CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ecologisch onderzoek

Politieke avond Westerveld 26 oktober 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel bestemmingsplan partiële herziening woningbouw Vledderveen 20216.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming ter plaatse van: Jodenweg te Vledderveen

projectnummer

192960

Pagina 2 van 26

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapportage Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave

Datum OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen 192960 1.0

17 januari 2020 Witpaard B.V. Dorpsweg 103, 8271 BL IJsselmuiden

UITGEVOERD DOOR

info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl

Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Jodenweg te Vledderveen, in opdracht van Witpaard B.V. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen. Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien: de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 3 van 26

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doelstelling ............................................................................................................. 5 Scope............................................................................................................................................. 5 Kwaliteitsborging .......................................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6

2.

ONDERZOEKSLOCATIE EN NABIJE OMGEVING ............................................................... 7

2.1 2.2

Beschrijving onderzoekslocatie en nabije omgeving ...................................................................... 7 Beschrijving toekomstige plannen ................................................................................................. 9

3.

NATUURWETGEVING ................................................................................................. 11

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3

Soortenbescherming ................................................................................................................... 11 Vogels ............................................................................................................................................. 11 Overige soorten .............................................................................................................................. 11 Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 12 Natura 2000 .................................................................................................................................... 12 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................................. 12 Zorgplicht .................................................................................................................................... 13

4.

METHODE.................................................................................................................. 14

4.1 4.2

Literatuurstudie .......................................................................................................................... 14 Veldbezoek.................................................................................................................................. 15

5.

SOORTENBESCHERMING ............................................................................................ 16

5.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.4.3 5.5 5.6 5.7

Vaatplanten ................................................................................................................................ 16 Vogels ......................................................................................................................................... 16 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 16 Vleermuizen ................................................................................................................................ 17 Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 17 Vliegroute ....................................................................................................................................... 17 Foerageergebied ............................................................................................................................. 17 Amfibieën en reptielen ................................................................................................................ 17 Vissen ..........................................................................................................................................

18 Overige soorten ........................................................................................................................... 18

6.

GEBIEDSBESCHERMING .............................................................................................. 19

6.1 6.2

Natura 2000 ................................................................................................................................ 19 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 20

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE ................................................................................. 22

7.1 7.2 7.3 7.4 7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4 7.5

Samenvatting .............................................................................................................................. 22 Conclusie soortenbescherming .................................................................................................... 22 Conclusie gebiedsbescherming .................................................................................................... 22 Aanbevelingen en advies ............................................................................................................. 23 Nader onderzoek ............................................................................................................................ 23 Broedvogels .................................................................................................................................... 23 Stikstofberekening .......................................................................................................................... 23 Zorgplicht ........................................................................................................................................ 23 Verantwoording .......................................................................................................................... 23

LITERATUURLIJST........................................................................................................................ 24 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Drenthe Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 4 van 26

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 5 van 26

1. INLEIDING In opdracht van Witpaard B.V. is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Jodenweg te Vledderveen (Drenthe). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en de doelstelling van het onderzoek, en de wijze van kwaliteitsborging.

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen realisatie van circa 21 woningen binnen het plangebied. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de huidige natuurwetgeving. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde werkzaamheden.

1.2

Scope

In dit rapport is een quickscan Wet natuurbescherming beschreven. Hierin is onderzocht of er negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde soorten en zo ja, of nader soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Bij ruimtelijke ingrepen moet vooraf worden getoetst of schade op kan treden aan bestaande Natura 2000-gebieden. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Opgemerkt wordt dat deze rapportage geen verstorings- of verslechteringstoets of AERIUS-berekening bevat. In dit rapport is beoordeeld of significante effecten op Natura 2000-gebied verwacht kunnen worden en of er nadere toetsing met betrekking tot Natura 2000-gebieden noodzakelijk is. Aangezien er geen opgaand groen wordt gekapt, blijft bescherming van houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming verder buiten beschouwing.

1.3

Kwaliteitsborging

Eco Reest BV streeft naar een zo hoog mogelijk kwaliteit van onderzoek te leveren: Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek.

