Brief college B&W - meicirculaire 2021
Tekst van het document
15 juni 2021
1 / 13
De leden van de raad
Datum 15 juni 2021
Ons kenmerk 304955
Uw brief
Uw kenmerk
Onderwerp Meicirculaire 2021
Geachte leden van de Raad, Op 31 mei 2021 17:00 is de meicirculaire gepubliceerd. Wij hebben deze uitgewerkt en over de uitkomsten willen wij u graag informeren. In de collegevergadering van 15 juni 2021 hebben wij kennis genomen van de uitkomsten van deze meicirculaire. Verantwoording Wij stellen voor de effecten van deze meicirculaire te betrekken bij de bespreking van de Voorjaarsrapportage 2021. De uitkomsten te verwerken in de begroting 2022. Het is een eis van de provincies om de begroting ten miste te baseren op de meicirculaire. Zoals afgesproken verwerken wij ook de uitkomsten van de septembercirculaire in de begroting 2022-2025. Incidentele compensatie jeugdzorg 2021 Rijk en VNG zijn in het voorjaar een incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdhulp overeengekomen van € 493 miljoen via het gemeentefonds. Daarvan is in deze circulaire € 438 miljoen verwerkt, de rest is voor de VNG voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening, hetgeen wordt verwerkt in de septembercirculaire 2021. Daarnaast nog € 120 miljoen via specifieke uitkeringen. De compensatie via het gemeentefonds komt bovenop de € 300 miljoen die al gegeven is. De compensatie is niet louter een budgettair voordeel. Er moeten extra kosten uit betaald worden, zoals het terugdringen van de wachtlijsten. Zie ook het item hierna over de arbitrage-uitspraak van 18 mei 2021.
De circulaire noemt dat gemeenten vanaf 2023 een structurele stelpost mogen opnemen als zijnde nog te ontvangen rijksmiddelen jeugdzorg voor hun aandeel in € 300 miljoen (dus ook in 2025). Westerveld heeft daarvoor al een stelpost in haar meerjarenbegroting 2021 opgenomen van € 255.000 voor de jaren 2023 t/m 2025. Wij hebben u over deze incidentele compensatie bericht in de Voorjaarsrapportage 2021. Het bedrag in de meicirculaire is lager geworden dan wij in de Voorjaarsrapportage 2021 schreven (nu € 438 miljoen, was € 493 miljoen). In het financieel perspectief op pagina 18 gingen wij uit van middelen jeugd van € 493.000. dat wordt op grond van deze meicirculaire € 344.000. Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg De uitvoering van artikel 2 van de Financiële VerhoudingsWet gaf in het verleden problemen. Volgens dat artikel worden gemeenten gecompenseerd bij taakmutaties. Op het dossier jeugdzorg liep dat uit de hand. Ondanks vele klachten van de VNG hield de rijksoverheid de boot af voor structurele compensatie. Wel werden incidentele bedragen verstrekt in de jaren 2019 t/m 2022. Nadat onlangs de figuur van arbitrage mogelijk werd gemaakt, werd deze direct door de VNG ingeroepen op dit dossier. Hierin gesteund door een rapport van AEF dat concludeerde dat gemeenten in 2019 circa € 1,7 miljard meer hadden uitgegeven dan gecompenseerd hadden gekregen.
De arbitrage is uitgevoerd door een commissie van wijzen onder voorzitterschap van staatsraad van Zwol. Die commissie heeft ook nadrukkelijk gekeken naar de resultaten van de commissie Sint over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel van jeugdzorg. De belangrijkste overweging van de arbitragecommissie was dat jeugdzorg wordt aangemerkt als een taak van (verplichte) medebewind. Dan worden alle kosten vergoed. De arbitragecommissie overweegt voorts: Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn
15 juni 2021
2 / 13
om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. Daardoor is niet voldaan aan artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet. De arbitragecommissie doet geen uitspraak over de suggestie van AEF voor het introduceren van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage die tussen de € 0,8 en € 1,2 miljard kan opleveren. Dat vindt de commissie een politiek-bestuurlijke afweging. Ook dit onderwerp is door gemeenten via de VNG ingebracht bij BZK om te landen tafel van de kabinetsonderhandelingen. De arbitragecommissie doet een semi-bindend advies aan het nieuwe kabinet over de jaren vanaf 2021. Wel heeft er woensdag 2 juni een overleg plaats tussen VNG en het huidig kabinet, ic staatssecretaris Blokhuis van VWS. Uitkomst daarvan is dat het rijk zal gemeenten voor 2022 compenseren met circa € 1,3 miljard. Dat bedrag komt tot stand uitgaande van het tekort in 2019 van € 1,691 miljard, vermeerderd met indexering tekort en verminderd met het accres en het voorschot van € 300 miljoen voor 2022. Geraamd voor Westerveld zou dat neer komen op € 1.021.000. Voor meer informatie en de voorwaarden waaronder verwijzen wij naar bijlage 1: Afspraken RIJK-VNG 2022. Het voorgaande overziende is sprake van een flinke doorbraak.
