CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo - Bijlagen bij toelichting

Politieke avond Westerveld 29 juni 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Natuurcamping Olde Bargen21.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN

Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo Gemeente Westerveld

COLOFON Plannaam

Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo

Plannummer

NL.IMRO.1701.509PHZOldeBargenDW-0003

Datum

juni 2021

Status

vastgesteld

Opdrachtgever

Camping De Olde Bârgen V.O.F.

Projectteam Witpaard

Johan Drenth Ruben Beens Jitze Terpstra Melissa Bredewold

Projectnummer

1701.937SW18

Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Aanmeldnotitie m.e.r.

5

Bijlage 2

Bestaande situatie

17

Bijlage 3

Nota inspraak en vooroverleg

19

Bijlage 4

Stikstofberekening

29

Bijlage 5

Toekomstige situatie

53

Bijlage 6

Bouwtekening

55

Bijlage 7

Vooroverlegreacties

57

Bijlage 8

Voortoets Natura 2000

65

Bijlage 9

Watertoets

95

Bijlage 10

Wnb-vergunning

101

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 2

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 4

Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r.

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 5

Behandeld

Datum

Project

Ruben Beens +31 88 600 67 20 Natuurcamping De Olde Bargen

Onderwerp

Aanmeldnotitie m.e.r De Olde Bargen

Telefoon

Dossiernummer

21 oktober 2020 1701.937SW17

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer 2. M.E.R.-PLICHT 2.1 Wet en regelgeving 2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: (project of plan) milieueffectrapportage 2.1.2 De m.e.r.-beoordelingplicht: de m.e.r.-beoordeling 2.1.3 De m.e.r.-beoordelingplicht: de vormvrije m.e.r.-beoordeling 2.2 Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen 2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? 2.2.3 Er is sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht? 2.2.4 Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht? 2.2.5 Activiteiten waar mogelijk sprake van is 2.3 Procedure en betrokken partijen 3. DE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING 3.1 De kenmerken van de activiteit 3.2 Plaats van het project 3.3 Kenmerken van het potentiele effect 3.3.1 Flora en fauna 3.3.2 Stikstof in relatie tot N2000 3.3.3 Verkeer 3.3.4 Akoestiek 3.3.5 Luchtkwaliteit 3.3.6 Externe veiligheid 3.3.7 Bodem 3.3.8 Archeologie 3.3.9 Overige effecten 4. CONCLUSIE

2 2 2 2 2 3 3 4 4 4 4 5 5 5 5 6 6 7 8 8 8 9 9 9 10 10 10 10 11

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding Camping De Olde Bârgen is voornemens om 8 sterrenwoningen en een bijhorend bouwwerk te realiseren waarvoor een bestemmingsplanherziening noodzakelijk is. In deze rapportage is de toetsing aan het Besluit m.e.r. opgenomen. Uit de eerste toetsing is gebleken dat sprake is van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht (zie hoofdstuk 2). Het bevoegd gezag dient te besluiten of de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke negatieve milieueffecten die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Onderhavige rapportage betreft de Aanmeldnotitie (vormvrije) m.e.r.beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag kan besluiten. 1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt in de eerste plaats ingegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt beoogde plan, de activiteit, getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 3 bevat de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling.

2.

M.E.R.-PLICHT

2.1 Wet en regelgeving Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen om belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 1.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van een directe m.e.r.-plicht, een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht.

Figuur 1.1: schema m.e.r.-toets en drempelwaarden

2/11

2.1.1 De directe m.e.r.-plicht: (project of plan) milieueffectrapportage De Europese Unie heeft in de richtlijn m.e.r. (2011/92/EU) aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten zijn door de Nederlandse regering overgenomen en verwerkt in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de C-lijst wordt overschreden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapport worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. Plan- of project-m.e.r. Voor milieueffectrapportages wordt onderscheid gemaakt in een ‘plan’-m.e.r. en in een ‘project’-m.e.r.. Kolom 3 van de bijlage (Besluit MER) bevat plannen die de gewenste activiteit mogelijk kunnen maken.

Er is sprake van een plan als er na besluitvorming over het betreffende plan nóg een procedure (besluit) gevolgd moet worden om de activiteit mogelijk te maken. Het ‘plan’ is in dat geval kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. Daarnaast is de plan-m.e.r. ook direct van toepassing op ‘plannen’ die worden opgesteld voor activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor deze activiteiten is dus geen m.e.r.beoordeling mogelijk. Er is sprake van een besluit als er na besluitvorming geen andere procedures noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. Een besluit is project/activiteit specifiek en is niet kaderstellend voor nadien te nemen besluiten. De project-m.e.r. kan hierdoor heel specifiek de te ontwikkelen activiteit onderzoeken. Besluiten waarvoor een project-m.e.r. noodzakelijk is komen voor in kolom 4 van de C-lijst. Beperkte of uitgebreide m.e.r.-procedure Er wordt onderscheid gemaakt in de uitgebreide m.e.r.-procedure en de beperkte m.e.r.-procedure. Voor alle plannen en voor bepaalde complexe besluiten is de uitgebreide m.e.r.-procedure direct van toepassing. De beperkte procedure is van toepassing voor een groot deel van de besluiten inzake (omgevings)vergunningen. Echter indien naast het besluit inzake de (omgevings)vergunning ook sprake is van één van de onderstaande situaties, is de uitgebreide m.e.r.-procedure van toepassing.

Er dient in het kader van de activiteit ook een passende beoordeling worden opgesteld; Er voor de uitvoering van de activiteit tevens een omgevingsvergunning tot het afwijken van het bestemmingsplan (art. 2.12 lid 1 onder a onder 3 Wabo) noodzakelijk is; Er voor de besluit inzake de (omgevingsvergunning) ook tegelijkertijd een onlosmakelijk plan wordt opgesteld. Bij de beperkte procedure is het voortraject beknopter en zijn enkele stappen niet verplicht (zoals ‘kennisgeving van het initiatief’, advies over reikwijdte en detailniveau en geen verplichting in het voortraject de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Bovendien is het bij de beperkte procedure niet verplicht om de commissie-m.e.r. in te schakelen waardoor de daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen kunnen worden. 2.1.2 De m.e.r.-beoordelingplicht: de m.e.r.-beoordeling De wetgever heeft activiteiten aangewezen waarvan de gevolgen van de activiteit op het milieu niet bij voorbaat bekend is. Deze activiteiten zijn opgenomen op de D-lijst in de bijlage van het Besluit MER. Indien de drempelwaarde van de (omvang van de) activiteit op de D-lijst wordt overschreden, geldt de m.e.r.beoordelingsplicht. In de m.e.r.-beoordeling wordt middels het opstellen van een aanmeldingsnotitie beoordeeld of mogelijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er kunnen twee uitkomsten zijn:

3/11

Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden; er dient een m.e.r.-procedure doorlopen worden. Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op; er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Bij een m.e.r.-beoordeling is het vaak niet noodzakelijk om een diepgaand (en kostbaar) onderzoek uit te voeren om goede uitspraken te kunnen doen of de voorgenomen activiteit leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Een m.e.r.-beoordeling geldt uitsluitend voor besluiten. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan, dan geldt altijd en direct de m.e.r.-plicht. De m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd aan de hand van een aantal vaste criteria. Deze criteria zijn vastgelegd in Bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast dient een formele procedure te worden gevolgd. 2.1.3 De m.e.r.-beoordelingplicht: de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling De Nederlandse wetgever had (kleine) projecten die de drempelwaarden van de D-lijst van het Besluit MER niet overschrijden, als gevolg van de beperkte invloed op de omgeving, oorspronkelijk vrijgesteld van de MER-plicht. Het Besluit MER is echter door – hoofdzakelijk - 2 Europese uitspraken gewijzigd.

