CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kennisdocument basiskwaliteit natuur

Politieke avond Westerveld 28 mei 2024, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Startnotitie bossenstrategie, agroforestry en voedsellandschappen/bossen 202432.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur

1

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Kennisdocument Basiskwaliteit Natuur Februari 2024

2

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Colofon Opdrachtgever Deze publicatie is geschreven in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, als onderdeel van de programmatische aanpak Basiskwaliteit Natuur. Datum Februari 2024 Auteurs Harry Meesters, Koos Biesmeijer, Floor Edixhoven, Carla Grashof-Bokdam, Hidde Hofhuis, Michiel Wallis de Vries, Marcel Wortel en Ronald Zollinger

3

Management samenvatting

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Een helder streefdoel voor bijvoorbeeld de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Een instrument om voor elk landschap aan te geven welke acties nodig zijn om de voor dat landschap karakteristieke, 'algemene' planten en dieren te stimuleren. Een onafhankelijke meetlat gebaseerd op een gedegen analyse. Een basis om met belanghebbenden aan de slag te gaan met het herstellen van de omgeving. Figuur 1: Bron Biesmeijer et al. (2021)

Waarom Basiskwaliteit Natuur

De gezondheid van onze leefomgeving gaat achteruit, en algemene planten- en diersoorten verdwijnen uit het Nederlandse landschap. Dit heeft geresulteerd in een afname van de biodiversiteit. Hierdoor zijn natuurlijke processen, waaronder ecosysteemdiensten, onder druk komen te staan. Denk aan waterzuivering, natuurlijke plaagbestrijding en bestuiving. Het huidige beleid richt zich voornamelijk op het herstel van natuur in natuurgebieden. Echter, door versnippering, vermesting en verdroging is ook de kwaliteit buiten natuurgebieden achteruitgegaan. Voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur is het daarom cruciaal dat de Basiskwaliteit Natuur (BKN) in het landelijk en stedelijk gebied op orde wordt gebracht. Realisatie van Basiskwaliteit Natuur is daarnaast een voorwaarde om de doelen voor natuurbehoud en -herstel in natuurgebieden te halen.

Wat is Basiskwaliteit Natuur

Basiskwaliteit Natuur is de set van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven of worden. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt met name zich op het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee. Basiskwaliteit Natuur is hiermee een aanvulling op bestaande beleidsdoelen voor natuur, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, die zich juist richt op de bedreigde soorten en zeldzame habitats. Elk landschapstype vraagt een eigen aanpak. Alhoewel er per lokale situatie andere verbeterpunten zijn, zullen de algemene richtlijnen voor Basiskwaliteit Natuur grotendeels hetzelfde zijn voor alle landschapstypen. 4

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Wat levert het op

Het sturen op Basiskwaliteit Natuur draagt bij aan een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. Aangezien Basiskwaliteit Natuur juist stuurt op de condities, geeft het grondeigenaren en beheerders een goed beeld welke kwaliteit aan natuur minimaal zou moeten voorkomen om natuurlijke processen en ecosysteemdiensten op gang te krijgen. Zij zijn in de positie om op hun grond herstelmaatregelen te nemen om de condities horend bij Basiskwaliteit Natuur te realiseren. De proef op de som is of het herstel van de condities te zien is in het voorkomen en terugkeren van algemene soorten. Als de algemene soorten niet profiteren, moeten de maatregelen worden bijgesteld. Werken aan Basiskwaliteit Natuur is dus een proces van ‘doen-leren-beter doen’.

Wat is nieuw

Dit kennisdocument biedt een stappenplan om met Basiskwaliteit Natuur aan de slag te gaan. Het brengt huidige kennis bijeen, en stelt een uniforme methodiek voor om Basiskwaliteit Natuur in een gebied in kaart te brengen en te beoordelen. Daarnaast laat het zien wat nodig is om Basiskwaliteit Natuur goed in het gebied te verankeren, zowel beleids- en procesmatig, als in de uitvoering. Het biedt handelingsperspectief aan grondeigenaren en beheerders welke maatregelen kunnen bijdragen aan Basiskwaliteit Natuur. Het kennisdocument geeft een overzicht van de huidige tools en kennis om Basiskwaliteit Natuur succesvol te realiseren. De principes van Basiskwaliteit Natuur worden in dit document toegepast op twee landschapstypen: het veenweide- en het hoevelandschap.

Hoe verder

Om te werken aan een Basiskwaliteit Natuur in heel Nederland is er een samenwerking nodig tussen provincies, gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties, vrijwilligers, agrariërs en bedrijven. Om Basiskwaliteit Natuur duurzaam te verankeren in gebiedsvisies, processen en uitvoering is het cruciaal dat Basiskwaliteit Natuur een gemeenschappelijk uitgangspunt en taal is voor alle gebiedspartijen en stakeholders. Hoewel het concept nog verder ontwikkeld wordt, hoeft er niet gewacht te worden tot de volledige uitwerking. Er zijn partijen die al aan de slag zijn gegaan met Basiskwaliteit Natuur. Hun projecten en ervaringen kunnen als voorbeeld dienen. Daarnaast is het nodig om voor alle Nederlandse landschapstypen meer kennis te verzamelen, de methodiek verder uit te werken en praktische tools te ontwikkelen.

5

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Inhoud

1. Over dit kennisdocument

7

1.1 Context

7

1.2 Afbakening

8

1.3 Projectteam

8

2. Inleiding

9

2.1 Waarom Basiskwaliteit Natuur?

9

2.2 Wat is Basiskwaliteit Natuur?

11

2.3 Waarvoor dient Basiskwaliteit Natuur?

12

2.4 Waar werken we naartoe met Basiskwaliteit Natuur?

13

3. Hoe werk je aan Basiskwaliteit Natuur?

15

3.1 Beoordelen van Basiskwaliteit Natuur

17

3.2 Visie, doel en draagvlak

23

3.3 Maatregelen voor Basiskwaliteit Natuur

26

3.4 Relatie tussen condities en soorten

29

3.5 Evalueren en bijsturen

35

4. Casus: Basiskwaliteit Natuur voor het veenweidelandschap 5. Casus: Basiskwaliteit Natuur voor het hoevelandschap 6. Monitoren van Basiskwaliteit Natuur

36 47 57

6.1 Monitoren van condities

57

6.2 Monitoren van soorten

62

6.3 Wie gaat er monitoren?

65

7. Welke goede voorbeelden zijn er al?

66

7.1 Overzicht van projecten

66

7.2 Aan de slag

77

8. Verdere ontwikkeling

78

8.1 De hoofdlijn

78

8.2 Over landschappen en condities

80

8.3 Over soorten

82

8.4 Maatregelen voor kwaliteitsverbetering van Basiskwaliteit Natuur

84

8.5 Basiskwaliteit Natuur in de praktijk

85

8.6 Het belang van het ontsluiten van kennis

87

8.7 Visie en visualisatie van Basiskwaliteit Natuur

87

8.7 Basiskwaliteit Natuur: last of lust

87

9. Referenties 10. Bijlagen

88 92

10.1 Toedeling van soorten aan landschapstypen

92

10.2 Monitoring van soortgroepen

94 6

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

1. Over dit kennisdocument 1.1 Context

Sinds het idee van Basiskwaliteit Natuur (BKN) door Vogelbescherming Nederland naar buiten is gebracht, zijn verschillende partijen op diverse manieren bezig om invulling te geven aan dit concept. Ook zijn er verschillende rapporten gepubliceerd, o.a. ‘Op weg naar Basiskwaliteit Natuur’ door Naturalis, en ‘Meetsoorten voor Basiskwaliteit Natuur’ door SoortenNL. Om de activiteiten rondom BKN te stroomlijnen en de coherentie te vergroten, wordt er een programmatische aanpak ontwikkeld door het ministerie van LNV. Daarbij wordt verbinding gezocht met de Agenda Natuurinclusief, de uitvoering van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de uitvoering van het principe dat water en bodem sturend zijn1. Daarnaast kan BKN ook bijdragen aan het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water en meer groenblauwe dooradering in het landschap, zoals wordt nagestreefd in het Aanvalsplan Landschap. Ook kan met BKN mogelijk invulling worden gegeven aan de vereisten van de Europese Natuurherstelverordening. Het doel van dit kennisdocument is om eenduidigheid te scheppen over de basisprincipes van BKN, de beschikbare kennis over BKN in kaart te brengen en de kennishiaten te identificeren. Het kennisdocument biedt dus een basis om verder te bouwen aan de ontwikkeling van BKN en dient als eerste aanzet om ermee aan de slag te gaan.

