Grondstoffenplan 2023-2025
Tekst van het document
Grondstoffenplan 2023-2025
Diever, oktober 2022
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
1
Inleiding ........................................................................................................................................... 2 1.1.
Circulaire economie ................................................................................................................. 2
1.2.
Op weg naar circulair ............................................................................................................... 2
1.3.
Samen staan we sterk ............................................................................................................. 3
1.4.
Over dit Grondstoffenplan ....................................................................................................... 3
Landelijke context en regionale ontwikkelingen .............................................................................. 4 2.1.
Beleidscontext ......................................................................................................................... 4
2.2.
Ontwikkelingen ........................................................................................................................ 6
Van huidig naar nieuw beleid .......................................................................................................... 8 3.1.
Huidige beleid .......................................................................................................................... 8
3.2.
Resultaten huidig beleid & uitdagingen ................................................................................. 10
3.3.
Bewonersonderzoek en infoquête ......................................................................................... 11
3.4.
Doelstelling van het beleid 2023-2025 .................................................................................. 15
3.5.
Principes en uitgangspunten ................................................................................................. 16
3.6.
Routekaart gemeente Westerveld ......................................................................................... 17
Aanpak, maatregelen en uitvoeringsplannen ................................................................................ 18 4.1.
Strategie en aanpak .............................................................................................................. 18
4.2.
Voorstel voor maatregelen en activiteiten ............................................................................. 18
1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe Grondstoffenplan 2023-2025 van de gemeente Westerveld. Met dit plan willen we de komende jaren verdere stappen zetten richting een circulair Westerveld in 2050. We willen een gemeente zijn waarin afval zoveel mogelijk voorkomen wordt en het afval dat toch ontstaat zoveel mogelijk wordt hergebruikt als grondstof voor nieuwe producten.
1.1.
Circulaire economie
Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050 1. Westerveld ziet het als haar verantwoordelijkheid om aan deze ambitie bij te dragen. Dit vanuit het volle besef dat onze natuurlijke grondstoffen eindig zijn en het gebruik van nieuwe grondstoffen voor producten een grote weerslag heeft op ons milieu, bijvoorbeeld door het hoge energie- en waterverbruik en de CO2-uitstoot. Dit is geen gemakkelijke opgave. Circulariteit vraagt investeringen in een tijd waarin veel andere zaken ook om aandacht, tijd en middelen vragen. Ook is de markt van afval en grondstoffen sterk in beweging en brengen grondstoffen niet altijd (op de korte termijn) geld op. Circulariteit is vooralsnog een kwestie van een lange adem. Desalniettemin is het een opgave waaraan Westerveld zich committeert, zoals ook is vastgesteld in de nota ‘Samenwerken aan duurzaamheid’. De ambitie om volledig circulair te worden vraagt inzet vanuit diverse domeinen. In dit plan ligt de focus op huishoudelijk afval en grondstoffen, omdat de gemeente hier een zorgplicht heeft en hier tevens op diverse manieren invloed op kan uitoefenen. Daarnaast heeft de gemeente ook de zorgplicht voor afval in de publieke ruimte. Zwerfvuil is dus ook een onderwerp in dit plan. Bedrijfsafval is de verantwoordelijkheid van bedrijven zelf.
Hoewel het verminderen en hoogwaardig hergebruiken van bedrijfsafval een belangrijk aspect is in de transitie naar een circulaire economie, gaat dit plan hier niet verder op in. Wel zal (met name in het uitvoeringsplan 2024-2025, zie ook 4.2.2) aandacht besteed worden aan het afval dat vrijkomt bij verenigingen en andere maatschappelijke organisaties.
1.2.
Op weg naar circulair
We zijn al enige jaren goed op weg naar steeds meer circulariteit. Met de stappen die we al hebben gezet is een stevige reductie gerealiseerd in de hoeveelheid restafval die de Westerveldse inwoners gezamenlijk produceren. Zo daalde de hoeveelheid restafval in 2015 al met 92 kg ten opzichte van 2014, als gevolg van de invoering van omgekeerd inzamelen. In 2019 is opnieuw een fikse reductie gerealiseerd van 40 kg per inwoner, door het restafval laagfrequent (één keer per acht weken) in te zamelen. De VANG-doelstelling voor 2020 was maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar, met een afvalscheidingspercentage van 75%. Het afvalscheidingspercentage van Westerveld was in 2020 79%. De hoeveelheid restafval per inwoner bedroeg 123 kg, waarmee de VANG-doelstelling2 dus deels behaald is. Westerveld wil hiermee verder, naar uiteindelijk 30 kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar, zoals de VANG-doelstelling van 2025 voorschrijft. Voor het streven naar een circulaire, afvalvrije economie is echter meer nodig dan alleen de reductie van restafval. Circulariteit gaat ook over het zo goed mogelijk benutten van onze ingezamelde grondstoffen, met een zo hoog mogelijk milieuresultaat.
Dit betekent aan de ene kant dat we ook aandacht hebben voor de zuiverheid van onze ingezamelde grondstoffen: dat de plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd), het groente-, fruit-, en tuinafval (gft), ons oud papier en textiel zo min mogelijk is vervuild door stoorstoffen die niet in die specifieke bak of doos thuishoren. Aandacht voor de verwaarding van grondstoffen (afval weer waarde geven door het opnieuw in te zetten als grondstof) betekent aan de andere kant ook dat we als gemeente de ambitie hebben om de toepassingsmogelijkheden van grondstoffen te vergroten. Dit door in te zetten op meer hergebruik
1 Zie ‘Rijksbreed programma Circulaire Economie’ (2016), van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 2 Deze doelstelling is geformuleerd binnen het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval (Van Afval Naar
Grondstof), dat sinds 2016 is ondergebracht bij het Rijksbrede programma voor de Circulaire Economie.
2
(circulariteit is meer dan recycling, zie Figuur 1: Ladder van Lansink, pagina 5) en meer grondstoffen beter te verwerken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verwerken van luiers en incontinentiemateriaal, dat momenteel nog maar zeer beperkt mogelijk is.
1.3.