Als gevolg van de eerste uitspraak is in 2011 ook voor ‘kleine’ activiteiten de ‘vormvrije m.e.r.- beoordeling’ geïntroduceerd. De inhoud en procedure van deze ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ waren daadwerkelijk vormvrij. Als gevolg van de tweede uitspraak is het Besluit MER in 2017 nogmaals aangepast en is de procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie nagenoeg gelijk getrokken aan de m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het uitvoeren van een plan/project MER al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. In feite bestaat er nu slechts één m.e.r.beoordeling en is het verschil tussen de ‘vormvrije’ en de ‘formele’ variant nagenoeg verdwenen. 2.2

Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen

2.2.1 Is er sprake van een plan of een besluit Onderhavig plan betreft een bestemmingsplan dat de realisatie van 8 sterrenwoningen en een bijhorend bouwwerk mogelijk maakt. Het bestemmingsplan is in dit geval een besluit omdat na besluitvorming geen andere procedures (die voorkomen in kolom 4) noodzakelijk zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit. 2.2.2 Is er sprake van een directe m.e.r.-plicht? De eerste vraag die beantwoord moet worden is of voor het project activiteiten plaats vinden waarvoor sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Dit zijn projecten met een dusdanige impact op de omgeving waarvan duidelijk is dat nadelige gevolgen voor het milieu niet bij voorbaat uitgesloten kunnen worden. Als er sprake is van m.e.r.-plicht dient een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld en gelden de bijbehorende procedurele vereisten (kennisgeving doen met zienswijzetermijn, MER ter visie leggen en toetsing door de Commissie voor de m.e.r.). Er kunnen drie oorzaken zijn, van waaruit direct een m.e.r.plicht ontstaat.

Voorwaarde 1: C-lijst Besluit Milieueffectrapportage De bijlage van het Besluit Milieueffectrapportage bevat twee lijsten (bijlagen C en D) waarin categorieën van activiteiten zijn opgenomen (kolom 1). Daarnaast wordt in de lijst de omvang beschreven in de vorm van de zgn. drempelwaarden (kolom 2). Kom je boven de drempelwaarde van de C-lijst, dan dient gelijk

4/11

een project/plan MER doorlopen te worden. Onderhavige activiteit behoort niet tot één van de activiteiten op de C-lijst. Op basis van de bijlage is derhalve geen plan/project-m.e.r. noodzakelijk. Voorwaarde 2: Passende Beoordeling Natuurbeschermingswet Wettelijke plannen, waarvoor een Passende Beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (tegenwoordig Wet Natuurbescherming) nodig is, zijn m.e.r.-plichtig (artikel 7.2a Wet milieubeheer eerste lid). Voor het onderhavige plan is het opstellen van een Passende Beoordeling niet nodig (zie paragraaf 3.3.1. ter onderbouwing hiervan). Op basis van artikel 7.2.a lid 1 Wet milieubeheer is er derhalve geen sprake van een m.e.r.-plicht. Voorwaarde 3: Provinciale milieuverordening Door Provinciale Staten kunnen aanvullend op het Besluit m.e.r. activiteiten worden aangewezen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. De provincie Drenthe heeft een dergelijke aanvulling niet ingevuld. Het provinciaal beleid leidt niet tot m.e.r.-plicht. 2.2.3 Er is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht? Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit MER het toetsingskader.

Het onderhavige plan behoort in ieder geval tot de categorie “D11.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen”. De drempelwaarde (1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer) wordt echter niet overschreden. Het uitvoeren van een (formele) m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. 2.2.4 Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht? Omdat het onderhavige plan als activiteit voorkomt op de D-lijst, als plan en als besluit voorkomt in respectievelijk kolom 3 en 4 van de D-lijst, maar de drempelwaarden zoals opgenomen in de tweede kolom niet worden overschreden is het noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren. 2.2.5 Activiteiten waar mogelijk sprake van is Van de onderstaande activiteiten is mogelijkerwijs sprake: De aanleg, wijziging of uitbreiding van: a) skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; b) jachthavens. c) vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen, d. permanente kampeer- en caravanterreinen, of themaparken." als genoemd in onderdeel D.10 van de bijlage van het Besluit m.e.r. 2.3

Procedure en betrokken partijen

Betrokken partijen Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure zijn de volgende partijen aan te merken als initiatiefnemer en bevoegd gezag. De eigenaar van het perceel is opdrachtgever en de Gemeente Westerveld treedt op als bevoegd gezag. Procedure Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie of er al of niet een m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld. Het besluit hoeft niet te worden gepubliceerd in de Staatscourant maar moet worden genomen voordat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Het (vormvrije) m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het uiteindelijk te nemen besluit: het ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct beroep en

5/11

bezwaar open. Beroep en bezwaar vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo. 3.

DE (VORMVRIJE) M.E.R.-BEOORDELING

3.1 De kenmerken van de activiteit Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. de omvang van het project; b. de cumulatie met andere projecten; c. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. de productie van afvalstoffen; e. verontreiniging en hinder; f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Ad a. de omvang van het project Het plangebied is gelegen in een esdorpenlandschap ten zuidoosten van Dwingeloo en ten zuiden van het buurtschap Lhee. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het Dwingelderveld en aan de rand van het Natura 2000 gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van het NNN-gebied en het plangebied is deels gelegen in het Nationale Park. Camping De Olde Bârgen is voornemens om 8 sterrenwoningen en een bijhorend bouwwerk te realiseren. Het plan blijft binnen het eigen kadastrale percelen en binnen de bestaande ruimtelijke structuur van het perceel. De structuur van de omgeving blijft derhalve intact. De omvang van het gebied is niet zodanig groot dat dit een m.e.r. (beoordeling) rechtvaardigt. Ad b. cumulatie met andere projecten De realisatie van de 8 sterrenwoningen en bijhorend bouwwerk betreft een op zichzelf staand project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie.

