Inzetprotocol Ootmaanlanden en Koningsschut
Tekst van het document
Inzetprotocol Ootmaanlanden en Koningsschut Bijlage bij Eigendom, Beheer- en Onderhoudsprogramma (EBO) Ootmaanlanden en Koningsschut Prolander 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Contactpersoon ARJAN THÜRKOW
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland
2
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
Doel
4
1.2
Achtergrond
4
Watersysteem
6
2.1
Algemene watersysteembeschrijving normale situatie
6
2.2
Watersysteem bij inzet waterberging
6
2.2.1
Koningsschut
7
2.2.2
Ootmaanlanden
7
Fasering
9
3.1
Voorbereidingsfase
9
3.2
Berging vullen
10
3.2.1
Koningsschut
10
3.2.2
Ootmaanlanden
11
3.3
Berging volledig gevuld
12
3.3.1
Koningsschut
12
3.3.2
Ootmaanlanden
12
3.4
Berging legen
12
3.4.1
Koningsschut
12
3.4.2
Ootmaanlanden
12
3.5
Aandachtspunten
13
3.5.1
Natuur
13
3.5.2
Nulmeting en monitoring
13
3.5.3
Informeren belanghebbenden
13
3.6
Nazorg en aandachtspunten
14
Colofon
3
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
15
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
1
Inleiding
1.1
Doel
Het doel van dit document is het beschrijven van de inzet van de waterbergingsgebieden Ootmaanlanden en Koningsschut bij extreme neerslagsituaties en afspraken tussen het waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD), de terrein beherende organisaties Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, de gemeente Westerveld, de provincie Drenthe en de particulier eigenaar van kadastraal perceel HVT03 - M – 1153 en 1129. Het voorliggende inzetprotocol beschrijft de standaard werkwijze die het waterschap volgt bij de inzet van de waterbergingen Koningsschut en Ootmaanlanden aangevuld met de afspraken met de genoemde betrokken belanghebbenden. Het waterschap heeft voor de bestrijding van wateroverlast tijdens hoogwatersituaties een draaiboek hoogwater. In een eerder onderzoek is voor nieuwe bergingsgebieden een inzetprotocol opgesteld. Tijdens dit onderzoek is reeds gebleken dat getrapte inzet van bergingsgebieden geen nut heeft in verband met het zeer snel optreden van een calamiteit in Meppel bij het overschrijden van de aanvoer van water naar Meppel ten opzichte van de afvoercapaciteit van gemaal Zedemuden. De inzet van Ootmaanlanden is daarom gelijk aan de inzet van de andere gestuurde bergingen en volgt het inzetprotocol ‘Gestuurde waterbergingen Zuidwest Drenthe1 Het voorliggende inzetprotocol is hier een gebied specifieke aanvulling op.
Het protocol is bedoeld voor partijen of belanghebbenden in het plangebied die betrokken zijn bij de inzet van het waterbergingsgebied. Het inzetprotocol is opgesteld in nauwe samenwerking met alle betrokken projectpartners.
1.2
Achtergrond
De inrichting van de Ootmaanlanden biedt mogelijkheden om natuurontwikkeling te combineren met het creëren van noodwaterberging t.b.v. het drooghouden van Meppel in perioden met veel neerslag. Om Meppel voor wateroverlast bij hoogwatersituaties te beschermen, is bestuurlijk afgesproken dat er 400.000 m³ water vanuit de Oude Vaart geborgen moet kunnen worden. Het gebied Ootmaanlanden is destijds aangewezen als retentiegebied. Om dit gebied te kunnen inzetten, wordt water van de Oude Vaart via de Drentse Hoofdvaart naar gebied Ootmaanlanden geleid. Koningsschut is in een later stadium aangewezen als tweede bergingsgebied om te kunnen voldoen aan de bergingsbehoefte van 400.000 m³. De waterbergingsopgave kan over deze twee gebieden worden verdeeld: in Ootmaanlanden kan 379.400 m³ worden geborgen en in Koningsschut 31.400 m³. Het is daarnaast van belang de verdroging in de Ootmaanlanden en daarmee in het Holtingerveld tegen te gaan. Ook hierover zijn bestuurlijke afspraken gemaakt. De verdroging zal worden tegengegaan door gebiedseigen water vast te houden in de Ootmaanlanden. Verwachting is dat door het vasthouden van het gebiedseigen water de grondwaterstanden in de Ootmaanlanden hoger zullen worden, waardoor de gradiëntsituaties met (lokale) kwel in de Ootmaanlanden kunnen herstellen en de daarbij behorende natuurdoelen zich kunnen herstellen en ontwikkelen.
