Offerte Landschapsvisie Zuidwest Drenthe (oude versie)
Tekst van het document
Offerte landschapsvisie Zuidwest Drenthe Prolander & Hofstra|Heersche landschapsarchitecten & Touché concept & copy Annet Kampinga, Jan Heersche, Martin van Dijken, Niels Hofstra
26 november 2021 Op de grens van Drenthe en Friesland ligt een waardevol landschap: regionaal landschap Drents-Friese grensstreek. Hier liggen op steenworp afstand van elkaar twee Nationale parken: het Drents Friese Wold en het Dwingelderveld. Ook de natuurgebieden Fochtelooërveen en het Holtingerveld vallen (deels) binnen de begrenzing van het regionaal landschap. U heeft ons gevraagd een landschapsvisie op te stellen voor het Regionaal Landschap, inclusief de daarin gelegen natuurgebieden en de Nationale parken. De nadruk van de visie ligt op het behoud van de landschappelijke kwaliteit in het gebied en de duurzame instandhouding van de natuurgebieden en de Nationale Parken in het bijzonder. Ook de thema’s wonen, recreatie en andere maatschappelijke doelen komen aan bod, met bijzondere aandacht voor de (inter)nationale aantrekkingskracht van de Nationale Parken. In de Leidraad Nationale Parken, ook wel de Standaard genoemd, wordt een kwaliteitssprong voor de Nederlandse Nationale parken beschreven. Door te kijken naar de ruimere omgeving van de bestaande natuurkernen van de Nationale Parken wordt een duurzaam behoud van natuur, landschap en cultureel erfgoed nagestreefd. Bestaande natuur maakt daarbij nadrukkelijk onderdeel uit van een groter landschappelijk geheel.
Voor het opstellen van de landschapsvisie vormt het Regionaal Landschap Drentse-Friese grensstreek deze ruimere gebiedsbepaling. In de aanwezige natuurkernen ligt de focus op dynamische en robuuste natuur. Daaromheen zouden overgangszones kunnen ontstaan die de duurzame instandhouding van de natuurkernen ondersteunen waar nodig. In de rest van het studiegebied ligt nadruk eerder op bestaande functies en voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen. Maar wel met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Het resultaat van de werkzaamheden is een aansprekende en gedragen visie die een toekomst schetst voor de Drents-Friese grensstreek. Met ruimte voor robuuste natuurlijke systemen en Nationale parken die zich kunnen ontwikkelen tot onderscheidende gebieden van internationale allure. De landschapsvisie prikkelt de verbeelding en reikt concrete aanknopingspunten aan voor verschillende thema’s en op diverse schaalniveaus voor de middellange en lange termijn. De landschapsvisie is in staat verschillende belangen en doelgroepen te bedienen. We weten niet hoe de toekomst er uit ziet. Maar we krijgen wel steeds meer zicht op de thema’s die een grote rol spelen bij de vormgeving van de toekomst. Denk aan klimaatverandering, transities in de landbouw en de energietransitie.
De landschapsvisie zal in gaan op de mogelijke, ruimtelijke gevolgen die dat kan hebben voor het Regionaal Landschap Drentse-Friese grensstreek. Daarmee zet de landschapsvisie aan tot denken en nodigt ze uit tot inspirerende, nieuwe denkrichtingen en oplossingen te komen. Om te komen tot een gedragen visie stellen we een interactief traject voor waarbij we in samenwerking met de omgeving werken aan de totstandkoming ervan. Hierbij benutten we de kennis die bij de totstandkoming van de LESA en de Landschapsbiografie is opgedaan. Ook maken we graag gebruik van het netwerk van het Drents Landschap en Landschapsbeheer Drenthe om de omgeving actief te betrekken bij de vorming van de visie.