De doelgroep van dit kennisdocument is professionals die werken met BKN, zoals bijvoorbeeld ministeries, gemeenten, waterschappen, provincies, adviesbureaus, agrarische natuurverenigingen en natuurorganisaties.

1

Kamerbrief Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (25 november 2022). I E NW/BSK-2022/283041.

7

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

1.2 Afbakening

BKN richt zich (zie paragraaf 2.2) op natuur buiten natuurgebieden. In het bijzonder gaat het dan om de landschapstypen2 van het landelijk gebied en het stedelijk gebied, in totaal ruim 70% van Nederland (CBS, 2020). Dit gebied is in te delen in gecultiveerde varianten van zeven oorspronkelijke natuurlijke, terrestrische landschapstypen gedefinieerd door deskundigen van het OBN (Martens en Holt, 2020). In dit kennisdocument richten we ons op twee gecultiveerde landschapstypen: het hoevelandschap en het veenweidelandschap. Een volledige uitwerking voor alle landschapstypen zal in een vervolgstap moeten plaatsvinden. Voor het stedelijk gebied loopt een verkenning die in beeld brengt welke behoeften er zijn rond de ontwikkeling van het concept BKN. Na afronding van het kennisdocument is het zaak om te bekijken waar de inhoud van dit kennisdocument raakt aan de verkenning voor het stedelijk gebied. Vanuit beide documenten kan dan worden bepaald wat er dient te gebeuren om het concept BKN ook voor stedelijk gebied te ontwikkelen.

1.3 Projectteam

Dit kennisdocument is ontwikkeld door een consortium bestaande uit Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel, Naturalis, SoortenNL, Sovon Vogelonderzoek Nederland, Vogelbescherming Nederland en Wageningen University & Research in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Auteurs:

Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel: Floor Edixhoven en Hidde Hofhuis Vogelbescherming Nederland: Harry Meesters Naturalis Biodiversity Center: Koos Biesmeijer SoortenNL & Sovon: Ronald Zollinger, Michiel Wallis de Vries en Marcel Wortel Wageningen University & Research: Carla Grashof – Bokdam

Coördinatie:

Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel: Floor Edixhoven en Ronald Hiel

2

Met dank aan:

Henk Sierdsema en Ruud Foppen (Sovon) voor de bijdrage van hun expertise aan het kennisdocument. De deelnemers van de klankbordsessie (gemeente Amsterdam, gemeente Ede, gemeente Hardenberg, provincie Overijssel, waterschap Vallei en Veluwe, waterschap Rijnland, RIVM, LandschappenNL, NL Adviseurs) voor de input en feedback op het concept kennisdocument.

De term ‘domein’ wordt gehanteerd in het boek ‘Nederlandse vogels in hun domein’ en is enigszins als synoniem te zien voor ‘landschapstype’. In dit

document is ervoor gekozen om verder de term ‘landschapstype’ aan te houden.

8

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

2. Inleiding 2.1 Waarom Basiskwaliteit Natuur?

De biodiversiteit in Nederland staat onder druk en haar kwaliteit vermindert. Steeds meer plant- en diersoorten nemen in aantal af en verdwijnen uit gebieden (figuur 2). Dit geldt niet alleen voor Rode Lijstsoorten, maar ook voor algemene soorten. Afname van de biodiversiteit en verslechtering van de natuurkwaliteit leidt tot een vermindering van de kwaliteit en kwantiteit van ecosysteemdiensten. Deze diensten bestaan onder andere uit bodemvruchtbaarheid, plaagonderdrukking door natuurlijke vijanden, bestuiving van gewassen, zuivering van lucht en water en het tegengaan van hittestress. Soortenrijke natuur is daarmee cruciaal voor een gezonde leefomgeving. Door verlies van soorten worden ecologische netwerken kwetsbaar, wat gevolgen heeft voor het functioneren van ecosystemen. Een afname van bijen(soorten) leidt bijvoorbeeld tot een afname van bestuiving van planten. Dit heeft als gevolg dat er minder voedsel voor vogels beschikbaar is, maar ook dat de productiviteit van planten en gewassen achteruitgaat. Door de toename aan landbouwactiviteiten in Nederland zijn graslanden die eerder soortenrijk waren monoculturen met raaigras geworden. Hier leven weinig (soorten) insecten, is minder voedsel beschikbaar voor insecteneters en zijn er dus ook minder prooidieren voor roofvogels. Ook uitbreiding van het stedelijk gebied gaat vaak ten koste van de natuur.

Je kunt gerust spreken van natuurarmoede in grote delen van Nederland. De te hoge stikstofdepositie is een goed voorbeeld van een drukfactor die op veel plaatsen leidt tot natuurarmoede. Stikstofminnende planten verdringen andere soorten waardoor dieren en planten uit gebieden verdwijnen en habitats

9

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur sterk veranderen. Rapporten over de staat van de natuur in Nederland laten zien dat er op veel plekken sprake is van natuurarmoede en dat de oorzaak ligt in de slechte milieucondities (WWF, 2020).

Figuur 2: De wereldwijde negatieve trend in biodiversiteit. De afname van biodiversiteit kan worden gestopt met een geïntegreerd pakket van maatregelen gericht op enerzijds natuurbescherming en anderzijds transformatie van het voedselsysteem. Bron: Leclère, D., Obersteiner, M., Barrett, M. et al. Bending the curve of terrestrial biodiversity needs an integrated strategy. Nature 585, 551–556 (2020).

Het natuurbeleid in Nederland heeft zich lange tijd voornamelijk gericht op het beschermen, inrichten en beheren van natuurgebieden. Enerzijds via Natura 2000 en anderzijds via het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. Door versnippering, vermesting en verdroging van omliggende gebieden is het lastig om de kwaliteit van de natuur in deze gebieden op peil te houden. Buiten deze natuurgebieden is de kwaliteit van het landschap verder achteruitgegaan. Daardoor beginnen veel algemene soorten zoals konijn, mus, gewone pad en allerlei insectensoorten uit het landschap te verdwijnen. In het agrarisch gebied zijn bijvoorbeeld de populaties van karakteristieke diersoorten sinds 1990 (zoogdieren, vlinders en vogels) gehalveerd (WNF, 2023, figuur 3). De focus op het beschermen en herstellen van de zeldzame soorten in natuurgebieden is ontoereikend voor het waarborgen van een goede kwaliteit van natuur in Nederland. Zowel voor onze natuurgebieden alsook voor de kwaliteit van de leefomgeving moeten we in heel Nederland deze negatieve spiraal van natuurarmoede omkeren. Vanuit deze redenatie is het begrip Basiskwaliteit Natuur (BKN) ontwikkeld (Kwak et al. 2018, Biesmeijer et al. 2021) dat inzet op het verbeteren van de condities voor algemene soorten. Zonder algemene soorten is de natuurkwaliteit ontoereikend en is er sprake van natuurarmoede. 10

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur 2

Index waarde (1990 = 1)

1,5

1

0,5

0 1990

1995

2000

2005

LPI Fauna in agrarisch gebied

2010

2015

2021

Betrouwbaarheidsinterval

Figuur 3: Living Planet Index Fauna in agrarisch gebied De populatieomvang van kenmerkende diersoorten van agrarisch landschap is sinds 1990 gemiddeld bijna gehalveerd. De index is gebaseerd op 6 soorten zoogdieren, 27 soorten broedvogels en 14 soorten dagvlinders. Bron: Wereld Natuur Fonds. 2023. Living Planet Report Nederland. Kiezen voor natuurherstel.

