CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 TOE Darp - Schierbosweg 3

Politieke avond Westerveld 28 juni 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ´Darp - Schierbosweg 3´ (spreekrecht)14.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Darp – Schierbosweg 3

Januari 2022

Status: ontwerp

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

Bestemmingsplan Darp – Schierbosweg 3

Plan: Plantype: IMRO-nummer: Status: Datum:

Darp – Schierbosweg 3 Bestemmingsplan NL.IMRO.1701.579PHZSchierboswg3-0002 Ontwerp Januari 2022

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 4 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 7 2.2

BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ........................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 9 3.1 3.2 3.2

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 9 RUIMTELIJKE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 19

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 21 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 21 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 21 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 23 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 24 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 25 GEUR ...................................................................................................................................................... 28 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................

33 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 35

HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 37 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 37 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 37 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 39

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 40 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG & INSPRAAK .......................................................... 41 8.1 8.2

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 41 INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................................................................................................... 41

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 42 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 42 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK.................................................................................................... 43 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 44 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 45 QUICKSCAN NATUURWAARDEN............................................................................................................. 46 WATERTOETS .................................................................................................................................... 47

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het voormalig agrarisch bedrijfsperceel aan de Schierbosweg 3 te Darp, gemeente Westerveld. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning en enkele voormalige bedrijfsgebouwen. De bedrijfsgebouwen bestaan uit twee stallen en twee werktuigenbergingen. Doordat ter plaatse geen agrarisch bedrijf meer aanwezig is, hebben de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen geen gebruiksfunctie meer. Er wordt dan ook niet meer geïnvesteerd in het onderhoud. Het voornemen bestaat om het perceel te herontwikkelen voor recreatieve doeleinden. Zodoende wordt een duurzame vervolgfunctie toegekend aan het perceel. Om het voornemen te realiseren worden de stallen gesloopt. De twee werktuigenbergingen worden gerenoveerd, waarbij er één wordt omgebouwd tot multifunctioneel gebouw. De andere berging wordt in gebruik genomen als bijgebouw bij de bestaande bedrijfswoning. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens een gebouw met drie luxe recreatiewoningen en een kampeerterrein met standplaatsen voor campers te realiseren. De bestaande bedrijfswoning met een bijgebouw blijven behouden. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied gemeente Havelte’ dient het bestemmingsplan partieel te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt ten westen van de kern Havelte. Op onderstaande afbeeldingen wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Havelte en directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Havelte en directe omgeving (Bron: PDOK)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1701.579PHZSchierboswg3-0002) en een renvooi; regels en bijhorende bijlagen.

Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regiem

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Buitengebied gemeente Havelte’, welke is vastgesteld in 1985. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode stippellijn aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2

1.4.2

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: gemeente Westerveldl)

Bestemmingen en aanduidingen

De gronden binnen het plangebied kennen op basis van het geldend bestemmingsplan gedeeltelijk de bestemming ‘Agrarisch bouwblok’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Esgronden’. Hieronder wordt kort op de geldende bestemmingen ingegaan. Agrarisch bouwblok De voor ‘Agrarisch bouwblok’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met daarbij behorende bebouwing en erven. Bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ten dienste van de bestemming. Esgronden De voor ‘Esgronden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf en het behoud en herstel van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Op de tot ‘Esgronden’ bestemde gronden mogen uitsluitende andere bouwwerken ten dienste van de bestemming met een bouwhoogte van maximaal 1,5 meter worden gebouwd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen herontwikkeling van het plangebied is niet in overeenstemming met de gebruiks- en bouwregels van de geldende bestemming ‘Agrarisch bouwblok’ en ‘Esgronden’ aangezien verblijfsrecreatie ter plaatse niet is toegestaan. Er is binnen de bestemming tevens geen wijzigings- of afwijkingsmogelijkheid om alle onderdelen van het herontwikkelingsplan mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Havelte en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.2