Plangebied De begrenzing van de landschapsvisie komt overeen met de begrenzing van het Regionaal Landschap Drentse-Friese grensstreek. Maar we realiseren ons dat landschappelijke systemen en natuurlijke processen zich niet houden aan door de mens gemaakte grenzen, in welke vorm dan ook. Daarom maken we in het onderzoek een onderscheid tussen het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is daarbij het gebied waarover de visie concrete uitspraken doet. Het studiegebied is de bredere, landschappelijke context die in hoge mate bijdraagt aan de verschijningsvorm van het plangebied. Hier is dus niet de bestuurlijke of infrastructurele grens bepalend, maar de grens van het landschapsecologische systeem. Het studiegebied gaat uit van de abiotische, natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische eenheden. Door de verdeling in plangebied en studiegebied creëren we ruimte voor het in beeld brengen van natuurlijke en landschappelijke systemen en andere functionele of geografische dwarsverbanden. Deze ruimere schaal geeft tevens de mogelijkheid aanbevelingen te doen voor het herstel van natuurlijke systemen. Het bewegen tussen verschillende schaalniveau’s, tussen plangebied en studiegebied is essentieel om te komen tot een robuuste visie.
Plangebied regionaal landschap Drents-Friese grensstreek met de daarin gelegen natuurgebieden en Nationale parken
Context Op dit moment worden voor het gebied een Landschapsbiografie en een Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) uitgevoerd. Twee belangrijke onderzoeken die, ieder op een eigen terrein, een feitelijke en beschrijvende weergave van de huidige situatie geven. Ze gaan in op de ontstaansgeschiedenis van het landschap en de werking van het landschaps-ecologische systeem. De landschapsbiografie kan gezien worden als een grondige analyse van het landschap. Zo leren we het landschap kennen en begrijpen we hoe het tot stand heeft kunnen komen. Dat helpt bij het maken van keuzes die belangrijk zijn om de toekomst vorm te geven.
De LESA geeft, als het goed is, duidelijk aan wat de natuurlijke potenties van het gebied zijn, waar die liggen en welke knelpunten zich in de huidige situatie voordoen die belemmeren dat deze potenties tot wasdom komen. We gaan er vanuit dat deze resultaten beschikbaar zijn bij de start van het opstellen van de landschapsvisie. Dat is ook essentieel, want de LESA reikt de onderwerpen en vragen aan waarop de visie een antwoord moet geven. De landschapsvisie staat naast de Landschapsbiografie en de LESA. De visie geeft richting, inspireert, verbeeldt en geeft mogelijke ontwikkelrichtingen aan. De landschapsvisie vormt in die hoedanigheid een toekomstgerichte verkenning die is in te zetten voor nieuw te ontwikkelen gemeentelijk, provinciaal en waterschaps-beleid. De landschapsvisie heeft echter geen planologische of juridische status. De landschapsvisie zal eerder vastgesteld landschapsbeleid van de deelnemende gemeenten meenemen in de analyse. Zo beschikt de gemeente Westerveld over een vastgesteld landschapsontwikkelingsplan uit 2012. De gemeenten Weststellingwerf en Ooststellingwerf maken onderdeel uit van het landschapsbeleidsplan Zuidoost Friesland uit 2003. Steenwijkerland beschikt over een landschapsontwikkelingsplan uit 2005. Meppel heeft de kadernotitie ‘Zo doen we groen!’ in 2015 vastgesteld en Midden Drenthe tot slot heeft een landschapsbeleidsplan uit 2012.
Al deze beleidsdocumenten zijn doorgaans voorzien van een landschappelijke analyse, in een enkel geval een scenariostudie, een visiekaart en doorgaans een uitvoeringsprogramma. We zullen de gemeentelijke plannen ter harte nemen en de voorgestelde maatregelen tegen het licht houden. Waar mogelijk bouwt de landschapsvisie voort op gemeentelijk beleid. Maar in het algemeen is de duurzame instandhouding van natuurlijke systemen geen doel van bestaand beleid. We gaan de landschapsvisie op een aantrekkelijke manier beschrijven en verbeelden. Immers, het moet geen straf zijn om ’s avonds op de bank door de visie heen te bladeren en te grasduinen in de inhoud. Hiertoe willen we gedurende het proces direct de tekst- en beeldredactie verzorgen. We gaan daarvoor de samenwerking aan met Annet Kampinga (Touché concept & copy). Zij zal deel uitmaken van het projectteam en vanaf de start meewerken. Annet is gewend aan het schrijven van teksten met een beleidsdoel waarin verschillende ruimtelijke disciplines en opgaven bij elkaar komen en kan daarom voor de ontwerpers ook van waarde zijn als klankbord en kritisch bevrager. Zo zal zij er aan bijdragen dat de inhoud begrijpelijk en helder geformuleerd wordt, en de inhoud in een logische structuur wordt gegoten. Resultaat is dat de teksten plezierig zijn om te lezen.