Samen staan we sterk
Om onze grondstoffen van echte waarde te laten zijn, werken we samen. Met ROVA - verenigd in het samenwerkingsverband CirkelWaarde - worden de krachten (en grondstoffen) gebundeld om nieuwe en betere verwerkingsmogelijkheden te stimuleren. We hebben ook onze inwoners hard nodig. Circulariteit vraagt om meer dan alleen een container bij de deur of goede verwerkingsmogelijkheden. Het vergt ook dat inwoners de juiste informatie hebben over afvalscheiding. Uiteindelijk zijn het onze inwoners die zich op dagelijkse basis van hun afval en grondstoffen ontdoen. Daarnaast kunnen inwoners zelf bij hun inkopen andere keuzes maken, waardoor afval voorkomen wordt. De komende jaren willen we samen met inwoners en andere belanghebbenden optrekken om van Westerveld een duurzame en zoveel mogelijk afvalvrije gemeente te maken. Daarom participeren we onder andere ook in het circulair collectief Westerveld. Vanuit het programma Circulair Consumeren en Produceren worden de grondstofstromen voor Westerveld in kaart gebracht en wordt ervaring opgedaan met een lokale grondstoffenbank.
1.4.
Over dit Grondstoffenplan
Dit Grondstoffenplan zet de context en kaders uiteen waarbinnen we de komende jaren (2023 tot en met 2025) willen werken aan een volgende stap op de weg naar een circulair Westerveld. We gaan eerst in Hoofdstuk 2 in op de landelijke context en ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt. In Hoofdstuk 3 beschrijven we vervolgens waar we nu staan en waar we naar toe willen werken met het beleid. Hoofdstuk 4 zet vervolgens onze strategie en aanpak uiteen. De uitwerking van activiteiten en maatregelen volgt in op te stellen uitvoeringsplannen. Het uitvoeringsplan 2023 wordt gelijktijdig met dit grondstoffenplan opgeleverd.
3
2. Landelijke context en regionale ontwikkelingen Het Westerveldse grondstoffenbeleid sluit aan bij de ambities en doelen van de landelijke overheid. Dit hoofdstuk schetst eerst dit beleid en gaat daarna in op enkele ontwikkelingen die zowel ons gemeentelijke beleid als het landelijke beleid beïnvloeden. In beleid wordt onderscheid gemaakt tussen grondstoffen en restafval. Grondstoffen zijn alle soorten afval die gerecycled en hergebruikt worden. Denk bijvoorbeeld aan papier of textiel. Deze grondstoffen worden zoveel mogelijk gescheiden ingezameld. Het restafval is wat overblijft; het afval wat (nog) niet kan worden gerecycled. Dit restafval wordt in afvalverbrandingsinstallaties verbrand, waarbij energie wordt teruggewonnen.
2.1.
Beleidscontext
Het landelijk beleid op huishoudelijke afval- en grondstoffen is vormgegeven in het VANG-programma en in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3). Het VANG-beleid is onderdeel van het rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’.
2.1.1. Landelijk VANG-beleid In 20133 is het programma Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gestart en in 2014 4 geoperationaliseerd in een uitvoeringsprogramma van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Rijkswaterstaat (RWS) samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse Vereniging voor afval- en reinigingsmanagement (NVRD). De ambitie in VANG is om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding, met een verdere doorgroei om tot een maximaal percentage scheiding te komen in 2025. Deze doelstelling voor afvalscheiding in 2020 is tevens geconcretiseerd in een hoeveelheid huishoudelijk restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval tezamen) van maximaal 100 kg per inwoner per jaar. In het uitvoeringsprogramma VANG is tevens het wensbeeld opgenomen dat de hoeveelheid restafval zal afnemen tot gemiddeld 30 kg per inwoner per jaar in 2025. De ambitie van Westerveld sluit daarop aan. Het programma Van Afval naar Grondstof (VANG Huishoudelijk) is inmiddels opgenomen in het Rijksbrede programma Circulaire Economie, dat in 2016 van start ging en dat uitgewerkt is in een vijftal transitie agenda’s5. Daarmee is VANG onderdeel geworden van de landelijke beleidsambitie voor een circulaire economie.
2.1.2. Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) Hoe we in Nederland met ons afval omgaan is vastgelegd in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). LAP3, het derde Landelijk Afvalbeheerplan, heeft een looptijd van 2017 tot en met 2023, met waar mogelijk een doorkijk tot 2029. Overheden zijn wettelijk verplicht om bij al hun besluiten die het afvalbeheer raken, rekening te houden met het LAP. Het LAP bestaat uit een algemeen beleidskader en uit sectorplannen waarin het beleid is uitgewerkt voor verschillende afvalstromen. Op 2 maart 2021 is de tweede wijziging van LAP3 in werking getreden. De wijzigingen zijn een gevolg van de herziening van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen, de aankomende Omgevingswet en ontwikkelingen in de transitie naar een circulaire economie. In het nieuwe LAP wordt meer ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstofstromen, zoals luier- en incontentiemateriaal. Ook is bronscheiding opgenomen als voorkeursroute in LAP3. De wettelijke gronden op basis waarvan een gemeente af kan wijken van het verplicht gescheiden inzamelen van metaal, glas, kunststof en gft van huishoudens zijn nader uitgewerkt in LAP3. Westerveld onderschrijft bronscheiding – zoals wij nu ook in onze gemeente toepassen – als norm voor afvalscheiding.
3 I&M/BSK-2013/104405, Onderwerp: Van Afval naar Grondstof, 20 juni 2013 4 I&M/BSK-2014/12161, Onderwerp: Invulling programma Van Afval Naar Grondstof. 28 januari 2014 5 Hiervan zijn de transitie agenda’s Consumptiegoederen, Kunststoffen en Biomassa en voedsel het meest
relevant voor huishoudelijke afvalstromen
4
Uitgelicht: van LAP3 naar CMP1 Een belangrijke ontwikkeling in de afvalbeheerplannen die tot nu toe zijn verschenen is dat de verwerking van afvalstromen hoogwaardiger is geworden. Met LAP1 en LAP2 heeft Nederland bereikt dat er minder afval wordt gestort en materialen beter worden hergebruikt (zie Figuur 1: de Ladder van Lansink).
