

<20

46.7

<0.05

0.035

<20

70

MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40

190

2595

5000

<=AW

0

<=AW

0

Ve rk laring k olom m e n SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

AW

Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

oktober ’23

21

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10909-Schoolstraat 18, Uffelte

Certificaat

13943873

Toetsing

12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 19-10-2023 - 15:03

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

I

13943873-004

13943873-005

13943873-006

MM4MM4, 10: 7-20, 11: 7-50, 12: 4-50

MM5MM5, 13: 5-50, 14: 4-50

MM6MM6, 02: 7-50, 03: 7-50, 04: 10-50

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Voldoet aan Achtergrondw aarde

Voldoet aan Achtergrondw aarde

SR

monster voorbehandeling

Ja

droge stof

94.3

%

BT

BC

BI

SR

BT

BC

Voldoet aan Achtergrondw aarde BI

Ja 94.3

92.6

SR

BT

BC

BI

Ja 92.6

91.4

<1

91.4

gew icht artefacten g

<1

<1

aard van de artefacten -

Geen

organische stof%(gloeiverlies)

0.9

0.9

1.7

1.7

1.7

1.7

<2

<2

<2

<2

8.6

8.6

Geen

Geen

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

METALEN +

barium

mg/kg

920

<20

54.2

--

<20

54.2

--

31

65.8

--

cadmium

mg/kg

0.6

6.8

13

<0.2

0.241

<=AW

0

<0.2

0.241

<=AW

0

<0.2

0.219

<=AW

0

kobalt

mg/kg

15

102

190

<1.5

3.69

<=AW

0

<1.5

3.69

<=AW

0

<1.5

2.14

<=AW

0

koper

mg/kg

40

115

190

<5

7.24

<=AW

0

<5

7.24

<=AW

0

5.4

9.1

<=AW

0

kw ik°

mg/kg

0.15

18

36

<0.05

0.0503

<=AW

0

<0.05

0.0503

<=AW

0

<0.05

0.0454

<=AW

0

lood

mg/kg

50

290

530

<10

11

<=AW

0

<10

11

<=AW

0

15

21

<=AW

0

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

nikkel

mg/kg

35

68

100

<3

6.12

<=AW

0

<3

6.12

<=AW

0

<3

3.95

<=AW

0

zink

mg/kg

140

430

720

<20

33.2

<=AW

0

<20

33.2

<=AW

0

52

92.4

<=AW

0

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

<0.01

0.007

<0.01

0.007

<0.01

0.007

21

40

0.101

0.101

<=AW

0

0.07

0.07

<=AW

0

0.254

0.254

<=AW

0

20

510

1000

4.9

24.5

<=AW

-

4.9

24.5

<=AW

-

4.9

24.5

<=AW

-

190

2595

5000

<20

70

<=AW

0

<20

70

<=AW

0

<20

70

<=AW

0

pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)

MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40

Ve rk laring k olom m e n SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

AW

Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

oktober ’23

22

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10909-Schoolstraat 18, Uffelte

Certificaat

13943873

Toetsing

12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 19-10-2023 - 15:03

Parameters

Analyse

Toetsing

Eenheid

AW

T

I

13943873-007

13943873-008

13943873-009

MM7MM7, 05: 4-10, 06: 4-50, 01: 0-50

MM8MM8, 07: 0-50, 15: 4-50, 16: 4-50

MM9MM9, 01: 50-100, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 80-130, 02: 130-180, 02: 180-200, 10: 100-150

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Grond (AS3000)

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Overschrijding Achtergrondwaarde

SR

monster voorbehandeling

Ja

droge stof

BT

BC

BI

SR

BT

BC

Voldoet aan Achtergrondwaarde BI

Ja 91.3

90.5

SR

BT

BC

BI

Ja

%

91.3

gew icht artefacten g

<1

90.5

93.2

aard van de artefacten -

Geen

organische stof%(gloeiverlies)

