Bijlage 1 Gedragscode Politieke Ambtsdragers 2025
Tekst van het document
Gedragscode Politieke Ambtsdragers Gemeente Westerveld 2025
1
Voorwoord In Westerveld geloven we dat goed bestuur begint bij gedeelde waarden. Deze gedragscode is daar een tastbare uitdrukking van. Niet alleen voor de gemeenteraad, maar ook voor de wethouders en de burgemeester. Dat we kiezen voor een gezamenlijke code laat zien dat we het bestuur van onze gemeente echt samen vormgeven. We werken op basis van respect, eerlijkheid, begrip en betrouwbaarheid. Dat zijn voor ons geen abstracte begrippen, ze vormen een praktische leidraad in hoe we omgaan met elkaar, met de ambtelijke organisatie en met onze inwoners. Integer bestuur is essentieel. Niet alleen juridisch, maar ook moreel en maatschappelijk. Want het vertrouwen van onze samenleving rust niet op regels alleen, maar vooral op ons dagelijks handelen. Deze code helpt ons om onszelf en elkaar scherp te houden. Niet als afvinklijst, maar als een uitnodiging tot gesprek. Want hoe verschillend onze rollen ook zijn, onze verantwoordelijkheid voor een open en betrouwbaar bestuur delen we. Ik hoop dat deze gedragscode bijdraagt aan een bestuurscultuur waarin we ons werk blijven doen met open vizier – en met oog voor elkaar en voor Westerveld.
Jouke Spoelstra
Burgemeester
2
Inleiding Goed bestuur vraagt om een stevige basis van integriteit, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Deze gedragscode is uniek omdat deze zowel raadsleden, burgerleden, wethouders als de burgemeester omvat. Hiermee wordt het belang onderstreept van gedeelde verantwoordelijkheid en een gezamenlijke norm voor integer handelen binnen de gemeente. De gedragscode biedt handvatten om integriteit concreet te maken en bespreekbaar te houden. In de eerste plaats zijn er natuurlijk de wettelijke regels die zorg moeten dragen voor integer bestuur. Daarnaast bevat de code afspraken over omgangsvormen en verwachtingen rondom transparantie en verantwoordelijkheidsgevoel. Door duidelijke richtlijnen te bieden, draagt de gedragscode bij aan het versterken van het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur. De gedragscode is bedoeld om in de praktijk een hulpmiddel te zijn bij het omgaan met complexe situaties en dilemma’s. Het is een uitnodiging aan iedereen die onder deze code valt om continu met elkaar in gesprek te blijven over integriteit en voorbeeldgedrag.
3
Westerveldse waarden Respect Binnen het gemeentebestuur van Westerveld erkennen wij dat een constructieve samenwerking begint bij respect. We luisteren naar elkaar, ook bij meningsverschillen, en behandelen iedereen met gelijkwaardigheid. Respect betekent ook ruimte geven aan andere perspectieven en zorgvuldig omgaan met elkaars rollen, verantwoordelijkheden en belangen. We beseffen dat ons gedrag een voorbeeldfunctie heeft en dragen actief bij aan een veilige, inclusieve en professionele werkomgeving waarin inwoners en collega’s zich gehoord en serieus genomen voelen.
Eerlijkheid Eerlijkheid vormt het fundament van transparant en betrouwbaar bestuur. We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen. Ook als dat lastig of oncomfortabel is. We zijn open over onze motieven, afwegingen en grenzen en verdraaien geen informatie om doelen te bereiken. We streven daarbij naar volledigheid in de informatie die we delen, zodat besluiten op basis van het hele verhaal genomen kunnen worden. Zo bouwen we aan een bestuurscultuur waarin integriteit vanzelfsprekend is en wederzijds vertrouwen wordt geborgd.
Begrip Begrip betekent dat we actief proberen ons in te leven in de positie, achtergrond en beweegredenen van anderen. Hiermee geven we mede invulling aan de integrale belangenafweging die van ons als bestuurders wordt gevraagd. In het bestuur van Westerveld zoeken we de dialoog op, juist als standpunten uiteenlopen. We erkennen dat maatschappelijke opgaven complex zijn en dat mensen verschillend naar de wereld kijken. Juist daarom is het van belang om met empathie en oprechte aandacht samen te werken, zowel binnen de raad en het college als richting inwoners, ambtelijke organisatie en maatschappelijke partners.
