Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut Gemeente Westerveld
NL.IMRO.1701.579PHOotmaanlandUF-0002 ONTWERP
Contactpersoon T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Situering plangebied
7
1.3
Geldende bestemmingsplannen en afwijking
9
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plan
10
2.1
Huidige situatie
10
2.2
Toekomstige situatie
16
Hoofdstuk 3
Beleid
20
3.1
Rijksbeleid
20
3.2
Provinciaal beleid
23
3.3
Waterschapsbeleid
27
3.4
Gemeentelijk beleid
28
Hoofdstuk 4
Milieuaspecten
31
4.1
Algemeen
31
4.2
M.e.r.-beoordeling
31
3
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
4.3
MER
33
4.4
Water
48
4.5
Bodem
51
4.6
Archeologie
56
4.7
Cultuurhistorie
60
4.8
Ecologie
66
4.9
Externe veiligheid
74
4.10 Geluid
75
4.11 Luchtkwaliteit
75
4.12 Effecten op agrarische bedrijven
76
4.13 Wet ammoniak en veehouderij (Wav)
76
4.14 Explosieven
76
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
78
5.1
Algemeen
78
5.2
Bestemmingsregels
78
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
82
6.1
Economische uitvoerbaarheid
82
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
82
Bijlagen Bijlage 1 eigendom
Landschapselement Uffelter Boervaartje percelen en
Bijlage 2 Westerveld
Archeologische beleidsadvieskaart gemeente
Bijlage 3
Milieueffectrapportage
Bijlage 4
Bijlagenboek 4
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Bijlage 5
Nota van inspraak en vooroverleg
5
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
6
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Om Meppel in de toekomst voor wateroverlast bij hoogwatersituaties te beschermen, is bestuurlijk afgesproken ('Samenwerkingsovereenkomst klimaatbuffer Anserveld-Leisloot-Ootmaanlanden', d.d. 17 juli 2012) dat er 400.000 m³ water vanuit de Oude Vaart geborgen moet kunnen worden. Het gebied Ootmaanlanden is destijds aangewezen als retentiegebied. Om dit gebied te kunnen inzetten, wordt water van de Oude Vaart via de Drentse Hoofdvaart naar gebied Ootmaanlanden geleid. Koningsschut is in een later stadium aangewezen als tweede bergingsgebied om te kunnen voldoen aan de bergingsbehoefte van 400.000 m³. De waterbergingsopgave kan over deze twee gebieden worden verdeeld. Daarnaast is het van belang de verdroging in de Ootmaanlanden en daarmee in het Holtingerveld tegen te gaan. Ook hierover zijn bestuurlijke afspraken (natuurdoelstellingen vanuit Natura2000 en NNN) gemaakt. De verdroging zal worden tegengegaan door gebiedseigen water vast te houden in de Ootmaanlanden. Verwachting is dat door het vasthouden van het gebiedseigen water de grondwaterstanden in de Ootmaanlanden hoger zullen worden, waardoor de gradiëntsituaties met (lokale) kwel in de Ootmaanlanden kunnen herstellen en de daarbij behorende natuurdoelen NNN en Natura 2000 zich kunnen ontwikkelen. De benodigde maatregelen passen niet binnen de vigerende bestemmingsplannen, zoals opgenomen in paragraaf 1.3.
Om die reden is er een nieuw ruimtelijk plan, nodig. Daarom is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Situering plangebied
In de figuur op de volgende pagina is de geografische ligging van de deelgebieden Ootmaanlanden en Koningsschut weergegeven. De gebieden bevinden zich in de gemeente Westerveld in de provincie Drenthe. Beide plangebieden zijn momenteel in gebruik als landbouwgrond. Onlangs hebben er nog grondtransacties plaatsgevonden, waardoor de gronden nu grotendeels in eigendom zijn van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Voor de gronden binnen het plangebied die nog in eigendom zijn van private partijen, zal een samenwerkingsovereenkomst worden afgesloten. Daarin wordt geregeld dat, nadat de inrichting heeft plaatsgevonden, betreffende private partijen de bij hen in beheer en eigendom zijnde en komende gronden in Ootmaanlanden, beschikbaar zullen stellen voor het gebruik als waterbergingslocatie.
7
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Figuur: Ligging deelgebieden Koningsschut en Ootmaanlanden.
8
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
1.3
Geldende bestemmingsplannen en afwijking
Het op 3 december 2019 vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' is met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 juli 2021 (zaaknummer 202000647/1/R3) geheel vernietigd. Dit heeft tot gevolg dat voor alle niet-agrarische bestemmingen het onherroepelijke bestemmingsplan “Buitengebied” (juli 2012) wederom vigeert. Voor de agrarische bestemmingen moet worden teruggevallen op bestemmingsplannen van vóór de gemeentelijke herinrichting. Voor Ootmaanlanden is dat het bestemmingsplan “Buitengebied gemeente Havelte” (1985) en voor Koningsschut het bestemmingsplan “Buitengebied gemeente Dwingeloo” (1993) (“Agrarische cultuurgronden – onbebouwd met landschappelijke waarde” en deels als “beplanting”). Voor het aanleggen van de klimaatbuffer is het nodig om in beide deelgebieden de bestemmingsplannen te wijzigen tot een dubbelbestemming met waterberging.
1.4
Leeswijzer
Voorliggende toelichting kent zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk bevat hoofdstuk 2 het beleidskader en beschrijft hoofdstuk 3 de ontwikkeling. Het volgende hoofdstuk (4) behandelt de toetsing aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de juridische vormgeving en hoofdstuk 6 gaat ten slotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
9
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plan
2.1
Huidige situatie
2.1.1
Ootmaanlanden
Ootmaanlanden is gelegen ten noorden van de plaats Uffelte en ten zuiden van de plaats Wittelte (zie onderstaande figuur). Het gebied is circa 75 hectare groot en wordt begrensd door de Rijksweg N371, het Natura 2000-gebied Holtingerveld (waar Ootmaanlanden deels onderdeel vanuit maakt) en onverharde wegen. Het gebied is momenteel vooral in gebruik als natuur, maar er zijn ook enkele landbouwpercelen in de vorm van graslanden die worden begraasd door runderen en enkele akkers. Ootmaanlanden is in beheer bij Natuurmonumenten en maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Drenthe. De omgeving ten oosten van het plangebied bestaat uit graslanden, akkers en bosschages. Tevens lopen de Drentse Hoofdvaart en de Oude Vaart ten oosten van het plangebied. Ten noorden en zuiden zijn dorpen en tevens graslanden, akkers, bosschages, bomenrijen en boerderijen gevestigd. Ten westen ligt het Natura-2000 gebied Holtingerveld dat bestaat uit bosgebied, heide en vennen. Dit deel is hoger gelegen dan het deelgebied Ootmaanlanden.
