CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 t_NL.IMRO.1701.509PHZBosweg1-0002

Politieke avond Westerveld 26 april 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel vaststelling bestemmingsplan Bosweg 1 (spreekrecht)13.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN B+O STEDENBOUW B.V. 23 maart 2022

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

TITEL

1

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

2

Plannaam: Plantype: Status: IMRO-idn:

Vledderveen - Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan Bestemmingsplan Vastgesteld NL.IMRO.1701.509PHZBosweg1-0002

■ 1. Inleiding

5

■ 2. Huidige situatie

9

■ 3. Planbeschrijving

11

■ 4. Beleidskader

12

■ 5. Milieu- en Omgevingsaspecten

32

■ 6. Wateraspecten

40

■ 7. Economische uitvoerbaarheid

43

■ 8. Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44

■ 9. Conclusie

45

■ Colofon47

B+O STEDENBOUW B.V.

■ Inhoud3

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

INHOUD

3

B+O STEDENBOUW B.V.

locatie B: P.W. Janssenlaan

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

locatie A: Bosweg

4

B

A

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Vledderveen (Bron: PDOK)

B

A

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemingsplan “Vledderveen - Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan” bestaat uit de volgende stukken: ■ verbeelding en een renvooi. ■ regels (met bijbehorende bijlagen) ■ toelichting (met bijbehorende bijlagen)

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied betreft het erf aan de Bosweg 1 en een nieuw erf aan de P.W. Janssenlaan te Vledderveen in de gemeente Westerveld. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Vledder, sectie G, nummers 309, 930 en 931. De ligging van het plangebied ten opzichte van Vledderveen en de directe omgeving is weergegeven in de afbeelding 1.1.

1.4.2 Beschrijving bestemmingen en aanduidingen ‘Agrarisch - 1’ De voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden zijn ondermeer bestemd voor agrarisch grondgebruik en uitoefening van agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf’.

1.4 Huidige planologische regiem 1.4.1 Algemeen Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Westerveld 2018”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 3 december 2019 door de gemeenteraad van Westerveld. In dit bestemmingsplan is het plangebied bestemd tot ‘Agrarisch - 1’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Ter plaatse van de Bosweg 1 is daarnaast de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf’ aanwezig. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is daarbij indicatief weergegeven met de magenta kaders. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in dié zin dat de bestemming ‘Agrarisch - 1’, uitsluitend voorzover ter plaatse

B+O STEDENBOUW B.V.

1.1 Aanleiding De initiatiefnemer van de voorgenomen ontwikkeling is momenteel woonachtig aan de Bosweg 1 te Vledderveen (locatie A). Men is woonachtig in een bedrijfswoning dat behoorde bij een voormalig agrarisch bedrijf. Omdat het bedrijf is verplaatst naar een ander perceel hebben de agrarische bedrijfsgebouwen hun functie. Deze is men voornemens te slopen, om vervolgens middels de Ruimte-voorruimte-regeling een nieuw woonhuis te realiseren. Deze regeling gaat uit van de realisatie van een nieuw woonhuis op dezelfde gronden als waar het agrarische bedrijf gevestigd was. In overleg met de gemeente Westerveld wordt het nieuwe woonhuis echter gerealiseerd op een nieuw erf aan de P.W. Janssenlaan (locatie B). Aan de overige voorwaarden van de Ruimte-voor-ruimte-regeling zal wel worden voldaan. Het nieuwe woonhuis zal worden gebouwd op het perceel dat kadastraal bekend staat als VDR00, sectie G, nummer 309. Op dit perceel is momenteel de bestemming ‘Agrarisch - 1’ van kracht. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt de bestemming ter plaatse van de Bosweg 1 omgezet naar ‘Wonen - voormalige boerderijpanden’ en ter plaatse van de P.W. Janssenlaan naar ‘Wonen’. Deze wijzigingen zijn mogelijk te maken middels een herziening van het bestemmingsplan. Het voorliggende document betreft de toelichting van het bestemmingsplan Vledderveen - Bosweg 1 en P.W. Janssenlaan.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

1. INLEIDING

5

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

6

B A

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

‘Waarde - Archeologie 3’ De voor ‘waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,30 m -Mv wordt geroerd, met uitzondering van: ■ bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bestaande oppervlakte met ten hoogste 1000 m² wordt uitgebreid; ■ bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 1000 m² ten behoeve van andere daar voorkomende bestemming(en). 1.4.3 Strijdigheid Uitgangspunt van voorgenomen ontwikkeling is de wijzigingsbevoegdheid zoals die in het bestemmingsplan is opgenomen voor deRuimte-voor-ruimte-regeling. Echter, in het kader van natuur- en milieu-overwegingen is met de gemeente Westerveld overeengekomen dat het woonhuis niet direct achter of naast het voormalige boerderijpand zal worden gebouwd maar op een nieuw erf aan de P.W. Janssenlaan. Daarom kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid en dient een volledige bestemmingsplan-procedure doorlopen te worden. Dit bestemmingsplan voorziet in gewenste juridische planologische kaders om het voornemen mogelijk te maken. 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue.

Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.

B+O STEDENBOUW B.V.

voor het behoud van de archeologische waarden.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

voorzien van een agrarische bedrijfskavel, wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen - Voormalige boerderijpanden’ ten behoeve van compensatie, mits: ■ na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van artikel 55 respectievelijk 57 van overeenkomstige toepassing zijn; ■ de agrarische bedrijfsfunctie ter plaatse is beëindigd en de agrarische bedrijfskavel ter plaatse wordt verwijderd; ■ er geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; ■ op de betreffende voormalige agrarische bedrijfskavel ten minste 750 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle en/of karakteristieke gebouwen, wordt gesloopt, ten behoeve van de bouw van maximaal één woonhuis; ■ bij toepassing van de sloop alle bouwwerken, niet zijnde de cultuurhistorisch waardevolle en/of karakteristieke gebouwen, van het perceel worden verwijderd, zodanig dat volledige sloop plaatsvindt en het perceel op een kwalitatief goed wijze, passend in het landschap, wordt ingericht overeenkomstig het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld (Bijlage 3); ■ het ter compensatie van de sloop nieuw te bouwen woonhuis direct achter of naast het voormalig boerderijpand wordt gebouwd; ■ de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de

daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde; ■ geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de natuurlijke waarden, de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

7

B+O STEDENBOUW B.V.

