Bijlage bij de regels bestemmingsplan Honingvlaken 10
Tekst van het document
LS18714 Beeldkwaliteitsplan 'De Boerhof' Dwingeloo B+O ARCHITECTUUR EN STEDENBOUW TUINCENTRUM HARRIE BOERHOF 1 mei 2024
B+O
INHOUD
2
■
Inleiding3
■
Ligging plangebied
■
Plangebied5
■
Hoe werkt het beeldkwalliteitsplan?
6
■
Stedenbouwkundig plan
7
■
Voorschriften landschap
8
■
Soorten matrix erfinrichting
10
■
Landschapselementen
11
■
Referentiebeelden landschap
12
■
Woonerven
14
■
Hoofdvorm bebouwing
15
■
Referentiebeelden architectuur
16
■
Voorschriften architectuur
18
■
Materialen matrix bebouwing
19
■
Voorschriften bijgebouwen
22
■
Zonnepanelen
23
■
Duurzaamheid
24
■
Natuurinclusief en klimaatadaptatie
25
■
Colofon
27
4
B+O
INLEIDING Aan de rand van Wittelte ligt de voormalige bedrijfslocatie van Tuincentrum Harrie Boerhof. Vanwege het stopzetten van het bedrijf beoogt de eigenaar de locatie te herontwikkelen tot woningbouwlocatie. Het voornemen is erop gericht een bijzonder woon- en leefklimaat te creëren genaamd De Boerhof, dat geënt is op de karakteristiek van de locatie, grotendeels voortkomend uit het tuincentrum. De locatie ligt in een beekdal. Om de impact op de landschappelijke waarden van de plek goed te kunnen beoordelen is een zorgvuldig stedenbouwkundig plan opgesteld waarin de ruimtelijke inpassing van de nieuwe woningen nauwgezet op de bestaande landschappelijke structuren en nieuwe landschapselementen is afgestemd.
Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als toevoeging op de Welstandsnota. De bouwplannen worden binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan beoordeeld en getoetst. Het beeldkwaliteitsplan geeft zowel voor de ontwikkelende partij als de toekomstige bewoners zekerheid over de kwaliteit van de nieuwe situatie. B+O Achitectuur en Stedenbouw Meppel, mei 2024
Omdat er sprake is van een gebied met een hoge beeldwaarde is een beeldkwaliteitsplan opgesteld om de beeldkwaliteit te kunnen waarborgen. In het beeldkwaliteitsplan zijn randvoorwaarden gesteld om de impact op het landschap zo gering mogelijk te houden en te kunnen sturen op kwaliteit in bebouwingsbeeld. Voor de realisatie van de nieuwe woningen in het bestaande landschap is openheid, het groene karakter en de informele inrichting van het plangebied van essentieel belang. Naast de inrichting van de open ruimten zijn ook de architectuur van de woningen en de erfinrichting dragers van de toekomstige kwaliteit.
3
B+O
Dwingeloo
Dr en tsc
he H
oo
fd
va
ar
t
LIGGING PLANGEBIED
Wittelte
Ou
de
Va a
rt
De Boerhof
Hotlingerveld (Natura 2000)
Nationaal Park Dwingelderveld
4
B+O
PLANGEBIED
Wit
telt
erw
eg
te slopen bebouwing
Dw in
gel
ler
Str
oom
te handhaven bedrijfswoning en bijgebouw
te slopen bebouwing
5
B+O
HOE WERKT HET BEELDKWALLITEITSPLAN? Wat is een beeldkwaliteitsplan? Een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld om de beeldkwaliteit in een bepaald gebied te creëren, te verbeteren of veilig te stellen. In een beeldkwaliteitsplan worden aanbevelingen gedaan of richtlijnen gegeven voor: ■ vormgeving van de bebouwing; ■
inrichting van de openbare ruimte;
■
start van ontwerpprocessen.