1.3

1.3

2.5

2.5

0.4

0.4

8.6

8.6

3.0

3.0

2.3

2.3

<1

93.2

<1

Geen

Geen

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS

METALEN +

barium

mg/kg

920

<20

29.7

--

30

103

--

<20

52.3

--

cadmium

mg/kg

0.6

6.8

13

<0.2

0.219

<=AW

0

0.28

0.464

<=AW

0

<0.2

0.24

<=AW

0

kobalt

mg/kg

15

102

190

<1.5

2.14

<=AW

0

<1.5

3.33

<=AW

0

<1.5

3.57

<=AW

0

koper

mg/kg

40

115

190

<5

5.9

<=AW

0

12

23.6

<=AW

0

<5

7.17

<=AW

0

kw ik°

mg/kg

0.15

18

36

<0.05

0.0454

<=AW

0

<0.05

0.0493

<=AW

0

<0.05

0.05

<=AW

0

lood

mg/kg

50

290

530

<10

9.82

<=AW

0

41

62.8

WO

0.03

<10

11

<=AW

0

molybdeen

mg/kg

1.5

96

190

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

<0.5

0.35

<=AW

0

nikkel

mg/kg

35

68

100

<3

3.95

<=AW

0

<3

5.65

<=AW

0

<3

5.98

<=AW

0

zink

mg/kg

140

430

720

<20

24.9

<=AW

0

63

141

WO

0.00

<20

32.7

<=AW

0

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen

mg/kg

0.02

0.02

<0.01

0.007

<0.01

0.007

21

40

0.56

0.56

<=AW

0

1.817

1.82

WO

0.01

0.07

0.07

<=AW

0

20

510

1000

6.4

32

WO

0.01

5.6

22.4

WO

0.00

4.9

24.5

<=AW

-

190

2595

5000

<20

70

<=AW

0

<20

56

<=AW

0

<20

70

<=AW

0

pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)

MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40

Ve rk laring k olom m e n SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

AW

Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)

T

Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)

I

Interventie waarde (door SGS b eheerd)

BI

SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

#

Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

WO

Wonen

IN

Industrie

>I

Groter dan interventiewaarde

>IND

Groter dan industrie

Kle ur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

>= Achtergrond waarde

oktober ’23

23

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

grondwater In tabel 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 15: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project

23-M10909-Schoolstraat 18, Uffelte

Certificaat

13949698

Toetsing

13-Beoordeling kw aliteit van grondw ater volgens Wbb

Toetsversie

Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 19-10-2023 - 15:37

Parameters

Analyse

Toetsing

13949698-001

13949698-002

13949698-003

11, 01-1: 290-390

22, 08-1: 300-400

33, 10-1: 280-380

Grondw ater (AS3000)

Grondw ater (AS3000)

Grondw ater (AS3000)