Het gaat om erkenning van de gemeentelijke tekorten tot een fors bedrag. Wat het gaat opleveren in de meerjarenraming zult u waarschijnlijk pas over een half jaar weten als een nieuw kabinet is aangetreden. Jeugdzorg vanaf 2023 Hiervoor is aangegeven dat voor 2022 € 1,3 miljard aan extra middelen ter beschikking worden gesteld. Er zijn veertien maatregelen geïdentificeerd (zie bijlage 3) die kostenverhogend of –verlagend zijn voor gemeenten. Over een aantal maatregelen zijn partijen het eens en over andere niet. Daar waar rijk en gemeenten het eens zijn leidt dat tot verrekeningen die voor de gemeenten nadelig uitpakken, oplopend ter waarde van € 1 miljard in 2028. Denk aan beperken residentiële zorg € 0,3 miljard, afbakenen reikwijdte jeugdwet € 0,2 miljard, standaardisatie uitvoering € 0,2 miljard. Daarnaast zijn nog diverse bespreekpunten die volgens het rijk in 2028 € 0,7 miljard opleveren, maar waar VNG het nog niet mee heeft ingestemd. Denk bijvoorbeeld aan het van elkaar leren € 0,25 miljard. Dat alles samenvattend geeft het onderstaande beeld. Bedragen in € 1 miljoen
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Jeugdzorg Geconstateerd tekort 2019 AEF Indexering van tekort
1.691 201
1.691
1.691
1.691
1.691
1.691
pm
pm
pm
pm
pm
Verrekening accres
-64
-64
-64
-64
-64
-64
Maatregelen waar overeenstemming over is
-214
-374
-463
-570
-961
-1.017
Betaald voorschot 2022
-300
-
-
-
-
-
Totaal maximaal budget
1.314
1.253
1.164
1.057
666
610
Waarvan zeker / onzeker
zeker
onzeker
onzeker
onzeker
onzeker
onzeker
0
-322
-471
-655
-655
-660
1.314
931
693
402
11
-50
Maatregelen waar nog discussie over bestaat Totaal minimaal budget
Wat nu te begroten? In de kaderstelling bij de Voorjaarsrapportage 2021 begroten wij de baten en lasten jeugdzorg niet. Voor 2023 en verder handhaven we deze lijn, omdat de uitkomsten voor deze jaren (zie bovenstaande tabel) onzeker zijn. Maar ook omdat nog onzeker is hoe deze middelen ter beschikking worden gesteld. Via de AU, via de SPUK en/of de verdeling over gemeenten ongelijkmatig zal zijn? Voor 2022 kan nadat de beschikking van bovenstaande afspraak van € 1,3 miljard (deel) worden opgenomen in de begroting. Bij de behandeling van de begroting 2022-2025 komen wij daar op terug. BTW-Compensatie Fonds (BCF) Het BCF-plafond bedraagt € 3,162 miljard voor gemeenten in 2020. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding gebeurt het omgekeerde. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In de jaren in 2020 en 2021 is het plafond gefixeerd.
15 juni 2021
3 / 13
In de septembercirculaire 2020 ging men uit van een onderschrijding van het plafond. Er is een voorschot verstrekt van € 96,6 miljoen. Thans vindt de afrekening plaats, een plus van € 96 miljoen. Het bedrag is toevallig gelijk. Gemeenten hebben nog minder gedeclareerd bij het BCF dan eerder gedacht, de ruimte onder het plafond is groter geworden. De afrekening over 2020 vindt plaats in 2021 als een incidentele compensatie. Deze afrekening voor Westerveld bedraagt € 100.000. In de begroting voor 2021 is € 117.000 geraamd als stelpost. Deze afrekening heeft echter ook structurele gevolgen. Voor de begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2020, zijnde macro € 96,6 + € 96 = € 192,6 miljoen in alle jaren. Dat komt overeen met 10,7 punten van de uitkeringsfactor. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Waarbij zij aangeeft voorzichtig te zijn met inzet van deze dekkingsmiddelen. Westerveld heeft in voor de jaren 2022 t/m 2025 € 117.000 geraamd als stelpost. Er lijkt ruimte te zijn om op basis van de uitkeringsfactor x 10,7 vanaf 2022 circa € 200.000 te begroten. Vooralsnog hanteren wij dezelfde voorzichtigheid als de provincie en handhaven de geraamde bedragen.