Verder wordt het beeldkwaliteitsplan gebruikt om te bepalen of een bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Daarom wordt het beeldkwaliteitsplan verankerd in de gemeentelijke Welstandsnota. Wat is morfologie? Morfologie betekent letterlijk ‘vormkunde’. Het is afgeleid van de Giekse woorden morfè (vorm) en logos (logica). Bij het onderzoeken van de morfologie wordt op landschappelijke en stedenbouwkundige schaal gekeken naar de onderlinge verhoudingen en relaties tussen de vormen van de bebouwing. Een goede morfologie komt tot uiting in evenwichtige verhoudingen tussen de diverse gebouwen onderling en in een evenwichtige verhouding tussen gebouw(en) en het omliggende onbebouwde terrein. Wat is typologie? Typologie is een vakterm in de architectuur, waarbij het gaat om het bepalen van de typen, die de primaire kern van de bebouwde omgeving vormen. Typologie heeft betrekking op meerdere onderwerpen in de architectuur. In dit beeldkwaliteitsplan betreft het de typologie van bouwwerken. Met andere woorden: de hoofdvorm van het gebouw.
6
Hoe werkt de matrix? Per deelgebied is een matrix ontwikkelt, die de kleuren en materialen aangeeft. Bij het bouwen van een hoofd- of bijgebouw is in de matrix af te lezen welke materialen in het gebied voorkomen, wat de bijbehorende kleuren daarbij zijn en hoe het gebouw ten opzichte van de weg gesitueerd wordt. Hoe werken de inspiratiebeelden? Naast de matrix zijn kleuren, materialen en inspiratiebeelden opgenomen, die laten zien wat er in het gebied thuishoort. De inspiratiebeelden dienen als voorbeelden en laten zien hoe materialen en kleuren toegepast kunnen worden. Dit om aan te geven dat er verschillende manieren zijn om materialen en kleuren toe te passen. Dit geldt zowel voor verbouw of nieuwbouw, als voor de beplanting en bestrating De getoonde beelden zijn ‘slechts’ inspiratiebeelden. Een architect mag hier altijd van afwijken mits passend binnen de materialen- en kleurenmatrix. De afbeeldingen in het beeldkwaliteitsplan geven ‘slechts’ een suggestie aan. Ook de maatvoering van de profielen is richtinggevend. Het betreft principeprofielen, er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Andere toetsingskaders Naast dit beeldkwaliteitplan gelden nog andere toetsingskaders voor het bouwen in het plan Kerkenweide. Dit zijn onder andere het bestemmingsplan dat voor de locatie wordt vastgesteld en het Bouwbesluit.
B+O
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
erf
1.4
00
Wi
tte
m2
lte
rw
eg
rS tro
om
natuurlijke oever
Dw
ing
elle
erf
erf
1.3
00
m2
1.4
00
m2
wetland
erf
erf
1.8
00
m2 bosje
1.4
00
m2
struinpad (historische weg hergesteld)
wadi
belvedere
7
VOORSCHRIFTEN LANDSCHAP
B+O
Verkaveling ■ De verkaveling, de ontsluiting, de situering van de woningen en tuinen en ook de omringende natuurterreinen worden in samenhang ontwikkeld. ■
Ten behoeve van de verwevenheid met het landschap wordt de maat van het privéterrein waarbinnen mag worden gebouwd beperkt tot een maximum van ca. 1.800 m2.