Figuur 1: Ladder van Lansink
Inmiddels wordt meer dan 80% van het afval nuttig als grondstof toegepast. Dit gebeurt vooral door recycling. Hiermee voorkomen we dat waardevolle grondstoffen verbrand worden. Met het onderbrengen van het landelijk afvalbeleid in het circulaire economie programma wordt een volgende ontwikkelstap gezet. Waar recycling voorheen het primaire doel van de afvalinzameling was, is dit nu het basisniveau. Op weg naar een circulaire economie dienen producten en materialen zo lang mogelijk zo veel mogelijk waarde te behouden. Hiervoor zijn de treden hoger op de ladder belangrijk: preventie, hergebruik, reparatie etc. Om dit weer te geven is een nieuwe ladder ontwikkeld, met meer treden (zie figuur 2). Hoe hoger op de R-ladder, hoe groter de milieuwinst. Westerveld draagt hieraan onder andere bij via de samenwerking tussen AVU, ROVA en Circulus-Berkel binnen Cirkelwaarde.
Figuur 2: R-ladder van circulariteit
In 2021 heeft de staatssecretaris van Milieu aangekondigd dat het LAP3 eind 2023 opgevolgd wordt door het eerste Circulair Materialenplan (CMP1). Hiermee wordt de reikwijdte van het afvalbeleid uitgebreid, met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie die van belang zijn voor een circulaire economie.
5
2.1.3. CirkelWaarde: een circulaire alliantie CirkelWaarde is een grondstoffenalliantie van AVU, Circulus en ROVA, die is gericht op het beter benutten van ingezamelde grondstoffen. CirkelWaarde kent twee onderdelen: ➢
➢
Het Handelshuis sluit en beheert namens de deelnemende partners verwerkingscontracten voor de ingezamelde afval- en grondstofstromen. Hierbij worden waar mogelijk de ingezamelde hoeveelheden grondstoffen van de verschillende partners gebundeld, zodat er een betere marktpositie ontstaat van waaruit hogere eisen gesteld kunnen worden aan transparantie en duurzaamheid van de verwerking. Het Expertisecentrum ontwikkelt en deelt kennis over nieuwe en kansrijke verwerkingsmethodes en stimuleert circulaire samenwerking en netwerken.
Ook de verwerking van de grondstoffen uit Westerveld wordt door het Handelshuis gecoördineerd. Via de samenwerking met ROVA profiteert Westerveld van de kennis die binnen CirkelWaarde ontwikkeld en gedeeld wordt.
2.2.
Ontwikkelingen
De Westerveldse ambitie naar uiteindelijk afvalvrij en daarbij steeds meer circulair wordt sterk beïnvloed door de (landelijke, Europese en internationale) grondstoffenmarkt. De laatste jaren is deze markt sterk in beweging, mede als gevolg van de transitie naar een circulaire economie. 2.2.1. Veranderende grondstoffenmarkt en beweeglijke grondstofprijzen Meer scheiden van grondstoffen en afval is en was lange tijd niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook vanuit financieel perspectief een verstandige koers. Dit laatste zien we de laatste tijd veranderen. Voor bijna alle grondstoffen geldt dat de verwerking minder opbrengt of meer gaat kosten. Hiervoor zijn verschillende oorzaken, sommige grondstofspecifiek en andere generiek. Een belangrijke factor is dat bepaalde landen (zoals China) de ingezamelde grondstoffen uit Europa niet meer accepteren, waardoor de vraag afneemt terwijl het aanbod gelijk blijft of groeit. Zo heeft de extra toevloed op de Europese markt van in Azië geweigerde plastics (bedrijfsstromen uit bijvoorbeeld VS en UK) de afzetprijzen en recyclekosten voor huishoudelijke plastics aanzienlijk verslechterd. De Europese markt is nog niet in staat om deze afnemende vraag te compenseren. Tegelijkertijd stijgen de verwerkingskosten van grondstoffen, onder meer vanwege toenemende vervuiling die de kosten voor goede verwerking opdrijft.
Verwerkers stellen in dit verband ook steeds hogere kwaliteitseisen aan het te accepteren materiaal. Dit zien we bijvoorbeeld bij oud papier en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd), waar verwerkers strenger letten op vervuiling vanwege de invloed ervan op de verwerkingskosten en de kwaliteit van de resulterende grondstof. In 2022 heeft de oorlog in Oekraïne grote gevolgen gehad voor de grondstoffenmarkt. Als gevolg van deze oorlog en de al langer bestaande krapte op de grondstoffenmarkt hebben we te maken met extreme prijsstijgingen van onder andere energie, brandstof en onderhoud aan materieel. Dit leidt tot sterke prijsstijgingen voor de verwerking van grondstoffen. Daarnaast leidt de oorlog tot een economische crisis in Europa maar ook daarbuiten, waardoor consumenten minder aankopen doen en de vraag naar grondstoffen daalt. Dit versterkt het effect op de verwerkingsprijzen. Naarmate het aandeel af te zetten grondstoffen uit de huishoudelijke afvalstomen toeneemt, zoals nadrukkelijk ook in Westerveld het geval is, zal deze beweeglijkheid van verwerkingskosten ook zijn effect hebben op de kosten van het afvalbeheer. In algemene zin zien we dat de grondstoffenmarkt al onrustig was (sterk in waarde op en neer bewegend), mede onder invloed van de transitie naar een circulaire economie die we als maatschappij doormaken.
De oorlog in Oekraïne heeft deze onrust versterkt. Ten tijde van schrijven is niet te overzien hoe lang dit conflict nog zal duren, hoe de grondstoffenmarkt zich gaat ontwikkelen of hoe lang dit effect aan zal houden.
6
2.2.2. Kosten restafval Naast afnemende opbrengsten en toenemende kosten voor grondstoffen nemen de kosten voor de verwerking van restafval ook verder toe. De verwerkingskosten van restafval stijgen onder meer door de verhoging van de afvalstoffenbelasting en (de komende jaren) door de CO2-heffing op afvalverbranding die de landelijke overheid heeft ingevoerd. Naar verwachting zal de afvalstoffenbelasting de komende jaren verder stijgen, waardoor de verbranding van restafval steeds duurder wordt. In combinatie met afnemende opbrengsten leidt dit er naar alle waarschijnlijkheid toe dat de afvalstoffenheffing voor gemeenten gaat toenemen. Echter: de toenemende verwerkingskosten van restafval zorgen er wel voor dat het financieel gunstig blijft om grondstoffen in te zamelen (meer scheiden), aangezien de verwerking van grondstoffen nog altijd minder kost dan de verwerking van restafval. Bovendien is naast het financiële aspect ook het milieuaspect van belang en in dat kader is het nog altijd van groot belang om de hoeveelheid restafval zo laag mogelijk te krijgen. Bovendien zullen de ingezamelde grondstoffen op termijn meer waard worden, naarmate de vraag naar gerecycled materiaal toeneemt.
