CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie

Politieke avond Westerveld 20 december 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie3.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen facet bestemmingsplan “Kleinschalige hernieuwbare energie” (zaaknummers 272711 en 316896) Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Kleinschalige hernieuwbare energie” heeft samen met de bijbehorende beleidsregels met ingang van 22 juli 2021 tot en met 1 september 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon een ieder een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Er zijn 6 zienswijzen ontvangen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Provincie Drenthe Waterschap Drents Overijsselse Delta Astron Natuurbeschermingsvereniging Meppel e.o. Indiener I Indiener II

Alle zienswijzen zijn tijdig ingediend en gemotiveerd. De persoonsgegevens zijn ter bescherming van de privacy achterwege gelaten. De argumenten in de zienswijzen worden in deze nota kort samengevat en voorzien van een inhoudelijk reactie. Per zienswijze wordt aangegeven of deze aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan of de beleidsregels. Afsluitend wordt een algehele eindconclusie weergegeven. De nota van zienswijzen maakt deel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

1

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zienswijze 1. Provincie Drenthe Inhoud: De provincie geeft aan dat het ontwerpfacetbestemmingsplan in strijd is met het provinciale belang voor het gebied dat de Koloniën van Weldadigheid en de hiertoe behorende bufferzone behelst. Het ontwerpplan bevat volgens de provincie geen beschermingsregime ten behoeve van het werelderfgoed. In haar vooroverlegreactie van 30 april 2021 heeft de provincie aangegeven dat het facetbestemmingsplan voor het onderdeel kandidaat werelderfgoed Frederiksoord- Wilhelminaoord in strijd is met de bepalingen in de Ontwerp-omgevingsverordening Drenthe 2022. Hierin is bepaald dat een plan in aan de Koloniën grenzende gebieden niet voorziet in een windturbine of een opstelling voor zonne-energie los van daken (artikel 3.28 lid 5). Deze regels worden voorbereid omdat er een provinciaal belang bestaat bij het behoud van de Koloniën van Weldadigheid. Dit provinciale belang komt ook tot uitdrukking in paragraaf 4.2.3.2 van de Omgevingsvisie. De gemeente heeft de vooroverlegreactie van de provincie op dit punt niet verwerkt in onderhavig ontwerpbestemmingsplan. De provincie verzoekt de gemeenteraad daarom dringend om alsnog aansluiting te zoeken bij provinciaal beleid en de afgebeelde bufferzone rondom het genomineerde gebied op te nemen voor zover zich dat in de provincie Drenthe bevindt.

Ten aanzien van deze bufferzone dient te worden bepaald dat windturbines en opstellingen voor zonne-energie los van dak niet zijn toegestaan. Met deze bepalingen worden de universele waarden van de Koloniën van Weldadigheid beschermd. Reactie: Wij zijn het niet eens met de beleidsregels in het ontwerp van de provinciale omgevingsverordening 2022 betreffende het punt kandidaat-werelderfgoed en hernieuwbare energie. Hierover hebben wij reeds een zienswijze bij de provincie ingediend, die hieronder integraal wordt weergegeven: “De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (hierna RCE) heeft aangegeven dat het plaatsen van windturbines met een maximale as-hoogte van 15 meter, bedoelt voor bedrijfsexploitatie van agrarische bedrijven, ook in een UNESCO gelabeld gebied mogelijk (moeten kunnen) zijn. Dit is voor de vrije kolonie Frederiksoord-Wilhelminaoord inmiddels door de RCE bevestigd. Ook verwijzen wij naar de lifecast “Werelderfgoed als koploper in de klimaattransitie?” d.d. 10 februari 2021 en de opmerking van UNESCO dat ‘duurzame ontwikkeling’ van werelderfgoed mogelijk moet zijn, mits dit reversibel wordt uitgevoerd. Dit standpunt is op ons verzoek bevestigd door een UNESCO expert tijdens de UNESCO stuurgroep van 30 april 2021.“ Ook verwijzen we naar het convenant wat is opgesteld samen met de agrarische sector.

