CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 bijlage quickscan

Politieke avond Westerveld 27 september 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Westeinde 226 Wapserveen (spreekrecht)6.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan en Voortoets voor de locatie Westeinde 226, Wapserveen

Rapport: 2022-546 Datum: maart 2022 Versie: 1.0

QuickScan en Voortoets voor de locatie Westeinde 226, Wapserveen

Colofon © 2022

Tekst, samenstelling:

Fopma NatuurAdvies

Opdrachtgever:

Wijze van citeren:

Fopma NatuurAdvies, A, 2022. QuickScan en Voortoets voor de locatie Westeinde 226, Wapserveen; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2022-546, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING

2

SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET

9

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN

BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

6 3

8 8 8 8 8 8

4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek 5

5 6 6 6 6 7

BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT OMGEVINGSVERORDENING DRENTHE

3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4

5

VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN VAATPLANTEN OVERIGE DIERSOORTEN

NATUURNETWERK DRENTHE

9 9 9 10 11 11 11 12 12 12 13 13 13 14 14 14 15 15 15 16 16 16 16 16 16 16 17 17 17 17 18 18 18 18 19

7

NATURA 2000 GEBIEDEN (VOORTOETS GEBIEDSBESCHERMING)

20

8

CONCLUSIES

21

8.1 8.2 8.3 9

CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK DRENTHE CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)

BRONNEN 9.1 9.2

LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES

21 21 21 22 22 22

BIJLAGE 1

ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB

23

BIJLAGE 2

PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB

24

BIJLAGE 3

JAARROND BESCHERMDE VOGELS

25

BIJLAGE 4

SAMENVATTING NDFF (1-1-2017 TOT 1-3-2022)

27

BIJLAGE 5

OMGEVINGSVERORDENING DRENTHE

28

BIJLAGE 6

ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN / INRICHTEN

29

4

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

Deze QuickScan en Voortoets is opgesteld ten behoeve van een partiële herziening van een agrarisch perceel naar wonen voor de locatie Westeinde 226, Wapserveen. De woonboerderij zal verbouwd worden, waar reeds in 2021 een omgevingsvergunning (bouwen) voor is verleend. De jongveestal en het bakhuisje links van de boerderij blijven behouden. De wagenschuur rechts van de boerderij zal worden gesloopt en achter de woonboerderij, op de voormalige mestkelder, worden herbouwd. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij de bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft: • Partiële herziening van een agrarisch perceel naar wonen. • Sloop van wagenschuur. • Bouw wagenschuur op de voormalige mestkelder.

Figuur 1.

5

Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl. (Bron: NDFF).

Figuur 2.

1.2

Kaart met de gewenste situatie en de te slopen wagenschuur.

Aanleiding

De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.

1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).

1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN).

1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).

6

1.3

Probleemstelling / doelstelling

De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?

Figuur 3.

7

Foto’s bestaande situatie

2

Soortbescherming – Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.

2.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels in Overijssel staat in bijlage 3.

2.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

2.3

Beschermingsregime andere soorten

Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).

2.4

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.5

Omgevingsverordening Drenthe

De provincie heeft een Omgevingsverordening opgesteld met daarin opgenomen hoe om te gaan met soortenbescherming. Artikel 4.3 behandeld de soortenvrijstelling bij ruimtelijke inrichting, bestendig beheer en onderhoud. ‘Het wordt niet wenselijk geacht dat voor zeer algemeen voorkomende soorten voor elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing moet worden aangevraagd. Om deze reden wordt voor bepaalde soorten vrijstelling verleend. De Wet natuurbescherming geeft aan Provinciale Staten de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de verboden voor bepaalde soorten voor bepaalde belangen. Over het algemeen gebeurde dit voor soorten waarvan werd aangenomen dat ze veel voorkomen en de soort niet bedreigd was. Vanwege de voormalige vrijstelling was het voor deze soorten niet verboden om bijvoorbeeld hun verblijfplaatsen te vernielen als dit nodig is om een bestemmingsplan uit te voeren, bijvoorbeeld bij de bouw van een huis. Ook mocht een vliegveld, een dijk of een spoorweg worden onderhouden zonder dat daarvoor een ontheffing nodig was als deze soorten daar voorkomen. De reden voor het Rijk om deze vrijstelling in te voeren was dat veel weerstand bestond tegen het steeds moeten aanvragen van ontheffingen voor deze soorten. Dit terwijl van deze soorten werd aangenomen dat ze veel voorkwamen.