2.2.3. Technologische mogelijkheden Verder zien we dat de technologische mogelijkheden om grondstoffen nuttig te verwerken en toe te passen verder toenemen. Het is zaak vanuit Westerveld om hier alert op te zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de verwerking van luiers en incontinentiemateriaal. Gemiddeld zit er ongeveer 8,5 kg luiers en incontinentiemateriaal per inwoner per jaar in de Westerveldse restafvalcontainer dat wordt verbrand. Indien dit verwerkt kan worden tot nuttige grondstoffen heeft dit een significante (financiële en milieu-) impact.
2.2.4. Synergie met sociaal domein Met de transitie naar een circulaire economie ontstaan raakvlakken tussen het grondstoffenbeleid en het sociale beleid. Naast technologische en economische ontwikkelingen heeft de transitie bijvoorbeeld ook gevolgen voor de arbeidsmarkt. Op steeds meer plekken ontstaat nieuwe werkgelegenheid, in circulaire businessmodellen. Vaak is hier ook ruimte voor sociale arbeid of leerwerkplaatsen. Circulaire ambachtscentra, reparatiebedrijven en ondernemers die diensten in plaats van producten leveren (‘Product-as-a-Service’) zijn allemaal voorbeelden van circulaire bedrijvigheid. Indien zij gebruik willen maken van afgedankte materialen draagt dit bij aan de circulaire doelstellingen van de gemeente. De verwachting is dat het aantal van dergelijke initiatieven en dus ook de vraag naar medewerking vanuit de gemeente, de komende jaren alleen maar groter zal worden. Een voorbeeld hiervan is het programma Circulair Consumeren en Produceren vanuit het collectief circulair Westerveld waarin overheid, inwoners en ondernemers pionieren naar een circulaire economie.
7
3. Van huidig naar nieuw beleid De gemeente Westerveld wil verder op de ingeslagen weg naar een zo circulair en afvalvrij mogelijke gemeente. In 2050 willen we een volledig circulaire gemeente zijn. Eerst gaan we in op waar we vandaan komen, waarna we vervolgens de doelen en kaders van het nieuwe beleid schetsen.
3.1.
Huidige beleid
De gemeente Westerveld hanteert momenteel het volgende afvalbeleid: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Restafval wordt één keer in de acht weken ingezameld; Er zijn zestien ondergrondse overloopcontainers geplaatst voor restafval; Pmd-afval wordt één keer in de drie weken ingezameld; Gft-afval wordt één keer in de twee weken ingezameld; Oud papier wordt elf keer per jaar ingezameld; De overige grondstofstromen kunnen inwoners gescheiden aanleveren bij verzamelcontainers of op het afvalbrengstation in Havelte; Er is sprake van een vaste afvalstoffenheffing op basis van de grootte van het huishouden.
Figuur 3: Visualisatie inzamelsysteem (IPR Normag)
3.1.1. Inzameling pmd Westerveld heeft in 2014 bewust gekozen voor bronscheiding van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd). Dat wil zeggen dat deze stroom door inwoners gescheiden wordt en gescheiden ingezameld wordt. Nascheiding, waarbij na inzameling het pmd in een sorteerinstallatie van het restafval wordt gescheiden, is voor Westerveld geen goed alternatief; het levert geen substantiële extra milieuwinst op. Dit is opnieuw bevestigd in het onafhankelijk onderzoek wat IPR Normag6 in 2021 op verzoek van de gemeente Westerveld heeft uitgevoerd. We zamelden in 2019 (2020 en 2021 zijn niet representatief door Covid-19) al 47 kg pmd per inwoner in. Dit is aanzienlijk meer dan nascheidingsinstallaties uit het restafval sorteren (15-25 kg per inwoner). Ook blijkt uit onderzoek dat bij nascheiding van pmd ook de bronscheiding van andere grondstoffen zoals gft, glas of papier verslechterd. Tegelijkertijd leidt nascheiding van pmd tot een stijging van de kosten, vooral voor verwerking van het afval en de grondstoffen. Daarom houden we vast aan bronscheiding van pmd in de gemeente Westerveld.
6 Bron: Verkenning bron- en nascheiding PMD (2021), IPR Normag. Zie bijlage.
8
Uitgelicht: Uitkomsten onderzoek IPR Normag Het onderzoek naar bron- en nascheiding van pmd heeft de volgende conclusies opgeleverd: ➢
➢ ➢
Nascheidingsinstallaties behalen niet de hoeveelheid pmd per inwoner die nu in Westerveld aan de bron ingezameld wordt; Nascheiding van pmd is voor de gemeente Westerveld duurder dan het scheiden aan de bron; Nascheiding van pmd zou de effectiviteit van aangrenzend beleid (laagfrequente inzameling restafval, omgekeerd inzamelen) verminderen.
Meer informatie is te vinden in het onderzoeksrapport, dat als bijlage bij dit plan te vinden is.
3.1.2. Laagfrequente restafvalinzameling en ondergrondse restafvalcontainers In 2019 is de inzamelfrequentie voor restafval verlaagd, van eens per vier weken naar eens per acht weken. Tegelijkertijd zijn zestien ondergrondse verzamelcontainers voor restafval geplaatst, verspreid door de gemeente. Deze maatregel is doorgevoerd als gemaksprikkel op de gescheiden inzameling van grondstoffen. Door het afdanken van restafval minder aantrekkelijk te maken, wordt het voor inwoners aantrekkelijker om hun afval zo goed mogelijk te scheiden. Immers, daarmee voorkomen ze een overvolle container of een tussentijds bezoek aan de ondergrondse container. Eerder was deze maatregel in andere gemeenten al effectief gebleken in het verminderen van de hoeveelheid restafval per huishouden. Ook in Westerveld heeft deze maatregel positief effect gehad (zie hierna onder 3.2).
