CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij toelichting

Politieke avond Westerveld 27 januari 2026, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Torentjeshoek (spreekrecht)7.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan en Voortoets voor Camping Torentjeshoek, Dwingeloo

Rapport 2025-038 Versie: 2025.01 13-9-2025

QuickScan en Voortoets voor Camping Torentjeshoek, Dwingeloo

Colofon © 2025 Tekst, samenstelling:

Opdrachtgever:

Wijze van citeren:

Fopma NatuurAdvies, 2025 QuickScan en Voortoets voor Camping Torentjeshoek, Dwingeloo; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2025-038 versie 2025-01, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies (verder FNA). Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. FNA is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van FNA. De opdrachtgever vrijwaart FNA voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. 1

Inhoudsopgave 1

INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING

2

SOORTBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

5

2

8 8 8 8 8 8

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET

9

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN

9 9 9 10 11

4.1 VOGELS (ALLEN BAL § 11.2.2) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN (ALLEN BAL § 11.2.3 ) 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek

11 11 12 12 12 13 13 13 14 14 14 14 15 15 15 16 16 16 16 16 16

BEOORDELING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT (OMGEVINGSWET)

17

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 6

4 5 5 5 5 6

BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT OMGEVINGSVERORDENING

3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoeken 4

4

VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN VAATPLANTEN OVERIGE DIERSOORTEN AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF INRICHTEN

NATUURNETWERK DRENTHE

17 17 17 18 18 18 18 18 19

7

BEOORDELING NATURA 2000-ACTIVITEIT (VOORTOETS OMGEVINGSWET) 7.1 DOELEN DWINGELDERVELD 7.2 MOGELIJKE EFFECTEN OP HABITATTYPEN 7.2.1 Effect oppervlakteverlies 7.2.2 Effect verontreiniging 7.2.3 Effect optische verstoring 7.2.4 Mechanische effecten 7.3 MOGELIJKE EFFECTEN OP HABITATRICHTLIJNSOORTEN 7.4 MOGELIJKE EFFECTEN OP VOGELRICHTLIJNSOORTEN

8

CONCLUSIES 8.1 8.2 8.3

9

CONCLUSIE FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEIT (OMGEVINGSWET) CONCLUSIE NATUURNETWERK DRENTHE CONCLUSIE NATURA 2000-ACTIVITEIT (OMGEVINGSWET)

BRONNEN 9.1 9.2

LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES

21 21 22 23 23 23 24 24 24 26 26 26 26 27 27 27

BIJLAGE 1

ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN

28

BIJLAGE 2

STROOMSCHEMA OMGEVINGSWET

30

BIJLAGE 3

LIJST MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN EN RUSTPLAATSEN IN DRENTHE

31

BIJLAGE 4

SAMENVATTING NDFF (1-1-2020 TOT 1-9-2025)

32

BIJLAGE 5

OVERZICHT ALGEMENE VRIJSTELLINGEN PER PROVINCIE

33

BIJLAGE 6

ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN

35

3

1

Inleiding

1.1

Achtergrond

De opdrachtgever wil Camping Torentjeshoek te Dwingeloo door ontwikkelen en aanpassen aan de wensen van de toekomst. Het totaal aantal standplaatsen zal hierdoor niet toenemen, maar de toeristische aantrekkelijkheid van de camping wordt vergroot. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een Vergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een instemming moet aanvragen. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan.

Figuur 1.

Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode vlak (Bron: NDFF).

Concreet bestaat de ontwikkeling uit: • • • • • • • • •

4

wijzigen/aanpassen van de toegang/entree; geen vast bouwblok voor gebouwen ten behoeve van de camping, maar een percentage; bouw en deels vervanging van 5 nieuwe bijzondere accommodaties (boomhutten), waarmee in totaal 6 bijzondere accommodaties aanwezig zijn; mogelijkheid om in de toekomst een deel van de camping te wijzigen naar vakantiewoningen (wijzigingsbevoegdheid); extra parkeerruimte; flexibele inrichting op de camping ten behoeve van tenten/caravans/campers; privé sanitair op extra plaatsen; extra toiletgebouw; verruiming centrumgebouw, inclusief opslag gedeelte.

Figuur 2.

1.2

Overzicht gewenste situatie (Bron: Bijlage 1 – Impressies gewenste situatie Camping Torentjeshoek, BJZ.nu).

Aanleiding

De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.

1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Omgevingswet. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).

1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN).

