CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen def

Politieke avond Westerveld 30 juni 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM Omgevingsplan Hooiweg Wilhelminaoord2.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord (zaaknummer Z2026004817)

Inleiding Vanaf 11 december 2025 tot en met 21 januari 2026 heeft het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22z Hooiweg Wilhelminaoord met planidentificatie NL.IMRO.1701.509TAMHooiweg-0001 ter inzage gelegen. Het TAM-omgevingsplan voorziet in de bouw van 8 koloniewoningen aan Hooiweg in Wilhelminaoord. In deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om schriftelijk of mondeling een zienswijze kenbaar maken. Er zijn binnen de termijn vijf zienswijzen ingediend. Op 1 mei 2026 is één zienswijze ingetrokken. Indieners van de vier zienswijzen zijn ontvankelijk. In de volgende paragraaf worden de vier zienswijzen samengevat, deze worden daarna beantwoord en afsluitend is er een conclusie waarin aangegeven wordt of de zienswijze aanleiding geeft om het plan aan te passen. De persoonsgegevens zijn ter bescherming van de privacy achterwege gelaten. De nota van zienswijzen maakt onderdeel uit van de besluitvorming voor het vast te stellen TAMomgevingsplan.

1

I. Zienswijzen Zienswijze 1 Indieners rijden paard en wandelen over Hooiweg. Met de komst van de woningen kan deze hobby niet meer uitgevoerd worden. Er zijn zorgen over toename van verkeer en lawaai. Het uitzicht en rust zal verdwijnen. Er zijn zorgen over beschermde diersoorten. Oude beuken langs Hooiweg moet blijven. Reactie Hooiweg is een openbaar toegankelijk zandpad. Ten behoeve van woningbouw wordt het zandpad voorzien van een toplaag waardoor hydraulisch zand ontstaat. Hiermee wordt Hooiweg beter toegankelijk als toegang voor de nieuwe woningen. Het blijft een openbaar pad. Wandelen en paardrijden blijft mogelijk. Wat betreft toename van verkeer is in de toelichting van het omgevingsplan ingegaan op de relatief beperkte verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling. De toename van het geluid, die het gevolg is van deze zeer beperkte verkeerstoename, is daarom eveneens zeer beperkt te noemen. Het gaat om 8 vrijstaande woningen met relatief beperkt effect. Wij zien in de zienswijze geen aanleiding waaruit zou blijken dat er geen sprake zou zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor wat betreft de mogelijke aanwezigheid van beschermde diersoorten is een natuurtoets uitgevoerd. Wij zien in deze natuurtoets geen aanleiding om aan te nemen dat beschermde diersoorten aangetast gaan worden.

Dit plan maakt deel uit van de laatste fase van de uitvoering van een langlopend project Belvédère voor de herbouw van nieuwe koloniewoningen in dit gebied. Het gebied Frederiksoord Wilhelminaoord is in 2009 aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In 2021 heeft dit geleid tot de status van UNESCO Werelderfgoed. Vanwege de aanwijzing als beschermd dorpsgezicht is in 2011 voor een groot deel van het beschermd dorpsgezicht een nieuw bestemmingsplan vastgesteld dat zich richt op het behoud van de aanwezige waarden, maar daarbinnen ruimte laat voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de bouw van nieuwe koloniewoningen. In dat bestemmingsplan is een aantal gebieden aangewezen voor de bouw van koloniewoningen. In de afgelopen jaren zijn de meeste van de gebieden bebouwd met koloniewoningen. Dit plan voor 8 woningen aan Hooiweg is een van de laatste plannen. De herbouw van koloniewoningen maakt deel uit van de UNESCO aanwijzing. Dit betekent bij uitstek dat zeer zorgvuldig omgegaan wordt met plek en uitvoering en ontsluiting. Daarnaast maken o.a. groenstroken en bomenrijen deel uit van de beschermde waarden van dit gebied. Waar mogelijk blijven groen en bomen bestaan, waar nodig worden bomen herplant. In zowel het bestemmingsplan (thans omgevingsplan tijdelijk deel) uit 2011 als voorliggend TAM omgevingsplan zijn o.a.

