Bijlage 4 bij toelichting
Tekst van het document
A ERIUS BEREKENING C AMPING T ORENTJESHOEK In het kader van de Wet natuurbescherming
V ERSIE 8 DATUM : 18-07-2025
0
INHOUDSOPGAVE 1
2
Inleiding........................................................................................................................................................ 2 1.1
Beschrijving projectgebied ................................................................................................................... 2
1.2
Natuurwetgeving ................................................................................................................................... 4
1.3
Aerius berekening ................................................................................................................................. 5
1.4
Werkwijze .............................................................................................................................................. 5
Voortoets ...................................................................................................................................................... 6 2.1
Beoogde situatie .................................................................................................................................... 6
2.2
Sloop fase en aanleg fase .................................................................................................................... 6
3
Passende beoordeling voor de beoogde situatie ...................................................................................... 8
4
Stap 3 ............................................................................................................................................................. 9 4.1
5
Referentie situatie ................................................................................................................................. 9
conclusie ...................................................................................................................................................... 10
1
1 INLEIDING De opdrachtgever wil Camping Torentjeshoek te Dwingeloo door ontwikkelen en aanpassen aan de wensen van de toekomst. Het totaal aantal standplaatsen zal hierdoor niet toenemen, maar de toeristische aantrekkelijkheid van de camping wordt vergroot. Deze versie van de berekening is gedaan omdat er een uitspraak is van de Raad van State, zie 1.2 en de berekening opnieuw gedaan moest worden. Concreet bestaat de ontwikkeling uit: • wijzigen/aanpassen van de toegang/entree; • geen vast bouwblok voor gebouwen ten behoeve van de camping, maar een percentage; • sloop van 3 bestaande en bouw van 5 nieuwe bijzondere accommodaties (boomhutten); • mogelijkheid om in de toekomst een deel van de camping te wijzigen naar vakantiewoningen; • extra parkeerruimte; • flexibele inrichting op de camping ten behoeve van tenten/caravans/campers; • privé sanitair op extra plaatsen; • extra toiletgebouw; • verruiming centrumgebouw, inclusief opslag gedeelte.
1.1 Beschrijving projectgebied Het projectgebied, in blauw aangegeven, betreft locatie Leeuweriksveldweg 1 te Dwingeloo. Zie figuur 1a en 1b. Op de camping zullen 25 nieuwe standplaatsen ( zie QuickScan en Voortoets voor Camping Torentjeshoek) gebouwd worden.
Figuur 1a.
2
Figuur 1b.
Vanwege de ligging van het projectgebied nabij het Natura 2000-gebied Dwingelderveld, zie figuur 2, is het noodzakelijk een Aerius berekening uit te voeren om de eventuele verschil in stikstofdepositie huidige situatie – nieuwe situatie op het Natura 2000-gebied Dwingelderveld te bepalen.
Figuur 2.
3
1.2 Natuurwetgeving Conform de uitspraken van de Raad van State over intern salderen van 18 december 2024 is er nu wel een vergunning nodig voor intern salderen en gelden daarvoor vrijwel dezelfde voorwaarden als voor extern salderen (gebruik maken van de stikstofruimte van een activiteit op een andere locatie die (gedeeltelijk) stopt). Dat betekent dat intern salderen als mitigerende maatregel kan worden gebruikt in een passende beoordeling en dat het zogenaamde additionaliteitsvereiste van toepassing is. Zoals de Raad van State aangeeft in de intern salderen uitspraak van 18 december 2024 mag in de Voortoets (stap 1 in het stroomschema van de Raad van State) alleen worden gekeken naar de gevolgen van het project op zichzelf, zonder rekening te houden met de gevolgen van de oude situatie. Daarbij moet in de Voortoets de hele beoogde situatie doorgerekend worden. In de Voortoets moet de volledige omvang van het project betrokken worden in de stikstofberekening. Niet alleen de wijziging of beëindiging van onderdelen van de bestaande vergunde situatie, maar ook de continuering van onderdelen van de bestaande situatie zijn onderdeel van het als mitigerende maatregel in te zetten project en moeten daarom aan additionaliteit getoetst worden. Er mag nog wel intern worden gesaldeerd in de stap die daarna komt: de passende beoordeling.