. Ja P.W

n

laa

en nss

oorspronkelijke lint Bo eg

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

sw

8

voormalig boerderijpand

nieuwbouw locatie

Vledderveen

Natura 2000

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van het plangebied en directe omgeving (Bron: PDOK)

Het huidige woonhuis met agrarisch bedrijf is gelegen aan de Bosweg, een zijweg van de P.W. Janssenlaan. Het is een doodlopende weg waaraan twee woonhuizen zijn gesitueerd. Nabij de woonhuizen aan de Bosweg zijn enkele vrijgelegen erven in het landschap gesitueerd. Deze zijn als solitaire eenheden in het landschap aanwezig en vanaf de doorgaande wegen als zodanig herkenbaar. Ten zuidoosten van de Bosweg is een Natura 2000 gebied gelegen. Het nieuwe erf is gelegen in een halfopen landschap. De P.W. Janssenlaan heeft een besloten karakter door de aanwezigheid van de laanbeplanting en verschillende erven met voornamelijk woonbebouwing. De bestaande bebouwing heeft een oriëntatie overeenkomstig met die van het landschap. De voorzijden van de erven zijn daarbij op de weg gericht. Het achtergelegen landschap is weidser van karakter. Het betreft een veldontginningslandschap zoals beschreven in beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld. Door het gebogen tracé van de P.W. Janssenlaan is de ervaring van het landschap gevarieerd. Bebouwing wordt afgewisseld met agrarische gronden. In het landschap zijn verspreid solitaire erven te herkennen.

B+O STEDENBOUW B.V.

Het plangebied is gelegen aan de westelijke rand van de provincie Drenthe en de gemeente Westerveld, aan de oostzijde van Vledderveen. In afbeelding 2.1 is de locatie en zijn directe omgeving weergegeven op een luchtfoto. Te zien is de bebouwing van het dorp Vledderveen en de ligging van het perceel aan de P.W. Janssenlaan aan de rand van het dorp. Gelegen verder van het dorp is de voormalige boerderijlocatie aan de Bosweg 1.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

2. HUIDIGE SITUATIE

9

10 Afbeelding 3.1: Gewenste situatie (Bron: B+O Stedenbouw B.V.)

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

B+O STEDENBOUW B.V.

Omdat het nieuwe woonhuis daarmee niet op de voormalige bedrijfslocatie zal worden gerealiseerd, kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid voor de Ruimte-voor-ruimteregeling. Desondanks worden de overige voorwaarden van de regeling wel in acht genomen. Zo zullen aan de Bosweg 1, om het nieuwe woonhuis mogelijk te maken, ca. 750m2 aan overbodige agrarische bijgebouwen en opstallen worden gesloopt. De gemeente heeft een positieve principe-uitspraak gedaan over deze uitgangspunten, waarmee men de intentie heeft uitgesproken om medewerking te willen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling middels een bestemmingsplanwijziging.

Het nieuwe woonhuis zal worden gerealiseerd op het perceel dat kadastraal bekend is als VDR00, sectie G, nummer 309. Op dit perceel is momenteel de bestemming ‘Agrarisch - 1’ van kracht. Hier mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijvigheid worden gebouwd en enkel ter plaatse van een functieaanduiding. Conform de voorwaarden van de Ruimte-voor-Ruimte-Regeling zal hier de bestemming ‘Wonen’ worden toegepast. Voor de locatie aan de Bosweg 1 zal de bestemming worden gewijzigd in ‘Wonen - voormalige boerderijpanden’. Voor de voormalige agrarische bedrijfskavel is een erfinrichtingsplan opgesteld, conform de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld. Deze is beoordeeld door de gemeente Westerveld en akkoord bevonden. Voor het nieuwe woonhuis zal ten tijde van de vergunningsaanvraag een erfinrichtingsplan opgesteld dienen te worden. Daarmee is geborgd dat de inpassing van het nieuwe woonhuis geschied conform streekeigen karakteristieken. 3.2 Verkeer & Parkeren Het voornemen om een nieuw woonhuis op te richten op het erf brengt geen onevenredige toenamen van verkeer met zich mee. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling. Wel zal er een nieuwe inrit voor het erf vanaf de P.W. Janssenlaan worden gerealiseerd. Parkeren geschied op eigen terrein.

Ten behoeve van het parkeren zal in beperkte mate verharding op eigen erf worden toegepast. Verzwaring van de infrastructuur is niet aan de orde. Tevens blijft de verkeersituatie overzichtelijk en heeft de ontwikkeling geen invloed op de verkeersveiligheid, waardoor er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn. De capaciteit en omvang van de weg is ruim voldoende voor de verkeersbewegingen die dit plan met zich mee brengt.

B+O STEDENBOUW B.V.

3.1 Ontwikkeling Aan de Bosweg 1 te Vledderveen in de gemeente Westerveld is het voormalige agrarisch bedrijf van de initiatiefnemer gevestigd. De eigenaar heeft de agrarische bedrijfsvoering enkele jaren geleden verplaatst naar een perceel ten noordwesten van de locatie. De functie van de agrarische bedrijfsgebouwen aan de Bosweg 1 is daarom komen te vervallen. Daarom wil de initiatiefnemer gebruik maken van de mogelijkheid een nieuw woonhuis te realiseren middels de Ruimte-voor-ruimte-regeling. Hoewel deze regeling het uitgangspunt vormt van de ontwikkeling, zal de wijzigingsbevoegdheid niet worden toegepast. Tijdens het vooroverleg met de gemeente Westerveld is gesproken over de mogelijkheden van de Ruimtevoor-ruimte-regeling. Omdat het bestaande erf nabij het natura2000 gebied gelegen is en er verschillende agrarische bedrijven nabij gelegen zijn heeft het de voorkeur van de gemeente om het nieuwe woonhuis elders te realiseren. Hiervoor zijn twee mogelijke locaties aan de gemeente voorgelegd. De gemeente heeft daarbij de voorkeur uitgesproken voor de locatie aan de P.W. Janssenlaan.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

