Bijlage Meicirculaire 2023.docx
Tekst van het document
Toelichting Meicirculaire 2023
De belangrijkste onderwerpen in deze circulaire zijn: ▪ Een bijstelling accres 2022: extra prijsbijstelling 2022 van € 127 miljoen vanaf 2023. ▪ De accressen voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO accres) zijn van 2023 tot en met 2027 bijgewerkt. De mutaties ten opzichte van de stand van septembercirculaire 2022, inclusief de prijsbijstelling 2022 zijn als volgt: Per jaar Cumulatief - 2023: Bijstelling accres 2022 € 127 miljoen - 2023: € 145 miljoen € 272 miljoen - 2024: € 338 miljoen € 610 miljoen - 2025: € 411 miljoen € 1.020 miljoen - 2026: € 208 miljoen € 1.100 miljoen - 2027: € 78 miljoen € 1.147 miljoen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Negatieve afrekening BTW-Compensatiefonds (BCF) 2022 van € 2,929 miljoen eenmalig in 2023. Een structurele rijksbijdrage van € 1 miljard vanaf 2027, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Eénentwintig taakmutaties, waaronder een omvangrijke taakmutatie voor de tekorten Jeugdzorg van € 1.363 miljoen in 2024 en € 859 miljoen in 2025. Vijf nieuwe decentralisatie-uitkeringen, de grootste mutatie betreft de decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid met € 55 miljoen in 2023. De loon- en prijscompensatie (LPO) 2023 voor de volgende taken: IU Participatie: loon- en prijsbijstelling vanaf 2023 € 114,97 miljoen IU Beschermd wonen: loon- en prijsbijstelling vanaf 2023 € 108,6 miljoen Definitieve compensatie inkomstenderving 2021 voor 35 gemeenten van € 132,5 miljoen. Procesmededeling over de Energietoelage 2023.
Accressen en BCF De ontwikkeling van het accres is in de onderstaande tabel weergegeven. 2022 Uitkeringsfactor Accresontwikkeling in mei 2023, ujr 2023 t/m 2028
2023
2024
2025
2026
2027
291
648
1.076
1.155
1.196
1.390
1.380
1.225
1.166
-439
-582
-644
Nominale ontwikkeling in de meicirculaire 2023 (verleggen basisjaar) Nominale ontwikkeling in de meicirculaire 2023 Plafond BCF, afrekening ruimte over het jaar 2022
-3
Financieringssystematiek Financieringssystematiek – deel BCF Overig (volgens circulaire) Afronding op algemene mutaties (restant overige ontwikkelingen) Subtotaal A Accres en BCF
963 80 21
32
32
63
61
61
-35
16
22
-21
31
21
285
2.086
2.102
1.838
2.853
Accressen Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. In de meicirculaire 2023 zijn de LPO-accressen voor de jaren 2023 tot en met 2027 bijgewerkt en is sprake van een opwaartse bijstelling voor alle jaren. Structurele rijksbijdrage vanaf 2027
Vooruitlopend op een nieuwe financieringsystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in de meicirculaire 2023 vanaf 2027 structureel opgenomen. Later dit jaar, in de septembercirculaire 2023, wordt van dit bedrag nog een deel in het BTW-compensatiefonds (BCF) gestort. We schatten in dat hierdoor per saldo via de algemene uitkering € 924 miljoen beschikbaar blijft en € 76 miljoen aan het BTW-compensatiefonds wordt toegevoegd. Nieuwe financieringssystematiek Het kabinet heeft besloten om het gemeentefonds voor de volume-ontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. In de meicirculaire 2023 is een beschrijving van de hoofdlijnen van een nieuwe financieringssystematiek opgenomen. De nieuwe financieringssystematiek houdt in dat de volumeontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2027 wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Hiervoor is in de Voorjaarsnota 2023 een budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028. In de meicirculaire 2023 is de nieuwe financieringssystematiek nog niet verwerkt. BTW-Compensatie Fonds (BCF) Het BCF-plafond bedraagt voor gemeenten € 3,7 miljard in 2022.
Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage, maar door de bevriezing van het accres in 2022 tot en met 2025 is het plafond in die jaren ook gefixeerd. In het systeem is opgenomen dat jaarlijks bij de septembercirculaire een voorschot wordt verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op het kalenderjaar volgt dan de afrekening. In de septembercirculaire 2022 is een voorschot voor het jaar 2022 van € 320,9 miljoen verstrekt. Gemeenten hebben iets meer gedeclareerd bij het BCF, waardoor de ruimte onder het plafond voor 2022 € 318,0 miljoen bedraagt. Hierdoor bedraagt de afrekening voor het jaar 2022 van € 2,929 miljoen. In deze circulaire vindt de afrekening plaats in 2023 als incidentele onttrekking. De afrekening heeft ook structurele gevolgen. Voor de begroting 2024 met bijbehorende meerjarenraming mag de raming maximaal gelijk zijn aan de afrekening van 2022, een macro bedrag van € 317,985 miljoen in alle jaren. Dat komt overeen met 10,7 punten van de uitkeringsfactor. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2024-2027.
Wel adviseren de provinciaal toezichthouders om voorzichtig te zijn met het opnemen van een raming voor dit dekkingsmiddel. Dit is reeds verwerkt in de begroting 2023 als stelpost. Taakmutaties In de meicirculaire 2023 zijn de volgende taakmutaties opgenomen.
2023
2024
2025
2026
2027
Taakmutaties Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag
(Bedragen x € 1.000)
2022
5
5
5
5
4
GDI voorzieningen 2022
-9
Handhaving energielabel C kantoren
1
1
1
-1
-1
Verdeling structurele middelen Wet goed Verhuurderschap
-20
-21
-21
-20
-19
Flankerend beleid energiearmoede
37
Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden
29 -
-
Correctie IPS Loon- en prijsbijstelling 2023 participatie
5
Loon- en prijsbijstelling 2023 AP Jeugdhulp Loon- en prijsbijstelling 2023 Voogdij 18+
47
Compensatieregeling voogdij 18+
-27
Werkdrukverlaging jeugdbescherming
-9
-
-
5
6
-
-
72
41
-
-
48
49
116
Integraal Zorgakkoord (WMO abonnementstarief)
127
120
Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp WMO
117
110
107
-257
-249
-
-
Herinvoering eigen bijdrage WMO Overgangsrecht levenslang
-
Jeugdzorg
1.199
Voorschoolse educatie Subtotaal B Taakmutaties
-
724
1
1
1
1
1
60
1.310
1.050
-42
-41
In de meicirculaire 2023 zijn éénentwintig taakmutaties opgenomen. De volgende taakmutaties hebben een omvang groter dan € 10 miljoen: ▪ Flankerend beleid energiearmoede € 50 miljoen eenmalig in 2023 ▪ Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden € 40 miljoen eenmalig in 2023 ▪ Jeugdzorg voor 2024 € 1.363 miljoen en voor 2025 € 859 miljoen ▪ Jeugdhulp: loon- en prijsbijstelling voor 2024 € 81,63 miljoen en voor 2025 € 48,77 miljoen ▪ Voogdij 18+: loon- en prijsbijstelling € 50,68 miljoen voor 2023 tot en met 2025 ▪ Compensatieregeling Voogdij 18+ -€ 29,52 miljoen eenmalig in 2023 ▪ Werkdrukverlaging jeugdbescherming -€ 10 miljoen eenmalig in 2023 ▪ Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) € 110 miljoen structureel vanaf 2025 ▪ Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp Wmo € 95 miljoen structureel vanaf 2025 ▪ Herinvoering eigen bijdrage Wmo -€ 225 miljoen structureel vanaf 2026 ▪ Versterking ondersteuning wijkteams -€ 50 miljoen in 2028 ▪ Robuust rechtsbeschermingssysteem -€ 25 miljoen in 2028 ▪ Systeemleren monitoring -€ 10 miljoen in 2028 Jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben 18 april dit jaar een financieel principeakkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd.
