CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 RWP Westerveld 2023 - 2028

Politieke avond Westerveld 27 september 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Riolering en Water Programma 2023-2028 (spreekrecht)24.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

artikel 228a van de

De rioolheffing is een bestemmingsheffing. De inkomsten uit de rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de gemeentelijke zorgplichten. De inkomsten uit de rioolheffing mogen wel aangevuld worden met inkomsten uit de algemene middelen. In fiscaal-juridische zin betekent dit dat de heffing een zuivere belasting is. Belangrijke aandachtspunten van de rioolheffing zijn:

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 38

• De opbrengsten zijn bestemd voor het doel waarvoor de heffing in het leven is geroepen: - het inzamelen en transporteren van afvalwater; - het verwerken van hemelwater; - het ingrijpen in de grondwaterstand. • De heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente voor dit doel maakt (maximaal 100% kostendekkend). Ook mag de gemeente de opbrengst niet aan andere zaken uitgeven. • De vormgeving van de heffing moet een relatie hebben met de gemeentelijke watertaken. De gemeente treft de voorzieningen in het algemeen belang, maar zij moet de kosten wel op een aanvaardbare manier verdelen. Dit houdt in dat er een zekere relatie moet zijn tussen het kostenverhaal via de rioolheffing en het belang dat de belastingplichtige heeft bij de voorzieningen (profijtbeginsel). De kaders van de begrotingsregels liggen vast in: • Gemeentewet • Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) • Notitie riolering commissie BBV • Jurisprudentie (i.o.)

Rioolploeg en camera inspectie riolering

In bijgaand kader wordt in negen onderwerpen ingegaan op de specifieke onderdelen van de begrotingsregels voor de rioolheffing vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 39

6.2 – Kosten voor het beheer Het dagelijkse beheer van de riolering, ook wel aangeduid als beheer en onderhoud, is van essentieel belang om het systeem goed te laten functioneren. Activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van gemeentelijke watertaken mogen worden toegerekend aan het rioleringsbeheer. Sommige activiteiten worden enkel uitgevoerd ten behoeve van de gemeentelijke watertaken en worden daaraan geheel toegerekend, bijvoorbeeld het inspecteren en reinigen van de riolering. Daarnaast zijn er gemengde activiteiten, zie bijgaand kader. Voor deze activiteiten geeft de begroting aan welk gedeelte van de kosten ten laste van de rioolheffing wordt gebracht, op basis van het beleid uit het RWP. Tot slot zijn er activiteiten die niet bij de riolering horen. Deze zijn natuurlijk niet uitputtend op te sommen. Enkele worden wel aangetipt in hetzelfde kader, omdat er discussie over kan ontstaan. In het overzicht hiernaast en op de volgende pagina zijn de uitgaven per onderdeel weergegeven voor de planperiode.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

RIOLERING BEHEER

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Overige goederen en diensten

22.000

22.000

22.000

22.000

22.000

22.000

Herstelwerkzaamheden ivm schade

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

Contributies en lidmaatschappen

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

150.000

Inningskosten

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Oppompkosten waterschap

41.000

41.000

41.000

41.000

41.000

41.000

Onderhoud drukrioolsysteem

44.000

44.000

44.000

44.000

44.000

44.000

Reiniging kolken

58.500

58.500

58.500

58.500

58.500

58.500

Onderhoud vijvers, bergingen en wadi's

47.467

54.731

60.568

95.309

26.327

29.247

Reiniging vrijverval

90.500

90.500

90.500

90.500

90.500

90.500

Reiniging drainage

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Monitoring overstorten

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Gemalenbeheer SAM

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Beheersysteem Kikker

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Telemetrie H2Go

6.200

6.200

6.200

6.200

6.200

6.200

482.867

490.131

495.968

530.709

461.727

464.647

Elektra

Totaal

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 40

RIOLERING BEHEER

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verzekeringen

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Advisering en begeleiding

24.200

24.200

24.200

24.200

24.200

24.200

Camera inspectie

62.000

62.000

62.000

62.000

62.000

15.000

Onderzoeken en maatregelenprogramma

8.500

15.000

8.500

8.500

8.500

8.500

Uitvoeren grond- en regenwaterbeleid

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Incidenteel onderzoek SSW, OAS, RWP

10.000

3.500

3.500

28.800

3.500

25.000

Actualisatie beheersystemen

15.000

15.000

15.000

10.100

10.100

10.100

Vegen molgoten

30.500

30.500

30.500

30.500

30.500

30.500

45.000

45.000

Aanvullend in RWP:

Digitaliseren huisaansluitingen Gezamenlijk onderzoek Fluvius en bijdrage RUA

8.500

8.500

8.500

8.500

8.500

8.500

Nader onderzoek kwetsbare locaties vanuit klimaatatlas

20.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Onderzoek stimuleringsregeling

10.000 231.900

161.600

136.100

Actualisatie stresstest Totaal

Samenvatting

Inhoud

De tabel op de volgende pagina geeft aan met welke investeringen wordt gerekend in de planperiode: Voor de klimaatmaatregelen is voorlopig een inschatting opgenomen. Zodra alle investeringen en baten vanuit de impulsgelden in beeld zijn, kunnen we dit exact opnemen in de rioolheffingsberekening. Indien dit leidt tot een significante afwijking, komen we hiervoor terug met een nieuw voorstel gedurende deze planperiode.

7.000 193.000

1. Context

6.3 – Uitgaven voor investeringsprojecten Riolering heeft geen oneindige levensduur. Om kwalitatieve redenen moeten onderdelen van de riolering (putten, buizen, gemalen, persleidingen, e.d.) na verloop van tijd worden gerenoveerd of vervangen. Het betreft investeringsprojecten die bedoeld zijn om langjarig te functioneren. Het gaat om grote bedragen die binnen de begrotingsregels van de BBV een aparte plek hebben ten opzichte van het dagelijkse beheer en onderhoud.