HUIDIGE SITUATIE

Beschrijving plangebied en omgeving

Het plangebied ligt ten westen van de dorpskern Havelte. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door de Darperkerkweg en de Ruiterweg. De functionele structuur bestaat hoofdzakelijk uit agrarische cultuurgrond, (voormalige) agrarische erven en vrijstaande woningen. Langs wegen en perceelranden komen bomenrijen voor. Aan de noord- en westzijde wordt het plangebied begrenst door respectievelijk de Darperkerkweg en de Oosterbrinkweg. Aan de zuidzijde van het plangebied is een woonperceel aanwezig. Aan de overige zijden wordt het plangebied begrenst door agrarische cultuurgronden. Het plangebied zelf betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Op het erf bevindt zich een bedrijfswoning en enkele voormalige bedrijfsgebouwen. De bedrijfsgebouwen bestaan uit twee stallen en twee werktuigenloodsen. Ook zijn drie kuilvoerplaten aanwezig. In afbeeldingen 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en een straatbeeld opgenomen met daarin de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging plangebied (Bron: Google maps)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

Afbeelding 2.2

Straatbeeld van het plangebied vanaf de Schierbosweg (Bron: Google streetview, 2011)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

Algemeen

Het buitengebied is van oudsher van belang geweest voor de agrarische sector. De sector is echter de afgelopen jaren onder druk komen te staan. Er vindt schaalvergroting plaats, het aantal bedrijven neemt steeds verder af en ondernemers zijn op zoek naar mogelijkheden om hun agrarische bedrijfsvoering te verbreden. Daarnaast komen er, door het verdwijnen van agrarische bedrijven, agrarische complexen vrij. Om de vitaliteit en sociaaleconomische kwaliteit van het buitengebied te behouden, is het gewenst om onder voorwaarden ruimte te bieden aan passende vervolgfuncties op vrijgekomen voormalige agrarische bedrijfslocaties. Zo ook op het perceel aan de Schierbosweg 3 te Darp. Het agrarisch gebruik is niet meer reëel en de ontwikkelingsmogelijkheden ter plaatse zijn beperkt. De nog aanwezige agrarische bedrijfsgebouwen worden als landschapsontsierend aangemerkt en hebben geen vervolgfunctie meer waardoor de staat van het onderhoud op termijn verder zal gaan verslechteren.

3.2

Ruimtelijke ontwikkeling

Het voornemen bestaat om het bestaande agrarische erf te herontwikkelen tot een recreatief erf. Hiertoe wordt een deel van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel gesloopt. Een ander deel van de bebouwing wordt gerenoveerd en verbouwd. Ten slotte wordt nieuwe bebouwing opgericht. In onderstaande afbeelding wordt de sloopopgave weergegeven.

Afbeelding 3.1

De sloopopgave (Bron: Google maps, bewerkt)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp Op het erf worden als onderdeel van het recreatie concept de volgende (vervolg)functies geëxploiteerd: • • • •

Bedrijfswoning met bijgebouw; Kampeerterrein met standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen; Appartementengebouw met drie recreatieappartementen; Multifunctioneel gebouw;

Bedrijfswoning met bijgebouw De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd en in gebruik genomen als bedrijfswoning bij het recreatie concept. De werktuigenberging ten noordoosten van de bedrijfswoning wordt gerenoveerd en in gebruik genomen als bijgebouw bij de bedrijfswoning. Kampeerterrein Aan de achterzijde van het erf is een kampeerterrein voorzien met standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen. Hier worden circa 22 standplaatsen voor campers gerealiseerd. Recreatiewoningen De bestaande stallen aan de achterzijde van de bedrijfswoning (nummer 1 op afbeelding 3.1) worden ten behoeve van het voornemen gesloopt. De stallen hebben geen gebruikswaarde meer, aangezien geen agrarisch bedrijf meer wordt geëxploiteerd. Ter plaatse van de te slopen stallen wordt een nieuw gebouw opgericht met drie luxe recreatiewoningen. Multifunctioneel gebouw De bestaande werktuigenberging aan de oostzijde van het erf wordt gerenoveerd en verbouwd tot een multifunctioneel gebouw. In het multifunctionele gebouw bevindt zich onder andere een receptie, een werkplek, sanitair, wellness en een fietsenstalling. Om de ontwikkeling landschappelijk in te passen is in voorliggend geval een erfinrichtingsplan opgesteld. Een uitsnede van het erfinrichtingsplan is opgenomen in afbeelding 3.2. Het volledige plan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.

