CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernotitie Herijking minimabeleid 2020

Politieke avond Westerveld 2 maart 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel Herijking Minimabeleid4.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernotitie: Herijking minimabeleid 2020

1

Inhoudsopgave

Inleiding 1.1

Aanleiding

3

1.2

Aanpak

4

2.

Kaders

5

2.1

Doel minimabeleid

4

2.3

Op eigen benen staan

5

2.4

Integrale aanpak, de aanval op uitval

6

2.5

Preventie en vroegsignalering

7

2.6

Samenwerken en het vergroten van gemeenschapszin

8

3.

Omvang

9

4.

Overzicht regelingen en voorzieningen

10

4.1

Meedoen

10

4.2

Gezondheid

11

4.3

Inkomensondersteunende regelingen

11

5.

Armoedeval

12

6.

Effectueren van beleid

12

2

Inleiding Inwoners van de gemeente Westerveld met een laag inkomen kunnen een beroep doen op verschillende regelingen om hun lasten te verlichten, de zorg te krijgen die zij nodig hebben en hun sociaal- en maatschappelijk participeren te versterken. De verschillende regelingen zijn in de loop der jaren uitgegroeid tot een minimabeleid. Als gemeente gebruiken we beleid als sturingsinstrument, om onze wettelijke taken uit te voeren en maatschappelijke doelen te bereiken. Het beleid bestaat uit inhoudelijke kaders en, daarop gebaseerd, de inzet van financiële middelen, gebaseerd op beleidsregels. Bij de herijking van het minimabeleid zijn zowel de inhoudelijke kaders als de beleidsregels en de financiële middelen tegen het licht gehouden. Het resultaat van de herijking bestaat uit deze kadernotitie, het document ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’ en de aangepaste verordeningen ‘individuele inkomenstoeslag’ en de ’individuele studietoeslag’ (zie bijlagen). Met dit resultaat denken we te voldoen aan onze wettelijke taken en de inwoners die het betreft voldoende te ondersteunen. We stellen onszelf op dit moment wel bij elke afweging die wij maken de vraag: hoe houdbaar is het beleid dat wij vaststellen? Het afgelopen jaar heeft voor een groot deel in het teken van corona gestaan.

Kwetsbare groepen zijn hard geraakt door de effecten van het coronavirus en het risico bestaat dat nieuwe kwetsbare groepen ontstaan. Zo zullen bijvoorbeeld veel mensen hun baan verliezen, zal er een toename ontstaan van de schuldenproblematiek en hebben kinderen onderwijsachterstanden opgelopen. Door de coronacrisis is de wereld waarin wij leven in veel opzichten onzeker geworden. Niemand kan overzien hoeveel mensen binnenkort aangewezen zullen zijn op de minimaregelingen van de gemeente. 1.1

Aanleiding

Ten aanzien van armoedepreventie en minimabeleid is in het collegeprogramma (Grensverleggend Besturen 2.0) vastgelegd dat het minimabeleid is verruimd voor mensen tot 120% van het bijstandsniveau. Bij nadere bestudering van de verschillende regelingen werd duidelijk dat: - voor de verschillende regelingen verschillende toegangsnormen gelden - de kaders van het beleid ontbreken - er knelpunten bestaan in de uitvoering van de regelingen Onder herijken verstaan we het kritisch onder de loep nemen van de bestaande regelingen en deze; te harmoniseren, te vereenvoudigen en te actualiseren. Tevens hebben we de financiële consequenties in kaart gebracht, die als gevolg van de wijzigingen en verruiming van de toegang tot de regelingen, verwacht worden.

3

1.2

Aanpak

Bij de herijking van het minimabeleid hebben we ons in eerste instantie afgevraagd hoe we als gemeente kunnen sturen op het bereiken van onze beleidsdoelen en de maatschappelijke effecten er van. Enerzijds is het mogelijk om te sturen op de inhoudelijke kaders en anderzijds op de financiële middelen, gebaseerd op beleidsregels. Bij de herijking van het minimabeleid gaat het in feite om twee stappen: 1. Doe de goede dingen 2. Doe de dingen goed ad 1: “Doe de goede dingen” gaat over ons inhoudelijke beleid. Het begint met het vaststellen van inhoudelijke kaders. Wat willen we bereiken en voor wie, wat zijn de pijlers waarop het beleid rust? In hoofdstuk 2 worden deze thema’s uitgewerkt. ad 2: “Doe de dingen goed” gaat over ons financieringsbeleid. Het inzetten van financiële middelen heeft als doel om de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. Van belang is dat we onze middelen doelgericht inzetten zodat we die effecten daadwerkelijk bereiken. Deze doelgerichtheid kunnen we bereiken met behulp van inhoudelijke beleidsregels. De algemene kaders voor het minimabeleid worden door de overheid bepaald, zoals de hoogte van een bijstandsuitkering en het minimumloon. Op gemeentelijk niveau zijn aanvullende regelingen mogelijk. Bij de herijking zijn deze geharmoniseerd en vereenvoudigd.