173.000

218.500

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 41

6.4 – Lastenverdeling over generaties en tariefs-egalisatie Het berekenen van de benodigde rioolheffing is in essentie het in balans brengen van de inkomsten en uitgaven. Tussen beide staat de keuze van afschrijven en/of sparen. Deze keuze heeft een dempend effect maar omvat ook een keuze welke generatie profijt heeft van een werk en welke ervoor betaalt. Daarnaast is een demper gewenst als tariefs-egalisatie zodat de heffing niet van jaar tot jaar varieert afhankelijk van de projecten van dat jaar en van eventuele mee- of tegenvallers. In bijgaand kader meer informatie over verdeling van de lasten over huidige en toekomstige generaties. In gemeente Westerveld is sprake van het ideaalcomplex. Alle lasten worden gedekt uit de inkomsten van de rioolheffing van hetzelfde jaar. Deze systematiek kent een aantal voordelen. Het tarief is niet afhankelijk van schommelingen in rente. Bij veel gemeenten zijn hoge boekwaarden van investeringen, waardoor de invloed van rente groot kan zijn. Het tarief kan in de planperiode

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Leidingen

€ 154.385

€ 165.860

€ 203.704

€ 209.607

€ 208.877

€ 223.540

Gemalen (mech/elektr)

€ 93.000

€ 19.050

€ 19.050

€ 45.000

€ 19.050

€ 19.050

Gemalen (bouwkundig)

€0

€ 17.000

€ 20.000

€ 13.000

€0

€ 13.000

Drukriolering (mech/elektr)

€ 24.500

€ 24.500

€ 24.500

€ 24.500

€ 24.500

€ 24.500

Drukriolering (bouwkundig)

€0

€ 12.000

€ 15.000

€ 12.000

€0

€ 75.000

Stedelijk Water

€ 43.500

€ 43.500

€ 43.500

€ 43.500

€ 43.500

Afkoppelen en Klimaatmaatregelen

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

Totaal

€ 465.385

€ 431.910

€ 475.754

€ 497.607

€ 445.927

€ 548.590

gelijk blijven doordat er geen oplopende kapitaallasten zijn. Eventuele schommelingen in uitgaven worden opgevangen door de voorziening hiervoor in te zetten, zodat het tarief niet jaarlijks hoeft worden aangepast.

6.5 – Vormgeving van het tariefsysteem van de rioolheffing Gemeenten hebben vanuit de Gemeentewet – artikel 2.28 de mogelijkheid tot een heffing om de kosten voor de gemeentelijke watertaken te bestrijden. Bijgaand kader schetst enkele wetenswaardigheden rondom de rioolheffing en mogelijke varianten. In het volgende kader staat een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de verordening rioolheffing

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 42

in onze gemeente. Gemeente Westerveld heft aan de eigenaren van een object gebaseerd op de WOZ-waarde. Het gemiddelde tarief is €209,-. Dat kan gelijk blijven gedurende de planperiode (2023- tot en met 2028), behoudens jaarlijkse inflatiecorrectie.

6.6 – Berekening van de benodigde rioolheffing Deze paragraaf geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande paragrafen komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing. De rioolheffing is over een periode van 20 jaar berekend. Er is gekeken naar eventuele investeringspieken buiten deze periode (doordat veel riolen tegelijk aan het eind van hun levensduur komen). Deze pieken worden pas verwacht na 2030. Er is een kostendekkende rioolheffing berekend over de periode van 2023 tot en met 2042. Zowel de baten (tarief rioolheffing en aantal heffingseenheden) als een overzicht van alle lasten zijn in het berekeningsmodel gebracht. De lasten betreffen de lopende kapitaallasten, de exploitatiekosten (met onder andere doorberekening van personeelskosten), de beheer- en onderhoudskosten (zoals reiniging en inspectie), benodigde onderzoekskosten en investeringen. Uitgangspunt is dat het tarief 100% kostendekkend is. Er is in de berekening gerekend zonder inflatie-correctie. Bij de tariefstelling wordt dat jaarlijks bepaald.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

Afvoergoot

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

RWP Fluvius | 43

Er is voor de rioolheffingsberekening gebruik gemaakt van het rioleringsmodel van gemeente Groningen dat zij zelf hebben ontwikkeld om niet afhankelijk te zijn van externe adviesbureaus. Dit model is getoetst en goedgekeurd door een accountant.

Gemiddeld tarief rioolheffing € 350 € 300 € 250 € 200

€ 209 € 209 € 209 € 209 € 208 € 208 € 208 € 223 € 240 € 258 € 278 € 299 € 299 € 298 € 298 € 298 € 281 € 265 € 250 € 236

€ 150 € 100 € 50

107051,7

115240,5

2. Beleidskaders voor het RWP

2042

2041

2040

2039

Overhead Personeel Investeringen (via voorziening)

380750

Elektra Inningskosten

153400

Beheer en onderhoud Dotatie aan voorziening (tbv investeringen)

3800

1. Context

2038

Btw exploitatie

246420

410700

In de cirkeldiagram rechtsonder is te zien hoe de huidige rioolheffing is opgebouwd.

Inhoud

2037

Btw Investeringen

465385

Samenvatting

2036

2035

2034

2033

Opbouw huidige rioolheffing

700000

Het verloop van de benodigde rioolheffing is weergegeven in de grafiek rechtsboven (let op: deze waarden zijn op prijspeil 2022 en moeten jaarlijks nog worden verhoogd met de prijsindex).

2032

2031

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

€0 2023

Gemeente Westerveld hanteert het zogenaamde ideaalcomplex. Alle uitgaven worden gedekt uit de inkomsten van de rioolheffing van hetzelfde jaar. Het tarief kent een vast deel en een variabel deel gebaseerd op de WOZ-waarde van een object. De voorziening heeft een egaliserend karakter en varieert in de berekende periode. Voorgesteld wordt om de komende periode het tarief stabiel te houden omdat op middellange termijn het tarief moet stijgen door toenemende vervangingsinvesteringen. De tariefstijging na de planperiode berust vooral op theoretische afschrijving van assets, hoeveel het tarief werkelijk moet stijgen zal afhankelijk zijn van de uitkomsten van onderzoeken die gedurende de planperiode worden uitgevoerd.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Colofon Rob van der Velde, WATERmaat Diane Schepers, Waterbureau Schepers Fluvius projectgroep RWP Vormgeving: fresh focus Fotografie: Thomas Klomp, Scherpgesteld Illustratie: Wilfried Jansen of Lorkeers Tekst:

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Gemeente Westerveld Raadhuislaan 1, Diever Postbus 50, 7970 AB Havelte Tel. | 14 0521 Mail | info@gemeentewesterveld.nl Twitter | @gem_westerveld

Verwijzing van pagina 11

RWP Fluvius | 46

Artikel 4.22 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat ten minste: a. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3.6 van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a; c. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Indien in de gemeente een gemeentelijk milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een gemeentelijk rioleringsplan. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 11