Waterberging zal alleen plaatsvinden in situaties met extreem hoge afvoeren. Dat wil zeggen dat de overstromingen onregelmatig zijn. De inundatiefrequentie ligt in de orde van gemiddeld één keer in de 25 jaar voor Ootmaanlanden en minimaal 5 dagen per jaar voor Koningsschut 2, waarbij de nadruk waarschijnlijk vooral op de winterperiode ligt. Zomerinundaties zullen gezien het gebruikelijke neerslagpatroon betrekkelijk weinig voorkomen, maar zijn niet uitgesloten. Aanwezige natuurwaarden worden incidenteel overstroomd. De waterberging moet zonder belemmeringen gebruikt kunnen worden op die momenten dat het nodig is. Het is niet acceptabel dat voorafgaand aan het inlaten water uit de Drentse Hoofdvaart discussie gaat optreden over het in gevaar komen van (toekomstige) natuurwaarden of beperkt wordt omdat er een ontheffing en of vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is 3. Bij het ontstaan van een calamiteitensituatie waarbij de waterberging ingezet wordt heeft de veiligheid voorrang op de natuurwaarden in het gebied. Bij het tot stand komen van voorliggend inzetprotocol zijn overleggen gevoerd met ecologen, het Waterschap en Natuurmonumenten om momenten waarbij mogelijk negatieve effecten op de natuur tijdens inzet van de waterberging vast te stellen. Voor zover mogelijk wordt
1 SWECO WB21 Ootmaanlanden: Ter bepaling effect en inzetstrategie en het vaststellen van benodigde maatregelen. Ref: 353020-BdG_D2 Datum: 7-12-2018 2 WB21 en KRW Ootmaanlanden en Koningsschut – Prolander 03 februari 2022 3 Prolander MEMO Bestuurlijk overleg Ootmaanlanden/Koningsschut 28-11-2019
4
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
voor de inzet van de waterberging gestuurd op het minimaliseren van negatieve effecten op de natuur. Onder 3.5.1 wordt hier nader op ingegaan. De volgende waterdoelen worden gerealiseerd met de inrichting van de deelgebieden Ootmaanlanden en Koningsschut: a. Realiseren van het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) voor beoogde natuurdoelen in de deelgebieden Ootmaanlanden en Koningsschut. b. Indien nodig: uitvoeren van mitigerende maatregelen om schade van grondwater buiten de deelgebieden Ootmaanlanden en Koningsschut te voorkomen. c. De berging van 400.000 m³ in het kader van Waterbeheer 21e eeuw (WB21). d. Voor Koningsschut: de inrichting van het gebied als vispassage en KRW-berging. Belangrijke voorwaarde voor de inrichting is een goed functionerend watersysteem. Inzicht in het huidige en toekomstige functioneren van dit systeem is op twee sporen vastgelegd: een oppervlaktewaterspoor voor de extreme hoogwatersituaties (WB21) en een GGOR-spoor waarbij het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime voor de dagelijkse situatie wordt bepaald. Het WB21 rapport is gebruikt als basis voor het opstellen van dit inzetprotocol.
