Brief reactie op vergadering 10-Februari-2026 Sierteelt Gemeente Westerveld
Tekst van het document
5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e
, Wateren
College van burgemeester en wethouders 16-02-2026 Betreft: Reactie na aanleiding van raadsvergadering 10-02-2026 sierteelt en recreatie
Geachte heer/mevrouw, Naar aanleiding van de recente raadsvergadering (10-02-2026) over sierteelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wil ik graag een aanvullende toelichting geven op een argument dat tijdens de vergadering meerdere malen naar voren is gebracht, namelijk dat recreanten slechts kortdurend op een camping verblijven en dat de blootstelling daardoor beperkt zou zijn. Uit het verslag van de vergadering blijkt dat de gemeenteraad uitvoerig heeft gesproken over het instellen van een spuitvrije zone van 50 meter rond zogenoemde gevoelige locaties zoals woningen, scholen en zorginstellingen. Daarbij werd ook de vraag gesteld waarom campings en vakantieparken niet als gevoelige locatie zijn aangemerkt. Tegelijkertijd werd benadrukt dat het voorstel zich richt op mensen die voor langere tijd in de gemeente verblijven. Juist in dat licht verdient het recreatief verblijf nadere aandacht. De aanname dat campinggasten slechts enkele dagen aanwezig zijn, doet geen recht aan de feitelijke situatie op campings in het buitengebied. Een aanzienlijk deel van de gasten betreft seizoensgasten die gedurende de gehele periode van april tot en met oktober vrijwel permanent aanwezig zijn.
Zij verblijven maanden achtereen op dezelfde locatie, vaak met kinderen en met langdurig buitenverblijf als belangrijk onderdeel van hun recreatie, waardoor de feitelijke blootstelling in de praktijk eerder groter dan kleiner kan zijn dan bij reguliere bewoning. Daarbij komt dat de mate van bescherming tegen mogelijke blootstelling op een camping wezenlijk verschilt van die in een reguliere woning. In een tent, caravan of recreatieverblijf is men in belangrijke mate aangewezen op buitenlucht en natuurlijke ventilatie, waardoor er nauwelijks fysieke bescherming bestaat tegen verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen. Waar bewoners van een woning ramen en ventilatie kunnen sluiten en zich tijdelijk kunnen terugtrekken in een afgesloten binnenruimte, zijn recreanten op een camping juist continu blootgesteld aan de buitenlucht. Het recreatief verblijf is bovendien in sterke mate gericht op buitenactiviteiten, waardoor de feitelijke blootstelling in de praktijk eerder groter dan kleiner kan zijn dan bij reguliere bewoning. Tijdens het debat is bovendien naar voren gebracht dat de gemeente een eigen verantwoordelijkheid heeft richting inwoners en bezoekers en niet uitsluitend hoeft te wachten op landelijke regelgeving. Die bestuurlijke verantwoordelijkheid is in deze kwestie van groot belang. Daarbij is het van belang te onderkennen dat binnen deze
discussie niet alleen sierteeltbedrijven ondernemers zijn, maar ook recreatieondernemers. Ook zij dragen economisch bij aan de gemeente en zijn afhankelijk van een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving voor hun gasten. Wanneer de bedrijfsvoering en continuïteit van recreatiebedrijven onder druk komen te staan door de gevolgen van intensieve sierteelt in de directe nabijheid, verdient dit een gelijkwaardige afweging binnen het gemeentelijk beleid. Daarnaast wordt in het debat gesproken over het toekomstbestendiger maken en verduurzamen van de lelieteelt. Hoewel iedere stap richting vermindering van middelengebruik positief is, blijft het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de directe nabijheid van verblijfsrecreatie en kwetsbare natuur een punt van zorg. Ook bij innovatie en verminderd middelengebruik blijven effecten op mens, dier, bodem en omgeving een reëel aandachtspunt, zeker op korte afstand van langdurige verblijfsfuncties en een Natura 2000-gebied. Dit vraagt om een zorgvuldige en evenwichtige afweging van belangen, waarbij niet alleen het belang van de teelt, maar ook dat van gezondheid, natuur en recreatie wordt meegewogen.
Juist in het licht van de discussie over gezondheidsrisico’s en het voorzorgsbeginsel acht ik het daarom van belang dat recreatieve functies op een vergelijkbare wijze worden beoordeeld als andere gewasbeschermingsmiddelengevoelige functies. Dit geldt temeer omdat de betreffende camping direct grenst aan een Natura 2000-gebied en zich bevindt in een omgeving die primair bedoeld is voor natuurbeleving, rust en gezondheid. Ik verzoek u daarom om bij verdere besluitvorming expliciet mee te nemen dat recreatieve verblijfsfuncties, en in het bijzonder campings met seizoensplaatsen, in de praktijk een langdurige verblijfsfunctie hebben en dat dit aspect in de afweging van volksgezondheid en ruimtelijke ordening niet buiten beschouwing kan blijven. Met vriendelijke groet, 5.1.2e
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2