RWP Fluvius | 47

Artikel 4.23 Wet milieubeheer 1. Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval: a. gedeputeerde staten, b. de beheerders van de zuiveringstechnische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd. 2. Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister. 3. Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 11

RWP Fluvius | 48

Overzicht uitgevoerde maatregelen tijdens planperiode Watertakenplan • De gestelde bestuurlijke doelen vanuit het Bestuursakkoord Water, kostenbeheersing, kwaliteitsverbetering en vermindering kwetsbaarheid zijn behaald. • Er zijn diverse onderzoeken verricht om het rioleringssysteem te optimaliseren. • De versnipperde en verouderde BRP’s (Basisrioleringsplannen) zijn omgezet in één actueel en digitaal BRP Westerveld waardoor de systeemkennis en toegankelijkheid gegevens sterk is verbeterd. • Gekoppeld aan vraagstukken uit dit BRP is samen met het waterschap een meet- en monitoringsplan opgezet en in uitvoering. • Het rioolbeheersysteem is verder geoptimaliseerd en het gegevensbeheer is nu goed op orde. Inspecties van de riolering wordt nu planmatig uitgevoerd, verwerking gegevens blijft een aandachtspunt. • De reiniging van riolen, straat- en trottoirkolken en het vegen van goten is volgens plan verlopen. • Er zijn bij de oudere rioolgemalen pompen en diverse elektrischeen mechanische componenten vernieuwd om de bedrijfszekerheid te waarborgen. • Het beheersysteem voor rioolgemalen is volledig gevuld en het onderhoud door het buitenbedrijf wordt volledig digitaal verwerkt en

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

geregistreerd. Hierdoor wordt er nu een digitale historie opgebouwd die ook kan worden benut om tot een beter op de praktijk gerichte meerjarenplanning te komen. • Het (preventief) reinigen en inspecteren van de rioolgemalen en randvoorzieningen door het buitenbedrijf is volgens plan verlopen en vertaald zich in een laag storingsgedrag. • Voor de twee drinkwatergebieden binnen de gemeente Westerveld zijn de gebiedsdossiers geactualiseerd. • Vervanging van riolering heeft in deze planperiode maar op beperkte schaal plaatsgevonden. In het kader van risico-gestuurd rioolbeheer zijn daartegenover veel lokale reparaties uitgevoerd om daardoor de totale levensduur te verlengen. • Binnen integrale werken zoals dorpsvernieuwingsplannen en wegbeheer (zoals o.a. Ruimtelijk Actieplan Havelte, Dorpsstraat Vledder, Lheeweg en Heuvelenweg Dwingeloo) is van totaal 47.320 m² aan wegen en daken de regenwaterafvoer afgekoppeld van het gemengde rioolstelsel. Hierbij is daarnaast 4.020 m³ aan waterberging aangebracht. • De 2e fase van het volledig scheiden van VGS systemen is uitgevoerd waardoor nog eens 20.000 m2 is afgekoppeld van het gemengde rioolstelsel.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 11

RWP Fluvius | 49

• Onderhoud van het watersysteem van sloten, waterbergingen en wadi’s binnen de bebouwde kom heeft volgens plan plaatsgevonden. • Er heeft een inventarisatie plaatsgevonden van duikers in het totale watersysteem in Westerveld. Invoering in het beheersysteem en verbeterd onderhoud moet nog plaatsvinden. • In de planperiode is door o.a. areaaluitbreiding het aantal fte’s voor gemalenbeheer met 0,5 fte uitgebreid. De functie van rioolbeheerder is aangepast zodat het watersysteem meer onderdeel is van de gehele (riool)waterketen. Dit heeft geen uitbreiding van fte tot gevolg gehad, wel vermindering van kwetsbaarheid.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 11

RWP Fluvius | 50

Ontwikkeling rioolheffing tijdens planperiode Watertakenplan Tijdens de planperiode is kritisch beoordeeld of investeringen werkelijk noodzakelijk waren, of volgens het risicogestuurd beheer de levensduur door geringe reparaties nog verlengd kon worden.. Deze zijn uiteindelijk lager uitgevallen dan aangenomen. Ook duren sommige planprocessen soms langer dan gepland door bijvoorbeeld participatietrajecten, waardoor investeringen later worden gedaan dan opgenomen in het watertakenplan. Al met een gunstig effect op de rioolheffing in de afgelopen planperiode.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 18

RWP Fluvius | 51

Artikel 2.16 Omgevingswet 1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: Lid 1.a.3 - de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt: a. op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. 3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 52

Artikel 10.33 Wet milieubeheer 1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een gemeente, waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. 3. Op verzoek van burgemeester en wethouders kunnen gedeputeerde staten in het belang van de bescherming van het milieu ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, voor: a. een gedeelte van het grondgebied van een gemeente, dat gelegen is buiten de bebouwde kom, en b. een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten wordt geloosd.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

4. De ontheffing bedoeld in het derde lid kan, indien de ontwikkelingen in het gebied waarvoor de ontheffing is verleend daartoe aanleiding geven, door gedeputeerde staten worden ingetrokken. Bij de intrekking wordt aangegeven binnen welke termijn in inzameling en transport van stedelijk afvalwater wordt voorzien.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 53

Afvalwaterbeleid voor woningen binnen de bebouwde kom • Gemeenten hebben de plicht om afvalwater in te zamelen binnen de bebouwde kom. Zie artikel 2.16 van de Omgevingswet. • Voor lozers geldt binnen de bebouwde kom een vrijwel volledig lozingsverbod richting bodem en oppervlaktewater. Dit is geregeld in Artikel 7 en Artikel 10 Blah, het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Onder de nieuwe wetgeving van de Omgevingswet is dit geregeld in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. Dit beleid geldt vanwege de volksgezondheid en bewoonbaarheid. Afvalwater in de leefomgeving kan aanleiding geven tot ziekten. Gemeenten hebben beleidsvrijheid om de Bruidsschat aan te passen. - Het lozingsverbod geldt niet als de riolering op meer dan 40 meter afstand ligt (zie Blah). - Het lozingsverbod kan tijdelijk worden opgeheven met een maatwerkvoorschrift als er sprake is van een aanwezige zuiveringsvoorziening die nog niet is afgeschreven (zie Blah). • Beide bovengenoemde punten leiden samen tot de conclusie dat in de bebouwde kom aansluiting op de riolering feitelijk verplicht is. • Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en/of het zogenaamde “off-grid” streven, gelden dezelfde regels. Er geldt binnen de bebouwde kom een lozingsverbod voor afvalwater naar de bodem en het oppervlaktewater.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