3. PLANBESCHRIJVING

11

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

12

4. BELEIDSKADER Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 4.1.1.1 Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en heeft de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): ■ Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk- economische structuur van Nederland; ■ Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; ■ Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Noord-Nederland (Friesland, Groningen en Drenthe) zijn; ■ Het versterken van Energyport (Noord-)Nederland als internationaal energieknooppunt en kenniscentrum voor energievoorziening en -transitie; ■ Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (wegen, spoorwegen en vaarwegen), buisleidingen en het hoofdenergienetwerk in Noord-Nederland; ■ De ontwikkeling van een robuust kustlandschap en zoetwatersysteem ter vergroting van de waterveiligheid en waterzelfvoorziening en het voorkomen van verdroging (o.a. door versterking van de Afsluitdijk en bijbehorende sluizencomplexen, Hoogwaterbeschermingsprogramma en deelprogramma’s Zoetwatervoorziening, IJsselmeer en Waddengebied van het Deltaprogramma) ■ Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden en het Werelderfgoed (de Waddenzee).

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘stedelijke ontwikkeling’, ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘regionale behoefte’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: ■ Bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. ■ Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Voor regionale behoefte is geen definitie in artikel 1.1.1 van de Bro opgenomen. Uit de nota van toelichting behorende bij artikel 3.1.6 Bro (Staatsblad 2012, 388, pp. 49-50) blijkt dat met regionale behoefte niet per se wordt gedoeld op een bovengemeentelijke behoefte (regionaal in de zin van meerdere gemeenten omvattende). Centraal staat een passend regionaal schaalniveau;

4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte spreekt van een stedelijke ontwikkeling bij de realisatie van meer dan 12 woonhuizen. Voorgenomen ontwikkeling maakt één nieuwe woning mogelijk. De ontwikkeling is daarom niet ladderplichtig.

B+O STEDENBOUW B.V.

in geval van een lokale ontwikkeling kan het daarom ook gaan om een lokale (binnen de gemeente) vallende behoefte. Een dergelijke behoefte kan dan worden gezien als “regionale behoefte” zoals bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden die achter elkaar worden doorlopen. In afbeelding 4.1 worden deze treden schematisch weergegeven.

13

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

14

plangebied

Afbeelding 4.2 Visie kaart Actualtisatie Omgevingsvisie Drenthe (Bron: Provincie Drenthe)

4.2.1 Omgevingsverordening Drenthe De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent de provincie een scala van instrumenten toe om haar beleid daarnaast meer direct extern te laten doorwerken. Vaststelling van een verordening volgens artikel 4.1 Wro is een van die instrumenten. Drenthe wil zijn visie realiseren op een manier die recht doet aan de provinciale sturingsfilosofie. Hierin gaat de provincie uit van gelijkwaardigheid en samenwerking met haar partners ‘in het veld’. Dit betekent tevens dat de provincie terughoudend omgaat met het neerleggen van provinciale ruimtelijke belangen in een verordening. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.2 Ruimtelijke kwaliteiten De Omgevingsvisie Drenthe 2018 is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Drenthe. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit, passend bij de kernkwaliteiten van de provincie. De kernwaarde bedrijvigheid is een middel om kernkwaliteiten en ontwikkelingen met bedrijfseconomische aspecten in een zorgvuldig afwegingsproces te brengen. Met een

De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaal economische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Waar geen dominant systeem aanwijsbaar is, spreken we over ‘multifunctionele gebieden’. Op de robuuste systemen is thematisch beleid van toepassing. In het beleid worden zes kernkwaliteiten benoemd die de ruimtelijke kwaliteit inhoud geven. Dit betreffen: ■ Landschap; ■ Natuur; ■ Cultuurhistorie; ■ Archeologie; ■ Aardkundige waarden; ■ Rust. In de volgende teksten wordt het relevante beleid dat van toepassing is op de planlocatie beknopt omschreven.

B+O STEDENBOUW B.V.

beroep op de kernwaarde bedrijvigheid kan niet worden afgeweken van thematisch beleid, zoals voor regionale afstemming van woningbouw of ten aanzien vestigingsbeleid voor bedrijven.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de daarbij behorende Provinciale omgevingsverordening Drenthe. Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De hiervoor genoemde Omgevingsverordening is tevens op 3 oktober 2018 in werking getreden.

15

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

16

Kernkwaliteit - Landschap Binnen de kernkwaliteit landschap is de planlocatie gelegen in het “Esdorpenlandschap”. Het esdorpenlandschap is een agrarisch cultuurlandschap ten voeten uit. Elk onderdeel van het landschap komt voort uit het agrarisch gebruik en is gerelateerd aan het functioneren van de lokale agrarische dorpsgemeenschap. De esdorpen vormen vanouds de ontginningsbasis van het landschap. Rond de dorpen liggen de landschapsonderdelen die vanouds in het landbouwsysteem elk hun eigen functie hadden. Direct aan de rand van het dorp lagen de ‘goorns’: kleinschalige, verkavelde gebieden met hagen en singels, waar onder andere groenten voor menselijke consumptie werden verbouwd. Op de hoger gelegen gronden ontwikkelden zich door de eeuwen heen de essen, omzoomd door bosjes, strubben of soms een ringwal. In het lager gelegen beekdal lagen de graslanden, tot aan het begin van de vorige eeuw onverdeeld, de zogenaamde madelanden. Later zijn de beekdalen sterk verkaveld en hebben ze door de aanleg van houtwallen een kleinschalig, besloten karakter gekregen.