Immers, de landschapsvisie wordt vanuit de ontwerpdiscipline ontwikkeld met en voor deskundigen in andere disciplines. Het is belangrijk dat de tekst de brug slaat tussen de betrokken disciplines, dat men elkaars materie begrijpt en aan de eigen kennis en doelen kan verbinden. De landschapsvisie heeft een instrumenteel karakter; het is een beleidsmiddel, geen doel op zich. Net als de beelden staat de tekst in dienst van dat gegeven. De inhoud is relevant en bruikbaar, de scenario’s zijn voorstelbaar, de opgaven zijn voor iedereen herkenbaar, de dwarsverbanden zijn duidelijk en zetten aan tot het telkens in samenhang beschouwen van de thema’s. In sessies met gebiedspartijen kunnen ontwerpers focussen op discussie, analyse en schetsen. Annet Kampinga schrijft en brengt verslag uit. Het resultaat Het heeft weinig zin om de precieze inhoud van de landschapsvisie op voorhand vast te leggen. Deze inhoud ontstaat immers in samenspraak met de opdrachtgever. En belangrijker: de inhoud volgt uit
het onderzoek dat we doen. We hebben natuurlijk wel onze gedachten bij wat we in de visie aan bod zouden kunnen laten komen. Vanzelfsprekend zal een landschapsanalyse één van de eerste hoofdstukken zijn. Met behulp van kaartmateriaal maken we inzichtelijk hoe het landschap is ontstaan, hoe het is opgebouwd en gebruikt en hoe het zich heeft ontwikkeld tot het huidige landschap. Met behulp van historisch kaartmateriaal kunnen we een ‘reis door de tijd’ maken en zien welke kwaliteiten de verschillende landschappen van oudsher hadden en wat daar nu nog van over is of wat daar nu aan toegevoegd is. De analyse bestaat, naast kaartmateriaal, uit ondersteunende teksten, (lucht)foto’s en beelden. Met verschillende specialisten, bewoners én belanghebbenden gaan we op zoek naar mogelijke toekomstscenario’s voor de actuele thema’s. Dit leidt tot een aantal mogelijke Drentse landschappen van de toekomst. Veel mensen zullen moeite hebben met het verbeelden van deze toekomstige landschappen. Daarom nemen wij de lezers mee naar een aantal verschillende toekomstlandschappen die we beschrijven in woord en beeld. Ook willen we belanghebbenden laten nadenken over hun rol in een veranderende toekomst. Op deze manier maken we de veranderingen die op ons afkomen inzichtelijk, voorstelbaar en relevant.
De Drentse landschappen van de toekomst helpen ons om de Opgaven waar we met elkaar voor staan te definiëren. Het zijn twee hoofdstukken die feitelijk nauw met elkaar zijn verbonden of die misschien wel samengaan tot één hoofdstuk. Waar de Drentse landschappen van de toekomst nog uitersten schetsen, brengen we in dit hoofdstuk de gewenste ontwikkelingen en de toekomstscenario’s bij elkaar waarna we er concrete opgaven uit destilleren. De visie moet uiteindelijk de oplossingsrichtingen bieden. Die oplossingsrichtingen structureren we langs heldere en logische lijnen. Welke lijnen daarvoor het meest geschikt zijn moet blijken uit de landschapsanalyse en de opgaven. De landschappelijke ondergrond, ontginningsgeschiedenis of het landgebruik kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om structuur aan te brengen. We zullen de visie concretiseren aan de hand van een aantal voorbeelduitwerkingen voor deelgebieden. Deze deelgebieden kunnen we onderscheiden op landschapstype, maar ook op bijvoorbeeld trends en ontwikkelingen die we verwachten. Gedurende het project, en in overleg met de projectgroep, zullen we bepalen voor welke deelgebieden we een voorbeelduitwerking maken en op basis waarvan we het betreffende deelgebied definiëren. Omdat de visie een groot gebied beslaat is het onvermijdelijk dat het abstractieniveau wat hoog ligt.
