CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Groen Leven - Landschappelijk inpassingsplan (15 juni 2022)

Politieke avond Westerveld 7 maart 2023, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerp weigeringsbesluit zonnepark Oude Willem6.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ONTWIKKELINGSVISIE NATUURONTWIKKELING MET DUURZAME ENERGIEOPWEKKING WESTERVELD

Datum

15-6-2022

Bestand

374-01.docx

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ONTWIKKELINGSVISIE NATUURONTWIKKELING MET DUURZAME ENERGIEOPWEKKING WESTERVELD

In opdracht van

GroenLeven bv Lange Marktstraat 5-7 8911 AD Leeuwarden 058 799 0000

Door

Buro Stad en Land Zomerdijk 9e 7942 JR Meppel

Telefoon

06 41 66 55 76

E-mail

wilfred@burostadenland.nl

Internet

www.burostadenland.nl

Project

374-zonnepanelen hoogersmilde

Auteur

Wilfred Hilbers

Datum laatst gewijzigd

15-6-2022

Aantal pagina's

32

Bestand

d:\dropbox\data\374-zonnepanelen hoogersmilde\doc\374-01.docx

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Buro Stad en Land

INHOUD 1

AANLEIDING

1

2

PROVINCIAAL BELEID

3

2.1

OMGEVINGSVISIE DRENTHE

3

2.2

ZONNEAKKERS IN DRENTHE

4

2.3

ZONNEWIJZER BIODIVERSITEIT

7

3

GEMEENTELIJK BELEID

8

3.1

BESTEMMINGSPLAN

8

3.2

BEELDKWALITEITSPLAN GEMEENTE WESTERVELD

9

4

SITUATIE

10

4.1

ABIOTIEK

10

4.2

INVLOED VAN DE MENS-HET ANTROPOGENE LANDSCHAP

12

4.3

DE PROJECTLOCATIE IN BEELD

15

5

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

17

6

BEHEER

22

6.1

OEVERS LANGS WATERGANGEN

22

6.2

STRUWEELBEPLANTING

23

6.3

BLOEMRIJKE GRASSTROKEN TUSSEN PANELEN EN AAN RANDEN

23

6.4

AKKERKRUIDENSTROKEN BUITEN HET BEGRAZINGSDEEL

24

6.5

WILDE HAGEN

25

6.6

BIJENHOTEL BIJ INFORMATIEPUNT

26

7

BEPLANTING

27

7.1

BEPLANTINGPLAN

27

7.2

CONCLUSIE

28

BIJLAGE INRICHTINGSPLAN

29

1

AANLEIDING

Deze landschappelijke inpassing voorziet in de ontwikkeling op basis van de kenmerken van het gebied zoals deze zijn omschreven in de Provinciale

Buro Stad en Land heeft dit landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor

Omgevingsverordening, de Handreiking landschappelijke inpassing

het realiseren van natuurontwikkeling in combinatie met agrarisch

Zonneakkers in Drenthe van de provincie Drenthe, het beleid gemeente

natuurbeheer en de aanleg van duurzame perceelsgebonden energiewinning

Westerveld de aanwezige landschappelijke situatie en de wensen en eisen

op een aantal percelen nabij de Bosweg Hoogersmilde, langs de Tilgrup op de

van de initiatiefnemer. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de

grens van Friesland en Drenthe. Het plangebied ligt ten westen van

bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de

Hoogersmilde en ten zuiden van Appelscha. Het plangebied wordt rondom

uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied.

begrensd door Natura2000-gebied van het Drents-Friese Wold & Leggelderveld. Het plangebied behoort tot de gemeente Westerveld. Het terrein is momenteel landbouwkundig in gebruik (bollenteelt, maïs en akkerbouw). Het perceel met een bruto oppervlakte van zo’n 47 hectare kan ook voor andere doeleinden worden aangewend. De wens van Groenleven is om ter plaatse een duurzaam energieopwekkingssysteem te realiseren. Van de 47 beschikbare hectaren zal 37 hectare effectief gebruikt kunnen worden voor plaatsing van panelen. De ontwikkeling zou kunnen worden gerealiseerd onder voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Dit betekent dat landschappelijke maatregelen dienen te worden genomen, dan wel wordt geconsolideerd om de ruimtelijke kwaliteit op het perceel en in de directe omgeving te versterken of te behouden. In deze rapportage treft u aan het benodigde landschappelijk inpassingsplan. Bij dit initiatief wordt door Groenleven rekening gehouden met de landschappelijke inpassing. Er wordt gekeken naar het landschap, de kavelstructuur en de te plaatsen objecten. Deze drie schaalniveaus bepalen in hoeverre het duurzame energieopwekkingssysteem past in de ruimte. Figuur 1 Topografische situatie locatie

Buro Stad en Land – Landschappelijk Inpassingsplan - 15-6-2022

Buro Stad en Land heeft dit landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij de volgende aspecten zijn voorzien: 1.

Waardering voor de historische structuur van het landschap

2.

Goede vorm, grootte en ordening van de voorzieningen in verhouding tot het landschap

3.

Goede inpassing (plaats van installaties, bomen en structuurgroen in de omgeving)

4.

Goede ontsluiting van de velden

5.

De ontwikkeling gericht op de toekomst en passend binnen voorziene ontwikkelingen

6.

Goede ruimtelijke ordening in verhouding tot de aanwezige woningen in de directe omgeving

7.

Voldoende afstand tussen de ontwikkeling en andere ruimtelijke elementen

8.