Voor informatie over de beleidsregels wordt verwezen naar het document: ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’, die als bijlage bij deze notitie is gevoegd. Hoofdstuk 3 gaat over de omvang van de doelgroep in de gemeente Westerveld. In hoofdstuk 4 worden de regelingen die de gemeente Westerveld kent besproken. Er is onderscheid is gemaakt in de verschillende doelen die ze dienen; meedoen/ participatie, gezondheid en de overige inkomensondersteunende maatregelen. Hoofdstuk 5 gaat over armoedeval. Het is een ingewikkeld probleem dat zich aandient bij het verhogen van de inkomensgrens voor minimaregelingen of het verhogen van uitkeringen. In hoofdstuk 6 wordt tot slot een opsomming gegeven van de aanpassingen wijzigingen die voortvloeien uit de herijking. Bij de herijking is de individuele bijzondere bijstand buiten beschouwing gelaten. Het betreft een wettelijke taak, waar eigen bepalingen voor gelden die verwoord worden in de Leidraad. Participatiewet Westerveld. De tegemoetkoming eigen bijdrage Wmo is in de herijking ook niet meegenomen, om reden dat het op dit moment niet mogelijk is om een inschatting te maken van de kosten als we de inkomensgrens zouden verruimen. Het CAK int deze bedrage, maar we hebben nog geen geld van hen ontvangen.

We kunnen niet vergelijken met voorgaande jaren omdat de eigen bijdrage regeling veranderd is met ingang van dit jaar.

4

2.

Kaders

2.1

Doel minimabeleid

Het minimabeleid is gericht op het voorkomen en bestrijden van armoede. Om antwoord te kunnen geven op de vraag welk beleid nodig is, zal eerst antwoord gegeven moeten worden op de vraag wat we onder armoede verstaan. Armoede is in de eerste plaats een complex maatschappelijk probleem. Het fenomeen bestaat uit een combinatie van een (langdurig) laag inkomen, gebrek aan maatschappelijk participeren en belemmeringen op verschillende gebieden zoals; onderwijs, huisvesting, gezondheidszorg, veiligheid etc.. Ook speelt overerving van problemen en de mate waarin iemand in staat is om met zijn problemen om te gaan, een rol Het begrip armoede kent verschillende definities. Het gaat in ons land, in deze tijd niet direct over fysiek overleven, maar eerder over te weinig inkomen dat een huishouden kan besteden na aftrek van de vaste lasten. Dit inkomen wordt doorgaans vergeleken met het sociaal minimum. Om vast te stellen of iemand recht heeft op een bijstandsuitkering is het handig om terug te kunnen vallen op een te hanteren inkomensgrens. Voor het leveren van maatwerk is een bredere blik nodig. In de situatie van een inwoner die door echtscheiding de woonlasten van zijn koopwoning niet meer kan betalen, maar gezien de hoogte van zijn inkomen niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning, kan langzaamaan een problematische schuld opgebouwd worden.

De armoede die zo kan ontstaan is meer dan uitsluitend een financieel probleem. In een gangbare definitie op dit moment wordt van armoede gesproken in situaties waarin mensen onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen hebben, waardoor zij zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin zij leven als minimaal wordt gezien. (Movisie, 2020) In deze definitie is aandacht voor de achterstanden op het sociale vlak als gevolg van langdurig niet kunnen voorzien in een aantal levensbehoeften. Werken vanuit deze definitie draagt bij aan breder kijken en handelen, wat nodig is voor het leveren van maatwerk in de strijd tegen armoede.