Met de invoering van de Wet natuurbescherming is deze bevoegdheid grotendeels gedecentraliseerd naar de provincies. Provinciale Staten hebben besloten deze voormalige vrijstelling voor zover mogelijk voort te zetten. In bijlage 5 van deze QuickScan staan de soorten vermeld welke op grond van de Omgevingsverordening vrijgesteld worden.

8

3

Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet

3.1

Ligging onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot het perceel waarop de ingreep heeft plaatsgevonden en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.

3.2

Onderzoeksmethode

Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de mogelijke effecten die zijn opgetreden.

3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). (Periode laatste 5 jaar) • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data 2014-2019 gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •

ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)

Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •

9

Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg Natuurnetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies

3.2.2 Veldbezoek Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

23 maart 2022 Ochtend Licht bewolkt 15o Celsius

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.

10

4

Inventarisatie natuurwaarden

4.1

Vogels (Wnb § 3.1)

4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 2.471 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 113 soorten. Hierbij zijn 12 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Tabel 1.

Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 1-3-2022. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Appelvink Grutto Ransuil Blauwe kiekendief Heggenmus Ringmus Blauwe reiger Holenduif Roek Boerenzwaluw Houtduif Roodborst Bonte vliegenvanger Houtsnip Roodborsttapuit Boomklever Huismus Scholekster Boomkruiper Huiszwaluw Sijs Boomleeuwerik IJsvogel Sperwer Boompieper Kanoet Spotvogel Boomvalk Kauw Spreeuw Brandgans Keep Staartmees Buizerd Kerkuil Steenuil Ekster Kievit Stormmeeuw Fitis Klapekster Tapuit Fluiter Kleine bonte specht Tjiftjaf Gaai Kleine karekiet Toendrarietgans Geelgors Kleine mantelmeeuw Torenvalk Gekraagde roodstaart Kleine zwaan Tuinfluiter Gele kwikstaart Kneu Tureluur Gierzwaluw Knobbelzwaan Turkse tortel Glanskop Koekoek Veldleeuwerik Goudhaan Kokmeeuw Vink Goudplevier Kolgans Vuurgoudhaan Goudvink Koolmees Waterhoen Grasmus Koperwiek Wespendief Graspieper Krakeend Wielewaal Grauwe gans Kramsvogel Wilde eend Grauwe klauwier Kruisbek Wilde zwaan Grauwe vliegenvanger Kuifmees Winterkoning Groene specht Kwartel Witte kwikstaart Groenling Matkop Wulp Groenpootruiter Merel Zanglijster Grote barmsijs Nachtzwaluw Zwarte kraai Grote bonte specht Nijlgans Zwarte mees Grote gele kwikstaart Ooievaar Zwarte specht Grote lijster Pimpelmees Zwarte zwaan (exoot) Grote mantelmeeuw Purperreiger

Zwartkop Grote zilverreiger Putter 113 soorten

11

Tabel 2.

Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boomvalk 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Buizerd 38 2017 t/m Negen waarnemingen met broedindicatie 2021 verspreidt door het (bos)gebied, waarvan de dichtstbijzijnde op > 1,5 kilometer van het kavel. Gierzwaluw 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Grote gele kwikstaart 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Huismus 25 2018 t/m Zestien waarnemingen met broedindicatie bij: 2021 - Schipslootweg 8 - Johannes Postkazerne - T.h.v. Kallenkote 33, 48 en 63a. Dichtstbijzijnde locatie op ca 1 kilometer van het plangebied. Kerkuil

3

2019

Ooievaar Ransuil Roek Sperwer

16 1 19 9

nvt nvt nvt 2018

Steenuil

2

2019

Wespendief

5

nvt

Twee waarnemingen met broedindicatie op Westeinde 177a en Van Helomaweg 4, beide op > 800 meter van het plangebied. Geen waarnemingen met broedindicatie. Geen waarnemingen met broedindicatie. Geen waarnemingen met broedindicatie. Eén waarneming met broedindicatie Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Eén waarnemingen met broedindicatie op erf Westeinde 224 op 200 meter ten N van plangebied. Geen waarnemingen met broedindicatie.