Duurzame ontwikkeling waar mogelijk

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 2

2

PROVINCIAAL BELEID

2.1

Omgevingsvisie Drenthe

In het buitengebied kan de productie van zonne-energie ten opzichte van intensief agrarisch gebruik kansen opleveren voor de verbetering van water-, bodem- en natuurkwaliteit. Deze constatering heeft een

In de Omgevingsvisie Drenthe 2018, geeft de provincie Drenthe aan een

doorwerking in de Omgevingsvisie gekregen met de voorwaarde dat

hogere productie van zonnestroom te willen stimuleren. De provincie streeft

er bij de ontwikkeling van zonne-energie “sprake moet zijn van een

naar een uitbreiding van de productie van zonnestroom, met zonnepanelen.

combinatie met andere functies en/of dat het op gebiedsniveau tot

Met het oog hierop geeft de Omgevingsvisie veel ruimte aan de ontwikkeling

integrale meerwaarde leidt.”

van initiatieven voor de productie van wind- en zonne-energie. Bij de realisatie van zonneakkers willen we een balans tussen zonneakkers en landschap, omdat we de afwisseling van het landschap en de herkenbaarheid van de landschapstypen willen behouden, inclusief de natuurlijke en cultuurhistorische aspecten. Daarom willen we voldoende afstand tussen de individuele zonneakkers (of clusters van zonneakkers). De benodigde afstand is afhankelijk van schaal van het landschap. Daarnaast moet de maat van het individuele zonneveld passen bij het landschap. Wij vragen initiatiefnemers een plan op te stellen waarin aandacht is voor de ruimtelijke, fysieke context. Aandacht voor een samenhangend ontwerp, meerwaarde voor het gebied en inrichting van de randen zijn hierbij belangrijke aspecten. Juist aan de randen vinden we het belangrijk dat wordt ingespeeld op de omgeving en de kernkwaliteiten in het gebied. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen bij de ontwikkelingen rondom zonnestroom is binnen de Beleidsregel Zon opgesteld. De Beleidsregel Zon is een nadere uitwerking van het huidige omgevingsbeleid voor de aanleg van zonneparken in Drenthe. Met deze beleidsregel kan beter worden gestuurd op de ruimtelijke kwaliteit van zonneparken. De vertaling van deze ruimtelijke kwaliteit is verder uitgewerkt in 'Zonneakkers DrentheFiguur 2 Omgevingsvisie 2018 Landschap: Esdorpen

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 3

handreiking landschappelijke inpassing' ‘Zonnewijzer biodiversiteit-

handreiking voor de aanleg en beheer van groen op zonnevelden en

B. De maat van een individuele zonneakker moet passen bij het landschap

handreiking voor participatie bij zonne- en windparken.

▪

Laat de maat van een zonneakker nooit de maat en schaal van landschapseenheden domineren.

2.2

Zonneakkers in Drenthe

Handreiking landschappelijke inpassing

C. Creëer meerwaarde voor het gebied

De verduurzaming van onze energievoorziening krijgt in toenemende mate

▪

Herstel of versterk het cultuurlandschap.

vorm. De ontwikkeling van zonneakkers in het buitengebied is daar

▪

Behoud en vergroot de biodiversiteit.

onderdeel van. Omdat dit effect heeft op onze leefomgeving in de vorm van

▪

Behoud en verbeter de bodemkwaliteit.

de beleving en herkenbaarheid van het landschap, heeft Provincie Drenthe

▪

Creëer mogelijkheden voor recreatief medegebruik.

hiervoor beleid opgenomen in de Omgevingsvisie. Dit moet ertoe bijdragen

▪

Zorg voor dubbel ruimtegebruik van de zonneakker.

dat de landschappelijke kenmerken niet verloren gaan en dat de

▪

Draag bij aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem.

verschillende Drentse cultuurlandschappen herkenbaar blijven bij de ontwikkeling van zonneakkers. Daarnaast streeft Provincie Drenthe ernaar

D. Speel in op de omgeving en de kernkwaliteiten van het gebied

dat er met de ontwikkeling van zonneakkers meerwaarde ontstaat voor de

▪

Laat de hoogte van de panelen passen bij het landschapstype.

omgeving.

▪

Houd afstand tot wegen en bebouwing.

▪

Volg bestaande landschapsstructuren, verkavelingspatronen en hoogteverschillen.

Bi de beoordeling van een zonneakker-initiatief kijken we niet alleen naar de locatie waar de zonnepanelen geplaatst worden. We kijken ook naar de

▪

Behoud zichtlijnen.

omgeving en de randen van de zonneakker. Het projectgebied is het bruto

▪

Respecteer de grenzen van landschappelijke eenheden.

oppervlak, het vlak met zonnepanelen is het netto oppervlak en het verschil zijn de randen en de landschappelijke inpassing. 2.2.1

Beleidsregels:

A. Houd voldoende afstand tussen individuele (clusters van) zonneakkers ▪

Voorkom een zichtrelatie tussen individuele zonneakkers.

▪

Laat de dichtheid van zonneakkers in een landschapstype nooit de karakteristieken van het landschap domineren.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 4

E. Zorg voor samenhang in het ontwerp ▪

Zorg voor een eenduidige opstelling van de panelen.

▪

Positioneer bijgebouwen in een lijn.

▪

Kies een donkere, eenduidige kleurstelling voor hekwerken en bijgebouwen.

▪

Richt eventuele toegangswegen en onderhoudspaden ook op een landschappelijke manier in.

F. Zorg voor een zorgvuldige inrichting van de randen ▪

Werk met landschapstype eigen middelen.