In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1.454 miljoen en voor 2025 € 954 miljoen beschikbaar gesteld. Van de extra middelen wordt een deel vanuit de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ingezet voor de investeringen en uitvoeringskosten van de Hervormingsagenda. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 91 miljoen en voor 2025 € 95 miljoen. Per saldo wordt hierdoor voor 2024 € 1.363 miljoen en voor 2025 € 859 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. Verder is één van de financiële afspraken in het principeakkoord dat de huidige besparingsreeks van € 374 miljoen voor 2023, € 463 voor 2024, € 570 voor 2025 voor 2023 tot en met 2025 bevroren is op het niveau van € 374 miljoen. Voor 2026 staat de besparing, zoals voorzien, op € 961 miljoen en loopt op tot iets meer dan € 1 miljard voor 2027. Ook zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van
€ 100 miljoen voor 2024, waarbij de Rijksoverheid de verantwoordelijkheid heeft om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen. Voor 2024 geldt dat de geraamde extra besparing van € 100 miljoen vanwege een vertraging in de totstandkoming van de Hervormingsagenda Jeugd is vervallen. Het vervallen van de extra korting voor 2024 heeft geen budgettair effect. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten in de begroting voor Jeugdzorg rekening moeten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming voor de uitgaven. Omdat de uitkering nu voor 2024 en 2025 definitief is geworden, vervalt de stelpost zoals die is opgenomen in de begroting 2023. Zie voor de nadere uitwerking van het effect op onze begroting later in deze brief. Integratie- , decentralisatie-, en suppletie-uitkeringen In de meicirculaire zijn vijf nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen. Het gaat om de volgende DU’s: ▪ Nr. 441 DU Wet Goed Verhuurderschap € 9,188 miljoen in 2023 ▪ Nr. 442 DU Outreachend werken € 0,353 miljoen in 2023 ▪ Nr. 443 DU Taal voor ontheemden uit Oekraïne € 15 miljoen in 2023 ▪ Nr. 444 DU Nationaal Actieplan Dakloosheid € 55 miljoen in 2023 ▪ Nr.
445 DU Pilot EU burgers € 7 miljoen in 2023 Bij twee nieuwe DU’s hebben de mutaties een omvang groter dan € 10 miljoen: • Voorkomen dakloosheid De grootste mutatie betreft de decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid. Hiermee zet het kabinet in op het voorkomen van dakloosheid en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Voor de verdeling van € 55 miljoen aan centrumgemeenten wordt het objectieve verdeelmodel van de DU Maatschappelijke Opvang gehanteerd. • Taal voor ontheemden uit Oekraïne De gemeenten ontvangen in 2023 € 15 miljoen om het gemeentelijke aanbod van taalonderwijs aan volwassenen ontheemden uit Oekraïne te stimuleren. In dertien bestaande IU’s en DU’s zijn wijzigingen opgenomen, waarbij het macrobudget van de uitkering wijzigt. Zes mutaties hebben een omvang groter dan € 10 miljoen: ▪ IU Participatie: loon- en prijsbijstelling vanaf 2023 € 114,965 miljoen ▪ IU Beschermd wonen: loon- en prijsbijstelling vanaf 2023 € 108,566 miljoen ▪ IU Voogdij 18+: - Compensatieregeling in 2023 € 29,518 miljoen Vanuit de algemene uitkering wordt dit bedrag toegevoegd aan de € 30 miljoen die in 2023 al beschikbaar is voor de compensatieregeling.
- Bijzondere functies vanaf 2023 -€ 5,383 miljoen De bedragen voor ‘PC Gesloten jeugdzorg’ en ‘Academische component Kinder- en Jeugdpsychiatrie’ worden structureel vanuit de IU Voogdij 18+ overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS. ▪ DU Inkomstenderving 2020 en 2021 € 132,526 miljoen in 2023 In de meicirculaire 2023 wordt de compensatie over 2021 voor 35 gemeenten afgerond en wordt een bedrag van € 132,526 uitgekeerd voor de inkomstenderving 2021. ▪ DU Leerlingenvervoer Oekraïne € 21,4 miljoen in 2023 Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan leerlingen uit Oekraïne. De DU Leerlingenvervoer Oekraïne is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij hiervoor hebben gemaakt, en maken. In de meicirculaire 2023 wordt een totaalbedrag van € 21,4 miljoen uitgekeerd. De bedragen, die worden toegekend aan een gemeente zijn gebaseerd op het aantal geregistreerde kinderen uit Oekraïne, met peildatum 23 januari 2023. ▪ DU Maatschappelijke begeleiding € 12,855 miljoen in 2023
Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. In 2023 ontvangen gemeenten hiervoor ongeveer € 12,9 miljoen. 2023
2024
2025
2026
2027
IU/DU/SU Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches (DU)
(Bedragen x € 1.000)
2022
-77
-77
-77
-77
-77
Voorschoolse voorziening peuters (DU)
-3
-3
-3
-3
-3
6
6
6
6
-74
-74
-74
-74
Armoedebestrijding kinderen (DU) Wet Goed Verhuurderschap
8
Leerlingenvervoer Oekraïne
22
Taal voor ontheemden uit Oekraïne
13
Maatschappelijke begeleiding
19
Einde lening Inburgeringsplicht (ELIP) Subtotaal C IU/DU/SU
1 0
-17
Toelichting op overheveling decentralisatie uitkering naar specifieke uitkering Op 8 februari 2023 is de Regeling specifieke uitkering voor sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis 2023-2026 (SPUK-SGCS, ook wel ‘brede SPUK”) gepubliceerd. Voor de bestaande Brede Regeling Combinatiefuncties betekent dit een wijziging van het type uitkering van een decentralisatie uitkering naar een specifieke uitkering. Vanwege deze wijziging hebben we in de meicirculaire 2023 maatstaf 71 Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches met ingang van uitkeringsjaar 2023 en verder laten vervallen. De inkomensoverdracht vindt tenslotte niet meer plaats via het gemeentefonds, maar zal via de specifieke uitkering plaatsvinden. Derhalve namen we in het onderstaande nieuwe perspectief een even grote bate op als te verachten SPUK subsidie. WOZ waarden Voor uitkeringsjaar 2023 wordt de waarde op peildatum 1 januari 2022 gehanteerd. Voor uitkeringsjaar 2024 wordt de waarde op peildatum 1 januari 2023 gehanteerd. Het verschil tussen die twee is de waardeontwikkeling gedurende 2022. Die ontwikkeling is als gemiddelde in het land volgens de meicirculaire 2023 +3% voor woningen en +2% voor niet-woningen. Voor uitkeringsjaar 2024 heeft het ministerie van BZK de rekentarieven aangepast aan deze landelijk gemiddelde waarde mutatie.