10
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Figuur: Luchtfoto met ligging deelgebied Ootmaanlanden.
11
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Bodem Ootmaanlanden bestaat uit een beekdalbodem die is ontstaan door fluviatiele processen. De ondergrond bestaat hoofdzakelijk uit zand, met smelwaterafzettingen zonder veen. In tegenstelling tot het naastgelegen Holtingerveld komt er geen keileem voor in het plangebied. Ook zijn er geen gliedelagen aangetroffen (Heetebrij en Schunselaar, 2019). Natuur Het gebied bestaat grotendeels uit graslanden waarin een typerend Coulisselandschap is met bomenrijen zoals elzensingels en struweel van vlier, wilgen en sporkehout. Tevens lopen er enkele eikenlanen langs de randen van het plangebied. De vegetatie bestaat voornamelijk uit voedselrijk grasland met Engels raaigras en witbol, al laat het noorden van het plangebied zich kenmerken als een ruiger type grasland met pitrus. In het plangebied zijn geen aangewezen habitattypen van het Natura 2000-gebied Holtingerveld aanwezig. Vanuit het NNN is het gebied aangewezen als type N12.02 Kruidenrijk en faunarijk grasland. De bomenrijen zijn aangewezen als L01.03 Elzensingels. Verder zijn poelen in het plangebied aangewezen als L01.01 Poel en klein historisch water. Verder komt midden in het plangebied het beheertype L01.16 bossingel voor en in het zuidwestelijk deel van het plangebied een klein stukje van het beheertype N16.03, droog bos met productiefunctie. Oppervlaktewater Ootmaanlanden ligt aan de Drentsche Hoofdvaart.
De stromingsrichting van deze hoofdwatergang is van noord naar zuid. Verder benedenstrooms, ter hoogte van de stad Meppel, komt de Drentsche Hoofdvaart samen met de Oude Vaart. Van noordoost naar zuidwest loopt een leggerwatergang door het gebied, het Zween. In deze beek is een goed ontwikkelde watervegetatie aanwezig. Grondwater Ten zuidwesten van het Holtingerveld ligt een locatie waar grondwater wordt onttrokken. Op de Uffelter Esch wordt grondwater onttrokken ten behoeve van beregening. De planontwikkeling heeft geen onvloed op deze onttrekkingen. Archeologie Binnen het plangebied zijn geen vindplaatsen bekend. Wel is direct ten zuiden van het plangebied een AMK -terrein aanwezig, waarvan de beschermende bufferzone tot in het plangebied reikt. Daarnaast zijn de ondergrond en het reliëf van het landschap belangrijke variabelen voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het plangebied is op de beleidsadvieskaart grotendeels gelegen in een hoge archeologische verwachtingszone (beekdal met dekzandopduikingen). Langs de grenzen van het plangebied geldt een hoge tot middelhoge verwachting. Er moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten uit jongere perioden. Bebouwing en landgebruik uit de Nieuwe Tijd houden mogelijk verband met de aanleg van de Uffelter Boervaart.
Aardkunde Het plangebied betreft een laaggelegen gebied ten noordoosten van de Havelterberg, een boogvormige stuwwal uit het Saalien. Het ligt ingeklemd tussen deze hoogte, de landduinen van het Oosterzand en een grondmorenerug in het zuidoosten. Door de aanleg van de Drentse Hoofdvaart in de 18e eeuw heeft het gebied zijn relatie met het beekdal van de Oude Vaart verloren. De huidige waterloop binnen het plangebied betreft een gegraven loop met enkele vertakkingen om de waterafvoer in het gebied te versnellen. Op basis van het AHN werd het reliëf aangetroffen van een mogelijk aanwezige begraven beekloop in de ondergrond. Mogelijk betreft dit de voormalige waterloop de 'Zween', welke was gesitueerd in de bovenlanden van de Oude Vaart. Het zuiden van het plangebied valt samen met de overgang van het beekdal naar de randzone van de Uffelter es, bestaande gordeldekzandwelvingen uit het Holoceen.
12
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Cultuurhistorie en Landschap Ondanks dat het plangebied onderdeel was van de ruilverkaveling Havelte (1967-1998), is de kenmerkende hooilandverkaveling met een perceelrichting dwars op de huidige watergang behouden. De historische groenstructuren bestaan enerzijds uit restanten van historische houtwallen en anderzijds uit perceelrandvegetatie met een historisch beheer van hakhout van eik en els. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de voormalige loop van de Uffelter Boervaart. Deze vaart was vanaf 1854 niet meer in gebruik als turfvaart en raakte in verval. Wanneer de vaart is gedempt is onbekend. Daarnaast gaat het verhaal dat er in het gebied een opgeleide beek en vloeiweides aanwezig waren. Een historische bron beschrijft namelijk hoe de bewoners van Uffelte in het verleden een beekloop afdamden om met het beekwater de hooilanden periodiek te bevloeien ten behoeve van de vruchtbaarheid. Historische bevloeiingssystemen kennen verschillende verschijningsvormen, waarbij het zowel kan gaan om de aanvoer van kalkrijk (kwel)water, als het weren en afvoeren van het zure water vanuit heide en veengebieden. De aanwezigheid van het type bevloeiing middels een opgeleide beek langs de rand van het Oosterzand wordt weliswaar verondersteld (Kerssies et al.
2013), maar kan op basis van het uitgevoerde onderzoek naar aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied niet worden aangetoond (Hekman & Van Oosterhout 2020). Er is verschil van inzicht over de aantoonbaarheid en of er binnen het plangebied een dergelijke vorm van waterbeheer heeft bestaan. Overige gebruiksfuncties Langs het plangebied loopt de Rijksweg N371. In het noordwestelijke deel van het plangebied ligt een fietspad. Daarnaast doorkruist een half verhard pad de Ootmaanlanden. Deze zandweg loopt naar twee huizen, gelegen in het westen van het plangebied. Langs de Rijksweg N371 liggen ook twee woonhuizen. Deze vallen net buiten de begrenzing van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied ligt een minicamping en boerencamping.