• Het afzien van een aansluiting op de riolering binnen de bebouwde kom kan alleen als er geen afvalwater vrijkomt uit de woning. Dit is in de huidige manier van wonen vrijwel ondenkbaar. Experimenteel kun je echter denken aan het volgende: - De woning wordt niet aangesloten op het drinkwaternet. Aansluiting op het drinkwaternet leidt hoogstwaarschijnlijk tot grote hoeveelheden afvalwater en dat wil je juist niet. - De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking. - De woning heeft geen bad of douchevoorziening. Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater. Wil je zonder riolering, dan kun je beter denken aan een centrale badplaats. - De woning heeft geen wasmachine. Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten. Wil je zonder riolering, dan kun je beter kiezen voor een centrale wasserette. - De keuken heeft water uit een kleine voorziening zoals een jerrycan. Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden benut voor plantenbakken in huis of in de tuin.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 54

• Lid 3 van artikel 2.16 van de Omgevingswet geeft een opening voor alternatieve systemen: In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. - Opgemerkt moet worden dat recent in Almere Oosterwold slechte ervaringen zijn opgedaan met individuele systemen voor afvalwater in een woongebied. Gemeente en waterschap zijn teruggekomen op toestemming en eisen alsnog aansluiting op de riolering.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 55

Afvalwaterbeleid voor niet-woningen binnen de bebouwde kom Bedrijven Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. De gemeente en het waterschap treden hierin gezamenlijk op en kunnen nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen. Evenementen. Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. Zie 5.5.4.2 Evenementenbeleid 2016 gemeente Westerveld. De organisator is zelf verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van eventueel vrijkomend afvalwater. Een eventueel lozingspunt moet in overleg met het team Openbare Ruimte worden bepaald. Indien er op het gewenste terrein geen lozingspunt aanwezig is, terwijl tijdens het evenement wel afvalwater vrijkomt, kan het afvalwater in overleg met het team Openbare Ruimte opgevangen worden op een naburig toegestaan lozingspunt.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

Woonboten Een woonboot wordt beschouwd als woning. Dit volgt uit het Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens, Artikel 1, lid 1b. Aansluiting op de riolering is verplicht bij een vaste ligplaats. Lozing vanuit de woonboot op het oppervlaktewater is verboden. Boten Een varende boot wordt niet gezien als woning en kan niet worden aangesloten op de riolering. Lozing van afvalwater op oppervlaktewater is echter wel verboden. De bestuurder van de boot dient er op toe te zien dat afvalwater wordt geloosd op een geschikte locatie.. De gemeente ontvangt het afvalwater vanuit een haven net zoals een bedrijfsmatige lozing. De eigenaar/beheerder van een haven is verantwoordelijk voor een inzamelsysteem in de haven. Gebouwen zonder afvalwater Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes zonder drinkwater en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 56

Afvalwaterbeleid in het buitengebied Onderstaand het beleid voor afvalwater voor woningen en nietwoningen buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is niet vanzelfsprekend riolering aanwezig. De gemeente bepaalt, veelal in overleg met waterschap en provincie of in een gebied riolering wordt aangelegd of niet. Deze keuze is doorslaggevend voor de situatie van de lozer. In gemeente Westerveld is het beleid om zoveel mogelijk afvalwater in te zamelen met drukriolering, omdat hiermee de lozing van afvalwater in natuur en milieu wordt voorkomen. Formeel geldt voor elke lozer één van de volgende situaties: • Als er riolering in de buurt is, dan valt de lozer onder een lozingsverbod. Zie de afstandscriteria hieronder. De lozer zal dan veelal kiezen voor aansluiting op de riolering onder voorwaarden die de gemeente daaraan stelt. Soms is afvoer per as of lozing in de mestkelder een alternatief, maar in de praktijk is in gemeente Westerveld het aansluiten op de riolering de toegepaste methode. • Is er geen riolering in de buurt, dan is een IBA (individuele zuivering) toegestaan, van waaruit het gezuiverde water wordt geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater. Ook hier kan afvoer per as of de mestkelder een alternatief zijn. Door het reeds aanwezige

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

fijnmazige systeem van drukriolering in gemeente Westerveld zal deze situatie weinig voorkomen. Het biedt echter een kans voor mensen die off-grid willen wonen en toch afvalwater produceren. In gebieden met riolering geldt voor afvalwater een lozingsverbod in de bodem. In overleg met het waterschap geldt tevens een lozingsverbod voor afvalwater op oppervlaktewater. Lozen van huishoudelijk afvalwater of daarop gelijkend bedrijfsafvalwater in de bodem of op oppervlaktewater is alleen toegestaan als de riolering verder weg ligt dan: • 40 m bij lozingen tot en met 10 i.e. • 100 m bij lozingen van 11 tot 25 i.e. • 600 m bij lozingen van 25 tot 50 i.e. • 1500 m bij lozingen van 50 tot 100 i.e. • 3000 m bij lozingen van 100 tot 2000 i.e. • Deze afstandscriteria zijn afkomstig uit artikel 3.4 van het Activiteitenbesluit en krijgen opvolging in de Bruidsschat voor het omgevingsplan. • In gebieden zonder riolering is een individuele voorziening voor de zuivering van afvalwater (IBA) vereist. Afhankelijk van de soort en hoeveelheid afvalwater worden hieraan eisen gesteld.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 19

RWP Fluvius | 57

Riolering in het buitengebied betreft meestal drukriolering, een stelseltype waarmee grote afstanden kunnen worden overbrugd. Daarnaast zijn andere systemen mogelijk zoals vacuüm of lucht-pers. Het lozen van hemelwater of grondwater of oppervlaktewater op de (druk)riolering is verboden omdat het systeem dan overbelast raakt. Dergelijke overbelasting treedt soms op bij de pompunit op de betreffende locatie maar soms ook op andere plekken dan de lozingslocatie doordat pompen elkaar wegdrukken.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 20