5
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
2
Watersysteem
2.1
Algemene watersysteembeschrijving normale situatie
Bovenstrooms van stuw Koningsschut is een verbinding tussen de Oude Vaart en de Drentse Hoofdvaart aanwezig. Deze verbinding heet het Van Holthesvaartje. Onder normale omstandigheden is deze verbinding afgesloten. Bij inzet van het bergingsgebied Ootmaanlanden wordt deze verbinding geopend via de stuw Koningsschut in het Van Holthesvaartje, zodat het te bergen water van de Oude Vaart naar de Drentse Hoofdvaart wordt geleid. Deze afgeleide waterhoeveelheid wordt vervolgens in Ootmaanlanden ingelaten. Het inlaatwater van Ootmaanlanden betreft dan een mix van het water uit de Oude Vaart en de Drentse Hoofdvaart. Koningsschut wordt direct gevuld met water uit de Oude Vaart.
Figuur 2-1: Hoofdwatergangen en beoogde inlaattraject voor bergingsgebied Ootmaanlanden
2.2
Watersysteem bij inzet waterberging
Bij hevige regenval moet in de twee deelgebieden Koningsschut en Ootmaanlanden water worden geborgen dat afkomstig is van de Oude Vaart. Het inzetmoment van de bergingen vindt plaats wanneer de waterstand in Meppel oploopt naar NAP +0,70 m, conform het inzetprotocol ‘Gestuurde waterbergingsgebieden ZW Drenthe’. De beoogde inzetfrequentie van de berging ter plaatse van Ootmaanlanden en Koningsschut voor de extreme omstandigheden is 1x per 25 jaar. Deelgebied Koningsschut wordt naast de inzet om Meppel te beschermen, ook ingezet als reguliere berging voor de Oude Vaart. Dit is nodig omdat voor de KRW extra begroeiing in de Oude Vaart wenselijk is en daarmee de bergingscapaciteit van de Oude Vaart afneemt. De berging van Koningsschut beweegt mee met het peil van de Oude Vaart. Bij half- en maatgevende afvoer zal water geborgen worden. Koningsschut zal hiermee jaarlijks meerdere malen een bergingsfunctie vervullen. In de T100-situatie is de afvoer van de Oude Vaart, richting stuw Koningsschut, maximaal 25 m³/s. Het bergingsgebied Koningsschut ligt langs de Oude Vaart en loopt onder vrij verval vol. Het bergingsgebied Ootmaanlanden ligt aan de Drentse Hoofdvaart. Direct bovenstrooms van stuw Koningsschut is een verbinding tussen de Oude Vaart en de Drentse Hoofdvaart.
Bij de inzet van Ootmaanlanden wordt deze stuw gestreken om water van de Oude Vaart naar de Drentse Hoofdvaart af te laten. De stuw wordt voor een periode van 24 uur naar een 6
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
drempelhoogte van 5,4 m NAP gebracht. Gelijktijdig wordt stuw Koningsschut opgetrokken om het inlaatdebiet, dat gelijk is aan het bergingsdebiet van berging Ootmaanlanden, van de Oude Vaart naar de Drentse Hoofdvaart te sturen.
2.2.1
Koningsschut
Het bergingsgebied Koningsschut dient ingezet te kunnen worden tot het maximale niveau van de Oude Vaart. Omdat de vulling plaatsvindt op basis van vrij verval (via inlaatduiker 4.7.1.5), kan het Koningsschut bergingsgebied (Figuur 2-2) zich maximaal vullen tot het peil van de Oude vaart. Het bergingsgebied vult zich binnen 1 dag en loopt onder normale omstandigheden in een periode van maximaal 12 dagen weer leeg. Het waterschap behoudt zich voor om bij calamiteiten hiervan af te wijken. De leegloop gaat via de opening van 0,1 bij 0,1 m in de afsluiter onder het fietspad (duiker 4.7.1.4), waardoor maximaal 0,04 m³/s wordt afgevoerd. De sturing voor deze afsluiter is getelemetreerd.
