Doorontwikkelingen t.o.v. concept RES
Tekst van het document
Doorontwikkelingen RES 1.0. In onderstaand overzicht zijn de wijzigingen ten opzichte van de concept RES weergegeven: Regionale bijdrage blijft 3,45 TWh In de concept RES kwam de bijdrage van de RES-regio Drenthe uit op 3,45 TWh. In de tussentijd is nader onderzocht en inzichtelijker gemaakt welke projecten in de regio de afgelopen periode zijn gerealiseerd, welke vergunningen verleend/in procedure zijn en welke ambities zijn geformuleerd (actualisatieslag). Voor Westerveld is dit een aanscherping van de ambitie, waarmee het streven is om meer zon op dak te realiseren. De bijdrage van de RES regio Drenthe blijft 3,45 TWh. Met de feiten en cijfers als onderbouwing van onze Drentse bijdrage laten we aan het NP RES zien dat onze bijdrage realistisch en haalbaar is op weg naar 2030. Maatschappelijke betrokkenheid Voor het hoofdstuk maatschappelijke betrokkenheid zijn richting de RES 1.0. op regionaal niveau de volgende activiteiten uitgevoerd: Regionaal inwonersonderzoek ‘het Drentse energieverhaal’ Op regionaal niveau hebben we inwoners gevraagd hoe zij denken over het opwekken van zonne- en windenergie in Drenthe. Op basis van de resultaten heeft een inwonersgroep adviezen opgesteld aan de Drentse Energietafel (DET). Deze adviezen zijn integraal afgewogen door de DET en zo veel mogelijk opgenomen in de RES 1.0.
Dit inwonersonderzoek is een eerste stap voor participatie op regionaal niveau. Lokaal gaan we hier een vervolg aan geven op basis van het onderzoek van Het Oversticht. Drentse Energie Driedaagse Op 4, 5 en 6 februari 2021 vond de Drentse Energie Driedaagse plaats in een spectaculaire virtuele omgeving. De Drentse Energie Driedaagse had als doel om de bekendheid van de RES te vergroten, de betrokkenheid te verhogen en regionale netwerken te ontwikkelen en te versterken. In de RES Regio wordt verkend of een soortgelijk evenement tweejaarlijks georganiseerd kan worden. Kennisnetwerk Voor ambtenaren, volksvertegenwoordigers en bestuurders zijn verschillende masterclasses over lokaal eigendom georganiseerd. Voor communicatie- en beleidsadviseurs is een training op het gebied van participatie georganiseerd. Ook wordt een Drents participatienetwerk ontwikkelt voor professionals, waaronder ambtenaren, waarin we kennis en ervaringen met elkaar delen. Onderwijsproject In de aanloop naar de RES 1.0. hebben technasium-leerlingen van het Nassaucollege in Assen een onderzoek uitgevoerd over de RES. De komende periode wordt, samen met Drentse onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties, de mogelijkheid voor het opzetten van verschillende onderwijsprogramma’s over de Drentse energietransitie onderzocht.
RES Social Lab In samenwerking met Jong RES Nederland in Drenthe is iets unieks gestart: het RES-Social Lab. Het Social Lab is een broed- en inspiratieplaats. Een plek waar jong en ervaren elkaar ontmoet, leert samenwerken, kennis en kunde deelt en door elkaar geïnspireerd raakt. Op die manier ontwikkelen zij samen projecten en ideeën over onze toekomstige energievoorzienig.
Elektriciteit Voor het hoofdstuk elektriciteit zijn richting de RES 1.0. de volgende activiteiten uitgevoerd:
Na de eerste inventarisatie heeft een verdiepingsslag plaatsgevonden om duidelijk naar boven te krijgen wat nu de werkelijke getallen zijn van o.a. zonneparken, windmolens en ambities van de gemeenten; Voor de projecten is een andere indeling gemaakt (gerealiseerd, vergunningsfase en ambitie) en dit is omgezet in een projectenportfolio. Op deze manier is nog duidelijker wat in Drenthe gebeurt c.q. gaat gebeuren; Er is een tool ontwikkeld waarbij snel kan worden gekeken of daken potentie hebben voor zon op dak; Samen met de netbeheerders is de doorrekening voor het netwerk geactualiseerd. Dit is van belang omdat de netbeheerders grote investeringen moeten doen om het net te verzwaren. Daarom is het belangrijk om te weten op welke plekken dit dient te gebeuren die ook toekomstbestendig zijn; Vanuit de Drentse Energietafel is de opdracht gegeven om een routekaart te ontwikkelen dat inzichtelijk maakt wanneer de uitbreiding van het netwerk plaats zal vinden.