▪

Voorkom zicht op achterkanten van panelen.

▪

Combineer hekwerken en andere objecten met de landschappelijke randafwerking.

G. Breng locaties na uitgebruikname in oorspronkelike staat terug ▪

Zorg voor herstel of versterking van het oorspronkelijke landschap.

Figuur 4 Natuurlijke afscheiding in combinatie met kruidenrijk grasland en voldoende beheerruimte ten behoeve van de ecologie

Volg bestaande landschapsstructuren, verkavelingspatronen en hoogteverschillen. Elk landschap heeft een eigen structuur. Deze wordt gevormd door de ontstaansgeschiedenis, de ondergrond, aardkundige waarden maar ook Figuur 3 Landschappelijke elementen onttrekken zonneakker aan het zicht

ontginningsstructuren als verkaveling, bebouwing, bodemreliëf en uiteraard de meer zichtbare landschapselementen als bossen, lanen en water. Door

Behoud en vergroot de biodiversiteit.

met de ontwikkeling van een zonneakker deze structuren te respecteren

Meerwaarde voor de natuur en vergroten van biodiversiteit zit op vele

blijven ze behouden en door ze met de vormgeving te volgen blijft het

ontwerpaspecten van een zonnepark. Toepassing van landschappelijke

landschap leesbaar

randen, maar ook de ruimte tussen de panelen, het selecteren van de juiste materialen en ook het toepassen van de ecologische beheermaatregelen. Enkele gouden regels zin: zorgen voor veel natuurlijke overgangen in beplanting, geleidelijke overgangen van nat naar droog, gebruik gevarieerd inheems plantmateriaal, pas natuurgericht beheer toe. Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 5

voorkeur vindt naast het herstellen van landschappelijke elementen tevens versterking van deze elementen plaats. Zo kan een zonneakker na uitgebruikname een positieve impuls geven aan het landschap. Het is daarom van belang om al in de initiatiefase van een zonneakker duidelijk te maken hoe aanleg en beheer van het terrein vorm zullen gaan krijgen. Duidelijk moet zijn hoe landschapsherstel, biodiversiteit en bodemkwaliteit of medegebruik een plek krijgen. 2.2.2

Esdorpenlandschap

Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen, namelijk het dorp, de es, het beekdal en de velden/bossen/heide. Direct aan de rand Figuur 5 Volgen van bestaande structuren

van het dorp lagen de ‘goorns’: kleinschalige, verkavelde gebieden met hagen en singels, waar onder andere groenten voor menselijke consumptie werden verbouwd. Op de hoger gelegen gronden ontwikkelden zich door de eeuwen heen de essen, omzoomd door bosjes, strubben of soms een ringwal. In het lagergelegen beekdal lagen de graslanden, tot aan het begin van de vorige eeuw onverdeeld, de zogenaamde madelanden. Later zijn de beekdalen sterk verkaveld en hebben ze door de aanleg van houtwallen een kleinschalig, besloten karakter gekregen. Het provinciaal beleid is gericht op: ▪

behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting;

▪

behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.

Figuur 6 Bijgebouwen in 1 lijn t.b.v. een rustig beeld

Karakteristieke landschapsstructuren en -elementen zijn: Breng locaties na uitgebruikname in oorspronkelijke staat terug

• Houtwal (eiken op de droge gronden, elzen in de beekdalen)

In de provinciale Omgevingsvisie is opgenomen dat '...locaties dienen na

• Laanbeplanting (eiken)

uitgebruikname ... in de oorspronkelijke staat te worden teruggebracht'. Bij

• Bosvakken

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 6

• Esrandbeplanting (droog bos met struweel) • Beekdalbeplanting • Waterstructuren: beken, verkavelingssloten, greppel • Bodemreliëf in de vorm van essen en zandrugflanken 2.3

Zonnewijzer biodiversiteit

Handreiking voor de aanleg en beheer van groen op zonnevelden De handreiking geeft algemene aanwijzingen voor inrichting en beheer van zonnevelden. Onderdelen uit de rapportage zijn verwerkt in de planvorming ten behoeve van optimalisatie biodiversiteit.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 7

3

GEMEENTELIJK BELEID

3.1

e. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik; f. het aanleggen en/of verharden van paden of parkeergelegenheden en het

Bestemmingsplan

aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, met uitzondering van het aanleggen

Het vigerende bestemmingsplan ter

en/of verharden van wegen ter ontsluiting van agrarische percelen, kuilvoerplaten en

plaatse van de gronden is het

sleufsilo's;

bestemmingsplan Buitengebied

g. het aanleggen van ondergrondse, bovengrondse transport-, energie- en/of

Westerveld 2012 (vastgesteld op

telecommunicatiekabels en/of -leidingen;

2012-07-05). In het vigerende

h. het (gedeeltelijk) verwijderen van karakteristieke gebouwen; voor zover voorzien

bestemmingsplan is de

van de aanduiding "karakteristiek";

enkelbestemming voor de gronden ‘agrarisch-2‘ met

i. het (gedeeltelijk) verwijderen van karakteristieke bijgebouwen. 4.7.2. Uitzonderingen

dubbelbestemming waarde

Het bepaalde in lid 4.7.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die:

archeologie 3.

a. het normale onderhoud en/of het normale agrarische gebruik betreffen;

Figuur 7 Uitsnede bestemmingsplankaart

b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4.7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde,

4.7.3. Toetsingscriteria a t/m g

of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden en de geomorfologische,