1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de 5

Omgevingswet. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een Omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).

1.3

Probleemstelling / doelstelling

De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Omgevingswet (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming)?

6

Figuur 3. 7

Foto’s bestaande situatie (juli 2025)

2

Soortbescherming

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt het Besluit activiteiten leefomgeving de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.

2.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.

2.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

2.3

Beschermingsregime andere soorten

Dit zijn de in de bijlage van Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).

2.4

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming gold al een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. Deze wordt in de Omgevingswet nog verder uitgewerkt met extra aandacht voor Rode Lijst-soorten. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.5

Omgevingsverordening

In bijlage 5 bij dit rapport zit een overzicht van de geldende vrijstellingen per provincie.

8

3

Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet

3.1

Ligging onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied voor de Omgevingswet beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.

3.2

Onderzoeksmethode

Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van FNA) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.

3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). (Periode laatste 5 jaar) • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data 2014-2019 gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van FNA. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •

ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)

Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •

9

Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg Natuurnetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies

3.2.2 Veldbezoeken Er hebben 2 veldbezoeken op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

13 juli 2022 Namiddag Onbewolkt 29o Celsius

Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

17 augustus 2022 Ochtend Onbewolkt 27o Celsius

Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

5 juli 2022 Middag Bewolkt 24o Celsius

Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.

10

4

Inventarisatie natuurwaarden

4.1

Vogels (allen Bal § 11.2.2)

4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 980 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 78 soorten. Hierbij zijn 12 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten categorie 1 t/m 4 in Drenthe. Tabel 1.

Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2020 tot 1-9-2025. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten categorie 1 t/m 4 (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Appelvink Grote bonte specht Ransuil Blauwe kiekendief Grote lijster Rode wouw Blauwe reiger Heggenmus Roodborst Boerenzwaluw Holenduif Roodborsttapuit Bonte vliegenvanger Houtduif Scholekster Boomklever Houtsnip Sijs Boomkruiper Huismus Sperwer Boompieper Keep Spreeuw Bosuil Kerkuil Staartmees Buizerd Kievit Tapuit Fitis Kleine bonte specht Tjiftjaf Fluiter Koekoek Tuinfluiter Gaai Koolmees Veldleeuwerik Geelgors Koperwiek Vink Gekraagde roodstaart Kraanvogel Vuurgoudhaan Gele kwikstaart Kramsvogel Wespendief Gierzwaluw Kruisbek Wielewaal Glanskop Kuifmees Winterkoning Goudhaan Matkop Wintertaling Goudvink Merel Witgat Grasmus Middelste bonte specht Witte kwikstaart Grauwe gans Oeverloper Zanglijster Grauwe vliegenvanger Ooievaar Zeearend Groene specht Pimpelmees Zwarte mees Groenling Putter Zwarte specht Groenpootruiter Raaf Zwartkop

11

Tabel 2.

Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Blauwe reiger 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Bosuil 23 2021 t/m Dertien waarnemingen met broedindicatie. Vier 2024 territoria (BMP) vastgesteld in bosgebied rondom camping. Gierzwaluw 3 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Huismus 17 2023 Twaalf waarnemingen met broedindicatie. Soort broedt bij hoofdgebouw en beheerderswoning. Kerkuil 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Raaf 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Ransuil 6 2021, 2023 Vier waarnemingen met broedindicatie op camping Torentjeshoek en één in bosgebied ten W van camping (2023). Betreft waarnemingen van een roepend individu aan de noord- en zuidzijde van het terrein. Er is een vastgesteld territorium ten westen van de camping in gesloten gebied. Rode wouw 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Sperwer 3 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Wespendief 3 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Zeearend 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie. Zwarte specht 10 2021, 2024 Twee waarnemingen met broedindicatie. Betreft baltsend exemplaar in bos ten Z van camping.

4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek op 5 juli 2025 zijn van de jaarrond beschermde soorten aangetroffen in het plangebied, alleen de Huismus aangetroffen. De soort nestelt bij het hoofdgebouw, de bedrijfswoning en bij het toiletgebouw en foerageert met name rondom het terras. Er zijn op het terrein geen horstbomen van roofvogels en uilen aangetroffen. Soorten die tijdens het veldbezoek werden waargenomen zijn Huismus, Tjiftjaf, Vink, Zwartkop, Pimpelmees, Merel, Appelvink, Zanglijster, Grote bonte specht, Goudhaan en Groenling. Bij de boomhutten die vervangen worden zijn geen sporen van nesten aangetroffen. De bomen waarin de boomhutten zijn opgehangen zijn wel geschikt voor kleine zangvogels. In de bomen werd tijdens het veldbezoek vooral gefoerageerd.