Tegelijkertijd willen we ook inzichtelijk maken hoe de visie op een kleiner schaalniveau uitpakt. Ook voor gebruikers van de visie is dat essentieel. Daarom maken we een uitwerking voor een aantal representatieve deelgebieden. Hoewel dit nog steeds niet leidt tot concrete inrichtingsplannen, maakt dit hoofdstuk wel inzichtelijk hoe de visie op gebiedsniveau uitpakt. Hierna werken we het proces voor de landschapsvisie, met de verschillende hoofdstukken waar ze uit kan bestaan, verder uit. Processtappen Om goed zicht te bieden op de werkzaamheden die we verrichten om te komen tot de landschapsvisie hebben we de stappen die we hiervoor zetten uitgeschreven. We onderscheiden daarbij twee fases: de analyse en de visievorming. Hierbinnen verrichten we verschillende activiteiten.
Fase 1. Analyse Inventarisatie en landschapsanalyse Een van de doelen van de landschapsvisie is de duurzame instandhouding van natuurlijke systemen. Een robuuste waterhuishouding, een gezonde bodem en een gezonde dynamische natuur vormen de basis voor alle andere functies, waaronder ook landbouw, die in het landschap een plek moeten vinden. De landschapsanalyse geeft inzicht in de aanwezige natuurlijke systemen en maakt inzichtelijk wat er nodig is om deze systemen duurzaam in stand kunnen houden. Met de LESA en de Landschapsbiografie ligt er straks een uitgebreide analyse van het landschap. Ook kunnen we putten uit gemeentelijk beleid. Dat werk gaan wij niet overnieuw doen. Maar omdat de visie een zelfstandig leesbaar document moet zijn kunnen en willen we niet aan de landschapsanalyse voorbij gaan. Bovendien kan het zijn dat de visie vraagt om een stukje analyse dat geen onderdeel is van beide andere documenten, of de geboden analyse niet langer actueel is. We zullen echter rijkelijk putten uit de informatie die voorhanden is. Daarom moeten we ons allereerst de landschapsbiografie, LESA en beleidsdocumenten eigen maken. Daarnaast brengen we het gebied in kaart en beschrijven we het geheel in woord en beeld. Als kapstok gebruiken we hiervoor de thema’s uit de lagenbenadering: de ondergrond, de netwerklaag en de occupatielaag.
Het resultaat is één geïntegreerde, samenhangende en beknopte landschapsanalyse. De analyse vormt uiteindelijk een neutrale en verbindende basis voor de landschapsvisie. Het resulteert in een integrale analysekaart voor het gehele studiegebied. Producten • • • • • •
Integratie landschapsbiografie en LESA Gestoeld op gemeentelijk beleid Het gebied in beeld aan de hand van (lucht)foto’s Integraal kaartbeeld op schaal van aanwezige natuurlijke systemen Serie thematische kaarten op schaal Toelichtende tekst
Proces •
Toetsen analyse en bevindingen in projectgroep
Thematische verkenning en verdieping Om van de landschapsanalyse naar een visie te gaan willen we trends, kansen en knelpunten van verschillende thema’s nader beschouwen. Dat kunnen we niet alleen. Daarom willen we de thematische verkenning en verdieping op interactieve wijze inhoud geven. Daartoe organiseren we een reeks werksessies met experts en vakspecialisten. Zij kunnen ons helpen met het verkrijgen van inzicht in de verschillende thema’s. In overleg met de opdrachtgever komen we tot een lijst vakspecialisten vanuit provincie, waterschap, landschapsbeheer en Prolander. Mogelijk ontstaat er de wens om ook nog externe specialisten uit te nodigen. Ook willen we belangenbehartigers van de belangrijkste sectoren uitnodigen. Samen met hen willen we in een reeks interactieve werksessies de ontwikkelingen, trends, kansen en knelpunten voor het gehele studiegebied nader in kaart brengen. In het proces komen we tot een lijst aan personen die we vragen hun inbreng te leveren. Mogelijke thema’s zijn water en ecologie, stikstof, landbouw, wonen en werken, cultuurhistorie, recreatie en toerisme.