3.1.3. Zwerfvuil aanpak Sinds 2014 ontvangt de gemeente een vergoeding per inwoner per jaar vanuit het Afvalfonds om zwerfafval te bestrijden. Hiervan zijn in het verleden een aantal blikvangers gekocht die zijn geplaatst langs schoolroutes van Stad en Esch in Diever. Ook zijn acties gehouden tijdens wandel- en fietsevenementen. Sinds september 2017 houden verenigingen uit de gemeente Westerveld, tegen een vergoeding, gezamenlijk de bermen schoon. De verenigingen krijgen op deze manier een mooie bijdrage voor de clubkas, terwijl de gemeente grote delen van de bermen zwerfafvalvrij heeft. Wel moet de vereniging de vergoeding gebruiken voor het verduurzamen van de vereniging en niet voor feestjes. Op 1 juli 2021 is statiegeld ingevoerd op kleine plastic flesjes. Vanaf 1 januari 2023 zal deze regeling ook voor blikjes gaan gelden. De vergoeding die de gemeente ontvangt vanuit het Afvalfonds komt per 1 januari 2023 daarbij te vervallen. De subsidie is vanaf dat moment structureel opgenomen in de gemeentelijke begroting. In het ‘Uitvoeringsplan 2023’ komt het opschalen van het project aan de orde.
3.1.4. Oud papier inzameling Oud papier wordt in de gemeente Westerveld al sinds jaar en dag ingezameld door verenigingen. De inzamelaars zijn verenigd en overleggen gezamenlijk meerdere keren per jaar. De gemeente heeft een garantiesubsidie beschikbaar gesteld, zodat de verenigingen niet de dupe worden van de onrust op de papiermarkt. Gezamenlijk kijken de gemeente en de verenigingen naar optimalisering van de inzameling; zo veel mogelijk huis-aan-huis inzameling, gemeente-brede dekking en oud papier uit het restafval krijgen voor de VANG-doelstellingen.
9
3.2.
Resultaten huidig beleid & uitdagingen
Met het huidige afvalbeleid heeft Westerveld de afgelopen jaren goede resultaten geboekt. Met 123 kg (fijn huishoudelijk) restafval per inwoner in 2019 (en een scheidingspercentage van 79%) presteert Westerveld beduidend beter dan het gemiddelde van Nederlandse gemeenten met een vergelijkbare Stedelijkheidsklasse. Ten opzichte van de niet-diftar gemeenten in ROVA-gebied zijn we koploper. Ten opzichte van alle diftar gemeenten in ROVA-gebied blijven de prestaties van Westerveld nog achter; gemiddeld komt in ROVA-gemeenten met diftar 68 kg restafval vrij.
Figuur 3: Overzicht hoeveelheid restafval ROVA-gemeenten in 2020.
In onderstaande box een aantal feiten en cijfers over de behaalde resultaten in Westerveld:
Uitgelicht: Feiten en cijfers ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
10
Laagfrequent inzamelen van restafval heeft geleid tot 40 kg minder restafval per inwoner; VANG-doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 gehaald; VANG-doelstelling van 100 kg restafval per inwoner in 2020 is niet gehaald; Westerveld is koploper gft-inzameling: in 2020 werd 256 kg gft per inwoner ingezameld; Westerveld is ook één van de koplopers in pmdinzameling: 53 kg per inwoner. Dit terwijl de afkeurcijfers laag zijn; slechts 3,1% afkeur in 2020.
Figuur 4: Ontwikkeling hoeveelheid restafval per inwoner per jaar in historisch perspectief
3.3.
Bewonersonderzoek en infoquête
Ondanks de behaalde goede resultaten van de afgelopen jaren, zijn er ook zorgen en aandachtspunten. De daling van de hoeveelheid restafval per inwoner lijkt niet verder door te zetten. Ook is de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen een blijvend aandachtspunt. ROVA houdt iedere twee jaar namens de gemeente een bewonersonderzoek, om de tevredenheid over en perceptie van het afvalbeleid te peilen. Aangezien in de gemeente Westerveld in 2019 een aantal systeemwijzigingen heeft plaatsgevonden, zijn de bewonersonderzoeken van 2018 en 2020 gebruikt om de tevredenheid van inwoners over deze wijzigingen te evalueren. Daarnaast is in het najaar van 2021 een infoquête gehouden bij een steekproef van drieduizend Westerveldse inwoners om aanvullend hun ervaringen en bereidheid voor aanvullende maatregelen te toetsen.
3.3.1. Bewonersonderzoek De gemeente en ROVA willen graag structureel inzicht in de tevredenheid, verwachtingen en het scheidingsgedrag van inwoners ten aanzien van de inzameling van huishoudelijk afval. Elke twee jaar voert ROVA namens de gemeenten een onderzoek uit onder inwoners van de aangesloten gemeenten. Op basis hiervan identificeert ROVA verbeterpunten om de kwaliteit van de dienstverlening verder te verbeteren.
Algemene tevredenheid Over het algemeen krijgt de afvalinzameling van de inwoners van Westerveld een ruime voldoende. Uiteraard is er altijd ruimte voor verbetering. De belangrijkste verbeterpunten die uit het onderzoek naar voren komen hebben te maken met de gelegenheid om grof huishoudelijk afval weg te brengen, de klachtafhandeling en de netheid en reinheid van glascontainers. Dit is vergelijkbaar met de aandachtspunten in andere gemeenten.
11
In 2019 is een drietal systeemwijzigingen ingevoerd: 1. De inzamelfrequentie van restafval is verlaagd naar één keer per acht weken; 2. Er zijn zestien verzamelcontainers voor restafval geplaatst; 3. De inzamelfrequentie van pmd is verhoogd naar één keer per drie weken.