De landschappelijke inpassing vindt plaats door: • • • • •

Renovatie van twee schuren; Aanplant van gebiedseigen bomen naast de schuren; Herstel van een oorspronkelijke sloot; Aanplant van gebiedseigen struiken; Sloop van landschapsontsierende bebouwing;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

Afbeelding 3.1

Erfinrichtingsplan beoogde situatie Schierbosweg 3 Darp (Bron: De Erfontwikkelaar)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In dit geval is voor wat betreft de gemeente Westerveld uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ’niet stedelijk’ (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied kan het gebied aangemerkt worden als ‘buitengebied’. 3.2.2

Parkeren

In voorliggend geval wordt planologisch gezien, naast de bestaande bedrijfswoning, drie recreatiewoningen en een kampeerterrein met standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen toegevoegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp Om de parkeerbehoefte te berekenen is voor de bestaande woning aangesloten bij de kencijfers voor een vrijstaande koopwoning. Voor een dergelijke woning wordt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning gehanteerd, waarbij rekening is gehouden met een aandeel bezoekers van 0,3. Met betrekking tot de standplaatsen voor mobiele kampeermiddelen is aangesloten op de kencijfers die gelden voor een camping (1,2 parkeerplaatsen per standplaats). Ten slotte is voor de berekening van de parkeerbehoefte van de recreatiewoningen aangesloten bij de kencijfers voor een bungalowpark, waarbij een parkeernorm gehanteerd wordt van 2,1 parkeerplaatsen per bungalow. In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt wat de parkeerbalans is in de gewenste situatie. Functie

Programma

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Woning, koop, vrijstaand

1 woning

2,4

2,4

Camping (kampeerterrein)

22 standplaatsen

1,2

26,4

Bungalowpark (huisjescomplex)

3 recreatiewoningen

2,1

6,3

Totaal

35,1

De parkeerbehoefte in het plangebied komt gelet op het bovengenoemde uit op afgerond 36 parkeerplaatsen. Voor wat betreft de standplaatsen wordt opgemerkt dat iedere standplaats voldoende ruim is om te voldoen aan de benodigde parkeerbehoefte. Om de resterende behoefte op te vangen worden binnen het plangebied nog eens 9 parkeerplaatsen gerealiseerd. De gewenste ontwikkeling levert daarmee in het kader van het aspect ‘parkeren’ geen belemmering op. 3.2.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Op basis van de in 3.2.1 en 3.2.2 genoemde uitgangspunten is in onderstaande tabel de verkeersgeneratie als gevolg van het voornemen inzichtelijk gemaakt. Functie

Programma

Verkeersgeneratie

Totale verkeersgeneratie

Woning, koop, vrijstaand

1 woning

8,2

8,2

Camping (kampeerterrein)

22 standplaatsen

0,4

8,8

Bungalowpark (huisjescomplex)

3 recreatiewoningen

2,7

8,1

Totaal

25,1

De voorgenomen ontwikkeling brengt een verkeersgeneratie van afgerond 26 verkeersbewegingen per etmaal met zich mee. De planologische mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te exploiteren komt met dit plan echter te vervallen. Ook is in de huidige situatie al sprake van een bedrijfswoning. Per saldo is hierdoor niet of nauwelijks sprake van een toename in verkeersbewegingen. Het omliggende wegennet is van voldoende omvang om een eventueel beperkte toename in verkeersbewegingen op te vangen. Het plangebied wordt middels twee in- en uitritten ontsloten op de Darperkerkweg en de Schierbosweg (zie afbeelding 3.1).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

•

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

•

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

•

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat een recreatieve functie een passende vervolgfunctie is voor het voormalige agrarische erf. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de toenmalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, voorloper NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ’ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ 4.1.2.1 Toetsing van het initiatief aan de Ladder Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op basis jurisprudentie kan worden gesteld dat:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp • • •

Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden in de hoofdregel niet te kwalificeren zijn als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. Indien sprake is van “zodanige functiewijzigingen” kunnen planologische gebruikswijzigingen wel worden gekwalificeerd als een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Wanneer kan sprake zijn van een “zodanige functiewijziging”? Bepalend daarvoor is of een functiewijziging van invloed is op het woon-, leef- en ondernemersklimaat elders.