4.2

Vleermuizen (allen Bal § 11.2.3 )

4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Meervleermuis • Ruige dwergvleermuis • Franjestaart • Rosse vleermuis • Baardvleermuis • Laatvlieger • Bechstein’s vleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Brandt’s vleermuis • Watervleermuis

12

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 3.

Data NDFF in de periode 1-1-2020 tot 1-9-2025.

Soort Gewone dwergvleermuis

Status Bal § 11.2.3

Tabel 4.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Gewone 1 2 2022 Waarneming ten O van het scoutingterrein van vleermuizen in dwergvleermuis boomkasten.

4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. De onderzoeksperiode is met name geschikt voor visuele inspectie naar verblijfplaatsen van vleermuizen. De vleermuizen zijn nachtactief. Er is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en invliegopeningen en daarbij is gelet op veegstrepen rond invliegopeningen en uitwerpselen op de muur of op de grond onder de verblijfplaats. De geschiktheid van de bebouwing als verblijfplaats is tevens beoordeeld op basis van bouwstijl, materiaalgebruik en staat van onderhoud. Aan de buitenzijde is gekeken naar aanwezigheid van geschikte toegangen. Verblijfplaatsen Gebouwen:

De boomhutten die vervangen worden zijn van hout en hebben geen spouw, geen schoorsteen of luiken/beplating waar vleermuizen in kunnen wegkruipen. Ook de bomen waartussen hangen hebben geen voor vleermuizen geschikte holtes.

Bomen:

Er hoeven geen grote bomen gekapt te worden. Wel wordt er een luxe boomhut geplaatst, maar in deze bomen zaten geen geschikte holtes voor vleermuizen.

Vliegroutes

Er worden geen voor vleermuizen belangrijke structuren aangetast. De structuur van het gebied blijft intact.

4.3

Overige grondgebonden zoogdieren

4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 5.

Data NDFF in de periode 1-1-2020 tot 1-9-2025.

Soort Das Eekhoorn Egel

Status Bal § 11.2.4 Bal § 11.2.4 Bal § 11.2.41

Haas

Bal § 11.2.41

Konijn

Bal § 11.2.41

Mol

Onbeschermd

Ree Steenmarter

Bal § 11.2.41 Bal § 11.2.41

1 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening (zie bijlage 5) De kleien marterachtigen zijn sinds 1-1-2024 niet meer

vrijgesteld in Drenthe.

13

Tabel 6. Soort Das Eekhoorn

Steenmarter

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied 1 1 2024 Waarneming op >200 meter ten zuiden van de camping. 10 2 2020 t/m Waarnemingen verspreid in 2025 bosgebied. Acht waarnemingen op de camping. Geen waarnemingen van nesten/verblijfplaatsen. 2 1 2020, 2024 Beide omgeving Bosbad Paasbergen op ca. 300 meter ten O van de planlocatie en tweede waarneming iets ten Z daarvan.

4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens de veldbezoeken zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Het terrein met de houtsingel is wel ‘geschikt’ foerageergebied voor zoogdieren, zoals de Steenmarter, Boommarter, Das, Veldmuis, Mol, Huisspitsmuis, Egel, Bosmuis etc.

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen

4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 7.

Data NDFF in de periode 1-1-2020 tot 1-9-2025.

Soort Bruine kikker

Status Bal § 11.2.41

Gewone pad

Bal § 11.2.41

Kleine watersalamander

Bal § 11.2.41

Rugstreeppad

Bal § 11.2.3

Er zijn geen vissen of reptielen geregistreerd in de NDFF. Tabel 8.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Rugstreeppad 4 1 2022, 2024 Waarnemingen op zuidelijk deel van de camping. Niet nabij de boomhutten.

4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er zijn tijdens de veldbezoeken geen beschermde amfibieën, vissen of reptielen waargenomen. Er is in het plangebied waar door bouw en deels vervanging van 5 nieuwe bijzondere accommodaties (boomhutten), waarmee in totaal 6 bijzondere accommodaties aanwezig zijn, ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. In het zuidelijk deel is wel geschikt habitat voor amfibieën. De natuurlijke inrichting van het terrein heeft naar verwachting een positief effect op aquatische soorten.

14

4.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 9.