Vergelijking 2018-2020 Naast het identificeren van algemene verbeterpunten zijn de bewonersonderzoeken van 2018 en 2020 gebruikt om deze systeemwijzigingen te evalueren. Helaas kregen we in 2020 ook te maken met de coronapandemie. Uit de resultaten blijkt dat dit in veel gevallen een grotere invloed heeft gehad op de ervaringen van inwoners dan de wijzigingen in de afvalinzameling. Gezien de combinatie van systeemwijzigingen en de coronapandemie zijn de verschillen in tevredenheid op de meeste punten klein. Zo daalde de totale tevredenheid van een 7,61 in 2018 naar een 7,37 in 2020. De vijf aspecten waar de tevredenheid het meest op daalde, zijn: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Het aantal locaties waar u papier en karton naartoe kan brengen (-0,71) Bereikbaarheid van het klantcontactcentrum (-0,66) Klantvriendelijkheid van de medewerker (-0,55) Kwaliteit van de afhandeling (-0,85) Snelheid van de afhandeling (-1,56)
Deze punten zijn allen meer verwant aan de coronapandemie dan aan de systeemwijzigingen. Door de pandemie vielen enkele inzamelrondes van papier en karton door verenigingen uit. Daarnaast steeg het aantal meldingen bij het klantcontactcentrum aanzienlijk, zeker tijdens het voorjaar van 2020, waarin het klantcontactcentrum ook plotseling de overschakeling naar thuis werken moest maken. De gewijzigde elementen van de inzameling (inzameling van restafval en pmd) daalden allebei licht, maar niet significant meer of minder dan andere elementen. Beide scoren nog steeds boven de 8. Het feit dat ook de tevredenheid over pmd-inzameling licht daalde, terwijl de frequentie hiervan verhoogd is, toont aan dat dit effect meer met de coronapandemie dan met de systeemwijziging te maken heeft. Het enige punt waar we het effect van de systeemwijzigingen wel duidelijk terugzien, zijn de vragen die daar specifiek op gericht zijn. Het deel van de inwoners dat de inzamelfrequentie van restafval te laag vindt nam aanzienlijk toe, terwijl de inzamelfrequentie van pmd positiever beoordeeld wordt. Wanneer we kijken naar de tevredenheid over de inzamelfrequentie dan zijn de effecten van de systeemwijzigingen goed te zien. Onderstaande grafiek toont de verschuiving in tevredenheid.
12
2020
16%
2018
21%
79%
5%
75%
3%
2020
15%
78%
6%
2018
17%
77%
6%
Restafval
Gft
Pmd
Tevredenheid inzamelfrequentie 2018 vs 2020
2020
58%
2018
39%
21% 0%
73% 20%
2% 6%
40%
60%
80%
Te weinig
Voldoende
Te vaak
100%
120%
Figuur 5: Mening van inwoners over de inzamelfrequentie van restafval, gft en pmd in 2018 en 2020.
Een dergelijke verschuiving is geen verrassing en niet direct verontrustend. Uit de ervaring van ROVA blijkt dat dit een tijdelijk effect is wat na enige tijd afneemt tot een niveau vergelijkbaar met voor de systeemwijziging. Dit blijkt ook al uit de resultaten van de infoquête van 2021 (zie hieronder).
3.3.2. Infoquête In oktober 2021 heeft een representatieve steekproef van drieduizend Westerveldse huishoudens de mogelijkheid gehad om digitaal of schriftelijk een infoquête in te vullen. De huishoudens zijn met een brief uitgenodigd om deel te nemen aan de infoquête. Enerzijds is de infoquête uitgezet om inzicht te verkrijgen in de ervaringen en om de bereidheid voor aanvullende maatregelen te toetsen bij de inwoners. Anderzijds is de infoquête bedoeld om inwoners te informeren en bewuster te maken over bestaande mogelijkheden.
Algemeen Allereerst valt op dat vrijwel alle inwoners van Westerveld (99%) een gezonde en duurzame leefomgeving belangrijk vinden. Hetzelfde geldt voor het zoveel mogelijk recyclen van afval (97%). De inwoners staan dus achter het commitment van de gemeente aan de VANG-doelen en de circulaire ambities.
Tevredenheid inzamelfrequenties Verder blijkt uit de infoquête dat een ruime meerderheid (67%) de inzamelfrequentie van restafval goed vindt. Het aandeel wat de frequentie te laag vindt (33%) is nog wel hoger dan in het bewonersonderzoek uit 2018 (21%), maar aanzienlijk lager dan in het bewonersonderzoek van 2020 (58%). Steeds meer mensen lijken dus gewend te zijn aan de verlaagde inzamelfrequentie. Driekwart van de inwoners maakt weinig tot geen gebruik van de verzamelcontainers voor restafval. Dit bevestigd de aanname dat de meeste huishoudens uitkomen met de huidige inzamelfrequentie. Toch zijn de verzamelcontainers niet voor niets geplaatst: een kwart van de inwoners gebruikt de containers minimaal één keer per twee maanden. De tevredenheid over de pmd-inzameling is hoger dan uit het laatste bewonersonderzoek kwam. 86% van de inwoners vindt de huidige inzamelfrequentie goed. Hoewel het herstellen van de voorgaande frequentie (één keer per vier weken) logistiek en financieel efficiënter is, wordt naar aanleiding van deze respons de huidige frequentie (één keer per drie weken) gehandhaafd.
13
Informerende vragen In de infoquête waren enkele informerende vragen opgenomen. Het doel hiervan was enerzijds om te peilen in hoeverre inwoners bekend zijn met enkele aspecten van de afvalinzameling. Anderzijds waren deze vragen bedoeld om de inwoners, die er nog niet bekend mee waren, van informatie te voorzien. Uit de informerende vragen blijkt dat 87% van de inwoners bekend is met de mogelijkheid om grof huisvuil op te laten halen. 72% van de respondenten is bekend met de ROVA app en 96% met het afvalbrengstation. We verwachten dan ook het grootste effect van deze vragen op het gebruik van de ROVA app. Dit effect zal echter beperkt zijn, omdat de mensen die de app niet kennen grotendeels tot de oudste leeftijdsgroep behoren; zelfs nu zij bekend zijn met de ROVA-app zullen zij deze niet allemaal gaan gebruiken. In 2022 zal het gebruik van de bevraagde voorzieningen gemonitord worden, om te zien of de informatievoorziening via deze infoquête effect heeft gehad.