In voorliggend geval gaat het om de functiewijziging van een agrarisch bedrijfsperceel naar een recreatief perceel. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij de functie bij uitstek geschikt is in het buitengebied. Daarbij is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden (zie paragraaf 5.5). Ten slotte nemen de bouwmogelijkheden niet toe. Het aantal vierkante meters bebouwing op het perceel neemt per saldo juist af, doordat voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt wordt. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat, in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk. 4.1.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018. 4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Met de vaststelling is het proces van de revisie van de omgevingsvisie afgerond. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: • • • • •

de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.

4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden ervaren. Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en wordt door de samenleving steeds meer gewaardeerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap. De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid. De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen ‘leefbaarheid en ‘passend bij Drenthe’. De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, ‘passend bij Drenthe’ en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: • • • •

Kernkwaliteit Archeologie: Generieke bescherming; Kernkwaliteit Aardkundige waarde: beschermingsniveau hoog (aw); Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Voorwaarden verbinden (deelgebied 5: Drentse Hoofdvaart); Kernkwaliteit Landschap: Esdorpenlandschap.

In subparagraaf 4.2.1.3. wordt het plan aan de kernkwaliteiten getoetst. Ook is het in voorliggend geval van belang om nader in te gaan op de aspecten ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ (4.2.1.4) en ‘Vrijetijdseconomie’ (4.2.1.5). 4.2.1.3 Toetsing kernkwaliteiten Kernkwaliteit Archeologie Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe. Toetsing Voor het plangebied geldt in het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ met een onderzoekverplichting bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m beneden maaiveld en een oppervlakte groter dan 1.000 m2. Als gevolg van de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling vinden geen bodemingrepen plaats waarbij de grens voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek wordt overschreden. Desondanks is gezien de ligging van het plangebied binnen de contouren van oud Darp (Hesselte) een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2). Op basis van dit onderzoek worden archeologische resten verwacht. Omdat de huidige plannen voor nieuwbouw echter plaatsvinden op de locatie van de te slopen bedrijfsgebouwen, wordt vervolgonderzoek echter niet noodzakelijk geacht.

Op basis van de milieukundige boringen is vermoedelijk sprake van een verstoord profiel tot in ieder geval 50 cm -mv. De bedrijfsgebouwen zijn waarschijnlijk op poeren gefundeerd die normaliter tot een diepte van circa 80 cm (vorstgrens) zijn ingegraven. Naar verwachting wordt het nieuwe gebouw op soortgelijke wijze en diepte gefundeerd. Er is dan weliswaar sprake van bodemverstoring in een ongeroerde laag (keileem), maar het archeologische niveau is hier waarschijnlijk al verdwenen. Ter bescherming van eventuele archeologisch waarden blijft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ van toepassing op het plangebied. Kernkwaliteit Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp Het plangebied ligt in een gebied met een hoog beschermingsniveau ten aanzien van aardkundige waarden. In deze gebieden staat de provincie alleen toe als aardkundige kwaliteiten en kenmerken worden behouden. In beginsel kunnen ontwikkelingen in deze gebieden alleen worden toegestaan, als de kenmerken en gaafheid worden behouden. Toetsing Het plangebied ligt op een stuwwal (onderdeel van de Havelterberg), grenzend aan een droogdal. Dit landschap is ontstaan in de voorlaatste ijstijd (het Saalien). De bodem was gedurende het Saalien permanent bevroren, waardoor smeltwater niet in de ondergrond kon wegzakken. In de relatief warmere seizoenen verzamelde dit smeltwater zich in de lagere delen van het landschap, waarbij geulen in de hard bevroren grond werden uitgesleten. Na de laatste ijstijd zijn de droogdalen meestal niet meer watervoerend geweest omdat het water kon wegzakken in de ondergrond. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vinden geen ingrijpende bodemingrepen plaats, welke de aardkundige waarden te plaatse aantasten. Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in deelgebied 5, Drentse Hoofdvaart. De provincie heeft in de omgevingsvisie aan de volgende ambities te hebben in dit gebied: Typerend voor dit deelgebied is een verzameling van verschillende landschappen en cultuurhistorische ontwikkelingen.