Data NDFF in de periode 1-1-2020 tot 1-9-2025.

Dagvlinders Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot dikkopje Grote weerschijnvlinder Heideblauwtje Hooibeestje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Koevinkje Landkaartje

Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Libellen Bruine winterjuffer Bruinrode heidelibel Grote keizerlibel Heidelibel (soort onbekend) Juffer (onbekend) Paardenbijter Tengere pantserjuffer Vroege glazenmaker Vuurjuffer

Status Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Tabel 10.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Grote weerschijnvlinder 2 1 2024 Twee waarnemingen op dezelfde dag van een individu op het open gedeelte (grasveld) van de camping. Vlakbij waar thans de kruidenstrook ligt.

4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens de veldbezoeken geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. Wel vlogen er op de camping enkele Atalanta’s, Dagpauwogen, Klein witjes en Klein geaderde witjes. Er is in het plangebied al een kruidenstrook aangelegd welke druk wordt bezocht door verschillende soorten insecten (o.a. Landkaartje, Weideschaduwwants, Sint Jansvlinder, Roodwangbromvlieg en Aardhommel). Ook de aanleg van een waterpartij heeft naar verwachting een positief effect.

Figuur 4. 15

Aangelegde bloemrijke kruidenstrook

4.6

Vaatplanten

4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soort geregistreerd. Er zijn wel 937 waarnemingen van 230 onbeschermde soorten geregistreerd.

4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er zijn tijdens de veldbezoeken geen beschermde soorten aangetroffen in het plangebied. Het plangebied waar de ingrepen plaatsvinden is geheel in gebruik als camping/recreatieterrein.

4.7

Overige beschermde soorten

(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)

4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.

4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.

16

5

Beoordeling Flora- en fauna-activiteit (Omgevingswet)

5.1

Vogels

Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op soorten met jaarrond beschermde nesten en op soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 5) zijn uitgesloten. Bij de vervanging van de boomhut en bouw van nieuwe bijzondere accommodaties op een camping, is er een kans op verstoring van broedvogels in de directe omgeving in het broedseizoen niet uitgesloten. Om deze reden moeten we het voorzorgbeginsel hanteren. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen vergunningen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten moet het bouwrijp maken voor het broedseizoen (globale richtlijn 2 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Voorkom het vestigen van broedvogels op het bouwperceel door het plaatsen van wapperende zakken of enkele linten. Op deze wijze zijn effecten op de andere vogels worden uitgesloten.

5.2

Vleermuizen

Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Er gaan geen verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Foerageergebied Er worden geen structuren voor vleermuizen aangetast. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.

5.3

Overige grondgebonden zoogdieren

Effectenbeoordeling Das:

De soort is ver buiten de camping eenmalig waargenomen. Het terrein is wel geschikt om op te foerageren en dit blijft onveranderd. De nieuwe landschappelijke inrichting heeft mogelijk een positief effect.

Eekhoorn

Er worden geen bomen gekapt. Het habitat van de Eekhoorn wordt niet aangetast. Er wordt met name gefoerageerd op de camping.

Steenmarter

Er zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de Steenmarter. Verder vinden er geen ingrepen plaats die het habitat van de Steenmarter aantasten.

Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.

2

Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 17

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Alle werkzaamheden rondom de bijzondere accommodaties vinden plaats op droog gebied met kale ondergrond. De aanleg van een waterpartij zal een positief effect hebben op beschermde reptielen, amfibieën en in later stadium ook vissen.

5.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten op beschermde dagvlinders zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. De soorten profiteren nu al van de aangelegde bloemenstroken. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Effecten op beschermde libellen en juffers zijn uitgesloten, omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden in het biotoop van deze soorten.

5.6

Vaatplanten

Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.

5.7

Overige diersoorten

Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen.

5.8

Aanbevelingen voor natuurinclusief inrichten

Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben met steun van o.a. de Provincie Overijssel een toolbox ontwikkeld (www.bouwnatuurinclusief.nl). In dit geval is vooral gekeken naar de mogelijkheden om iets te doen met kleine zoogdieren. Het vrijblijvend advies is opgenomen in bijlage 6.