■
De ruimte rond en tussen deze bouwvlakken is natuur van het half-open type. In het bestemmingsplan wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen deze bouwvlakken en het omringende gebied. Op de bouwvlakken heeft de eigenaar alle vrijheden die behoren bij een erfbestemming. De woning, de bijgebouwen, erf en tuin, de parkeerplaatsen, en dergelijke liggen erop. Het eigen terrein buiten de bouwvlakken wordt bestemd tot natuur. De grens tussen deze twee onderdelen is scherp, in die zin dat erf en tuin niet in het natuurterrein mogen doorlopen maar omgekeerd kan dat wel. Op deze manier kan het natuurterrein doorlopen in het bouwvlak waardoor de suggestie ontstaat dat de woning midden in de natuur is gesitueerd.
intensieve beheer
8
extensieve beheer
B+O Landschap ■ In het ontwerp is het nieuwe patroon van de kavels, bouwvlakken en ontsluitingen stevig verankerd in het omliggende landschap. Het voormalige historische wegenpatroon geeft hiervoor richting aan. Een historisch pad wordt hersteld in een vorm van een toegangspad naar alle woningen (enigszins verschoven ten opzichte van een historische positie). Een ander pad wordt hersteld in de vorm van een semi-openbaar struinpad langs de zuid- oostgrens van het plangebied. ■
In de zuidelijke hoek van het terrein wordt een nieuw bosje aangelegd. Deze nieuwe groene scherf sluit in maat en schaal aan op de groene scherven (overhoeken) die veelvuldig in het beekdal te vinden zijn. Dankzij het toevoegen van contrast in de open en dichtere beplantingsstructuur vindt het plangebied weer aansluiting bij het landschap waarin het gelegen is, daar waar het nu een uitzonderingspositie heeft als tuincentrum. De groene scherf vormt samen met de laanbeplanting de hoofdstructuur van het plan.
■
In de hoek van het perceel, op de kop van het toegangspad, is een belvedere gesitueerd met zicht op het beekdal. Het krijgt een informele uitstraling en is dé plek om het beekdal te beleven.
■
De oever van de Dwingelerstroom krijgt een nieuwe natuurlijke uitstraling met een groot stuk wetland dat zich uitstrekt tot aan de zuidkant van het perceel, dat het laagste deel van het terrein wordt. Ook ontstaat er een nieuw eiland om de waterstroom af te remmen en een aantrekkelijk leefgebied te creëren voor waterflora en -fauna.
■
De bouwvlakken zijn zo gepositioneerd dat de daar te bouwen woningen uitzicht hebben op het omringende landschap. Hierdoor behoudt het terrein ook van buitenaf het natuurlijke open karakter van een beekdal.
■
Bij de ligging van de bouvlakken wordt rekening gehouden met
de sproeizone van 50 meter vanaf de aangrenzende akkers, waar niet mag worden gebouwd. ■
Voor een soepele inpassing in het buitengebied Westerveld is openheid, het groene karakter en de informele inrichting van het gemeenschappelijke ruimte van essentieel belang.
■
Fruitbomen en bloeiende planten dragen bij aan de biodiversiteit van het gebied, het toepassen van extensief beheer kan daarnaast bijdragen aan een meer divers karakter.
■
Waar mogelijk wordt halfverharding toegepast om de oppervlakte aan verharding zoveel mogelijk te beperken en hemelwaterinfiltratie mogelijk te maken. Erfafscheiding
■
Ruimtelijk is het uitgangspunt geen erfafscheiding toe te passen. Dit vanwege de samenhang tussen het extensieve en intensieve groen.
■
Mocht er toch behoefte zijn om een erfafscheiding toe te passen, bijvoorbeeld voor een omheining rondom een moestuin of voor dieren, dan dient deze een informele landelijke uitstraling te krijgen, zoals een haag, houten hekwerk, hekwerk met haag of draadhekwerk.
■
De afrasteringen dienen geen visuele barrière te vormen door hoogte en dichtheid (dus geen erfafscheiding hoger dan 1 meter grenzend aan openbaar gebied).
9
B+O
SOORTEN MATRIX ERFINRICHTING Voor de inrichting van het landschap, erf en tuin is een voorselectie gemaakt voor de te kiezen bomen, planten en verharding. Daarbij wordt uitgegaan van het toepassen van inheemse soorten bomen en planten, die van nature voorkomen in een beekdal. Bestrating dient de gedekte kleuren te hebben in aardse tinten, bijvoorkeur bruin, grijs/ bruin, grijs of antraciet.