De sturing valt daarom uiteen voor deze verschillende gebieden. Het plangebied valt binnen het gebied ‘esdorpenlandschap rond de Havelterberg’. In het esdorpenlandschap stuurt de provincie op: •

•

• • •

Het in stand houden van de karakteristiek van het esdorpenlandschap. Deze karakteristiek uit zich in een zichtbare ruimtelijke samenhang tussen esdorp, es, beekdal en veld, met bijbehorend microreliëf en beplantingselementen als houtwallen en esrandbosjes. Bovendien kent het esdorpenlandschap een grote tijdsdiepte, wat blijkt uit vele zichtbare en onzichtbare (pre)historische bewoningssporen als nederzettingen, grafmonumenten en celtic fields; Het vasthouden en zorgvuldig doorzetten van de ruimtelijke opzet van de esdorpen. Deze opzet wordt getypeerd door een vrije ordening van bebouwing en boerderijen, afwisseling tussen bebouwde plekken en open ruimtes (in het bijzonder de brinken) en doorzichten naar het omliggende buitengebied; Het beter beleefbaar maken van de lange geschiedenis van de Havelterberg door de vele historische sporen vanaf de prehistorie tot aan de Tweede Wereldoorlog te benadrukken; Het open houden van de beekdalen met het zicht op de wegdorpen van de randveenontginningen; Het met zorg en aandacht verder versterken van het lichtslingerende wegdorp Wapserveen met haar vrijwel eenzijdige bebouwing.

Toetsing Het plangebied is gelegen binnen het sturingsniveau ‘voorwaarden verbinden’. Dit houdt in dat de provincie meent dat de cultuurhistorische samenhang voor ontwikkelingen een randvoorwaarde moet zijn. Er moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze de cultuurhistorische samenhang als één van de (ruimtelijke) onderleggers voor nieuwe plannen wordt benut. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een passende nieuwe functie voor een voormalig agrarisch erf. Dit erf maakt deel uit van een bebouwingscluster (esdorp) aan de rand van een es (Eursinger binnenesch). Met de recreatieve vervolgfunctie wordt langdurige leegstand en mogelijk verval van bebouwing voorkomen. Daarnaast wordt door de herontwikkeling verouderde agrarische bebouwing vervangen door kwalitatief hoogwaardige recreatieve bebouwing. Het vorenstaande zorgt ervoor dat de ruimtelijke opzet van het esdorpenlandschap behouden blijft. Aanvullend wordt middels een erfinrichtingsplan de landschappelijke structuur versterkt (zie bijlage 1). Kenmerkend voor het esdorpenlandschap zijn houtwallen en esrandbosjes. Door uitvoer te geven aan het erfinrichtingsplan worden nieuwe houtwallen aangelegd, wat een bijdrage levert aan het versterken van de landschappelijke structuur. Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het esdorpenlandschap.

In de omgevingsvisie heeft de provincie aangeven dat in dit gebied van provinciaal belang zijn: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp -

de essen: deze voor het esdorpenlandschap kenmerkende open ruimtes zijn veelal omgeven met esrandbeplanting. de beekdalen: onbebouwd gebied met kleinschalige beplantingstructuren en beekdal(rand)

Het provinciaal beleid is gericht op: -

behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting; behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand) beplanting.

Toetsing In voorliggend geval wordt middels een landschapsmaatregelen (zie bijlage 1) ingezet op de versterking van de landschappelijke kenmerken van het esdorpenlandschap. Dit wordt onder andere gedaan door de aanplant van gebiedseigen bomen en stuiken langs de rand van de es. Het plan is hiermee in overeenstemming met de kernkwaliteit ‘landschap’. 4.2.1.4 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties met de betrokken partijen gezocht naar een maatwerkoplossing. 4.2.1.5 Vrijetijdseconomie De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur.