4.7.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden

cultuurhistorische en archeologische waarden, het Beeldkwaliteitsplan Gemeente

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een

Westerveld. De in lid 4.7.1 onder a, voorzover het houtwallen betreft, en d, voorzover

omgevingsvergunning vereist:

het betreft het dempen, genoemde vergunningen, kunnen voorts slechts worden

a. het kappen en/of rooien en/of vellen van bomen en/of houtgewas, niet zijnde

verleend indien er zódanige compensatie plaatsvindt dat de landschappelijke structuur

bomen en/of houtgewas onderdeel uitmakend van een grondgebonden agrarische

niet onevenredig wordt geschaad.

teelt, en voorzover niet geregeld volgens de Boswet of krachtens een op grond van de Boswet vastgestelde verordening; b. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van bosaanplant tot een aaneengesloten oppervlakte van ten hoogste 1,00 hectare; c. het afgraven en/of ophogen van gronden; d. het dempen en/of graven van sloten, poelen (diameter > 10 m) en/of andere watergangen en/of -partijen;

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 8

3.2

Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld

Het afgeven van de omgevingsvergunning wordt onder meer getoetst aan het beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld. Het document bevat de spelregels waaraan de nieuwe, of vernieuwde, bebouwing van particulieren en ondernemers zal moeten voldoen. Het BKP dient in de eerste plaats als toetsingskader, maar tevens als inspiratiebron. Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door bijvoorbeeld verschillen in bodem en waterhuishouding, maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. De gemeente Westerveld wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. Het beeldkwaliteitsplan spreekt zich met name uit over inpassing van nieuwbouw en de daarbij horende erfinrichting. Landschappelijk worden geen/weinig criteria aangehaald. In het licht van dit project zijn enkel de bruikbare onderdelen aangehaald:

Figuur 8 Plangebied veldontginningslandschap

De kernkwaliteiten van het veldontginningslandschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn:

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 9

▪

overwegend open, plaatselijk verdicht met bosjes, houtwallen en singels

▪

in gebruik als bouw- en grasland

▪

percellering afhankelijk van ontginning en ruilverkaveling

▪

bebouwing voornamelijk langs ontginningsassen.

4 4.1

SITUATIE Abiotiek

Geomorfologie

Bodem

Figuur 9 Geomorfologische kaart

Figuur 10 BOFEK bodemkaart

Het plangebied wordt grotendeels gevormd door een vlakte van ten dele

De ondergrond van het beoogde perceel bestaat grotendeels uit

verspoelde dekzanden of löss hoofdzakelijk ontstaan door eolische

Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand.

processen. Aan de zuidwestzijde ligt een dalvormige laagte hoofdzakelijk ontstaan tijdens een geologisch tijdperk met periglaciale omstandigheden.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 10

Water

Hoogte

Het plangebied heeft grotendeels grondwatertrap VI = H 40-80 L >120. Dat

Het plangebied is relatief vlak, aan de zuidwestzijde ligt een laagte a.g.v. de

betekent dat er redelijk grote verschillen zijn tussen vochthuishouding in

geomorfologische dalvormige laagte.

zomer en wintersituatie. In het plangebied ligt een aantal kavelsloten ten behoeve van de gewenste drooglegging voor landbouwtechnisch gebruik.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 11

4.2

Invloed van de mens-het antropogene landschap

uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap, met de boermarken als het oorspronkelijke gezag. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Ze liggen veelal op landschappelijke overgangen van nat (beekdal) naar droog (es/heide/bos). Rond de dorpen liggen de landschapsonderdelen die vanouds in het landbouwsysteem elk hun eigen functie hadden. Direct aan de rand van het dorp lagen de ‘goorns’: kleinschalige, verkavelde gebieden met hagen en singels, waar onder andere groenten voor menselijke consumptie werden verbouwd. Op de hoger gelegen gronden ontwikkelden zich door de eeuwen heen de essen, omzoomd door bosjes, strubben of soms een ringwal. In het lager gelegen beekdal lagen de graslanden, tot aan het begin van de vorige eeuw onverdeeld, de zogenaamde madelanden. Later zijn de beekdalen sterk verkaveld en hebben ze door de aanleg van houtwallen een kleinschalig, besloten karakter gekregen. Buiten de gecultiveerde wereld lag de grote ‘woestenij’: het veld, de heide. Dit is een vaak enorm grote ruimte die gebruikt werd om de schapen te weiden. Door ontginning en bebossing (tot ver in onze eeuw) zijn de meeste van deze heidevelden verdwenen. Rond 1900 is het gebied rondom open en bestaat voornamelijk uit heide en

Figuur 11 Landschapstype: Heideontginning in essenlandschap

Het Drents plateau bestaat voornamelijk uit esdorpenlandschap. Dit landschapstype bevat enkele telkens terugkerende onderdelen, namelijk het dorp, de es, het beekdal en de velden/bossen/heide. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 12

ruigte. Vanuit Hoogersmilde vinden de eerste ontginningen dan plaats. De begrenzing tussen Friesland en Drenthe is reeds herkenbaar (Tilgrup). De Tilgrup is een grotendeels gekanaliseerde beek, die van noordoost naar zuidwest langs de boswachterijen Appelscha en Smilde en door het Dieverveld naar de Vledder Aa stroomt. Deels vormt de beek de grens tussen de provincies Friesland en Drenthe. Een deel van het stroomgebied van de beek behoort tot het natuurpark het Drents-Friese Wold. De beek is in het

midden van de 20e eeuw gekanaliseerd om samen met de Vledder Aa te zorgen voor de afwatering van het gebied ten zuidwesten van Smilde. In 1950 is het gebied nog altijd ruig en onontgonnen. In de omgeving worden dan al meer en meer gronden in cultuur gebracht. Er is nauwelijks sprake van grootschalig bos, vanaf 1950 start de aanplant van het grootschalig boscomplex ten behoeve van het beperken van verstuivingen en het produceren van mijnhout. Na 1950 verandert er in het kaartbeeld nagenoeg niets. Opvallend is dat het plangebied en omgeving amper bebost is geweest maar vanaf 1900 altijd een landbouwkundige functie heeft gehad. Figuur 13 Kaartbeeld voor 1950