Wachttijd afvalbrengstation In 2020 werd door heel Nederland geklaagd over de lange wachtrijen bij afvalbrengstations. Om te bepalen of hier in Westerveld op ingegrepen moet worden (bijvoorbeeld door de openingstijden te verruimen) is gevraagd wat men vindt van de wachttijden bij het afvalbrengstation. De meeste mensen geven aan de huidige wachttijden bij het afvalbrengstation kort of acceptabel te vinden. Dit correspondeert ook met de administratie van de gemeente. De wachttijd wordt op zaterdagochtend als het drukst ervaren. Dit is ook de dag waarop de meeste respondenten het afvalbrengstation bezoeken. Dinsdag en woensdag worden ongeveer gelijk beoordeeld qua wachttijd, deze is voor de meeste mensen goed tot acceptabel. Op donderdag en vrijdagmiddag wordt de wachttijd iets vaker als slechter (lang wachten) beoordeeld. Op dit moment is er geen aanleiding om de openingstijden te verruimen.
Draagvlak toekomstige maatregelen De inwoners zijn ook gevraagd naar hun voorkeuren voor toekomstige systeemwijzigingen. Hierbij is gevraagd naar diftar (variabele afvalstoffenheffing op basis van het aantal aanbiedingen restafval), omgekeerd inzamelen fase 2 (restafval naar een ondergrondse container brengen) en een combinatie van beide maatregelen. Uit de infoquête blijkt dat 54% van de inwoners voorstander is van één of beide wijzigingen. Het meeste draagvlak is er voor diftar. Dit beeld wordt versterkt door de antwoorden op de daaropvolgende vragen. De meeste respondenten, die bereid zijn te betalen per hoeveelheid restafval, doen dit het liefst per aangeboden grijze container, niet per zak in de ondergrondse container. Wat opvalt is dat de respondenten, die aangeven geen voorstander te zijn van diftar of omgekeerd inzamelen, hiervoor argumenten noemen die gebaseerd zijn op misverstanden. Veel voorkomend zijn de argumenten dat diftar duurder is, of dat diftar en/of omgekeerd inzamelen leiden tot illegale dumpingen. Uit onderzoeken en de Benchmark Afval blijkt echter dat de afvalstoffenheffing in gemeenten met diftar gemiddeld lager is dan in gemeenten zonder diftar. Een toename in illegale dumpingen wordt over het algemeen niet waargenomen bij de invoering van deze systeemwijzigingen. Als dit al voorkomt is het een tijdelijk effect.
Bij de invoering van (een van) deze systeemwijzigingen is het dan ook van groot belang om inwoners tijdig van duidelijke en volledige informatie te voorzien. 63% van de respondenten geeft aan niet bereid te zijn het restafval naar een ondergrondse container te brengen, 15% geeft aan dit nog niet te weten. Desondanks weet ruim driekwart van de respondenten wel waar de dichtstbijzijnde restafvalcontainer te vinden is. Op basis van deze resultaten concludeert de gemeente dat er voldoende draagvlak is voor de invoer van diftar, maar nog niet voor omgekeerd inzamelen fase 2. Bij de invoering van diftar is informatievoorziening een belangrijk aandachtspunt. Deze conclusies worden meegenomen in het uitvoeringsplan 2023 (zie ook 4.2.1.).
14
Informatievoorziening Bij de vraag wat inwoners zelf al doen, of bereid zijn te doen, om minder (rest-)afval te produceren, noemt 88% goede afvalscheiding. Daarnaast is ruim een derde van de inwoners bereid om bij het boodschappen doen te letten op de hoeveelheid (en het soort) verpakkingsmateriaal. Tot slot is 17% ook bereid te kiezen voor herbruikbare producten in plaats van wegwerpproducten. 61% van de respondenten geeft aan geen aanvullende hulp nodig te hebben bij het afval scheiden. Van de inwoners die aangeven wel graag hulp te willen krijgen, geven de meesten aan behoefte te hebben aan informatie over afvalscheiding (wat hoort waar). Ook geeft 8% aan graag tips te willen wanneer zij verkeerd afval in de containers gooien. Bij de vraag waar men meer informatie over zou willen ontvangen springen twee onderwerpen eruit: welk afval er in welke bak mag en waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt (beide 21%). Dit sluit aan bij de algemene indruk uit de eerste vragen; de meeste inwoners vinden duurzaamheid belangrijk, maar weten misschien niet altijd of/hoe dit meegewogen is in (wijzigingen in) gemeentelijk beleid. Van de communicatiemiddelen zijn een folder in de brievenbus (41%) en de ROVA app (39%) de meest populaire. Daarnaast noemt 24% e-mail als voorkeur.
De websites van de gemeente en ROVA worden minder vaak genoemd, al is er bij elk een deel van de respondenten (respectievelijk 16% en 13%) dat hier de voorkeur aan geeft.
Oud papier Ruim drie kwart van de respondenten in de infoquête geeft aan tevreden te zijn met de huidige inzameling van papier en karton. Daarnaast is 57% van de respondenten bekend met de JA/JA sticker. Daarvan is 54% hier voorstander van. De invoering van de JA/JA sticker wordt meegenomen in het uitvoeringsplan 2024-2025 (zie ook 4.2.2.).
3.4.
Doelstelling van het beleid 2023-2025
Om te voldoen aan de door de gemeenteraad omarmde VANG-doelstellingen hanteren we voor 2025 de reeds vastgestelde doelstelling: ➢ Verdere reductie van de hoeveelheid restafval naar 30 kilogram per inwoner per jaar in 2025; door minder afval (preventie) en meer en zuiverder grondstoffen (meer en beter scheiden). Deze doelstelling hebben we vertaald in onderstaande drie speerpunten voor het beleid:
1. Optimalisatie inzameling In 2023 willen we het huidige inzamelsysteem verder optimaliseren en bereiden we de invoering van diftar voor vanaf 1 januari 2024. We faciliteren onze inwoners om hun afval goed te scheiden en grondstoffen zo zuiver mogelijk aan te bieden. In 2024-2025 worden maatregelen genomen om de hoeveelheid restafval nog verder terug te dringen. Deze wijzigingen worden voorgelegd in het uitvoeringsplan 2024-2025.
2. Samen met inwoners Grondstoffen scheiden vindt plaats aan de bron. Dit wil zeggen bij de inwoners thuis. Door in deze planperiode met name in te zetten op het aansluiten bij de behoefte van inwoners nemen scheidingsresultaten toe en verbetert bovenal de kwaliteit van de gescheiden deelstromen. Bovendien ontstaat hierdoor ook een breder draagvlak voor het beleid.