Dat wil de provincie zo houden en verder uitbouwen. Het provinciale belang is het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)attracties. De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen. Van de buitenlandse markt verwacht de provincie de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dat levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving. De provincie streeft naar het vergroten van de attractiewaarde Drenthe met meer bezoekers en een langere verblijfsduur van de toeristen in Drenthe. Hierbij wordt er een uitnodigend en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de (nieuwe) bedrijven in vrijetijdssector nagestreefd.

Ook werkt de provincie aan het behouden en versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van dag- en verblijfsrecreatieaccommodaties en, waar nodig, een revitaliseringsslag van de verblijfsrecreatiesector, door herontwikkeling en transformatie van bestaande verblijfsrecreatieparken. 4.2.1.6 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe In voorliggend geval gaat het om de functiewijziging van een agrarisch bedrijfsperceel naar een recreatief perceel. Daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Met de ontwikkeling van 3 luxe recreatieappartementen en standplaatsen voor campers wordt daarnaast ingespeeld op het versterken van een aantrekkelijk en vitaal aanbod van verblijfsrecreatie in Drenthe.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018

4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn er geen specifieke artikelen uit de Omgevingsverordening relevant voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.2.2.2 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe verzet zich niet tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe. Relevante provinciale belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie gemeente Westerveld

4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 26 november 2013 de ruimtelijke structuurvisie van Westerveld vastgesteld. De structuurvisie is het instrument om de visie en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het hele grondgebied van de gemeente vast te leggen. Hierbij wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken zoals milieu, infrastructuur, wonen, cultuurhistorie, landschap, economie en welzijn. Met een structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat zij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. Het centrale vertrekpunt van de structuurvisie vormt de identiteit van de gemeente Westerveld: een groene, agrarische gemeente met een ongekende rijkdom aan cultuurhistorische, toeristisch/landschappelijke en ecologische waarden. Deze identiteitsbepalende kenmerken die in grote hoeveelheid en ook nog gaaf aanwezig zijn, maken ook dat de gemeente zo goed leesbaar is qua ontstaansgeschiedenis. De belangrijkste bronnen van werkgelegenheid zijn de agrarische sector, recreatie en toerisme. Voor de agrarische sector is met name de schaalvergroting (en de daarbij horende transformatie van boerenerven) van belang.

Recreatie en toerisme moeten een transformatie ondergaan naar een meer gevarieerd en een kwalitatief hoger aanbod. Toerisme betreft een van de belangrijkste economische pijlers. In de structuurvisie wordt onderscheid gemaakt naar ontwikkelingen die de gemeente als basisverantwoordelijkheid beschouwt, ambities en ontwikkelingen die de gemeente zelf wil realiseren, kansen en ontwikkelingen die we mogelijk willen maken en/of willen faciliteren en ontwikkelingen die de gemeente echt tegen wil gaan. Initiatieven van derden zullen steeds belangrijker worden voor de leefbaarheid en uitstraling van de gemeente, zoals bijvoorbeeld de verzelfstandiging van voorzieningen zoals zwembaden en dorpshuizen. Dit vraagt om bereidheid aan de kant van de gemeente om mee te denken en te bewegen mits de kernkwaliteiten niet in het geding komen. De reactie verschuift van 'nee tenzij' naar 'ja mits'. De verblijf recreatieve sector van de gemeente Westerveld is zeer belangrijk voor de lokale werkgelegenheid. Toerisme vormt in Westerveld een belangrijke pijler voor de lokale economie. De afwisselende landschappen, de natuurgebieden en de vele cultuurhistorische elementen bepalen in sterke mate de toeristische