2.3 Op eigen benen staan In het huidige overheidsbeleid staat de eigen verantwoordelijkheid van iedere inwoner centraal. Het kabinet zet in op eigen kracht en empowerment. Mensen moeten het maximale uit zichzelf halen om hun eigen situatie te beheersen. Dit geldt ook voor de financiën, iedereen is zelf verantwoordelijk voor het op orde houden hiervan. Voorop staat dat werk de beste weg uit armoede is. Zelf in het inkomen voorzien. Het is een belangrijke stap op weg naar zelfstandigheid. Investeren in opleiding en arbeid(economisch kapitaal): 40% komt uit de armoede door het vinden van werk(Movisie). Mensen worden minder afhankelijk van ondersteuning vanuit de overheid en maatschappelijke organisaties. Het biedt kansen op toename van zelfvertrouwen, doorbreking van negatieve spiraal en voorkomt overdracht van armoede van generatie op generatie. De acties richten zich op het versterken van onderwijsprogramma’s voor jong en oud en de verdere ontwikkeling van het arbeidsmarktbeleid. Onze partners daarin is regio Zwolle, specifiek HumanCapitalAgenda. We verwachten van onze inwoners dat zij zich inspannen om te werken of op een andere manier te participeren. Daar waar nodig ondersteunen we hen bij de weg daar naar toe. Als het een inwoner 5

(nog)niet lukt voldoende inkomen te generen uit werk, komen we tegemoet in de kosten en kunnen we de financiële nood verlichten. Inwoners met een laag inkomen kunnen mede door het minimabeleid mee doen aan de samenleving. We hebben in de gemeente Westerveld regelingen in het minimabeleid die voortvloeien uit bepalingen uit de Participatiewet. Bijvoorbeeld de regeling bijzondere bijstand. Deze is bedoeld om uitgaven te financieren die inwoners niet hebben kunnen reserveren. Daarnaast hebben we regelingen waarmee we deelname in de samenleving stimuleren. Financiële problemen vormen een belemmering voor participatie. Mensen trekken zich terug achter de voordeur wanneer er te weinig geld is voor het lidmaatschap van een vereniging, voor een telefoonabonnement of het openbaar vervoer. Door het financieren van sociale-, culturele- en sport activiteiten stimuleren we de participatie van inwoners.

2.4 Integrale aanpak, de aanval op uitval Uit onderzoek weten we inmiddels dat financiële zorgen kunnen bijdragen aan uitval op het werk of op school. Ook is er een relatie met gezondheidsproblemen. Volwassenen die schulden hebben of geldzorgen, hebben vaak te maken met chronisch stress , een ongezonde leefstijl en chronische ziekten. Ook psychosociale problemen en opvoedproblemen kunnen een gevolg zijn van armoede. Kinderen en jongeren die in armoede leven hebben meer lichamelijke en psychische klachten dan hun meer welvarende leeftijdgenoten. Daarnaast hebben zij vaker overgewicht, voelen ze zich minder gelukkig, hebben ze vaker hechtingsproblemen met hun ouders en zijn ze negatiever over hun leven en toekomst (NJI Nederlands Jeugdinstituut , 2018). Financiële problemen leiden dus niet uitsluitend tot belemmeringen voor participatie, maar ook tot maatschappelijke kosten. De kosten voor bijvoorbeeld maatschappelijk werk, verslavingszorg, gezondheidszorg en jeugdzorg zijn tot op zekere hoogte toe te schrijven aan het bestaan van financiële problemen. De verschillende regelingen in ons minimabeleid zijn dan ook nauw verbonden met andere gemeentelijke taakvelden in het brede sociale domein.

Beleidsterreinen die van invloed zijn op de participatie en financiële situatie van onze inwoners zijn onder andere; jeugdhulp, Wmo, onderwijs, gezondheid, sport, schuldhulpverlening, aanpak eenzaamheid en re-integratie. We streven daarom naar een integraal minimabeleid, een integrale aanpak van armoede, schulden en gezondheid. Dit betekent dat we doelen op het gebied van armoedepreventie en –bestrijding en maatschappelijke participatie expliciet willen opnemen in deze beleidsterreinen. Sociaal Team In complexe situaties, waar op meerdere leefgebieden problemen spelen en vaak verschillende maatschappelijke organisaties betrokken zijn, wordt het Sociaal Team betrokken. Zij zijn als procesregisseur verantwoordelijk voor het uitzetten, coördineren en monitoren van hulp. Andere professies binnen het sociaal domein worden daar aan toegevoegd indien nodig. Maatwerk Er zijn een aantal risicogroepen te onderscheiden in inwoners die te maken hebben met armoede problematiek; jongeren met een lage opleiding, ouderen met een klein pensioen, alleenstaande ouders, zzp’ers, werklozen, mensen met psychiatrische-, en of verslavingsproblematiek, mensen met een 6