Voor woningen en niet-woningen is het negatieve rekentarief lager, omdat de waardeontwikkeling lager is dan de inflatie in 2022, door het CPB vastgesteld op 7%. We hebben de WOZ-waarden geactualiseerd voor uitkeringsjaar 2024 door de waardeontwikkeling gedurende 2022 mee te ramen. (Bedragen x € 1.000)
2022
WOZ mutaties WOZ-waarden mutaties
2023 94
WOZ waardering en aanpassing rekentarieven 2023 Subtotaal D WOZ Waarden
2024
2025
2026
2027
29
-24
-42
-61
-144
-144
-144
-144
0
94
-115
-168
-186
-205
2022
2023
2024
2025
2026
2027
215
200
188
177
166
215
200
188
177
166
Sociaal domein (Bedragen x € 1.000) 3D taken in het sociaal domein Participatie (IU) Subtotaal E Participatie
0
Ontwikkeling van de hoeveelheidsverschillen (Bedragen x € 1.000)
2022
Hoeveelheidsverschillen Hoeveelheidsverschillen
-7
Ontwikkeling uitkeringsbasis in meicirculaire 2023 Subtotaal F Hoeveelheidsverschillen
-7
2023
2024
2025
2026
2027 -290
124
135
83
-186
-158
95
94
92
92
-34
230
177
-94
-198
Ontwikkeling kosten In het voorgaande werden de extra inkomsten uit de meicirculaire besproken. Dat geeft de bruto stijging van de extra middelen. Er staan kosten tegenover voor de DU/IU-uitkeringen. We stellen voor daarvoor een stelpost op te nemen. De op te nemen stelpost is exclusief jeugd die hierna wordt besproken. Extra Lasten (Bedragen x € 1.000) Stelpost
2022
2023
2024
2025
2026
2027
-
63
6
6
6
6
Wat betreft de loon en prijsontwikkeling wordt in de kaderstellen voor de begroting 2024 rekening gehouden met een inflatie correctie van 3,2% aangevuld met een vast bedrag: Totaal € 501.000 structureel. Effecten van de jeugdzorg in vergelijking met begroting 2023 De middelen voor de jeugdzorg zijn deels als stelpost opgenomen in de begroting 2023. Dit komt omdat VNG en het Rijk nog in onderhandeling zijn over de verwerking van de uitgebrachte adviezen. Bedragen x € 1 mln. 1. Basis 2. Dossiers met overeenstemming 3. idem zonder Ministerie van VWS uitvoering hervormingsagenda Inkomensafhankelijke bijdrage Totaal middelen Jeugdzorg 1
2025 1.828 -374 pm -95 pm 1.359
2026 1.828 -961 pm
2027 1.828 -1.017 pm
2028 1.828 -1.017 pm
pm 867
pm 811
pm 811
500 367 1,00 367 1
511 300 0,75 225 1
511 300 0,75 225 1
4.
Aanvullende maatregelen (besparing) CA Gereserveerd op aanvullende post (AP) norm provinciaal toezichthouders
5.
€ 1 mln. staat voor jouw gemeente gelijk aan:
500 859 1,00 859 1
6.