het kappen en/of planten van bomen beschermd door middel van een vergunningstelsel (zie artikel 15.3 van de planregels). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het omgevingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 2 Indiener vindt de natuurtoets onvolledig. Er wordt niet of onvoldoende ingegaan op de aanwezige reeën en andere diersoorten in het plangebied. Hoe ziet gemeente toe op bouwen buiten het broedseizoen. Indiener geeft aan dat zandpaden gebruikt worden door o.a. crossmotoren. Hoe gaat dat als Hooiweg halfverhard wordt. Hooiweg wordt onevenredig aangetast door het mogelijk kappen van bomen ten behoeve van ontsluiting. Indiener pleit voor minder woningen zodat er geen “vakantiepark idee” ontstaat. Indiener merkt op dat opsteller van het omgevingsplan ook de uitvoerder is van de natuurtoets en de MER. Reactie Vanuit de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving als gevolg van activiteiten redelijkerwijs zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Daarnaast geldt er voor activiteiten die de natuur betreffen nog de specifiek zorgplicht. Bouwen buiten het broedseizoen is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer in het kader van de zorgplicht. De gemeente is geen bevoegd gezag als het gaat om toezicht en handhaving op het gebied van bescherming van plant- en diersoorten. 2

Dat is de provincie en in voorkomende gevallen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De Natuurtoets wordt uitgevoerd om voor de uitvoering van het plan na te gaan of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor wat betreft mogelijke aanwezigheid en/of mogelijk verlies van verblijfplaatsen van beschermde soorten is een natuurtoets uitgevoerd. In deze natuurtoets zijn diverse soorten geïnventariseerd en getoetst (hoofdstuk 2 Soortenbescherming) en zijn de zorgplichtmaatregelen omschreven. In de natuurtoets is onderbouwd dat negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten, mits een aantal maatregelen (omschreven in de natuurtoets) in acht worden genomen. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning(en) ten behoeve van de in dit plan voorziene ontwikkeling, zullen de in acht te nemen maatregelen als voorschrift aan deze omgevingsvergunning(en) worden verbonden. Een aantal genoemde diersoorten, zoals ree en vos, is in Drenthe vrijgesteld van vergunningplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor nesten geldt dat sommigen niet jaarrond beschermd zijn. Die zijn alleen beschermd als ze in gebruik zijn. De Hooiweg is en blijft openbaar. Voertuigen die voldoen aan de Wegenverkeerswet mogen op de openbare weg.

De Hooiweg in het plangebied is geen regulier doorgaande weg (pad) maar wordt voornamelijk gebruikt door wandelaars, fietsers, ruiters, menners etc. Het is ook de ontsluitingsweg voor 2 bestaande woningen, landbouwpercelen en deze 8 te realiseren woningen. Bewoners rijden vanaf de Boergrup of de Oostvierdeparten of vanaf de Koningin Wilhelminalaan (via de P.W. Janssenlaan) linksof rechtsaf de Hooiweg op. Er komen aan weerszijden van de kruising P.W. Janssenlaan/Hooiweg 4 koloniewoningen. De locatie van deze 8 koloniewoningen is zorgvuldig gekozen vanuit historisch perspectief in overleg met gemeente, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en provincie Drenthe. Indiener woont in een (nieuwe) koloniewoning op ± 380 meter afstand van het plangebied. Er is geen direct zicht op het plangebied door aanwezigheid van bosschages, bomen en bebouwing. Wij zien niet in dat het plan met de zorgvuldig gekozen situering, verwevenheid met het gebied en een voorgeschreven uiterlijk van de nieuwe koloniewoningen op een vakantiepark zal lijken. Er zijn geen wettelijke regels voor wie een omgevingsplan opstelt en wie (deel)onderzoeken uitvoert. Het is gebruikelijk dat een (stedenbouwkundig) adviesbureau met eigen expertise een onderbouwing opstelt en ook (deel)onderzoeken uitvoert. Het uitvoerend bureau is lid van het Netwerk Groene Bureaus die werken volgens gedragscodes.