verstandelijke beperking en mensen met een chronische aandoening. De variatie in risicogroepen brengt met zich mee dat er niet één bepaalde soort interventie is om de problemen op te lossen. Maatwerk leveren is essentieel en hiervoor is het van belang om de inwoner en diens situatie goed te kennen en in kaart te brengen, om deze vervolgens op een passende manier te kunnen beïnvloeden. 2.5 Preventie en vroegsignalering Steeds meer huishoudens hebben te maken met financiële problemen. Dit leidt tot persoonlijke moeilijkheden en hoge maatschappelijke kosten. Als we de maatschappelijke kosten als gevolg van financiële problemen willen beperken en willen dat alle inwoners kunnen participeren, dan vraagt dit ook om preventieve inzet. Dit betekent (problematische) schuldsituaties zo vroeg mogelijk opsporen en oplossen, maar beter nog: voorkomen. In het kader van vroegsignalering wordt met ingang van 1 januari 2021 de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) aangepast. Gemiddeld lopen mensen vier tot vijf jaar rond met financiële problemen voordat ze aan de bel trekken. Een klein betalingsachterstand is dan vaak al uitgegroeid tot een grote schuld. De wijziging in de wet geeft gemeenten de mogelijkheid om gegevens van inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars.

Schulden kunnen zo vroeger gesignaleerd en aangepakt worden. Hulpverleners constateren telkens weer dat het voor mensen heel moeilijk is om stappen te zetten zolang hun financiële situatie niet op orde is. De gemeente Westerveld heeft met ingang van 1 oktober 2020 een ervaringsdeskundige in huis die in nauwe samenwerking met de GKB een schuldenloket runt. Een opgeleide ervaringsdeskundige weet wat armoede echt met mensen doet. Ze herkennen de ander in generatiearmoede en spreken de taal van de ander, verbaal en non-verbaal. Daar zit de kracht, want zo bereiken ze mensen. Waar nu nog vaak een professional het armoedeprobleem als iets tijdelijks ziet en zich niet realiseert wat het echt met iemand doet, herkent de ervaringsdeskundige de ander in generatiearmoede. Zij kunnen de professional anders leren kijken, zodat de begeleiding sneller aankomt en werkt. De ervaringsdeskundige neemt niet de plek van de professional in, maar staat ernaast, ze zijn een duo. De ervaringsdeskundige helpt met analyseren. Zo komen de professional en de ervaringsdeskundige eerder tot een goede aanpak. De winst: de klant en het gezin is beter en sneller geholpen, de organisatie bespaart op contacturen. Mensen hebben soms hulp nodig om hun budget goed te beheersen. Veel mensen vinden dat moeilijk. Voorlichting, budgetadvies, training, coaching zijn hier belangrijke instrumenten.

In het tweede kwartaal van 2019 is een pilot gestart met de VoorzieningenWijzer, in samenwerking met Actium en Welzijn MensenWerk. De VoorzieningenWijzer helpt mensen geld te besparen en risico’s te beperken door optimaal gebruik te maken van toeslagen en regelingen en kritisch te kijken naar een passende zorgverzekering en een voordeliger energiecontract. Met De VoorzieningenWijzer hopen we huurders te bereiken die inkomsten mislopen omdat zij niet weten op welke toeslagen en regelingen zij recht hebben. Door te besparen op vaste lasten kunnen zij hun inkomen verruimen en schulden voorkomen, zodat er na het betalen van de vaste lasten geld overblijft voor de dingen die het leven mooi maken. In de pilot zijn 100 huishoudens geholpen om risico’s te verlagen, onzekerheid weg te nemen en te benutten waar een inwoner recht op heeft. Dit heeft onder andere geleid tot een gemiddeld voordeel van € 580,- per huishouden. Het is de bedoeling om de VoorzieningenWijzer het komend jaar in te bedden in diverse processen van de organisaties. Daarnaast is de intentie om zoveel mogelijk lokale 7

partners aan te haken (voedselbank, kledingbank, buurtgemeenschappen) zodat ook zij als mogelijke vindplaats van deelnemers kunnen dienen.