3. Kostenbeheersing Op basis van de huidige inzichten in het beleidsveld en de markt is het de komende jaren van belang om de kosten, daar waar mogelijk, beheersbaar te houden. Aangezien een groot deel van de kosten van afvalinzameling en verwerking structureel is, nog steeds toeneemt en niet beïnvloed kan worden door de gemeente, is dit een steeds groter wordende opgave. Bewustwording over het feit dat afvalinzameling nauwelijks meer geld gaat opleveren, maar steeds meer gaat kosten is de boodschap die de komende planperiode moet worden gedeeld.
15
3.5.
Principes en uitgangspunten
Bij de uitvoering van dit beleid gelden de volgende uitgangspunten: ➢ ➢ ➢ ➢
16
Er volgen in deze planperiode inzamelsysteemaanpassingen om de hoeveelheid restafval verder terug te dringen; Alle inwoners in Westerveld worden gefaciliteerd in het kunnen scheiden van hun afvalstromen; De acties en maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de prestaties en het verfijnen van de infrastructuur; Inzetten op bewustwording, educatie, co-creatie om doelstellingen te bereiken.
3.6.
17
Routekaart gemeente Westerveld
4. Aanpak, maatregelen en uitvoeringsplannen 4.1.
Strategie en aanpak
Westerveld wil haar circulaire ambitie realiseren met een samenhangend pakket van verschillende maatregelen. Om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen op de snel veranderende grondstoffenmarkt, worden deze maatregelen uitgewerkt in uitvoeringsplannen. Deze planperiode omvat twee uitvoeringsplannen die herijkt worden om zo optimaal mee te kunnen bewegen met de veranderende toekomst. Het eerste uitvoeringsplan (2023) wordt gelijktijdig met dit grondstoffenplan opgeleverd. Bij het opstellen, uitwerken en uitvoeren van de maatregelen geldt de volgende aanpak: ➢ Leren door te doen en accepteren dat inzichten nog kunnen veranderen; De huidige onrustige markt vraagt flexibiliteit en aanpassingsvermogen ➢ Herformuleren en verwachtingen managen is van belang; Afvalscheiding leidt niet altijd meer tot een besparing en dienstverlening kost geld ➢ Inzet en input van inwoners is cruciaal om onze ambitie te behalen; Inwonerparticipatie vormt een belangrijk element om te komen tot maatwerk en resultaat
4.2.
Voorstel voor maatregelen en activiteiten
In de uitvoeringsplannen zijn voorstellen opgenomen voor maatregelen en activiteiten. Naast een concrete set aan maatregelen, willen we in de uitvoeringsplannen ook ruimte bieden aan de ontwikkelingen in die periode. Mochten er door innovatie of voortschrijdend inzicht aanvullende maatregelen zijn, die meehelpen onze ambitie waar te maken, leggen we deze met aparte voorstellen voor aan de raad. In het uitvoeringsplan voor de periode 2023 ligt de focus op het invoeren van diftar en op optimalisaties binnen het bestaande systeem. Ook wordt 2023 gebruikt om diverse acties voor te bereiden, die in 2024 en/of 2025 uitgevoerd worden. Daarnaast wordt er in dit uitvoeringsplan teruggekeken op de afgelopen planperiode en wordt het volgende Grondstoffenplan voorbereid. Het uitvoeringsplan 2024-2025 wordt separaat aan de raad voorgelegd.
4.2.1. Uitvoeringsplan 2023; ‘Bewustwording, optimale dienstverlening en invoering diftar’ Het eerste uitvoeringsplan heeft als insteek de bewustwording voor het zuiver scheiden van afval bij de inwoners van Westerveld te vergroten. Dat doen we door te communiceren en door diftar in te voeren vanaf 1 januari 2024. Ook merken we het afval dat vrijkomt bij de niet-permanent bewoonde recreatiewoningen aan als bedrijfsafval. Vanaf 1 januari 2024 moeten zij hun afval afvoeren via een marktpartij. Daartegenover staat dat er geen afvalstoffenheffing meer betaald hoeft te worden. Tegelijkertijd willen we vanuit de gemeente de dienstverlening verder optimaliseren, zodat al onze inwoners gefaciliteerd worden om hun huishoudelijk afval te kunnen scheiden en grondstoffen zo zuiver mogelijk te kunnen aanbieden. Ook zullen verschillende acties en maatregelen voorbereid worden, zodat deze in de volgende jaren uitgevoerd kunnen worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
18
Bewustwording via communicatie en informatie; Voorbereiden aanpak Terugwinnaars, de aanpak van ROVA die gericht is op het verbeteren van de kwaliteit (zuiverheid) van de ingezamelde grondstoffen; Voorbereiding invoering GRIP-wagen; Optimaliseren papierinzameling; Evaluatie en optimalisatie afvalbrengstation.
4.2.2. Uitvoeringsplan 2024-2025 ‘Wijzigingen inzamelsysteem’ In 2024 en 2025 zal de nadruk liggen op wijzigingen in het inzamelsysteem (invoering van diftar vanaf 1 januari 2024, eventueel gecombineerd met omgekeerd inzamelen fase 2). Deze wijzigingen dienen als aanvullende prikkel voor inwoners om minder restafval aan te bieden. Ook willen we in deze periode meer inzetten op het voorkomen van afval, niet alleen bij de inwoners, maar ook bij verenigingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties. Voorstellen voor activiteiten en maatregelen die in dit uitvoeringsplan in ieder geval een plek zullen krijgen zijn: ➢ ➢ ➢
Inventariseren van de mogelijkheden tot het implementeren van omgekeerd inzamelen fase 2; Verdere verduurzaming van verenigingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties en evenementen op het gebied van afval en grondstoffen; Uitvoering aanpak Terugwinnaars, evaluatie en verkennen mogelijkheden voor structurele aanpak kwaliteit grondstoffen.
Daarnaast wordt er in dit uitwerkingsplan teruggekeken op de afgelopen planperiode; wat ging goed en wat vergt bijsturing of een andere insteek en aanpak? Op basis van de evaluatie en de ontwikkeling voor de toekomst wordt in dit jaar de koers bepaald voor het Grondstoffenplan voor de periode 2026-2030.
19