Naast kwaliteit is onafhankelijkheid van groot belang om onze opdrachtgever van dienst te zijn met het beste advies voor zijn vraagstuk.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 6 van 26

Wij merken dan ook op dat er geen functionele relatie bestaat tussen opdrachtgever en Eco Reest, hetgeen betekent dat het advies van Eco Reest onafhankelijk is van de belangen van de opdrachtgever en derden. Conform de eisen uit onze ethische code houdt Eco Reest alle gegevens geheim, waarvan wij kennisnemen als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden, behoudens in geval van wettelijke verplichtingen. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en maakt gebruik van een overkoepelende ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 9 van de Flora- en faunawet voor zover dit betreft het vangen, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van beschermde inheemse soorten (ontheffing FF/75A/2014/061, geldig tot 16 maart 2020).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de locatie, omgeving en het ontwikkelingsplan beschreven. In dit hoofdstuk wordt tevens aangegeven welke beschermde gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de regelgeving uit de Wet natuurbescherming die hier relevant is. In hoofdstuk 4 worden de gebruikte onderzoeksmethoden beschreven. De resultaten van de toets aan de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden conclusies weergegeven en aanbevelingen gedaan. Besloten wordt met een overzicht van geraadpleegde bronnen.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 7 van 26

2. ONDERZOEKSLOCATIE EN NABIJE OMGEVING In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige situatie van de onderzoekslocatie beschreven en wordt een overzicht gegeven van de beschermde gebieden in de omgeving van de onderzoekslocatie.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie en nabije omgeving

De onderzoekslocatie is gelegen aan de zuidelijke rand van de dorpskern van Vledderveen. De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalig voetbalveld aan de zuidwestelijke zijde van de Jodenweg. In de huidige situatie betreft het een weiland dat met schapen wordt begraasd. In de directe omgeving is enig groen aanwezig, bestaande uit een singel rondom het voetbalveld. Overig groen in de omgeving bestaat uit beplanting in tuinen van woningen in het dorp. Er zijn geen watervoerende elementen binnen de onderzoekslocatie aanwezig. Ten behoeve van de plannen worden er geen bestaande landschapselementen verwijderd en kapwerkzaamheden verricht. In onderstaande figuur 2.1 is de onderzoekslocatie aangegeven.

Figuur 2.1 Ligging plangebied (rood omlijnd). De woningen worden gerealiseerd binnen de gele arcering. (Bron achtergrondkaart: OpenStreetMap).

Figuur 2.2 tot en met 2.5 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 8 van 26

Figuur 2.2 Plangebied gezien vanuit het noorden.

Figuur 2.3 Zuidelijk deel van plangebied, gezien vanuit het oosten.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 9 van 26

Figuur 2.4 Plangebied gezien vanuit het zuiden.

Figuur 2.5 Singel langs de Jodenweg.

2.2

Beschrijving toekomstige plannen

De opdrachtgever is voornemens om op het voormalige voetbalveld woningen te realiseren. Er is nog geen vastomlijnd plan, de ontwikkeling bevindt zich momenteel nog in de initiatieffase. Plan uitgangspunten: • Ca. 21 woningen met eigen parkeergelegenheid, verdeeld over 5 woonvelden (zie figuur 2.6).

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 10 van 26

• • • • • •

Woonvelden zijn flexibel in te delen (vrijstaand of halfvrijstaand en één woonveld eventueel ook rijwoningen). Ruimte voor waterberging (gebied tussen noordelijk- en zuidelijk plandeel) Plangebied moet worden omzoomd met een groene buffer (waar geen bebouwing is toegestaan). Voetverbinding tussen noordelijk- en zuidelijk plandeel. De huidige boomsingel aan de Jodenweg heeft een tuinbestemming. Die bestemming moet aangepast worden, zodat het behoud van de singel geborgd is en blijft. Ten behoeve van de werkzaamheden wordt er geen groen verwijderd.

Figuur 2.6 Schets inrichting woonvelden (bron: opdrachtgever).

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 11 van 26

3. NATUURWETGEVING In Nederland is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Wet natuurbescherming. De provincies zijn bevoegd gezag met betrekking tot het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor soortenbescherming en vergunningen ten behoeve van gebiedsbescherming.