Er zijn geen waarnemingen van vogels op het betreffende kavel in de NDFF.

4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek zijn op het perceel geen vogels aangetroffen. We vlogen er enkele Witte kwikstaarten over en zaten er Zwarte kraaien in het landbouwperceel. Van de te slopen wagenschuur staat alleen nog het houten ‘skelet’. Het asbest dak is na de laatste voorjaarsstorm al verwijderd. In het restant van de wagenschuur is geen geschikt leefgebied voor vogels aanwezig. Ook in het achterhuis van de woonboerderij zijn geen sporen van vogelnesten aangetroffen.

4.2

Vleermuizen (Wnb § 3.2)

4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis • Bechstein’s vleermuis • Brandt’s vleermuis 12

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 3.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-3-2022.

Soort Meervleermuis Tabel 4.

Status Wnb § 3.2

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming)

Soort Meervleermuis

Wrn 2

Max_ind 1 (Minimaal aantal)

Jaren 2021

Locatie t.o.v. plangebied Kraam- en zomerverblijfplaats Kallenkote 32a & 62a op > 1,8 kilometer ten ZW van het plangebied.

Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen op het betreffende kavel in de NDFF.

4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. Verblijfplaatsen De te slopen wagenschuur bestaat alleen nog maar uit een ‘skelet’. Er is geen ruimte aanwezig voor een verblijfplaats voor vleermuizen. De boerderij, waarvoor reeds een Omgevingsvergunning (Bouwen) is verleend, heeft onder het rieten dak geen beschot en is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Vliegroutes Er worden geen voor vleermuizen belangrijke structuren aangetast. De nieuwe inrichting heeft mogelijk een positief effect.

4.3

Overige grondgebonden zoogdieren

4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 5.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-3-2022.

Soort Bruine rat

Status Onbeschermd

Das

Wnb § 3.3

Eekhoorn

Wnb § 3.3

Egel

Wnb § 3.31

Haas Huiskat

Wnb § 3.31 Onbeschermd

Huisspitsmuis

Wnb § 3.31

Mol

Onbeschermd

Muskusrat

Onbeschermd

Ree

Wnb § 3.31

Rosse woelmuis

Wnb § 3.31

Vos

Wnb § 3.31

Woelrat

Wnb § 3.31

1 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Drenthe (zie bijlage 5).

13

Tabel 6. Soort Das

Eekhoorn

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied 1 1 2020 Verkeerslachtpoffer N353 op ca. 1 kilometer ten OZO van het plangebied. 1 1 2020 In tuin Kallenkote 36 op > 1,6 kilometer ten ZW van het plangebied.

4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens het veldbezoek zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Het terrein is wel ‘geschikt’ voor zoogdieren, zoals de Veldmuis, Mol, Huisspitsmuis, Egel, Huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc.

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen

4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 7.

Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-3-2022.

Soort Adder

Status Wnb § 3.3

Gladde slang

Wnb § 3.2

Hazelworm

Wnb § 3.3

Levendbarende hagedis

Wnb § 3.3

Ringslang

Wnb § 3.3

Zandhagedis

Wnb § 3.2

Bastaardkikker

Wnb § 3.32

Boomkikker

Wnb § 3.2

Bruine kikker

Wnb § 3.32

Gewone pad

Wnb § 3.32

Groene kikker (Onb.)

Onbepaald

Heikikker

Wnb § 3.2

Kamsalamander

Wnb § 3.2

Kleine watersalamander

Wnb § 3.32

Poelkikker

Wnb § 3.2

Tiendoornige stekelbaars

Onbeschermd

Vetje

Onbeschermd

2 Vrijgestelde soort op grond van de POV Drenthe (zie bijlage 5).

14

Tabel 8.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Adder 12 1 2017 t/m Holtingerveld op > 2 kilometer van de 2021 planlocatie. Gladde slang 1 1 2017 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Hazelworm 1 1 2020 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Levendbarende hagedis 35 5 2017 t/m Holtingerveld op > 2 kilometer van de 2020 planlocatie. Ringslang 13 1 2017 t/m Holtingerveld op > 2 kilometer van de 2021 planlocatie. Zandhagedis 3 1 2018, 2019 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Boomkikker 6 1 2018 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Heikikker 2 1 2019, 2020 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Kamsalamander 20 7 2017 t/m Holtingerveld op > 2 kilometer van de 2020 planlocatie. Poelkikker 5 1 2020 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie.