2.1.2
Koningsschut
Het gebied Koningsschut ligt ten westen van Dwingeloo en is ongeveer 12 hectare groot (zie onderstaande figuur). De omgeving van het deelgebied Koningsschut bestaat uit graslanden, akkers en boerderijen ten westen, noorden en zuiden van het plangebied. Het oosten bestaat uit natuurterrein waar akkers, graslanden en bosschages elkaar afwisselen. Het plangebied zelf wordt in het westen begrensd door de Oude Vaart. In de Oude Vaart is een stuw gelegen: de Koningsschut. Verder bestaat het deelgebied uit voedselrijk grasland, bosschage van berk, wilgen en essen (in het noordwesten), bosschage van eiken, wilgen en populieren (in het noorden) en een ruigtevegetatie (in het zuiden nabij de stuw). In het zuiden wordt het projectgebied doorsneden door een zandweg, een fietspad en een leggerwatergang. Koningsschut is in bezit van Natuurmonumenten (ca. 8 ha) en Staatsbosbeheer (ca. 3,8 ha). De percelen van Staatsbosbeheer bestaan uit een vochtig bos, grenzend aan de Oude Vaart. Dit deel van Koningsschut maakt onderdeel uit van het NNN. De percelen van Natuurmonumenten bestaan uit vrij intensief beheerd grasland. Het perceel ten zuiden van de zandweg is ingericht met ruigte en struweel.
13
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Figuur: Luchtfoto met ligging deelgebied Koningsschut.
14
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Bodem Koningsschut ligt tussen een zandige keileemopduiking en de Oude Vaart in. Het betreft een sterk aangetast beekdallandschap waarin de voormalige meanders van het Oude Diep gedempt zijn en de beekloop is rechtgetrokken (Popken en Douwes, 2019). De voormalige meanders in het bosgebied – aan de noordkant van het plangebied, naast de Oude Vaart – zijn nog deels herkenbaar op de hoogtekaart. Natuur In het westelijk deel van het plangebied is een bosschage met diverse boomsoorten zoals berk, wilgen en essen. Een groot deel van de essen is gedeeltelijk of geheel afgestorven door de essentakziekte. In het midden van het plangebied ligt een intensief grasland dat voornamelijk uit Engels raaigras en witbol bestaat. Ook staan er soorten in als ridderzuring. In het noorden van het plangebied is tevens een deel grasland gelegen dat voedselrijk is. Dat grasland wordt omgeven door bomen zoals eiken, populieren en wilgen. Het zuiden van het plangebied is een ruigte begroeiing aanwezig met diverse grassen, bramen, brandnetels en enkele vlierstruiken. Het plangebied zelf is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied, hierdoor zijn er geen habitattypen aangewezen. Wel is het plangebied gedeeltelijk NNN-gebied. In het plangebied komen de beheertypen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland, N15.02, dennen- eiken- en beukenbos en landschapstype L01.02 Houtwal en houtsingel voor.
Het bosschage van berken, wilgen en essen is aangewezen als N15.02. Dit komt niet in zijn geheel overeen met de werkelijke situatie in het plangebied. Oppervlaktewater Plangebied Koningsschut ligt direct langs de Oude Vaart. Langs de Oude Vaart bevindt zich een kade, waardoor geen directe uitwisseling van oppervlaktewater mogelijk is. Bij Koningsschut staat de Oude Vaart in verbinding met de Drentsche Hoofdvaart. Via deze weg wordt water uit de Oude Vaart geborgen in Ootmaanlanden. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de stuw Boerenvlake. Deze stuw heeft tot doel om de afwatering van het oostelijk gelegen landbouwgebied te verzorgen. Grondwater Ten zuidwesten van het Holtingerveld ligt een locatie waar grondwater wordt onttrokken. In de buurt van het plangebied komt geen grondwateronttrekking voor (Sweco, 2019). Archeologie Binnen het plangebied zijn geen vindplaatsen en AMK-terreinen bekend. Wel zijn de ondergrond en het reliëf van het landschap belangrijke variabelen voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het plangebied is op de beleidsadvieskaart grotendeels gelegen in een lage verwachtingswaarde en gedeeltelijk in een hoge verwachtingszone (beekdal). Aardkunde Het plangebied is gelegen in het stroomdal van de Oude Vaart. Cultuurhistorie en Landschap Het plangebied is gesitueerd langs de voormalige meanderende loop van de Oude Vaart.
Deze loop werd rechtgetrokken als onderdeel van de ruilverkaveling Dwingeloo-Smalbroek 1969-1984. De historische hooilandverkaveling is niet meer aanwezig, omdat de percelen zijn samengevoegd. Historische kaarten tonen dat het bos binnen het plangebied na 1970 is aangeplant. Het gebied ten zuidoosten van het plangebied heeft als veldnaam 'Boer laar', dat verwijst naar een zandige hoogte. Deze hoogte werd door het nabijgelegen landgoed Oldengaerde gebruikt voor bosbouw, waarvan nog historische wallen en greppels aanwezig zijn. In het begin van de 19e eeuw werd ten zuiden van het
15
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
plangebied de Van Holthesvaart haaks op de Drentse Hoofdvaart gegraven ten behoeve van dit handelsverkeer. Overige gebruiksfuncties Binnen en buiten de begrenzing van het plangebied komt veel landbouw voor. Deze gronden zijn voornamelijk in particulier beheer en worden gebruikt als grasland en voor beweiding. In de nabijheid van het plangebied vindt geen bereging plaats (Sweco, 2019). De percelen in Koningsschut bestaan uit vrij intensief beheerd grasland en het plangebied wordt doorsneden door een fietspad, waarover een fietsknooppuntenroute loopt. Er zijn geen woningen gelegen in of in de directe omgeving van Koningsschut. Ten westen van Koningsschut en de Oude Vaart loopt de Drentsche Hoofdvaart met naastgelegen N371. Direct ten zuiden van Koningsschut ligt een mestopslag.
2.2
Toekomstige situatie
Dit hoofdstuk geeft een omschrijving van de opgave die voor ligt voor het ontwikkelen van de waterberging en de natuurdoelen. De opgave bestaat uit drie onderdelen: opgave waterberging, opgave natuurontwikkeling en de opgave voor een vispassage in deelgebied Koningsschut. De verschillende opgaven, als ook de overige wensen uit het gebied, worden in de volgende subparagrafen omschreven. Eindigend met het benoemen van de integrale opgave.