3.1

Soortenbescherming

De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. Binnen de Wet natuurbescherming wordt bij ruimtelijke ingrepen onderscheid gemaakt tussen Europees beschermde soorten (artikel 3.5 soorten) en nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 soorten). De lijst Europees beschermde soorten bestaat uit soorten die genoemd zijn in: • • •

Habitat Richtlijn bijlage IV onderdeel a Bijlage 2 verdrag van Bern Bijlage 1 verdrag van Bonn

3.1.1 Vogels Ten aanzien van vogels is in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming het volgende opgenomen: • • • •

Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen.

Verstoren mag wel indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Bovenstaande houdt in dat de nesten van alle inheemse soorten zijn beschermd indien deze in gebruik zijn. Voor het verstoren van broedende vogels is een ontheffing nodig. Net als onder de Flora- en faunawet, zijn nestplaatsen van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd (mits niet definitief verlaten). Het betreft nesten van de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw.

3.1.2 Overige soorten Voor overige Europees beschermde soorten (uit bijlage IV, onderdeel a van de Habitatrichtlijn) is artikel 3.5 van toepassing. Volgens dit artikel is het verboden Europees beschermde soorten: • • • • •

opzettelijk te doden of te vangen; opzettelijk te verstoren; eieren opzettelijk te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 12 van 26

In de Wet natuurbescherming is een lijst met nationaal beschermde soorten opgenomen. Hierop is artikel 3.10 van deze wet van toepassing. Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming houdt in dat het verboden is nationaal beschermde soorten: • opzettelijk te doden of te vangen; • voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen; • planten opzettelijk te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies beslissen zelf voor welke soorten van deze lijst een vrijstelling geldt.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1 Natura 2000 Met de Wet natuurbescherming is de gebiedsbescherming van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De beschermde gebieden uit de beide richtlijnen worden aangeduid als Natura 2000-gebieden. In het aanwijzingsbesluit van het Natura 2000-gebied zijn zowel de te beschermen waarden van de Vogelrichtlijn- als het Habitatrichtlijngebied opgenomen. Dit zijn habitattypen of soorten die typerend zijn voor een bepaald gebied. Deze kwalificerende habitattypen en soorten zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen als zogenaamde instandhoudingsdoelen. Elk gebied is specifiek voor een of meer van deze instandhoudingsdoelen aangewezen. Met deze nationale deelverplichtingen wordt bijgedragen aan de Europese verplichting die beoogt het goede voortbestaan van deze natuurwaarden zeker te stellen. Indien er sprake is van “verslechtering of significante verstoring” of “significante gevolgen” op een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Deze wordt aangevraagd bij de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De effecten op de beschermde waarden kunnen zowel direct als indirect (externe werking) zijn. “Extern” betekent zowel dat instandhoudingsdoelen beschermd moeten zijn tegen invloed van buiten het gebied als dat soorten die een levensfunctie buiten het gebied hebben, daar ook volledige bescherming genieten.

Bij het bepalen of de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben, moet ook rekening gehouden worden met de overige ontwikkelingen in de omgeving van het beschermde gebied. Door een combinatie (cumulatie) van activiteiten kunnen namelijk ook negatieve effecten optreden. Hierbij wordt als richtlijn gehanteerd dat alleen plannen en projecten, waarover een definitief besluit is genomen, bij deze beoordeling worden betrokken.

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van gebieden met veel natuurwaarden. Het NNN moet voorkomen dat planten en dieren door isolatie van gebieden uitsterven en dat de Nederlandse biodiversiteit afneemt. In het NNN zijn opgenomen: • • •

Natura 2000-gebieden, bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden en (robuuste) verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); grote wateren.

Voor het NNN geldt het toetsingskader van het Structuurschema Groene Ruimte 1995 (SGR). Dit is overgenomen in de Nota Ruimte. Deze nota stelt dat ruimtelijke ingrepen moeten worden getoetst op mogelijk negatieve effecten voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. Voor het hele Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 13 van 26

NNN geldt een ‘nee, tenzij beginsel’. Op grond hiervan dient directe of indirecte aantasting van bosen natuurgebied waar mogelijk te worden voorkomen. Er is vrijwel altijd een compensatieverplichting in het provinciaal beleid opgenomen.