4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) De locatie van de te slopen wagenschuur en de locatie van de te bouwen wagenschuur heeft voor deze soortgroepen geen geschikt habitat. Effecten op beschermde soorten zijn uitgesloten.

4.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 9. Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 1-3-2022. Dagvlinders Status Libellen Atalanta Azuurwaterjuffer Onbeschermd Bont zandoogje Onbeschermd Blauwe glazenmaker Boomblauwtje Onbeschermd Bloedrode heidelibel Bruin zandoogje Onbeschermd Bruine korenbout Citroenvlinder Onbeschermd Bruine winterjuffer Dagpauwoog Onbeschermd Bruinrode heidelibel Distelvlinder Onbeschermd Gevlekte witsnuitlibel Gehakkelde aurelia Onbeschermd Gewone oeverlibel Groot dikkopje Onbeschermd Gewone pantserjuffer Groot koolwitje Onbeschermd Glassnijder Hooibeestje Onbeschermd Grote keizerlibel Klein geaderd witje Onbeschermd Grote roodoogjuffer Klein koolwitje Onbeschermd Houtpantserjuffer Kleine vos Onbeschermd Lantaarntje Kleine vuurvlinder Onbeschermd Noordse winterjuffer Koevinkje Onbeschermd Paardenbijter Landkaartje Onbeschermd Platbuik Oranje zandoogje Onbeschermd Smaragdlibel Oranjetipje Onbeschermd Steenrode heidelibel Tangpantserjuffer Tengere pantserjuffer Viervlek 15

Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.2 Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.2 Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Vroege glazenmaker Vuurjuffer Watersnuffel Weidebeekjuffer

Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Tabel 10.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Gevlekte witsnuitlibel 1 3 2018 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie. Noordse winterjuffer 7 1 2019, 2020 Holtingerveld op > 2 kilometer van de planlocatie.

Er zijn geen waarnemingen van dagvlinders, libellen of andere insecten op het betreffende kavel in de NDFF.

4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. De beoordeling gedaan op basis van expert judgement, omdat het inventariseren van deze soortgroep in het vroege voorjaar niet goed mogelijk is. Er worden geen beschermde soorten op het perceel verwacht. Door het voormalige agrarische gebruik is het ook niet aannemelijk dat er leefgebied van beschermde soorten verloren gaat.

4.6

Vaatplanten

4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soort op grond van de Wnb geregistreerd. Er zijn wel 702 waarnemingen van 274 onbeschermde soorten geregistreerd.

4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen in het plangebied.

4.7

Overige beschermde soorten

(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)

4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.

4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.

16

5

Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)

5.1

Vogels

Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op soorten met jaarrond beschermde nesten en op soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 5) zijn uitgesloten. De bouw van de nieuwe wagenschuur vindt plaats op de locatie van voormalige mestopslag. De kans op verstoring van broedvogels in de directe omgeving is uiterst gering, maar niet nihil. Om deze reden wordt geadviseerd om het voorzorgbeginsel te hanteren. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het bouwrijp maken voor het broedseizoen (globale richtlijn3 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Voorkom het vestigen van broedvogels op het bouwperceel door het plaatsen van wapperende zakken of enkele linten. Op deze wijze zijn effecten op de andere vogels worden uitgesloten.

5.2

Vleermuizen

Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden, worden geen vleermuizen verwond of gedood en worden geen verblijfplaatsen beschadigd of vernield. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van dit aspect van het functionele leefgebied van vleermuizen. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wet natuurbescherming. Foerageergebied Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op foerageergebied van vleermuizen. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van dit aspect van het functionele leefgebied van vleermuizen. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wet natuurbescherming. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.

5.3

Overige grondgebonden zoogdieren

Effectenbeoordeling Er zijn geen geregistreerde waarnemingen van grondgebonden zoogdieren in het plangebied. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Negatieve effecten op zoogdieren zijn uitgesloten. De aanleg van hagen rond de parkeervoorzieningen heeft een positief effect voor met name kleine zoogdieren. .

3

Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 17

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Effectenbeoordeling Reptielen Effecten op beschermde soorten reptielen zijn uitgesloten, omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden in het biotoop van deze soorten. Amfibieën Effecten op beschermde soorten amfibieën zijn uitgesloten, omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden in het biotoop van deze soorten. Vissen Effecten op beschermde vissoorten zijn uitgesloten, omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden in het biotoop van deze soorten.