Figuur 12 Kaartbeeld 1900

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 13

Figuur 14 Kaartbeeld na 1950

Figuur 15 Kaartbeeld huidige situatie

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 14

Figuur 16 Luchtfoto huidige situatie

4.3

De projectlocatie in beeld

Figuur 17 Zicht vanaf de zuidoostelijke hoek plangebied Bosweg

Figuur 19 Landbouwkundig gebruik

Figuur 20 Beeld van de Tilgrup als oostelijke grens plangebied Figuur 18 Bestaande boerderij aan de Bosweg

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 15

Figuur 21 Luchtfoto

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 16

5

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

▪

Langs de randen en tussen de panelen liggen kruidenrijke vegetatiestroken

▪

Het beheer van het park is gericht op ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden en versterken van aanwezige natuur in de omgeving

▪

Aan de westzijde is een informatiepunt voorzien aansluitend op de Bosweg met uitzicht over het omliggende landschap en de panelenvelden.

Een belangrijk doel van het inrichtingsplan is de ruimtelijke, functionele relatie met de omgeving te versterken of te behouden. Het terrein zou op een diffuse wijze over moeten gaan in het landschap. De panelen worden haaks op de meest overheersende kavelrichting geplaatst. Hierdoor vangen ze voldoende zonlicht (zonnetrackers) en is de ruimtelijke impact het meest beperkt. Uitgangspunt is behoud en versterking van het essenlandschap. De kleinschaligheid, het gevarieerde landschap met een afwisseling van houtsingels, bospercelen en boomgroepen en laanbeplanting langs de wegen vormen een belangrijke landschappelijk thema’s, al is dat momenteel geheel Figuur 22 Inrichtingsplan op locatie (zie ook bijlage)

niet het karakter van de projectlocatie als landbouwterrein. Er is daarom relatief veel extra randbeplanting voorzien. Vooral aan de Bosweg is het van

Behoud van landschappelijke kwaliteit conform beleid

waarde het zicht op het panelenveld te beperken. Langs deTilgrup wordt een

UITGANGSPUNTEN

in breedte gevarieerde, strook met struweelbeplanting ingericht over de

▪

Panelen zijn niet/nauwelijks zichtbaar vanuit de omgeving

gehele lengte langs de panelenvelden.

▪

Aan de noordwest- en zuidwestzijde wordt het gebied afgeschermd door struweelbeplantingen

▪

De landschappelijke structuur, kavelrichting, verkavelingslijnen en omvang kavels zijn behouden

▪

Aan de zuidzijde (en beperkt westzijde) is een ecologische oever ingericht

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 17

schuin (met de zon mee draaiende) opgestelde panelen, in vaste lengtes van 90 m., max. 2,00 m. hoog.

Doel Met het inrichten van het plangebied ten behoeve van natuurontwikkeling met agrarisch natuurbeheer en het (tijdelijke) duurzame energieopwekkingssysteem wil GroenLeven uiteindelijk een natuurgericht, Figuur 23 Zonnetrackers: Nieuw type paneel t.b.v. optimalisatie biodiversiteit

Voor de locatie wordt geen gebruik gemaakt van reguliere tafels. Het past in Hoogersmilde goed om hier te gaan werken met zonnetrackers.

extensief gebied opleveren waarmee ten opzichte van het huidige intensief agrarisch gebruik kansen zullen ontstaan voor de verbetering van water-, bodem- en natuurkwaliteit zonder dat de huidige landschappelijke karakteristiek wordt beperkt.

Zonnetrackers draaien mee met de zonnestand. Dat zal zijn van oost- naar west. Voordeel is hogere opbrengst per paneel en meer tussenruimte wat biodiversiteit en natuurlijke karakter ten goede komt.

Das Tijdens ecologisch onderzoek is gebleken dat de das het gebied gedeeltelijk gebruikt als fourageergebied. Binnen het terrein is voor de das ruim 11 ha. voorzien als compensatie primair fourageergebied (bemest grasland) voortkomend uit het ecologisch advies.

Figuur 24 Zonnetrackers

In de uitwerking zijn zes panelenvelden voorzien welke zich nadrukkelijk vormen naar kavelvorm en richting en waarbij de kavels en kavelsloten (parallel aan de overwegende kavelrichting) als scheiding behouden blijven, de velden zijn gezamenlijk 37 ha. groot. Het betreffen vlakke velden met Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 18

Veldleeuwerik Aan de Tilgrup is een (gedeeltelijk) visuele afscheiding gewenst. De veldleeuwerik is hier als doelsoort benoemd. Ten behoeve van deze soort worden dichte, struweelvormende, besdragende beplantingen voorzien, zonder boomvormers al dan niet op variabele grondlichamen. De kavelsloot aan de zijde plangebied wordt voorzien van een flauwe, natuurlijk oever. Ter beperking van het zicht op de panelenvelden vanaf de Bosweg wordt een gevarieerd grondlichaam (2.50 m. hoog) langs de weg aangelegd met natte waterberging/-infiltratiezone aangeplant met struweelbeplanting.