Producten • •
Serie thematische kaarten met trends, kansen en knelpunten op schaal Toelichtende tekst per thema
Proces • •
4 werksessies met specialisten en experts op locatie in Diever Delen resultaten thematische verkenning met projectgroep
Scenariostudie In de scenariostudie betreden we de wereld van het onbekende. Langs de lijnen der verwachting van de specialisten en experts schetsen we een aantal toekomstscenario’s. Daarmee willen we de ruimtelijke impact van veranderingen in het landschap verkennen. Dit doen we samen met belangenbehartigers uit het gebied. En hoewel niemand in de toekomst kan kijken, zal men wel gefundeerde verwachtingen of vernieuwende ideeën hebben. Bijvoorbeeld op het vlak van klimaatverandering, landbouw of recreatie. We doen hieronder alvast een voorzet voor enkele nader te formuleren scenario’s. Na de analyse en thematische verkenning zullen we in staat zijn de relevante en urgente vragen nader inhoud te geven. Mogelijke scenario’s -
-
-
-
-
We krijgen vaker te maken met lange periodes waarin er (te) weinig regen valt. De grondwaterspiegel daalt hierdoor, met grote effecten voor natuur en landbouw. Alle beeksystemen krijgen daarom een robuuste en natuurlijke inrichting. Normalisaties uit de ruilverkaveling worden ongedaan gemaakt en beken gaan weer meanderen. De maatregelen zijn van invloed op de grondwaterstand en de drooglegging van percelen. We brengen de gevolgen en beperkingen in beeld voor het landgebruik. We geven een doorkijk naar alternatieve teelten en te realiseren natuurtypen. Nederland ontvangt steeds meer internationale toeristen. Op welke manier kan zich in het studiegebied een Nationaal Park van allure ontwikkelen met internationale aantrekkingskracht? Hoe ga je het beste om met de toenemende druk op de natuur en welke recreatieve voorzieningen zijn er dan nodig? De stikstofregelgeving leidt tot een verregaande krimp van de veestapel rond natuurgebieden. Agrariërs moeten op zoek naar alternatieve bedrijfsmodellen. Welke kansen ontstaan er op deze gronden? Wat vraagt dit van bestaande boeren? De woningbouwbehoefte neemt onveranderd toe. In het plangebied moeten daarom nieuwe huizen worden gebouwd. Op welke plaatsen is hiervoor ruimte en onder welke randvoorwaarden? Wegens de voortschrijdende klimaatcrisis ontstaat er een steeds grotere voedselschaarste op de wereld.
Om het tij te keren zal op de meest geschikte plek op een zo efficiënt mogelijke wijze zoveel mogelijk voedsel worden verbouwd. Hoe ziet de toekomst van een ‘industrieel’ agrarisch landschap eruit voor het studiegebied?
De scenario’s gebruiken we als een vorm van toekomstverkenning en hulpmiddel voor het bepalen van de bandbreedte en onderwerpkeuze van de visie. Zo gaan we op zoek naar de bouwstenen voor een duurzaam functionerend studiegebied, en stellen ons de vraag wat dit betekent voor de verschillende functies die in dit systeem een plek moeten vinden. En op welke wijze bestaande functies en nieuwe ontwikkelingen tot nieuwe functiecombinaties kunnen leiden in het landschap.
Producten • •
Scenario’s in woord en beeld Thematische verkenning
Proces • •
4 werksessies met belangenbehartigers op locatie in Diever: ontwikkelingen en trends, kansen en knelpunten. Toetsen uitkomsten, bandbreedte en aandachtsgebieden met projectgroep
Met de analyse, thematische verkenning en verdieping en de relevante scenario’s op zak gaan we aan de slag met de visievorming. Gedurende het proces zal er een wisselwerking zijn tussen analyse en visievorming. Het kan immers zo zijn dat we in de verkenning en scenariostudie tot ideeën en oplossingen komen die we in de visie met behulp van analysemateriaal willen testen. Fase 2. Landschapsvisie Visievorming De landschapsanalyse maakt inzichtelijk wat er nodig is om verschillende natuurlijke en landschappelijke systemen duurzaam in stand te houden. De thematische verkenning en verdieping geeft een inkijkje in trends en verwachtingen. En in de scenariostudies hebben we onderzocht hoe toekomstige ontwikkelingen het landschap kunnen beïnvloeden. De landschapsvisie geeft, op basis van de vergaarde kennis, oplossingsrichtingen voor de langere termijn. Beleids- en uitvoeringsprogramma’s kunnen daar vervolgens op de kortere termijn mee aan de slag. Verschillende landschapstypen en thema’s kennen hun eigen problemen en knelpunten en hebben daarmee hun eigen oplossingsrichtingen. Maar verschillende thema’s kunnen ook dezelfde problemen en knelpunten kennen, terwijl er toch andere oplossingsrichtingen zijn. In de landschapsvisie komen alle oplossingsrichtingen samen en werken we aan één, samenhangend landschap in het projectgebied.