Omdat er sprake is van een op zichzelf staand project is er geen sprake van een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. Van cumulatie met projecten buiten onderhavig plan is derhalve geen sprake. Ad c. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook vernieuwbare bronnen, zoals hout, rubber, drinkwater en zuurstof. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De sterrenwoningen en het bijgebouw worden immers gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en hout; grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn. Ad d. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen tijdens het gebruik van de recreatiewoningen. De categorieën vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het doorlopen van een milieueffectrapportage. Ad e. verontreiniging en hinder Camping De Olde Bârgen op zich betreft een vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is.

De 8 nieuw te bouwen sterrenwoningen en bijgebouw vormen geen nieuwe vergunningplichtige (milieukundige) inrichting of een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Echter wordt is alle gevallen voldaan aan de gestelde richtafstanden van de VNG. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen

6/11

belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante verontreiniging en hinder als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied is niet aan de orde. Ad f. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van de 8 sterrenwoningen betreft geen risicovolle inrichting. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen. Ad g. risico’s voor menselijke gezondheid Camping De Olde Bârgen op zich is een inrichting waarop het activiteitenbesluit van toepassing is. Er wordt echter voldaan aan alle getelde richtafstanden van de VN.G.. In de plantoelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan is daarnaast geconcludeerd dat er vanuit luchtkwaliteit, bodem, geluid, bedrijven en milieuzonering en geur geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Relevante risico’s voor menselijke gezondheid als gevolg van het toekomstig gebruik van het plangebied is niet aan de orde. 3.2 Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a. het bestaande grondgebruik, b.

relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, c. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands kustgebieden berg- en bosgebieden reservaten en natuurparken gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Ad a. het bestaande grondgebruik Het plangebied waar de sterrenwoningen en het bijgebouw gepland zijn is in de huidige situatie bestemd voor recreatie en in gebruik als camping. Het betreft geen bijzondere plaats die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling of een mer. Ad b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied In de huidige situatie bestaat het terrein uit grasland met omliggende verharding en begroeiing. In de huidige situatie is er derhalve geen sprake van een rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ad c.

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen van de in de opsomming genoemde (potentieel) waardevolle gebieden. Het onderhavige plan oefent geen invloed uit op één van de opgesomde waardevolle gebieden.

7/11

3.3

Kenmerken van het potentiele effect

Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) b) de aard van het effect c) het grensoverschrijdend karakter van het effect d) de intensiteit en de complexiteit van het effect e) de waarschijnlijkheid van het effect f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Het potentiële effect van de activiteit is vanwege de aard en omvang zeer beperkt, voor wat betreft het fysieke bereik en de grootte van de getroffen bevolking. Om een beeld te schetsen van de specifieke effecten wordt in de navolgende paragrafen per deelaspect het effect weergegeven en wordt vanwege de verwaarloosbare effecten niet specifiek stilgestaan bij de bovenstaande punten. 3.3.1 Flora en fauna De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’.

Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Drenthe een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Wel grenst het plangebied aan een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied (beschermd op basis van Wnb). Dit betreft het Natura 2000-gebied Dwingelderveld. De meeste kwalificerende habitattypen en soorten komen alleen op ruime afstand van het plangebied (meer dan 1 km) voor, alleen de zwarte specht kan ook voorkomen in de bossen grenzend aan het plangebied. De veranderingen ten gevolge van het plan tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase zijn van vrij beperkte omvang. Een veld met 26 kampeerplekken wordt omgevormd tot een veld met acht recreatiewoningen. De gebruiksintensiteit neemt daardoor af, wel neemt de gebruiksperiode iets toe (van 95 naar 140 dagen per jaar. De bouw van de woningen vindt gespreid over vier jaar plaats, dus twee per jaar. Voor deze storingsfactoren kan een (significant) negatief effect ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde gebieden worden uitgesloten.

Dit is ook aangetoond in de toelichting van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan waarin een voortoets is gedaan om de effecten op de natuur te bepalen. Wat betreft stikstof wordt verwezen naar de volgende paragraaf.

3.3.2 Stikstof in relatie tot N2000 Bij de ingebruikname van de 8 sterrenwoningen en bijgebouw en bij de realisatie vindt emissie van stikstof plaats. Om te beoordelen of als gevolg van de stikstofemissies afkomstig van onderhevig plan significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden optreden is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn in de totale stikstofdeposities afkomstig van zowel de gebruiksfase als de realisatiefase doorgerekend. In het kader van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan dient ook te worden aangetoond of er sprake is van stikstofdepositie en in hoeverre dit een probleem vormt voor de ontwikkeling. Hieronder volgt een samenvatting.

8/11

Aanlegfase Een berekening voor de aanleg in het rekenjaar 2022 (hoogste emissie) laat een stikstofdepositie van maximaal 0,11 mol/ha/jr zien. Het rekenjaar 2021 (met 0,44 kg NOx a.g.v. de werktuigen en 2.520 lichte en 36 zware verkeersbewegingen) geeft een maximale depositie van 0,09 mol/ha/jr. Gebruiksfase Een berekening voor het rekenjaar 2022 -waarin alle sterrenwoningen zijn gerealiseerd- laat een feitelijke afname van 0,87 kg NOx/jr zien. Qua stikstofdepositie betekent dit maximaal 0,22 mol/ha/jr in de huidige situatie tegenover maximaal 0,16 mol/ha/jr in de toekomstige situatie: een afname van maximaal 0,07 mol/ha/jr. De tijdelijke extra stikstofdepositie afkomstig van de aanlegfase heeft hooguit betrekking op twee aanlegjaren. Gezien de tijdelijke aard van de aanlegactiviteiten, de onherroepelijke vergunning van 0,08 mol/ha/jr (Provincie Drenthe, 2019) en het perspectief dat op korte termijn een partiële vrijstelling voor tijdelijke stikstofemissies van activiteiten van de bouwsector geldt, wordt geconcludeerd dat het voornemen geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden heeft. De tijdelijke extra depositie wordt na realisatie van het plan (ruimschoots) daarbij gecompenseerd, aangezien in de gebruiksfase sprake is van een permanente afname van 0,07mol/ha/jr.