B

A

Het provinciaal beleid is gericht op behoud van de open ruimte en het versterken van esrandbeplanting. Daarnaast is behoud van het onbebouwde karakter en het versterken van karakteristieke beekdal(rand)beplanting een belangrijk element. Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Landschap’ Geconcludeerd kan worden dat voorgenomen initiatief geen negatief effect heeft op de kernwaarden zoals omschreven voor landschap. De bestaande structuur wordt niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande kavelstructuur en daarbij behorende landschappelijke waarden. Afbeelding 4.3 Kaart ‘Landschap’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

Natuur is een samenhangend geheel van planten, dieren, levensgemeenschappen, bodem- en grondsoorten, water en klimaat. Natuur is een verzamelbegrip. Het varieert van abstract (‘natuur is het kapitaal van Drenthe’) tot meer concreet (‘dat wat je ziet in het Dwingelderveld’). Het varieert van sterk door de mens beïnvloed (tuinnatuur), tot weinig door de mens beïnvloed (regenwoud, Waddenzee) en van weinig complex (zoals een akker) tot erg complex (zoals een levend hoogveen). B

A

Afbeelding 4.4 Kaart ‘Natuur’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Natuur’ Het plangebied ligt niet in een aangewezen gebied waarvoor de kernkwaliteit ‘Natuur’ is vastgesteld. Er zijn dan ook geen specifieke normen opgenomen waaraan dient te worden voldaan. Daarnaast brengt het voorgenomen initiatief vanwege de lokale invloedssfeer geen negatieve invloed op omliggende natuur met zich mee. Dit vaststellende kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de kernkwaliteit ‘Natuur’.

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

Kernkwaliteit - Natuur Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangende structuur van gebieden met een speciale natuurkwaliteit. De NNN vormt de ruggengraat van het Drentse natuurnetwerk en waarborgt biodiversiteit en duurzame natuur. De op perceelsniveau begrensde NNN vormt het kader voor regelgeving en subsidies.

17

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

18

Kernkwaliteit - Cultuurhistorie Drenthe kent een voor Nederland uniek cultuurhistorisch landschap en telt veel archeologische en aardkundige waarden. De (pre) historische waarden van de provincie zijn zeer bepalend voor de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe. Ze worden daarom ook van grote betekenis als ‘drager’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in het Cultuurhistorisch Kompas. Twee doelstellingen staan hierin centraal. Het herkenbaar houden van cultuurhistorie en de ruimtelijke identiteit versterken. Het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en het bieden van ruimte voor ontwikkelingen, vraagt om een heldere wijze van sturing. Er wordt hiertoe onderscheid gemaakt in drie sturingsniveau: ■ Respecteren (waarborgen van de cultuurhistorische samenhang voor de toekomst); ■ Voorwaarden stellen (cultuurhistorische samenhang is als randvoorwaarde gesteld); ■ Eisen stellen (ontwikkelingen worden vanuit de cultuurhistorie bezien in de gewenste richting gestuurd).

B

A

Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Cultuurhistorie’ Binnen de kernkwaliteit Cultuurhistorie, is de planlocatie gelegen in het ‘Esdorpenlandschap’. Voor de planlocatie is het niveau ‘respecteren’ van toepassing. Hiermee is er de verantwoordelijkheid om de cultuurhistorische hoofdstructuur als inspiratiebron te benutten. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het bestaande “Esdorpenlandschap”.

Afbeelding 4.5 Kaart ‘Cultuurhistorie’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B

A

Afbeelding 4.6 Kaart ‘Archeologie’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Archeologie’ De planlocatie heeft een generiek verwachtingsniveau. Dit houdt in dat behoudingswaardige vindplaatsen niet ongezien mogen verdwijnen. Er bevinden zich op de locatie geen behoudingswaardige vindplaatsen. Dit vaststellende kan worden geconcludeerd dat ‘Archeologie’ geen beperkingen geeft voor de voorgenomen ontwikkeling.

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

Kernkwaliteit - Archeologie Archeologie houdt zich bezig met de reconstructie van oude culturen. Het archeologisch erfgoed is de enige bron van informatie over de bewoningsgeschiedenis van de provincie. Het merendeel van het archeologisch erfgoed is onzichtbaar en is daardoor zeer kwetsbaar bij ruimtelijke ontwikkelingen die om bodemingrepen vragen. Archeologische waarden zijn onvervangbaar en niet te compenseren. Het provinciaal beleid voor de Drentse archeologie is gericht op instandhouding, bescherming, beleven en benutten. Het archeologisch erfgoed behoort tot het ruimtelijk erfgoed en is een belangrijke bouwsteen van de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van Drenthe (kernkwaliteit archeologie).

19

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

20

Kernkwaliteit - Aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog gewaardeerd wordt. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Het provinciaal aardkundig erfgoed is de enige informatiebron over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van Drenthe. Net als archeologische waarden zijn aardkundige waarden voor het merendeel onzichtbaar en onvervangbaar. Ze zijn kwetsbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen die met bodemingrepen gepaard gaan. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter dienen te worden behouden en, waar mogelijk, hersteld. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. Wij willen inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Ons doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Deze ambitie zijn verwoord en uitgewerkt in de beleidsnota wAARDEvol Drenthe (2013) en de toelichting daarop (2018).

B

A

Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Aardkundige waarden’ De planlocatie bevindt zich in een gebied met een generiek beschermingsniveau. Gemeenten dienen hiervoor in kaart te brengen welke waarden aanwezig zijn en welke dienen te worden beschermd. Deze waarden worden beschermd middels gemeentelijke bestemmingsplannen. De ‘Aardkundige waarden’ worden daarom later in dit document getoetst. Afbeelding 4.7 Kaart ‘Aardkundige waarden’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B

A

Afbeelding 4.8 Kaart ‘Rust’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

Toetsing aan de kernkwaliteit ‘Rust’ Het plangebied ligt niet in een aangewezen ‘Stilte’ of ‘Duisternis’ gebied. Er zijn dan ook geen specifieke normen opgenomen waaraan dient te worden voldaan. Daarnaast brengt het voorgenomen initiatief geen toename van kunstlicht met zich mee. Dit vaststellende kan worden geconcludeerd dat de kernkwaliteit ‘Rust’ geen beperkingen opwerpt voor de voorgenomen ontwikkeling.

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

Kernkwaliteit - Rust Bij de kernkwaliteit rust zijn ‘stilte’ en ‘duisternis’ als indicatoren benoemd. Bij elk gebied past een bepaalde hoeveelheid geluid en licht, van natuurlijke of menselijke oorsprong. Mensen verwachten dat in dit gebied deze hoeveelheid licht en geluid aanwezig is. Zij ervaren het gebied als rustig. Als de menselijke zintuigen geprikkeld worden door onverwacht meer kunstmatig licht of geluid, ervaren we het gebied als onrustig. De kernkwaliteit rust is daarnaast ondersteunend aan de kernkwaliteit natuur waar het gaat om flora en fauna en aan de kernkwaliteit Landschap als het gaat om beleving.