Figuur 25 Natuurontwikkelingsplan

Figuur 26 Grondlichaam met struweel langs Bosweg

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 19

Figuur 27 Struweel voor o.a. veldleeuwerik

Sloten

Extensief grasland

Bestaande sloten worden deels gedempt of aangepast. Te dempen sloten

Het overige gebied wordt gevormd door extensief beheerd grasland (ruim 32

worden gedempt met (rijk) toplaagmateriaal uit de directe omgeving

ha.). Bloemrijk grasland wordt gekenmerkt door variatie in structuur en een

waardoor in de directe omgeving de toplaag wordt verschraald. Een tweetal

begroeiing die rijk is aan bloeiende planten, insecten zoals vlinders en (wilde)

te behouden sloten (t.b.v. waterafvoer) wordt zoveel mogelijk voorzien van

bijen en kleine fauna. Gradiënten zoals in voedselrijkdom, licht schaduw en

een flauwe oever (1:7) waardoor de biodiversiteit (vochthuishouding) wordt

nat droog en diversiteit in beheer zorgen voor diverse vegetatietypen. Het

vergroot.

aandeel kruiden is ten minste 20%. Bloemrijk grasland wordt vrijwel altijd extensief gemaaid, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Soms kan nabeweiding met schapen een positief effect hebben op de vegetatie.

Figuur 29 Extensief beheer grasland tussen panelen

Eenvoudige poorten en hekwerken Hekwerken staan achter de randen (binnenzijde). Het hekwerk wordt een zgn. ‘deer fence’, een gaashekwerk met vierkante houten palen 2,20 m hoog en metaal (prikkel-)draad) voor de bovenste 40 cm. Er is zorg voor faunapassage, het hek krijgt een vrije doorgang aan de onderzijde. De hekken Figuur 28 Behouden sloten met flauwe oever en te dempen sloten met verschraalde omgeving

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 20

worden zoveel mogelijk in rechte lijnen geplaatst.

Figuur 30 Referentie transparant Deer fence hekwerk (met houten palen)

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 21

6

BEHEER

6.1

Oevers langs watergangen

Figuur 32 Wensbeeld oevers langs sloten

Figuur 31 Bijmaaien nodig bij extensieve begrazing

Langs een tweetal bestaande sloten en langs de sloot aan de binnenzijde Tilgrup wordt een flauwe, natuurlijke oever voorzien. Het gewenste beheer

Het beheer richt zich op de natuurlijke inrichting. De agrarische functie kan

voor de hogere delen van het talud bestaat uit 1 - 2 x per jaar maaien en

op de locatie deels worden behouden door het terrein relatief extensief te

maaisel afvoeren. Bij voorkeur vindt dit gefaseerd plaats, zodat niet alle

beweiden met schapen of te maaien en af te voeren. Dit kan door het aantal

begroeiing in een keer verdwijnt.

schapen te beperken (3 schapen/ha.) en de begrazing gezoneerd uit te voeren. Zo ontstaat een terrein met hogere natuurwaarden. Daarnaast wordt

Twee keer per jaar maaien (niet voor 1 juli in verband met broedvogels) leidt

een natuurvriendelijke inrichting van bloemrijke randen voorzien.

sneller tot voedselarme kanten en deze kunnen bloemrijker worden. Eén keer per jaar maaien leidt tot wat ruigere begroeiing die wel aantrekkelijk is

Uitgangspunt is zo min mogelijk in de bodem te wijzigen en het maaiveld te

voor libellen en moerasvogels. Door beide beheersvormen op verschillende

handhaven. Het terrein moet aan het einde van de exploitatie van het park

plaatsen toe te passen ontstaat meer diversiteit in biotopen die als geheel

weer in de huidige staat maar met hogere natuurwaarden kunnen worden

meer biodiversiteit kunnen opleveren.

teruggebracht. Op lagere delen van het talud worden rietkragen of ruigte ontwikkeld door 1 x per 2 jaar te maaien (september) en maaisel af te voeren in het najaar.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 22

Voor vogels is het waardevol om het maaien van een deel van de oevers of

bijvoorbeeld eens per 3-5 jaar in het winterseizoen worden gedaan. Als dit

ruigte een jaar over te slaan. Dit biedt schuil- en foerageermogelijkheden in

gefaseerd (niet alle tegelijk) gebeurt, blijft er continu begroeiing aanwezig die

de winter en broedmogelijkheden in de zomer.

broedmogelijkheden en zangposten aan vogels biedt en het zicht op de zonnepanelen beperkt.

Ook voor de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen is deze frequentie gunstig. Voor de instandhouding van de oevervegetatie is

Struwelen moeten niet uitgroeien tot gesloten bosstroken, belangrijk is het

minimaal eens per twee jaar maaien wel wenselijk. Het beheer van het

ruimte (75%) tussen de struwelen te houden zodat bijvoorbeeld dagvlinders

waterhoudend profiel bestaat uit 1 x per jaar schonen en maaisel afvoeren.

veilige plekken vinden om op te kunnen worden.