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp aantrekkelijkheid van de gemeente. Naast het beschermen en ontwikkelen, dienen deze elementen ook te worden benut voor een ontwikkeling en versterking van de toeristisch-recreatieve sector. Deze groei zal gericht moeten zijn op kwaliteitsverbetering, het genereren van herhalingsbezoek en het vergroten van de herkenbaarheid van de gemeente. De gemeente wil de recreatieve sector de ruimte bieden om in te spelen op de toenemende vraag naar overnachtingsmogelijkheden. De toeristisch-recreatieve missie van de gemeente is gericht op ontwikkeling en versterking van het toeristisch-recreatieve product. Van groot belang daarbij is de afstemming tussen het aanbod uit de sector en de inpassing in landschap en natuur. 4.3.1.2 Toetsing aan de Structuurvisie gemeente Westerveld In voorliggend geval gaat de ontwikkeling uit van de transformatie van een agrarisch bedrijfsperceel naar een recreatief perceel. Enerzijds wordt daarmee ingespeeld op de schaalvergroting binnen de agrarische sector, door het toekennen van een duurzame vervolgfunctie aan een vrijgekomen agrarisch bedrijfsperceel. Anderzijds wordt een bijdrage geleverd aan toenemende vraag naar overnachtingsmogelijkheden in de gemeente Westerveld. In de omgeving van Havelte zijn op dit moment geen camperplaatsen beschikbaar.

Door het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein met standplaatsen voor campers op voorliggende locatie wordt hier verandering in gebracht. Daarnaast worden 3 luxe recreatieappartementen gerealiseerd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van kwalitatief hoogwaardige vormen van verblijfsrecreatie. De kwaliteit van het landschap wordt als gevolg van voorgenomen ontwikkeling niet aangetast. Door het uitvoeren van diverse landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan wordt juist een bijdrage geleverd aan het versterken van de landschappelijke kenmerken van het gebied (esdorpen landschap). Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij de visie en ambities zoals opgenomen in de Structuurvisie Westerveld. 4.3.2

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage en water.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies toegevoegd. Ten eerste wijzigt de functie van de bestaande bedrijfswoning (wonen) niet. Artikel 76 van de Wgh bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de voorkeurswaarde. Daarnaast worden de standplaatsen en recreatiewoningen op basis van de Wgh niet aangemerkt als geluidsgevoelig. Dit komt voort uit jurisprudentie, ABRvS 30 mei 2000, nr. 199901166/1, Geluid, september 2000. Hieruit blijkt dat vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de Wet geluidhinder doch voor recreatief verblijf niet bij de besluitvorming hoeven te worden betrokken. 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In dit geval is door Terra Agribusiness een verkennend bodem- en asbestbodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 en NEN 5707. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp 5.2.2

Situatie plangebied

5.2.2.1 Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Erf en voormalige bebouwing In de bovengrondmengmonsters (BM2 en BM3) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het bovengrondmengmonster (BM4) zijn lichte verhogingen zink, lood en PAK 10 VROM aangetroffen. Er zijn echter geen concentraties boven de tussenwaarde aangetroffen, waardoor geen aanleiding bestaat voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek. Voormalige dieseltank In het bovengrondmengmonster (BM1 dieseltank) zijn geen verhogingen aangetroffen. Grasland In de bovengrondmengmonsters (BM5, BM6 en BM7) zijn geen verhogingen aangetroffen. In de ondergrondmengmonsters (OM1 en OM2) zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. Omdat er binnen een boordiepte van 5 m -mv geen grondwater is aangetroffen, is de plaatsing van de peilbuis met daarbij behorende grondwateranalyse achterwege gebleven. 5.2.2.2 Verkennend asbestbodemonderzoek NEN 5707 Erf en voormalige bebouwing Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In het mengmonster MM1 is analytisch geen asbest aangetroffen. Het mengmonster MM2 is licht asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de inspectiegaten 19 en 20 zijn lichte hoeveelheden asbesthoudend materiaal aangetroffen.

Samen gewogen met de grond zijn de asbestgehalten lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Druppelzone Ter plaatse van de druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het mengmonster van DZ1 is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de fractie <0,5mm zijn asbestverdachte vezels aangetroffen. Er wordt echter niet verwacht dat middels een SEM-analyse de interventiewaarde overschreden zal worden. 5.2.3

Conclusie

Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. Het plangebied wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functies binnen het plangebied (voor zover deze niet reeds aanwezig zijn) niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan ‘Darp – Schierbosweg 3’ Ontwerp

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe contour) en omgeving weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=c5513189-e99d-41de-bcf8-54c7f0e6a5e4