2.2.1
Opgave waterberging
Als gevolg van klimaatverandering wordt een toename van de neerslagintensiteit verwacht. De kans op wateroverlast neemt daarmee toe. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is afgesproken om het watersysteem op orde te hebben en te houden. Het watersysteem in Zuidwest Drenthe is ingericht op het afvoeren van overtollig regenwater. In extreem natte perioden kan het water onvoldoende worden afgevoerd en treedt wateroverlast op. Om neerslagpieken op te vangen wordt uitgegaan van de trits 'vasthouden – bergen – afvoeren'. Dat gebeurt niet altijd in alle gebieden in deze volgorde. Het vasthouden en bergen van water is maatwerk voor gebieden met een complexe verweving van natuur- en landbouwgebruik. Natuurmonumenten, provincie Drenthe, Waterschap Drents Overijsselse Delta, de gemeente Westerveld en de gemeente De Wolden hebben op 3 juli 2012 de samenwerkingsovereenkomst Klimaatbuffer Anserveld – Leisloot – Ootmaanlanden ondertekend om gezamenlijk te investeren in klimaatbufferontwikkeling. Een onderdeel van deze samenwerkingsovereenkomst is het realiseren van een waterberging in Ootmaanlanden om de stad Meppel in de toekomst voor wateroverlast te beschermen. Hiervoor moet 400.000 m³ uit de Oude Vaart worden geborgen, zodat de waterpieken worden afgevlakt. Het water uit de Oude Vaart kan middels een bestaande verbinding met de Drentse hoofdvaart naar Ootmaanlanden stromen.
Het doel vanuit de waterbergingsopgave voor het project is als volgt: Het bergen van 400.000 m³ water bij WB21 omstandigheden. Door een wijziging in het plangebied Ootmaanlanden is het niet langer mogelijk om de gehele 400.000 m3 te bergen in het deelgebied Ootmaanlanden. Het project is daarom uitgebreid met het deelgebied Koningsschut. Beide gebieden liggen op de overgang van hoog naar laag Drenthe. Dit maakt de gebieden geschikt voor waterberging.
16
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
2.2.2
Opgave natuurontwikkeling
In de omgevingsvisie van de provincie Drenthe is een opgave voor de inrichting van nieuwe natuur en herstel omschreven. Een onderdeel van deze natuuropgave is de ontwikkeling van beekdalgraslanden (gerelateerd aan Natuur Netwerk Nederland, NN) en het verbeteren van de waterhuishouding in het Holtingerveld. Daarnaast hebben Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer als beleid om, waar mogelijk, natuurontwikkeling te combineren met waterberging. Het deelgebied Ootmaanlanden maakt gedeeltelijk onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Holtingerveld. Door de ligging van Ootmaanlanden in het Holtingerveld kan de waterberging worden gecombineerd met de natuuropgave om de waterhuishouding in het Holtingerveld te verbeteren. Vernatting van Ootmaanlanden, door het vasthouden van gebiedseigen water en in droge perioden inlaten van schoon water uit de noordelijk gelegen 'De Broeken', kan leiden tot verbetering van een aantal habitattypen in het Holtingerveld, zoals de bosveentjes en de slenk met het vochtige heide- en hoogveencomplex Uffelterveen/Kolonieveen. Tevens wordt er gekeken of de beoogde beheerstypen uit de omgevingsvisie van de Provincie Drenthe (NNN) kunnen worden behaald. Het doel vanuit de natuuropgave voor het project is als volgt: Het realiseren van het gewenste grond- en oppervlaktewater regime (GGOR) voor beoogde natuurdoelen.
Indien nodig komen hier mitigerende maatregelen bij om grondwateroverlast buiten de projectgebieden te voorkomen.
2.2.3
Opgave KRW Koningsschut
Voor het deelgebied Koningsschut ligt een opgave vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW). De KRW is in 2000 van kracht geworden en heeft als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen. Het is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren in 2015 aan bepaalde eisen moet voldoen. De Oude Vaart is een waterlichaam met KRW type R5: een langzaam stromende midden- of benedenloop op zand. Vanuit de KRW-opgave voor de Oude Vaart moet de stuw bij Koningsvaart vispasseerbaar worden gemaakt. In Koningsschut wordt daarom samen met de waterberging een vispassage aangelegd. Met oog op derde planperiode van de KRW is een watersysteemanalyse uitgevoerd en is sinds 2020 een aanvullende opgave voor de Oude Vaart in beeld, waarbij de regelmatig optredende jaarlijkse pieken op de Oude Vaart opgevangen worden in zogenaamde KRW-bergingen. Deze verandering wordt op dit moment besproken met de gebiedspartners en naar verwachting eind 2021 vastgelegd. Het aanwijzen van Koningsschut als KRW-berging heeft als gevolg dat de berging jaarlijks wordt ingezet in plaats van ééns in de 25 jaar bij extreme neerslag situaties. De totale berging verandert niet. De verwachting is dat 60% van de berginscapaciteit jaarlijks wordt ingezet, waarbij 40% overblijft voor extreme neerslagsituaties.
Het doel vanuit de KRW-opgave voor deelgebied Koningsschut is: Het inrichten van deelgebied Koningschut als vispassage en KRW-berging.
2.2.4
Wensen uit het gebied
Vanuit het gebied komen wensen voor het project naar voren, op het gebied van recreatie en cultuurhistorie / landschap. Recreatie Vanuit het collegeprogramma van de gemeente Westerveld komt de wens om de gebieden Ootmaanlanden en Koningsschut toegankelijk te maken voor bezoekers. De ligging van de gemeente te midden van natuurgebieden biedt volop kansen om de natuur toegankelijk en beleefbaar te maken.
17
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Cultuurhistorischewaarden Bij de gemeente is een verzoek ingediend om het weer beleefbaar te maken. Dit is een dorpsinitiatief van Uffelte. Hier gaat het om het terugbrengen van het Uffelter Boervaartje in het gebied. Het Uffelter Boervaartje werd aangelegd om de turf vanuit de Uffelterveen en het Kolonieveen met de boot te vervoeren naar Meppel. Daarnaast gaat het verhaal dat er in het gebied een opgeleide beek en vloeiweides aanwezig waren. Met informatieborden kan het 'oude' waterbeheer met de vloeivelden en het 'nieuwe' waterbeheer met de waterberging naast elkaar verteld worden. Landbouw Vanuit de omgeving is de wens om de landschappelijke cultuurhistorische waarde van het gebied een plek te geven in het proces. Binnen de bestemming 'Natuur' is in ondergeschikte mate ruimte voor extensief dagrecreatief medegebruik en educatief medegebruik van bestaande infrastructuur en voorzieningen. Het bestemmingsplan biedt daarmee ruimte om invulling te geven aan de wensen vanuit het gebied. Het Uffelter Boervaartje is reeds middels de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1' en de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - Uffelter Boervaartje' beschermd. Hoe de aanwezige structuur te beschermen is beschreven in bijlage 1 van de toelichting.