5.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten op beschermde dagvlinders zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat op het erf uitgesloten. Libellen en juffers Effecten op beschermde libellen en juffers zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat op het erf uitgesloten.

5.6

Vaatplanten

Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten.

5.7

Overige diersoorten

Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.

18

6

NatuurNetwerk Drenthe

Het NatuurNetwerk Drenthe (NND), waarvan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) het belangrijkste onderdeel is, is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Bovendien horen soms ook bermen, watergangen en kleine bosjes tot het netwerk, onderdelen die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit. In totaal is het actuele Drentse natuurnetwerk ruim 70.000 hectare groot. Ongeveer 50.000 hectare is bestaande natuur zoals we dat al tientallen jaren kennen. De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de oude hoogveenkernen maken daar deel van uit. De 14 Natura 2000-gebieden (27.000 ha) vormen een belangrijk onderdeel van de bestaande natuur. Het behalen van Europese natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste natuuropgave voor de EHS. Bekende natuurgebieden die deel uitmaken van de NND zijn onder meer Nationaal Park Dwingelderveld, Nationaal Park Het Drents-Friese Wold, de grote boswachterijen in Midden-Drenthe, het hoogveenreservaat Bargerveen, de Drentse Aa, de Hunze en de Reest. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet binnen het NND. Derhalve zijn effecten op het NND uitgesloten.

Figuur 4.

19

Overzicht van plangebied (rode pijl) met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Drenthe (NND) (Bron: NDFF).

7

Natura 2000 gebieden (voortoets gebiedsbescherming)

Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Uit onderstaande figuur blijkt dat het plangebied op ca. 2 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied “Holtingerveld” ligt. Negatieve effecten door de sloop en bouw van een wagenschuur op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten.

Figuur 5.

20

Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van het Natura 2000-gebied (Bron: NDFF).

8

Conclusies

8.1

Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)

Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er naar onze mening geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Westerveld) te laten bevestigen, als u nog een nieuwe Omgevingsvergunning nodig hebt. Het is eventueel ook raadzaam om het rapport voor te leggen ter beoordeling aan de provincie. Tabel 11.

Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Ingreep verstorend

Nader onderzoek noodzakelijk

Wnbontheffing noodzakelijk

Broedvogels

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.3

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Vissen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.5

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.6

Overige soortgroepen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.7

Vogels

Bijzonderheden / opmerkingen

Vleermuizen

8.2

Conclusie NatuurNetwerk Drenthe

Er zijn geen effecten op de NND/EHS-gebieden te verwachten.

8.3

Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)

Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.

21

9

Bronnen

9.1

Literatuur

• • • • • • • • • • • • •

9.2 • • • • • • • •

22

Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Klop E., Stahl J., Sierdsema H., Alefs & Latour J. 2020. Windenergie op en rondom de Veluwe; Effecten op Wespendief en andere soorten, A&W-rapport 20-140. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Provincie Overijsel, 2019. Brochure: Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Rozema M., Bakkum L. van, Verver T. & Haan M., 2019. Evaluatie beleid kleine windturbines Provincie Groningen, Sweco rapport SWNL0242800. Smit, G.F.J., D.M. Soes & A.R. Balk. 2017. Kamsalamanders in Drentse Natura 2000-gebieden. Inventarisatie 2017 en staat van instandhouding. Bureau Waardenburg Rapportnr. 17-188.

Bureau Waardenburg, Culemborg SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. Wiertsema & Partners, 2021. Voortoets drainage, Voortoets effect aangelegde perceelsdrainage op Natura 2000 gebieden te Havelte VN-79635-1, 29 september 2021

Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl

[verspreidingsgegevens vogels] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]

BIJLAGE 1

Algemene verbodsbepalingen Wnb

§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 23

BIJLAGE 2

Proces beoordeling ontheffing Wnb

Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer

24

BIJLAGE 3

Jaarrond beschermde vogels

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rusten verblijfplaats. 2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

