Bijlage regels, inrichtingsplan
Tekst van het document
ruimtelijk kwaliteitsplan Leggeloo 5 te Dwingeloo
Door:
dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk
Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s
06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 2385 H. Oldehinkel 20 maart 2023 2385-RKP-01.indd 12
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.
INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE
1
2 VIGEREND BELEID
4
2.1.
4
landschapsontwikkelingsplan westerveld
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E
5
3.1.
5
erf in het landschap
4 RU I MT EL I J K K WA L I T EI T S P L A N
7
4.1.
7
ruimtelijk onderbouwing
1 INTRODUCTIE dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Leggeloo 5 te Dwingeloo. Initiatiefnemers willen op deze locatie een bestaande karakteristieke boerderij opsplitsen in twee woonheden. Daarnaast wordt het erf ontwikkeld. De gemeente Westerveld wil hier in principe aan meewerken, mits de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Dit wordt bereikt door het landschappelijk goed inpassen van het erf. Om dit te borgen in het bestemmingsplan is onderliggend ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt het landschapsontwikkelingsplan Westerveld Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.
1
lo catie plangebie d
Het plangebied ligt ten noorden van Dwingeloo. Het vormt tesamen met enkele andere boerderijen de oude buurtschap 2
Leggeloo.
plangebied en omgeving rond 1900
plangebied en omgeving rond 1950
plangebied en omgeving rond 2010
3
2 VIGEREND BELEID 2.1. LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN WESTERVELD De gemeente Westerveld kent een heldere indeling in landschapstypen op basis van a-biotische (water, bodem etc.) en biotische (flora, fauna) factoren, maar vooral op basis van occupatiegeschiedenis (de invloed van de mens). Er zijn in de gemeente Westerveld vele prehistorische sporen te vinden, zoals de hunebedden, die erop wijzen dat het gebied al sinds de vroegste periode bewoond was. Twee latere tijdlagen zijn bepalend geweest voor de huidige structuur:
ën. Het esdorpenlandschap bestaat uit een samenhangend geheel van esdorpen, essen, veldontginningen, veldgronden en beekdalen. De dorpen Diever, Doldersum, Dwingeloo, Eemster Havelte, Uffelte, Vledder, Wittelte, Wapse en Lhee en zijn allemaal esdorpen. De identiteit van het essenlandschap wordt bepaald door: Openheid op de es; het ontbreken van bebouwing en beplanting Begrenzing door houtwallen en bosrestanten aan de esranden Gebruik als bouwland Aanwezige reliëf en steilranden
de laatmiddeleeuwse periode, waarin de esdorpen zich op een vaste plek vestigden en de jonge ontginningen van rond
Nieuwe (landbouw)bedrijven en woningen worden soms nog
1900. Tussen de kronkelende beekdalen ontstonden compac-
onvoldoende verankerd in het landschap, waardoor zij geen
te esdorpen met daaromheen woeste gronden. De woeste
kwaliteit toevoegen aan het landschap, maar juist bestaan-
gronden bestonden vooral uit heide en zand. In de lage, natte gebieden trad veenvorming op. De esdorpen waren lange tijd vooral gericht op de beekdalen, met de woeste gronden
inpassing in het landschap nagedacht nadat het gebouwde gerealiseerd is, in plaats van het vanaf de start integraal ontwerpen van bebouwing en landschapsplan.
was immers niet veel te beginnen. Deze werden pas later, in
Verrommeling is meestal een sluipend proces, waarbij het
de periode van de jonge ontginningen en werkverschaffing,
heel lang lijkt of de invloed niet zo groot is en dan ineens een
aangepakt. Zandgebieden werden bebost om verstuiving
onwenselijke situatie ontstaat. Te denken valt aan schuur-
tegen te gaan, heide werd omgevormd tot grasland en akkers
tjes, stallen, opslag, caravanstalling etc. Dit treedt vaak op in
en veen werd ontgonnen voor turfwinning. De occupatiege-
de dorpsranden of esranden. Maar ook in het buitengebied
schiedenis heeft geleid tot het onderscheid in drie landschapstypen: het esdorpenlandschap, wat het overgrote deel van de gemeente beslaat, het wegdorpenlandschap (dit zijn de voormalige veenontginningen) en de ontginningskoloni-
4
de kwaliteiten ondermijnen. Er wordt nog te vaak pas over
ligt verrommeling op de loer. Nieuwe functies en verandering van agrarische bebouwing in woonfunctie, detailhandel of dienstverlenende functies kan verrommeling van erven met zich mee brengen. Dit kan direct een uitstraling op het landschap hebben.
3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 3.1.