21

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

22

4.2.3 Robuuste systemen Robuust sociaal-economisch systeem De verschillen in bevolkingsontwikkeling tussen de stedelijke gebieden en ook in het landelijk gebied worden groter. Op basis van de huidige prognoses blijft de bevolking van Assen stabiel en profiteert de noordzijde van Drenthe van de groei van Groningen. De zuidelijke as laat in de prognoses een sterk verloop zien, van groei in de gemeente Meppel tot het doorzetten van de krimp in de gemeente Emmen die in 2014 is ingezet. Op de woningmarkt worden de verschillen tussen stad en platteland, zand en veen en gebieden met wel of geen krimp groter. Vraag en aanbod passen niet altijd goed meer bij elkaar, wat leidt tot een vraag naar nieuwe woningen. Geografisch gezien speelt deze opgave met name in ZuidoostDrenthe en in gebieden waar bevolkingsdaling speelt. Daarnaast daalt de woningvoorraad naar verwachting licht in kleine kernen, met name in de veenkoloniale lintdorpen, vergrijzende zanddorpen en in de oudere buitenwijken, doordat de vervangingsvraag wordt gerealiseerd in de grotere kernen en rondom de bestaande voorzieningen. Deze gebieden worden daarmee intensiever bebouwd, met herbestemming van bedrijfs- en winkelpanden en/of gestapelde woningbouw.

B

A

Toetsing aan het ‘Sociaal-economisch systeem’ Het plangebied ligt niet in een specifiek aangeduide regio van het sociaal-economisch systeem. Wel wordt gesproken van mogelijkheden van ruimte-voor-ruimte-regeling om de leefbaarheid van het platteland te vergroten. De combinatie van platteland en wonen strookt dan ook met de uitgangspunten van het Sociaaleconomisch systeem. Afbeelding 4.9 Kaart ‘Sociaal-economisch systeem’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B

A

Toetsing aan het ‘Landbouw systeem’ De locatie valt binnen de aanduiding ‘Landbouwgebied’ en heeft daardoor rekening te houden met de beschreven kernkwaliteiten. Hoewel de nieuwbouw van een woonhuis plaatsvindt op landbouwgrond, wordt deze deels gecompenseerd ter plaatse van de verwijderde agrarische bedrijfsgebouwen. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen de genoemde kernkwaliteiten en sluit daarmee aan bij de beschreven ambities van de Provincie Drenthe.

Afbeelding 4.10 Kaart ‘Landbouwsysteem’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B+O STEDENBOUW B.V.

Toekomstgerichte Landbouw gaat over innoveren, moderniseren en verduurzamen in de primaire sector (tuinbouw, veehouderij en akkerbouw) en in de agribusiness. De agribusiness omvat activiteiten die te maken hebben met de productie, verwerking en consumptie van agrarische producten, inclusief logistiek (opslag en transport), bewerking, verwerking en verkoop van agrarische producten, tot en met de consument. Door de manier waarop de primaire sector en de agribusiness zich de afgelopen decennia hebben ingezet voor duurzaamheid – denk aan technologieën, milieu, dierenwelzijn, natuurontwikkeling en waterbeheer – is de productie momenteel aanzienlijk diervriendelijker, schoner en zuiniger dan een kwart eeuw geleden. Een toekomstgerichte landbouw draagt bij aan de strategische opgaven om de economische structuur van Drenthe te versterken.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

Robuust landbouw systeem Economisch gezien zijn de landbouw en agribusiness voor Drenthe belangrijke sectoren. De primaire sector is van groot belang voor de Drentse economie en de werkgelegenheid.

23

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

24

Robuust natuur systeem Met agrarisch natuurbeheer wordt de komende jaren sterk ingezet op het verbeteren van de leefgebieden van (inter-)nationale en Drentse soorten en het versterken van verbindingen. Dit is het meest effectief in gebieden direct naast en om natuurgebieden. Daarnaast wordt agrarisch natuurbeheer ingezet om de ecologische verbindende functies van landschapselementen te versterken. De focus ligt hierbij vooral buiten het Natuurnetwerk Nederland. Daarnaast is het behouden en versterken van biodiversiteit van provinciaal belang en werkt door in meerdere beleidsvelden. Het vlechtwerk van droge en natte landschapselementen (groenblauwe dooradering) van agrarische gebieden is van provinciaal belang voor de instandhouding van een basiskwaliteit voor de biodiversiteit. Toetsing aan het ‘Natuur systeem’ De planlocatie maakt geen deel uit van een gespecificeerd natuursysteem. Ook heeft de nieuwbouw van een woonhuis geen externe werking op het nabij gelegen natuurgebied. Het robuuste systeem ‘Natuur’ werpt dan ook geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling.

B

A

Robuust klimaatbestendig watersysteem De provincie streeft naar een robuust, duurzaam, veerkrachtig en klimaatbestendig watersysteem voor landbouw, natuur en wonen. Dit is zodanig ingericht dat de risico’s op wateroverlast en watertekort tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau beperkt blijven, met bijzondere aandacht voor de beekdalen. Bovendien is dit een watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering kan opvangen. Alle Drentse watersystemen vinden hun oorsprong in Afbeelding 4.11 Kaart ‘Natuursysteem’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B

A

Klimaatverandering heeft als gevolg dat er in de winter meer neerslag valt en in het voorjaar en de zomer vaker perioden met droogte en hoge temperatuur voorkomen. Het wordt niet alleen droger, ook komen er in de zomer vaker heftige buien voor. Dit leidt tot wateroverlast in de bebouwde kom en in de landbouw. Droogte betekent dat beken en waterlopen kunnen droogvallen en grondwaterstanden gaan dalen. Langere en heviger perioden van droogte kunnen leiden tot economische schade, met name voor de landbouw en schade voor landschap en natuur. Toetsing aan het ‘Klimaatbestendig watersysteem’ Als gevolg van klimaatverandering nemen ook de perioden met droogte toe. Op het Drents Plateau wordt zoveel mogelijk water vastgehouden om droogte te overbruggen. Gezien de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling valt niet te verwachten dat deze een onevenredige impact zal hebben op de waterhuishouding binnen dit gebied. Geconcludeerd kan worden dat het klimaatbestendig watersysteem geen beperkingen opwerpt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Afbeelding 4.12 Kaart ‘Klimaatbestendig watersysteem’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

Drenthe. Dit geeft unieke mogelijkheden om de potenties van de watersystemen optimaal te benutten. De watersysteembenadering is daarom een van de ordenende principes in het omgevingsbeleid. Dat wil zeggen: in de fysieke omgeving gaat bij de functietoekenning, de inrichting, het beheer en bij het gebruik uit van de eigenschappen en potenties van het watersysteem. Daarbij wordt de natuurlijke veerkracht van het watersysteem gehandhaafd of hersteld om extreme omstandigheden op te vangen. Daarvoor heeft het watersysteem in de toekomst meer ruimte nodig dan nu.