25

Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam

Categorie Nederlandse naam

Categorie

Blauwe reiger

5

Ruigpootuil

5

Boerenzwaluw

5

Spreeuw

5

Bonte vliegenvanger

5

Tapuit

5

Boomklever

5

Torenvalk

5

Boomkruiper

5

Zeearend

5

Bosuil

5

Zwarte kraai

5

Brilduiker

5

Zwarte mees

5

Draaihals

5

Zwarte roodstaart

5

Eidereend

5

Zwarte specht

5

Ekster

5

Huismus

2

Gekraagde roodstaart

5

Kerkuil

3

Glanskop

5

Oehoe

3

Grauwe vliegenvanger

5

Ooievaar

3

Groene specht

5

Ransuil

4

Grote bonte specht

5

Roek

2

Hop

5

Slechtvalk

3

Sperwer

4

Huiszwaluw

5

Steenuil

1

IJsvogel

5

Wespendief

4

Kleine bonte specht

5

Zwarte wouw

4

Kleine vliegenvanger

5

Boomvalk

4

Koolmees

5

Buizerd

4

Kortsnavelboomkruiper

5

Gierzwaluw

2

Oeverzwaluw

5

Grote gele kwikstaart

3

Pimpelmees Raaf

5 5

Havik

4

26

BIJLAGE 4

Samenvatting NDFF (1-1-2017 tot 1-3-2022)

Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomleeuwerik Boompieper Buizerd Ekster Fitis Fluiter Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Grauwe klauwier Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht

Grote lijster Grutto Heggenmus Holenduif Houtduif Houtsnip Huismus Huiszwaluw Kauw Kerkuil Kievit Kleine bonte specht Kleine karekiet Kneu Koekoek Koolmees Kuifmees Kwartel Matkop Merel Nachtzwaluw Pimpelmees Putter Ringmus Roodborst Roodborsttapuit

Scholekster Sijs Sperwer Spotvogel Spreeuw Staartmees Steenuil Stormmeeuw Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Vuurgoudhaan Wielewaal Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zwarte kraai Zwarte specht Zwartkop

Wnb - Habitatrichtlijn Boomkikker Gevlekte witsnuitlibel Gladde slang

Heikikker Kamsalamander Meervleermuis

Noordse winterjuffer Poelkikker Zandhagedis

Wnb - andere soorten Adder Bastaardkikker Bruine kikker Das Eekhoorn Egel

Gewone pad Groene kikker (Onb.) Haas Hazelworm Huisspitsmuis Kleine watersalamander

Levendbarende hagedis Ree Ringslang Rosse woelmuis Vos Woelrat

27

BIJLAGE 5

Omgevingsverordening Drenthe

Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer De vrijstelling als bedoeld in artikel 4.3 lid 1 van de Omgevingsverordening betreft de volgende soorten: Aardmuis Microtus agrestis Bastaardkikker (oude naam: middelste groene Pelophylax klepton esculenta (oude naam: Rana kikker) esculenta) Bosmuis Apodemus sylvaticus Bruine kikker Rana temporaria Bunzing Mustela putorius Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis Sorex minutus Egel Erinaceus europeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Hermelijn Mustela erminea Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris (oude naam: Triturus vulgaris) Konijn Oryctolagus cuniculus Pelophylax ridibundus (oude naam: Rana ridiMeerkikker bunda) Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

28

BIJLAGE 6

Adviezen natuurinclusief bouwen / inrichten

Advies 1 Vleermuizen Aan de bomen en de gebouwen kunt u vleermuizenkasten ophangen. Goede kasten vindt u onder andere bij: https://www.veldshop.nl/nl/nestkasten/vleermuiskasten/vleermuiskasten-voor-aan-bomen/

29

Advies 2 Nestkasten vogels Op de website https://www.vivara.nl/nestkasten staan een aantal voorbeelden van nestkasten die u kunt kopen, maar uiteraard ook zelf kunt maken. Geschikt voor dit gebied zijn standaard nestkasten met een diameter invlieggat van 28 mm voor onder andere de Pimpelmees en standaardkasten met een diameter van 32-35 mm voor soorten als Koolmees, Bonte vliegenvanger, Ringmus en Huismus. Verder is het gebied ook geschikt voor Boomkruipers. Hiervoor staan ook voorbeelden van kasten op de website.

Aan de buitenrand zou u een Torenvalkennestkast geplaatst kunnen worden en in de oudere bomen kan eventueel een Steenuilenkast geplaatst worden.

30

Advies 3 Takkenril

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=1fa9e53e-d6d0-4d36-9fad-960b04d71e24