Herziening De Vorrelvenen 11 Dwingeloo_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Actualisatie verkennend natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
Telefoon
Info
Bank
Aladnaweg 18
0614-435700
Info@natuurbankoverijssel.nl
NL48 RABO 0121 5795 73
7122 RR Aalten
0543-451142
www.natuurbankoverijssel.nl
BTW -ID
Postadres
NL001388212B56
BJZ t.a.v. dhr. L. Wuite per e-mail: luuk@bjz.nl
Kenmerk:
5091A
Datum:
3-5-2023
Betreft:
Actualisatie verkennend natuurwaardenonderzoek De Vorrelvenen 11 te Dwingeloo
Type
briefnotitie
Geachte heer Wuite, Aanleiding Er zijn plannen voor het realiseren van recreatieve verblijfsvoorzieningen op een erf op het adres De Vorrelvenen 11 te Dwingeloo. Om de wenselijke ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. In het kader van de beoordeling of sprake is van goede ruimtelijke ordening, heeft bureau Econsultancy een verkennend natuurwaardenonderzoek uitgevoerd in 20191. In dit rapport worden de voorgenomen ontwikkelingen getoetst op wet – en regelgeving met betrekking tot soort- en gebiedsbescherming. Onderzoeksresultaten zijn slechts enkele jaren geldig, vandaar dat de gemeente Westerveld initiatiefnemer verzocht heeft het onderzoek te actualiseren. Voor een beschrijving van het plangebied en de wordt verwezen naar het verkennend natuurwaardenonderzoek van Econsultancy uit 2019. Voorliggend briefrapport vormt de rapportage van het verkennend natuurwaardenonderzoek, uitgevoerd in april 2023 door Natuurbank Overijssel.
Ligging van het plangebied (rode kader). (bron: Econsultancy).
1
Rapport 9008.001 d.d. 18 maart 2019.
Luchtfoto van het plangebied, met daarop aangegeven de begrenzing (gele lijn) van het onderzoeksgebied (bron luchtfoto: ruimtelijke plannen). Methode Voorgenomen initiatief is getoetst aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden.
Gebiedsbescherming Het initiatief is getoetst aan wet- en regelgeving voor gebiedsbescherming. Dit vormt een bureauonderzoek.
Soortbescherming Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
1. 2.
Bronnenonderzoek (o.a. internet en de Nationale databank flora en fauna); Veldbezoek door ervaren ecoloog;
Ad 1. Bronnenonderzoek Op 11 april 2023 is de NDFF geraadpleegd (2018-2023) en is gekeken of waarnemingen van beschermde planten en dieren aanwezig zijn in de databank. In een ruime begrenzing van het zoekgebied, zijn geen waarnemingen bekend in de NDFF.
Bekende flora- en faunawaarnemingen in het plangebied. In de NDFF zijn 26 verschillende waarnemingen ingevoerd. Dit betreft waarnemingen van vogels, dagvlinders, nachtvlinders, vaatplanten en overige insecten. Deze waarnemingen worden meegenomen in de bespreking van onderzoeksresultaten. Ad 2. Veldbezoek Het plangebied is op 13 april 2023 onderzocht op het voorkomen van beschermde planten en dieren. Het onderzoek is uitgevoerd door Ing. P.Leemreise. Hieronder wordt een impressie van het onderzoeksgebied weergegeven.
Impressie van het onderzoeksgebied d.d. 13-4-2023.
Toetsingskaders In deze paragraaf worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) • lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b.
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of
•
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. Wet natuurbescherming; Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermd het areaal bos in ons land. Houtopstanden die voldoen aan één van onderstaande criteria vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Dit geldt voor bossen, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en beplanting van bosplantsoen. De opstand moet buiten het erf liggen. De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een zelfstandige eenheid groter dan 10 are (1.000m2); De houtopstand ligt buiten de bebouwde kom houtopstanden en vormt een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.
Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Drenthe zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Drenthe (NNN kaart 2022 vastgesteld).
Onderzoeksresultaten
Resultaten gebiedsbescherming De conclusies ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland, zoals verwoord in het verkennend natuurwaardenonderzoek uit 2019, zijn ongewijzigd. De conclusies ten aanzien van Natura 2000 zijn gewijzigd. Met uitzondering van het aspect stikstof, kan een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden. Wel dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase.
Resultaten soortbescherming De conclusies ten aanzien van het aspect soortbescherming, zoals verwoord in het verkennend natuurwaardenonderzoek uit 2019, zijn ongewijzigd. Resultaten van bronnenonderzoek (NDFF) en recentelijk uitgevoerd veldonderzoek leiden niet een andere conclusie. Conclusie Met uitzondering van het aspect ‘gebiedsbescherming – Natura 2000’ vormt wet- en regelgeving voor de bescherming van soorten en gebieden, geen belemmering voor uitvoering van voorgenomen plannen. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase. Op basis van de uitkomsten van de stikstofberekening, kan bepaald worden of sprake is van overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden in het kader van soortbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden in het kader van soortbescherming.