2.2.5
Integrale opgave
Zoals hierboven benoemd zijn de inrichting van de waterberging en het ontwikkelen van natuurdoelen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bij het ontwikkelen van het ontwerp wordt dan ook gekeken naar een alternatief dat aan beide opgaven invulling geeft. Hierbij worden de wensen omtrent cultuurhistorie en recreatie in de afweging meegenomen. De doelen voor het project zijn samenvattend: 1. Het bergen van 400.000 m³ water bij WB21 omstandigheden. 2. Het realiseren van het gewenste grond- en oppervlaktewater regime (GGOR) voor beoogde natuurdoelen. 3. Het inrichten van deelgebied Koningsschut als vispassage en KRW-berging. Het definitieve inrichtingsplan zal bij het ontwerp bestemmingsplan worden gevoegd.
2.2.6
Planologische gevolgen integrale opgave
De voorgenomen ontwikkeling leidt tot de volgende wijzigingen in het plangebied: het inrichten van het gehele gebied ten behoeve van waterberging; herinrichting van het gehele gebied gelet op landschap, gewassen en vegetatie; realisatie van het gewenste grond- en oppervlaktewater regime (GGOR) voor beoogde natuurdoelen; het afgraven van nieuwe watergangen en dempen van bestaande watergangen; het aanleggen van kades en poelen; het afgraven van gronden; aanleg struinpad / extensieve recreatieve route het grotendeels herstellen van het Uffelter Boervaartje. De wijzigingen hebben de onderstaande planologische wijzigingen als gevolg: het gehele plangebied zal worden aangewezen als waterberging. In de regels en op de verbeelding geregeld middels de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterberging'; de gronden ter plaatse van de nog resterende agrarische bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Agrarisch - 2' zullen ook worden aangewezen voor ondergeschikte extensieve vormen van natuur.
18
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Binnen het plangebied zullen diverse watergangen en enkele zandwegen worden aangewezen. Deze zijn echter beide reeds toegestaan binnen de vigerende bestemmingen. Hetgeen ook geldt voor het herstellen van het tracé van het Uffelter Boervaartje middels de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap 1'.
19
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI (september 2020), geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk.
Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toekomstperspectief - In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.
Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf
20
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden (volledige lijst telt er 21) Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Belangrijkste keuzes - Vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale beleidskeuzes (op strategisch niveau) zo scherp mogelijk te formuleren. Dit met het oog op de lange termijn én de urgenties op de kortere termijn. Waar keuzes op nationaal niveau in de NOVI zelf niet of nog niet scherp gemaakt kunnen worden of waar dit niet verstandig is, wordt richting gegeven aan decentrale keuzes via voorkeursvolgordes of strategieën en/of aangegeven welk (regionaal) proces geëigend is om dat in het verlengde van de NOVI later te doen. Binnen deze vier prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema's en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Samenwerking De wensen die Nederland heeft voor de leefomgeving en de kansen en knelpunten die er zijn, raken iedereen. Deze opgave worden als één overheid samen met de samenleving aangepakt. De daarbij op te lossen vraagstukken worden centraal gesteld. Er wordt gebiedsgericht gewerkt, waarbij wordt uitgegaan van de kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Van belang is dat iedereen die wil, kan bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving. Dat geldt ook voor het verduurzamen van de manier waarop mensen wonen, werken en leven.
Dit vraagt van de overheid samenwerken en faciliteren waar het kan, en sturend en kaderstellend zijn waar het moet. Uitvoering geven aan de NOVI De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen terug te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Omgevingsagenda en Gebiedsagenda Grote Wateren
21
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Dit is een langjarige uitvoeringsagenda voor een specifiek deel van het land. Hier komen thema's als infrastructuur, wonen, energie, klimaat en transport aan bod. Er komen vijf Omgevingsagenda's, voor elk van de landsdelen één. De landsdelen zijn: Oost (Overijssel en Gelderland), Noord (Groningen, Friesland, Drenthe), Zuid (Brabant en Limburg), Zuidwest (Zeeland, Zuid-Holland) en Noordwest (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland). Ook komen er Gebiedsagenda's Grotere Wateren: IJsselmeergebied, Zuidwestelijke Delta en Waddenzee/Waddengebied. NOVI-gebied Er zijn gebieden waar grote en urgente ruimtelijk-fysieke opgaven uit de NOVI samenkomen en waarvoor een meerjarige en vernieuwende aanpak nodig is. Het Rijk zet voor deze gebieden extra capaciteit en middelen in om samen met andere overheden te komen tot een integrale aanpak.De voorlopige NOVI-gebieden zijn: Havengebieden van Rotterdam en Amsterdam, Landelijke gebieden De Peel en het Groene Hart, Regio's Groningen en Zwolle en grensoverschrijdende gebieden Zuid-Limburg, de Zeeuwse havens en de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. Monitoring voortgang De NOVI is een permanent en aanpasbaar proces. We gaan daarbij uit van een terugkerende cyclus van vier jaar. Jaarlijks, in het voorjaar, beleggen we een nationale NOVI-conferentie over de voortgang van de uitvoering, nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
Ook wordt een tweejaarlijkse monitor uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving. Elke vier jaar vindt een uitgebreide beleidsevaluatie plaats, evenals een onderzoek naar de mening van burgers en wordt de NOVI zo nodig aangepast. In het kader van onderhavige planontwikkeling wordt gebiedsgericht samengewerkt, waarbij wordt uitgegaan van de kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Om zo tot een door iedereen gedragen oplossing te komen voor het ontwikkelen van de waterberging en de natuurdoelen.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling is gelegen in het buitengebied en wordt niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De Ladder is derhalve niet van toepassing op het onderhavige initiatief.