Opschalingskorting Vorig jaar is bij de meicirculaire (2020) de laatste tranche 2025 toegevoegd, zodat het structurele uitname van € 975 miljoen is bereikt. Het kabinet Rutte II beoogde een grotere omvang van de gemeenten door herindeling. Daarvoor is het gemeentefonds gekort. Deze korting wordt door gemeenten als oneerlijk ervaren omdat het principe van ‘herindelen van bovenaf’ s geschrapt in 2013. Overigens is mevrouw Ollongren, minister van BZK en tevens beheerder van het gemeentefonds, ook van mening dat de opschalingskorting geschrapt zou moeten worden gezien haar uitspraak in de Eerste Kamer op 11 mei jongstleden. In deze circulaire wordt er verder geen tekst aan gewijd. Een beslissing is aan het nieuwe kabinet. Is deze uitspraak een ‘slip of the tongue’? Dat weten we niet. Wat we wel weten is dat dit onderwerp door gemeenten in VNG verband is ingebracht bij BZK met als doel te laten landen op de tafel van de kabinetsonderhandelingen. Als het rijk extra middelen jeugdzorg ter beschikking gaat stellen, ligt het niet voor de hand dat zij dan ook nog de opschalingskorting zal terug draaien. Maar deze bewering is omgegeven met onzekerheid. Effecten meicirculaire in vergelijking met de maartcirculaire Onderstaande overzicht geeft voor Westerveld de totale ontwikkeling volgens de meicirculaire 2021. Mutatie t.o.v. maartcirculaire
2021
2022
2023
2024
2025
Saldo maartcirculaire in de vorige berekening
32.806
32.426
32.262
32.275
32.471
Saldo meicirculaire in de deze berekening
34.354
33.598
33.153
32.981
33.093
Verschil meicirculaire en maartcirculaire
1.548
1.172
891
706
622
2021
2022
2023
2024
2025
Subtotaal A Accres en BCF
96
228
-95
-323
-400
Subtotaal B Taakmutaties
362
108
121
133
144
Subtotaal C IU/DU/SU
577
12
7
4
2
Totaal uitkering gemeentefonds
De mutaties per onderdeel zijn als volgt:
Samenvatting
Subtotaal D WOZ Waarden
11
7
15
22
29
Subtotaal E Participatie
143
272
270
284
278
Subtotaal F Hoeveelheidsverschillen
339
545
573
585
568
Subtotaal G Corona steunpakket
20
-
-
-
-
1.548
1.172
891
705
621
Totaal Mutatie t.o.v maartcirculaire
Verschillen kunnen ontstaan door afronding op duizendtallen. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is definitief vastgesteld en stijgt van 1,659 naar 1,676 (2021).
15 juni 2021
4 / 13
Dit betreft de accres ontwikkeling. De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres (dat is het Frans woord voor ‘groei’) genoemd, en wordt uitgedrukt in een percentage. Het percentage wordt berekend door de relevante rijksuitgaven (niet de corona, deze zijn ‘buiten haken geplaatst’) in enig jaar te vergelijken met het daaraan voorafgaand jaar. Taakmutaties Daar zijn er 18 van. Slechts eentje daarvan heeft een omvang groter dan € 10 miljoen. 2021
2022
2023
2024
2025
179
-
-
-
-
8
-
-
-
-
Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Compensatieregeling Voogdij 18+
157
-
-
-
-
5
-
-
-
-
Ketensystemen Jeugd
-
Taakmutaties Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ
-
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken
3
Rijksvaccinatieprogramma informed consent
1
4
-
4
-
4
-
4 -
Handhaving energielabel C kantoren
2
2
Handelsregister
-1
-1
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening
8
8
8
8
8 -6
2 -
2 -
2 -
Verrekening Voogdij 18+
-
-6
-6
-6
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg
-
5
5
5
Kinderopvang toezicht en handhaving
-
-
-
-
-
Wet Open Overheid (structureel)
-
44
55
67
78
Wet Open Overheid (incidenteel)
-
52
53
53
53
Subtotaal B Taakmutaties
362
108
121
133
144
5
Jeugdzorg Zie ook de algemene toelichting voorgaand. De compensatie via het gemeentefonds betreft: Vormgeven consultatiefunctie ggz, tegen gaan wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek en tegengaan verdringing van andere uitgaven bij gemeenten, € 228 miljoen (Westerveld € 174.000) Uitbreiden aantal praktijkondersteuners jeugdzorg, € 10 miljoen (Westerveld € 8.000) Extra inzet en regie op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, € 200 miljoen (Westerveld € 157.000) Regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg, € 55 miljoen. Dit laatste bedrag wordt in de komende septembercirculaire verwerkt. Wordt verstrekt aan centrumgemeente o.b.v. een plan. Wet Open Overheid (WOO) De initiatiefwet Wet Open Overheid is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO.
Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel
15 juni 2021
5 / 13
incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 25 miljoen per jaar, zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen, € 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026, zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Integratie- , decentralisatie-, en suppletie-uitkeringen Suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie Uitkering Sociaal Domein): Voor de jaren 2019 en 2020 vindt een nacalculatie plaats op de eenheden bij de maatstaven. 2021
2022
2023
2024
2025
Koplopergemeenten cliëntondersteuning (DU)
150
-
-
-
-
Erfgoeddeal (DU)
406
-
-
-
-
Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU)
12
-
-
-
-
Vergoeding raadsleden kleine gemeenten (IU)
7
7
7
7
Inburgering (IU)
2
12
7
4
2
IU/DU/SU
7
Armoedebestrijding kinderen (DU)
-
-7
-7
-7
-7
Subtotaal C IU/DU/SU
577
12
7
4
2
Koplopergemeenten cliëntondersteuning Inwoners van gemeenten hebben op grond van de Wmo 2015 recht op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. In het Regeerakkoord zijn extra middelen vrijgemaakt om deze functie te versterken. In het kader van deze impuls voert de VNG een koplopertraject cliëntondersteuning uit. In totaal achttien gemeenten zijn gestart als nieuwe koplopers en ontvangen in 2021 een bijdrage in verband met de doorontwikkeling van deze functie. Een cliëntondersteuner helpt bij het verhelderen van de ondersteuningsvraag en het verkrijgen van passende ondersteuning. In totaal is een bedrag van € 4,6 miljoen toegevoegd in 2021. Westerveld ontvangt € 150.000. Daar staan kosten tegenover. Westerveld zet in op doorontwikkeling van onafhankelijke cliëntondersteuning. Erfgoeddeal In februari 2019 hebben dertien partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen in één geslagen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de huidige tijd waarin de leefomgeving vergaand moet worden aangepast aan klimaatverandering, nieuwe energienetwerken en verstedelijking kan cultureel erfgoed houvast bieden.
De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin het verleden tastbaar is en waarmee – ook in de toekomst – verbinding wordt gevoeld. Het kabinet heeft voor de periode 2019 – 2021 een bedrag van € 20 miljoen uitgetrokken voor de Erfgoed Deal. In deze circulaire wordt een derde ronde van vijf projecten voor gemeenten toegevoegd. Een van de gemeenten is Westerveld. Met een bedrag van € 406.000. Dat bedrag wordt doorgesluisd naar de Stichting bijzondere leerstoel CEPRO. Er staan dus kosten tegenover. WOZ waarden Voor uitkeringsjaar 2021 wordt de waarde op peildatum 1 januari 2020 gehanteerd. Voor uitkeringsjaar 2022 wordt de waarde op peildatum 1 januari 2021 gehanteerd. Het verschil tussen die twee is de waardeontwikkeling gedurende 2020. Die ontwikkeling is als gemiddelde in het land volgens de circulaire + 9,0 % voor woningen en -1,0 % voor niet-woningen. Voor uitkeringsjaar 2022 zijn in deze circulaire de rekentarieven aangepast door het ministerie van BZK aan die landelijk gemiddelde waardemutatie. Voor woningen is het negatieve rekentarief lager, voor niet-woningen hoger (omdat de waardeontwikkeling lager is dan de inflatie). Daarom nemen wij de eigen raming van de WOZ-waarden voor uitkeringsjaar 2022 ook de waardeontwikkeling gedurende 2020 mee te ramen.
Omdat onze eigen geschatte waardeontwikkeling hoger is dan de landelijke norm van 9% is het effect (van waarde en tarief) per saldo positief. Een extra compensatie in het OZB tarief is vanuit dit oogpunt niet nodig. Zoals gezegd, komen wij daar bij de begroting 2022 op terug.
15 juni 2021
6 / 13 2021
2022
2023
2024
2025
11
-142
-135
-129
-123
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 2022
0
149
150
151
152
Subtotaal D WOZ Waarden
11
7
15
22
29
WOZ mutaties WOZ-waarden mutaties
Sociaal domein Participatie Voor het onderdeel wijzigen de bedragen per gemeente in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente). De Wsw-verdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijf kansen voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek.. Voogdij/18+ Zoals bekend wordt voor dit onderdeel tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgt u de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen, dat is niet fijn.