2.2 Wat is Basiskwaliteit Natuur?

Basiskwaliteit Natuur gaat om de condities (abiotische condities, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt zich op het landelijk en stedelijk gebied waar natuur niet de primaire functie is. Het is hiermee een aanvulling op bestaande beleidsdoelen voor natuur, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, die zich juist richten op de bedreigde soorten en zeldzame habitats. De condities waar BKN naar streeft, kunnen gezien worden als randvoorwaarden om algemene soorten duurzaam te laten voorkomen. Als natuurkwaliteit wordt uitgezet op een schaal van slecht naar topkwaliteit, dan spreken we bij slechte kwaliteit van natuurarmoede (figuur 4). Bij natuurarmoede zijn de condities van de natuur beneden peil, bijvoorbeeld door extreme vervuiling, versnippering, vermesting, waardoor zelfs algemene soorten moeite hebben goede populaties op te bouwen. Als we spreken over natuurarmoede, dan is er vanzelfsprekend ook een natuurarmoedegrens (figuur 4). Boven deze grens zijn de condities voldoende op orde om natuurarmoede te voorkomen. Er is dan sprake van Basiskwaliteit Natuur.

We weten of dat het geval is door de condities te monitoren en daarnaast, op basis van een nulmeting aan de start van een project, na te gaan of de algemene soorten die in het gebied te verwachten zijn ook daadwerkelijk voorkomen en algemeen blijven. BKN staat dus voor een gebied met goede condities voor de biodiversiteit, zowel abiotisch (o.a. bodem, water, nutriënten), als voor wat betreft de inrichting (o.a. ruimtelijke samenhang van habitats, groenblauwe dooradering) als het beheer (o.a. mate van natuurinclusiviteit van landbouw, infrastructuur en openbare ruimte). Het onderliggende idee is dat wanneer deze drie op orde zijn de natuurarmoede zal verdwijnen, het leefgebied van algemene soorten gerealiseerd is en op den duur tenminste een deel van de soorten zelf ook daadwerkelijk voor 11

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur gaat komen. Als de condities voor BKN in een gebied bereikt zijn is de verwachting dat de natuur zichzelf kan redden en dat natuurlijke processen en ecosysteemdiensten op gang komen. Je zou kunnen zeggen dat BKN de ondergrens is van zelfredzame natuur en het begin van systeemherstel. Een landschap dat ruim boven de natuurarmoedegrens zit zal veerkrachtiger zijn en grotere verstoringen weerstaan dan natuur net boven de natuurarmoedegrens.

Figuur 4: Illustratie van BKN tussen rijke natuur en natuurarmoede met toelichting waar de focus ligt t.a.v. verbetering en monitoring.

Basiskwaliteit voor of van Natuur?

In eerdere publicaties wordt vaak onderscheid gemaakt tussen basiskwaliteit voor natuur en van natuur. Basiskwaliteit vóór natuur vertegenwoordigt dan de omgevingscondities, terwijl basiskwaliteit ván natuur gaat over het voorkomen van de algemene soorten zelf. Deze tweedeling blijkt verwarrend en stellen we daarom niet meer centraal in dit kennisdocument. Dat BKN twee onafscheidelijke aspecten kent staat buiten kijf. Met BKN sturen we op de omgevingscondities die ervoor zorgen dat algemene soorten algemeen kunnen blijven of worden. Als de condities op orde zijn, is de kans op het voorkomen van algemene soorten groot. Zowel de omgevingscondities als het voorkomen van soorten is dus onderdeel van Basiskwaliteit Natuur.

2.3 Waarvoor dient Basiskwaliteit Natuur?

Basiskwaliteit Natuur richt zich op systeemherstel op landschapsschaal. Het is geen vervanging van, maar juist een aanvulling op de inspanningen die nodig zijn om de huidige natuurdoelen, 12

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur van onder andere de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), te behalen. BKN beoogt een integrale benadering van landschapskwaliteit. Het is daarmee een schakel in de bredere ambitie om de natuur van Nederland weer op peil te krijgen. Het bestrijden van natuurarmoede, en dus het bereiken van BKN, is overal in Nederland een belangrijk (beleids)doel. Er is beweging om te streven naar meer (top)natuur in Nederland, zowel in het beleid (bijvoorbeeld de Europese Natuurherstelverordening) als ook in private initiatieven, waaronder Land van Ons, Aardpeer, ARK Rewilding en anderen. BKN biedt een handvat om juist buiten natuurgebieden aan de slag te gaan. Het geeft een beeld aan grondbeheerders in het landelijk en stedelijk gebied welke kwaliteit aan natuur hier minstens zou moeten voorkomen om natuurlijke processen en ecosysteemdiensten op gang te krijgen. Grondbeheerders kunnen maatregelen nemen om deze condities te creëren. Bijvoorbeeld door te werken aan een minimale kwaliteit van het water (volgens de Kaderrichtlijn Water), 10% groenblauwe dooradering (volgens het Aanvalsplan Landschap), exotenbeheer, etc.

Per landschapstype zal het accent iets anders gelegd worden en ook binnen een landschapstype bepaalt de lokale situatie (waaronder de mate van antropogeen landgebruik, zoals bewoning, industrie of landbouw) waar de verbeterpunten liggen en welke condities prioriteit hebben. De algemene richtlijnen voor BKN condities zullen echter grotendeels hetzelfde zijn voor alle landschapstypen (zie paragraaf 3.1.1). Het begrippenkader rondom BKN en de processen die nodig zijn om in gebieden te komen tot BKN worden snel ontwikkeld. Dit rapport hoopt daar een bijdrage aan te leveren, evenals de verschillende BKN-pilots die onder andere door SoortenNL, het ministerie van LNV en provincies opgezet zijn.

2.4 Waar werken we naartoe met Basiskwaliteit Natuur? Een beeld van Basiskwaliteit Natuur in 2030 Stel je voor, een Nederland waar de BKN op orde is. Hoe zou dat er uit zien? We schetsen een beeld van een BKN-Nederland in 2030:

Basiskwaliteit Natuur in de stad van 2030

Een inwoner van de BKN-stad wordt in het voorjaar wakker met het prachtige gezang van de merel, heeft in de zomer weinig last van hittestress terwijl de kinderen veilig kunnen zwemmen in helder water. De wandel-, fietstocht of reis met het openbaar vervoer gaat grotendeels door het groen, immers de groenblauwe dooradering is de basis voor de stedelijke infrastructuur. Iedereen kan de natuur beleven vanaf de voordeur. Je komt namelijk niet alleen overal mussen, spreeuwen, paardenbloemen en boterbloemen tegen, maar je ontdekt ook steeds vaker nieuwe soorten zoals de ijsvogel, de egel, de grote wolbij, vuursteenvlinder en de ringslang. De natuur in de stad leeft, omdat er bij alle ingrepen nagedacht wordt over de basiscondities voor de stadsnatuur. Er wordt gestuurd op gezond water en een gezonde bodem, het versterken van de regionale natuur en haar karakteristieke soorten. Mobiliteit gaat niet alleen over auto’s, maar ook over hoe soorten door de stad moeten kunnen bewegen. Bewoners omarmen de natuur en zijn ook zelf bezig met natuur en klimaat in hun tuin. Bedrijven staan op een groen bedrijventerrein en sportvelden zijn omringd door natuur. Stedelijke elementen worden van elkaar gescheiden door groene robuuste natuurverbindingen. 13

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Basiskwaliteit Natuur in het agrarisch gebied van 2030

Veel mensen maken een zondags fietstochtje door een landelijk BKN-gebied. Dit is steeds aantrekkelijker, want steeds meer gebieden hebben BKN.Terwijl vroeger individuele agrariërs actief waren voor natuur en biodiversiteit, hebben veel landelijke gebieden de handschoen opgenomen om de natuur uit de armoede te halen. Daarvoor was het wel nodig om anders om te gaan met milieu en natuur. De waterkwaliteit is sterk verbeterd, waardoor het waterleven is teruggekomen. De oevers worden ecologisch beheerd en leveren bloemen voor bestuivers en voedsel voor insecten, vogels en andere dieren. Het landelijk gebied is nog aantrekkelijker voor recreatie omdat de grote velden en akkers in het landschap worden omringd door houtwallen en knotwilgen. Maar ook omdat er steeds minder vervuiling is door mest en chemische middelen en doordat de overhoekjes en randen van percelen verrijkt zijn met natuurlijke vegetatie. Agrariërs hebben een duurzaam verdienmodel en dragen tevens bij aan een natuurlijk landschap. We hebben natuurlijk niet de oude schoolplaten van koekkoek terug, want klimaatverandering en ruimtelijke keuzes hebben nieuwe landschappen opgeleverd, maar de trends in karakteristieke weide- en akkersoorten zijn weer positief. Vlinders en libellen fladderen om je heen en je hoort overal kieviten, veldleeuweriken, groene kikkers en zoemende insecten.