25

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

26

Multifunctionele gebieden De afgelopen decennia hebben veel gebieden in Drenthe een ontwikkeling doorgemaakt die gericht was op één bepaalde functie. Hierdoor zijn op veel plaatsen scherpe landschappelijke overgangen ontstaan, bijvoorbeeld tussen natuur en landbouw of tussen stad en land. Dit beleid zetten we door voor de robuuste gebieden voor landbouw, natuur en stedelijk netwerken. De resterende gebieden kenmerken zich door het naast elkaar voorkomen van meerdere functies. In één gebied kunnen bijvoorbeeld zowel landbouw, natuur, recreatie als wonen voorkomen, zonder dat een van deze functies als dominant is aan te wijzen. In tegenstelling tot de robuuste systemen is in deze gebieden geen sprake van een hoofdfunctie die leidend is in de ordening. De provincie Drenthe noemt dit de multifunctionele gebieden. In afbeelding 4.13 zijn deze multifunctionele gebieden aangegeven. Naast water, landbouw en natuur gaat het in de meeste gevallen om recreatie.

B

A

In deze gebieden is er geen duidelijke samenhang tussen de genoemde functies en de aanwezige kernkwaliteiten en de kernwaarde bedrijvigheid. Het behouden en ontwikkelen van functies en kernkwaliteiten gebeurt hier gebiedsgericht en waar nodig met maatwerk. Uitgangspunt hierbij is dat de van oudsher bestaande en/of dominante functie zo min mogelijk negatieve gevolgen mag ondervinden van de ontwikkeling van nieuwe of andere functies. Toetsing aan ‘Multifunctionele gebieden’ Voorgenomen ontwikkeling bevindt zich niet op gronden die zijn aangewezen als multifunctioneel gebied. Er zijn voor het plan daarom geen specifieke uitgangspunten beschreven. Afbeelding 4.13 Kaart ‘Multifunctionele gebied’ uit Omgevingsvisie Drenthe 2018 (Bron: Provincie Drenthe)

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

4.2.4 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Drenthe 2018 verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

27

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

28

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie gemeente Westerveld Het centrale vertrekpunt vormt de identiteit van de gemeente Westerveld: een groene, agrarische gemeente met een ongekende rijkdom aan cultuurhistorische, toeristisch/landschappelijke en ecologische waarden. Deze identiteitsbepalende kenmerken die in grote hoeveelheid en ook nog gaaf aanwezig zijn, maken ook dat de gemeente zo goed leesbaar is qua ontstaansgeschiedenis. De belangrijkste bronnen van werkgelegenheid zijn de agrarische sector, recreatie en toerisme. Voor de eerstgenoemde sector is met name de schaalvergroting en de daarbij horende transformatie van boerenerven van belang. Recreatie en toerisme moeten een transformatie ondergaan naar een meer gevarieerd en een kwalitatief hoger aanbod. Toerisme betreft een van de belangrijkste economische pijlers van de gemeente; een gemeente die rijk is aan Nationale Parken, de vele beschermde dorpsgezichten en de Kolonie van Weldadigheid als belangrijk ‘unique selling points’. Een kansrijke groeisector in relatie tot de vergrijzing en het groene en rustige karakter van Westerveld is de zorg. Naast vergrijzing spelen ook ontgroening en op langere termijn demografische krimp een belangrijke rol in het toekomstperspectief van de gemeente. Gemeente Westerveld kent een groot aantal unieke dorpen en buurtschappen. Het is er goed wonen en dat moet zo blijven.

Ieder dorp is uniek en heeft zijn eigen identiteit. Deze is gebaseerd op zowel ruimtelijke als sociale aspecten. Deze uniciteit vraagt om maatwerk. Daar zijn we ons van bewust als bestuur. Daarnaast willen we niet alles gedetailleerd vastzetten en mogelijkheden bieden. Dit doen we door het benoemen van hoofdkeuzen voor kwalitatieve mogelijkheden, voor de verschillende typen te onderscheiden kernen. We maken een onderscheid in drie verschillende dorpstypen, afhankelijk van de omvang en vooral

van de aanwezigheid van voorzieningen en het perspectief voor de toekomst daarvan. Voor elk van deze dorpstypes worden generieke uitspraken gedaan, op basis waarvan ruimtelijke initiatieven gewogen kunnen worden. Deze dorpenindeling naar omvang en voorzieningenniveau wijkt af van de indeling op basis van ontstaansgeschiedenis en landschapstype (met dorpstypen als esdorpen, lintdorpen en ontginningskolonies). Deze laatste indeling is opgesteld, met als doel het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en waarden. De indeling zoals in deze structuurvisie geïntroduceerd wordt, is gericht op het waar mogelijk sturen op behoud en versterking van het voorzieningenniveau. ■ Er zijn dorpen waar vrijwel geen voorzieningen zijn maar het wonen centraal staat. Dit zijn de zogenaamde woondorpen. ■ Daarnaast zijn er dorpen die juist een veelheid aan publieke en commerciële voorzieningen hebben. Dat zijn de voorzieningendorpen. ■ Daartussen zijn er de zogenaamde dynamische dorpen waar naast het wonen nog een beperkt aantal voorzieningen aanwezig is, zoals een dorpshuis, basisschool of sportvoorziening. Omdat de gemeente haar inwoners een minimumaanbod van voorzieningen wil kunnen bieden zal ze haar beperkte beschikbare middelen concentreren op het stimuleren van behoud van met name deze voorzieningen.