RWP Fluvius | 58

Beleid voor nieuwe aansluitingen of grotere lozingen op bestaande riolering • Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Deze bepaling uit het Bouwbesluit 2012 wordt overgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regels voor de terreinriolering komen terug via artikel 22.12 van de Bruidsschat voor het omgevingsplan. In overleg vooraf moet met het team Openbare Ruimte worden bepaald op welke plaats, op welke hoogte en met welke afmeting moet worden aangesloten met de voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. • De gemeente brengt alle gerelateerde kosten in rekening bij de aanvrager voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan via de grondexploitatie of via een individuele overeenkomst of via een anterieure overeenkomst. Voor de aanvrager zijn er daarnaast de kosten voor de aansluitleiding op het eigen terrein. • Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de eventuele kosten die gemaakt worden om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing,

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt zowel voor nieuwe lozingen als voor bestaande lozingen die worden uitgebreid.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 20

RWP Fluvius | 59

Beleid voor afvalwater bij nieuwe aanleg in uitbreidingswijken In uitbreidingswijken wordt nieuwe riolering aangelegd. Dit gebeurt in overleg met het waterschap, in zijn rol als waterbeheerder en in zijn rol als zuiveringsbeheerder. De hoofdregel is dat de gemeente gaat over de stelselkeuze en zorgt voor de bekostiging van de riolering. Het afvalwater wordt door de gemeente getransporteerd naar een bestaand overnamepunt. Het waterschap is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen vanaf het overnamepunt. Bij grote uitbreidingsplannen kan een nieuw overnamepunt aan de orde zijn. Ook dan is het overnamepunt de grens tussen de verantwoordelijkheid van de gemeente en die van het waterschap..

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 20

RWP Fluvius | 60

Beleid voor lozingen op de riolering • Er geldt een zorgplichtbeginsel voor afvalwaterlozingen, zie artikel 2.1 Activiteitenbesluit: - Het voorkomen van het ontstaan van afvalwater; - Het gescheiden houden van verschillende soorten water. - Het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging op hetperceel; - Het voorkomen of beperken van oppervlaktewaterverontreiniging vanaf het perceel; - Het beschermen van de doelmatige werking van de voorzieningen voor afvalwaterbeheer, zoals de riolering en de zuivering; - Geen lozingen zoals olie en vet in het riool. Bij horeca, garages en andere lozers van olie- en vethoudend afvalwater is een olieen vetafscheider verplicht. - Geen afvalwater lozen in het hemelwaterriool. - Geen hemelwater in het afvalwaterriool. • Hemelwater mag bij een gemengd rioolstelsel worden afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater. Het heet dan geen afvalwaterriool, maar riool voor stedelijk afvalwater. • Soms wordt hemelwater vanaf een risicovol oppervlak bewust afgevoerd via hetzelfde riool als het afvalwater ook al is er geen gemengd stelsel maar een gescheiden stelsel. Hiermee

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

moet terughoudend worden omgegaan omdat anders het afvalwaterstelsel overbelast raakt en gaat functioneren als gemengd stelsel. • Het beleid is uitgewerkt in specifieke eisen aan lozingen op de riolering. Deze worden via de zogenaamde Bruidsschat opgenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. • Voor de meeste lozingen op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. De Omgevingsdienst voert taken uit in opdracht van de gemeente. Het waterschap heeft een adviserende rol. Voor lozingen op oppervlaktewater is het waterschap bevoegd gezag.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 20

RWP Fluvius | 61

Beleid tegen foutaansluitingen Bij gescheiden rioolstelsels liggen aparte buizen in de straat voor afvalwater en hemelwater. Het afvalwater wordt afgevoerd naar de zuivering en het hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Bij dit stelseltype bestaat het risico op foutieve aansluitingen: • Als afvalwater wordt geloosd op het hemelwaterstelsel, dan vindt er een ongezuiverde lozing plaats, herkenbaar aan stank en grijzig water bij het lozingspunt. • Als hemelwater wordt geloosd op het afvalwaterstelsel, dan raakt deze overbelast en treedt afvalwater uit bij een nood-overstort of op straat of in een gebouw. Bij het vermoeden van foutaansluitingen wordt de volgende werkwijze gehanteerd: • Eerst inschatten hoe groot de problematiek is, al of niet in overleg met de waterbeheerder en met de zuiveringsbeheerder (waterschap DOD. Vervolgstappen alleen zetten als er een reëel probleem is: - bijvoorbeeld grijs water bij de lozingspunten van het hemelwaterstelsel. - Bijvoorbeeld een gemaal voor afvalwater dat duidelijk meer draait als er neerslag valt.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

• Onderzoeken welke opsporingstechniek in de gegeven omstandigheden het beste past. De afgelopen jaren zijn meerdere technieken op de markt gekomen om foutieve aansluitingen op te sporen. • Communicatietraject ingaan waarbij je de eigenaren of bewoners eerst aanspreekt op de ongewenstheid van foutieve aansluitingen en daarbij laat merken dat de gemeente desnoods met juridische middelen kan ingrijpen. Veelal zullen mensen onbewust foutief lozen en meewerken aan opsporing en herstel. • Het feitelijke opsporingsonderzoek. Dit is vaak arbeidsintensief speurwerk. • Herstel van foutieve aansluitingen. Dit hoort in principe op kosten van de eigenaar. Soms voelt de gemeente zich betrokken bij het ontstaan van de foutieve aansluitingen. Zij kan er voor kiezen om het te bekostigen vanuit de rioolgelden en het te zien als verbeteringsmaatregel voor de bestaande riolering.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 20

RWP Fluvius | 62

• Als een eigenaar of gebruiker niet wil meewerken, dan kan het juridische traject worden bewandeld. Medewerking van de eigenaar en eventuele gebruiker van een pand is veelal vereist. Dit is juridisch afdwingbaar. Juridische aanpak kan: - via het bouwspoor vanwege een foutieve aansluiting, uitgaande van NEN3215 die is opgenomen in het Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4. - via het milieuspoor vanwege een ontoelaatbare lozing, uitgaande van het Besluit lozing afvalwater huishoudens die lozing of infiltratie van afvalwater verbiedt als een vuilwaterriool in de buurt is. • Naderhand beoordelen hoe groot het effect is geweest. Leerpunten vastleggen voor toekomstige projecten.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 21

Verwijzing van pagina 21

Artikel 2.16 Omgevingswet

Artikel 3.5 Waterwet

1. B  ij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:

1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

Lid 1.a.1 - de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan.