14

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

3. Hoe werk je aan Basiskwaliteit Natuur? Om aan Basiskwaliteit Natuur te werken is er sectoroverstijgende samenwerking nodig. Denk aan natuurbeschermingsorganisaties, burgerinitiatieven, overheden, waterschappen, grondeigenaren (landbouwers, landgoedeigenaren) en bedrijven. Om BKN duurzaam te verankeren in gebiedsvisies, processen en uitvoering is het cruciaal dat BKN een gemeenschappelijk uitgangspunt is voor alle gebiedspartijen en stakeholders. Daarnaast is het samen definiëren van een beeld van de identiteit van de regio en de ambities voor het gebied, kennis over de drukfactoren die van invloed zijn op het gebied, inzicht in de kansen voor het gebied en een breed gedragen proces nodig om BKN te realiseren. Onderstaande stapsgewijze analyse laat zien welke kennis nodig is om BKN goed in het gebied te verankeren, zowel beleids- als procesmatig, als in de uitvoering. Het beantwoorden van deze vragen en het invullen van de stappen geeft een beheerder de nodige tools en kennis om BKN succesvol te realiseren. In de praktijk zal de werkwijze een cyclus volgen van beoordelen van BKN, uitvoering van maatregelen, evalueren, leren en beter doen (figuur 5).

Stappen om tot Basiskwaliteit Natuur te komen:

1. Beoordelen van Basiskwaliteit Natuur • Welke randvoorwaarden (condities) horen bij de Basiskwaliteit Natuur van mijn gebied? • Welke algemene soorten horen bij de Basiskwaliteit Natuur van mijn gebied? • Wat is de huidige situatie van het gebied? (Welke condities en soorten zijn er nu aanwezig? Wat zeggen deze soorten over de condities in mijn gebied?) Hoe beoordeel ik de huidige situatie van het gebied? 15

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur 2. Visie, doel en draagvlak • Hoe ziet mijn gebied er uit als de Basiskwaliteit Natuur op orde is? • Wat levert het mij op als de Basiskwaliteit Natuur in het gebied op orde is? • Wie zijn de beheerders/gebruikers van het gebied waar ik Basiskwaliteit Natuur wil realiseren? • Wat is hun visie voor het gebied en hoe sluit dit aan bij Basiskwaliteit Natuur? Is er draagvlak om aan Basiskwaliteit Natuur te werken? • Hoe kunnen we samenwerken om de Basiskwaliteit Natuur in het gebied op orde te brengen? • Hoe betrek ik de stakeholders bij het werken aan Basiskwaliteit Natuur? 3. Maatregelen voor Basiskwaliteit Natuur • Met welke maatregelen kan ik ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor Basiskwaliteit Natuur in mijn gebied worden gerealiseerd? • Wie gaat deze maatregelen uitvoeren? • Wie gaat deze maatregelen handhaven? 4. Evalueren & bijsturen • • •

Wat is het effect van de genomen maatregelen op de condities in mijn gebied? Wat is het effect van de genomen maatregelen op de aantallen & diversiteit van algemene soorten in mijn gebied? Is het gewenste effect behaald? Of moeten we onze maatregelen/doelen bijstellen?

Doel: basiskwaliteit natuur (of hoger)

evaluatie door kpi’s

Maatregelen

evaluatie door monitoring

condities

basissoorten Figuur 5: Cyclische werkwijze voor Basiskwaliteit Natuur op basis van het principe ‘lerend beheren’ en ‘doen-leren-beter doen’. Begin met het opstellen van een doel (BKN of hoger). Voer maatregelen uit die aansturen op dit doel (de condities voor BKN op orde). Als de condities in orde zijn, volgen de BKNsoorten van het gebied. Kijk of je je doel hebt bereikt door het evalueren van KPI’s voor condities, en monitoring van de soorten. Als uit de evaluatie blijkt dat maatregelen niet hebben geleid tot het gewenste resultaat (het doel) dan is het nodig om de maatregelen bij te sturen en de cyclus opnieuw te volgen.

16

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur Het sturen op Basiskwaliteit Natuur vergroot de kans op verbetering van de biodiversiteit. De proef op de som is of het herstel van condities te zien is in het voorkomen en terugkeren van (voorheen) algemene soorten. Er is vanzelfsprekend nooit de garantie dat alle (voorheen) algemene soorten ook daadwerkelijk voor zullen komen. Niet alleen door de onvoorspelbaarheid van soorten, maar ook door andere invloeden, zoals klimaatverandering. Omdat BKN juist stuurt op de condities, biedt het een goed handelingsperspectief voor grondbeheerders. Maar: als de algemene soorten niet profiteren, gaat er toch wat verkeerd bij de uitvoering van maatregelen. Werken aan BKN is dus een proces van ‘doen-leren-beter doen’. Het is daarbij cruciaal om niet alleen de condities zelf te monitoren, maar ook om te monitoren hoe de soorten op de maatregelen reageren (figuur 5). In de paragrafen hierna geven we handvatten om de vragen uit het stappenplan te beantwoorden. Niet voor iedere vraag is er op dit moment een eenduidig en concreet antwoord te geven. Er is voor BKN nog steeds veel in ontwikkeling. De huidige kennislacunes zijn opgenomen in hoofdstuk 8 en zullen in een vervolgstadium verder moeten worden uitgewerkt.

3.1 Beoordelen van Basiskwaliteit Natuur Vragen uit het stappenplan: 1. 2. 3. 4.

Welke randvoorwaarden (condities) horen bij de Basiskwaliteit Natuur van mijn gebied? Wat is de huidige situatie van het gebied? Welke condities zijn er nu aanwezig? Hoe beoordeel ik de huidige situatie van het gebied?

3.1.1 Landschapstypen

Een gebied is van Basiskwaliteit Natuur (BKN)-niveau wanneer de voor het gebied relevante condities op orde zijn. Dit zijn zowel de abiotische condities (zoals hydrologie, bodem en nutriëntenbalans), als de inrichting van het landschap (van natuurlijk tot sterk gecultiveerd en versnipperd) als het beheer van het landschap (van natuurbeheer en ecologisch gebruik tot intensieve landbouw en industrie). Welke condities dit zijn hangt af van: 1. het oorsprongkelijke landschapstype: gedefinieerd door onder andere het bodemtype, de geomorfologie en hydrologie; 2. het gebruik, inrichting en beheer van het landschap: gedefinieerd door mate van antropogene invloeden. Wat de condities zijn die horen bij BKN in een gebied hangt in eerste instantie af van het ‘natuurlijke’ landschapstype dat daar van oorspong voorkwam, gedefinieerd door het bodemtype, de geomorfologie en hydrologie. Deze condities bepalen welke vegetatie en natuur hier voor zou kunnen komen. Deskundigen van het OBN (Martens en Holt, 2020) delen Nederland op in zeven oorsponkelijke, natuurlijke, terrestrische landschapstypen, namelijk: beekdallandschap, droog zandlandschap, duin- en kustlandschap, heuvellandschap, laagveen- en zeekleilandschap, nat zandlandschap en rivierenlandschap. De niet-terrestrische landschappen zee en wad en grote zoete wateren worden niet meegenomen in het rapport.

Ter onderbouwing van BKN zou een vergelijkbaar assessment daarvoor ontwikkeld moeten worden. 17

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur Overduidelijk is dat het Nederlandse landschap grotendeels is gecultiveerd: we vinden vaak maar weinig terug van het oorspronkelijke natuurlijke landschap in het stedelijk en landelijk gebied. Menselijk handelen en aanpassen van het ‘natuurlijke’ landschap heeft grote invloed gehad op de karakteristieken van een gebied. Vandaar dat het OBN ook het cultuurlandschap onderscheidt, met als aanvulling het stadslandschap3. Het huidige landschap is een combinatie van het oorsponkelijke natuurlijke landschapstype en de menselijke hand in de inrichting en het beheer. Zo varieert het heuvellandschap lokaal van vrij natuurlijke bronbossen en beheerde kalkgraslanden waar natuur de primaire functie is, tot intensieve akkerbouw en veeteelt en stedelijke bebouwing en industrie. Op elk van deze locaties is de signatuur van het oorspronkelijke heuvelland (meestal slechts ten dele) te herkennen, maar vaak overgoten met de afdruk van de menselijke invloed. Daarbij geldt ook dat sommige soorten zich juist hebben aangepast aan cultuurlandschappen, en hier als algemeen kunnen worden beschouwd (denk aan de huismus en de boerenzwaluw).