3.3

Zorgplicht

In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Deze geldt voor zowel soorten als gebieden. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. In artikel 1.11 is het als volgt verwoord: De zorg houdt in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt (…); a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zo veel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 14 van 26

4. METHODE 4.1

Literatuurstudie

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van flora en fauna ter plaatse van de onderzoekslocatie en de nabije omgeving. Deze bureaustudie heeft bestaan uit het opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen tien jaar. Hierin is een overzicht gegeven van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van ongeveer een kilometer rond de onderzoekslocatie. Deze staan weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 4.1. Beschermde soorten binnen een kilometer van het onderzoeksgebied.

Soort Boomkruiper Buizerd* Gekraagde roodstaart Glanskop Grote bonte specht Huiszwaluw Kerkuil* Koolmees Pimpelmees Spreeuw Steenuil* Zwarte kraai Zwarte roodstaart Gewone dwergvleermuis Das Eekhoorn Vos Hazelworm Ringslang Bastaardkikker Boomkikker Heikikker rugstreeppad

Bescherming Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 4 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 3 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 1 Cat. 5 Bern II, cat. 5 Bern II, cat. 5 Wnb. art. 3.10 Wnb. art. 3.10 Wnb. art. 3.10 Wnb. art. 3.10 Wnb. art. 3.10 Wnb. art. 3.10 HR IV HR IV HR IV

Nesten van vogels die behoren tot categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd. Nesten van soorten die vallen onder categorie 5 zijn eveneens jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties overblijven in de omgeving. Hoewel deze vogelsoorten vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar hebben gebroed, beschikken ze wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuur (verspreidingsatlassen en dergelijke). Er zijn geen gegevens aangekocht van bijvoorbeeld PGO’s (Particuliere Gegevensbeherende Organisaties).

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 15 van 26

4.2

Veldbezoek

De uitvoering van het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 20 december 2019 en is uitgevoerd door de heer E.R. Penninkhof van Eco Reest. Het veldbezoek heeft overdag plaatsgevonden. Tijdens de inventarisatie waren de weersomstandigheden als volgt: droog, bewolkt, windkracht 3-4 Bft, temperatuur 11 graden Celsius. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of de onderzoekslocatie geschikte biotopen bevat voor beschermde dier- en plantensoorten. Hiervoor zijn de onderzoekslocatie en de nabije omgeving onderzocht op potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 16 van 26

5. SOORTENBESCHERMING Onderstaand zijn de resultaten van zowel het literatuuronderzoek als het veldbezoek weergegeven.

5.1

Vaatplanten

De NDFF maakt geen melding van beschermde vaatplanten binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. Binnen de onderzoekslocatie bestaat de vegetatie hoofdzakelijk uit Engel raaigras met enkele kruiden als scherpe boterbloem, brandnetel en paardenbloem. Dit zijn soorten van een voedselrijke bodem. Er worden gezien de voedselrijke omstandigheden en het beheer (maaien en/of begrazen van grasland) geen beschermde soorten binnen het plangebied verwacht.

5.2

Vogels

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten bekend (NDFF): buizerd, kerkuil en steenuil. De soorten die uit het literatuuronderzoek naar voren kwamen zijn niet binnen de onderzoekslocatie aangetroffen. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen potentiele nestplaatsen voor deze soorten aanwezig, wegens het gebrek aan bomen van voldoende omvang, bomen met holtes danwel gebouwen. In de singels rondom onderzoekslocatie zijn zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Deze worden gelet op het ontbreken van geschikte nestplaatsen niet verwacht. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn gedurende het veldbezoek enkele vogelsoorten aangetroffen. Het betreffen onder andere ekster, merel, gaai en koolmees. In de singels rondom het plangebied kunnen algemene vogels en enkele soorten uit categorie 5 tot broeden komen. De singels blijven bij de werkzaamheden gehandhaafd, hierdoor zullen er geen nesten vernietigd worden. Bij werkzaamheden binnen het broedseizoen bestaat wel de kans op verstoring van nesten.