De gemeente Westerveld wil zijn inwoners toch een minimumaanbod van voorzieningen kunnen bieden. Daarvoor gebruiken ze de beperkte middelen en mogelijkheden die ze hebben om het behoud van met name deze voorzieningen te stimuleren in dit type dorpen. Dit doet de gemeente waar mogelijk door financieel bij te dragen en ook door regie te voeren op het type woningbouw wat voorgestaan wordt bij de verschillende

Het algemene beleid van de gemeente is gericht op het weren van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied. Grondslag hiervoor is het niet willen toestaan van functies die niet gebonden zijn aan het buitengebied en de belemmering die deze overige functies vormen voor de basisfuncties. Wel is er een aantal uitzonderingen opgenomen, waaronder nieuwe compensatiewoningen voortkomend uit de toepassing van de ‘Ruimte voor ruimte’regeling.

4.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 De gemeente Westerveld heeft met het Bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 de tot dan toe geldende bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en partiële herzieningen voor het buitengebied geïntegreerd in één bestemmingsplan. De gemeente biedt met het bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 het planologisch kader voor toekomstige ontwikkelingen in het landelijk gebied.

Daarnaast worden diverse voorwaarden gesteld aan de wijzigingsbevoegdheid in het kader van de Ruimte-voor-ruimteregeling. Zo dient de agrarische bestemming te komen vervallen, met daarvoor in de plaats ‘Wonen’ of ‘Wonen - Voormalige boerderijpanden’. Met het vaststellen van het bestemmingsplan Buitengebied Westerveld 2018 zijn deze bestemmingen van kracht worden. Confrom de voorwaarden van deze wijzigingsmogelijkheid is de agrarische bedrijfsfunctie ter plaatse is reeds beëindigd.

De bestaande woonfunctie in het buitengebied levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid en vitaliteit van het platteland, maar levert echter ook beperkingen op ten aanzien van de basisfuncties. Daarom wordt in het bestemmingsplan slechts beperkte ontwikkelingsruimte geboden aan de woonfunctie en

Dankzij de positionering van het nieuwe woonhuis aan de P.W. Janssenlaan is er geen sprake van onevenredige schade voor eventuele aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Ook nabij de locatie aan de Bosweg 1 zijn geen (agrarische) bedrijven gevestigd.

B+O STEDENBOUW B.V.

Toetsing aan Structuurvisie gemeente Westerveld: Vledderveen, waar de planlocatie zich bevindt, is ingedeeld bij de zogenaamde dynamische dorpen. Dit betekent dat het voorzieningenniveau beperkt is, maar wel behouden dient blijven. De realisatie van een nieuw woonhuis kan bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp omdat afzetmarkt behouden blijft. De bewoners in de dynamische dorpen krijgen van de gemeente meer vrijheid om hun woning naar wens aan te passen, beroepsof bedrijfsactiviteit (al dan niet aan huis), of om kleinschalige commerciële activiteiten te ontplooien. Voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de structuurvisie zoals die is opgesteld door de gemeente Westerveld.

aansluiting gezocht bij de bestaande situatie. Handhaving van de woonfunctie is wenselijk: de bestaande woningen zijn voorzien van de bestemming wonen. Bij vervanging wordt gestreefd naar herbouw die qua maat en schaal past bij de aanwezige bebouwing. De welstandsnota speelt daarbij een essentiële rol. Binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan streeft de gemeente Westerveld ook naar behoud van monumentale en karakteristieke boerderijen en overige panden.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

dorpstypen. Want uitsluitend door draagvlakbehoud (en zo mogelijk versterking), financiële injecties en zeker in combinatie met vrijwilligerswerk (dorpskracht) kunnen voorzieningen behouden worden.

29

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

30

Ter compensatie van de nieuw te bouwen woning zal op de voormalige agrarische bedrijfskavel ca. 750 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle en/of karakteristieke gebouwen, worden gesloopt. Hiermee wordt maximaal één woonhuis toegestaan.

van de P.W. Janssenlaan. Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting van deze weg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden uit de Wet geluidhinder. Daarmee kan worden gesteld dat er ten aanzien van verkeerslawaai sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Voor de voormalige agrarische bedrijfskavel is een erfinrichtingsplan opgesteld, conform de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld. Deze is beoordeeld door de gemeente Westerveld en akkoord bevonden. Voor het nieuwe woonhuis zal ten tijde van de vergunningsaanvraag een erfinrichtingsplan opgesteld dienen te worden. Daarmee is geborgd dat de inpassing van het nieuwe woonhuis geschied conform streekeigen karakteristieken.

Om aan te tonen dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de overige milieusituatie, de natuurlijke waarden, de geomorfologische, cultuurhistorische en archeologische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, wordt de ontwikkeling aan deze aspecten getoetst in hoofdstuk 5.

Volgens de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid dient het ter compensatie van de sloop nieuw te bouwen woonhuis direct achter of naast het voormalig boerderijpand wordt gebouwd. Hieraan wordt met de voorgenomen ontwikkeling niet aan voldaan. In overeenstemming met de gemeente Westerveld zal het woonhuis op een ander perceel, op ca. 300 meter van de locatie van de voormalige bedrijfslocatie, worden gerealiseerd. Dit is de enige afwijking van de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid, maar maakt het noodzakelijk dat er een volledige bestemmingsplan procedure doorlopen dient te worden om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. De geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere waarde. In het kader van de Wet geluidhinder is de ontwikkeling getoetst aan het aspect geluid. De beoogde locatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone

4.3.3 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door bijvoorbeeld verschillen in bodem en waterhuishouding, maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen identiteit en samenhang. Het onderscheid tussen de diverse landschappen is, vooral na de tweede wereldoorlog, sterk afgenomen door menselijke activiteiten. Hierbij valt te denken aan het kappen van bomen en een meer algemene wijze van bouwen. De gemeente streeft er naar om het onderscheid tussen de diverse landschappen te versterken door middel van de kadernota buitengebied, het bestemmingsplan buitengebied, het beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota. De gemeente Westerveld wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om