Gelukkig gaan we per 2022 over naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en u wordt verantwoordelijk voor de kinderen die uit uw eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren die over gaan. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden 2 compensatieregelingen in het leven geroepen: Gemeenten die in 2022 nadeel ondervinden van de vervallen T-2-systematiek Gemeenten die in 2022 en 2023 kosten moeten maken voor jongeren waar geen financieel verantwoordelijke voor is aan te wijzen. In 2023 komt geen afrekening over 2021 en in 2024 evenmin een afrekening over 2022. Wel komt er een compensatieregeling voor nadeelgemeenten, de bedragen zijn nog niet bekend. De IU Voogdij/18+ neemt vanaf 2022 toe met € 22 miljoen door het gebruik van meer actuele gegevens van zorggebruik voor jongeren. Dit wordt gedekt door de € 15 miljoen voor compensatie LPO zoals hierboven genoemd. 2021
2022
2023
2024
2025
Participatie (IU)
131
125
123
137
131
Voogdij/18+ (IU)
12
147
147
147
147
Subtotaal E Participatie
143
272
270
284
278
3D taken in het sociaal domein
De compensatie betreft de ontwikkeling van lonen en prijzen. Derhalve zetten wij tegenover deze baten ook kosten. Zie hierna. Corona steunpakket Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket (Kamerstuk 35 420, nr. 105, 28 augustus 2020) is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld. De verdeelsleutel is identiek aan die wordt gebruikt voor de Tozo-voorschotten, namelijk naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. Westerveld ontvangt € 10.000.
15 juni 2021
7 / 13
Deze circulaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Per gemeente wordt een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld. 2021
2022
2023
2024
2025
Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (Corona)
10
-
-
-
-
Jeugd aan Zet (DU) (Corona)
10
-
-
-
-
Subtotaal G Corona steunpakket
20
-
-
-
-
Corona steunpakket
Ontwikkeling van de hoeveelheidsverschillen De maatstaven (hoeveelheden) voor de berekening van de algemene uitkeringen zijn geactualiseerd op basis van de uitkeringen specificatie van BZK van 22 april 2021 met eigen aanpassingen voor WOZ, aantal inwoners op basis van CBS. 2021
2022
2023
2024
2025
Hoeveelheidsverschillen
107
127
138
149
169
Ontwikkeling uitkeringsbasis
232
418
435
436
399
Subtotaal F Hoeveelheidsverschillen
339
545
573
585
568
Hoeveelheidsverschillen
Uitkeringsfactor in meerjarenraming: lopende en constante prijzen De rijksoverheid neemt in de meerjarenraming een loon/prijsontwikkeling (LPO) op. Ze raamt dus inclusief inflatie, de uitkeringsfactor geldt tegen lopende prijzen. Veel gemeenten ramen echter tegen constante prijzen. Westerveld raamt altijd tegen constante prijzen. Berekenen tegen constante of lopende prijzen Over de constante prijzen nog het volgende. Het gaat dus om de meerjarenraming, vanaf T+2. In deze meicirculaire 2021 wordt het uitkeringsjaar 2022 uitgedrukt in lopende prijzen terwijl dat uitkeringsjaar in september/december 2020 nog constante prijzen was. Dit wordt het verspringen van het basisjaar genoemd. Er ontstaat daardoor een ruimte van € 400.000. Deze ruimte kan dus worden ingezet om budgethouders te compenseren voor inflatie. Bij begrotingen 2020 en 2021 zijn budgetten niet geïndexeerd voor inflatie. Ook in de Voorjaarsrapportage 2021 wordt voorgesteld geen inflatiecorrectie toe te passen. Op basis van de uitkomsten van deze meicirculaire zijn wij voornemens deze ruimte deels in te zetten voor een inflatiecorrectie op de budgetten. Concreet gaat het dan om € 140.000. Het restant zetten we in voor het verbeteren van het resultaat. Bij de begroting 2022 komen wij daar nader op terug. Ontwikkeling kosten In het voorgaande werden de extra inkomsten uit de meicirculaire besproken.
Dat geeft de bruto stijging van de extra middelen. Er staan kosten tegenover. Onderstaand geven wij een inschatting van de te maken kosten. Daarbij houden we rekening met de LPO ontwikkeling in het sociale domein en de reeds in de begroting 2021 opgenomen BTW compensatie die nu in de meicirculaire is opgenomen.
