Memo PW - Omgevingsvisie en MER-plicht
Tekst van het document
Geacht college, geachte leden van de raad,
In de nieuwe Omgevingswet is de Omgevingsvisie Mer-plichtig als het plan kaderstellend is voor Merplichtige besluiten. Daarin wordt de omvang niet langer meegewogen. Onbekend is of een omgevingsvisie die hieraan niet voldoet, als omgevingsvisie blijft gelden als de Omgevingswet in werking treedt. Als je de Omgevingsvisie behandelt als Structuurvisie, wat nu feitelijk het geval is, zijn er twee redenen voor Mer-plicht: 1. Op basis van het besluit Milieueffectrapportage, omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor mer-plichtige besluiten (met in achtneming van de omvang van de besluiten); 2. Als gevolg van het nodig zijn van een passende beoordeling. Ad 1.
Volgens de kolommen uit het besluit Milieueffectrapportage zijn er besluiten die mer-plichtig zijn en waar de visie kaders voor stelt: C17.2 (aardgaswinning . 50.000 m3 per dag), D9 (stedelijk ontwikkelingsproject > 125 ha), D14 (wijziging/uitbreiding fokken mesten of houden van dieren: bv melkvee. 200 melkkoeien).
Ad 2.
De Wet natuurbescherming schrijft voor dat ieder plan dat gevolgen kan hebben voor een Natura 2000 gebied beoordeeld moet worden op zijn effecten voordat het plan wordt vastgesteld. Wederom wordt hier in de zienswijzennota onder 15.10 de redenering gebezigd dat een passende beoordeling niet nodig is voor het plan (de Omgevingsvisie) maar slechts voor concrete projecten. Deze redenering lag ook ten grondslag aan de vernietiging van drie bestemmingsplannen buitengebied en is de reden geweest om het bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie in te trekken om deze eerst passend te beoordelen. Nu wil het college voor de vijfde maal deze redenering gebruiken. Voor de argumenten hiertegen verwijs ik naar alle correspondentie die we bij het bestemmingsplan buitengebied en het bestemmingsplan kleinschalig hernieuwbare energie hebben gestuurd, het heeft weinig zin om dit hier allemaal te herhalen. Omdat de Omgevingsvisie passend moet worden beoordeeld, is er ook een Mer voorgeschreven.
Er is wel een verschil tussen de omgevingsvisie en de genoemde bestemmingsplannen: tegen de bestemmingsplannen stond bezwaar en beroep open, tegen de Omgevingsvisie niet. Als de raad de Omgevingsvisie heeft vastgesteld, dan is dat een voldongen feit. We kunnen wel last krijgen bij de vaststelling van bestemmingsplannen die voortborduren op de omgevingsvisie. Dat zijn alle komende bestemmingsplannen. Als voorbeeld: als we een bestemmingsplan vaststellen dat woningbouw tussen Diever en Dwingeloo mogelijk maakt, dan volstaat niet een beoordeling van de effecten van dat plan op de N2000 gebieden. Er moet ook aangetoond worden waarom er geen andere locatie is gekozen binnen de gemeente die mogelijk minder effecten op de natuur heeft. De keuze voor
Diever-Dwingeloo als woningbouwlocatie, die gemaakt wordt in de omgevingsvisie, is immers niet beoordeeld op de milieueffecten. Los van de doorwerking van het achterwege laten van een Plan-mer, moet de raad zich de vraag stellen of het gewenst is om een plan vast te stellen zonder aan de wettelijke eisen te voldoen. Mag je te hard rijden als je weet dat er geen controle is? Onze fractie overweegt daarom een ordevoorstel om de omgevingsvisie nu niet vast te stellen maar eerst een Plan-mer uit te voeren. Een paar minuten googelen levert vele gemeenten op die wel een Plan-mer hebben uitgevoerd voor hun omgevingsvisie: Roosendaal, Westland, Alphen aan de Rijn, Hattem, Rotterdam, Meppel, Lisse, Doetinchem, Zwolle, Leiden, Breda, Beemster, Zaanstad. Er zijn ook veel gemeenten die geen Planmer hebben uitgevoerd, ondanks de wettelijke plicht. De redenatie daarbij is vaak dat de omgevingsvisie nog te abstract is om goed te kunnen beoordelen. Interessant is het proces in de gemeente Zeist. Daar is afgezien van een Plan-mer voor de eerste omgevingsvisie, maar tegelijkertijd vastgelegd dat in de eerste actualisatie van de visie, die uiterlijk 2025 zal worden vastgesteld, wel een plan-mer zal worden uitgevoerd. Als reden voert Zeist aan dat er dan meer bekend is over ontwikkelplannen waar de gemeente nu nog mee bezig is. Dat laatste zou ook een optie voor onze gemeente kunnen zijn.
Op dit moment zijn er nogal wat plannen in voorbereiding: de Woonvisie, de Landschapsvisie, de keuze voor opwekking van energie (windmolens of zonneparken) in het kader van de RES, de transitievisie warmte. We zouden als raad kunnen afspreken dat we eerst die plannen verder ontwikkelen en vervolgens een geactualiseerde woonvisie opstellen die we wel voorzien van een passende beoordeling en een Plan-mer. Op die manier geven we een legitimatie aan het ontbreken van een Plan-mer bij de huidige omgevingsvisie. Het vaststellen van de omgevingsvisie 2.0 zou dan door de nieuwe raad kunnen worden gedaan. Onze fractie is benieuwd naar de mening van de andere fracties en het college. Zouden we de vaststelling van de omgevingsvisie uit moeten stellen om eerst een passende beoordeling en een Plan-mer te maken, of is het beter om deze visie nu vast te stellen en in de volgende raadsperiode een geactualiseerde omgevingsvisie op te stellen en daarvoor dan wel een Plan-mer uit te voeren?
Fractie Progressief Westerveld
Hans de la Mar