Het beleid De provinciaal beleid om geen kleinschalige wind en zonne-energie toe te staan in Unesco-gelabeld gebied is strijdig met de uitgangspunten van genoemd convenant, omdat bestaande agrarische bedrijven in en rondom het UNESCO gelabeld gebied hierdoor geen gelijke ontwikkelingsrechten meer houden. Tevens verwijzen wij u naar het feit dat Frederiksoord en Wilhelminaoord door het rijk zijn aangewezen als ‘excellent gebied voor duurzame ontwikkeling’ en dat in het proces van de UNESCO nominatie nadrukkelijk wordt verwezen naar het feit dat het zich om een z.g. ‘autarkisch’ landschap handelt: een zelfvoorzienend landschap waar de energietransitie ook in past. De nuance die ontbreekt in uw beleid is dat we grootschalige, commerciële ontwikkelingen moeten ontmoedigen. Hier anticiperen wij ook op in de RES opgave voor onze gemeente. Kleinschalige installaties bedoelt voor eigen bedrijfs- of woningexploitatie zijn derhalve altijd mogelijk.

2

Voor wat betreft de vraag van de provincie om de afgebeelde bufferzone rondom het genomineerde gebied in het bestemmingsplan op te nemen kunnen we het volgende aangeven: De bufferzone is voor de nominatie van 2017 zorgvuldig en middels participatie tot stand gekomen. UNESCO heeft in haar inschrijvingsbesluit ‘Decision: 44 GOM 88.25’ verder geen opmerkingen gemaakt over bestaande bufferzones behoudens de nog in te richten beschermingszone in het Friese deel van de kolonie Wilhelminaoord, maar dat deel (inclusief een aan te passen of in te richten bufferzone) valt onder de bevoegdheid van de gemeente Weststellingwerf. Wij concluderen dat de bufferzone zoals is ingericht in 2017 voldoet en zullen deze niet aanpassen in dit bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen.

Zienswijze 2. Waterschap Drents Overijsselse Delta Inhoud: Het waterschap geeft aan dat de inhoud van de uitgangspuntennotitie (uit de watertoets) verwerkt moet worden in het bestemmingsplan. De watertoets is niet ingesteld op het controleren van de gevolgen van het plaatsen van een solitaire windturbine of een kleine groep zonnepanelen. In het algemeen mag deze plaatsing geen negatieve invloed hebben op het waterbelang. Reactie: De uitgangspuntennotitie wordt als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. In de beleidsregels zal onder het hoofdstuk 3 “Toetsingskader kleinschalige projecten met zonnepanelen” de voorwaarde worden opgenomen dat ook hier een positief advies van het waterschap Drents Overijsselse Delta noodzakelijk is. Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen.

Zienswijze 3. Astron Inhoud: Astron verzoekt om de huidige regels in het bestemmingsplan (waarbij verplicht advies dient te worden gevraagd aan Astron) aan te vullen met een verwijzing naar een kaart met beschermingszones die op hun eigen website is te vinden. Desgewenst kan deze website in de regels worden toegevoegd of in de uitvoering bij de vergunningverlening worden meegenomen. Reactie: De recent vastgestelde beschermingszones zijn bij ons bekend. In de ontwerpregels is al aangeven dat een positief advies van Astron verplicht is. Wij zullen de website met een verwijzing naar de beschermingszones van Astron gebruiken bij de toetsing van aanvragen voor kleinschalige, hernieuwbare energieprojecten. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen.