Om te beoordelen hoeveel stikstof mag worden weggestreept, is inzicht nodig in wat op basis van de oude natuurvergunning of milieutoestemming was toegestaan. Dat wordt de referentiesituatie genoemd. Daarvoor geldt het volgende. Wat er op grond van een natuurvergunning aanwezig is of had mogen zijn, is de referentiesituatie. Soms is er geen natuurvergunning, maar wel een toestemming op grond van milieuregels. Ook daaraan kan een referentiesituatie worden ontleend, maar daarvoor geldt dat dan alleen mag worden uitgegaan van de gevolgen van activiteiten die zijn vergund én feitelijk aanwezig zijn. Structureel onbenutte ruimte in een milieutoestemming maakt geen deel meer uit van de referentiesituatie. Dit betekent dat de mogelijkheden voor intern salderen met een milieutoestemming beperkter zijn dan voorheen. Dit werkt ook door als er extern gesaldeerd wordt met een milieutoestemming van een gestopt bedrijf. Als significante gevolgen op basis van het doorrekenen van de nieuwe beoogde situatie niet kunnen worden uitgesloten, is een natuurvergunning nodig en moet een Passende Beoordeling worden gemaakt (stap 2 in het stroomschema van de Raad van State). Hierin mag nog wel intern gesaldeerd worden. Het hele bestaande project vormt, voor zover nodig voor mitigatie, de mitigerende maatregel die op additionaliteit getoetst moet worden in een Passende Beoordeling.
Zie stroomschema Raad van State, file:///C:/Users/Gebruiker/Downloads/stroomschema_rvs%20(3).pdf
4
Figuur 1. Stroomschema Raad van State.
1.3 Aerius berekening Voor het doen van een stikstofberekening bij een vergunningaanvraag is het gebruik van AERIUS wettelijk verplicht. De artikelen 4.15 en 6.15 van de Omgevingsregeling leggen vast dat AERIUS Calculator gebruikt moet worden voor de berekening. Bijlage II bij artikel 1.4 legt de voorgeschreven versie van AERIUS Calculator vast. De versie die gebruikt moet worden is de (meest actuele) versie die via deze site online beschikbaar is. AERIUS is een rekeninstrument dat de toestemmingsverlening onder de Omgevingswet ondersteunt. AERIUS is toegankelijk voor iedereen die iets onderneemt waarbij mogelijk stikstof in de natuur terecht komt. De AERIUS Calculator is de 'rekenmachine' die de stikstofdepositiebijdrage van een plan of project inzichtelijk kan maken. Indien uit de berekening blijkt dat er jaarlijks minder als 0,00 mol stikstof/ha neerdaalt op een locatie, dan is er geen toetsing van de stikstofberekening benodigd voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Doel van de berekening is om te kijken of de geplande wijzigingen in strijd is met de Wet natuurbescherming in het kader van de stikstof problematiek. Voor de berekening is gebruik gemaakt van het rekenprogramma AERIUS 2024.2.1
1.4 Werkwijze Er zal eerst een voortoets worden gedaan. Afhankelijk van de uitkomst van de voortoets zal er een passende beoordeling plaatsvinden. Uit de passende beoordeling zal dan moeten blijken of er gebruik gemaakt mag worden van intern salderen ( stap 3 ). In de voortoets zullen drie berekeningen worden uitgevoerd; de sloopfase, gereedfase van het project en de aanleg fase. Indien uit de voortoets en passende beoordeling blijkt dat er intern gesaldeerd mag worden zal en een vierde berekening worden gemaakt, de huidige situatie versus de gereed fase.