18

6

NatuurNetwerk Drenthe

Het NatuurNetwerk Drenthe (NND), waarvan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) het belangrijkste onderdeel is, is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Bovendien horen soms ook bermen, watergangen en kleine bosjes tot het netwerk, onderdelen die belangrijk zijn voor onze biodiversiteit. In totaal is het actuele Drentse natuurnetwerk ruim 70.000 hectare groot. Ongeveer 50.000 hectare is bestaande natuur zoals we dat al tientallen jaren kennen. De grote boswachterijen, de uitgestrekte heidevelden en de oude hoogveenkernen maken daar deel van uit. De 14 Natura 2000-gebieden (27.000 ha) vormen een belangrijk onderdeel van de bestaande natuur. Het behalen van Europese natuurdoelen voor deze gebieden vormen de belangrijkste natuuropgave voor de EHS. Bekende natuurgebieden die deel uitmaken van de NND zijn onder meer Nationaal Park Dwingelderveld, Nationaal Park Het Drents-Friese Wold, de grote boswachterijen in Midden-Drenthe, het hoogveenreservaat Bargerveen, de Drentse Aa, de Hunze en de Reest. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied binnen het NND. Toetsing aantasting wezenlijke kenmerken en waarden (art.

2.28 Provinciale Omgevingsverordenning) De provincie Drenthe heeft de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet expliciet beschreven. Voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN gelden het Natuurbeheerplan 2023 (https://kaartportaal.drenthe.nl) en de aanwezig beschermde waarden als uitgangspunt. In het plangebied is het natuurbeheertype “Kruiden- en faunarijk grasland” N12.02 te vinden op het terrein van camping en aan de randen het natuurbeheertype “Droog bos met productie (N16.03)” (zie figuur 5). Er is gebruik gemaakt van de ambitiekaart uit het Natuurbeheerplan. Effecten: Kruiden- en faunarijk grasland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. De ontwikkelingen zoals beschreven in paragraaf 1.1 vinden deels plaats in dit beheerstype. In de huidige situatie is er voor het beheerstype weinig potentie. De kampeerterrein worden als grasland beheerd ten behoeve van kamperen.

De nieuwe natuurlijke inrichting van het gebied zorgt voor meer gradiënten en biedt meer mogelijkheden om het beheerstype te onwikkelen en heeft derhalve een positief effect. Een eventuele verlenging van het toeristenseizoen heeft weinig tot geen effect op dit beheertype, omdat het vegetatieve seizoen samenvalt met met de drukke toeristische periode. Effecten: Droog bos met productie (N16.03) Droog bos met productie bestaat uit verschillende, veelal van oorsprong aangeplante, bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar. De betekenis voor de biodiversiteit bestaat vooral uit (vaak bedreigde) paddenstoelen, korst- en bladmossen, enkele vaatplanten, insecten en broedvogels. Van de ontwikkelingen die zijn beschreven in paragraaf 1.1, vinden alleen het plaatsen van de extra boomhutten plaats in dit beheerstype. De bomen zelf en de bosbodem blijven in takt. De prefab hutten tasten de bomen niet aan. Conclusie: De nieuwe ontwikkelingen eiden niet tot een aantasting van de wezelijke kenmerken en waarden. De nieuwe landschappelijk inrichtingen met meet gradienten tussen water en land en naar verwachting een positief effect. 19

Figuur 5.

Overzicht van plangebied (rode pijl) met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Drenthe (NND) (Bron: NDFF).

Figuur 6.

Natuurbeheerplan 2023, Beheertypenkaart

20

7 Beoordeling Natura 2000-activiteit (voortoets Omgevingswet) Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Uit onderstaande figuur blijkt dat het plangebied net buiten de begrenzing van “Dwingelderveld” ligt.

Natura 2000 gebied

Negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn derhalve niet met zekerheid uitgesloten en dienen nader onderzocht te worden. De effecten van stikstofdepositie zijn door een ander bureau beoordeeld en maken geen onderdeel uit van deze rapportage.

Figuur 7.

7.1

Ligging van het plangebied (rode vlak) ten opzichte van het lichtgroene Natura 2000-gebied. (Bron: NDFF).

Doelen Dwingelderveld

Habitattypen: 1. H2310 2. H2320 3. H2330 4. H3130 5. H3160 6. H4010A 7. H4030 8. H5130 9. H6230 10. H7110B 11. H7120 12. H7150 13. H9120 14. H9190 21

Stuifzandheiden met struikhei Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Vochtige heiden (hogere zandgronden) Droge heiden Jeneverbesstruwelen Heischrale graslanden Actieve hoogvenen (heideveentjes) Herstellende hoogvenen Pioniervegetaties met snavelbiezen Beuken-eikenbossen met hulst Oude eikenbossen

Habitatsoorten: 1. H1166

Kamsalamander

Vogelrichtlijnsoorten: 1. A004 2. A008 3. A037 4. A039 5. A052 6. A056 7. A236 8. A246 9. A275 10. A276 11. A277

Dodaars Geoorde fuut Kleine zwaan Toendrarietgans Wintertaling Slobeend Zwarte specht Boomleeuwerik Paapje Roodborsttapuit Tapuit

7.2

Mogelijke effecten op habitattypen

Figuur 8.