15 juni 2021
8 / 13
Extra Lasten (Bedragen x € 1000)
2021
Wet Open Overheid (structureel) Wet Open Overheid (incidenteel) Koplopergemeenten cliëntondersteuning (DU)
150
Erfgoeddeal (DU)
406
Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU)
12
Heroriëntatie zelfstandigen (DU) (Corona)
10
Jeugd aan Zet (DU) (Corona)
10
Volume groei (kosten)
107
LPO: Participatie (IU) LPO: Voogdij/18+ (IU) Subtotaal
695
Mutatie stelpost BTW compensatie
100
Totaal extra lasten in begroting
795
2022
2023
2024
2025
44
55
67
78
52
53
53
53
127
138
149
169
125
123
137
131
147
147
147
147
495
516
553
578
495
516
553
578
Samenvattend financieel perspectief Wanner we bovenstaande vertalen in een financieel perspectief en vergelijken met de Voorjaarsrapportage, dan ontstaat het volgende beeld: Strutureel kader 2021-2025 (Bedragen x € 1000)
2021
2022
2023
2024
2025
Meerjarig saldo 2021 t/m 2025
A
-205
189
60
251
446
Mutaties Voorjaarsrapportage
B
-734
-554
-622
-360
-444
Mutaties kaderstelling 2022-2025
C
-
402
466
534
665
Extra geraamde middelen jeugd
D
493
-
-
-
-
Fiancieel perspectief kaderstelling
E
-447
37
-96
425
667
Correctie jeugd (onderdeel van E)
F
-493
-
-
-
-
Uitkomsten meicirculaire 2021
G
1.548
1.172
891
706
622
Uitgaven op basis meicirculaire
H
-795
-495
-516
-553
-578
Inflatiecorrectie
I
-
-140
-140
-140
-140
Financieel meerjaren perspectief
J
-187
574
139
438
571
Het totaal van regel E betreft het financieel perspectief zoals dat is getoond onder de Kaderstelling in de Voorjaarsrapportage 2021. Vervolgens presenteren wij de mutaties uit deze brief. Regel F valt weg tegen regel D. In de Voorjaarsrapportage 2021 gingen wij uit van een schatting. De compensatie voor jeugd, zoals voorgaand omschreven, is nu opgenomen in de meicirculaire (in regel G). In regel H nemen wij de geschatte kosten op die passen bij de extra inkomsten. In regel I ramen wij nu een inflatiecorrectie, in afwijking van hetgeen opgenomen in de Voorjaarsrapportage 2021, van € 140.000.
15 juni 2021
9 / 13
Per saldo resteert een positief financieel meerjaren perspectief. Merk op dat de jeugdzorg nog steeds als PM is meegenomen, zowel in kosten als in opbrengsten. Merk voorts op, dat het positieve resultaat mede tot stand komt door het realiseren van de noodzakelijke ombuigingen zoals verwoord in de Voorjaarsrapportage. Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden Voor medeoverheden is eerder afgesproken dat de bestaande afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en de inkomstenderving met betrekking tot corona voor de reeds in kaart gebrachte dossiers voor de eerste twee kwartalen van 2021 gelden. Hiervoor zijn dit voorjaar middelen gereserveerd op de Aanvullende Post. Het kabinet hevelt de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen over naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. In de gemeentefondsrubriek op internet is een indicatie opgenomen van het bedrag per gemeente. In de septembercirculaire 2021 zal de definitieve verdeling van deze middelen bekend worden gemaakt. Voor Westerveld gaat het om (indicatief) om totaal € 51.427. Daar staan kosten tegenover. Bij de najaarsrapportage 2021 komen wij daar op terug.
Afrekening inkomstenderving 2020 De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. Voor de leges geldt dat, wanneer er een groot verschil blijkt tussen begrote en gerealiseerde leges, dit nader door het Rijk en de VNG zal worden bekeken. Het Rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen van de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. De uitkomst van de derving zal ter verificatie aan de betreffende gemeente worden voorgelegd. De gemeenten ontvangen na afronding van het verificatieproces een voorlopige indicatie van de compensatie. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. Over de details van het proces zullen gemeenten (in overleg met de VNG) de komende maanden nader worden geïnformeerd. De niet gebruikte TOZO middelen 2020 zijn 1 juni j.l.
terugbetaald aan het Rijk. Daarbij gaat het om een bedrag van € 1,8 miljoen. Dit bedrag is voorzien in de jaarrekening 2020 onder de nog te betalen kosten. Het heeft verder geen effect, behalve voor de liquiditeit. Wij vertrouwen er op u zo goed te hebben geïnformeerd. Als u nog vragen heeft kunt u contact opnemen met de gemeente via telefoonnummer 14 0521 en via info@gemeentewesterveld.nl . Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders
R.F. Veldman Loco-secretaris
H. Jager burgemeester
15 juni 2021
10 / 13
Bijlage 1: Afspraken RIJK-VNG 2022 In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover de onderstaande afspraken gemaakt. 1.
Het oordeel van de Commissie van Wijzen (CvW) is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Het oordeel onderstreept de grote, gezamenlijke opgave om het jeugdstelsel beter te beheersen en te verbeteren.