Scenario voor de baten van de begroting: Opgenomen bedrag (elders) in begroting Budgettair effect compensatie jeugdzorg voor begroting 2023-2025
724 724 0
309 315 -6
190 315 -125
190 315 -125
-73
6
3
3
Scenario voor de lasten van de begroting 7.
2
Lager (+) te ramen uitgaven in de begroting
Het principeakkoord Hervormingsagenda vermeldt dat ”vanaf 2025 in aanvulling op de huidige hervormingsagenda extra beleidsmaatregelen in de jeugdzorg genomen worden”. Voor de jaren 2025 en 2026 gaat het om een besparing van 500 miljoen en vanaf 2027 en structureel gaat het om € 511 miljoen. 2 Voor de jaren 2026 en verder moeten gemeenten rekening houden met de voorgenomen besparingen en in de begroting voor Jeugdzorg een lagere raming opnemen voor de uitgaven. 1
Onder taakmutaties staat het gehonoreerde budget jeugdzorg zoals dat nu in de algemene uitkering is verwerkt. Dit betekent dat de opgenomen stelpost in de begroting 2023 voor de jaren 2024 en 2025 voor toekomstige baten uit de begroting 2023 moet worden gehaald.
Mutatie stelpost baten jeugdzorg (Bedragen x € 1.000) Stelpost baten jeugdzorg
2024
2025
2026
2027
-1.086
-650
-6
-125
Zoals gezegd, tegenover het vervallen van de stelpostmiddelen jeugd in de begroting 2023 staat dus de bijstelling van de algemene uitkering. Zie onder taakmutaties, 2024 € 1.199 en 2025 € 724. Op basis van de taakmutatie 2025 (€ 724.000) wordt onder punt 6 in bovenstaande tabel berekend wat de stelpost mag zijn. Dat vergelijken we met de begroting 2023. Het verschil betreft de mutatie in de baten. De lasten worden ook bijgesteld. Zie regel 7. Voor 2024 is de bijstelling in de lasten € 113.000. Alle mutaties rond (jeugd)zorg zijn verwerkt onder overige uitkeringen. De totale opstelling ziet er als volgt uit: Structureel kader 2023-2027 bedragen x € 1.000
2023
2024
2025
2026
2027
Bijstellen jeugd in de Algemene Uitkering Correctie stelpost baten jeugd vanaf 2026 Kostenmutatie jeugdzorg agv doorrekening Stelpost DU/IU op te nemen lasten SPUK combinatiefunctie
-63 77
-1.085 -113 -6 77
-650 -73 -6 77
-6 6 -6 77
-125 3 -6 77
Subtotaal Overige uitkeringen
14
-1.127
-652
71
-51
Uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid In een brief van 25 oktober 2022 heeft het Rijk gemeenten geïnformeerd over middelen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Deze middelen zijn bestemd voor personele, en bijbehorende materiele, kosten van gemeenten en provincies en regionale samenwerkingsorganisaties van decentrale overheden zoals de RES. Het is een uitdaging om in de huidige arbeidsmarkt voldoende gekwalificeerd personeel te vinden, ook voor gemeenten en provincies. Door inzicht te geven in deze budgetreeks geeft het Rijk ons voldoende vertrouwen te kunnen investeren in vaste formatie waarmee we de uitdagingen van de klimaatopgave kunnen aanpakken. In de bestuurlijke afspraken is vastgelegd dat de benodigde uitvoeringsmiddelen in 2024 herijkt zullen worden. In deze herijking worden de taken en middelen mede naar aanleiding van de opgedane ervaring in de uitvoering aangepast naar de meest actuele inzichten voor de periode 2026 - 2030. Voor het uitkeren van de middelen is een wettelijke regeling vereist. Ik werk aan een ministeriële regeling waarmee de middelen voor de jaren 2023, 2024 en 2025 zullen worden uitgekeerd in de vorm van een brede doel uitkering (een soort SPUK). Deze ministeriële regeling wordt naar verwachting in januari/februari 2023 gepubliceerd. De aan de gemeenten en provincies toebedeelde bedragen worden vervolgens uitgekeerd.
Hiervoor hoeft geen aanvraag ingediend te worden. Om op langere termijn zekerheid over de middelen te bieden, zal zo snel mogelijk een wettelijke regeling worden opgesteld voor het uitkeren van de middelen voor 2026 t/m 2030.
Extra Lasten (Bedragen x € 1) Klimaatmiddelen en energiebeleid
2023
2024
2025
428.609
432.497
436.385
2026
2027
-
-