Bij voorkeur vindt dit gefaseerd plaats, zodat niet alle begroeiing in een keer verdwijnt. Als dit de waterafvoerende functie niet in gevaar brengt, kan het

Met het terugzetten wordt rekening gehouden met de diversiteit aan

ene jaar de ene (overlangse) helft worden geschoond en het daaropvolgende

soorten, dus niet ineens alle meidoorn, of alle sleedoorn terugzetten.

jaar de andere helft. Een andere optie is om de ene helft in de zomer (voorjaar mijden in verband met broedvogels) en de andere helft in najaar

6.3

Bloemrijke grasstroken tussen panelen en aan randen

(september) te schonen. 6.2

Struweelbeplanting

In de ruimte tussen de panelen komen grassen en kruiden tot ontwikkeling. Schaduwwerking van de panelen wordt geminimaliseerd door de toepassing van de zonnetrackers. Vegetatie zal zich nagenoeg gelijk aan overige ruimtes ontwikkelen. In principe zal worden ingezaaid met een gras-klavermengsel. Met schapen worden de stroken extensief beweid of extensief gemaaid. Door de extensiviteit zullen delen door schapen buiten beschouwing worden Struwelen bevinden zich langs de Tilgrup en de Bosweg Het struweel bestaat

gelaten. Hier past extensief beheer door 2 keer per jaar (bij)maaien. Maaien

uit inheemse, streekeigen soorten die op het moment dat ze te hoog worden

moet plaatsvinden na de broedtijd, dus vanaf juli.

(max. 5 meter), worden ze teruggezet tot vlak boven de grond. Dit kan

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 23

Bepaalde delen nabij de

6.4

Akkerkruidenstroken buiten het begrazingsdeel

zonnepanelen vormen een aantrekkelijk biotoop voor solitaire bijen die in de grond nestelen, bijvoorbeeld nabij de palen van de installatie. Voorstel is om onder een deel van de panelen (zeg 10%) een pakket van 10-20 cm schraal zand aan te brengen waarin grondbijen nestgelegenheid kunnen vinden.

Figuur 33 Extensieve, gefaseerde begrazing Figuur 34 Bloemrijke stroken tussen panelen

De akkerkruidenstroken buiten het begrazingsdeel (de hekken) is vooral gericht op bloembezoekende insecten en akkervogels.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 24

Hiervoor kan een zadenmengsel grassen, graan en kruiden gebruikt.

6.5

Wilde hagen

Cultuurkruiden met oliehoudend zaad zoals bladrammenas, gele mosterd of koolzaad zijn erg aantrekkelijk voor vinkachtigen als kneu en groenling. Ook wilde akkerkruiden zoals korenbloem en klaproos passen hier goed. Een akkerkruidenrand vergt wel een herhaalde grondbewerking en herinzaai. Wij stellen voor langs alle toe te passen. Bij een rand met eenjarige soorten is dit ieder jaar noodzakelijk; als ook overblijvende soorten worden gezaaid volstaat eens per 2-3 jaar. Zonder herinzaai vergrast de rand en nemen waardevolle kruiden sterk af. Vóór het inzaaien is grondbewerking nodig. Zaaien vindt vroeg in het voorjaar, in maart of april plaats. Verder beheer is tot het volgende voorjaar niet noodzakelijk, zodat de zaden in de planten beschikbaar komen als wintervoedsel voor akkervogels. Zo nodig kan pleksgewijs worden gemaaid om zaadvorming van distels te voorkomen. In het volgende voorjaar is ofwel

Figuur 35 Wilde haag

een lichte bewerking met eg, klepelmaaier of wallenfrees gewenst, ofwel een diepere grondbewerking met opnieuw inzaaien.

De wilde haag vormt een lijnvormig, gesloten beplantingselement met name bedoeld om het zicht vanuit de omgeving op het park te minimaliseren. De wilde hagen zijn voorzien aan noord- en westzijde van de bestaande boerderij aan de Bosweg. De haag bestaat veelal uit doornstruiken uit het inheems bosplantsoen (meidoorn, sleedoorn, wilde roos etc.) De haag wordt aangeplant in dubbele rijen en wordt in het beginstadium (1e 3 jaar) 2x/jaar geknipt, daarna 1x/jaar en vormt uiteindelijk een bossige, wilde haag.= met een hoogte tot 3 meter. Hierdoor blijft het open karakter van het kommengebied behouden. Snoei vindt plaats na het broedseizoen. In de wet Natuurbescherming is aangegeven dat er geen verstoring, op welke manier dan ook, mag plaatvinden bij alle inheemse vogels, hun nesten en

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 25

eieren. In die wet staat dat alle nesten in het broedseizoen beschermd zijn.

Een bijenhotel is maar voor een beperkt aantal soorten bijen interessant, de

Buiten het broedseizoen geldt dit ook voor de vaste nesten en rustlocaties.

meeste bijen vinden hun voortplantingsmogelijkheden elders, echter

Het broedseizoen is vastgelegd van 15 maart tot 15 juli. Een eerste

educatief, voor de algemene bezoekers van het infopunt geeft het een mooie

snoeibeurt dus laten plaatsvinden direct na 15 juli, bij 1x/jaar snoeien in

verrijking van de plek en versterkt het de natuurbeleving.

oktober zodat bessen tot die tijd beschikbaar blijven voor vogels. Er worden bijenhotels van verschillende grootte te koop aangeboden, maar 6.6

Bijenhotel bij informatiepunt

zou ook met bijvoorbeeld met vrijwilligers van natuurorganisaties, scholen of buurtverenigingen kunnen worden gebouwd. Het is benodigd eens per drie jaar op zijn minst een deel van het materiaal te vervangen en zo nieuwe nestgelegenheid te bieden. Dit kan het beste worden gedaan aan het eind van de winter. Het oude materiaal moet niet worden afgevoerd maar blijven liggen zodat eventuele aanwezige poppen nog uitkomen. Het informatiepunt geeft naast uitleg over de zonne-energiewinning ook informatie over het hier toegepaste natuurbeheer.