Mogelijkheden en oplossingsrichtingen die we nu nog voor onmogelijk houden kunnen juist een plekje vinden in de visie. Die gaat immers over een lange termijn. En wat nu onmogelijk is kan over 25 jaar zomaar mogelijk zijn. Tijdens het opstellen van de visie zoomen we soms in. We werken dan aan ontwerpprincipes die we in een deelgebied uitwerken en testen. Soms werken we een ontwerpprincipe uit in een profiel, soms verbeelden we het in een collage of op kaart. Met de kennis die we op doen zoomen we weer uit. We overzien het grotere geheel. Wat is het effect op landschapsniveau? Met dit heen en weer bewegen door de schalen zetten we de landschapsvisie, en daarmee het toekomstige landschap in de steigers. Uitwerken visie voor representatieve deelgebieden of thema’s Zoals hiervoor aangegeven kunnen oplossingsrichtingen voor verschillende landschapstypen anders uitpakken. Hóe anders onderzoeken we in deze fase. Hierin werken we de visie uit voor verschillende deelgebieden. Daarmee wordt de visie concreter en krijgen we meer zicht op de ruimtelijke impact van de visie op een deelgebied. Het blijft echter een visie. Het is niet zo dat dat er voor de verschillende deelgebieden een inrichtingsplan wordt opgesteld. Welke en hoeveel deelgebieden we nader uitwerken bepalen we in samenspraak met de opdrachtgever. Producten •
Uitwerken van integrale visiekaart
•
• •
Vaststellen en uitwerken deelgebieden. Dit kunnen landschappelijke eenheden zijn, maar ook beekdalen, gradiënten, landschaps-ecologische systemen of focusgebieden: deelgebieden waar ontwikkelingen samenkomen. In de landschapsbiografie zijn zeven deelgebieden onderscheiden. Toelichtende teksten Verbeelding o Fotomontages o Dwars- en lengteprofielen o (Lucht)foto’s o Voorbeelden/referentiefoto’s o Aanvullende tekeningen of schetsen o Bouwstenen o Schema’s
Proces •
Overlegmoment: toetsen met projectgroep èn in Gebiedsproces met 4 dorpen van Landschapsbeheer Drenthe (GP LBD). Met de kanttekening dat het dit GP LBD maar 4 dorpen betreft, en daarmee dus niet gebiedsdekkend is.
Projectomgeving Werkgroep landschapsvisie Prolander levert samen met Hofstra|Heersche landschapsarchitecten de bemensing van deze opdracht. Prolander vervult hierin de rol als hoofdaannemer en formeel aanspreekpunt voor Het Drentse Landschap als hoofdopdrachtgever en de provincie Drenthe. Alex Schuiling zal hierbij optreden als projectleider. Hofstra|Heersche fungeert als onderaannemer van Prolander en zal rechtstreeks aan hen factureren. De werkgroep wordt gevormd door een drietal landschapsarchitecten en een redacteur. Martin van Dijken heeft een regierol en zal vanuit zijn positie sturen op de planning en resultaten. Martin organiseert het proces op hoofdlijnen, stemt af met de opdrachtgever en projectpartners en geeft mede inhoud aan onderwerpen die in de werkgroep aan bod komen. Niels Hofstra en Jan Heersche voeren het leeuwendeel van de inhoudelijke werkzaamheden uit. Zij worden daarbij ondersteund door de specialisten, GIS data en het secretariaat van Prolander. Annet Kampinga is de vlieg aan de muur en doet de redactie van al het werk. Hiertoe schrijft zij tekstvorstellen en doet de redactie van de resultaten en teksten die in het proces beschikbaar komen. Ook brengt Annet verslag uit van de interactieve werksessie. Ze is een kritisch meedenker in de werkgroep, en levert ondersteuning in het productieproces.