2.6 Samenwerken en het vergroten van gemeenschapszin Problemen en oplossingen ontmoeten elkaar niet vanzelfsprekend. In onze gemeente zijn we in staat om goed samen te werken in het maatschappelijk veld. Professionele- en vrijwilligersorganisaties nemen hun verantwoordelijkheid en bieden laagdrempelig hulp en ondersteuning aan mensen met een laag inkomen. Kennis van en inzicht hebben in elkaars dienstverlening, elkaar kennen en weten te vinden, eenvoudige procedures, verhalen vertellen over wat goed gaat en waar dilemma's spelen, inzicht in de cijfers bieden, het organiseren van intervisie, het opzetten van een schakelpunt en stroomlijnen van signalering is allemaal nodig om passende hulp op de juiste plek te organiseren. Een aantal acties die hier uit zijn voortgekomen zijn: - Gezamenlijke folder Wijzer met je geld in Westerveld - Geldkrant - Week van het Geld activiteiten - G€ldlab - Inzet ervaringsdeskundige generatie-armoede en sociale uitsluiting - Schuldhulploket Het kernteam armoedepreventie heeft een folder uitgebracht: ‘Wijzer met je geld in Westerveld’, waarin alle regelingen en voorzieningen vermeld staan met daarbij een link naar de instanties waar die aangevraagd kunnen worden. Onmisbare schakels in het minimabeleid zijn de vrijwillige en professionele instanties die zich hiermee bezighouden.

Een aantal van deze partijen zijn de samenwerking aan gegaan in het kernteam armoedepreventie, Kledingbank, Voedselbank, WelzijnMensenWerk, Werk&Inkomen, GKB, beweegcoaches en een ervaringsdeskundige. De gemeente en het kernteam armoedepreventie doen, maar kunnen het ook niet alleen. Veel mensen, verenigingen, bedrijven en andere organisaties in de samenleving zetten hun talenten graag in voor een ander. Naast een baan, studie of als nuttige tijdsbesteding naast pensioen. Ook een deel van de doelgroep zelf zet zich graag in voor een ander. Samen staan we sterker. Het benutten van dat potentieel biedt kansen op bredere betrokkenheid in de samenleving.

8

3. Omvang [Bron: armoedemonitor Kwiz 2018] Omvang Op 1 november 2017 hebben in de gemeente Westerveld 367 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm. Het aandeel minima is ruim 4 procent en dat ligt onder het landelijk gemiddelde van 10 procent en lager dan vergelijkbare gemeenten, waar het aandeel tussen de 5 en 6 procent ligt. Huishoudens met een ander inkomen dan bijstand en AOW Meer dan een kwart van de doelgroep heeft een overig inkomen. Voor een deel zitten daar huishoudens tussen met WW of een klein baantje. Langdurige minima Een tweede belangrijke doelgroep zijn de huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen tot 110 procent Wsm hebben. In de gemeente Westerveld behoort meer dan twee derde van alle minimahuishoudens tot de langdurige minima. Kinderen in armoede en eenoudergezinnen In totaal groeien 156 kinderen in de leeftijd tot 18 jaar op in een minimahuishouden. Dit is bijna 5 procent van alle kinderen in de gemeente. Kinderen in een eenoudergezin hebben meer kans op armoede dan kinderen die opgroeien in een gezin met twee ouders: 26 procent tegenover 2 procent. Multi-problematiek Ruim een derde van alle minimahuishoudens heeft een Wmo-voorziening. Een stuk hoger dan het aandeel van 13 procent voor de gehele gemeente; onder minima is de zorgvraag dus hoger dan onder alle huishoudens in de gemeente.

Daarnaast heeft 17 procent van de minimahuishoudens een schuldhulpverleningstraject doorlopen of zit daar nog steeds in. Dit aandeel is voor de overige huishoudens nog geen procent. Overlap jeugdhulp Huishoudens met kinderen maken ook vaker gebruik van de jeugdhulp dan niet minima huishoudens. Ongeveer 26 procent van alle minima heeft een jeugdhulptraject tegen 2 procent van de andere huishoudens met kinderen.

Doelgroep regelingen per inkomensgrens Regeling Huidige Doelgroep Kwijtschelding 327 Bijzondere bijstand 327 Individuele Inkomenstoeslag 181 Collectieve Zorgverzekering 367 Participatieregeling jongeren en 367 volwassenen Jeugdfonds Sport en Cultuur 123 Jarige Job 156

9

Doelgroep 120% 327 580 181 580 580 260 210

4.