Figuur 2-2: Inrichting Koningsschut
2.2.2
Ootmaanlanden
Bij inzet van de waterberging wordt water geborgen tot 5,3 m NAP. De inlaatconstructie is gedimensioneerd op het volledig vullen van de berging in 24 uur. Op basis van dit uitgangspunt is de inlaatconstructie (4.7.1.1) ontworpen (Figuur 2-3). De inlaatduiker vanaf de Drentse Hoofdvaart heeft een afmeting van 1,25 x 2 m en een lengte van 20 m. De inlaatduiker staat aan de oostelijke kant in verbinding met de Drentse Hoofdvaart. Deze loopt in westelijke richting onder de kade van de Drentse Hoofdvaart door en staat in verbinding met het bergingsgebied van Ootmaanlanden. Achter de inlaatduiker bevindt zicht een stuw van 2 m breed met drempelhoogte van 5 m NAP. Na de inlaatconstructie volgt een slibvang. Deze heeft de dimensie 80 bij 30 m en een bodemhoogte van 3 m NAP.
7
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Figuur 2-3: Inrichting Ootmaanlanden Tabel 2-1. Gegevens waterberging
Oppervlakte Volume bij maximaal peil Inzetfrequentie* Maximaal peil tijdens inzet Vultijd na besluitvorming Leeglooptijd Peil tijdens normale situatie * Indicatie
8
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
Ootmaanlanden 78 ha 379.400 m³ 1 x in 25 jaar 5,3 m NAP 27 uur Ca. 7 dagen MIN/MAX 4,2 m NAP MIN/MAX 4,2 m NAP
Koningsschut 12 ha 31.400 m³ 5 x per jaar Maximaal peil Oude Vaart 1 dag 12 dagen MAN NAP 6,3 tot 5 m MIN NAP 6,4 tot 4,6 m
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
3
Fasering
3.1
Voorbereidingsfase
De besluitvorming rondom de inzet van de waterbergingen gebeurt door WDOD. Aan de hand van de afzetgolf wordt bepaald hoeveel water geborgen moet worden en hoe de inlaat aangestuurd dient te worden. De afdeling peilbeheer of de peilbeheerder geconstateerd of de huidige situatie aanleiding geeft tot de inzet van de waterberging. Besluitvorming hierover vindt plaats binnen de calamiteitenorganisatie en indien nodig wordt het proces tot waterberging opgestart. In het onderzoek Inzetprotocol gestuurde waterbergingen Zuidwest Drenthe zijn de volgende conclusies getrokken die ook van toepassing zijn voor Ootmaanlanden: 1. Bij overschrijding van aanvoer uit de Drentse watersystemen van de gemaalcapaciteit van gemaal Zedemuden loopt de waterstand in het Meppelerdiep snel op. 2. Tussen het moment van gemaalcapaciteitsoverschrijding en wateroverlast in Meppel (vanaf NAP +0,80 m) is een bergingscapaciteit van circa 400.000 m3 in het Meppelerdiep beschikbaar. 3. Een aanvoeroverschrijding van circa 5,56 m3/s (20.000 m3/uur) leidt tot een waterstandstijging van 1 cm/uur. 4. Het effect van de inzet van de bergingen is na circa 4 uur waarneembaar in Meppel. 5. Bij het overschrijden van de waterstand NAP +0,70 m in Meppel en de verwachting dat deze blijft stijgen, dienen de bergingen gereed te worden gemaakt voor inzet en de inlaten worden geopend.