Daarnaast is van belang dat voor de ontwikkeling op 28 mei 2019 een Wnb-vergunning is afgegeven. De uitspraak van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) heeft geen invloed heeft op de afgegeven vergunning. Vergunningen die definitief zijn (waarover geen juridische procedure meer loopt) zijn namelijk geldig en vervallen niet door deze uitspraak. 3.3.3

Verkeer

Verkeersgeneratie Bij realisering zullen de sterrenwoningen in beginsel ontsloten worden via de bestaande ontsluiting op de Oude Hoogeveensedijk. Het is de uitdrukkelijk wens om de sterrenwoningen te ontsluiten, middels een ontsluiting aan de noord-west zijde van het terrein. De verharding zal worden uitgevoerd in half-verharding en is voor rekening van de opdrachtgever / Camping De Olde Bârgen V.O.F. De lengte van de ontsluiting is vanaf de verharde "Bosrand" hemelsbreed, over de langste lente 36,41 meter. De ontwikkeling brengt in principe geen of zeer beperkte extra verkeersbewegingen met zich mee. Momenteel wordt het plangebied namelijk gebruik ten behoeve van kampeerplaatsen en in de toekomstige situatie worden er op diezelfde locatie de sterwoningen gerealiseerd. Het gebruik van het perceel ten behoeve van de sterrenwoningen gaat dus ten koste van de kampeerplaatsen. Daarom worden er geen of weinig extra verkeerbewegingen verwacht. 3.3.4 Akoestiek Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG brochure, zoals deze gelden voor een camping. Dit aspect is derhalve dus verder niet van toepassing. 3.3.5 Luchtkwaliteit In het onderhavige plangebied worden maximaal 8 sterwoningen en een bijgebouw gerealiseerd. De realisatie an sich heeft een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit in de directe omgeving.

Zoals eerder gemeld worden is er geen of een zeer beperkte extra verkeersgeneratie. Een onderzoek is ook niet noodzakelijk, omdat het plan valt onder één van de categorieën (1.500 woningen) die automatisch ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het effect van het onderhavige

9/11

plan op de luchtkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.6 Externe veiligheid In het onderhavige plan worden geen risicovolle bronnen gerealiseerd. Dit aspect is derhalve niet van toepassing. 3.3.7 Bodem In het onderhavige plan worden sterrenwoningen en een bijgebouw gerealiseerd. Deze functies zijn geen potentiële verontreinigingsbronnen voor de bodem. Het effect van het onderhavige plan op de bodemkwaliteit is derhalve verwaarloosbaar. Het plan heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg. 3.3.8 Archeologie Het plangebied is getoetst aan de Archeologische verwachtings- en beleidskaart. In het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend. Wel kent het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit houdt in dat bij ingrepen groter dan 1000 m2 verkennend booronderzoek (6 boringen per ha) en zo nodig karterend onderzoek noodzakelijk is. De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van 8 sterrenwoningen en het oppervlakte van deze woningen tezamen is ongeveer 700 m2. Daarom is verkennend booronderzoek niet nodig is. Ook de gemeentelijk archeoloog is van mening dat geen verkennend bodemonderzoek nodig is. Hiermee worden als gevolg van onderhavige plan de archeologische waarden niet aangetast. 3.3.9

Overige effecten

Gezien de aard van de ontwikkeling, zijn er geen andere effecten te verwachten.

10/11

4.

CONCLUSIE

De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het kader van het bestemmingsplan ‘Natuurcamping de Olde Bârgen Dwingeloo’ zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van de activiteiten en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Het voorstel is om de gemeenteraad van de gemeente Westerveld op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

11/11

Bijlage 2 Bestaande situatie

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 17

Bijlage 3 Nota inspraak en vooroverleg

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 19

Nota inspraak en vooroverleg bestemmingsplan “Natuurcamping De Olde Bârgen Dwingeloo” Inleiding Het voorontwerpbestemmingsplan “Natuurcamping De Olde Bârgen Dwingeloo” (zaaknummer 205970) heeft met ingang vanaf 24 januari 2019 tot en met 6 maart 2019 (zes weken) ter inzage gelegen. Een ieder kon een inspraakreactie indienen. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan aan overlegpartners gezonden. Doel nota Deze nota inspraak en vooroverleg bij het bestemmingsplan Olde Bargen Dwingeloo bestaat uit een samenvatting van de inspraakreacties en overlegreacties met daarbij de beantwoording/reactie. De nota is een aparte bijlage bij het bestemmingsplan en geeft aan op welke wijze het ontwerp bestemmingsplan ten opzicht van het voorontwerpbestemmingsplan is aangepast. Vanwege de Wet bescherming persoonsgegevens zijn geen persoons- en adresgegevens vermeld van indieners van een inspraakreactie. Inspraakreacties Inspraakreactie 1. Indiener geeft aan dat de camping bekend staat als een rustige camping met respect voor natuurwaarden. Met dit plan vindt een radicale verandering plaats die breekt met de huidige bedrijfsvoering met behoorlijke gevolgen voor omwonenden. De sterrenwoningen veranderen het karakter van de omgeving.

De seizoensgebonden activiteiten worden vervangen door bedrijfsvoering die het hele jaar plaatsvindt en overlast geeft: geluid, licht en verkeersbewegingen. Er wordt getwijfeld aan de toekomstige bezettingsgraad van de geplande recreatiewoningen. Indiener stelt vragen bij een extra inrit en verharde weg. De plaats van de geplande sterrenwoningen vindt indiener geen geschikte. Het publiek zou een andere zijn dan de huidige kampeerders. Reactie: Het klopt dat Natuurmonumenten eigenaar is van de camping. Dit verandert niet met dit nieuwe bestemmingsplan. Het recreatieterrein wordt verhuurd aan een particuliere beheerder. Het plan voor acht sterrenwoningen heeft instemming van Natuurmonumenten. Bij de afweging die plaatsvindt om de toelaatbaarheid van het initiatief binnen het kader van een goede ruimtelijke ordening te beoordelen, wordt rekening gehouden met het woon-en leefklimaat van omwonenden. In de plantoelichting is aangegeven dat getoetst is aan de richtafstanden van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. De afstand tot het plangebied en woningen van derden bedraagt meer dan 50 meter. Binnen de VNG-brochure zijn campings met een keuken/horecavoorzieningen genoemd. Hierbij geldt een richtafstand van 50 meter. Camping Olde Bârgen heeft geen bedrijfsmatige horecavoorziening met een daarvoor uitgeruste keuken.

Woning van indiener ligt op meer dan 300 meter van het gedeelte waar de sterrenwoningen gepland zijn en voldoet daarmee ruim aan de richtafstand.

Het huidige recreatieterrein is al jaren bestemd met een recreatieve bestemming. Dit bestemmingsplan maakt geen uitbreiding qua terrein mogelijk. Het huidige terrein wordt anders ingericht. Deze bestemmingsplanherziening is afgestemd op de bestemmingsplanmogelijkheden van andere recreatieterreinen in het buitengebied. De gebruiksmogelijkheden binnen de recreatieve bestemmingen zijn ruim van opzet. Deze mogelijkheden zijn in het bestemmingsplan Buitengebied 2012 door de raad vastgesteld en zijn vooralsnog niet aangepast met de daarop volgende bestemmingsplannen. Aanvullend kan worden opgemerkt dat het hier gaat om een natuurcamping (in eigendom van Natuurmonumenten) waarbij afspraken gelden dat het na 22.00 uur stil is. Het is weliswaar in de zomerperiode drukker maar nu kan er ook jaarrond gerecreëerd worden. Aan het maximale aantal kampeermiddelen zitten geen restricties in het bestemmingsplan. In het geval deze herziening van het bestemmingsplan zijn maximaal 8 recreatieverblijven toegestaan. Voor deze 8 verblijven worden kampeerplaatsen opgeofferd. Het gebied waar de camping zich in bevindt, is een drukbezocht natuur-en bosgebied Nationaal park Dwingelderveld waar Natuurmonumenten beheerder is. De natuurwaarden worden door dit initiatief niet aangetast. Een deel van een bestaand kampeerterrein wordt ingevuld met bebouwing.