5.3

Grondgebonden zoogdieren

De NDFF maakt melding van das, eekhoorn en vos binnen een straal van een kilometer rond de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van grondgebonden zoogdieren ter plaatse van de onderzoekslocatie. Er zijn geen grote holen aangetroffen waar de das of vos een vaste verblijfplaats in kan hebben. Binnen het plangebied ontbreekt het aan bomen waar een eekhoorn een nest in kan maken. In de singels rondom het plangebied zijn eveneens geen nesten waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van de eekhoorn. De in de NDFF vermelde zoogdieren worden niet verwacht binnen het plangebied. Er wordt overigens opgemerkt dat sporen van kleine zoogdieren, waaronder kleine marterachtigen, in vegetatie lastig zichtbaar zijn. Gelet op het habitattype zou de onderzoekslocatie en directe omgeving, onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van algemene zoogdieren zoals diverse algemene muizensoorten.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 17 van 26

De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten of soorten die alleen onder de zorgplicht vallen waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

5.4

Vleermuizen

In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende vleermuizen bekend uit de NDFF: gewone dwergvleermuis

5.4.1 Verblijfplaatsen Binnen het plangebied zijn geen bomen of gebouwen aanwezig waar een vleermuis een verblijfplaats in kan hebben. In de bomen in omliggende singels is geen sprake van loszittende schorsdelen of holtes. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen binnen het plangebied en directe omgeving is uitgesloten.

5.4.2 Vliegroute De straten en singels in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De aanwezigheid van vliegroutes kan niet worden uitgesloten. Echter maakt de omliggende singel geen deel uit van een groter aaneengesloten geheel van landschapselementen. Gezien de aanwezigheid van alternatieven in de directe omgeving zal het niet gaan om essentiële vliegroutes. Bovendien zullen bij de werkzaamheden geen vliegroutes worden aangetast.

5.4.3 Foerageergebied Mogelijk maakt de onderzoekslocatie deel uit van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Daar de geplande werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt zullen blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

5.5

Amfibieën en reptielen

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Gelet op de aard van de onderzoekslocatie wordt het voorkomen van reptielen ter plaatse van de onderzoekslocatie uitgesloten. Mogelijk is er in de plantvakken met ondergroei onder de bomen sprake van incidentele verblijfplaatsen (landhabitat) van algemeen voorkomende amfibieën (bijvoorbeeld bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander). De bovengenoemde en verwachte diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 18 van 26

5.6

Vissen

Omdat er op de onderzoekslocatie geen permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van vissen worden uitgesloten.

5.7

Overige soorten

Door het ontbreken van sleutelfactoren zoals waardplanten speelt onderhavig onderzoekslocatie geen cruciale rol voor plaatselijke beschermde vlinderpopulaties. Omdat er op de onderzoekslocatie geen geschikte permanent watervoerende elementen aanwezig zijn, kan de aanwezigheid van beschermde libellen worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn geen algemene diersoorten uit de overige soortgroepen aangetroffen. Zeldzame, beschermde of Rode Lijstsoorten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Belangrijke reden hiervoor is dat ter plaatse geen geschikt habitat aanwezig is voor deze soorten. De overige in de Wet natuurbescherming opgenomen ontheffingsplichtige soorten zijn dusdanig zeldzaam en grotendeels gebonden aan specifieke biotopen zoals heide, hoogveen, laagveen en beken, dat het onwaarschijnlijk is dat de onderzoekslocatie voor deze soorten een functie vervult.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 19 van 26

6. GEBIEDSBESCHERMING 6.1

Natura 2000

De onderzoekslocatie is gelegen ten noordoosten van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Drents-Friese Wold & Leggelderveld (zie figuur 6.1). De afstand tussen de onderzoekslocatie en dit Natura 2000-gebied bedraagt circa 325 meter. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan zeven kilometer afstand.

ca. 325m

Figuur 6.1 Ligging onderzoekslocatie (rood omlijnd) t.o.v. het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (geel) (bron: Rijksoverheid).

Aangezien het onderzoeksgebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Op basis van het plan (zie 2.2) en de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014) is beoordeeld dat tijdens de werkzaamheden en/of gebruiksfase mogelijk verstoring (licht, geluid en beweging), trillingen (in geval van heiwerkzaamheden) en stikstofdepositie aan de orde is. Overige effecten, zoals fysische/hydrologische effecten treden gezien de aard en omvang van het plan niet op. Ook is geen sprake van(extra) betreding van het omliggende natuurgebied door uitloop van bewoners (mechanische effecten). De mensen zijn namelijk gebonden aan de daarvoor bestemde paden en openstellingsregels (handhaving). Hieronder wordt ingegaan op de mogelijk optredende effecten: verstoring, trillingen en stikstofdepositie. Verstoring Tijdens de aanlegfase (nieuwbouw) en het toekomstige gebruik van de woningen kan verstoring op de omgeving optreden door licht, geluid en beweging als gevolg van menselijke activiteiten. Of negatieve effecten gaan optreden is ondermeer afhankelijk van de intensiteit en duur van de activiteiten,