2.
Het Rijk verwerkt een bedrag van 1.314 mln voor het jaar 2022 in de Miljoenennota 2022. Dit is opgebouwd uit: a. Het tekort in beeld gebracht door AEF vermeerderd met de toepasselijke accrespercentages (€ 1,9 mld). De 1,9 mld is verminderd met een correctie voor het accres over incidentele middelen 2019-2022 en het eerder voor 2022 toegezegde budget ad 300 mln. Daarmee is de basis voor 2022 een bedrag € 1.528 mln. b. Het bedrag van € 1.528 mln wordt verminderd met de maatregelen uit de tabel 1 van de Commissie van Wijzen waarvoor voor 2022 een bedrag is ingeboekt. Deze zijn normatief becijferd voor 2022 op € 214 mln (tabel 1 van de Commissie van Wijzen). Aldus stelt het Rijk voor 2022 € 1.314 mln extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie, waarbij Rijk en gemeenten zich committeren aan de afspraken onder 3 t/m 8. Zie ook de tabel in de bijlage bij deze afspraken.
3.
Het Rijk geeft hierover op korte termijn helderheid aan gemeenten zodat het mee kan lopen in hun begrotingscyclus en inkoop 2022. Meer concreet: a. Als het besluit officieel genomen is in het bestuurlijke overleg, wordt middels een brief aan de Kamer aangekondigd dat de budgettaire verwerking geschiedt bij Miljoenennota. b. Komende weken vindt tussen Rijk en gemeenten besluitvorming plaats over de wijze van uitkeren en verdeling van € 1.314 mln. Vervolgens zullen de fondsbeheerder of de staatssecretaris van VWS vooruitlopend op de Miljoenennota 2022 de Tweede Kamer en de gemeenten informeren over de wijze van uitkeren en verdeling (een indicatie).
4.
De VNG, namens alle gemeenten, committeert zich eraan dat de afslag van 214 mln in 2022 wordt gerealiseerd door de invulling van de betreffende set van maatregelen binnen bestaande wetgeving, uitgaande van tabel 1 in de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Overigens zijn recentelijk (april 2021) over een groot deel van deze maatregelen al afspraken gemaakt, in het bijzonder het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Het Rijk zal gemeenten bestuurlijk ondersteunen, indien nodig, met aanpassingen in lagere regelgeving.
5.
Vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet committeren het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen, zich eraan om te komen tot een Hervormingsagenda. Deze Hervormingsagenda omvat zowel het afspraken maken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten. Streven is dat deze agenda uiterlijk 1 januari 2022 definitief wordt vastgesteld, waarbij in het bijzonder maatregelen die gevolgen hebben voor het stelsel en hun financiële consequenties al eerder beschikbaar kunnen zijn voor de formatie.
6.
Deze Hervormingsagenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. De besluitvorming van het nieuwe kabinet over de structurele bekostiging van gemeenten is voor de VNG randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de Hervormingsagenda.
7.
Om deze Hervormingsagenda een succes te laten worden committeren de VNG, namens alle gemeenten, en het Rijk zich aan de volgende uitgangspunten: (a) De Hervormingsagenda behelst een pakket aan maatregelen en een financieel kader waaraan partijen zich committeren, vanuit het principe van gedeelde en te onderscheiden verantwoordelijkheden. Partijen zetten zich daadwerkelijk en gedegen in om vanuit hun primaire verantwoordelijkheid om (clusters van) maatregelen en bijbehorende besparingen te realiseren. Beide partijen zijn
15 juni 2021
11 / 13
gecommitteerd om binnen hun verantwoordelijkheid maximaal financieel resultaat te realiseren bij het nemen en uitvoeren van de maatregelen. (b) Partijen zullen als onderdeel van de Hervormingsagenda, met inachtneming van het oordeel van de Commissie van Wijzen, nadere afspraken maken over hoe de inspanningen, maatregelen en financiële effecten te monitoren en te evalueren en wat te doen als uitgaven zich anders ontwikkelen dan vooraf ingeschat. Het niet realiseren van beoogde besparingen betekent niet dat het Rijk het verschil automatisch compenseert. (c) De Hervormingsagenda moet leiden tot minder kinderen in jeugdzorg en betere zorg voor jeugdigen die dat echt nodig hebben, door het vergroten respectievelijk benutten van inzicht in effectiviteit en door een scherpere afbakening van de (feitelijke) reikwijdte. (d) Versteviging van de uitvoeringskracht van gemeenten, onder andere in de vorm van (boven)regionale samenwerking of landelijke afspraken. VNG is bereid dit actief te ondersteunen, stimuleren en daarop (bij) te sturen. T.a.v. de regionalisering is ook al een wetsvoorstel in voorbereiding dat hieraan bijdraagt. (e) Gemeenten en Rijk nemen maatregelen voor een betere kwantitatieve informatievoorziening/data, zodat tijdig inzicht verschaft kan worden op gemeentelijk, regionaal en landelijk niveau in data rondom o.a.
gebruik van de jeugdzorg, de uitgaven aan jeugdzorg, wachttijden en behandelduur. (f) Actief leren, vergelijken en verbeteren (veranderopgave) en een monitoring op basis van goede data vormen twee belangrijke bouwstenen bij de uitvoering van de Agenda. 8.