Habitattypekaart ‘Dwingelderveld’. Binnen de cirkel liggen alle habitattypen die gelegen zijn binnen een afstand van 500 meter vanaf de rand van de camping.

Binnen een straal van 500 meter bevinden zich alleen het habitattypen H2330 Zandverstuivingen (geel op de kaart) en H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes). Wel zijn delen van het plangebied aangewezen als leefgebied voor aangewezen soorten (Lg13 - Bos van arme zandgronden & Lg14 - Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden). Hier gaan we in paragraaf 7.4 op in.

22

Figuur 9.

Effectenindicator LNV

7.2.1 Effect oppervlakteverlies Kenmerk: afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. Effectenbeoordeling: beide habitattypen zijn gevoelig voor oppervlakteverlies. Omdat er geen activiteit plaatsvindt in het Natura 2000-gebied en de betreffende habitattypes, zijn effecten door oppervlakteverlies uitgesloten.

7.2.2 Effect verontreiniging Kenmerk: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, welke stoffen onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling (radioactief en niet radioactief), geneesmiddelen, endocrien werkende stoffen etc. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater, lucht. Effectenbeoordeling: beide habitattypen zijn gevoelig voor verontreiniging. Omdat er geen activiteit plaatsvindt in de directe omgeving van het habitattype en er ook geen stoffen naar het Natura 2000-gebied worden gebracht, zijn effecten door verontreiniging uitgesloten.

7.2.3 Effect optische verstoring Kenmerk: optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. 23

Effectenbeoordeling: beide habitattypen zijn gevoelig voor optische verstoring. Omdat er geen activiteit plaatsvindt in het habitattype, maar op de locatie van de bestaande camping zijn effecten door optische verstoring uitgesloten.

7.2.4 Mechanische effecten Kenmerk: Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers. Effectenbeoordeling: beide habitattypen zijn gevoelig voor mechanisch effecten. Omdat er geen activiteit plaatsvindt in het habitattype, maar op en rond de plaats van de huidige camping zijn effecten door mechanische effecten uitgesloten.

7.3

Mogelijke effecten op Habitatrichtlijnsoorten

De activiteiten vinden plaats buiten het Natura 2000-gebied en buiten de leefgebieden van de Kamsalamander. Deze soort is in het gehele onderzoeksgebied niet waargenomen in de afgelopen 5 jaar volgens het NDFF. De soort wordt wel waargenomen in de vennen aan de randen van het heidegebied (alle waarnemingen op > 1 kilometer van het plangebied).

7.4

Mogelijke effecten op Vogelrichtlijnsoorten

Van de aangewezen Vogelrichtlijnsoorten is er in de omgeving alleen geschikt leefgebied aanwezig voor de Zwarte specht. Voor de Boomleeuwerik, Dodaars, Geoorde fuut, Kleine zwaan, Toendrarietgans, Wintertaling, Slobeend, Paapje, Roodborsttapuit en Tapuit is er geen geschikt habitat aanwezig in het plangebied. Effecten op de instandhoudingsdoelen van deze soorten zijn dan ook uitgesloten. De Zware specht komt met name voor in de leefgebieden 13 en 14 (zie figuur op volgende pagina). Het grootste deel van het bosgebied van de Dwingelderveld heeft deze typering gekregen. Voor de soort is het vooral van belang dat dikke Beuken in het Natura 2000-gebied gespaard worden. Nestlocaties “In het Drents-Friese Wold zijn in de periode 1996-2019 27 zekere nesten van Zwarte Spechten gevonden, waarvan 20 in Beuk (19x levend, 1x dood), 3x in Fijnspar (alle dood), 2 in Amerikaanse Eik (levend), en 1x in een dode Grove Den. Het aandeel in dode Fijnspar is waarschijnlijk onderschat, omdat dergelijke nesten moeilijk zijn te vinden. In Dwingeloo zaten alle zes in 2018-19 gevonden nesten in Beuk. De sterke voorkeur voor Beuk, die slechts een paar procent van het bosareaal beslaat, en dode naaldbomen heeft waarschijnlijk te maken met de gladde stam en de schaarste aan takken onder de nestholte. De nesten zaten vooral in vrij open opstanden met veel aanvliegruimte tussen de stammen.