Het is aan de gemeenteraad om te beoordelen of het plan voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij heeft de raad een ruime mate van beleidsvrijheid. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het omgevingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 3 Indiener verzoekt de vergunning niet te verlenen. Indiener mist een aantal onderdelen. Er worden regelmatig hazen en zilverreigers gezien welke volgens indiener beschermd zijn. Indiener vraagt zich af of goed gekeken is naar vleermuizen. Indiener maakt zich zorgen over het leefgebied van vossen, reeën en dassen. Door nieuwe bebouwing kunnen dieren moeilijker van het ene naar het andere gebied trekken. Reactie Het gaat hier niet om een omgevingsvergunning maar om een omgevingsplan waarin het mogelijk wordt gemaakt om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen voor de bouw van 8 koloniewoningen. Voor wat betreft mogelijke aanwezigheid en/of mogelijke verstoring van beschermde diersoorten is een natuurtoets uitgevoerd. Bij punt 2.3.3 van de natuurtoets is ingegaan op het onderdeel vleermuizen.

3

Omdat er soorten zijn met een specifieke (vaste) verblijfsplaats, zoals een das, kan bij een nieuwbouwplan specifieker gekeken worden naar mogelijke verblijfplaatsen in het plangebied. Dit is gedaan en opgenomen in de natuurtoets behorende bij voorliggend TAM omgevingsplan. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van de das. Tussen de woningen blijft sprake van open agrarisch gebied. De koloniewoningen zijn relatief klein wat betreft vloeroppervlak en laag wat betreft bouwhoogte. Er blijft voldoende ruimte in het omliggende gebied voor dieren om van het ene naar het andere gebied te trekken. Wij zien in deze natuurtoets voor het plangebied geen aanleiding om aan te nemen dat beschermde planten diersoorten aangetast gaan worden. De provincie is in de meeste gevallen het bevoegd gezag en ziet toe op bescherming van soorten. Voor het overige wordt verwezen naar de reactie op de zienswijze 1 en 2 met betrekking tot de uitgevoerde natuurtoets. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het omgevingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Zienswijze 4 Indiener vindt dat mensen beschermd moeten worden tegen landbouwgif. De habitatrichtlijn maakt dat woningbouw op deze locatie niet mogelijk is. Indiener is van mening dat er gebruik is gemaakt van intern salderen en dat mag alleen als een passende beoordeling is gedaan.

Daar moet ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in beoordeeld worden. Wat betreft de spuitzone acht indiener een zone van 50 meter onvoldoende. Hij is niet eens met de rechtspraak hierover. Juridisch gezien is het een motivatiegebrek om te stellen dat een 50 meter niet onredelijk wordt geacht. Onderzoek wijst uit dat het gebruik slecht is voor mens, dier en natuur, aldus indiener. Indiener vindt dat er ook een tekst moet komen voor biociden. Indiener geeft tot slot aan dat stoffen soms kilometers verspreid kunnen worden. Reactie Een afstand van 50 meter als spuitzone wordt niet onredelijk geacht. Dit is momenteel de lijn in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak. Na vernietiging van het wijzigingsplan - juist vanwege het ontbreken van een dergelijke zone - is in overleg met de initiatiefnemer en tevens eigenaar van de gronden in kwestie gekozen om dit gebrek te herstellen en te kiezen voor deze 50 meter spuitzone. Er wordt niet intern gesaldeerd. De conclusie is dat er geen toename is van stikstof. Uit de Aeriusberekening blijkt dat er 0,00 mol/ha/jr stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Daarmee zijn nadelige gevolgen op Natura 2000-gebied vanwege stikstofdepositie uitgesloten. Intern salderen is niet nodig. Een passende beoordeling is niet noodzakelijk .