22
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie 2018
Provinciale Staten hebben op 2 juli 2014 ingestemd met de Actualisatie Omgevingsvisie Drenthe 2014. Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie opnieuw geactualiseerd en vastgesteld. De Omgevingsvisie is hét kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De provincie beschrijft hierin wat de gewenste ruimtelijk-economische ontwikkeling is. Daarbij is de volgende missie geformuleerd: "het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten die de provincie rijk is". De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Het provinciaal belang ligt in het behouden en waar mogelijk ontwikkelen van de kernkwaliteiten.
3.2.1.1 Kernkwaliteiten Het provinciale beleid kent zes verschillende kernkwaliteiten die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van onze ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Waar geen dominant systeem aanwijsbaar is, spreekt de provincie over 'multifunctionele gebieden'. Er komen ontwikkelingen op de provincie af die van invloed zijn op de robuuste systemen en die Drenthe blijvend veranderen. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van klimaatverandering op het water-, natuur- en landbouwsysteem of de inpassing van duurzame energiesystemen binnen de landschappen. Deze ontwikkelingen vormen de provinciale strategische opgaven. Deze opgaven vragen om een integrale en zorgvuldige afweging binnen en tussen de verschillende robuuste systemen. Daarbij zoekt de provincie naar toegevoegde waarde en streeft zij naar het behoud, en zo nodig, de ontwikkeling van de Drentse ruimtelijke identiteit. Kortom, er moeten functies, kwaliteiten en strategische opgaven met elkaar worden gecombineerd: het combinatiemodel.
3.2.1.2 Strategie 2018-2030 In de periode van 2018 tot 2030 voorziet de provincie Drenthe twee grote integrale opgaven: 1. De adaptatie: a. aan de gevolgen van klimaatverandering, b. aan de transitie naar een duurzame energievoorziening en c. voor het behoud van biodiversiteit; 2. De economische structuur: a. het versterken van een uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat. 3.2.1.3 Visiekaart Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als 'Robuuste natuur' en deels als 'Ecologische-multifunctionele verbinding' (Ootmaanlanden). In tegenstelling tot de robuuste systemen zoals elders in Drenthe is in een multifunctioneel gebied -zoals het plangebied- geen sprake van een hoofdfunctie die leidend is in de ordening. In deze multifunctionele gebieden zijn meerdere functies van belang. Naast water, landbouw en natuur ook bijvoorbeeld recreatie. Uitgangspunt bij de gebieden is dat de van oudsher bestaande en/of dominante functie zo min mogelijk negatieve gevolgen mag ondervinden van de ontwikkeling van nieuwe of andere functies.
23
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
3.2.1.4 Conclusie Het voornemen raakt meerdere kernkwaliteiten en sluit aan bij een (realiseren waterberging en tegengaan verdroging) van de strategische doelen van de provincie. Zoals ook al door de provincie aangegeven vergen ontwikkelingen, zoals de onderhavige, een integrale aanpak: het combinatiemodel. Voor de inhoudelijke onderbouwing van de te nemen maatregelen wordt verwezen naar paragraaf 4.3 (Water). Onderhavig bestemmingsplan wordt daarmee voor het onderdeel provinciaal beleid uitvoerbaar geacht.
3.2.2
Omgevingsverordening
Naast de Omgevingsvisie is voor het plangebied ook de Provinciale Omgevingsverordening (POV) relevant. De meest recentelijke actualisering van het POV dateert van 3 oktober 2018. In de POV is opgenomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen uiteengezet wordt dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de Omgevingsvisie. Daarnaast mag een ruimtelijke ontwikkeling geen nieuwe activiteiten dan wel een wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Verder moet in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik de Ladder voor duurzame verstedelijking gevolgd worden. In paragraaf 2.1.2 (Ladder voor duurzame verstedelijking) is reeds geconcludeerd dat in het kader van dit plan de Ladder niet relevant is. Ten aanzien van onderhavig planvoornemen. Het realiseren van waterberging en tegengaan van verdroging door middel van aanpassing van de natuur, met eventueel effect op landschap en/of cultuurhistorie zijn de artikelen 2.6 (Werken met kernkwaliteiten), 2.28 (Natuurnetwerk Nederland) en 9.5 (Normen waterkwantiteit) van belang om nader te belichten. Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1.
Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema’s en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. 2. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: a. wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; b. maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Toetsing initiatief aan artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten) De volgende kernkwaliteiten heeft het projectgebied toegewezen gekregen: D3: Kernkwaliteit Natuur: Natuurnetwerk Nederland. D4: Kernkwaliteit Archeologie: Verwachting toetsen door onderzoek (laaggelegen waarden). D5: Kernkwaliteit Aardkundige waarden: Hoge bescherming en Generieke bescherming. D6: Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Ligging binnen Cultuurhistorische hoofdstructuur.
Specifiek aangeduid als 'Beleid respecteren' en 'Beleid voorwaarden verbinden'. D7: Kernkwaliteit Landschap: Aangeduid als 'Beekdal' en 'Esdorpenlandschap'. Op kaart A (kaartlaag stilte) heeft het plangebied geen kernkwaliteiten. D3: Kernkwaliteit Natuur: Natuurnetwerk Nederland. Over het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zijn landelijk afspraken gemaakt. De kern van het Natuurnetwerk blijft het NNN: hier stuurt de provincie maximaal met subsidies en regelgeving. De
24
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
ambitie is hier gericht op het behoud van de bestaande waarden van de kernkwaliteit Natuur. De regelgeving is gekoppeld aan het begrensde NNN. De NNN wordt regelmatig geactualiseerd. De fijnste vertakkingen daaromheen hebben de aanduiding Natuurnetwerk Drenthe gekregen. Voor dit netwerk gelden minder regels. Gemeenten en waterschappen hebben hier als eerst verantwoordelijke de zorg voor natuurwaarden en biodiversiteit. Zie ook onderstaand onder het kopje artikel 2.28 van de POV. Het aspect natuur wordt nader toegelicht in paragraaf 4.8. D4: Kernkwaliteit Archeologie: Verwachting toetsen door onderzoek (laaggelegen waarden). In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, stuurt de provincie op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek, conform de gangbare, in de beroepsgroep geldende kwaliteitseisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Hieronder vallen alle essen en beekdalen, de Havelterberg en het Drentsche Aa-gebied, verwachte Celtic fields, offerveentjes, een burcht bij Zuidlaren en het vermoede traject van de Prehistorische weg over de Hondsrug. Als hier archeologische waarden worden aangetroffen, verwacht de provincie dat deze door hun ruimtelijke spreiding, samenhang, zeldzaamheid, tijdsdiepte en/of goede fysieke kwaliteit van provinciaal belang zullen zijn.