Hierbij wordt de mogelijkheid om af te laten richting Zwarte Water (door snel dalende waterstand Zwarte Water) of via aflaat Beukers meegenomen in de beslissing. 6. De bergingsgebieden worden gelijktijdig ingezet omdat bij een geringe overschrijding van de aanvoer versus de afvoercapaciteit van Zedemuden de stijging relatief snel leidt tot wateroverlastproblemen en het realiseren van een balans tussen inlaat en aanvoer niet goed mogelijk is. De inzet wordt bepaald door een vijftal indicatoren: 1. Keersluis en gemaal Zedemuden 2. Waterstand centrum Meppel 3. Afvoer Drentse watersystemen Meppelerdiep systeem 4. Neerslag 5. Waterstand Zedemuden HWZ en Zwarte Water/ aflaatmogelijkheden Beukers
9
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Figuur 3-1: Processchema inzet waterbergingen Zuidwest Drenthe
3.2
Berging vullen
3.2.1
Koningsschut
Voor het inzetten van het bergingsgebied wordt de uitlaatconstructie gesloten. Het gebied loopt vervolgens onder vrij verval vol met water afkomstig van de Oude Vaart. De inlaatconstructie vanaf de Oude Vaart naar de vispassage (4.7.1.5) heeft een opening van 2,0 m breed en 1,0 m hoog op een hoogte van NAP 5,5 m. De inlaatduiker sluit aan op de bodemhoogte van de vispassage. De berging vult zich bij een debiet hoger dan half maatgevende afvoer (1,05 m³/s) door de duiker in het fietspad (4.7.1.4) af te sluiten met een klep. Het bergingsgebied vult zich binnen 1 dag en loopt in een periode van 12 dagen weer leeg. De leegloop gaat via de opening van 0,1 bij 0,1 m in de afsluiter voor de duiker onder het fietspad(4.7.1.4), waardoor maximaal 0,04 m³/s wordt afgevoerd. De sturing voor deze afsluiter is eveneens getelemetreerd. In Figuur 3-2 is het waterpeil tijdens leegloop van het deelgebied weergegeven in de tijd. In de grafiek is de afvoer van de Oude Vaart in één keer gemodelleerd. Het peil in Koningsschut zal in werkelijkheid geleidelijk toenemen met het peil van de Oude Vaart. Dit gebeurt in het tijdsbestek van 1 dag. Koningsschut staat in directe verbinding met de Oude Vaart met een ruime duiker van 2 bij 1 meter. Er is geen opstuwing in deze verbindende duiker.
10
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Figuur 3-2: Waterpeil in het gebied Koningsschut gedurende de inzet van de waterberging
3.2.2
Ootmaanlanden
Het deelgebied Ootmaanlanden vult zich maximaal tot NAP 5,3 m. Om het bergingsgebied in te zetten dient de uitlaatconstructie gesloten te worden. Stuw Koningsschut wordt opgetrokken om het inlaatdebiet van de Oude Vaart naar de Drentse Hoofdvaart te sturen. De stuw tussen de Drentse Hoofdvaart en de Oude Vaart wordt voor een periode van 24 uur naar een drempelhoogte van 5,4m NAP gebracht, zodat het water vanuit de Drentse Hoofdvaart het bergingsgebied in stroomt. Onderstaand zijn de tijdsduur voor peilstijging tussen de NAP 4,6 m en NAP 5,3 m weergegeven. De meeste berging vindt plaats vanaf 4,6 m NAP omdat op deze hoogte het waterpeil tot maaiveldniveau stroomt. • • • •
10 cm 20 cm 40 cm 70 cm
2 uur (tot NAP 4,7 m) 4 uur (tot NAP 4,8 m) 14 uur (tot NAP 5,0 m) 26 uur (tot NAP 5,3 m)
De toename van NAP 4,7 m naar maximaal peil van NAP 5,3 m over tijd is weergegeven in Figuur 3-3. In de grafiek is te zien dat de snelste toename in peil gebeurt in de eerste 2 uur van de inzet van het waterbergingsgebied en dat de snelheid over tijd afneemt. De snelheid waarmee deze berging wordt gevuld is afhankelijk van het aanvoeroverschot. Het effect van de inzet van de gestuurde bergingen is circa 4 uur na aanvang inzet.