Er vindt in feite geen wezenlijke verandering van het gebruik plaats, alleen worden campingplaatsen ingeruild voor een vast recreatieverblijf. Uiteraard heeft dit een andere uitstraling op de omgeving maar de (recreatieve) gebruiksmogelijkheden worden er in feite niet anders door. De groenvoorzieningen rondom en op het terrein worden versterkt. De beheerder heeft een deel van het terrein al opnieuw ingeplant en zal er voor zorgen dat de groene singels rondom en op het terrein versterkt worden. De eigenaar en tevens beheerder van het omliggende gebied is akkoord met deze verandering op het terrein. De versterking van de singels zal door middel van een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden in het bestemmingsplan. Dit betekent dat er een verplichting geldt voor het aanbrengen van groen en versterking waar nodig om deze bestemming/invulling te kunnen verwezenlijken. Een 2e inrit voor dit gedeelte is een wens van de huidige campingbeheerder. Het voormalige zandpad Bosrand waar de camping aan grenst is onlangs voorzien van verharding. Een café-restaurant en een woning wordt ook door deze nu verharde weg ontsloten. Dit is een eenrichtingsweg waarbij ter hoogte van de woning Bosrand 19 ingereden mag worden. Ter hoogte van de camping Olde Bârgen verlaat men de weg om de Bosrand weer op te rijden.

Dit (gemeentelijke) zandpad was in een zodanige staat dat besloten is dit zandpad te verharden om zo een toekomstbestendige toegang te kunnen verlenen voor het café-restaurant en de naastgelegen woning. De verharding is inmiddels afgerond. De wens van de beheerder (met instemming van Natuurmonumenten) is om voor dit gedeelte van de camping een eigen ingang te krijgen zodat gasten voor de 8 sterrenwoningen niet met hun auto over het kampeerterrein hoeven te rijden. Verkeerstechnisch zien wij geen onoverkomelijke problemen in het toestaan van een extra inrit naar het terrein Olde Bârgen. De gewenste extra inrit staat los van het bestemmingsplan in kwestie en worden hierdoor niet mogelijk gemaakt. Mocht er een nieuwe inrit komen dan is hiervoor een omgevingsvergunning nodig op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied. De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Inspraakreactie 2. Indiener geeft aan dat er 9 in plaats van 8 woning worden geteld. De plek hiervoor wordt te groot geacht. Er wordt gevraagd of er ook vier trekkershutten komen zoals op tekening staat aangegeven. Indiener vraagt zich af of deze toevoeging van 8 vakantieverblijven noodzakelijk is gezien het bestaande aanbod in de omgeving. Indiener maakt bezwaar tegen het geplande grotere onderkomen voor groepen. Deze situering van de vakantieverblijven werkt de verhuur aan grote groepen gasten in de hand. Indiener vraagt zich af of het thema “sterrenwoning” een nieuwe doelgroep aanboort. Indiener maakt bezwaar tegen de gefundeerde nieuwe vakantieverblijven in dit archeologisch waardevolle gebied. Reactie: Beleidsmatig heeft de gemeenteraad bij de Nota van Uitgangspunten en later via het bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld in 2012 , bepaald dat er ruimere mogelijkheden komen voor recreatieterreinen. Een van die mogelijkheden richt zich op de mogelijkheid voor onderlinge uitwisseling. Daarmee wordt bedoeld dat campings de mogelijkheid hebben om kampeerplaatsen in te wisselen voor permanente vakantieverblijven. Toeristisch kamperen is veelal (zomer)seizoensgebonden. Door ook jaarrond toeristisch verblijf aan te kunnen bieden en zo een stabielere bedrijfsvoering te kunnen hebben, is meer ruimte gegeven aan recreatiebedrijven.

In dit geval is gekozen voor maximaal 8 vakantieverblijven in het concept “sterrenwoning”. Deze 8 zijn ook als zodanig vastgelegd in dit bestemmingsplan. Het oorspronkelijke plan was 10-15 woningen maar in overleg met het Kwaliteitsteam Natuurlijke recreatie Drenthe is het aantal bijgesteld naar maximaal 8 om zo ook het natuurlijke en rustige karakter van het terrein in stand te kunnen houden. Door te kiezen voor een bepaald (duurzaam) ontwerp wordt een doelgroep met interesse voor sterrenkunde aangeboord. Een doelgroep is niet af te dwingen door middel van regels in het bestemmingsplan maar door te kiezen voor dit ontwerp en de samenwerking met Camras wordt dit wel beoogd. Dus in die zin onderscheidt De Olde Bârgen zich van andere terreinen. De mogelijkheid om twee woningen samen te voegen tot 1 grotere woning voor grotere groepen is niet uitzonderlijk. Deze mogelijkheid is voor een ondernemer vrij invulbaar. De locatie Olde Bârgen heeft volgens de door de raad vastgestelde archeologische beleidskaart en het daaraan gekoppelde archeologische beleid een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Dit houdt in dat bij werkzaamheden groter dan 1000 m² en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek verplicht is. De voorgenomen bouwactiviteiten/werkzaamheden bestaan uit de bouw van 8 sterrenwoningen. Per woning wordt er circa 95 m² bodem geroerd.

Dat houdt in dat er maximaal 760 m² bodem wordt geroerd. Volgens het vastgestelde beleid is nader onderzoek niet noodzakelijk. De voorgenomen werkzaamheden blijven binnen de vrijstellingsgrens van 1000 m². Bij bijzonderheden geldt de meldingsplicht bij de gemeentelijk archeoloog. Dit wordt als extra aandachtspunt bij de verlening van de omgevingsvergunning vermeld. De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Inspraakreactie 3 Indiener is van mening dat de bouw van 8 woningen directe en significant negatieve gevolgen heeft voor de omgeving o.a. door toename van geluid, verkeersbewegingen en licht. Indiener is van mening dat het huidige seizoenskarakter verdwijnt en dat intensivering plaatsvindt. Een onderzoek naar de (milieu)effecten en een vergunning Natuurbeschermingswet is noodzakelijk. Indiener vindt het aantal woningen te hoog voor de omvang van het perceel. Indiener verzoekt het aantal terug te brengen naar 4 en te kiezen voor een andere locatie op het terrein.