BEEKDAL
Materiaal
Kleur
Bestrating Klinkers Grijs / antraciet Bruin / grijsbruin Betonplaat Grijs Paden Grind / split Zwerfkeien als begrenzing Beplanting Grote bomen
x X x X
Inlandse eiken
Els x Es x Wilg x Populier in windsingel x Bij de woning Linde x Kastanje x Leilinden Notenboom x Middelgrote bomen Fruitbomen x Opvallende boom Berk Lijsterbes Struiken Hulst Krent Hazelaar x Vlier x Vuilboom x Gelderse roos x Meidoorn x Sleedoorn x Veldesdoorn x Hagen Meidoorn x Beuk Liguster Veldesdoorn x Gele kornoelje x
10
B+O
LANDSCHAPSELEMENTEN
5
3 1 7
2 4
6
11
B+O
REFERENTIEBEELDEN LANDSCHAP
1. Wonen in het beekdal
2. Landschappelijke bosje
12
3. Natuurlijke oever
B+O
REFERENTIEBEELDEN LANDSCHAP
4. Wadi in het bosje
5. Toegangsweg percelen
6. Belvedere
7. Struinpad
13
WOONERVEN
14
B+O
B+O
HOOFDVORM BEBOUWING ‘De Boerhof’ is gelegen in het beekdallandschap in het landelijk gebied. Voor een juiste inpassing van de nieuwe woonhuizen in het landschap is het uitgangspunt om eigentijdse architectuur te realiseren met een duidelijke knipoog naar de karakteristiek van de plek (tuincentrum). De massa van de woonhuizen wordt gebaseerd op het principe van het ‘Hallenhuis’. Dit is een van oorsprong, op gebintenstructuur gebaseerde, landelijke bebouwingstypologie en is voorzien van een hoofdbeuk met aan weerszijde een zijbeuk. Deze opzet vormt de basis voor elk woonhuis, waarbij gevarieerd kan worden in de mate waarin het volume wordt ingevuld. Daarmee biedt het mogelijkheden om groter of kleiner te bouwen en blijft de typologie van het Hallenhuis altijd herkenbaar. De zijbeuk kan worden gebruikt als veranda of biedt plaats aan functies als bijkeuken, berging of garage. Hiermee blijven deze elementen onderdeel van het hoofdgebouw. Ook kan de garage onderdeel zijn van het woonhuis.
hoofdbeuk
zijbeuk
zijbeuk het Hallenhuis principe
A
B
C
A1
B1
C1
A2
B2
C2
Verplichte voorwaarde is dat elk woonhuis voorzien wordt van een kas, die integraal onderdeel van de architectuur moet zijn, zie pagina 20 en 21 voor een nader toelichting. De kas kan worden ingezet voor kleinschalige voedselproductie of als duurzame energie oplossing. Massa en vorm ■ Eenvoudig volume. ■
Rechthoekige grondvorm als basis, met een lengte:breedte verhouding van ten minste 2:1.
■
Afgedekt door een zadeldak, waarbij ondergeschikte insnedes in het basisvolume mogelijk zijn.
Architectuur ■ Gerelateerd aan de landelijke bebouwingskarakteristiek. Eenvoudig, strak, verticale openingen en subtiele details.
15
REFERENTIEBEELDEN ARCHITECTUUR
16
B+O
B+O
17
B+O
VOORSCHRIFTEN ARCHITECTUUR Oriëntatie: ■ Oriëntatie conform het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan De Boerhof. Vormgeving ■ De bebouwing heeft een enkelvoudige hoofdmassa. ■
Gestreefd wordt naar samenhang in het plan middels het toepassen van een landelijk en streekeigen woning typen, met een eigentijdse uitwerking van streekeigen kenmerken en details.
■
Nokrichtingen, zoals aangegeven op plantekening.