Figuur 3-3: Waterpeil in het gebied Ootmaanlanden gedurende de inzet van de waterberging 11
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Het bergingsgebied vult zich binnen 26 uur en loopt onder normale omstandigheden in een periode van maximaal 7 dagen weer leeg.
3.3
Berging volledig gevuld
3.3.1
Koningsschut
Het deelgebied is maximaal gevuld bij NAP 6,75 m. Bij maximaal houdt het deelgebied 31.400m 3 water vast. Dit is hetzelfde peil als de Oude Vaart. Omdat de vulling plaatsvindt op basis van vrij verval, kan het Koningsschut bergingsgebied zich niet verder vullen dan 6,75 m NAP.
3.3.2
Ootmaanlanden
Het deelgebied Ootmaanlanden is maximaal gevuld bij NAP 5,3 m. Bij maximaal houdt het deelgebied 379.400m3 water vast. Voor zover mogelijk wordt bij de inzet van beide waterbergingen gestuurd op het minimaliseren van negatieve effecten op de natuur. De effecten op de natuur bij inzet van de berging worden verder beschouwd in paragraaf 3.5.1.
3.4
Berging legen
3.4.1
Koningsschut
Als de noodzaak tot bergen voorbij is kan worden gestart met leegloop. Tijdens de aflaat moet het water geborgen tot NAP +6,75 m worden afgelaten (31.400m3). De leegloop gaat via de opening van 0,1 bij 0,1 m in de afsluiter voor de duiker onder weg Koningsschut (3.2.3.23), waardoor maximaal 0,04 m³/s wordt afgevoerd. De uitlaat van de duiker is in hoogte verstelbaar waardoor de leeglooptijd van het gebied gestuurd kan worden. De hoogte van de uitlaat wordt via telemetrie bediend welke aangesloten is op peilmetingen. Het volledige bergingsgebied zal onder normale omstandigheden in maximaal 12 dagen worden afgelaten.
3.4.2
Ootmaanlanden
Als de noodzaak tot bergen voorbij is kan worden gestart met leegloop. Tijdens de aflaat moet het water geborgen tussen NAP +4,20m en NAP+ 5,3 m worden afgelaten (circa 379.400m3). De aflaat wordt gereguleerd door handmatige sturing. Wanneer het peil in de Oude Vaart zakt tot onder het max peil (NAP 3,95 m) opent de aflaat en begint de berging leeg te lopen. Dit wordt uiteindelijk bepaald door de verantwoordelijke waterbeheerder. Het water in Ootmaanlanden stroomt richting het zuidoosten. Vervolgens gaat het water via een sifon onder de Drentse Hoofdvaart door en komt het uit in de Oude Vaart. Het bergingsgebied zal gedurende maximaal 7 dagen weer afgelaten worden met een debiet dat varieert tussen de 0,6 en 1,0 m³/s. Het waterschap bepaalt het debiet en daarmee de duur van de aflaat, rekening houdend met de belangen van (agrarisch) ondernemers, omwonenden en andere omgevingsfactoren. Het leegloopdebiet is controleerbaar door dat de opening regelbaar is. De afvoercapaciteit wordt ook voor een deel bepaald door de snelheid van het dalen van de Oude Vaart waar de onderleider op afvoert. Om het bergingsgebied leeg te laten lopen wordt eerst de stuw Koningsschut en de stuw tussen de Drentse Hoofdvaart en de Oude Vaart weer op regulier peil gezet. Daarna wordt de uitlaatconstructie opengezet.