Voldoet aan Streefw aarde

Overschrijding Streefw aarde

Overschrijding Streefw aarde

Eenheid

S

T

I

SR

BT

BC

BI

SR

BT

BC

BI

SR

BT

BC

BI

barium

ug/l

50

338

625

47

47

<=S

-

23

23

<=S

-

20

20

<=S

-

cadmium

ug/l

0.4

3.2

6

<0.2

0.14

<=S

-

0.40

0.4

<=S

-

0.37

0.37

<=S

-

kobalt

ug/l

20

60

100

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

koper

ug/l

15

45

75

3.7

3.7

<=S

-

10

10

<=S

-

4.1

4.1

<=S

-

kw ik

ug/l

0.05

0.18

0.3

<0.05

0.035

<=S

-

<0.05

0.035

<=S

-

<0.05

0.035

<=S

-

lood

ug/l

15

45

75

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

molybdeen

ug/l

5

152

300

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

<2

1.4

<=S

-

nikkel

ug/l

15

45

75

3.5

3.5

<=S

-

9.6

9.6

<=S

-

5.7

5.7

<=S

-

zink

ug/l

65

432

800

22

22

<=S

-

480

480

>S

0.56

230

230

>S

0.22

METALEN

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen

ug/l

0.2

15

30

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

tolueen

ug/l

7

504

1000

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

ethylbenzeen ug/l

4

77

150

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

xylenen (0.7 factor) ug/l

0.2

35

70

0.21

0.21

<=S

-

0.21

0.21

<=S

-

0.21

0.21

<=S

-

styreen

ug/l

6

153

300

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

naftaleen

ug/l

0.01

35

70

<0.02

0.014

<=S

-

<0.02

0.014

<=S

-

<0.02

0.014

<=S

-

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l

7

454

900

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

1,2-dichloorethaan ug/l

7

204

400

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

1,1-dichlooretheen ug/l

0.01

5.0

10

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<0.1

0.07

<0.1

0.07

som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 factor) 10

20

0.14

0.14

<=S

-

0.14

0.14

<=S

-

0.14

0.14

<=S

-

dichloormethaan ug/l

1000

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<0.2

0.14

<0.2

0.14

<0.2

0.14

<0.2

0.14

<0.2

0.14

trans-1,2-dichlooretheen ug/l

0.01

500

1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l

<0.2

0.14

<0.2

0.14

<0.2

0.14

som dichloorpropanen ug/l (0.7 factor) 0.8

40

80

0.42

0.42

<=S

-

0.42

0.42

<=S

-

0.42

0.42

<=S

-

tetrachlooretheen ug/l

0.01

20

40

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

tetrachloormethaan ug/l

0.01

5.0

10

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

1,1,1-trichloorethaan ug/l

0.01

150

300

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

1,1,2-trichloorethaan ug/l

0.01

65

130

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

<0.1

0.07

<=S

-

trichlooretheenug/l

24

262

500

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

chloroform

ug/l

6

203

400

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

vinylchloride

ug/l

0.01

2.5

5

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

<0.2

0.14

<=S

-

630

<0.2

0.14

---

<0.2

0.14

---

<0.2

0.14

---

600

<50

35

<=S

<50

35

<=S

<50

35

<=S

tribroommethaan ug/l

MINERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40

50

325

-

-

Verklaring kolom m en SR

Resultaat op het analyserapport

BT

Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.

BC

Toetsoordeel

BI

SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )

<=AW

Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde

<=S

Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde

>S

Groter dan de streefwaarde

>I

Groter dan interventiewaarde

-

Kleur inform atie Rood

> Interventiewaarde

Oranje

>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)

Blauw

> streefwaarde

oktober ’23

24

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

interpretatie resultaten grond en grondwater In tabel 19 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grond en grondwatermonsters. tabel 19: samenvatting toetsresultaten grondmengmonster boringen diepte zintuiglijk mogelijke locaties van de vm. ondergrondse benzinetank grond MM1 MM2 MM3

>AW / S

>T

>I

Indicatieve toetsing Bbk*

8 8 9

0.0-0.5 1.8-2.0 1.8-2.0

-

-

-

-

Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde* Achtergrondwaarde*

8

3.0-4.0

-

-

zink

-

n.v.t.

grondwater Pb8

vm. rijwielwerkplaats grond MM4

10 t/m 12

0.04-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

MM5

13+14

0.04-0.5

-

-

-

-

Achtergrondwaarde*

10

2.8-3.8

-

zink

-

-

n.v.t.

PCB’s (som 7) lood, zink, PAK’s (som 10), PCB’s (som 7) -

-

-

Achtergrondwaarde* Wonen*

-

-

Wonen* Achtergrondwaarde*

-

-

n.v.t.

grondwater Pb10

overige deel van het onbebouwde deel van het plangebied grond MM6 2+3+4 0.07-0.5 MM7 1+5+6 0.0-0.5 -

MM8 MM9 grondwater

7+15+16 1+2+10

0.0-0.5 0.5-2.0

-

Pb1 >AW / >S

1 2.9-3.9 overschrijding achtergrondwaarde / streefwaarde (bodemindex =<0,5)

>T

overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)

>I

overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)

Bbk

besluit bodemkwaliteit

*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond

mogelijke locaties van de vm. ondergrondse benzinetank bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmonster MM1 bevat geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (1.8-2.0 m-mv) De ondergrondmonsters MM2 en MM3 bevatten geen verhoogde gehalten minerale olie en/of vluchtige aromaten t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 8 (3.0-4.0 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 8 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Het verhoogd gemeten gehalte zink (zware metalen) in het grondwater t.p.v. peilbuis 8 overschrijdt de tussenwaarde / bodemindex-waarde (>0.5). Het matig verhoogd gemeten gehalte zink (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 8 is niet direct te relateren aan het bekende bodemgebruik van de locatie. Daarnaast is er voor zover bekend geen aanwijsbare bron aanwezig. Er is op basis van de bekende gegevens voor zover bekend geen reden te verwachten dat de verhoogd gemeten gehalten koper (zware metalen) te relateren zijn aan historische bedrijfsactiviteiten of de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in de ondergrond.