Samenvatting

RWP Fluvius | 63

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuivering technisch werk.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 64

Thematische uitwerking met principes voor het hemelwaterbeleid Schoonhouden Hemelwater is vrijwel schoon als het valt. De opgave is om dit zo te houden. Onderstaande keuzes dragen bij aan het schoonhouden van hemelwater. • Vermijd het gebruik van uitlogende materialen, zoals on-gecoate metalen. • Houdt hemelwater zoveel mogelijk bovengronds. Zichtbaarheid bevordert een zorgvuldige omgang met het water zonder ongewenste lozingen. • Vermijd activiteiten die afstromend hemelwater verontreinigen. Dergelijke activiteiten dienen plaats te vinden in afgesloten inrichtingen. • Zorg dat er geen afvalwater wordt geloosd op voorzieningen voor hemelwater. Benutten Hemelwater is te benutten voor bijvoorbeeld tuinsproeien of toiletspoeling. • Vanwege de lage prijs voor drinkwater in Nederland is het economisch nauwelijks interessant om hemelwater te benutten.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

• Mensen met oog voor duurzaamheid kunnen zelf kiezen om hemelwater te benutten en zodoende minder drinkwater te verbruiken. • In gebieden met een duurzaamheidsdoelstelling en/of in gebieden met beperkingen op het gebied van de drinkwatervoorziening kan de gemeente het benutten van hemelwater inzetten als instrument. Vertragen Zware buien leiden tot piekbelasting. Soms geeft dit problemen in de vorm van overbelasting van riolen of infiltratievoorzieningen waardoor water op straat ontstaat. Of er ontstaat inundatie vanuit oppervlaktewater. Deze problemen treden minder op als de afstroming van hemelwater wordt vertraagd. Liefst zo lokaal mogelijk. Maar anderzijds is inzet op vertraging niet nodig als het benedenstroomse systeem ruim is gedimensioneerd. • Groene of blauwe daken of berging op eigen perceel geven lokaal vertraging. • Op buurtniveau is vertraging te realiseren door bergingsgebieden, zoals wadi’s. • In het watersysteem is vertraging te realiseren door ruimte voor water.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 65

Infiltreren Infiltratie van hemelwater leidt tot aanvulling van het grondwater. Het is nuttig in gebieden met droogte en draagt lokaal bij aan de watervoorziening van struiken en bomen. Bovendien kan het bijdrage leveren aan het lokaal remmen van bodemdaling. In gebieden met een kleine onverzadigde zone (o.a. als gevolg van aanwezigheid van leem) is infiltreren lastiger. De geohydrologische omstandigheden zijn hierin bepalend. • Infiltratie kan op particuliere schaal met een laagte in de tuin of een ondiep kratje. Bij nieuwbouw kan het direct worden gerealiseerd. Bij bestaande bebouwing kan het worden toegevoegd om het afvoersysteem te ontlasten. • Infiltratie kan in de openbare ruimte door infiltrerende verharding of door afstroming naar lage groenstroken of door wadi’s of andere voorzieningen. Direct lozen Directe lozing van hemelwater op oppervlaktewater klinkt vanzelfsprekend, mits het watersysteem de piekafvoer kan verwerken en de lozing niet verontreinigd is.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

• Directe lozing is mogelijk vanaf daken en/of verharding, mits vlakbij het water en in overleg met de beheerder van het betreffende water. Bij de term oppervlaktewater moet ook gedacht worden aan droogstaande slotenstructuren. Inzamelen De gemeente kan hemelwater inzamelen via een systeem in de openbare ruimte om het verderop te lozen. Diverse stelseltypen kennen specifieke voor- en nadelen. • Gotensysteem waarbij het hemelwater bovengronds blijft en verderop wordt geloosd. • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met bovengrondse inloop via goten en roosters. • HWA-stelsel (incl. IT/DT-leidingen) met ondergrondse aansluitleidingen. Ook geschikt voor drainage. Veel toegepast stelseltype. Achilleshiel zijn de foutieve aansluitingen.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 66

Verschillende omstandigheden per buurt zijn bepalend voor hemelwaterbeleid Grondwaterstanden Gekeken wordt naar de grondwaterstanden inclusief het verloop over een jaar. Bekeken wordt vanuit de regionale context of infiltratie wenselijk is of niet.

Bestaande rioolstelsel. Zijn er knelpunten? Denk aan wateroverlast en vuiluitworp. Beoordeling van de kwaliteit van het stelsel en of grootschalige renovatie aan de orde is.

Bodemgesteldheid. Opbouw van de bodem, inclusief diepere lagen. Gekeken wordt of infiltratie mogelijk is. Wat is de chemische samenstelling van de bodem, inclusief verontreinigingen en de verspreiding daarvan. Watersysteem. Wat zijn de mogelijkheden voor directe lozing van hemelwater? Is er sprake van een robuust watersysteem met ruimte voor extreme buien? Of is piekafvlakking nodig?

Toegepaste funderingstechnieken. Fundering op staal kan gevoelig zijn voor dalende grondwaterstanden, vooral bij slappe bodem. Fundering op houten palen is kwetsbaar voor dalende grondwaterstanden vanwege paalrot. Muren zonder vochtbarrière zijn gevoelig voor hogere grondwaterstanden.

Maaiveldhoogten. Waar is tijdelijke berging mogelijk en waar kunnen bijvoorbeeld wadi’s komen? Gekeken wordt ook naar de gradiënten zodat bekend is of oppervlakkige afstroming realiseerbaar is.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

Gebruik van de bovengrond. Zijn er plekken die kansen bieden voor een betere omgang met hemelwater?

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 67

Voorbeeld uitgewerkt beleid voor een perceel in het Omgevingsplan • •

Hoofdstraat 15 in de Bloemenbuurt. Aangeboden voorzieningen en het daarbij geldende beleid: - Ondergrondse DWA aansluitleiding. 1.  Het huishoudelijke afvalwater dient te worden geloosd via deze aansluitleiding. 2. Lozing van hemelwater en/of grondwater via deze aansluitleiding is verboden. - Ondergrondse HWA aansluitleiding. 1. Via deze aansluitleiding mag hemelwater en grondwater worden geloosd. 2. Lozing van afvalwater via deze aansluitleiding is verboden.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 68

Functie en problematiek van riooloverstorten Riolering is tegenwoordig in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw was het gebruikelijk om hemelwater met dezelfde riolering in te zamelen als het afvalwater. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de randen van stad of dorp. In de loop van de 20ste eeuw werden aan die randen zuiveringen gebouwd omdat ongezuiverde lozing van afvalwater ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. Overigens is de sanering van bedrijfslozingen ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. In de loop van de jaren werden alle steden en dorpen en ook veel buitengebied via riolering aangesloten op de zuiveringen.

dikwijls rioolslib mee door de hoge stroomsnelheden bij zware buien. Dit kan tijdens en na de overstorting resulteren in stank en visuele overlast. Bij grote overstortingen kan sprake zijn van een verminderde waterkwaliteit. Soms leidt dit tot vissterfte, verarming van ecosystemen en verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten leiden in sommige gevallen dus tot problemen. De riooloverstorten kunnen echter niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot verontreinigd water op straat. Riooloverstorten zijn dus noodzakelijk vanuit een historisch gegroeide situatie, maar vormen soms een probleem vanuit huidig perspectief.

Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergings¬capaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Bovendien komt

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 69

Basisinspanning Vanaf de jaren ’90 is door waterschappen aangedrongen op de basisinspanning bij gemengde rioolstelsels. Dit betreft het zogenoemde saneren van riooloverstorten, soms door volledige sluiting, soms door afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, soms door grote bergbezinkbassins.

waterschap kunnen in overleg besluiten dat extra maatregelen gewenst zijn. Op dit moment zijn er in Westerveld geen waterkwaliteitsspoor knelpunten in relatie tot het gebruik.

In 1995 is landelijk besloten dat de vuilemissie vanuit gemengde rioolstelsels naar oppervlaktewater 50% gereduceerd moet worden. Deze wens werd bekend als de “basisinspanning”. Als na het behalen van de basisinspanning nog steeds knelpunten ten aanzien van oppervlaktewaterkwaliteit worden ervaren, kunnen gemeente en waterbeheerder gezamenlijk besluiten om aanvullende maatregelen te nemen. In de gemeente Westerveld is de basisinspanning voltooid. Er zijn geen aanwijzingen dat de resterende overstorten een groot probleem vormen. Naast de basisinspanning is er het waterkwaliteitsspoor. Er kunnen ondanks het voldoen aan de basisinspanning problemen zijn met riooloverstorten. Het water uit de overstorten is namelijk in zekere mate verontreinigd. Het oppervlaktewater waarop wordt overgestort is bijvoorbeeld niet altijd geschikt voor recreatief gebruik. Gemeente en

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 70

Overzicht van de overstorten vanuit gemengde stelsels Het overzicht van de overstorten is van belang vanwege het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen, het BLBI. Zie in het BLBI artikel 3.15, de algemene toelichting in §5.6.3 en §7.1.2 en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.14 en 3.15. Het doel was om de administratieve last van overstortvergunningen terug te dringen. Hieronaast het overzicht van de overstorten vanuit de gemengde rioolstelsels.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

Kern

Bemalingsgebied

put nr.

overstort

gemeente

locatie

Darp

Darp kern

5005f

Diever

Diever kern

DIE01LC03

Zuurlanderes (Kastanjelaan)

Diever

Westeres III

DIE04LC02

Kalteren to 6

Diever

Midzomer

1061029

Pucklaan 1

Dieverbrug

Dieverbrug Dw ingeloozijde

DIB 01 LC01

Juliana Bernardw eg 3

Dieverbrug

Dieverbrug Rijksw eg

DIB 02 LC01

Dieverbrug 49

Doldersum

kern

DOL 01 LC01

Dieversew eg/Park Doldersum

Dw ingeloo

Dw ingeloo kern

DWI 01 LC01

W. Jaasmasingel (bij ijssbaan)

Dw ingeloo

De Valderse

DWI 02 LC01

Kibbelstuk/Leviemaat

Eemster

Eemster kern

EEM 01 LC01

Leggeloo 24

Frederiksoord

Vledder Frederiksoord

FR-12A

Geeuw enbrug

Geeuw enbrug kern

GEE 01 LC01

Tolw eg 29

Havelte

Havelte kern

HA0083

Kosterijstraat

Havelte

Havelte kern

HAV 02 LC01

Lagelaan/Ijsbaan (koningskamp)

Havelte

Meerkamp

HAV 05 LC02

2e Meerkampw eg

Havelterberg

Havelterberg kern

HAB 01 LC01

Militairew eg (nabij w s gemaal)

Lhee

Lhee kern

Lheebroek

Lheebroek + camping Meisterhof

LBH 01 LC0

Lheebroek 17

Lheebroek

Lheebroekw eg ZZ

LBH 03 LC01

Lheebroekw eg 6

Nijensleek

Nijensleek West

NIJ 02 LC00

Hoofdw eg 140

Nijensleek

Nijensleek Oost

NIJ 01 LC01

Hoofdw eg 31

Uffelte

Ruiterw eg

3574

Zuidstraat 1

Uffelte

Burg Egginkstraart

UFF 02 LC01

Anserw eg

Uffelte

Schapelsteeg

UF 04 LC01

Schapelsteeg 1

Vledder

Vledder Frederiksoord

Vledderveen

kern, Jansenstraat

VLV 02 LC01

Wapse

district I, Rollestraat

1260057

Rollestraat 37

Wapse

district III Eginkstraat

1520079

Egginkstraat 29

Wapse

district II Smitstede

1260074

Smitstede/Nijlandw eg

Wapserveen

Wapserveen kern

WAV 01 LC01

Westeinde Helomaw eg (rotonde)

Wapserveen

Wapserveen kern

WAV 01 LC03

buitenw eg (ijsbaan)

Wilhelminaoord

Wilhelminaoord kern

B2457

Witelte

Witelte kern

Zorgvlied

kern

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

LH228

VLDA

WIT 01 LC01 ZV90OR

Kamperw eg 1

Vledderw eg 37

Lhee 24

Pastoriew eg Maalacker P W Jansenstraat

Vaartw eg kon. Wilhelminalaan Wapseveensew eg 1 De Ruiter De Wildtlaan/Reew eg

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 22

RWP Fluvius | 71

Voor- en nadelen van afkoppelen hemelwater bij gemengde rioolstelsels Het afkoppelen van hemelwater bij bestaande gemengde rioolstelsels biedt de volgende voordelen: • Minder afvoer van hemelwater naar de zuivering die daardoor beter of goedkoper werkt. • Minder vaak en minder heftig werken van de riooloverstorten. • Verminderde kans op wateroverlast vanuit de riolering bij extreme buien. • Kans tot gebruik van het hemelwater in tuin en/of woning. • Kans op aanvulling van het grondwater. • Kans tot integrale keuzes gericht op klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit.