Aanwezigheid van wegen en paden was niet van invloed. Diverse nesten zaten direct langs een (fiets)pad, met de nestopening in de richting van het pad.” (Van Kleunen, 2020) NDFF Er zijn in het onderzoeksgebied twaalf waarnemingen van individuele Zwarte spechten, waarvan er 2 waarnemingen waren met broedindicatie (baltsende/roepende spechten). Eén in de uiterste zuidelijk punt van de camping (2021) en één op ruim 150 meter ten O van de camping (2017). Veldwaarneming Tijdens het veldbezoek zijn er in het plangebied geen nestbomen van Zwarte spechten aangetroffen.

24

Figuur 10.

Leefgebiedenkaarten met leefgebied van onder andere de Zwarte specht.

Doordat de activiteit niet in het Natura 2000-gebied plaatsvindt en er geen bomen worden gekapt die geschikt zijn voor de Zwarte specht en er geen nestlocaties zijn in het plangebied, zijn effecten op het instandhoudingsdoel van de Zwarte specht uitgesloten. 25

8

Conclusies

8.1

Conclusie Flora- en fauna-activiteit (Omgevingswet)

Voor de conclusies aangaande soorten verwijzen wij naar onderstaande tabel. Voor de activiteit is geen Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig, mits men rekening houdt met het broedseizoen (zie paragraaf 5.1). Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning (Gemeente Westerveld) te laten bevestigen. Eventueel kunt u het ook nog ter beoordeling aan de provincie voorleggen. Tabel 11.

Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Ingreep verstorend

Nader onderzoek noodzakelijk

Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit noodzakelijk?

Bijzonderheden / opmerkingen

Broedvogels

Nee, mits

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8 Verbavangen en bouwen van de bijzondere accommodaties buiten het broedseizoen.

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2 & 5.8

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.2

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.3 & 5.8

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Vissen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.4

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.5

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.6

Overige soortgroepen

Nee

Nee

Nee

Zie verder paragraaf 5.7

Vogels

Vleermuizen

8.2

Conclusie NatuurNetwerk Drenthe

Er zijn geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden in de NND-gebieden te verwachten.

8.3

Conclusie Natura 2000-activiteit (Omgevingswet)

Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een Omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is dan ook niet noodzakelijk.

26

9

Bronnen

9.1

Literatuur

• • • • • • • • • •

9.2 • •

27

Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Fopma NatuurAdvies, 2024 QuickScan en Voortoets voor Camping Torentjeshoek, Dwingeloo (update Omgevingswet); Fopma NatuurAdvies, Rapport 2024-630, Wapse. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Provincie Overijsel, 2019. Brochure: Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden.

Geraadpleegde websites

• • • • • •

www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl

[verspreidingsgegevens vogels] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]

• •

www.bouwnatuurinclusief.nl https://calculator.aerius.nl/

[toolbox Natuurinclusief bouwen] [AERIUS-calculator 19.0]

BIJLAGE 1

Algemene verbodsbepalingen

Besluit activiteiten leefomgeving (Omgevingswet vanaf 1-1-2024) § 11.2.2 Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten vogelrichtlijn Artikel 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen) 1) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a) het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b) het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c) het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d) het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

2) Het verbod geldt niet, als: a) het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b) de activiteit uitvoering geeft aan: i) een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of ii) een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3) Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.

§ 11.2.3 Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten habitatrichtlijn Artikel 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) 1) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a) het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b) het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c) het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d) het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied.

2) Het verbod geldt niet als: a) het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan artikel 16, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of b) de activiteit uitvoering geeft aan: i) een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of ii) een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3) Onder de soorten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet begrepen de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn.

28

§ 11.2.4 Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten Artikel 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) 1) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a) het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b) het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c) het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

2) Het verbod geldt niet als: a) het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b) het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c) de activiteit deel uitmaakt van: i) een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of ii) een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn.