Overzicht regelingen en voorzieningen

In dit hoofdstuk worden de regelingen en voorzieningen genoemd en toegelicht die de gemeente Westerveld kent in het kader van het minimabeleid. We streven naar een integraal beleid om armoede te voorkomen en te bestrijden en participatie van alle inwoners mogelijk te maken. Door preventieve inzet in de vorm van (vroeg)signalering en het bevorderen van de (financiële) zelfredzaamheid willen we voorkomen dat inwoners in onoplosbare financiële problemen terecht komen. 4.1 Meedoen In het kader van preventie, om sociale uitsluiting en generatie armoede te voorkomen zijn er verschillende regelingen die het stimuleren van sociale en maatschappelijke participatie tot doel hebben. Alle inwoners moeten volwaardig mee kunnen doen aan de activiteiten in de samenleving, van sport tot cultuur en van onderwijs tot gezondheidszorg, ook de mensen met een minimuminkomen. Kinderen lopen daarbij meer risico’s en verdienen daarom extra aandacht. Zij worden dagelijks geconfronteerd met een geldgebrek, waardoor ze onvoldoende mee kunnen doen aan sociale activiteiten. Ze lopen daardoor het risico om sociaal geïsoleerd te raken. Dat kan bijvoorbeeld doordat ouders het lidmaatschap van een sportclub of deelname aan een schoolreisje niet kunnen betalen.

Maar ook doordat ouders geen geld hebben voor een fiets, terwijl die in dunbevolkte gebieden belangrijk is voor sociale contacten of een Smartphone, waardoor ze niet kunnen communiceren in WhatsAppgroepen. Meedoen biedt plezier en ontspanning en draagt bij aan de ontwikkeling van mensen en voorkomt sociale uitsluiting. Vanuit de uitvoering is het signaal gekomen dat ouders de laptop voor kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan, vaak niet kunnen betalen. Zij krijgen wel een Participatiebijdrage- en toeslag per jaar, maar reserveren dit bedrag niet waardoor bij de overgang naar het voortgezet onderwijs voor hoge kosten staan (fiets, laptop e.d.). Regelingen die er zijn in dit kader:  De participatiebijdrage (zie bijlage: ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’)  Volwassenenfonds Sport & Cultuur  Kindregelingen; o Jeugdfonds Sport & Cultuur betaalt de contributie/het lesgeld voor kinderen en jongeren uit gezinnen waar te weinig geld is voor voetbal, muziekles, dans etc. o Kinderhulp helpt kinderen en jongeren in armoede van 0 tot 21 jaar die opgroeien in armoede. Door simpele dingen, waar andere instanties niet mee kunnen helpen, tóch mogelijk te maken. o Stichting Jarige Job geeft kinderen een verjaardagsbox die hun verjaardag niet kunnen vieren, omdat er thuis geen geld voor is. o Dakajam staat voor DagKampen JeugdActie Meppel.

Het is een jaarlijks terugkerend kamp en wordt elk jaar in de laatste twee weken van de zomervakantie.

Ongeveer 12% van alle kinderen groeit op in een gezin met een laag inkomen. Een derde van deze kinderen leeft al 4 jaar of langer in een huishouden met een laag inkomen. Zij hebben vaak dagelijks te maken met geldgebrek. Ze krijgen niet elke dag warm eten of nieuwe kleding als dat nodig is. Lid zijn 10

van een sportclub is niet vanzelfsprekend, net als het vieren van een verjaardag. Veel kinderen voelen dat ze niet meedoen en dat ze worden buitengesloten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het lokale armoedebeleid. En dus ook voor het aanbod voor de jeugd die in armoede opgroeit. We hebben dit aanbod gebundeld in een kindpakket. Dit pakket voorziet kinderen in armoede van ten minste de meest noodzakelijke behoeften, aangevuld met zaken om te kunnen meedoen in de samenleving. Zoals sportlessen en sportkleding, het lidmaatschap van de bibliotheek en schoolkosten (schoolreisje, kluisje, kaftpapier). 4.2 Gezondheid Alle inwoners hebben recht op adequate gezondheidszorg. Mensen met een minimuminkomen maken over het algemeen meer gebruik van de gezondheidszorg. Zij hebben daar niet altijd voldoende middelen voor. Dat kan leiden tot zorgmijding en daardoor verslechtering en andere problemen zoals afname van mobiliteit of het niet kunnen werken, die een belemmeringen vormen om mee te doen in de samenleving. Het Rijk heeft inkomensondersteunende regelingen die chronisch zieken en gehandicapten compenseren voor hoge zorgkosten afgeschaft. Ook mag de gemeente geen categoriale bijzondere bijstand meer verstrekken aan chronische zieken en gehandicapten. Extra zorgkosten moeten hierdoor zelf betaald worden.