Ruimte De kwaliteit en diversiteit van ons landschap maakt Drenthe aantrekkelijk om in te wonen, te werken en in te recreëren. Dit maakt dat we bij nieuwe zonneparken en windturbines en bij de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk inzetten op twee aspecten: de combinatie met andere opgaven zodat we onze ruimte meervoudig en daardoor zuinig gebruiken en het zorgvuldig inpassen in ons landschap. In de concept RES zijn de volgende afspraken gemaakt (ruimtelijke principes Klimaatakkoord):
We gaan zuinig om met de ruimte en streven naar zo veel mogelijk meervoudig ruimtegebruik; We combineren grootschalige energieproductie met andere opgaven en investeringen; We plaatsen vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar; We sluiten aan bij gebied specifieke kenmerken.
In de RES 1.0. is nader uitgewerkt hoe we daarmee in Drenthe om willen gaan. Zo is nu bekend hoeveel ruimte de gemeenten tot 2030 aanvullend willen geven aan hernieuwbare elektriciteit (ambitie). In enkele gemeenten zijn al keuzes voor wind en/of zon gemaakt en zijn locaties in beeld. Andere gemeenten zoals Westerveld zijn nog niet zo ver. De komende tijd wordt gebruikt om samen met de samenleving tot deze keuzes te komen. Warmte Een van de grootste uitdagingen van de Energietransitie is het vervangen van aardgas als warmtebron door alternatieve duurzame energiebronnen. Meer dan de helft van het totale energieverbruik in onze regio wordt namelijk ingezet voor het verkrijgen van warmte (7,03 TWh). Dit wordt nu nog grotendeels met aardgas gedaan. In de concept RES zijn de mogelijke alternatieve duurzame warmtebronnen geïnventariseerd en is waar mogelijk de potentie bepaald. In de RES 1.0 zijn de potentiële energiebronnen individueel in kaart gebracht en is er een doorkijk gegeven van de inzet van de verschillende duurzame warmtebronnen tot 2030.
Naar thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en de potentie van biogrondstoffen is in de RES 1.0. aanvullend onderzoek gedaan. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) Uit het onderzoek is gebleken dat er in Drenthe relatief weinig locaties zijn met ideale omstandigheden voor TEO. Voor de wijken en dorpen langs de Hoogeveense Vaart lijkt er wel potentie te zijn. Ook op andere plaatsen met minder snel stromende wateren zijn er mogelijkheden voor TEO als er lokaal een gunstig watersysteem aanwezig is. Biogrondstoffen Gebleken is dat veel van de vrijkomende biogrondstoffen al ingezet worden voor hoogwaardigere of energietoepassingen. Wel is er potentie om van mest groengas te produceren. Als de energie die nu al geproduceerd wordt door de inzet van biogrondstoffen opgeteld wordt bij de stromen die hier in potentie geschikt voor zijn, kan hiermee in totaal circa 20% van de huidige totale warmtevraag – woningen, utiliteit, landbouw en industrie – van Drenthe ingevuld worden. Uiteraard valt dit percentage hoger uit indien de warmtevraag door besparing wordt teruggebracht Om aan de klimaatdoelstelling te kunnen voldoen, is een regionale aanpak opgesteld - horizon 2030 hoe wij in onze RES regio met warmte omgaan. Deze ziet er als volgt uit:
Elke gemeente stelt een Transitievisie Warmte op. Waar sprake is van inzet van bovenregionale bronnen vindt onderlinge afstemming plaats; De Transitievisies Warmte vormen de opmaat naar een regionale bronnenstrategie en regionale energiemix. Deze vormen input voor de RES 2.0; We zetten in op een besparing van 15% op het gebruik van warmte in de gebouwde omgeving in 2030 (van 3,9 TWh nu naar 3,3 TWh in 2030); We motiveren en activeren inwoners en bedrijven tot het nemen van ‘geen-spijt-maatregelen’. We stimuleren initiatieven, energiecoöperaties en bouwen aan een beweging van ambassadeurs; We gaan aan de slag met het aardgasvrij maken van de eerste wijken, met de drie Drentse proeftuinen voorop. Zetten daarnaast in op hybride tussenoplossingen; We doen ervaring op met collectieve warmtesystemen en delen de kennis; We willen tot 2030 minimaal tien experimenten op het gebied van warmte realiseren, inclusief experimenten met opslag en conversie van energie. Zo stimuleren we innovatie bij lokale en regionale bedrijven.