In de analysefase van het project zullen met name de (eco)hydroloog en ecoloog van Prolander met regelmaat betrokken worden om beschikbare informatie te interpreteren. In de analysefase en de visiefase vinden overleggen vooral digitaal plaats. Tijdens de thematische verkenning en scenariostudie komt de werkgroep tweewekelijks op locatie bij elkaar voor een werksessie. Tijdens deze werksessies zullen experts van verschillende partijen aanschuiven om bepaalde onderwerpen inhoudelijk verder uit te diepen. Deze kennis zal gehaald worden bij de opdrachtgever, gebiedspartners en daarbuiten. De volgende domeinen moeten hierbij in elk geval vertegenwoordigd worden;
-
-
-
Landbouw; juist deze transitie is de grote motor achter de veranderingen in het landschap de komende jaren/decennia. En is tegelijkertijd een van de meest controversiële en gevoelige van deze tijd. Reden om ervoor te zorgen dat we in ieder geval goed op de hoogte zijn van wat er speelt en waar de grootste kansen en knelpunten liggen. Recreatie; zonering, rol en uitstraling Nationale Parken, routes, voorzieningen, trends, specifieke aantrekkingskracht gebied, etc. Wonen (woningbouw, woningmarkt, trends); weliswaar is het een relatief dunbevolkt gebied, maar er liggen grotere dorpen en steden rondom dus er is wel degelijk sprake van stedelijke invloed. Daarnaast heeft de corona pandemie nieuwe trends in gang gezet, waarbij het landelijk gebied aantrekkelijker is geworden als woon- en werkgebied. Energietransitie; ook een lastig thema, met grote belangen, grote landschappelijke impact en daarmee ook grote maatschappelijke Voorstel: geld reserveren voor inhuur van externe experts die ons van advies kunnen voorzien voor deze thema’s. Nog nader onderzoeken: welke experts van welke instanties/organisaties.
Projectgroep De projectgroep bestaat uit de leden van de werkgroep, de opdrachtgever en vaste vertegenwoordigers van de betrokken gebiedspartners. Hieronder de 7 deelnemende gemeenten, Waterschap, LTO, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. De projectgroep vindt maandelijks plaats onder voorzitterschap van Uko Vegter. De werkgroep levert inhoudelijke voeding en inbreng in het overleg. Het is dé plek om de voortgang te bespreken en inhoudelijk te bouwen aan de totstandkoming van de landschapsvisie. De werkvorm in de projectgroep sluit aan op de behoefte van het moment in de visievorming. Het kan ook een inhoudelijke werksessie zijn. Prolander verzorgt het secretariaat van de projectgroep.
Stuurgroep De stuurgroep Drens-Friese grensstreek vindt 4 keer per jaar plaats. In de stuurgroep rapporteert Martin de voortgang van het proces en draagt eventuele bespreekpunten aan. Gebiedsproces We stellen de landschapsvisie in samenwerking met de omgeving op. We zoeken daarbij naar een goede balans tussen de inbreng van experts, bewoners en belangenorganisaties. We werken op een aantal sporen om de streek te betrekken bij de planvorming. Het gebiedsproces zoekt waar mogelijk aansluiting op bestaande overlegstructuren en platforms. Platform De website van het regionaal landschap Drenthe is dé plek om meer te weten te komen over de landschapsvisie en de vorderingen die worden gemaakt. Het publiek wordt hier op digitale wijze geïnformeerd over de op handen zijnde landschapsvisie. Vanuit het planproces leveren we informatie aan ter voeding van dit platform. Op de website kondigen we onze activiteiten aan, delen we informatie en vragen we om input van bewoners. We kunnen gebruik maken van een ‘Storymap’ als communicatiemiddel. Wij kunnen hiervoor op gezette tijden content leveren in de vorm van beknopte teksten en beelden ter illustratie. De ingebrachte informatie komt, gefilterd, beschikbaar voor de werkgroep en projectgroep. De
Met opmerkingen [CS1]: ik mis de momenten waarop input in het proces ingebracht wordt in de planning
Storymap kan ook voor bewoners en gebruikers van het gebied toegankelijk worden gemaakt. Zo kunnen we mensen blijven betrekken bij het proces. www.provincie.drenthe.nl/regionaallandschap Voor de diverse onderdelen van het project stellen we de volgende activiteiten voor: Inventarisatie en analyse: favoriete plek In de startfase van het project verzamelen we alle beschikbare informatie en brengen we het gebied in kaart. Om ruchtbaarheid te geven aan het project willen we bewoners vragen op de website op een interactieve kaart hun favoriete plek in het studiegebied te markeren en voorzien van een toelichting. Ook kunnen mensen een foto van deze plek uploaden. Er ontstaat zo een rijk geschakeerd palet aan bijzondere plekken en verhalen. Prolander levert hiertoe een interactieve kaart van ESRI Survey. Deze kan worden gepubliceerd op de website van regionaal landschap Drenthe. Wij selecteren hieruit een beperkt aantal verhalen die bijzonder zijn en waarvan wij denken dat ze voor de landschapsvisie van meerwaarde (kunnen) zijn. Wij organiseren vervolgens een excursie langs deze plaatsen. Hierbij vragen we de mensen die de bewuste plek hebben aangedragen om ons ter plaatse, in het veld, te woord te staan. Bewoners en gebruikers functioneren zo als gastheer in hun eigen landschap. Wij krijgen informatie die we zelf, vanachter het bureau, niet boven tafel zouden hebben gekregen.