Regelingen in het kader van gezondheid:  Collectieve zorgverzekering (zie bijlage: ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’)  Tegemoetkoming zorgkosten  Tegemoetkoming eigen bijdrage Wmo 4.3 Inkomensondersteunende regelingen 

De individuele inkomenstoeslag, voor inwoners met een langdurig laag inkomen, waarbij geen zicht is op inkomensverbetering. Zij ontvangen een maal per jaar een vrij besteedbaar geldbedrag. (zie bijlage: ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’) De individuele bijzondere bijstand. In bijzondere situaties kunnen algemene voorzieningen niet toereikend zijn en is ondersteuning op maat nodig. De ondersteuningsbehoefte wordt specifiek toegespitst op de situatie en ondersteuningsvraag van de betrokkenen. Deze regeling zal in 2021 herzien worden. Individuele studietoeslag voor studenten met een medische beperking. Wetgeving hieromtrent wordt gewijzigd, waarschijnlijk per 01-07-2021, waarna nieuwe beleidsregels van kracht zullen gaan. Vooruitlopend zal vast de toeslag verhoogd worden met een in de verordening aangepast bedrag. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding is mogelijk bij een inkomen rond bijstandsniveau en er mag geen sprake zijn van eigen vermogen. Ook wordt de kostendelersnorm toegepast. Het gaat om de volgende belastingen: o Afvalstoffenheffing o Rioolheffing o Onroerende zaakbelasting (OZB)

11

5. Armoedeval De stap naar betaald werk is lang niet altijd een financiële verbetering. Armoedeval ligt op de loer wanneer vanuit een uitkeringssituatie naar betaald werk wordt gegaan. Het kan voorkomen dat een huishouden met een inkomen van bijvoorbeeld 130% van de bijstandsnorm, uiteindelijk minder overhoudt dan een huishouden dat van de bijstand leeft. Deze situatie kan zich voordoen omdat de huishoudens met een hoger inkomen niet in aanmerking komen voor diverse regelingen die alleen voor huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm toegankelijk zijn. Het bruto inkomen stijgt bij het aanvaarden van betaald werk, maar netto blijft er onder de streep minder te besteden over. De armoedeval die zo ontstaat kan voor financiële problemen zorgen, bijvoorbeeld wanneer de kosten toenemen als gevolg van reiskosten voor woon- werk verkeer of voor kinderopvang. In het proces herijking minimabeleid is stilgestaan bij armoedeval die kan ontstaan als gevolg verandering van de regelingen. Het verhogen van de inkomensgrens vergroot de armoedeval. Het verkleinen van armoedeval zou bereikt kunnen door uitkeringen, toeslagen, subsidies en kwijtscheldingen juist te verlagen. De keuze om te verlagen ligt niet voor de hand omdat het ongunstig is voor degenen die er niet in slagen om hun maatschappelijke positie te verbeteren.

Bij ieder armoedebeleid hoort onvermijdelijk een zekere armoedeval. Uit onderzoek blijkt dat voor kostwinners- en alleenstaande ouders met schoolgaande kinderen de armoedeval een reëel risico is. We proberen de gevolgen van armoedeval zo veel mogelijk te beperken door maatwerk te leveren en op individueel niveau te onderzoeken wat er mogelijk is aan ondersteuning wanneer iemand betaald werk gaat verrichten. Een voorbeeld hiervan is het aanwenden van individuele bijzondere bijstand voor de aanschaf van een vervoersmiddel om naar het werk te kunnen gaan. Door op individuele omstandigheden te beoordelen of een inwoner in aanmerking komt voor de kindregelingen in plaats van uitsluitend te kijken naar de hoogte van het inkomen, willen we het meedoen in samenleving bevorderen en eventuele armoedeval beperken. Ook is er sinds dit jaar een volwassenenfonds Sport & Cultuur, dat meedoen voor volwassenen mogelijk maakt.

6. Effectueren van beleid

De belangrijkste wijzigingen in het beleid worden hieronder per regeling toegelicht: 1. Individuele inkomenstoeslag De toegang tot de regeling wordt verruimd tot 120% van het bijstandsniveau. Dit is opgenomen in de nieuwe beleidsregels. Hiervoor is tevens de verordening aangepast. Deze zal door de raad vastgesteld worden. 2. Individuele Studietoeslag In het kader van een breed offensief om mensen met een arbeidsbeperking duurzaam aan het werk te helpen, zijn een aantal maatregelen genomen waarvoor wijzigingen in de participatiewet gaan plaatsvinden. Voor de individuele studietoeslag zal dit gevolgen hebben voor de toegang tot de regeling en de hoogte van de toelage.