3

Zienswijze 4. Natuurbeschermingsvereniging Meppel e.o. Inhoud: De Natuurbeschermingsvereniging Meppel e.o. heeft de volgende punten ingebracht: 1. Door de vernietiging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Westerveld 2018’ is de grondslag van dit bestemmingsplan dan wel het bijbehorend toetsingskader weggevallen.’ 2. Het bestemmingsplan is niet uitvoerbaar omdat niet is onderzocht welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen en welke effecten de beoogde ontwikkelingen hebben op deze soorten. Reactie: Ad 1 Bestemmingsplan Buitengebied 2018 Op de dag van de ter inzage legging van onderhavig ontwerpbestemmingsplan heeft de Raad van State het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018” vernietigd. Laatstgenoemd bestemmingsplan mag hiermee niet meer als toetsingskader voor aanvragen omgevingsvergunningen worden gebruikt. Hierdoor zullen we voor alle percelen in het buitengebied terugvallen op de hiervoor geldende bestemmingsplannen. De grondslag voor het mogelijk maken van kleinschalige hernieuwbare energie (via onderhavig bestemmingsplan) is echter niet weggevallen. De gemeenteraad kan nog steeds nieuwe bestemmingsplannen vaststellen.

Wel zullen we in onderhavig bestemmingsplan moeten verwijzen naar de juridisch geldende bestemmingsplannen en zal de verwijzing naar het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018” uit de regels, de beleidsregels en de toelichting worden verwijderd. Ad 2 Ecologisch onderzoek We verwijzen naar paragraaf 3.7 uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Hier staat het volgende: ‘Omdat het op voorhand niet mogelijk is om voor het plangebied in kaart te brengen wat de eventuele gevolgen zullen zijn voor ecologie, wordt dit niet nu maar ten tijden van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kleinschalige windturbine en/of een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zonnepanelen in een grondopstelling gedaan. De beleidsregel bevat de eis dat de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning onder andere toetst aan de regels van de Wet natuurbescherming. De gemeente zal dus bij elke aanvraag afwegen of de bouw van een windturbine en/of het plaatsen van zonnepanelen ter plaatse leidt tot onevenredige gevolgen voor de beschermde natuurwaarden in dat gebied. Het is dus nodig om een ecologische QuickScan uit te voeren als onderdeel van de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

Gezien het bovenstaande vormt het aspect ecologie geen belemmering voor het onderhavige planvoornemen en is het bestemmingsplan op dit onderdeel wel uitvoerbaar.’ Er daarom vooraf geen apart ecologisch onderzoek nodig voor het gehele plangebied, maar per concrete aanvraag zal een ecologische toets moeten worden aangeleverd waaruit blijkt dat aan de Wet natuurbescherming wordt voldaan.

Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen. De verwijzing naar het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018” zal uit de regels en de toelichting worden verwijderd en er zal verwezen worden naar de juridisch geldende bestemmingsplannen.

4

Zienswijze 5. Indiener I Inhoud: Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan geen zonnepanelen toestaat op percelen met de aanduiding Natuurnetwerk Nederland (NNN) en dat hij daardoor geen mogelijkheden heeft om zonnepanelen op zijn perceel te plaatsen. Hij stelt voor om onder de volgende voorwaarden het plaatsen van zonnepanelen in NNN wel toe te staan a. Plaatsing in NNN welke niet ingericht is als natuur; b. Plaatsing ca. een meter boven de grond; c. Oppervlakte aan panelen compenseren met gelijke oppervlakte natuur rondom de geplaatste panelen. Reactie: In de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 is in artikel 2.28 en 2.29 weergegeven wat het beleid is voor percelen die gelegen zijn in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en onder welke voorwaarden hier mogelijk nieuwe activiteiten kunnen worden toegestaan. In de basis zijn NNN gebieden in gebruik als natuur of ecologische verbindingszones van en naar deze natuurgebieden. Er kan afgeweken worden bovengenoemd provinciaal beleid alleen in gevallen van groot maatschappelijk belang en als er geen alternatieven voor handen zijn. Ons beleid is om in deze gebieden geen bebouwing in de vorm van zonnepanelen toe te staan, omdat hiermee in de meeste situaties de wezenlijke kenmerken en waarden van deze NNN-gebieden significant worden geschaad.

