Notitie Progressief Westerveld - Inbreng inzake vernietiging bestemmingsplan buitengebied 2018
Tekst van het document
Feitenrelaas n.a.v. de vernietiging bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 (B2018) • • •
•
•
•
•
•
•
Het Bestemmingsplan 2012 (BPBG2012) werd in 2014 vernietigd voor in elk geval Agrarisch-1, Agrarisch-2 en Agrarisch-Paardenhouderij. Het Bestemmingsplan 2017 (BPBG2017) werd in 2019 in zijn geheel vernietigd. Het Bestemmingsplan 2018-1 werd door het College (Raadsperiode 2014-2018) in een van de laatste vergaderingen voor aftreden als ontwerp in procedure gebracht als ‘consolidatieplan’ (‘beleidsarm’). Door het College in haar eerste samenstelling (Raadsperiode 2018-2022) werd dat plan in eerste instantie ruim een jaar aangehouden. Na vernietiging van BPBG2017 in 2019 werd door het College in haar nieuwe samenstelling gekozen voor de ontwikkeling van een nieuw, beleidsrijker, plan. Dat Bestemmingsplan 2018-2 (BPBG2018) werd op 3 december 2019 door de Raad aangenomen met 13 stemmen voor en 4 tegen. Dit plan werd onlangs op 21 juli 2021 door de Raad van State in zijn geheel vernietigd (zie volledige tekst van de uitspraak) Voor niet agrarische bestemmingen in het buitengebied (zoals Natuur, Horeca, Bos en Bedrijven) is nu het BPBG2012 van kracht (vigerend). De geldende agrarische bestemmingen vallen nu terug op de bestemmingsplannen van Havelte, Diever, Vledder en Dwingeloo uit de jaren 90 van de vorige eeuw. De gronden voor de vernietiging zijn gelegen in het ontbreken van een passende beoordeling van de effecten van de mogelijke toename van stikstofuitstoot. a.
Volgens de Raad van State (hierna: de Afdeling) had de raad voorafgaand aan de vaststelling van het plan een passende beoordeling moeten maken van de effecten van de toename van stikstofuitstoot die het plan mogelijk maakt. b. De Afdeling stelt dat de verwijzing naar onherroepelijk verleende vergunningen op basis van de Wet Natuurbescherming (Wnb) niet mag omdat niet vaststaat dat er in alle gevallen passende beoordelingen aan die verleende vergunningen ten grondslag hebben gelegen. Precies op deze elementen heeft Progressief Westerveld het college en de raad gewezen (in de debatronde van 19-11-2019 door Hans van Teijlingen; in de stemverklaring van 03-12-2019 door Michiel van de Kasteelen; en op 03-12-2019 na het aannemen van het plan in een brief van de fractievoorzitter PW aan de burgemeester met verzoek besluit bestemmingsplan te vernietigen). Ook de inspreker dhr. H. Baptist wees op 19-11-2019 op het ontbreken van de passende beoordeling. Er is door het college nooit een inhoudelijke reactie gegeven op de bezwaren tegen het ontbreken van een passende beoordeling. De vraag dringt zich op of er door het college advies gevraagd is aan derden over deze bezwaren. De Afdeling heeft de bezwaren tegen het ontbreken van een passende beoordeling voor verdroging en vervuiling (bestrijdingsmiddelen) niet meer beoordeeld omdat het plan op stikstof al vernietigd is.
Dat betekent niet dat die beoordeling in een volgend plan achterwege kan blijven.
•
• •
Het BPBG2018 werd gepresenteerd als een noodzakelijke tussenstap, een reparatie, op weg naar het BPBG2019. Door de vernietiging van het BPBG2017 was dit noodzakelijk, anders zouden grote problemen kunnen ontstaan, zo werd ons voorgehouden. Inhoudelijke discussies zouden allemaal kunnen plaatsvinden bij het BPBG2019 en het Omgevingsplan. Geconstateerd kan worden dat het BPBG2019 geheel stil ligt. Het is inmiddels bijna 2022. De vernietiging van het BPBG2018 heeft direct gevolg voor het plan Kleinschalige hernieuwbare energie. Dit plan ligt ter inzage en is van toepassing op het Bestemmingsplan Buitengebied 2018; door de vernietiging van BPBG2018 is de grondslag verloren gegaan. Los daarvan wordt ook in dit plan dezelfde fout gemaakt als in het BPBG2018. In het plan staat dat de passende beoordeling pas wordt gemaakt op het moment dat er een bouwaanvraag ligt. Deze redenering leidde tot de vernietiging van het BPBG2018. Een plan moet zelf passend worden beoordeeld op de mogelijkheden die er geboden worden.
Vragen, informatieverzoeken en elementen voor een route naar een nieuw bestemmingsplan Ten aanzien van het proces richting BPBG2018, doorlopen in najaar 2019, en de periode tot aan de vernietiging: •
• •
Het College heeft zich in het najaar van 2019 bij de voorbereiding van BPBG2018 laten ondersteunen door een extern bureau. Op grond van welke adviezen heeft het College het uitvoeren van een passende beoordeling nagelaten? We willen graag inzage in de adviezen die gevraagd en gegeven zijn over de juridische houdbaarheid van het BPBG2018 Waarom heeft het College niet inhoudelijk gereageerd op de zienswijzen en de inbreng in het raadsdebat, en ook ten tweede male die passende beoordeling nagelaten? Het College heeft – omdat zij het BPBG2018 beschouwde als een ‘tussenstap’ – indertijd een aanvang gemaakt met het proces in de richting van een BPBG2019, maar van dat vervolgproces is lange tijd niets meer vernomen. Kan het College aangeven hoe de periode van december 2019 tot heden is benut voor het verder voorbereiden van een nieuw BPBG?
Ten aanzien van de huidige, na vernietiging ontstane situatie: • • • • •
•
Kan het College de huidige situatie helder in kaart brengen. Welke regels gelden er nu, welke concrete problemen spelen er door de vernietiging van de bestemmingsplannen? Kunnen de nu vigerende bestemmingsplannen worden gedigitaliseerd, zodat deze voor iedereen ter inzage en inzichtelijk zijn? Welke concrete problemen zullen op korte termijn moeten worden opgelost, desnoods door het maken van postzegelplannen? Kan het College een overzicht opstellen van onder het nu vernietigde bestemmingsplan verleende vergunningen? Welke daarvan zijn niet of niet volledig geconsumeerd? De onherroepelijk verleende vergunningen zullen moeten worden onderzocht op de vraag of mogelijke toename van stikstofuitstoot in die vergunningen passend is beoordeeld. Om welke vergunningen gaat het daarbij? Ook willen we van het college weten welke vergunningsaanvragen die gedaan zijn in het kader van B2018 nu nog onder de rechter liggen en wat daarmee gaat gebeuren.
Ten aanzien van de route naar een houdbaar toekomstig bestemmingsplan: De route naar een houdbaar bestemmingsplan moet in elk geval de volgende onderdelen bevatten: a. Er dient een uitgebreide consultatie van alle betrokkenen plaats te vinden, waarbij op de inbreng inhoudelijk wordt gereageerd. Daarbij wordt een gerenommeerd onafhankelijk planologisch bureau ingezet. b. Het nieuwe plan dient passend te worden beoordeeld, waarbij niet alleen naar stikstof wordt gekeken maar ook naar verdroging, bemesting, beweiding en vervuiling met name door gebruik van bestrijdingsmiddelen in de intensieve landbouw. c. Er dient een nieuwe MER voor het plan te worden opgesteld.