12

Duidelijk is dat er meer geld uitgekeerd gaat worden aan de studenten met een beperking. De hoogte van de toeslag wordt naar leeftijd gedifferentieerd bij algemene maatregel van bestuur. Een stage vergoeding wordt wel toegestaan naast de toeslag, maar de hoogte ervan is ook nog niet vastgesteld. De beoogde inwerkingtredingsdatum is, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring, 1 juli 2021 Vooruitlopend op de wetswijziging kan de individuele studietoeslag al vast verhoogd worden van €100,- naar €300,-. Aan de raad zal gevraagd worden om in te stemmen met dit voorstel en de verordening is hierop aangepast. Met ingang van de inwerkingtreding van de wetswijziging komt de verordening te vervallen en hoeft niet opnieuw verordend te worden. In beleidsregels wordt dan het beoordelingskader vastgelegd. 3. Participatiebijdrage o o

Aanpassen inkomensgrens naar 120% van het bijstandsniveau. Uitbreiding van de regeling participatiebijdrage met een regeling voor kinderen die voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaan, voor de aanschaf van bijvoorbeeld een laptop of een fiets.

Vanuit een signaal van de consulenten Werk & Inkomen wordt het college gevraagd om in te stemmen met een bijdrage voor deze groep kinderen. Zij stellen vast dat ouders een laptop voor kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan, vaak niet kunnen betalen. Ouders krijgen wel een Participatiebijdrage- en toeslag per jaar, maar reserveren dit bedrag niet, waardoor ze bij de overgang naar het voortgezet onderwijs voor hoge kosten staan. Het betekent een investering in de toekomst van kinderen, het stelt hen in staat om mee te kunnen doen op school. Bovendien betreft het een beperkte groep kinderen waardoor de kosten relatief laag blijven. 4. Regeling Collectieve zorgverzekering en Tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering: o o o

Aanpassen inkomensgrens naar 120% van het bijstandsniveau. De regeling 'tegemoetkoming zorgkosten' overhevelen van Wmo naar Participatiewet Vervangen regeling 'tegemoetkoming zorgkosten' voor 'collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering'

In de uitvoering loopt men sinds de invoering van de regeling ‘tegemoetkoming zorgkosten’ tegen de volgende knelpunten aan:

o

Voor het berekenen van de hoogte van het inkomen kan geen gebruik gemaakt worden van de systemen van Werk & Inkomen. De regeling valt onder de

13

o

o

Wmo en zou makkelijker uitvoerbaar zijn als deze onder de Participatiewet zou vallen. De regeling bestaat uit 2 delen. Het eerste deel gaat over het verplichte eigen risico. Wanneer men kan aantonen dat dit in het jaar voorafgaand aan de aanvraag volledig is benut, dan ontvangt men €100,-. Als iemand daarnaast ook een chronische ziekte of handicap heeft komt men in aanmerking voor een extra tegemoetkoming van €200,-. Het interpreteren van medische gegevens is praktisch alleen aan universitair geschoolde medici (artsen) voorbehouden. Hiervoor moeten we gebruik maken van medisch advies dat we inkopen. Dit is een kostbare en tijdrovende aangelegenheid. In de praktijk blijkt dat 95% van de aanvragers voor beide onderdelen in de regeling in aanmerking komen. Om deze reden wordt voorgesteld om de voorwaarden aan te passen en €300,- toe te kennen op alleen de eerste voorwaarde, het volledig benut hebben van het eigen risico in het jaar voorafgaand aan de aanvraag. Daaraan wordt een inwonend ten laste komend kind, met een chronische ziekte of handicap toegevoegd. Zij betalen geen verplicht eigen risico en zouden buiten de regeling vallen. Deze doelgroep staat ook in de huidige regeling. Voor twee inwoners is het in 2020 aangevraagd.

De wijzigingen in het beleid zijn opgenomen in de beleidsregels ‘Regelingen en beleidsregels minimavoorzieningen Gemeente Westerveld 2021’ en in 2 aangepaste verordeningen: de Individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag. In de bijlagen zijn deze documenten opgenomen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=d378abcc-3537-45be-8ab5-0a53e27d2641