12
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
3.5
Aandachtspunten
3.5.1
Natuur
De stijghoogte van het (grond)water en de duur van inzet (c.q. hoge waterstand) hebben beide een invloed op de habitattypen en specifieke plant- en diersoorten in het gebied. Zoals eerder aangegeven wordt voor zover redelijkerwijs mogelijk de inzet van de waterberging gestuurd op het minimaliseren van negatieve effecten op de natuur. In het algemeen geldt dat als inundaties plaatsvinden in de winterperiode (november tot en met maart), niet te vaak voorkomen (eens per 3-10 jaar) en kortdurend zijn (< 2 weken) ze voor de plantengroei weinig effect hebben. Vinden dezelfde inundaties in het zomerhalfjaar plaats (april tot oktober) dan zijn wel duidelijk negatieve effecten aanwezig. Tabel 2: Overzichtstabel overstroming en inundatie per natuurdoeltype
SNL Beheertype Kruiden en faunarijk grasland N12.02 Rivier en beek geleidend bos N14.01 Dynamisch moeras N05.04 Dennen, eiken en beuken bos N15.02 Vochtig hooiland N10.02 Nat schraalland N10.01 Elzensingels L01.03 Poel L01.01
Inundatie Ja: winter
Fauna Ja; Winter; kort
Ja
Ja
Ja; winter in de zomer is ongewenst. Ja; Winter
Ja Ja; Winter
Ja; Winter Ja: winter Ja: winter Ja
Ja; Winter Ja; Winter; kort Ja; Winter; kort Ja
De klimaatbuffer Ootmaanlanden zal na de inrichting bestaan uit Vochtig hooiland, Nat Schraalland en Kruiden- en faunarijk grasland. Deze beheertypen zijn redelijk voedselrijk en erg productief. Deze graslanden zijn tot op zekere hoogte ongevoelig voor enige eutrofiering en daardoor tolerant voor inundatie (overstroming). Hierbij is het belangrijk dat de inundatie niet te lang duurt. Het maximaal peil ten opzichte van NAP dient hier bij te worden beperkt tot maximaal 7 dagen. Te samen met een maximale duur van 1 dag voor het vullen en maximaal 7 dagen voor de aflaat zullend de lager gelegen delen maximaal 15 dagen inunderen. Voor de hoger gelegen beheertypen, zal dit korter zijn. Bij deze inundatie periode van 1 + 7 + 7 is afsterven van de vegetatie door zuurstofgebrek niet te verwachten. Daarom worden er geen negatieve effecten verwacht op vaatplanten.
3.5.2
Nulmeting en monitoring
Om de effecten van waterberging op de diversiteit van planten in kaart te brengen kan er een nulmeting worden uitgevoerd. Na een waterbergingsincident kan er vervolgens geëvalueerd worden of de werkelijke effecten overeenkomen met de vooraf ingeschatte effecten. Een monitoringsplan maakt geen onderdeel uit van dit inzetprotocol. Voorts kan tijdens monitoring het effect op de kleine valeriaan in kaart worden gebracht, deze soort staat als kwetsbaar op de rode lijst. De kleine valeriaan groeit op matig voedselrijke graslanden waardoor de onder 3.5.1 genoemde inundatie van maximaal 1 + 7 + 7 dagen geen negatieve effecten oplevert.
3.5.3
Informeren belanghebbenden
Voorafgaand aan de inzet van de waterbergingen worden Natuurmonumenten en particulier eigenaar van kadastraal perceel HVT03 - M - 1153 en 1129 geïnformeerd over de aanstaande inzet door het waterschap. De toegangsweg door de Ootmaanlanden naar de woning van genoemde particulier is tijdens de inzet van de waterberging niet toegankelijk. Voorts zullen Staatsbosbeheer en de gemeente Westerveld worden geïnformeerd over de inzet.
13
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Natuurmonumenten zal moeten nagaan of er begrazers in het gebied aanwezig zijn en in dat geval de betreffende pachters moeten informeren. Begrazing zal overigens uitsluitend plaatsvinden op de aan hoger gelegen gronden grenzende percelen ten westen van de Zween.