Een direct gevolg van deze sturingsrichting is dat zij vroegtijdig in het planvormingsproces met de initiatiefnemer(s) en/of de gemeente het archeologisch onderzoek willen afstemmen. Het aspect archeologie wordt nader toegelicht in paragraaf 4.6. D5: Kernkwaliteit Aardkundige waarden: Hoge bescherming en Generieke bescherming. Hoog en hoogste beschermingsniveau: In deze gebieden worden alleen ontwikkelingen toegestaan indien aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. Het zorgvuldig en verantwoord omgaan met de aardkundige waarden vormt het vertrekpunt in het planvormingsproces. Generiek beschermingsniveau: In deze gebieden wil de provincie de lokale aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplannen plannen en initiatieven daar op beoordelen. Het aspect aardkundige waarden is onderzocht middels het onderzoek in Bijlagenboek bijlage 22 en wordt nader toegelicht in de paragrafen 4.6 en 4.7. D6: Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Ligging binnen Cultuurhistorische hoofdstructuur. Specifiek aangeduid als 'Beleid respecteren' en 'Beleid voorwaarden verbinden'. Bij respecteren: Ontwikkel het plan met respect voor de cultuurhistorische hoofdstructuur.
Bij een conserverend plan: borg het behoud van de cultuurhistorische waarden van de chs. Het plan moet door de gemeente in de gebruikelijke procedure vooroverleg aan de provincie voorgelegd worden. Bij voorwaarden verbinden: overleg tijdens de planvorming of waneer het plan in een voorlopig stadium is, met de provincie. Dit heeft vooral meerwaarde als het om grotere ruimtelijke ingrepen gaat die gevolgen hebben voor de ruimtelijke structuur en daarmee op de CHS. Ook bij grotere bestemmingsplannen die grotendeels conserverend zijn willen wij graag overleg over de wijze van borging van de cultuurhistorische waarden van de CHS. Het aspect cultuurhistorie wordt nader toegelicht in paragraaf 4.7. D7: Kernkwaliteit Landschap: Aangeduid als 'Beekdal' en 'Esdorpenlandschap'. De beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)beplanting. Het provinciaal beleid is gericht op: behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting. De essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. Het provinciaal beleid is gericht op: behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting.
25
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Het aspect landschap wordt nader toegelicht in de paragrafen 4.6 en 4.7. Artikel 2.28 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. We streven naar een goed werkend robuust natuursysteem dat zorgt dat de kwaliteit van natuur zich duurzaam verbetert. Het NNN bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit ecologische verbindingen die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Ecologische verbindingen vormen een waardevol onderdeel van het NNN. Via bermen, natuurstroken langs watergangen en ecoducten zoals die over de A28 kunnen dieren van het ene gebied naar het andere trekken. Dat komt ten goede aan de kwaliteit van de natuurgebieden. Bovendien vormen deze verbindingen een belangrijk onderdeel van de groene dooradering van onze provincie. De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de oude hoogveenkernen maken deel uit van het NNN. De 14 Drentse Natura 2000-gebieden vormen een belangrijk onderdeel van de bestaande natuur. Het behalen van Europese natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste natuuropgave voor het NNN. De gronden aangeduid op kaart D3 (Natuurnetwerk Nederland) vormen het Natuurnetwerk Nederland gelegen binnen de provincie Drenthe. Voor de beoordeling in relatie tot de NNN wordt verwezen naar paragraaf 4.8.2.1.1.
Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan de doelstellingen van de NNN. Artikel 9.5 Normen waterkwantiteit Deze verplichting vloeit voort uit artikel 2.8 van de Waterwet. Voor verschillende gebieden worden normen gegeven waarbij de kans op wateroverlast door grote hoeveelheden neerslag is gerelateerd aan het landgebruik en de te verwachten schade bij wateroverlast. De normen drukken het wenselijk geachte beschermingsniveau uit. De normering bakent de zorgplicht en inspanningsverplichting af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen, dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie (overstroming) vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. Deze normering geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over hun eigen risico en verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003) zijn werknormen opgenomen die voor de verschillende vormen van landgebruik het wenselijk geachte beschermingsniveau uitdrukken. De vormen van landgebruik die worden onderscheiden zijn: grasland, akkerbouw, hoogwaardige land- en tuinbouw, glastuinbouw en bebouwd gebied. Buiten het stedelijk gebied geldt een norm van 1:10 voor grasland, 1:25 voor akkerbouw en 1:50 voor intensieve vormen van landbouw zoals glastuinbouw en boomteelt. Deze normen zijn adviesnormen.
Lokaal kan daarvan worden afgeweken. In het algemeen is uitgegaan van het gemiddelde grondgebruik per peilvak. Conclusie Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de artikelen 2.6, 2.28 en 9.5 van de Omgevingsverordening Drenthe is. Onderhavig bestemmingsplan wordt daarmee voor het onderdeel provinciaal beleid uitvoerbaar geacht.
26
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
3.3
Waterschapsbeleid
3.3.1
Kaderrichtlijn Water
Naast internationale afspraken over natuur is ook het Europese beleid voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater van belang voor de Ontwikkelopgave Natura 2000. Deze afspraken zijn vastgesteld in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Sinds eind 2000 zorgt de KRW voor een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Om dit te bereiken moeten de landen van de Europese Unie een groot aantal maatregelen nemen. Enerzijds om de kwaliteit van de 'eigen' wateren op peil te brengen, anderzijds om ervoor te zorgen dat andere landen geen last meer hebben van de verontreinigingen die hun buurlanden veroorzaken. De KRW beschermt alle grote wateren: rivieren, meren, kustwateren en grondwateren. Een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater draagt bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden, waaronder die in de provincie Drenthe. Naast een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater wordt met de Kaderrichtlijn Water ook verdroging tegengegaan. Verdroging kan in natuurgebieden de kwaliteit aantasten en bodemdaling, bijvoorbeeld in veengebieden, veroorzaken. Onderhavig bestemmingsplan maakt de maatregelen mogelijk om verdroging in de Ootmaanlanden tegen te gaan door gebiedseigen water vast te houden in de Ootmaanlanden.
Verwachting is dat door het vasthouden van het gebiedseigen water de grondwaterstanden in de Ootmaanlanden hoger zullen worden, waardoor de gradiëntsituaties met (lokale) kwel in de Ootmaanlanden kunnen herstellen en de daarbij behorende natuurdoelen zich kunnen ontwikkelen. Hetgeen aansluit op de KRW.