Ook in dit concrete geval gaan we het bestemmingsplan niet voor een enkel perceel aanpassen om wel zonnepanelen toe te staan in de NNN-gebieden. Er is in dit geval niet gebleken dat er sprake is van groot maatschappelijk belang en dat er geen alternatieven voor handen zijn. Wel willen we met indiener in gesprek gaan over de mogelijkheden voor het realiseren van zonnepanelen op zijn perceel of over alternatieven hiervoor. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen.

Zienswijze 6. Indiener II Inhoud: Indiener II heeft de volgende punten ingebracht: 1. Milieueffectrapportage is noodzakelijk vanwege uitspraak Raad van State 30 juni 2021 2. Overlast en gezondheidsschade voor omwonenden 3. Niet voldoen aan artikel 7 Verdrag van Aarhus 4. Financiële zekerheid afbraak windmolen na 25 jaar ontbreekt 5. Passende beoordeling en ontheffing Wet natuurbescherming is vooraf verplicht 6. In beleidsregels staat niet welke type windmolens wel en niet zijn toegestaan 7. Geluidsnormen voor windmolens ontbreken en de afstand tot woningen is te klein 8. Onduidelijk hoeveel windmolens er op 1 erf mogen staan 9. Bestemmingsplan Buitengebied 2018 is vernietigd 10. Beleidsregels bieden geen rechtszekerheid 11. Er zijn te weinig regels voor zonnepanelen 12. Anderen problemen zoals aanpassen stroomnetwerk en van het gas af.

5

Reactie: Ad 1 Milieueffectrapportage is noodzakelijk vanwege uitspraak Raad van State 30 juni 2021 Op 30 juni 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid. Deze uitspraak heeft echter géén gevolgen voor 1 of 2 losse windturbines. Daarvoor blijven de rijksregels gelden. Onderhavig bestemmingsplan maakt maximaal 2 kleine windturbines per perceel mogelijk. Inrichtingen met 1 of 2 windturbines zijn aangemerkt als een (milieu)inrichting type B en hoeven alleen een melding Activiteitenbesluit te doen. Dit zijn inrichtingen waarvoor geen project-m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Bovengenoemde uitspraak staat een vaststelling van dit bestemmingsplan daarmee niet in de weg. Ad 2 Overlast en gezondheidsschade voor omwonenden Indiener heeft geen verdere nadere toelichting gegeven op dit punt. Wij zijn van mening dat de voorwaarden uit de beleidsregels tot gevolg hebben dat wij een goed gemotiveerd besluit kunnen nemen voor het plaatsen van een kleine windturbine bij een woning of een bedrijf, waarbij de belangen van derden worden meegenomen.

Er zijn zowel een minimale afstand tot de meest nabijgelegen gevoelige bestemming gegeven (niet minder dan vier maal de as-hoogte van de windturbine, zie deel 3 lid 3 onder e van de beleidsregels) alsook nadere eisen, zoals de bezonningsituatie, lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing, zichtlijnen of visuele hinder, het voorkomen van slagschaduw en geluidshinder. Ad 3 Niet voldoen aan artikel 7 Verdrag van Aarhus Artikel 7 van het Verdrag van Aarhus regelt inspraak betreffende plannen en programma's betrekking hebbende op het milieu. In dit geval gaat het om een ruimtelijk plan (bestemmingsplan) waarbij o.a. artikel 3.8 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing is. Hier staat dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat de kennisgeving van een bestemmingsplan wordt gepubliceerd en dat een ieder zienswijzen kan indienen. Op deze wijze is de inspraak voor een bestemmingsplan geregeld. In dit geval is aan artikel 3.8 lid 1 Wro voldaan. Ad 4 Financiële zekerheid afbraak windmolen na 25 jaar ontbreekt De technische levensduur van de (kleine) windmolen wordt geschat op 20 -25 jaar. Als aan de voorwaarden wordt voldaan kunnen wij een omgevingsvergunning verlenen voor een windmolen, waarbij geen eindtermijn is aangegeven.