3.6
Nazorg en aandachtspunten
Bij inzet van de bergingsgebieden dient er speciale aandacht te zijn voor: • Aanwezigheid van personen in de gebieden; • Aanwezigheid van vee in de gebieden; • Aanwezigheid obstakels (afval, hout, etc.); • Risico’s m.b.t. communicate: o Niet kunnen bereiken van organisaties en personen. Voorts dient er speciale aandacht te zijn voor : • Neerslag en wind; • Golfoverslag bij kaden; • Schade aan grasdek bij kaden; • Afslag van grond bij kaden; • Toegangsweg particulier.
Nadat het bergingsgebied leeggelopen is, wordt er door de terrein beherende organisaties, de particulier eigenaar en het waterschap gecontroleerd of er schade is ontstaan als gevolg van de inzet van de waterberging. Het herstellen van schade aan de toegangsweg, kaden, kunstwerken, rasters en hekwerken, valt onder de verantwoordelijkheid van het waterschap. Over andere mogelijke schadegevallen zal het waterschap in overleg met de Provincie treden over de onderlinge kostenverdeling van de herstelwerkzaamheden. De zand- slibvang ter plaatse van inlaat 4.7.1.1 is in eigendom van Natuurmonumenten. Het beheer van deze zanden slibvang komt voor rekening van het Waterschap. Natuurmonumenten staat voor het reguliere onderhoud. E.e.a. als aangegeven in het EBO. Aanvullend onderhoud als gevolg van inzet van de berging waaronder het verwijderen van zand en slib valt buiten de verantwoordelijkheid van Natuurmonumenten en zal door het waterschap worden uitgevoerd. De klimaatbuffers Ootmaanlanden en Koningsschut zijn aangelegd met als doel om tijdens calamiteiten ingezet te worden als waterbergingen. De mogelijke negatieve effecten op de natuur betreffen een vooraf ingecalculeerd risico van de waterberging. Indien de inundatieperiode binnen de onder 3.5.1 gestelde periode blijft is ecologische schade niet te verwachten.
Eventuele ecologische schade als gevolg van inzet langer dan de onder 3.5.1 gestelde periode zal Natuurmonumenten kenbaar maken bij het waterschap en de Provincie. Het waterschap treed in overleg met de Provincie over de herstelmaatregelen en kostenverdeling van de herstelwerkzaamheden. Dit inzetprotocol zal tezamen met en lijst van contactpersonen van genoemde belanghebbenden onderdeel vormen van het calamiteitendossier van het waterschap. Het waterschap is verantwoordelijk voor het ‘up to date’ houden van deze stukken. Het waterschap zal de berging 5 jaarlijks testen. Niet eerder dan 5 jaar na het afronden van de inrichting van de berging zal dit voor de eerste maal plaatsvinden. Het moment van testen zal worden bepaald in overleg met Natuurmonumenten en de particulier eigenaar van kadastraal perceel HVT03 - M – 1153 en 1129. Vanuit de ecologie gaat de voorkeur uit naar testen in de winterperiode onder zeer natte omstandigheden zodat het ingelaten water niet of beperkt in de bodem dringt. Na het afronden van de inrichting wordt dit inzetprotocol uitgewerkt tot een stappenplan voor het waterschap met de contactgegevens van de betrokken belanghebbenden. Dit wordt opgesteld door het waterschap.
14
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Colofon INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT BIJLAGE BIJ EIGENDOM, BEHEER- EN ONDERHOUDSPROGRAMMA (EBO) OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
KLANT Prolander AUTEUR Danielle Hjartåker PROJECTNUMMER C03081.000462 DATUM 16 mei 2022 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Arjan Thürkow Projectleider Gebiedsinrichting
Arjan Thürkow Projectleider Gebiedsinrichting
15
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
INZETPROTOCOL OOTMAANLANDEN EN KONINGSSCHUT
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 16
arcadis-nederland
Datum: 16 mei 2022 - AS2-Internal
arcadis_nl
ArcadisNetherlands