3.3.2
Waterwet en het Nationaal Waterplan
De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn het Waterbesluit en de Waterregeling van toepassing. Hierin worden o.a. de begrenzing en de toedeling van oppervlaktewaterlichamen beschreven, de procedurele en inhoudelijke aspecten van/voor: het Nationale Waterplan; het beheerplan voor de Rijkswateren; het Regionaal Waterplan; de implementatie van de Kaderrichtlijn Water; de implementatie van de Richtlijn overstromingsrisico's. Andere aspecten die de Waterwet regelt zijn: vergunningplicht en algemene regels voor het gebruik van rijkswaterstaatswerken, het onttrekken van grondwater, voor het lozen of onttrekken van water aan oppervlaktewater, de wijze waarop een aanvraag om een watervergunning moet worden gedaan, e.d. Het Nationaal Waterplan wordt op basis van de Waterwet eens per 6 jaar opgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. De Waterwet regelt o.a. het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Aangezien onderhavig voornemen van invloed is op de grondwaterstanden is ook de Waterwet relevant.
3.3.3
Waterbeheerplan
Waterschappen hebben speciale taken voor water, namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, het zorgen voor een functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven en komen in hoofdlijnen de hiervoor benodigde maatregelen aan de orde.
27
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
De toenmalige waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Groot Salland en Rijn en IJssel hebben gezamenlijk het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Hierin staat dat de waterschappen voor de Natura 2000-gebieden de GGOR-maatregelen bepalen, als onderdeel van het door de provincies geregisseerde gebiedsproces. GGOR staat voor Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR-maatregelen zijn hydrologische maatregelen op inrichtingsniveau, die zich richten op de inrichting van de waterhuishouding in een gebied, mede rekening houdend met de eisen die de ecologie aan een oppervlaktewater stelt. Hierbij zijn uiteraard de omliggende landbouwgebieden nauw betrokken, want voor een optimale landbouw zijn goede watercondities nodig. Tevens is aandacht besteed aan de verdroging van natuurgebieden. Zoals ook reeds opgemerkt in paragraaf 3.3.1 maakt onderhavig bestemmingsplan maatregelen mogelijk om verdroging in de Ootmaanlanden tegen te gaan. Hetgeen ook een van de doelen is uit het Waterbeheerplan 2016-2021.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Westerveld
De Structuurvisie Westerveld (vastgesteld 26 november 2013) bevat de visie en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het hele grondgebied van de gemeente. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken zoals milieu, infrastructuur, wonen, cultuurhistorie, landschap, economie en welzijn. In de structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat zij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. De wenselijke ontwikkelingsrichting, de stip aan de horizon, voor de gemeente Westerveld wordt verbeeld door het duurzaam structuurbeeld (de structuurvisiekaart). Hierop staan de belangrijkste ruimtelijke elementen en structuren globaal weergegeven (als afwegingskader), gecombineerd met de beoogde en mogelijke ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen (als inspiratie-, uitnodigings- en afwegingskader). In feite valt de kaart uiteen in verschillende delen: uitspraken over het buitengebied, uitspraken over de kernen en mogelijke ontwikkelingen / projecten. Het buitengebied met haar kenmerkende landschapstypen en cultuurhistorische waarden vormt de bakermat voor de twee belangrijkste bronnen van werkgelegenheid: de agrarische en de toeristische sector.
Het buitengebied is op het duurzaam structuurbeeld globaal verdeeld in drie zones / 'ontwikkelingsgebieden': Ontwikkeling natuur en recreatie Ontwikkeling landbouw, natuur en recreatie Ontwikkeling landbouw en recreatie De zones worden onderstaand toegelicht. De natuurgebieden: 'Ontwikkeling natuur en recreatie' In dit gebied staan de natuurwaarden en het toeristisch recreatief medegebruik op de eerste plaats. Wat betreft de natuurwaarden, gaat het hier echt om specifieke ecosystemen die kenmerkend zijn voor het Drents plateau: heide met vennen die in stand gehouden moeten worden. Voor de bossen (veelal naaldbossen) geldt, dat de gemeente ernaar streeft deze waar mogelijk en (financieel) haalbaar om te vormen naar loofbossen die beter aansluiten bij de oorspronkelijke beplanting in deze regio. Voor bestaande recreatieve functies geldt als uitgangspunt dat deze kunnen worden voortgezet en dat recreatiebedrijven, indien wenselijk voor het voortbestaan van het bedrijf, kwalitatief mogen uitbreiden. Voor de uitbreiding worden voorwaarden gesteld met betrekking tot een goede landschappelijke inpassing. Tevens moet bij uitbreiding worden aangetoond dat de natuurwaarde van het gehele gebied in hoofdzaak niet wordt aangetast.
28
bestemmingsplan Klimaatbuffer Ootmaanlanden en Koningsschut (ontwerp)
Nieuwe recreatieve bedrijven mogen alleen in de randen van het gebied worden ontwikkeld. Voor nieuwe functies wordt een bijdrage in de verbetering van de kernkwaliteiten van het landschap gevraagd. Het gebied heeft ook een functie in het vasthouden en bergen van water. Bestaande verwevingsgebieden: 'Ontwikkeling landbouw, natuur en recreatie' In dit gebied kunnen landbouw, natuur en recreatie zich gelijkwaardig ontwikkelen. Hierbij geldt dat bestaande functies en de verdere ontwikkeling daarvan, op de eerste plaats staan. Nieuwe functies kunnen worden toegestaan, mits de verdere ontwikkeling van bestaande functies niet wordt aangetast dan wel wordt gecompenseerd. Hiertoe behoort ook het voorkomen van ongewenste versnippering. Omdat schaalvergroting in dit gebied als gevolg van de kleinschalige eigendomssituatie en natuur- en milieuwetgeving vaak moeilijk te realiseren valt, wordt een ontwikkeling verwacht waarbij functieverandering en functieverbreding veelvuldig nodig zal zijn. Hierbij moet worden gedacht aan een ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijfsvormen waarin verschillende functies worden gecombineerd. Duurzame landbouw is hier ook zeker kansrijk, hiervoor is het project 'duurzaam boer blijven in Drenthe' gestart. In het gebied liggen agrarische gronden die binnen de doelbegrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (inmiddels NNN) vallen.