Verschillende landschapsindelingen

Er zijn verschillende indelingen in omloop. Zo onderscheiden Kwak en Louwe Kooijmans (2021) in totaal 71 domeinen voor vogels. Dit is een combinatie van de fysisch-geografische kaart van Nederland (de oorsponkelijke toestand, vergelijkbaar met de OBN landschapstypen)gecombineerd met het landgebruik in 1850 (als basis van ons cultuurlandschap) en daarbovenop het huidige landgebruik. De ideale indeling zal per soortgroep sterk verschillen en deze indeling houdt rekening met het verleden, maar niet met de toekomstige uitdagingen en kansen. Daarom gaan we in dit document uit van de basis (de zeven landschapstypen) met aanpassingen voor de mate van gebruik en cultivering.

Voor BKN maken we gebruik van deze zeven terrestrische landschapstypen en combineren we deze met het cultuurlandschap en het stedelijk gebied waar natuur niet de hoofdfunctie heeft. Dit maakt het mogelijk om zowel de regionale basiscondities mee te nemen (het natuurlijke landschapstype) en tegelijkertijd rekening te houden met het lokale gebruik en de inrichting van het landschap ten behoeve van landbouw, infrastructuur of bewoning. Lokaal werken aan BKN betekent dan ook rekening houden met verschillende niveaus: de potentiële natuur gezien het landschapstype, de mogelijkheden gezien de huidige staat van het landschap en het gebruik, en tenslotte ook de lokale omstandigheden (de kansen en behoeften voor de toekomst). In hoofdstuk 4 en 5 wordt BKN uitgewerkt voor twee landschapstypen: • Het veenweidelandschap, dat deel uitmaakt van het OBN laagveen- en zeekleilandschap en waar (semi)natuurlijke elementen voorkomen in een sterk gecultiveerd landschap (melkveehouderij en bebouwing). • Het hoevelandschap, dat in Kwak en Louwe Kooijmans (2021) zelfs in drie domeinen opgedeeld wordt. Het hoevelandschap maakt deel uit van het OBN-landschapstype droge zandlandschap, maar wordt gekenmerkt door verspreide bebouwing en (intensieve) akkerbouw. In beide gevallen zullen de doelen voor BKN lokaal aangepast moeten worden, gezien de grote regionale verschillen.

De hoofdlijnen, de condities waar BKN naar streeft, zullen echter niet verschillen. 3

Expertisegroep Fauna van het OBN heeft zich in het Ecologisch Assessment gericht op het ‘leefgebied’ stad. Het stedelijke gebied is niet door de andere

deskundigenteams meegenomen, en deze uitwerking vormt dan ook een aanvulling.

18

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

3.1.2 Condities

De condities horend bij Basiskwaliteit Natuur gaan over drie aspecten: 1. Milieu en andere abiotische aspecten van het landschap. Onder andere het hydrologisch systeem, de nutriëntenbalans en de geomorfologie. De milieuomstandigheden zijn vaak onvoldoende door druk van externe factoren. In natuurbeheer en -herstel wordt hierbij vaak gesproken over de Ver’s (vermesting, verdroging, versnippering, vervuiling, etc.). 2. De inrichting van het landschap. Onder andere de landschapselementen en hun ruimtelijke samenhang. In natuurbeheer en -herstel wordt ook vaak gesproken over de behoeften van soorten: de zes V’s (voedsel, vocht, veiligheid, verbinding, voortplanting en variatie). 3. Het beheer en gebruiksaspecten van het landschap. Onder ander de intensiviteit van de landbouw, de bevolkingsdruk en haar ruimtebeslag. Het OBN-rapport (Martens en Holt, 2020) werkt per landschapstype in detail uit wat de belangrijkste drukfactoren zijn die leiden tot natuurarmoede en geeft inzicht in het relatieve belang van zes aangrijpingspunten voor het herstel van die landschapstypen (figuur 6). Dat zijn zowel aangrijpingspunten voor landschapscondities (knop 1-4 in figuur 6) als voor de biotische condities (knop 5-6 in figuur 6). De Ver’s zijn de drukfactoren die direct de landschapscondities beïnvloeden, terwijl de V’s worden meegenomen in de biotische condities van het landschap.

Kortom: het schetst belangrijke aangrijpingspunten voor het realiseren van Basiskwaliteit Natuur.

Figuur 6: Aangrijpingspunten voor ecologisch herstel. Bron: Martens, S. en H. ten Holt, 2020. Ecologisch assessment van de landschappen van Nederland. Analyse door het Kennisnetwerk OBN.

19

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur De zes aangrijpingspunten sturen op de condities horend bij BKN (abiotiek, inrichting en beheer). Zo gaat het verminderen van de input van nutriënten onder andere over de abiotische condities in het gebied, het vergroten van areaal en connectiviteit over de inrichting van het gebied, en de aanpak van exoten over het beheer van het gebied. De aangrijpingspunten zijn dus ‘knoppen’ waaraan grondbeheerders kunnen draaien om de condities te verbeteren en toe te werken naar een Basiskwaliteit Natuur in hun gebied. In een gebied waarin de zes aangrijpingspunten in orde zijn, zijn de drukfactoren (de Ver’s) minimaal en voldoet het gebied aan de V’s voor een groot deel van de algemene soorten. Met als resultaat een robuust, gezonder en kwalitatief rijker landschap waarin algemene soorten algemeen blijven. In de verschillende landschapstypen zal de relevantie van de aangrijpingspunten deels anders liggen, maar bij het werken aan BKN zijn deze zes aangrijpingspunten een logisch startpunt. Het rapport van OBN is dus een belangrijk naslagwerk voor BKN-gebruikers. In hoofdstuk 4 en 5 werken we de randvoorwaarden voor Basiskwaliteit Natuur in het veenweide- en hoevelandschap verder uit.

Ontwikkeling van indicatoren voor Basiskwaliteit Natuur

Bij Wageningen Environmental Research en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt momenteel gewerkt aan indicatoren voor Basiskwaliteit Natuur (figuur 7) die informatie geven over: • Toestand en trends van Basiskwaliteit Natuur soorten. • Oorzaken: welke eisen stellen soorten aan condities en in hoeverre voldoet de huidige situatie daaraan. • Maatregelen: welke zijn het meest effectief om die condities herstellen (modelvoorspellingen).

Index (trend 1990 x 100) 120

100

80

60

40

Index (trend 1990 x 100) 150

20

125

100

0 1990

1995

2000

2005

2010

2015

2020

2025

75

50

25

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

0 1990

1995

2000

2005

2010

2015

2020

2025

Figuur 7: Ontwikkeling van indicatoren voor Basiskwaliteit Natuur over de toestand en trends van algemene soorten, randvoorwaarden voor het voorkomen van deze soorten en effectieve maatregelen voor het herstel van condities.

20

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

3.1.3 Sturen op condities

De aangrijpingspunten worden gebruikt om te sturen op de condities die horen bij BKN. Sturen op condities wordt veel gebruikt in KPI-systematieken. Een KPI, of Kritische Prestatie Indicator, is een indicator die gebruikt wordt om de prestatie van een grondgebruiker of -beheerder ten opzichte van specifieke doelen te meten. Dit gaat dus om de inzet van een organisatie om condities te creëren waar algemene soorten bij kunnen voorkomen, en niet over het aantal soorten dat er uiteindelijk komt. KPI’s maken dus inzichtelijk wat de inspanning is van een organisatie voor BKN, en zijn in feite ook een overzicht van de knoppen waaraan een grondgebruiker of -beheerder kan draaien om te werken aan BKN. Daarnaast blijft het natuurlijk belangrijk om ook de effecten van deze inspanningen en genomen maatregelen te meten aan de hand van soortenmonitoring (zie paragraaf 5.2). Er bestaan KPI-systematieken die sturen op biodiversiteitsherstel, zoals de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw4, Melkveehouderij5 en Kringlooplandbouw6 voor agrariërs, het raamwerk Biodiversiteit van de Waterschappen7 en de KPI’s voor de openbare ruimte van Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel8. Voor BKN zijn er nog geen specifieke KPI’s ontwikkeld. We raden sterk aan om deze in een vervolgstadium te ontwikkelen.