Nabij het informatiepunt voor bezoekers willen we een bijenhotel aanbrengen. Een bijenhotel bestaat uit een bouwwerk met daarin houtblokken of stenen met boorgaten, bundels holle stengels van bijvoorbeeld riet of bamboe, en eventueel ook stukjes leemwand. Door holtes van verschillende groottes aan te bieden, met diameter tussen 8 en 14 mm, kunnen veel verschillende soorten solitaire bijen hierin nestelen en voedsel dichtbij vinden in de kruideneilanden en natuurvriendelijke oevers. Belangrijk is dat de achterzijde van holle stengels, geboorde holtes in houtblokken en holtes in stenen dicht zijn. Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 26

Figuur 36 Infobord

7

BEPLANTING

7.1

Beplantingplan

golvende, in het Pleistoceen gevormde landschap wordt doorsneden door beekdalen. Van oorsprong werd het gebied gekenmerkt door uitgestrekte bossen afgewisseld met hoogvenen en zeggevenen.

Alle toe te passen beplanting is in principe streekeigen en/of inheems. Voor deze locatie is van toepassing binnen het gebied van de Hogere 7.1.1

Fysisch geografische plantenregio’s

Zandgronden de ligging op dekzandgebied, niet zeer arme humeuze tot

De methodiek van de fysisch geografische plantenregio’s wordt gehanteerd

venige zandgronden, de Associatie Elzen-Eikenbos (10) Op gronden met

om een juiste soortenkeuze te bepalen, gebaseerd op soorten die van

GWT V en VI komt van nature de droge variant van het Berken-

oorsprong voorkomen in een bepaald gebied, gerelateerd aan specifieke

Zomereikenbos (6) tot ontwikkeling. Er worden in principe geen bomen

hydrologische- en bodemeigenschappen.

aangeplant.

Op basis van de fysisch geografische plantenregio’s wordt de relatie tussen

Struiklaag

standplaats en bosgemeenschap en tussen bosgemeenschap en

Nederlandse

Wetenschappelijke

naam

naam

weinig

Vuilboom

Rhamnus frangula

r

zeldzaam

Gewone vogelkers

Prunus padus

3

matig

Eenst. meidoorn

Crataegus monogyna

Sleedoorn

Prunus spinosa

Rode kornoelje

Cornus sanguinea

V

Presentie

2-4

belangrijk is, alleen van deze soorten bij aanleg gebruik te maken. Voor het bepalen van de (boom- en struik)soorten die van nature op een

soortenkeuze bepaalt. Met behulp van deze informatie kunnen de soorten worden bepaald welke van nature op een bepaalde standplaats groeien. Aanbevolen wordt om indien de ecologische of landschappelijke functie

bepaalde standplaats voorkomen wordt de regio bepaald waarbinnen de beplanting wordt aangelegd. De soorten welke hier uit voort zijn gekomen,

r

randen, open plekken

komen overeen met de in de omgeving aangetroffen soorten. Onder andere zomereik, es, zoete kers, zwarte els, meidoorn, en grauwe wilg zijn in de

r

omgeving aangetroffen, zowel aangeplant, als vermeerderd (zaailing of opslag). Hogere zandgronden

randen, open plekken

2

weinig

Rode bes

Ribes rubrum

2

weinig

Gelderse roos

Viburnum opulus

2

weinig

Zwarte bes

Ribes nigrum

3

matig

Grauwe wilg

Salix cinerea

De hogere zandgronden omvatten de dekzandgebieden in Oost- en Zuid Nederland, de stuwwallen in Midden-Nederland en de grondmorenegebieden (keileem) in Noord-Nederland. Het overwegend zwak Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 27

In het beplantingsplan wordt uitgegaan van een standaard menging, geschikt voor de bodemkwalificatie ter plaatse. Afhankelijk van de mate van organische stofgehalte, vochthuishouding en leemgehalte zullen specifieke soorten zich sneller of minder snel ontwikkelen. De beplanting wordt waar nodig verdicht (1 st/1,5 m2) aangeplant zoals gebruikelijk bij de aanleg van landschappelijke beplantingen. Het eindbeeld wordt uiteindelijk bepaald door de individuele eigenschappen van verschillende soorten. De beplanting zal vervolgens middels beheeractiviteiten in stand worden gehouden. Middels dunning van de beplanting na sluiting van de heesterkronen worden soorten bevorderd, of gereduceerd. Door aanplant in groepen wordt een gevarieerde beplanting behouden/gestimuleerd, uiteindelijk te bepalen door de beheerder. Deze moet er van uitgaan dat alle soorten in principe moeten blijven voorkomen. De mate waarin valt echter moeilijk te voorspellen. 7.2

Conclusie

Het landschapsontwerp vormt een schematische verbeelding van de wenssituatie. Afhankelijk van techniek kunnen mogelijk nog kleine wijzigingen optreden in het kaartbeeld. De inrichting biedt een kansrijke uitwerking om te komen tot natuurontwikkeling in combinatie met de aanleg van duurzame energiewinning en agrarisch natuurbeheer' nabij Hoogersmilde. Het landschappelijk inpassingsplan volgt het vigerende beleid van gemeente en provincie. Het landschap blijft relatief open. Panelenvelden volgen de oorspronkelijke kavelrichting en grenzen.

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 28

BIJLAGE INRICHTINGSPLAN

Buro Stad en Land – Landschappelijk inpassingsplan - 15-6-2022

pagina 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=b63e54ab-d8a6-43be-b32f-64ffe7af8a58