De resultaten worden onderdeel van de analyse van de landschapsvisie. Het IVN, Landschapsbeheer Drenthe en de Nationale parken gebruiken hun nieuwsbrieven en platforms om ruchtbaarheid te geven aan de oproep en verwijzen door naar de website regionaal landschap Drenthe Thematische verkenning en verdieping: avontuurlijke excursie De thematische verkenning is een overwegend inhoudelijke en specialistische reeks werksessies in het gebied. Naast de inbreng van specialisten willen we graag met bewoners op pad om een aantal van de thema’s te bespreken. Hiervoor plannen we in aansluiting op de werksessies een reeks van 4 excursies naar een bestemming die illustratief is voor een bepaald thema. Naar een boer, natuurgebied of recreatieve bestemming. De excursies worden aangemeld op de site alwaar ook deelnemers zich kunnen registreren voor deelname. Zo mogelijk verzorgt het IVN ondersteuning bij de organisatie van de excursies. De excursies zullen in woord en beeld op beknopte wijze worden gebruikt in de thematische verkenning en een plek krijgen op de website. Scenariostudie: mobiel hutje op de hei Samen met belanghebbenden, gebiedspartners, specialisten en belangenbehartigers werken we in een reeks werksessies aan het schetsen van toekomstscenario’s. In aanvulling op deze werksessies willen we bewoners de kans geven hun eigen visie te geven op de toekomst.
Hiertoe slaan we tot 4 keer toe ons kamp op in het gebied. Vanuit onze mobiele studio vragen we op locatie aan passanten en bewoners hun ideeën over de toekomst van het landschap. Het resultaat bevat gerubriceerde quotes, schetsen en suggesties. Het mobiele hutje op de hei zal worden aangekondigd op de website. De resultaten zullen hier ook in woord en beeld worden gedeeld. Bewoners kunnen online hun bijdrage leveren. Door foto’s te delen/ uploaden of taggen van relevante thema’s, problemen of ontwikkelingen die ze willen agenderen. Momenteel onderzoeken we de mogelijkheden die ArcGIS ons hiervoor biedt. Visievorming: heidag
Met opmerkingen [CSvdS2]: nog ter discussie of dit kosten efficiënt is.
De landschapsvisie brengt alle inbreng samen in een overkoepelend kaartbeeld. Hierin schuilen vele expliciete en impliciete keuzes. Om draagvlak te genereren onder de gebiedspartners willen we een heidag plannen met de projectgroep. In een interactief programma bespreken we de eerste resultaten in concept en leggen we dilemma’s voor. Samen schetsen we aan mogelijke oplossingen en bepalen aandachtsgebieden voor het vervolg. De resultaten zullen worden samengevat en beschikbaar komen voor de deelnemers. Zij dragen zorg voor bestuurlijk draagvlak. Uitwerken representatieve deelgebieden: inloop Met de resultaten van de heidag onder de arm werken we in overleg vier verschillende deelgebieden uit. Hierin onderzoeken we de gevolgen van de landschapsvisie in deze deelgebieden. We willen voor deze deelgebieden stakeholders/ geïnteresseerden uitnodigen mee te denken bij de uitwerking. Hiervoor bereiden we een reeks inloopavonden voor in samenwerking met Landschapsbeheer Drenthe en/ of het IVN.