Het opnemen van een 50 meter spuitzone is in lijn met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en wordt geacht te voldoen aan de eis van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). Dat indiener het niet eens met deze vaste lijn doet daar niets aan af. Een grotere afstand dan 50 meter is niet in lijn met vaste jurisprudentie bij ruimtelijke plannen en het beoordelen van etfal. Het gaat bij een spuitzone om gewasbeschermingsmiddelen. In de begripsomschrijving van dit TAM IMRO plan staat wat verstaan wordt onder gewasbeschermingsmiddelen. Biociden is een breed begrip. Een biocide mag alleen worden gebruikt als het is toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) en als hiervoor een spuitlicentie is afgegeven (wat ook geldt voor het mogen gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen). Toezicht gebeurt door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) en/of als daar afspraken over zijn gemaakt door instanties zoals bijvoorbeeld waterschappen of omgevingsdiensten. Binnen de spuitzone geldt een verbod om gewasbeschermingsmiddelen, als gedefinieerd in het TAM IMRO plan, te gebruiken. Binnen de gemeente Westerveld is een discussie gaande over sierteelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Daarbij komen begrippen aan de orde van zowel omgeving als agrarische sector zoals wetenschappelijk onderzoek en een link4naar ziektes, gebrek aan regels, driftreducerende

methodes, toelating gewasbescherming, biologische gewasbeschermingsmiddelen, innovatie spuitmethodes etc. Zolang er geen wettelijk geborgde helderheid is, moet bij ruimtelijke plannen uitgegaan worden van (vaste) jurisprudentie, in dit geval een spuitzone van 50 meter. Dat geldt niet alleen in Westerveld maar bij alle plannen voor realiseren van gevoelige functies naast agrarische gronden. Voorbereidingsbesluit Los van de landelijke richtlijnen/uitspraken rondom 50 meter spuitzone vinden wij het belangrijk te noemen dat de gemeente Westerveld werkt aan regels rondom sierteelt. Binnen de gemeente Westerveld is sierteelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een belangrijk onderwerp. De discussie spitst zich met name toe op sierteelt omdat hierbij intensiever gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op 27 mei 2025 heeft de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen met betrekking tot de sierteelt. Door middel van deze motie is het college verzocht te onderzoeken of er juridische mogelijkheden zijn om in gemeente Westerveld de impact van sierteelt tot tenminste 2030 tijdelijk te beperken. Deze motie heeft geleid tot een concrete maatregel: vanaf 20 maart 2026 geldt in de gemeente Westerveld een voorbereidingsbesluit “sierteelt Omgevingsplan gemeente Westerveld”, zie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR759269#art_o_1.

en het Omgevingsloket: Hooiweg 1, 8384GJ Wilhelminaoord - Regels op de kaart - Omgevingsloket. Dit voorbereidingsbesluit bevat regels die uitsluitend gelden voor sierteelt met een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, voorlopig vastgesteld als meer dan 20 kilo per hectare per jaar wordt gebruikt. Daarnaast geldt een afstandseis: sierteelt met hoog middelengebruik moet minimaal 50 meter afstand houden tot de perceelgrens van sierteeltgevoelige functies. Dit zijn onder meer: woningen, scholen, kinderopvang, verzorgingshuizen en recreatieterreinen met overnachtingsmogelijkheden. Er zijn uitzonderingen voor: • percelen die onderdeel zijn van De Drentse Lelie. • percelen waar biologisch wordt geteeld. Dit voorbereidingsbesluit heeft geen gevolgen voor lopende teelten. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het omgevingsplan niet of gewijzigd vast te stellen. Diever, 11 mei 2026

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=5bef515d-bf61-4280-afe7-350489f59b9c