ERF IN HET LANDSCHAP
Het bestaande erf is onderdeel van een hele oude nederzetting. Rondom 1200 is hier enige bewoning ontstaan. Leggeloo ligt tussen twee essen in. Ten zuiden van de Eemster loopt de Dwingelderstroom. Dit is de oorspronkelijke beek met de bijbebehorende graslanden. De boerderijen werden op de hogere delen in landschap gebouwd. Het erf kent nog de orginele boerderij. Daarnaast staan er enkele opstallen op het erf.
erf vanaf de zuidzijde (meer gesloten)
Langs de Leggeloo staan grote bomen en op de erven komt enige beplanting voor. De boerderijen zijn goed te zien en kennen enkele bomen (met name aan de voorzijde). De erven kennen een kenmerkende opbouw van het voorerf richting de straat en het achteref richting de es. Daarbij staan de woningen veelal haaks of gelijk aan de weg en de bijgebouwen verspreid daarbij. Het bestaande erf ligt naakt in het landschap en kent op het erf waardevolle beplanting in de vorm van bomen hagen en struweel. Het erf wordt ontsloten door twee inritten. Zowel vanuit het oosten als vanuit het zuiden. Het pad loopt als het ware over het erf heen. .
erf vanaf de noordzijde (meer open richting het land)
Het langgerekte volume met de grote rieten kap maakt dat de boerderij een wezenlijk onderdeel van het landschap is. De bomenrijen verankeren de gebouwen. Functioneel en sober alsof de tijd heeft stilgestaan.
5
Es
Es
Leggeloo
Es
6
landschapsstructuurkaart
4 RUIMTELIJK K WA L I T EI T S P L A N Uitgangspunten initiatiefnemer: opsplitsen boerderij in twee wooneenheden; slopen schuur aan de zuidzijde; nieuwbouw schuur aan de zuid-oost en westzijde; zonnepanelen op dak schuur; nieuwe rijbak en mestplaat achtererf. Uitgangspunten gemeente landschappelijk goed inpassen van het gehele erf; enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het esdorpenlandschap.
Middels twee inritten wordt het erf ontsloten. Daarbij kent de inrit vanuit de zuidzijde een bovengeschikt karakter ten opzichte van de inrit aan de oostzijde. Momenteel bestaat het eerstgenoemde uit gebakken stenen en is de andere inrit een karrespoor. Dit beeld moet behouden blijven. Op het erf is ruimte om te keren en te parkeren. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Het geheel moet een landelijke uitstraling krijgen. Middels een afgewogen postionering van de her te bouwen schuur op het voorerf blijft de verstrooide ligging van de gebouwen op het erf behouden. Tevens is het dak geschikt voor zonnepanelen. De schuur wordt uitgevoerd onder streekeigen architectuur. Dit wil zeggen sober, lage gootlijn, ingetogen met materialen
4.1.
RUIMTELIJK ONDERBOUWING
die mooi verouderen en van oorsprong voorkomen in het
Op de volgende pagina’s staat de uitwerking van de landschap-
landschap. Het is niet gebruikelijk om een nieuw bijgebouw
pelijke inpassing van het erf.
voor de boerderij te bouwen. Daarentegen is het ook niet gebiedsvreemd omdat op boerenerven meer gekeken werd
Een ruimtelijke voorwaarde bij het opsplitsen van het erf is dat
naar een praktische invulling van het erf. Dit resulteerde
het zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren.
veelal in grotere volumes op het achtererf en meerdere
Enerzijds wordt dit bereikt door qua architectuur de hoofdvorm
kleinere volumes op het voorerf (kippenhok/wagenberging/
van de boerderij te behouden. Daarnaast is het niet wenselijk
houtstek/kookhuisje etc.) Doordat hier gekozen is voor twee
om met schuttingen of andere bouwkundige elementen het erf
‘kleinere’ bijgebouwen sluit het aan op de gebiedseigen ken-
op te splitsen.
merken van het erf.
Van oorsprong kende het erf een voor- en achterzijde. Dit gegeven is de basis voor het landschappelijk inpassen van het
Op het voorerf blijven de bestaande bomen behouden. In
erf. Daarbij is het voorerf meer ingericht als tuin met hoog-
de uiterste hoek van het erf wordt een nieuw bijgebouw
stam fruitbomen, hagen en een functionele tuin. Het achtererf
gebouwd. (tuinhuis/brandhoutopslag).
daarentegen is veel extensiever ingericht met verharding, gras en enkele bomen en hagen. Het is duidelijk soberder dan het
Aan de noordzijde van de boerderij grenst het weiland tot
voorerf.