In principe kan de molen permanent blijven staan en na bijvoorbeeld 20 jaar worden vervangen door eenzelfde nieuwe windmolen. Wij hebben geen voorwaarde gesteld over het verwijderen van een kleine windmolen. De financiële risico’s liggen hier bij de eigenaar/aanvrager en niet bij de gemeente. Ad 5 Passende beoordeling en ontheffing Wet natuurbescherming is vooraf verplicht Omdat het hier gaat om het planologisch mogelijk maken van 1 of maximaal 2 windmolens met een ashoogte van maximaal 15 meter is geen passende beoordeling noodzakelijk. Wij zullen bij elke aanvraag afwegen of de bouw van een windturbine en/of het plaatsen van zonnepanelen ter plaatse leidt tot onevenredige gevolgen voor de beschermde natuurwaarden in dat gebied of in nabijgelegen Natura2000gebieden. Dit zal uit een ecologische QuickScan moeten blijken, welke een verplicht onderdeel is van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Ad 6 In beleidsregels staat niet welke type windmolens wel en niet zijn toegestaan Er is bewust geen onderscheid gemaakt in type windmolens. De voorwaarden uit de beleidsregels behorend bij onderhavig bestemmingsplan zijn voldoende om te komen tot een weloverwogen en gemotiveerd besluit om elk type windmolen te kunnen realiseren.

6

Ad 7 Geluidsnormen voor windmolens ontbreken en de afstand tot woningen is te klein In hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan staat onder de alinea “Relatie Wet Milieubeheer” het volgende: “Kleine windturbines met een rotordiameter groter dan 2,00 m vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.13 en verder). Dit kan worden afgeleid uit het Besluit omgevingsrecht, Bijlage 1 onder 20.2. Deze windturbines worden als een zelfstandige inrichting gezien en moeten daarom voldoen aan de bepalingen ten aanzien van geluid, veiligheid en visuele hinder zoals die in het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn opgenomen. Voor deze kleine windturbines vormt het Activiteitenbesluit milieubeheer dus het toetsende kader ten aanzien van milieuaspecten. “ Kleine windmolens moeten qua geluid dus voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De afstand tot de woningen wordt voldoende gewaarborgd in deel 3 lid 3 onder e van de bijbehorende beleidsregels, waar staat dat de windmolen een minimale afstand tot de meest nabijgelegen gevoelige bestemming mag hebben van niet minder dan vier maal de as-hoogte van de windturbine. Deze afstand zal in de meeste gevallen minimaal 60 meter bedragen (4 x 15 meter). Indiener heeft zelf overigens geen minimale, gewenste afstand aangegeven.

Ad 8 Onduidelijk hoeveel windmolens er op 1 erf mogen staan. In deel 5 lid 5 van de beleidsregels staat dat niet meer dan één kleinschalige windturbines per bouwperceel is toegestaan, met dien verstande dat twee kleinschalige windturbines per bouwperceel zijn toegestaan indien sprake is van een positief advies van de ervenconsulent van het Oversticht. Onderhavig bestemmingsplan maakt dus maximaal 2 windturbines per bouwperceel of erf mogelijk. Ad 9 Bestemmingsplan Buitengebied 2018 is vernietigd Het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018” is inderdaad vernietigd. Hierdoor zullen we voor alle percelen in het buitengebied terugvallen op de hiervoor geldende bestemmingsplannen. Dit zal in onderhavig bestemmingsplan worden aangepast. Zie ook de reactie onder zienswijze 4 onder ad 1. Ad 10 Beleidsregels bieden geen rechtszekerheid Volgens artikel 4:81 mag een bestuursorgaan met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid beleidsregels vaststellen. Het college van Burgemeester en Wethouders kan beleidsregels vaststellen voor het plaatsen van kleine windmolens en of grondgebonden zonnepanelen. Deze beleidsregels kunnen via het vaststellen van een bestemmingsplan worden gebruikt als kader bij het toetsen van aanvragen omgevingsvergunningen.