De weging van de voor- en nadelen kan per situatie verschillend uitpakken. Het is aan de gemeente om hierin gebiedsgericht keuzes te maken. Zowel gemeente als waterschap hebben baat bij afkoppelen en kunnen daarom het beste in samenwerking tot keuzes komen. Keuzes in specifieke projecten en keuzes om bijvoorbeeld particulieren te verleiden tot afkoppelen.

De keerzijde van de medaille is dat er nadelen zijn: • Aanleg van een eventueel extra stelsel voor hemelwater vergt een investering.. • Uitbreiding van het te beheren areaal • Er ontstaat kans op foutieve aansluitingen. • Er bestaat risico op ontluchtingsproblemen. • In sommige situaties risico op grondwateroverlast of schijnspiegels.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 23

RWP Fluvius | 72

Beleid voor wateroverlast bij extreme buien Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van ongeveer 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware en/of langdurige neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen hogere neerslagintensiteiten voor, tot wel 100 mm/uur. Het is erg kostbaar en technisch vaak niet haalbaar. om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als zo’n bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaat¬verandering extreme buien vaker voorkomen. Het is geen wettelijke eis dat de gemeente het systeem zodanig ontwerpt dat zo’n bui probleemloos verwerkt kan worden, maar wel een opgave voor de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Deze ambitie is uitgewerkt in de RAS (Regionale Adaptatie Strategie). In de daarbij behorende klimaatstresstest is uitgegaan van een bui van 70 mm in 1 uur tijd. Deze heeft rond het jaar 2050 naar verwachting een kans op voorkomen van eens per 100 jaar. Het belangrijkste kenmerk van dergelijke extreme buien is dat het water niet in de riolering past of de weg daar naar toe niet zo snel kan vinden en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en soms ook schade. De nieuwe opgave is: • het water zoveel mogelijk vasthouden, liefst op elke kavel, zodat het nergens te veel wordt, en/of: • het water her en der te geleiden naar geschikte laag gelegen plekken. • Vanwege de klimaatopgave moet in bestaand gebied voldoende openbaar groen beschikbaar blijven Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. • Hemelwaterafvoer wordt steeds meer een bovengrondse aangelegenheid met invloed op de inrichting van de particuliere kavel en de openbare ruimte.. In de RAS is het volgende gesteld: Regionaal geven we bij kortdurende hevige neerslag prioriteit aan: • Begaanbare snelwegen, provinciale wegen en andere lokale hoofdroutes, en daarmee ontsluiting bewoonde gebieden, voor calamiteitenverkeer. • Het creëren van bewustwording bij inwoners en ondernemers die weten hoe te handelen bij wateroverlast. • Beperkte schade door wateroverlast bij vitale netwerken en objecten.

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 23

RWP Fluvius | 73

Uitwerking van het beleid voor wateroverlast bij extreme buien: De gemeente spreekt van ernstige regenwateroverlast indien één van onderstaande situaties optreedt: • Het water maakt het functioneren van vitale netwerken en objecten onmogelijk. • Het water stroomt via de straat gebouwen binnen met materiele schade tot gevolg. • Water blokkeert de doorgang van de hoofdwegenstructuur. • Water levert langer dan 4 uur overlast op voor het verkeer, inclusief fietsers of voetgangers. • Hemelwater (anders dan gewone plassen) blijft langer dan 4 uur op straat staan. • Het water op straat stinkt en/of bevat toiletpapier en andere visuele verontreinigingen. • Putdeksels komen omhoog en leveren gevaarlijke situaties.

De gemeente neemt de volgende uitgangspunten tot beleid, met de aantekening dat het meerdere jaren kan duren voordat bestaande knelpunten worden opgelost vanwege benodigd onderzoek en de vaak hoge kosten die ermee gepaard gaan: • Bij riolering in bestaand en nieuw bebouwd gebied is het ontwerp dat bui 8 (20mm in 1 uur) via de riolering of andere voorzieningen kan worden afgevoerd zonder water op straat of andere overlast (dus binnen de beoogde kaders van de voorziening). • In bebouwde gebieden is de bedoeling dat de stresstest met een bui van T=100 met 70 mm in 1 uur tijd, niet leidt tot ernstige wateroverlast. • Als er maatregelen nodig zijn, dan maakt de gemeente een doelmatigheidsafweging. Situaties met mogelijke schade aan of in gebouwen hebben hoge prioriteit.

Naast ernstige overlast kan er sprake zijn van hinderlijke wateroverlast. Voorbeelden hiervan zijn water tussen de trottoirbanden en ondergelopen plantsoenen, achterpaden of tuinen gedurende beperkte tijd. Ernstige hemelwateroverlast vraagt om actie van de gemeente, maar bij hinderlijke wateroverlast is geen actie vereist.

Samenvatting

Inhoud

1. Context

2. Beleidskaders voor het RWP

3. Beleid gemeentelijke watertaken

4. Beheer

5. Programmering

6. Kosten en rioolheffing

Verwijzing van pagina 23

RWP Fluvius | 74

Taken in het oppervlaktewater vanuit de hemelwatertaak De gemeente heeft een wettelijke taak voor hemelwater, het waterschap voor beheer van het watersysteem, zowel kwantitatief als kwalitatief. Tussen deze taken bestaat een overgangsgebied, waarin lokale keuzes moeten worden gemaakt. Hieronder een overzicht van enkele punten die vragen om afstemming. Baggeren Waterpartijen moeten geregeld worden gebaggerd omdat ze anders dichtslibben in ons vlakke land. De aanwas met slib kent meerdere bronnen waaronder de riolering. Het open houden van het systeem dient meerdere doelen, waaronder de afvoer van hemelwater. In de praktijk wordt het baggeren afgestemd met het waterschap. Waterlopen en sloten in de bebouwde kom Waterlopen en sloten vervullen in de bebouwde kom een rol bij het bergen en afvoeren van hemelwater en voor het reguleren van de grondwaterstand. Ze horen daarmee bij de gemeentelijke watertaken, voor zover ze niet in eigendom en beheer zijn bij het waterschap. Gemeenten en waterschappen stemmen dit per geval af.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=c24b6d97-6e3c-45e9-95ad-8150718c6928