■
Verplichte voorwaarde is dat elk woonhuis voorzien wordt van een kas, die integraal onderdeel van de architectuur moet zijn, zie pagina 20 voor nadere eisen.
■
De gevelopeningen / kozijnen moeten passen bij de typologie en architectuur van het betreffende bouwblok.
■
Voor gevelopeningen op de verdieping hebben vlakke vensters of loggia’s de voorkeur, daar het dakvlak er het minst door wordt verstoord. Dakkapellen zijn alleen toegestaan wanneer ze duidelijk ondergeschikt in het dakvlak overkomen en integraal onderdeel van de architectuur zijn. (dakvlakken moeten in de zichtzijden zo weinig mogelijk verstoord worden)
■
Bijgebouwen dienen in de daarvoor bestemde zones (binnen ‘Wonen’ bestemming) te worden gebouwd, en te voldoen aan de eisen zoals genoemd in de paragraaf Bijgebouwen van dit beeldkwaliteitsplan.
Detaillering, kleuren en materialen ■ Uitgangspunt is dat de verschillende bouwblokken een samenhangend geheel vormen, maar diversiteit is gewenst. Dit om te voorkomen dat het plangebied een uitbreidingswijk wordt waarbij alle woningen sterk op elkaar lijken. Dit betekent dat wanneer er een woning ontwikkeld wordt met bepaalde materialen, het de voorkeur verdient dat deze materialen niet bij een ander bouwblok in dezelfde verschijningsvorm terug komen. Hierbij kan worden aangemerkt dat het gebruik van riet
18
en pannen als dakbedekking en hout of baksteen als gevelbekleding vaker voor mogen komen. Doel van de uitgangspunten is om eenheid te creëeren met een natuurlijke verscheidenheid, die tegelijk ook een duidelijke binding uitstraalt. ■
De toegestane materialen en kleuren zijn vermeld op de matrix zoals opgenomen in dit beeldkwaliteitsplan.
■
Qua detaillering dient de nieuwe bebouwing aan te sluiten op de oorspronkelijke, karakteristieke bebouwing van het gebied. Dit kunnen natuurlijke materialen zijn, maar ook kunstmatige materialen indien deze voorkomen in tuinbouw of kwekerijen.
Alle materialen dienen ter beoordeling voorgelegd te worden aan de supervisoren. Voor de uitwerking van de kavels op het erf is gekozen voor een richtinggevende typologie en een keuze uit een mix van verschillende materialen. Technische installaties ■ Technische onderdelen zoals bijvoorbeeld zonnepanelen of onderdelen van een warmtepomp die in het zicht komen, dienen integraal te worden mee ontworpen. ■
Zonnepanelen dienen in heldere vlakken georganiseerd te worden zodat deze esthetisch in het dakvlak zijn geplaatst, met voldoende afstand tot de rand. Als later panelen worden bijgeplaatst moeten ze van hetzelfde type zijn.
■
Kleurstelling van zonnepanelen afstemmen op kleur en type van de dakbedekking.
Hardheidsclausule Een plan van bovengemiddelde kwaliteit dat voldoet aan de geest van het beeldkwaliteitsplan, maar niet letterlijk voldoet aan de regels van dit beeldkwaliteitsplan, kan van een positief advies worden voorzien. Dit wordt beoordeeld door de supervisoren, de welstandscommissie en de gemeente.