Vanwege de aard van het beeldkwaliteitsplan als inspiratiebron wordt voorgenomen ontwikkeling ook hieraan getoetst. Het buitengebied van Vledderveen, waar de ontwikkeling plaatsvindt, is ingedeeld bij het zogenaamde veldontginningslandschap. Dit betekent dat het landschap overwegend open is en plaatselijk verdicht met bosjes, houtwallen en singels. Bebouwing is voornamemelijk aanwezig langs ontginningsassen. De P.W. Janssenlaan is als oude ontginningsas het belangrijkste structurerende element in de groenstructuur van het dorp. Daarnaast dient de voorzijde van het erf gericht te zijn op de weg en de nokrichting loodrecht ten opzichte van de weg. Deze criteria hebben als uitgangspunt gediend voor de positionering en oriëntatie van het bouwvlak. Voor het nieuwe erf zal ten tijde van de vergunningsaanvraag een erfinrichtingsplan opgesteld dienen te worden. Daarmee is geborgd dat de inpassing van het nieuwe woonhuis geschiedt conform de streekeigen karakteristieken. De inrichting van het bestaande erf aan de Bosweg 1 zal grotendeels wijzigen als gevolg van de sloop van de ca. 750 m2 overbodige bedrijfsbebouwing. Daarom is voor het erf aan de

B+O STEDENBOUW B.V.

Bosweg 1 een erfinrichtingsplan opgesteld, welke als bijlage is opgenomen in dit bestemmingsplan. Dit erfinrichtingsplan gaat uit van de sloop van de stal en een deel van de achterzijde van de boerderij. De werktuigschuur blijft gehandhaafd. Wel zal deze worden voorzien van zwarte gevelbekleding, zodat deze wordt voorzien van een kwalitatief hoogwaardige uitstraling. Dit erfinrichtingsplan is aan de gemeente Westerveld voorgelegd en akkoord bevonden. Geconcludeerd kan daarom worden dat de realisatie van een nieuw woonhuis op de aangegeven locatie in overeenstemming is met het geldende beeldkwaliteitsplan.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt daarom met nadruk gewezen op een goede landschappelijke inpassing. In de welstandsnota ontbreken wettelijke toetsingscriteria om te zorgen dat er rekening wordt gehouden met de landschappelijke morfologische beeldkwaliteit. Daarvoor is het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld opgesteld voor het buitengebied van de gemeente Westerveld. Het is bedoeld als inspiratiebron voor initiatiefnemers die een bouwaanvraag of een aanlegvergunning willen indienen. Het is tevens het toetsingskader voor de gemeenteambtenaren.

31

B+O STEDENBOUW B.V.

5. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening.

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema’s MER, geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.

32

5.1 PlanMER Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen. De mer is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Ten aanzien van de merplicht doen zich drie verschillende mogelijkheden voor: ■ het betreft een activiteit of besluit ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet afwegen of er belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen zijn en of het opstellen van een volledig MER noodzakelijk is. Activiteiten waarop de zogenaamde mer-beoordelingsplicht van toepassing is, zijn opgenomen in onderdeel D van het Besluit mer; ■ het betreft een besluit dat rechtstreeks een project mogelijk maakt dat is aangewezen in onderdeel C van het Besluit mer. In dit geval moet een MER worden opgesteld. Er is in dit geval sprake van een projectmer-plicht; ■ het betreft een plan dat het kader vormt voor mer-plichtige

activiteiten, maar deze niet direct mogelijk maakt. Voor dit soort plannen dient een planMER-plicht te worden opgesteld. Voorgenomen ontwikkeling valt niet onder de MER-plichtige activiteiten, zoals beschreven in de Wet milieubeheer. Uit de Wet milieubeheer volgen zodoende geen bezwaren voor deze ontwikkeling. 5.2 Geluid (Wet geluidhinder) De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.2.1 Locatie Bosweg 1 De agrarische bestemming van het perceel zal worden omgezet naar woon bestemming. Er is reeds een bestaande woning aan de Bosweg 1. Deze woning is niet gelegen in een geluidszone van een bedrijf of wegverkeer.

Mede vanwege het vervallen van de agrarische functie op de locatie wordt juist een potentiele geluidsbron weggenomen. 5.2.2 Locatie P.W. Janssenlaan Op de locatie aan de P.W. Janssenlaan wordt er met een woonhuis

De grenswaarde voor het binnenniveau voor nieuwbouw bedraagt, overeenkomstig het Bouwbesluit, 33 dB. Dit komt neer op een maatgevende geluidwering van (49-33 =) 16 dB. Dit is minder dan de minimum eis (artikel 3.2 geluid van buiten) van 20 dB uit het Bouwbesluit. Onderzoek naar de geluidwering van de woning is dan ook niet nodig. 5.3 Bodemkwaliteit Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Om inzichtelijk te maken of de gronden geschikt zijn voor een goed woon- en leefklimaat is door EcoReest B.V. op beide locaties op 27 september 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Doel van het verkennend chemisch onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor

B+O STEDENBOUW B.V.

het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest (ter plaatse van de Bosweg 1) terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de bovengrond en het grondwater van het erf aan de Bosweg 1 en het perceel aan de P.W. Janssenlaan overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, concludeert EcoReest dat verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Ook nader onderzoek naar asbest is niet noodzakelijk. De aangetroffen asbestgehalten zijn beneden de interventiewaarden en het is statistisch onwaarschijnlijk dat bij nader onderzoek een verontreiniging met asbest wordt aangetroffen.

Een en ander brengt met zich mee dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van bodemkwaliteit. 5.4 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan

BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

een geluidsgevoelig object toegevoegd aan de omgeving. In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen of soortgelijke geluidsbronnen aanwezig. De beoogde locatie is wel gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de P.W. Janssenlaan. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting van deze weg voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden uit de Wet geluidhinder. Daarmee kan worden gesteld dat er ten aanzien van verkeerslawaai sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

33

B+O STEDENBOUW B.V. BESTEMMINGSPLAN VLEDDERVEEN - BOSWEG 1 EN P.W. JANSSENLAAN

34

afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: ■ Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); ■ Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met in de Wet Milieubeheer beschreven categorieën, kan worden aangenomen dat het project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt tevens dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 5.5 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico’s die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=cd0feb28-21bd-4cd7-8f20-c7c86f20b57c