Het Rijk en de VNG geven in gezamenlijkheid en vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid sturing aan het opstellen van de Hervormingsagenda, alsmede de uitvoering daarvan. Dit gebeurt samen met andere relevante partijen, in het bijzonder zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties, toezichthouders. Ook ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd.
15 juni 2021
12 / 13
Bijlage 2: Verloop algemene uitkeringen circulaires Voor de volledigheid het volgende overzicht. Algemene uitkering gemeetefonds
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Verloop van circulaires en vergelijking met begroting 2021 September circulaire 2020
A
32.477
32.333
32.407
32.245
32.258
32.454
December circulaire 2020
B
32.598
32.572
32.426
32.262
32.275
32.471
December vegeleken met september 2020
C=B-A
121
239
19
17
17
17
Maaartbrief corona maatregelen
D
32.613
32.806
32.426
32.262
32.275
32.471
Maart 2021 vergeleken met december 2020
E=D-B
15
234
-
-
-
-
Mei circulaire 2021
F
32.613
34.354
33.598
33.153
32.981
33.093
Mei 2021 vergeleken met maart 2021
G=F-D
-
1.548
1.172
891
706
622
Jaarschijf 2020 is verwerkt in de jaarrekening 2020. Het derde coronapakket in de decembercirculaire 2020 (B) in jaarschijf 2021 is verwerkt in de Voorjaarsrapportrage 2021. Het vierde coronapakket in de maartcirculaire 2021 (D) (jaarschijf 2021) is verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2021. De meicirculaire 2021 (F) heeft betrekking op 2021 t/m 2025. Het jaar 2021 zal als begrotingsmutatie worden gepresenteerd in de Najaarsrapportage. De jaren 2022 t/m 2025 zullen worden meegenomen in de begroting 2022.
15 juni 2021
13 / 13
Bijlage 3: Bespreekpunten rijk en VNG naar aanleiding van de arbitrage Het Rijk en de VNG zijn het eens over 14 maatregelen (met + = kostenverhogend voor de gemeenten en = kostenverlagend voor de gemeenten): Maatregel waarover overeenstemming is Versterken veerkracht jeugd Eenvoudiger j.beschermketen Beperken residentiële zorg Normalisatie. voogdijondersteuning Slechte interventies uitsluiten Afbakenen reikwijdte Versterken bestaanszekerheid Selectie en contractering Tariefdifferentiatie Minder verwijzen aanbod Regionalisering Praktijkondersteuner jeugd Standaardisatie uitvoering Verkennen maatregelen Totaal
2022 € mln
2023 € mln
2024 € mln
2025 € mln
2026 € mln
2027 € mln
2028 € mln
-300 -26
-300 -26
-6
-12
-18
-300 -26
-33 -101
-67 -101
-133 -101
-200 -101
-200 -101
-200 -101
-200 -101
-6 -36 -47 -38 -48
-12 -49 -47 -75 -112
-14 -49 -46 -75 -126
-17 -49 -44 -75 -155
-17 -49 -43 -88 -224
-24 -49 0 -88 -224
-24 -49 0 -88 -224
-214
-374
-463
-570
-961
-1017
-1017
Over 7 maatregelen zijn het Rijk en de VNG het níét eens. Volgens het Rijk gaat dat om (met + = kostenverhogend voor de gemeenten en - = kostenverlagend voor de gemeenten): Maatregel waarover géén overeenstemming is Niet meer doen uit jeugdwet Kwaliteitsagenda en -cyclus Normeren behandelduur Voorliggend veld Benchmarken Groter kostenbewustzijn Verwijzen volwassenen-GGZ Totaal
2022 € mln
2023 € mln
2024 € mln
2025 € mln
2026 € mln
2027 € mln
2028 € mln
+25 -47 -155 -66
+35 -74 -155 -131
+40 -91 -155 -262
+40 -91 -155 -262 -184
+40 -91 -155 -262 -184
+35 -91 -155 -262 -184
+15 -91 -155 -262 -184
-243
-322
-471
-655
-655
-660
-680