B+O
MATERIALEN MATRIX BEBOUWING BEEKDAL
Materiaal / Kleur
Hoofdgebouw
Bijgebouw
Situering Haaks x x Niet haaks x x Bijgebouw Achter het woongedeelte x Massa’s Groot x Klein x x Wanden Baksteen Rood x x Handvorm Bruin x x Genuanceerd Zwart Levendig Grijs Geel Wit Anders Hout Vergrijzend naturel: (eiken, larix, WRC) x x Zwart (teerkleur) x x Anders Stucwerk (plint schermer grijs) Zink x Staal x Kunststof x Glas (reglit) x Vezel cementplaat x (eternit grijs) Dak Riet x x Pan (ongeglazuurd) Blauw grijs gesmoord x x Oranje / rood x Golfplaat Grijs x x Rood Schoorstenen Metselwerk x x Staal x x Schilderwerk Standkleuren Evert Koning voorhuis achterhuis Deur Heerengracht groen x x x Polderbruin x x Kozijnen Zaans wit x x x Polderbruin x x Draaiende delen Zaans wit x Polderbruin x x x Heerengracht groen x x x Luiken Polderbruin x x Zaans wit x Heerengracht groen x x x Windveren Zaans wit x x Polderbruin x Enkele materialen met ‘x’ zijn toegastaan.
19
KAS CONCEPT Het voornemen is erop gericht een bijzonder woon- en leefklimaat te creëren dat geënt is op de karakteristiek van de locatie, grotendeels voortkomend uit het tuincentrum. Daarom is een verplichte voorwaarde dat elk woonhuis voorzien wordt van een kas, die integraal onderdeel van de architectuur moet zijn. De kas kan worden ingezet voor kleinschalige voedselproductie of als duurzame energie oplossing om warmte op te slaan of als buffer te fungeren. De kas zal geïntegreert worden in de architectuur van het woonhuis. Bijvoorbeeld een zijbeuk van het hallenhuis typologie kan van glas worden gemaakt of de kop/achterhuis van het woonhuis. Meer voorbeelden van het principe met bijbehorende referentiebeelden zijn weergegeven op pagina 21. De kas kan ook een zelfstandig volume (vrijstaande (bij)gebouw) zijn, maar moet zorgvuldig zijn ontworpen in relatie met het hoofdgebouw. Er is sprake van een kas als integraal onderdeel van de architectuur als er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden; ■ tenminste één dakvlak en één muurvlak die met elkaar verbonden zijn, zijn geheel van glas, en; ■
tenminste twee dakvlakken en/of muurvlakken die met elkaar verbonden zijn, zijn geheel van glas, en;
■
minimaal 25% van het dakoppervlak van het hoofdgebouw is van glas.
Indien er sprake is van een vrijstaande kas (kas als bijgebouw) mag de oppervlakte van de kas niet kleiner zijn dan 1/4 van de oppervlakte van het hoofdgebouw.
20
B+O
B+O
REFERENTIEBEELDEN KAS CONCEPT
1. Kas als kop van de woning
4. Kas als dak
2. Kas in het midden van de woning
5. De woning omhult door de kas
3. Kas als zijbeuk (zie hallenhuis typologie)
6. Kas in de apart volume
21
B+O
VOORSCHRIFTEN BIJGEBOUWEN
Het uitgangspunt is erop gericht om bijgebouwen als onderdeel van het hoofdgebouw te laten zijn. Aansluitend op een behoefte kan er op eigen perceel ook een (extra) bijgebouw gerealiseerd worden. Deze bijgebouwen dienen een passende uitstraling te krijgen die passend is bij de architectuur van het hoofdgebouw en niet op storende plekken te staan. Massa en vorm ■ Per hoofdgebouw maximaal 1 bijgebouw. ■ Rechthoekige grondvorm als basis. ■ Nokrichting vrij te bepalen. Materiaal en kleurgebruik ■ Materialisering ofwel gelijk aan het hoofdgebouw, ofwel donker of vergrijzend hout, danwel glas in het geval van een kas. ■ Dak kan worden bedekt met pv-panelen als dit de voorkeur verdient over pv-panelen op het hoofdgebouw, bijvoorbeeld bij rode pannen óf riet. Detaillering ■ Sobere en subtiele details en/of aansluitend bij hoofdgebouw
22
B+O
ZONNEPANELEN
Om duurzaam te kunnen wonen zijn diverse ingrepen vereist. Een gangbare technische ingreep is het toepassen van zonnepanelen. Om verrommeling te voorkomen zijn hiervoor in het beeldkwaliteitsplan randvoorwaarden benoemd. ■
Bij voorkeur gericht in zuidelijke of zuidwestelijke richting.