aan het achterhuis. Dit is oorsponkelijk en een waardevol
7
kenmerk van het erf. Er is daarom gekozen hier geen afscherming in de vorm van een haag of opgaande beplanting aan te brengen. Enkele fruitbomen verzachten de boerderij en zorgen dat het erf een verbinding met de weide houdt. Een bestaande schuur blijft behouden. Op dit dak liggen nu al zonnepanelen die ingezet kunnen worden voor het achterhuis. De schuur zal gebruikt gaan worden voor het hobbymatig houden van paarden. Daarnaast wordt er op de plek van de huidige kuilvoeropslagen een paardrijbak en paddocks aangelegd. Ten noorden van de bestaande schuur wordt een mestopslag voorzien. Middels struweel en enkele bomen wordt deze afgeschermd. Het struweel verzacht tevens het bouwvolume van de schuur. De paardrijbak staat open in het landschap. Er wordt gekozen voor een gedekte kleurstelling van palen en lint. Het is niet passend om hier een gesloten struweel aan te planten. Dit zou het gebied onnodig verdichten. Tussen de bak en de Leggeloo wordt wel een gemengde haag aangeplant. Daarnaast wordt een bestaande bomenrij langs de inrit aangevuld waarmee het erf een verbinding houdt met de omliggende groenstructuur. Met de transformatie van dit erf blijven de gebiedskenmerken behouden. Het blijft een passend ensemble in het essenlandschap van Leggeloo door de aanbreng van nieuw structuurdragend groen en het vervangen van een oud bijgebouw.
8
erfinrichtingsplan
9 erfinrichtigsplan uitzoom formaat a3
tekeningno 1 (3)
16 maart 2023
datum
2385
project
14. Kleine mestplaat t.b.v. hobbymatig houden van paarden
3. Bestaande linden behouden
15. Aanplant haag van bottelroos
4. Bestaande bomen/struweel behouden
16. Rijbak t.b.v. hobbymatig houden van paarden
5. Bomenrij aanvullen met drie ruwe berk
17. Nieuwe schuur (opp. 32 m2)
6. Aanplant walnoot
18. Her te bouwen schuur van (opp. 66 m2) met zonnepanelen
23
19. Bestaande schuur wordt gesloopt 20. Ingetogen pad naar schuur 9. Bestaande karrespoor behouden 10. Toegang naar weiland
21. Struiken die passen op een boerenerf: Sering/Hortensia/Boerenjasmijn/Kornoelje etc.
11. Centraal erf
22. Aanplant fladderiep
12. Aanplant beukenhaag
23. Aanplant gemengde haag
22 16 24
24. Aanplant struweel
15
14
23
7 2
13
9 5
11
13 21 1
21
19
3 20
4 18
10
12
2385 a3
10
8. Meerstammige berk
8
formaat
6
7. Paddock
17
1 (3)
datum
2. Bestaande schuur behouden
16 maart 2023
13. Aanplant hoogstamfruitboom
tekeningno
1. Bestaande boerderij opknappen en splitsen in twee wooneenheden
project
Legenda
erfinrichtingsplan
datum
2. Aanplant ruwe berk - Betula pendula Aanplantmaat 12-14 met een onderlinge afstand van 8-10 (m) Eindbeeld is een bomenrij van 3 stuks aan de zuidzijde van het pad welke de bomenrij opvult.
2385
1. Bestaande linden behouden
16 maart 2023
project
Legenda
9
5. Bestaande bomen/struweel behouden
3
4
8
6. Aanplant hoogstam fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus H.O. Aanplantmaat 12-14 Bij voorkeur oude soorten Totaal 3 stuks met een minimale onderlinge afstand van 6 (m) 6 7. Aanplant walnoot - Juglans regia Aanplantmaat 12-14 Totaal 1 stuks Eindbeeld is een solitaire boom
6
2
8. Aanplant gemengde haag bestaande uit:
6
1 Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is een haag van 1-2 (m) hoog (het hoeft geen strak geschoren haag te zijn). 9. Aanplant Fladderiep - Ulmus laevis Aanplantmaat 14-16 Totaal 2 stuks Eindbeeld is een bomenrij
11
formaat
a3 1 (3)
8
4. Aanplant struweel bestaande uit: meidoorn - Crataegus monogyna 30% haagbeuk - Carpinus betulus 30% egelantier - Rosa rubiginosa 40% Aanplantmaat 80-100 met 5 st/m1 planten in driehoeksverband Eindbeeld is een struweel
Crateagus monogyna - Eénstijlige meidoorn 20% Rosa canina - Hondsroos 10% Sambucus nigra - Gewone Vlier 10% Corylus avellana - Hazelaar 10% Carpinus betulus - Haagbeuk 20% Ribes nigrum - Zwarte bes 10% Alnus glutinosa - Els 20%
tekeningno
7 3. Aanplant haag van bottelroos - Rosa rugosa Aanplantmaat 60-80 met 5 st/m1 Eindbeeld is een lage haag
5
de beplanting staat gesitueerd op de landschapsmaatregelen in de bijlage bomen met 2 boompalen en band; bomen in gras ook met 2 maaipalen 30cm; indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/aanrijschade/ verdichting van de wortelzone. landschapsmaatregelen
laat je erf groeien!