Reactie: Het huidige kampeerterrein is niet gebonden aan aantallen en/of openingstijden. Nu kan jaarrond ook gekampeerd worden en kan een exploitant ervoor kiezen om zijn terrein (het hele jaar) vol te zetten met caravans, tenten of campers. Dat 8 vakantieverblijven meer geluid en verkeersbewegingen met zich meebrengen, heeft indiener niet nader onderbouwd. Voor effecten op de omgeving wordt gekeken naar de VNG richtlijnen (zie hiervoor ook de reactie bij Inspraakreactie 1). In die richtlijn wordt uitgegaan van camping/recreatieterrein met een keuken/horecavoorziening waarbij een afstand van 50 of 100 meter in acht genomen moet worden, afhankelijk van de omgeving en de aard en omvang van het bedrijf. Deze camping heeft geen horecavoorziening met volledige uitgeruste keuken voor een horecagelegenheid/restaurant. Er is een klein keukentje met 1 oven waar je op aanvraag een pizza kunt halen. Een afstand van 50 meter wordt voldoende geacht. Indiener woont op een afstand van meer dan 100 meter van het recreatieterrein. Het blijft een natuurrecreatieterrein, ook met deze 8 sterrenwoningen. Bovendien blijft het terrein in bezit van Natuurmonumenten. De regels, zoals stilte na 22.00 uur, blijven gelden. Indiener refereert mogelijk aan een café-restaurant in zijn nabijheid waarvoor bepaalde regels gelden in het bestemmingsplan.

Een zelfstandige horecagelegenheid (bebouwing met terras) is van een andere orde dan (in dit geval) een bestaande recreatieterrein waar kampeerplaatsen worden ingewisseld door recreatief te gebruiken bouwwerken. De jarenlang aanwezige recreatieve functie met de bijbehorende effecten op de omgeving veranderen niet wezenlijk door de wijziging van toeristisch kamperen naar een toeristisch verblijven in een bouwwerk. Het aantal van 8 is voor initiatiefnemer minimaal om het terrein rendabel te maken en te houden. De keuze voor de locatie van de woningen is ingegeven door de ligging van dit gedeelte qua bezonning. Initiatiefnemer heeft aangegeven bereid te zijn te willen kijken of twee woningen verplaatst kunnen worden zodat er meer “lucht” tussen de vakantieverblijven komt. Om een mogelijk nieuwe indeling meer rechtszekerheid te geven kan gekozen worden voor een grens waarbinnen de 8 woningen opgericht mogen worden. Initiatiefnemer heeft aangegeven over een mogelijk gewijzigde situering in overleg te willen met de omgeving. Initiatiefnemer heeft bij de provincie een aanvraag Wet Natuurbescherming aangevraagd. Deze Wet Natuurbeschermingsvergunning is op 29 mei 2019 verleend na het doorlopen van een openbare procedure waarbij geen zienswijzen zijn ingediend. Door initiatiefnemer is een aanmeldnotitie MER opgesteld.

De aanmeldnotitie MER wordt bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Een ieder kan een zienswijze indienen. Op dit onderdeel moet de toelichting geactualiseerd worden. Aanpassing De toelichting van het bestemmingsplan (hoofdstuk 4.6) wordt op het punt van ecologie/natuur aangevuld en geactualiseerd. Inspraakreactie 4 Indiener geeft aan dat Natuurmonumenten destijds het terrein heeft gekocht om grip te kunnen houden op eventuele ontwikkelingen op dit terrein. Erfpachters wisten en weten dat door de kleinschaligheid er geen volledig inkomen uitgehaald kon worden. De voorgestelde 8 sterrenwoningen zijn volledig in strijd met de uitgangspunten van Natuurmonumenten. Er worden twijfels geuit wat betreft het kunnen behalen van een volledig inkomen en de exploitatie van het terrein. Indiener vindt dat de archeologische en geomorfologische waarden in het geding komen door deze uitbreiding. Indiener vindt dat de gemeente terughoudend moet zijn in het toestaan van ontwikkelingen in dit Natura 2000 gebied. Indiener maakt ernstig bezwaar tegen het plan voor deze zomerhuisjes en sluit zich verder aan bij inspraakreactie 2.

Reactie Dat indiener zich niet kan vinden het beleid van Natuurmonumenten is geen ruimtelijk relevant punt, in die zin dat inzichten kunnen wijzigen maar ook eerder genomen standpunten kunnen wijzigen. Dit kan waar nodig vertaald worden naar ruimtelijk beleid. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het gaat om een bestaand recreatieterrein waarbij standplaatsen ingeruimd worden voor recreatiewoningen. In dit geval heeft Natuurmonumenten als eigenaar van het terrein De Olde Bârgen ingestemd met het plan van exploitant voor de 8 sterrenwoningen. Of de exploitatie van het terrein al dan niet voldoende is voor een volwaardig inkomen, is ruimtelijk niet relevant. De economische haalbaarheid is aanwezig aangezien er advies is gevraagd bij het Kwaliteitsteam die ook kijkt en adviseert over de haalbaarheid van een plan. De genoemde waarden worden voldoende beschermd door dit bestemmingsplan en omliggende bestemmingsplan(nen). Voor wat betreft de opmerking over archeologie wordt verwezen naar inspraakreactie 2. De inspraakreactie leidt tot niet aanpassing. Inspreker 5 Indiener heeft twijfels bij de onderbouwing wat betreft bezettingsgraad en de reden en noodzaak van dit plan voor 8 sterrenwoningen. Indiener acht de onderbouwing op dit punt niet valide.

Indiener heeft het idee dat de 8 sterrenwoningen niet zozeer zijn voor continuïteit van de natuurcamping maar dat deze verkocht gaan worden. Indiener geeft aan dat deze ontwikkeling mogelijk een negatief effect kan hebben voor de kampeerders omdat het natuurkamperen wegvalt door deze ontwikkeling. De bouw van de te verhuren recreatiewoningen is niet geloofwaardig, mede gelet op de ontwikkelingen op het nabij gelegen recreatieterrein. Daar zijn ook nieuwe recreatiewoningen gebouwd die vervolgens voor permanente bewoning gebruikt worden waarop door de gemeente niet gehandhaafd wordt. De gewenste 2e toegang is volgens indiener bedoeld om een apart woonwijkje te creëren. Indiener vreest een woonwijkje nabij hun woning en dat deze mogelijk in de toekomst nog meer uitgebreid gaat worden. De gemeente zou in principe 15 woningen toestaan. Indiener begrijpt niet dat verkoop van de woningen niet uitgesloten wordt in dit bestemmingsplan als recreatieve verhuur beoogd wordt. Indiener heeft twijfels bij de onderbouwing van de sterrenwoning. De geplande jacuzzi is niet nader geduid, er ontbreekt een tekening. Indiener vindt de mogelijkheid van clustering van vier woningen zodat een groepsaccommodatie ontstaat, onwenselijk, mede vanwege mogelijke geluidsoverlast. Indiener is van mening dat de bouwpeil van de woningen dermate hoog is dat de maximale toegestane bouwhoogte overschreden wordt.