Tegen het vaststellen van een beleidsregel staat geen bezwaar of beroep open. Wel kan tegen een vaststellingsbesluit van een bestemmingsplan beroep worden ingesteld door een belanghebbende. Tegen het besluit tot verlenen van een omgevingsvergunning (met toepassing van vastgestelde beleidsregels) staat bezwaar en beroep open. Het vaststellen van beleidsregels is een bevoegdheid van het gemeentebestuur. Bij het toepassen van beleidsregels in besluiten van het gemeentebestuur wordt altijd een afweging van belangen gemaakt. Vastgestelde beleidsregels bieden hierbij juist een kader voor bestuursorganen om alle belangen en rechten van haar burgers zo goed mogelijk af te wegen. Het vaststellen van beleidsregels is daarom niet in strijd met de rechtszekerheid. Ad 11 Er zijn te weinig regels voor zonnepanelen Indiener heeft niet uitgewerkt welke extra regels er voor het plaatsen van zonenpanelen zouden moeten worden vastgesteld. In de beleidsregels staan voldoende regels die getoetst moeten worden bij een aanvraag omgevingsvergunning om tot een ruimtelijk aanvaardbare situatie te komen. Ad 12 Anderen problemen zoals aanpassen elektriciteit-net en van het gas af. Indiener gaat in op diverse andere problemen zoals het aanpassen van het elektriciteit-net en het beleid waarbij alle woningen van het aardgas af moeten en de regionale energiestrategie (RES).

Deze punten hebben allicht een relatie met het opwekken van duurzame energie maar worden niet in onderhavig bestemmingsplan geregeld. Wel zijn we bereid om over deze punten met indiener in gesprek te gaan.

7

Conclusie: De zienswijze geeft wel aanleiding het bestemmingsplan en/of de beleidsregels aan te passen. De verwijzing naar het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018” zal uit de regels en de toelichting worden verwijderd en er zal verwezen worden naar de juridisch geldende bestemmingsplannen.

Eindconclusie Wij stellen voor het ontwerpbestemmingsplan als gevolg van de ingediende zienswijzen op de volgende punten te wijzigen: Regels Artikel 3 Van toepassingsverklaring wordt als volgt gewijzigd: - De naam ‘Buitengebied Westerveld 2018’(vastgesteld op 3 december 2019)’ wordt vervangen door: ‘Buitengebied Diever, Buitengebied Havelte, Buitengebied Vledder, Buitengebied Dwingeloo en Buitengebied Westerveld (vastgesteld 5 juli 2012)’. Bijlage bij de regels - Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie Hoofdstuk 2 Deel 1: begrenzing plangebied onder lid 1 en Hoofdstuk 3 Deel 1: begrenzing plangebied onder lid 1: - De naam ‘Buitengebied Westerveld 2018’, vastgesteld op 3 december 2019’ wordt gewijzigd in: ‘Buitengebied Diever, Buitengebied Havelte, Buitengebied Vledder, Buitengebied Dwingeloo en Buitengebied Westerveld (vastgesteld 5 juli 2012)’. Hoofdstuk 3 “Toetsingskader kleinschalige projecten met zonnepanelen”, Deel 4: randvoorwaarden wet- en regelgeving: - toevoegen lid 8: een positief advies van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Toelichting Paragraaf 1.1.

en 2.1 wordt als volgt gewijzigd: -De naam ‘Buitengebied Westerveld 2018’(vastgesteld op 3 december 2019)’ wordt vervangen door: ‘Buitengebied Diever, Buitengebied Havelte, Buitengebied Vledder, Buitengebied Dwingeloo en Buitengebied Westerveld (vastgesteld 5 juli 2012); Paragraaf 4.2.1 wordt als volgt gewijzigd: -De naam ‘Buitengebied Westerveld 2018’(vastgesteld op 3 december 2019)’ wordt vervangen door: ‘Buitengebied Westerveld (vastgesteld 5 juli 2012)’. Bijlage bij de toelichting Een nieuwe bijlage wordt toegevoegd met daarin opgenomen de uitgangspuntennotitie van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (versie 31 augustus 2021).

Diever, 23 november 2021

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=3e7b72dc-7e1a-45d8-a33b-8cb391ceb513