De aangrijpingspunten van het OBN kunnen hier als basis voor dienen, evenals condities en waardes die zijn geformuleerd als onderdeel van andere dossiers. In de Kaderrichtlijn Water staan bijvoorbeeld afspraken over waterkwaliteit. Ook staan er afspraken over nutriënten en chemische vervuiling in het water. Het Aanvalsplan Landschap geeft 10% groenblauwe dooradering als randvoorwaarde voor connectiviteit (Dekker et al., 2022). Dit is ook opgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Voor landschapstypen waar KPI’s en drempelwaarden voor BKN ontbreken kunnen grondgebruikers of- beheerders aan de slag met: 1. Drempelwaardes die al vastliggen in wet- en regelgeving. 2. Drempelwaardes waarvan het waarschijnlijk is dat ze in de nabije toekomst gaan gelden (bijvoorbeeld uit EU-regelgeving). 3. Drempelwaardes van de provinciale, gemeentelijke of lokale doelen voor natuur en milieu. 4. Vast te stellen drempelwaardes in samenwerking met de stakeholders in een gebied. In tabel 1 geven we voor elk van de aangrijpingspunten van het OBN (biotische kwaliteit en aanpak exoten zijn samengevoegd) voorbeelden van generieke condities van Basiskwaliteit Natuur. De tabel dient als voorbeeld en zal in verdere trajecten verder uitgewerkt moeten worden. Dit kan op nationale schaal of per landschap (zie hoofdstuk 4 en 5).

4

https://www.bo-akkerbouw.nl/kennis-en-innovatie/pps-biodiversiteitsmonitor-akkerbouw

5

https://www.biodiversiteitsmonitor.nl/

6

https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/kennisonline-onderzoeksprojecten-lnv/soorten-onderzoek/kennisonline/kpis-kringlooplandbouw.htm

7

https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/updates/2022/10-oktober/rapport-raamwerk-biodiversiteit.pdf

8

https://www.samenvoorbiodiversiteit.nl/updates/2023/03-maart/factsheet-kpis-openbare-ruimte.pdf

21

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur Tabel 1: Voorbeeld van de condities die in de meeste landschappen gelden en maatregelen die genomen moeten worden om BKN te ontwikkelen of herstellen. Informatie over de maatregelen komt uit Martens & ten Holt 2020, de formulering van de bijbehorende condities is werk van de auteurs.

Aangrijpingspunt OBN 1. Optimalisatie van hydrologische systemen

Condities (basis voor KPI’s) Gebiedseigen water Goede waterkwaliteit Voldoende waterkwantiteit

2. Vergroten areaal en connectiviteit

Groter natuurareaal Natuurinclusief landschap Groenblauwe dooradering

3. Vergroten dynamiek en diversiteit

Dynamische natuur Diversiteit in het landschap

4. Vermindering input nutriënten en chemische

Goede nutriëntenbalans

stoffen en herstel van schade

Goede waterkwaliteit

5. Herstel biotische kwaliteit en aanpak exoten

Goede balans in het voedselweb Geschikt leefgebied Gezonde populaties en soortenrijkdom

Basiskwaliteit waternatuur

In november 2023 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het rapport ‘Basiskwaliteit waternatuur. Verkenning mogelijkheden van een ecologische indicator voor wateren buiten natuurgebieden’ gepubliceerd (Van Puijenbroek, 2023). Dit is een voorbeeld van de kennisontwikkeling op het gebied van Basiskwaliteit Natuur en illustreert de zoektocht naar mogelijke indicatoren om basiskwaliteit te ‘vangen’, in dit geval voor waternatuur. Uit de samenvatting van dit rapport: “Voor het weergeven en het evalueren van het gevoerde beleid zijn indicatoren nodig op nationale schaal voor de toestand van de biodiversiteit. Recent heeft de politiek aandacht gevraagd voor basiskwaliteit van natuur buiten de natuurgebieden. Stakeholders zijn volop bezig om indicatoren hiervoor te ontwikkelen. Aangezien het watersysteem een essentieel onderdeel van de nationale biodiversiteit zijn ook indicatoren voor de aquatische biodiversiteit nodig. Het PBL presenteert indicatoren voor basiskwaliteit waternatuur die gebaseerd zijn op de KRW maatlatten voor de biologische kwaliteit. Deze indicatoren verschillen van de KRW doordat niet getoetst wordt op het vastgestelde beleidsdoel. De huidige indicatoren zijn gebaseerd op alle beschikbare monitoringsdata van waterschappen en berekend met de laatste versie van de KRW maatlatten voor macrofauna en waterplanten.

Met de indicatoren is in beeld te brengen hoe het gaat met algemene soorten in het water. Vervolgstap is om de condities die een lage basiskwaliteit veroorzaken te identificeren.” 22

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

3.2 Visie, doel en draagvlak Vragen uit het stappenplan:

1. Hoe ziet mijn gebied er uit als de Basiskwaliteit Natuur op orde is? 2. Wat levert het mij op als de Basiskwaliteit Natuur in het gebied op orde is? 3. Wie zijn de beheerders/gebruikers van het gebied waar ik Basiskwaliteit Natuur wil realiseren? 4. Wat is hun visie voor het gebied en hoe sluit dit aan bij Basiskwaliteit Natuur? Is er draagvlak om aan Basiskwaliteit Natuur te werken? 5. Hoe kunnen we samenwerken om de Basiskwaliteit Natuur in het gebied op orde te brengen? 6. Hoe betrek ik de stakeholders bij het werken aan Basiskwaliteit Natuur?

3.2.1 Realiseren van draagvlak

Basiskwaliteit Natuur (BKN) biedt een handvat voor grondgebruikers/-beheerders om in het landelijk en stedelijk gebied aan de slag te gaan. Dit maakt het echter ook lastig, omdat deze gebieden vaak meerdere functies en gebruikers hebben. Meerdere functies en gebruikers betekent vaak ook meerdere belangen en visies. Om stappen te kunnen zetten voor BKN is het daarom nodig om draagvlak te creëren bij de belangrijke actoren in het gebied. Dit betekent samenwerking tussen onder andere gemeenten, waterschappen, boeren en particulieren. Voor veel van deze partijen zal BKN echter een nieuw concept zijn. Daarbij kan het helpen om BKN op drie manieren te benaderen: 1. Basiskwaliteit Natuur draagt bij aan ecosysteemdiensten en een gezonde leefomgeving BKN levert niet alleen een gezonde leefomgeving voor algemene soorten, maar ook voor ons als mens. Wanneer de basiskwaliteit van een gebied op orde is, kan een gebied namelijk ecosysteemdiensten leveren (figuur 9). Hierbij kan gedacht worden aan waterberging en -buffering, drinkwatervoorziening, recreatie, koolstofvastlegging en waterveiligheid. Daarnaast kan het lokale diensten leveren aan bewoners en gebruikers van een gebied. Denk aan gewasbestuiving, natuurlijke plaagbestrijding, tegengaan van hittestress, maar ook cultuurhistorische aspecten van het landschap.

Een goede reden om niet alleen aan direct natuurherstel, maar ook aan de maatschappelijke diensten te denken, is dat dit nieuwe partijen en nieuwe financiële middelen bij natuurherstel betrekt. In de Agenda Natuurinclusief schetst een brede coalitie van maatschappelijke partijen (overheden, private en publieke organisaties) hoe een natuurinclusieve samenleving bereikt kan worden. Domeinen als de bouw en infra, de financiële sector, energie, landbouw en de vrijetijdseconomie gaan een deel van de toegewezen budgetten besteden aan natuurherstel, onder andere op basis van BKN (Natuur Inclusief Nationaal Overleg, 2023). In veel gebieden zal de toekomst van de leefomgeving voor de mens centraal staan en zal bijvoorbeeld de noodzaak voor klimaatadaptatie het gebiedsproces aanslingeren. Het is daarbij van groot belang dat de randvoorwaarden voor natuur, in de vorm van BKN, meegenomen worden vanaf het begin. Hierdoor zullen de voorgestelde oplossingen niet alleen ‘nature-based’ zijn, maar ook natuurinclusief en voldoen aan BKN. 23

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Figuur 8: Voorbeelden van ecosysteemdiensten in Nederland. Ecosysteemdiensten zijn grotendeels afhankelijk van een robuuste natuur. Bron: PBL, WUR, CICES (2014).