Indiener heeft vanwege het verdwijnen van beplanting in de bosbestemming een verzoek om handhaving ingediend. Door het weghalen van beplanting op het recreatieterrein nabij hun woning is meer zicht op de camping ontstaan. Op dat verzoek is niet adequaat gehandeld. Indiener geeft aan dat er mogelijk een tweerichtingsverkeer gepland is ter hoogte van een gewenste 2e toegang. Dit kan mogelijk tot onveilige situaties leiden. Verder ontbreekt het advies van het Kwaliteitsteam. Indiener is van mening dat de Ladder duurzame verstedelijking wel van toepassing is omdat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door de bouw van deze woningen. Indiener is van mening dat het plan in strijd is met provinciaal beleid. Er wordt gebouwd in een stiltegebied en Natura 2000 gebied. Het horecabedrijf is wel beperkt vanwege de ligging in hetzelfde gebied. Indiener vindt het plan in strijd met het gemeentelijk beleid aangezien niet onderbouwd is dat het plan wenselijk is voor het voortbestaan van het bedrijf.

Indiener verwacht qua milieuzonering meer last van de geplande jacuzzi als van een keuken. Het zou gaan om een ander type mens dan de natuurkampeerder. Indiener concludeert dat het plan een onacceptabele geluidoverlast met zich meebrengt. De bouw beperkt het vrije uit-en doorzicht. Er is straks sprake van zicht op een woonwijk met hoge woningen in plaats van natuur. De verkeerssituatie kan leiden tot onveilige situaties. Ook vraagt indiener zich af waarom de verkoop van woningen niet verboden wordt. Reactie: Een aantal aangevoerde punten zoals bedrijfsvoering is bij de eerdere reacties al aan de orde geweest. Hier wordt kortheidshalve naar verwezen. Om eventuele verkoop (uitponding) van de geplande 8 woningen tegen te gaan kan een regeling worden opgenomen in het bestemmingsplan. De opzet van het plan is verhuur van de sterrenwoningen. Om ongewenst versnipperd bezit tegen te gaan, wordt voorgesteld een dergelijk verbod in de bestemmingsplanregels op te nemen. Permanente bewoning van recreatiewoningen is en blijft uitgesloten via de bestemmingsplanregels. Een woonwijkje van 8 woningen is daarmee uitgesloten. De vorm van de recreatiewoningen is in principe aan de initiatiefnemer zelf. Hij heeft met dit type aansluiting gezocht met de sterrenwacht (Astron) in Dwingeloo waarmee een doelgroep met interesse voor natuur, donkerte en astronomie wordt beoogd.

Het ontwerp sluit aan bij het reeds aanwezige toiletgebouw. Het al dan niet aanbrengen van een kijker in het recreatieverblijf is niet in planologische regels te regelen. Gelet op het gepresenteerde plan en de lopende provinciale subsidie aanvraag (Leader) mag ervan worden uitgegaan dat een ondernemer inschat met welk product hij een rendabel plan kan krijgen. Het college heeft ingestemd met de realisatie van maximaal 8 sterrenwoningen, niet de 15 zoals wordt genoemd in de inspraakreactie. Dit aantal is vastgelegd in dit bestemmingsplan. De provincie heeft in haar vooroverlegreactie aangegeven dat zij graag ziet dat het type woning (sterrenwoning) vastgelegd wordt in de regels zodat juridisch vastgelegd wordt dat alleen dit type er komt. Dit wordt als aanpassing in de bestemmingsplanregels meegenomen. De genoemde jacuzzi kan nu ook binnen de huidige recreatieve bestemming. Voor het gehele terrein is vanuit milieu het Activiteitenbesluit van toepassing. Hierbij gelden standaard geluidnormen waar aan voldaan moet worden. In de regels is opgenomen dat een eventuele samenvoeging van twee recreatiewoningen tot groepsverblijf mogelijk is. Aanvrager heeft aangegeven dat hij niet in een keer de 8 sterrenwoningen kan gaan bouwen, hij wil starten met drie. Of er dan twee samengevoegd worden tot 1 groepswoning is mogelijk.

De bouwregels blijven ook in het geval van een groepsverblijf van toepassing. De hoogte van het te bebouwen terrein wordt aangeduid als “peil” in de begripsomschrijving. Zoals hier omschreven is, zou het bouwpeil aangehouden moeten worden van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. Er is sprake van enig reliëf in het terrein dus het bouwpeil zal zodanig gekozen moeten worden dat de maximale bouwhoogte niet overschreden wordt. Dit moet blijken uit de nog aan te vragen aanvraag omgevingsvergunning. Op het gedeelte van het recreatieterrein waar indiener aan refereert wat betreft weghalen beplanting, is inmiddels nieuwe beplanting gezet. Dit heeft tijd nodig om aan te slaan en te groeien. Omliggende singels worden versterkt. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dit betekent dat de singels versterkt (lees nieuwe aanplant moet gerealiseerd zijn) moeten zijn voordat de sterrenwoningen in gebruik genomen mogen worden. Door de groen elementen te herstellen c.q. te verstellen wordt het eventuele zicht op het recreatieterrein verbeterd, meer afgeschermd.

Initiatiefnemer heeft een alternatief voorstel ingediend voor de situering van de 8 sterrenwoningen. Op deze manier wordt de afstand vergroot tussen woning indiener en de plek waar de bebouwing kan komen. Zoals eerder genoemd is de systematiek van bestemmingsplan voor huisjesterreinen niet zodanig dat op het terrein aangegeven wordt waar exact de recreatiewoningen kunnen komen. In deze situatie wordt de vlek waar de woningen gebouwd kunnen worden vastgelegd op de verbeelding. De verbeelding is het juridisch kader waarin vastgelegd kan worden waar bebouwing kan komen. Deze grens is opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan. Woning en bedrijf van indiener worden ontsloten vanaf de (gemeentelijke) weg, een voormalig zandpad. Dit jaar is dit zandpad verhard (voorzien van klinkerbestrating) zodat voor indiener een betere situatie ontstaat. De door de exploitant gewenste 2e toegang zal voor wat betreft de ontsluiting voor woning en bedrijf van indiener geen nadelig effect opleveren. De verkeerssituatie blijft feitelijk ongewijzigd. De toegang vanaf de huidige doorgaande weg Bosrand naar de eventuele 2e ingang kan verbreed worden zodat eventuele tegenliggers elkaar kunnen passeren. Het blijft éénrichtingsverkeer waarbij de weg ingereden kan worden ter hoogte van woning Bosrand 19. Het “verboden in te rijden” bord kan in het geval van een 2e toegang opgeschoven worden.