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 20 van 26

en de verstoringsgevoeligheid van relevante soorten (uitgedrukt in verstoringsafstand). Verstoringsafstanden omvatten de verstoring als gevolg van aanwezigheid en gedrag van mensen en is een combinatie van visuele en geluidsverstoring. Verstoringsafstanden verschillen per soort. Gezien de ligging van het onderzoeksgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden is het aspect verstoring alleen aan de orde voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Drents Friese Wold & Leggelderveld. Dit gebied is aangewezen voor diverse habitattypen, habitatsoorten en broedvogels. Habitattypen (vegetaties) en de habitatsoort drijvende waterweegbree zijn niet gevoelig voor verstoring. De habitatsoort kamsalamander is (grotendeels) afhankelijk van aquatische omstandigheden. Gezien de ruime afstand tot (potentieel geschikte) wateren, de verborgen leefwijze en de afschermende werking van het tussenliggende bosgebied is geen sprake van verstoring van kamsalamander. Voor broedvogels geldt een verstoringsafstand van 25 tot 300 meter (Van der Vegte et al. 2014, Min. EZ 2014, Krijgsveld et al. 2008). Aangezien het onderzoeksgebied buiten de maximale verstoringsafstand ligt en de omringende groensingel behouden blijft, is geen sprake van verstoring op broedvogels. Negatieve verstorende effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn zodoende niet aan de orde.

Trilling Indien er voor de beoogde nieuwbouw geheid dient te worden, kan bij inzet van een reguliere heimachine sprake zijn van trillingen. Ten aanzien van trillingen wordt een reikwijdte van circa 100 meter aangehouden. Aangezien de onderzoekslocatie op 325 meter afstand van het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt, zijn negatieve effecten als gevolg van trillingen niet aan de orde. Stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de aanleg- en/of gebruiksfase stikstofdepositie ontstaan. Uitstoot van stikstof ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij de stook van cv-installaties, door inzet van emitterende mobiele werktuigen en in het verkeer. De stikstof slaat neer op het land in de omgeving (stikstofdepositie)en kan verzurende en vermestende effecten veroorzaken op de voor stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in Natura 2000-gebied(en). Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Drents Friese Wold & Leggelderveld is aangewezen als stikstofgevoelig natuurgebied. Voor het betreffende plan wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019A) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en).

Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden, is geen vergunning nodig. In dat geval kan het plan worden vastgesteld/uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot Natura 2000-gebieden. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen nodig.

6.2

Natuurnetwerk Nederland

Op de kaarten in figuur 6.2 en 6.3 is te zien dat in de directe omgeving van de onderzoekslocatie sprake is van een gebied uit de het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op circa 350 meter en betreft het Drents-Friese Wold & Leggelderveld (tevens Natura 2000-gebied). Over de grens met Friesland is alleen sprake van natuurgebieden buiten het NNN.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 21 van 26

Aangezien de ontwikkeling van de woningen ruim buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt en er geen sprake is verstoring op het NNN/Natura 2000 (zie ook 6.1), is aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN niet aan de orde. Verder onderzoek naar invloeden op het NNN is niet van toepassing.

Figuur 6.2 Ligging onderzoekslocatie (rode arcering) ten opzichte van het Drentse NNN (bron: Provincie Drenthe).

Figuur 6.3 Ligging onderzoekslocatie (rode arcering) ten opzichte van het NNN. Oranje arcering betreft beheergebied en natuur buiten het NNN (bron: Provincie Friesland).

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 22 van 26

7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE 7.1

Samenvatting

In opdracht van Witpaard B.V. is door Eco Reest BV een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van Jodenweg te Vledderveen (Dr.). Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen realisatie van circa 21 woningen binnen het plangebied. Omdat het initiatief negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de huidige natuurwetgeving. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden als gevolg van de beoogde werkzaamheden.