oktober ’23

25

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

Er is geen informatie bekend omtrent een evt. grootschalige diffuse bodemverontreiniging in de omgeving. Er is op voorhand geen directe reden om aan te nemen dat het verhoogd gemeten gehalte zink (zware metalen) in het grondwater in dit geval veroorzaakt wordt door bodem-chemische processen. Gezien de vrij neutrale zuurgraad van het grondwater is er geen sprake van verzuring. Mobilisatie van metalen is niet direct te verwachten. Vooralsnog is er geen aanleiding te verwachten dat er in dit geval sprake is van een verontreinigingsbron. Naar verwachting is er sprake van een onvoldoende hersteld evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de grondwaterbemonstering. Ten aanzien van het voorkomen van verhoogde gehaltes zware metalen in het freatisch grondwater kan in algemene zin worden opgemerkt dat dergelijke verhoogde gehaltes op tal van onverdachte locaties in Nederland regelmatig voorkomen. De gehaltes worden vaak in verhoogde mate aangetoond zonder dat daarbij sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehaltes zware metalen kunnen o.a. worden veroorzaakt door wisselende milieuomstandigheden in de bodem alsmede door diverse bodemprocessen. Zo kan het onvoldoende herstelde evenwicht tussen grond en grondwater ten tijde van de bemonstering een mogelijke oorzaak zijn van het verhoogd voorkomen van zware metalen.

Deels kunnen zware metalen van nature, door uitloging uit sedimenten, afhankelijk van het redoxpotentiaal, in verhoogde mate in het grondwater voorkomen, het betreft in deze gevallen natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. vm. rijwielwerkplaats bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM4 en MM5 bevatten geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. peilbuis 10 (2.8-3.8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 10 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde. overige onbebouwde deel van de locatie bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM6 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Bovengrondmengmonster MM7 bevat een verhoogd gehalte PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM8 bevat een verhoogd gehalte lood, zink (zware metalen), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s, som 10) en PCB’s (som 7) t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten zware metalen, PAK’s, en/of PCB’s in de bovengrond zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan bodemvreemde bijmengingen in het opgeboorde monstermateriaal. T.a.v. de verhoogd gemeten stoffen geldt dat deze mogelijk te relateren zijn aan de vm. activiteiten op de locatie.

In algemene zin geldt dat in gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. zware metalen, PAK’s en/of PCB’s in de grond worden gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem.

oktober ’23

26

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Schoolstraat 18 te Uffelte

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) omvat een groep van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen, die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten. Ze kunnen zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s kunnen ook worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. Ten aanzien van de gemeten gehalten aan PCB’s (som) wordt vermeld dat PCB's polychloorbifenylen) al tientallen jaren in de belangstelling staan als bedreiging voor de volksgezondheid. Dat danken ze aan een slechte afbreekbaarheid, een neiging tot stapelen in dierlijk (en dus ook humaan) vetweefsel en uiteenlopende toxische eigenschappen.

Verspreiding van persistente verontreinigingen gaat hoofdzakelijk via de lucht, ze komen vervolgens terecht op gewassen, de bodem en in water. Door hun lipofiele eigenschappen (vetoplosbaar) treedt vervolgens stapeling op in met name dierlijk vetweefsel. PCB’s zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB's in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB's van ongeveer 1930 tot 1980. Polychloorbifenylen (PCB’s) zijn op zeer uiteenlopende manieren toegepast: als isolatie vloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische- of warmtegeleidingsvloeistoffen, koelvloeistof, smeermiddel en weekmaker in kunststoffen, en verder in verf, inkt, lak, kit, lijm, koolstofvrij kopieerpapier en bestrijdingsmiddelen. Aangezien productie en gebruik van PCB's sinds 1985 volledig zijn verboden, zijn dit soort PCB-houdende producten al lange tijd niet meer in de handel. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmonster MM9 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (2.9-3.9 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte zink (zware metalen) t.o.v. de achtergrondwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=4f2166b3-2867-4561-8827-0c5214e938eb