2. Basiskwaliteit Natuur als verbinder van verschillende opgaven Werken aan BKN vereist een integrale aanpak die aan verschillende andere (inter)nationale opgaven en doelen linkt (figuur 9). Denk bijvoorbeeld aan de aan de Kaderrichtlijn Water, de Vogelen Habitatrichtlijn en de klimaatdoelen van Montreal9. Klimaatadaptatie vraagt om ruimtelijke maatregelen zoals klimaatbuffers en waterberging, waarbij BKN richting kan geven voor de natuurontwikkeling. Het leggen van verbindingen tussen deze opgaven en het natuurdomein is essentieel om BKN te kunnen realiseren. Het koppelen van andere opgaven aan BKN kan helpen om draagvlak te creëren voor BKN. Het is daarbij wel belangrijk dat het herstel van biodiversiteit en realiseren van BKN een primair doel blijft (Wing, 2022). 3. Algemene soorten zijn aansprekend Met Basiskwaliteit Natuur wordt gestuurd op condities die algemene soorten nodig hebben om algemeen te kunnen zijn. Een aantal van de basissoorten is voor veel mensen nog herkenbaar en aansprekend, denk aan de egel en de boerenzwaluw. Dit geeft een goed haakje voor communicatie richting bijvoorbeeld inwoners en agrariërs. Een aantal gemeenten (o.a. de gemeente Amersfoort) maakt daarom gebruik van zogenaamde gidssoorten of ambassadeursoorten.

Dit is een selectie van basissoorten die nog herkend worden door een breder publiek en daarom vaak meer draagvlak genereren dan een zeldzaam, minder bekende soort. Maatregelen sturen op de condities die ervoor zorgen dat deze soorten voorkomen, maar hebben effect op een bredere groep aan indicatorsoorten dan specifiek de soorten die in het zonnetje worden gezet. 9

Convention on Biological Diversity (2021) Post-2020 global biodiversity framework.

https://www.cbd.int/doc/c/abb5/591f/2e46096d3f0330b08ce87a45/wg2020-03-03-en.pdf

24

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

Bodemkwaliteit doelen Klimaat doelen

Basisconditie natuur

Stikstofdepositie doelen

Waterkwaliteit en kwantiteit doelen

Luchtkwaliteit doelen Landschap doelen

Figuur 9: Het koppelen van Basiskwaliteit Natuur aan andere opgaven kan helpen voor het creëren van draagvlak. Herstel van biodiversiteit en BKN blijven het leidende principe. Bron: Deltaplan Biodiversiteitsherstel (2021). Sturen op prestaties om biodiversiteit te verbeteren.

3.2.2 Visie en participatie

Naast het creëren van draagvlak is het belangrijk om een visie te schetsen: als we BKN in ons gebied realiseren, wat brengt het ons dan? Hoe ziet het er uit? BKN kan dus dienen als streefbeeld voor een gebied. De boodschap is dus niet ‘terug naar vroeger toen algemene soorten nog algemeen waren’ maar: hoe willen we dat onze toekomstige leefomgeving er uit gaat zien? Als we werken aan een gezonde leefomgeving voor algemene soorten, werken we ook aan een gezonde leefomgeving voor onszelf. Bij het opstellen van deze visie is het belangrijk om de verschillende belangen en visies van de verschillende typen grondgebruikers mee te nemen. Welk beeld hebben de andere gebiedspartners bij het gebied, wat gebeurt er al en hoe sluit dit aan bij BKN? Het kan zomaar zijn dat er al initiatieven lopen die raken aan BKN, bijvoorbeeld de aanleg van een kruidenrijke akkerrand door een boer, of het vergroenen van een schoolplein. Door deze initiatieven te verbinden aan het grotere beeld van BKN in een gebied, draagt het enerzijds bij aan het creëren van draagvlak, en anderzijds aan het gevoel van eigenaarschap. Middels het gezamenlijk doorlopen van een gebiedsproces ontstaat een goed onderbouwd, breed gedragen inzicht in de eigen omgeving.

BKN wordt dan niet vanuit één partij opgelegd, maar is juist het resultaat van een samenwerking tussen verschillende stakeholders waaraan iedereen zijn steentje kan bijdragen. Het is belangrijk om deze stakeholders en gebiedspartners een rol te laten spelen bij het realiseren van Basiskwaliteit Natuur. Participatie is dus een sleutelfactor bij het werken aan BKN.

25

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur

3.3 Maatregelen voor Basiskwaliteit Natuur Vragen uit het stappenplan:

1. Met welke maatregelen kan ik ervoor zorgen dat de randvoorwaarden voor Basiskwaliteit Natuur in mijn gebied worden gerealiseerd? 2. Wie gaat deze maatregelen uitvoeren? 3. Wie gaat deze maatregelen handhaven?

Er is nog geen gestandaardiseerde lijst van maatregelen voorhanden die specifiek is gericht op Basiskwaliteit Natuur (BKN). Aan het opstellen van zo’n maatregelenlijst wordt gewerkt in de ontwikkeling van de Biodiversiteitsplanner (door RIVM e.a.) (zie het tekstkader hieronder). Het is belangrijk dat de ontwikkeling van de Biodiversiteitsplanner goed wordt afgestemd met de verdere methodische ontwikkeling van BKN. In deze paragraaf doen we een voorzet voor maatregelen op basis van Kritische Prestatie Indicatoren die sturen op de BKN-condities.

Ontwikkeling van de Biodiversiteitsplanner

Een van de werkpakketten binnen de Biodiversiteitsplanner richt zich op maatregelen. Citaat uit het plan van aanpak van de Biodiversiteitsplanner, werkpakket 7, stap 1 (Overzicht relevante maatregelen): “Binnen dit werkpakket wordt een overzicht gemaakt van relevante maatregelen om de biodiversiteit op lokale, regionale en nationale schaal te herstellen. Zoals aangegeven in het ecologisch assessment van het OBN gaat het dan om: optimalisatie hydrologisch systeem, vergroten areaal en connectiviteit, vergroten dynamiek en diversiteit, verminderen input van nutriënten en toxische stoffen, herstel van biologische kwaliteit (= biodiversiteit) en de aanpak van exoten. Dit concept is toepasbaar in het landelijk gebied maar ook in het stedelijk gebied, denk aan natuur-inclusief bouwen. Voor de set met relevante maatregelen zal een (expert) inschatting van effectiviteit (+/-), uitvoerbaarheid op lokale/regionale schaal (+/-) en kosten gemaakt worden (indicatief) vergelijkbaar met de lijst met maatregelen die voor Infranatuur is opgesteld.”

3.3.1 Van KPI’s naar maatregelen voor Basiskwaliteit Natuur

De maatregelen die nodig zijn om BKN te realiseren hangen af van de condities (abiotiek, inrichting en beheer) in het gebied. Als de connectiviteit in het landschap onvoldoende is, kan het verbeteren van de groenblauwe dooradering een oplossing zijn. Maatregelen die dit kunnen bewerkstelligen zijn bijvoorbeeld biodiverse sloten, heggen, bomenrijen of ecologisch beheerde bermen. De keuze van de maatregel hangt af van het landschapstype en de gebruiksaspecten van het gebied. In tabel 2 doen we een voorzet voor maatregelen op basis van de generieke condities (basis voor KPI’s) en de aangrijpingspunten van het OBN (Martens en Holt, 2020). Deze maatregelen en knoppen moeten in een vervolgstadium verder uitgewerkt en getoetst worden. 26

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur Tabel 2: Voorbeeld van de condities die in de meeste landschappen gelden en de knoppen waaraan gedraaid kan worden om BKN te ontwikkelen of herstellen. Informatie overde knoppen komt uit Martens & ten Holt 2020, de formulering van de bijbehorende condities is door ons gemaakt.