■
Integraal in het ontwerp opnemen.
■
Heldere vlakken maken die esthetisch in het dakvlak zijn geplaatst, met voldoende afstand tot de rand.
■
Kleurstelling van zonnepanelen afstemmen op kleur en type van de dakbedekking.
■
In bepaalde situaties kan het, bijvoorbeeld door het type dakbedekking van het hoofdgebouw, de voorkeur hebben om het dak van het bijgebouw te gebruiken ten behoeve van pv-panelen, Dit bijvoorbeeld in het geval van rode pannen óf riet.
■
Indien er voldoende ruimte is kunnen pv-panelen ook in de tuin worden gesitueerd, bij voorkeur in een verlaagd maaiveld.
23
DUURZAAMHEID De huidige economie is grotendeels lineair. Dat wil zeggen dat van grondstoffen een product wordt gemaakt dat vervolgens na gebruik wordt weggegooid. Een verhaal met een begin en een einde. Het resultaat is steeds schaarsere grondstoffen en een steeds grotere afvalberg. In een circulaire economie spelen hergroeibare grondstoffen en hergebruik een belangrijke rol. Het verbruik van fossiele grondstoffen is laag, evenals de CO2-uitstoot en de afvalproductie. ■
Materialen zodanig kiezen dat deze aansluiten op de ambitie om te bouwen voor de lange termijn.
■
Bouwen voor de lange termijn komt tegemoet aan een concrete duurzaamheids ambitie. Langdurig gebruik van een woning beperkt de milieubelasting door het niet opnieuw hoeven toepassen van materialen.
■
Rondom het constructieve casco kunnen woonhuizen eenvoudig worden geactualiseerd, zodat toekomstbestendigheid van de woning gewaarborgd is.
■
Onderdelen als uitbouw, erker of veranda kunnen worden gerealiseerd middels op zichzelfstaande constructies en zijn daarmee remontabel.
■
Dankzij kasen en grote ramen kunnen passieve verwarmingsoplossingen in de woningen worden toegepast.
24
B+O
NATUURINCLUSIEF EN KLIMAATADAPTATIE
B+O
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Ten behoeve daarvan zijn hier enkele aanbevelingen opgenomen die in het ontwerpproces zullen worden meegenomen. ■
Voorwaarden creëren voor een hoge levenskwaliteit voor mens en natuur, voor nu en voor later.
■
Het creëren van diverse leefgebieden voor flora en fauna waaronder beek, wetland, bosje en weiland.
■
Extensief onderhouden grasland met solitaire bomen biedt voedsel en onderdak aan vele soorten insecten en kleine dieren.
■
Het toepassen van nestkasten voor vleermuizen en huiszwaluwen etc. draagt hieraan bij.
■
Fruitbomen en bloeiende planten in tuinen dragen bij aan de biodiversiteit van het gebied.
■
Regenwater opvangen om dit op een later moment te hergebruiken voor bewatering beperkt het gebruik van (drink-) water.
■
Regenwater opvangen in wadi op de wei en in het bosje gaat droogte tegen.
■
Voor een goede toepassing van natuurinclusief bouwen dient overleg plaats te vinden met natuurkenners. Dit ten behoeve van een goede plaatsing en passende maatregelen, in relatie tot de ecologie van de omgeving.
25
B+O
26
COLOFON
B+O
B+O Architectuur en Stedenbouw Pieter Brink I Architect Bastiaan Vennink I Stedenbouwkundig projectleider Karolina Fonfara I Stedenbouwkundig ontwerper Kateřina Beránková I Tekenaar
LS18714 Beeldkwaliteitsplan 'De Boerhof' Dwingeloo
1 mei 2024 27