7.2

Conclusie soortenbescherming

Binnen de onderzoekslocatie zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als beschreven in de Wet natuurbescherming aangetroffen. Daarnaast zijn er geen beschermde soorten of potentiële nest- of verblijfplaatsen voor beschermde, ontheffingsplichtige soorten aangetroffen. Het plangebied en directe omgeving kan deel uitmaken van vliegroutes en/of foerageergebied van vleermuizen. Het gaat hierbij niet om essentiële vliegroutes en/of essentieel foerageerbied. In de singels rondom het plangebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. De werkzaamheden zullen niet leiden tot vernietiging van nesten, echter bij werkzaamheden binnen het broedseizoen is kans op verstoring van in de singels aanwezige nesten. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. De overige te verwachten diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Dit houdt in dat in het kader van de Wet natuurbescherming geen ontheffing noodzakelijk is voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.

Daarnaast worden populaties van bovengenoemde soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen.

7.3

Conclusie gebiedsbescherming

De onderzoekslocatie ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Het meest dichtstbijzijnde gebied betreft het Drents-Friese Wold & Leggelderveld op circa 325 meter afstand. Het plan leidt mogelijk tot verstoring, trillingen (in geval van heiwerkzaamheden) en stikstofdepositie. Gezien de tussenliggende afstand, het tussenliggende afschermende gebied en de verstoringsafstanden zijn geen negatieve effecten als gevolg van verstoring en trillingen te verwachten. Ten aanzien van het aspect stikstof wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019A) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000gebied(en).

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 23 van 26

Daarnaast is de locatie gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. Daar er geen sprake is van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing.

7.4

Aanbevelingen en advies

7.4.1 Nader onderzoek Er is geen nader onderzoek naar onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten nodig.

7.4.2 Broedvogels In de singels rondom het plangebied kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. De werkzaamheden zullen niet leiden tot vernietiging van nesten, echter bij werkzaamheden binnen het broedseizoen is kans op verstoring van in de singels aanwezige nesten. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Aangeraden wordt om geen werkzaamheden uit te voeren binnen het broedseizoen (globaal 1 maart tot en met 1 september). Indien binnen het broedseizoen ontwikkelingen plaatsvinden adviseren we een ecologisch werkprotocol op te laten stellen door een ecologisch deskundige.

7.4.3 Stikstofberekening Ten aanzien van het aspect stikstof wordt geadviseerd om met behulp van het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 2019A) te berekenen of sprake is van (tijdelijke) stikstofdepositie op Natura 2000gebied(en). Daarbij dient zowel de aanleg- als de gebruiksfase te worden doorgerekend. Indien er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr) zijn vervolgstappen niet nodig. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen nodig.

7.4.4 Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

7.5

Verantwoording

De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies, indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV E.R. Penninkhof

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 24 van 26

LITERATUURLIJST Boeken / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Broekmeyer (2014). Update effectenindicator Natura 2000: aanpassing storende factoren vermesting en verzuring door stikstofdepositie uit de lucht in verband met PAS-gegevens. Alterra, mei 2014. Broekmeyer, M.E.A. (2010). Update effectenindicator. Alterra, Alterra-rapport 1976. Broekmeyer, M.E.A. (redactie), (2005). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrarapport 1375. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht Krijgsveld K.L., R.R. Smits & J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels.

Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. Projectnummer 07-690 Bureau Waardenburg in opdracht van Vogelbescherming Nederland, Culemborg. Ministerie van EZ (2014). Profielendocumenten habitats en (vogel)soorten. Lindeboom, R. Gierzwaluwen in de stad Groningen. De Grauwe Gors. Jaargang 43 (2016): 26-34 Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soortenstandaard Gierzwaluw, versie 2.0, december 2014 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Soortenstandaard Huismus, versie 2.0., december 2014 Wortelboer, R. 2015. Gierzwaluwen nader bekeken: tien jaar waarnemingen met camera’s bij nesten. Limosa 88 (2015): 57-73 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 25 van 26

Websites www.avifaunagroningen.nl www.BIJ12.nl www.libellennet.nl www.NDFF.nl1 www.natuurloket.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.synbiosis.alterra.nl www.ravon.nl www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdierenatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

Pagina 26 van 26

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE DRENTHE Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Drenthe Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën

Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Quickscan Wet natuurbescherming Jodenweg te Vledderveen (kenmerk: 192960)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=909e4564-b79b-49e2-93ee-b0d0c3d38206