Condities (basis voor KPI's)

Knoppen (hoe aan te werken) 1. OPTIMALISATIE VAN HYDROLOGISCHE SYSTEMEN

Gebiedseigen water

Herstel kwelstromen Tegengaan verzoeting/verzilting

Goede waterkwaliteit

Verbeter kwaliteit grond- en oppervlaktewater

Voldoende waterkwaliteit

Vernatting Stuw- en peilbeheer Voorkomen piekafvoeren Verminder grondwaterontwikkeling 2. VERGROTEN AREAAL EN CONNECTIVITEIT

Groter natuurareaal

Meer ruimte voor natuur Meer overgangen Meer gradiënten

Natuurinclusief landschap

Overal natuurinclusief gebruik

Groenblauwe dooradering

Connectiviteit vergroten Meer landschapselementen 3. VERGROTEN DYNAMIEK EN DIVERSITEIT

Dynamische natuur

Natuurlijke dynamiek in grondwatersystemen Faciliteer natuurlijke processen Verschillende successiestadia Herstel gradiënten en overgangen

Diversiteit in het landschap

Meer variatie in leefgebieden Meer kleinschalige diversiteit

4. VERMINDERING INPUT NUTRIËNTEN EN CHEMISCHE STOFFEN, EN HERSTEL VAN SCHADE Goede nutriëntenbalans

Aanpassen landbouwpraktijk Natuurinclusieve inrichting Aanpassen openbaar groenbeheer Verschralingsbeheer

Goede waterkwaliteit

Verbeteren waterkwaliteit Beperken slibafzetting

27

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur Tabel 2: Vervolg

Condities (basis voor KPI's)

Knoppen (hoe aan te werken)

5. HERSTEL VAN BIOTISCHE KWALITEIT & AANPAK EXOTEN Goede balans in het voedselweb

Naar natuurlijke begrazing Verminder pesticiden gebruik Bestrijding aanwezige exoten Beoordeel risico's van exoten

Geschikt leefgebied

Natuurinclusief beheer/inrichting Alle leefgebiedbehoeften aanwezig Robuustere ecosystemen

Gezonde populaties

Aanpak genetische verarming Soortgerichte maatregelen

3.3.2 Uitvoeren van maatregelen

De bereidheid tot het uitvoeren van maatregelen is grotendeels afhankelijk van de mate van draagvlak (zie paragraaf 3.2). Voor het genereren van draagvlak voor het toepassen van maatregelen kan aan de volgende middelen worden gedacht: 1. Participatie Participatie is een sleutelfactor in het werken naar een Basiskwaliteit Natuur (BKN) in het gebied. Dit geldt zowel voor het creëren van draagvlak, als bij het uitvoeren van de maatregelen. Door het gezamenlijk doorlopen van een gebiedsproces ontstaat een goed onderbouwd, breed gedragen inzicht in de eigen omgeving. Ook wordt in zekere mate overeenstemming bereikt over de gewenste kwaliteit en hoe deze te bereiken is. Zo’n proces kost tijd, maar dat betaalt zich terug bij een efficiënte uitvoering. Er is immers helderheid ontstaan over de juiste maatregelen, waarbij de schaal van de oplossingen wordt afgestemd op de schaal van de problemen. De gemeente is een logische partij om het proces te trekken, maar het is ook mogelijk dat een andere partij opstaat. Bijvoorbeeld een waterschap, een groep groene vrijwilligers of een agrarische natuurvereniging. Participatie zorgt voor eigenaarschap. Het is daarom niet alleen belangrijk voor het werken naar een BKN, maar ook voor de continue waarborging van de natuurkwaliteit in het gebied. 2.

Financiële vergoeding van of tegemoetkoming in de kosten De mogelijkheid om maatregelen uit te voeren zonder inkomsten te verliezen, is uiteraard van groot belang voor het draagvlak. Voor veel maatregelen geldt dat zij onder andere opgenomen zijn in beheermaatregelen in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), wat betekent dat er in begrensd gebied beheervergoedingen verstrekt kunnen worden voor het uitvoeren van de maatregelen. Daarnaast kunnen aanlegkosten in sommige gevallen vergoed worden uit bijvoorbeeld provinciale subsidiestromen gericht op landschapsversterking of soortenbeleid.

28

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur 3. Aanbieden van de juiste kennis Naast financiële vergoeding is het ook belangrijk om de juiste kennis aan grondbeheerders te bieden. Ecologisch beheer vereist niet alleen een andere werkwijze dan regulier beheer, maar ook een andere denkwijze en andere kennis. Informatievoorzieningen en voorbeelden zijn daarom van groot belang. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor de verschillende agrarische collectieven en natuur- en milieuorganisaties (denk aan IVN), een rol die nu ook al veelvuldig door hen wordt opgepakt. Het is dus belangrijk om deze organisaties te betrekken bij het nemen van maatregelen voor BKN. 4. Delen van ervaringen Het delen van ervaringen op lokaal, regionaal en nationaal niveau is cruciaal voor het ‘doen, leren, beter doen’-principe. Ervaringen kunnen worden gedeeld in nieuwsbrieven, bijeenkomsten en tijdschriften. Bij het uitvoeren van maatregelen is daarnaast ook een rol weggelegd voor vrijwilligers. Door omwonenden in het gebied de visie en maatregelen voor BKN te laten zien, kunnen zij gemotiveerd worden om deel te nemen aan landschapsonderhoud of het monitoren van de biodiversiteit. Ook dit kan weer resulteren in extra draagvlak.

3.4 Relatie tussen condities en soorten Vragen uit het stappenplan:

1. Welke algemene soorten horen bij de Basiskwaliteit Natuur van mijn gebied? 2. Wat zeggen deze soorten over de condities van mijn gebied?

De proef op de som van Basiskwaliteit Natuur (BKN) is of de algemene soorten profiteren van de genomen maatregelen om de condities te verbeteren. Daarvoor moet duidelijk zijn wat die algemene soorten zijn en wat deze zeggen over de condities van een landschap. Experts van SoortenNL en Sovon hebben lijsten van indicatorsoorten voor verschillende landschapstypen opgesteld. Indicatorsoorten zijn soorten die illustratief zijn voor de kwaliteit van een specifiek type landschap. De aan- of afwezigheid, de trend in verspreiding en de talrijkheid van deze soorten is de uiteindelijke controle of de (verbeterde) kwaliteit van het landschap zich ook vertaalt naar een systeem waar algemene soorten algemeen blijven.

Indicatorsoorten

Indicatorsoorten zijn soorten die in een gezond gebied (algemeen) voorkomen. Elke type landschap heeft haar eigen selectie indicatorsoorten. De aanwezigheid van deze soorten is een indicatie dat de condities (abiotiek, inrichting en beheer) op orde zijn. Indicatorsoorten zijn vergelijkbaar met de selectie vogels per landschapstypen door Kwak en Kooijmans (2021) en de kenmerkende soorten die gebruikt worden in de KRW bij macrofauna maatlatten (STOWA, 2018).

Om de relatie tussen de condities (abiotiek, inrichting en beheer) en het voorkomen van algemene soorten te duiden, worden de algemene soorten gekoppeld aan de biotopen 29

Kennisdocument Basiskwaliteit natuur (specifieke leefomgeving) waar zijn voorkomen en de drukfactoren (de Ver’s: vermesting, verdroging, verzuring, etc.) waarvoor zij gevoelig zijn. Om de hanteerbaarheid te verbeteren, is ervoor gekozen om voor soortgroepen met veel verschillende soorten slechts een beperkt aantal soorten op te nemen, waardoor het haalbaar blijft om deze soortgroepen gericht te inventariseren. Daarbij is gekozen voor soorten die goed te herkennen en te inventariseren zijn. Voor het landelijk gebied zijn 645 indicatorsoorten geselecteerd. Download hier de lijst in Excel. Wanneer het landschap in een goede conditie is verwacht men deze soorten aan te treffen. Ze zijn geselecteerd op de volgende eigenschappen: 1. Ze zijn inheems. 2. Er is voldoende informatie over hun landelijk voorkomen en status van bedreiging: alleen soortgroepen waarvoor een Rode Lijst is opgesteld zijn meegenomen (voor nachtvlinders is deze nog voorlopig en is een officiële Rode Lijst in voorbereiding). 3. Ze zijn wijd verspreid in een landschap waar de condities op orde zijn. 4. Ze zijn kenmerkend voor bepaalde biotopen of milieucondities, dus het zijn geen generalisten die overal voorkomen en daarom weinig indicatief zijn voor een bepaalde omgeving. 5. Bij elkaar dekken de soorten een breed scala aan condities die kenmerkend zijn voor het betreffende landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=5c0f33ef-c4cb-489a-a356-d230077d3b75