Verwijsborden kunnen aangepast worden waardoor alleen gasten van Olde Bârgen dat kleine stukje weg gebruiken om op het terrein te kunnen komen. Het is, indien een 2e inrit doorgang vindt, ook aan de exploitant om zijn gasten er op die manier te verwijzen. Voor het onderdeel “2e toegang vanaf het huidige pad Bosrand” wordt verder verwezen naar de eerdere reactie. De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument (richtlijn) voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het gebruik van een bestaand recreatieterrein wordt gewijzigd van de mogelijkheid van jaarrond kampeerplaatsen naar een recreatief verblijf in de vorm van een bouwwerk. Het doorlopen van de ladder is derhalve niet nodig. Indiener is van mening dat het plan in strijd is met provinciaal beleid. De provincie heeft in haar vooroverlegreactie laten weten in te stemmen met dit bestemmingsplan. Hiermee wordt het plan niet in strijd geacht met provinciaal beleid. Voor wat betreft milieu-en natuureffecten het volgende. Initiatiefnemer heeft een onherroepelijke Wet natuurbeschermingsvergunning, welke door Gedeputeerde Staten van Drenthe is verleend op 29 mei 2019. In het kader van die vergunning is een voortoets gedaan.

Deze voortoets ziet toe op mogelijke effecten op het aangrenzende Natura 2000 gebied. Het plangebied ligt niet in het Natura 2000 gebied maar grenst er aan. De effecten zijn nul of verwaarloosbaar klein. De ecologische paragraaf van de toelichting van het bestemmingsplan is geactualiseerd. Sinds mei 2017 moet een initiatiefnemer van een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben waarvoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden, een aanmeldnotitie indienen bij het bevoegd gezag ( in dit geval het college). De aanmeldnotitie moet informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats en de kenmerken van potentiële effecten van die activiteit. Bij de tervisielegging van het ontwerp bestemmingsplan moet het bevoegde gezag hierover een beslissing hebben genomen. Initiatiefnemer heeft een aanmeldnotitie ingediend. Voor dit bestemmingsplan maar ook in het kader van de Wet natuurbescherming zijn de nodige onderzoeken naar de gevolgen uitgevoerd. De plantoelichting wordt hierop geactualiseerd. Met de aanmeldnotitie is door het bevoegde gezag beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Het college heeft op grond van deze notitie en de overige gegevens vastgesteld dat in verband met

het initiatief geen plan-Mer nodig is. De aanmeldnotitie en de beslissing daarop worden verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en gaan op deze wijze mee in de verdere planprocedure. Aanpassing bestemmingsplan De toelichting van het bestemmingsplan wordt op het punt van ecologie/natuur aangevuld en geactualiseerd. De regels worden aangevuld met : - een verbod tot uitponding; - uiterlijk bouwwerk moet voldoen aan tekening; - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing en versterking; De verbeelding wordt aangepast door een bebouwingsgrens aan te geven waarbinnen de 8 vakantieverblijven mogen komen. Vooroverleg Reactie 1, Recreatieschap Er is opgemerkt dat de in de toelichting wordt gesproken over dat woningen mogelijk verhuurd gaan worden aan studenten van Astron/Camras. Dit neigt naar permanente bewoning in plaats van toeristisch verhuur. Reactie In de gebruiksregels is opgenomen dat permanente bewoning van een recreatiewoning (bouwwerk) uitgesloten is. In de begripsomschrijving is opgenomen dat de gebruikers het hoofdverblijf elders hebben en dat gebruik moet plaatsvinden in het kader van weekend-en of verblijfsrecreatie. Hiermee is (tijdelijke) bewoning voor studenten is uitgesloten aangezien dan het bouwwerk niet gebruikt wordt voor weekend en/of verblijfsrecreatie. De passage hierover wordt uit de tekst van de toelichting gehaald.

Richting exploitant is aangegeven dat de 8 sterrenwoningen niet verhuurd mogen worden voor bewoning, al dan niet door studenten van Camras/Astron. Reactie 2, Natuur-en Milieufederatie Zij geeft aan geen reactie te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Reactie 3, Veiligheidsregio Drenthe VRD kan zich vinden in hetgeen beschreven staat bij “Externe Veiligheid”. Reactie 4, Provincie Drenthe Provincie geeft aan dat zij van mening is dat het moet blijven bij maximaal 8 sterrenwoningen. Zij acht het van belang dat de huisjes qua maatvoering worden uitgevoerd overeenkomstig de bouwtekeningen. De regels moeten hierop afgestemd worden. Dit is nu nog niet het geval. Ook vindt de provincie dat mitigerende maatregelen op het terrein zelf getroffen moeten worden. Dit komt o.a. tot uitdrukking in de huisjes zelf maar ook in de versterking en aanleg van nieuwe singelbeplanting. De oppervlakte van het eerder besproken groen komt niet overeen. Hiervoor wordt aandacht gevraagd. Verder ontbreekt de voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de mitigerende maatregelen. Het doorlopen van de Wet natuurbeschermingsvergunning en de aangevraagde Leader gelden zijn aandachtspunten.

Reactie: De bouwregels worden op het ontwerp van de 8 sterrenwoningen aangepast. De oppervlakte van de beplanting is afgestemd op de bestaande singels en de nog op het terrein aan te brengen beplanting. De punt van het terrein is reeds ingeplant. De voorwaardelijke verplichting dat het terrein landschappelijk ingepast/versterkt wordt, wordt opgenomen in de regels. De Wet Natuurbeschermingsvergunning is op 29 mei 2019 verleend en onherroepelijk. Wat betreft Leader is er contact tussen gemeente, provincie en aanvrager over de voortgang van het bestemmingsplan. Aanpassing - in de regels wordt opgenomen dat de sterrenwoning moet voldoen aan de gepresenteerde verschijningsvorm; - in de regels wordt een voorwaardelijke verplichting voor landschappelijke inpassing en versterking opgenomen. Van de overige vooroverlegpartners is geen inhoudelijke reactie ontvangen. De watertoets is verwerkt in het bestemmingsplan. Diever, 6 november 2020.

Bijlage 4 Stikstofberekening

bestemmingsplan "Natuurcamping de Olde Bârgen Dw ingeloo" (vastgesteld) 29

Witpaard B.V. T.a.v. Dhr. R. Beens Dorpsweg 103 8271 BL IJSSELMUIDEN Eco Reest BV

19 oktober 2020

Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde

Betreft: Kenmerk: Type document:

Berekeningen stikstofdepositie natuurcamping de Olde Bârgen te Dwingeloo 200696 Briefrapport

Geachte heer Beens,

T 0528 373982 F 0528 373907

KANTOOR APPINGEDAM

Opwierderweg 160

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=40e6f27c-4084-43f2-9ded-6e9a424215e2