29

BIJLAGE 2

Bron: NatuurInclusief

30

Stroomschema Omgevingswet

BIJLAGE 3 Lijst met jaarrond beschermde nesten en rustplaatsen in Drenthe Soort Steenuil Aalscholver Blauwe reiger Gierzwaluw Huismus Huiszwaluw Ringmus Roek Zwarte stern Bosuil Grote gele kwikstaart Kerkuil Oehoe Raaf Slechtvalk Zwarte specht Boomvalk Draaihals Havik Ransuil Rode wouw Sperwer Wespendief Zeearend Zwarte wouw

Categorie 1 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Soort Bergeend Boerenzwaluw Buizerd Gekraagde roodstaart Glanskop IJsvogel Kleine bonte specht Kokmeeuw Kraanvogel Middelste bonte specht Oeverzwaluw Paapje Ruigpootuil Scholekster Spreeuw Torenvalk Visdief Wilde zwaan

Categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus). 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (bijvoorbeeld: bosuil, kerkuil en steenuil). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, sperwer en ransuil). 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd.

31

BIJLAGE 4

Samenvatting NDFF (1-1-2020 tot 1-9-2025)

Omgevingswet - Vogelrichtlijn Appelvink Grasmus Boerenzwaluw Grauwe gans Bonte vliegenvanger Grauwe vliegenvanger Boomklever Groene specht Boomkruiper Groenling Boompieper Grote lijster Bosuil Heggenmus Buizerd Holenduif Fitis Houtduif Fluiter Huismus Gaai Kleine bonte specht Geelgors Koekoek Gekraagde roodstaart Koolmees Glanskop Kuifmees Goudhaan Matkop Goudvink Merel

Pimpelmees Putter Ransuil Roodborst Spreeuw Staartmees Tjiftjaf Tuinfluiter Vink Vuurgoudhaan Winterkoning Witte kwikstaart Zanglijster Zwarte mees Zwarte specht Zwartkop

Omgevingswet - Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis Rugstreeppad Omgevingswet - andere soorten Bruine kikker Gewone pad Das Grote weerschijnvlinder Eekhoorn Haas Egel Kleine watersalamander

32

Konijn Ree Steenmarter

BIJLAGE 5

33

Overzicht algemene vrijstellingen per provincie

34

BIJLAGE 6

Adviezen natuurinclusief bouwen

Advies 1 Vleermuizen (gevel)

35

Advies 2 Vleermuizen (kast)

Vleermuis inbouwkast Type Schwegler 1FE .

(Veldshop.nl)

Of een externe kast.

Links: Type: Vleermuizenkast Beaumaris Maxi Rechts: Type: Vleermuis Zomergevelverblijf 1FQ

(Vivara.nl) (Veldshop.nl)

Bron: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/inbouwkast-voor-vleermuizen

36

Advies 3 Huismus Inbouw (Vivarapro.nl):

Losse nestkasten:

Type: Systeem-nestkast huismus eco 34 mm (Vivara.nl)

37

Advies 4 Boerenzwaluw

Kunstnest voor de Boerenzwaluw kan opgehangen worden in open kapschuren (liefst bij vee).

38

Advies 5 Kleine marterachtigen

Bij

39

Bij de landschappelijke inrichting kan met rekening houden met kleine marterachtigen en egels door: 1.

De aanplant van heggen en houtwallen of de aanleg van groene oevers vormen een mogelijkheid om de leefgebieden van bunzing, egel, hermelijn en wezel te verbeteren. Hiermee kunnen zowel verbindingen als rustplaatsen worden ontwikkeld.

2.

Droge greppels kunnen geschikt worden gemaakt als leefgebied of verbindingszone door de aanplant van struiken, zodanig dat ze voldoende dekking bieden.

3.

Rommelhoekjes in de tuin of op het erfkunnen worden gecreëerd door het aanleggen van een takkenhoop of een hoop stenen met daaronder een ruimte waarin de kleine marterachtigen nestkamer kan bouwen. Eventueel kan een nestkast van hout worden gebouwd.

4.

Het voedselaanbod kan worden vergroot door het graven van poelen, het maken van takkenrillen en het plaatsen van ‘muizenruiters’. Muizenruiters werden vroeger gebruikt om hooi in het veld te drogen en bestaan uit een stellage van drie tegen elkaar staande staken, met daartussen dwarsbalken. Hierop wordt hooi aangebracht. Veldmuizen verblijven graag in hooi en vormen een voedselbron voor kleine marterachtigen. Het hooi moet ten minste jaarlijks vervangen worden.

(Bron: brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing Egel Hermelijn en Wezel, provincie Overijssel)

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=1be1c9a6-c0ee-4642-937b-0b70d63b5ca1