5
2 VOORTOETS 2.1 Beoogde situatie Conform de uitspraak van de Raad van State moet in de voortoets de hele beoogde situatie doorgerekend worden ( zie 1.2 ). In het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Recreatieterrein Torentjeshoek’ is het volgende aangegeven: De gronden met de bestemming ‘verblijfsrecreatieve doeleinden’ zijn onder meer bestemd voor standplaatsen voor kampeermiddelen, beheersvoorzieningen ten behoeve van het eigen terrein (ter plaatse van de aanduiding ‘centrale voorzieningen’), sport- en speelvoorzieningen en dienstwoningen, met dien verstande dat het totaal aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 262 mag bedragen. Het getal 262 zijn dus het aantal standplaatsen en deze wordt meegenomen in de vervoersbewegingen. Dit geldt bij een volledige bezetting. In de nieuwe situatie is het verschil twee recreatieplekken. Conform de CROW5 0,4 mvt/etmaal van en naar de camping gaan. Per dag is dat dan voor de totale bezetting 262 x 0,4 = 104,8 bewegingen. Voor de medewerkers is 2 vervoersbewegingen per etmaal meegenomen. In de beoogde / nieuwe situatie zijn er dan dus 260 x 0,4 = 104 bewegingen. I de medewerkers is 2 vervoersbewegingen per etmaal meegenomen. De aanwezige gebouwen zijn voorzien van electra en hebben geen gasaansluiting. Koude start = 104 licht verkeer per etmaal.
Uit de voortoets blijkt dat er voor de gebruik fase een passende beoordeling moet worden gedaan.
2.2 Sloop fase en aanleg fase Voordat er gebouwd gaat worden, worden de bestande recreatievoorzieningen eerst gesloopt. Het slopen en bouwen zal gedaan worden door dezelfde werklui. Het totale project, sloop en bouw, zal een jaar duren. Voor het bouwen van de boomhutten zal gebruik worden gemaakt van hout materialen die kant en klaar geleverd worden. Daarnaast zullen er privé sanitair en een extra toiletgebouw komen. Privé sanitair zijn kant en klare units die ter plekke in elkaar gezet worden. Het verruimen van het centrumgebouw en extra toiletruimte zullen worden gebouwd met hout en metselwerk.
6
Voor de sloop van de bestaande recreatievoorzieningen zullen er 1 zwaar vrachtverkeer, 3 middel zwaar vrachtverkeer en 8 licht verkeer ingezet worden. Voor de bouw zullen er 1 zwaar vrachtverkeer, 4 middel zwaar vrachtverkeer en 6 licht verkeer ingezet worden. Via twee verschillende routes zullen de materialen aangeleverd en afgevoerd worden. Route 1 is via de Ruinerweg - Leeuweriksveldweg – Camping en route 2 via Poolweg- Leeuweriksveldweg – Camping. Totaal aantal vervoerbewegingen heen en terug. De werklui zullen op de camping gedurende de sloop en bouw blijven. Er zal gebruik gemaakt worden van elektrische mobiele werktuigen en een mobiele elektrische kraan. Type verkeer Licht verkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer
Route 1 heen 12 5 2
terug 12 5 2
Route 2 heen 2 2 0
terug 2 2 0
Uit de voortoets voor de sloop- en aanlegfase blijkt dat er geen verdere onderzoek noodzakelijk is.
7
3 PASSENDE BEOORDELING VOOR DE BEOOGDE SITUATIE
Voor het bestaande project/inrichting geldt er geen natuurvergunning. Er is geen natuurvergunning. Gevolg is dan dat we in stap 2 gaan we verder bij Nee?.
Er is een milieutoestemming voor de huidige inrichting. Veder bij Ja?.
Daarna is geen milieutoestemming verleend met minder gevolgen, dus Nee?. We gaan uit van milieutoestemming op referentiedatum. Vervolg is stap 3.
8
4 STAP 3
Er wordt opnieuw een Aerius-berekening uitgevoerd waarbij de huidige situatie zal worden gebruikt voor intern salderen/referentie situatie.
4.1 Referentie situatie Zoals bij stap 3 naar voren is gekomen wordt er een nieuwe berekening uitgevoerd, de referentie situatie. Conform de CROW5 0,4 mvt/etmaal van en naar de camping gaan. Per dag is dat dan voor de totale bezetting 262 x 0,4 = 104,8 bewegingen. Voor de medewerkers is 2 vervoersbewegingen per etmaal meegenomen De aanwezige gebouwen zijn voorzien van electra en hebben geen gasaansluiting. Koude start = 104,8 licht verkeer per etmaal.
Het blijkt dat er een afname is van 0,01 mol N/ha/jr.
9
5 CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat na het doorlopen van het stappenplan van de Raad van State er geen natuurvergunning noodzakelijk is.
10