Betrouwbaarheid Betrouwbaarheid is essentieel voor het functioneren van het lokaal bestuur. We zijn voorspelbaar in ons handelen, houden ons aan gemaakte afspraken en komen onze verantwoordelijkheden na. We communiceren tijdig en duidelijk als iets anders loopt dan gepland. Bestuurlijke betrouwbaarheid vraagt ook dat we zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie en onszelf aanspreekbaar maken op ons handelen. Dit geldt binnen het bestuur zelf. Maar vooral draagt dit ook bij aan een duurzame relatie met en blijvend vertrouwen van inwoners in het bestuur van Westerveld
4
1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Reikwijdte Deze gedragscode is van toepassing op de volgende functionarissen binnen het gemeentebestuur van Westerveld: -
Raadsleden van de gemeente Westerveld; Burgerleden, zoals bedoeld in artikel 2 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad -Gemeente Westerveld; Wethouders van de gemeente Westerveld; De burgemeester van de gemeente Westerveld.
De gedragscode geldt gedurende de volledige uitoefening van het ambt, zowel in formele als informele situaties. Artikel 1.2 Doel Het doel van deze gedragscode is om een helder kader te bieden voor integer handelen, gebaseerd op de eed of belofte die bij benoeming is afgelegd. Daarnaast bevordert deze gedragscode een respectvolle en transparante samenwerking. Artikel 1.3 Wettelijke basis Deze gedragscode vloeit voort uit artikel 15, lid 3 (raadsleden), artikel 41c lid 2 (wethouders) en artikel 69 lid 2 (burgemeester) van de Gemeentewet.
2. Het voorkomen van belangenverstrengeling Ambtsdragers binnen de gemeente Westerveld (raadsleden, burgerraadsleden, wethouders en de burgemeester) dienen het algemeen belang en vermijden iedere schijn of vorm van belangenverstrengeling. Zij gebruiken hun positie niet om zichzelf, hun relaties of organisaties waarmee zij verbonden zijn te bevoordelen. Transparantie en tijdige melding van mogelijke belangen zijn essentieel voor het behoud van integriteit en vertrouwen in het lokaal bestuur. Artikel 2.1 Onthouden deelname beraadslaging en stemming Ambtsdragers nemen geen deel aan beraadslagingen en stemmingen waarbij zij een persoonlijk belang hebben, zoals bedoeld in artikel 28 van de Gemeentewet. In dergelijke gevallen melden zij dit vooraf aan de voorzitter van het betreffende orgaan. Daarbij wordt opgemerkt dat stemmen een wezenlijke taak en recht is van het raadslid en dat daarom ook weer niet te snel geconcludeerd moet worden dat er sprake is van een persoonlijk belang. Tijdig melden is daarom van belang zodat dit zorgvuldig beoordeeld kan worden. Artikel 2.2 Melden van functies Alle (neven)functies, bezoldigd en onbezoldigd, worden gemeld bij de functionaris die het betreffende bestuursorgaan ondersteunt: -
Raadsleden en burgerleden melden bij de griffier Wethouders en de burgemeester melden bij de gemeentesecretaris
De gemeentesecretaris en de griffier houden hiervan een actueel en openbaar register bij. 5
Artikel 2.3 Melden van financiële belangen Significante financiële belangen die raakvlakken hebben met gemeentelijke besluitvorming worden op overeenkomstige wijze gemeld: -
Raadsleden en burgerleden bij de griffier Wethouders en de burgemeester bij de gemeentesecretaris
Bij twijfel over de meldingsplicht vindt overleg plaats met de griffier of de gemeentesecretaris. Artikel 2.4 Verboden handelingen en overeenkomsten Ambtsdragers onthouden zich van het aangaan van overeenkomsten of het bekleden van functies die strijdig zijn met de bepalingen in de Gemeentewet over onverenigbare functies en verboden handelingen. Hierin staat bijvoorbeeld dat raadsleden en burgerleden niet als adviseur mogen optreden als adviseur richting de gemeente en dat het verboden is om producten te leveren aan de gemeente. -
Voor raadsleden gaat het hierbij onder meer om de bepalingen in artikel 13 en 15 Voor wethouders zijn de relevante bepalingen te vinden in artikel 36b en 41b lid 1 Voor de burgemeester in artikel 67 en 68
Bij twijfel over de toelaatbaarheid van een functie of overeenkomst wordt vooraf advies gevraagd aan de griffier (voor raadsleden en burgerleden) of de gemeentesecretaris (voor collegeleden).
3. Geschenken en uitnodigingen Ambtsdragers laten hun stem of invloed niet beïnvloeden door het aannemen van giften, diensten of uitnodigingen. Transparantie over ontvangen geschenken en deelname aan bijeenkomsten draagt bij aan het voorkomen van schijn van belangenverstrengeling. Artikel 3.1 Geschenken Geschenken worden nooit geaccepteerd indien daaraan een (al dan niet uitgesproken) wederdienst is verbonden. Geschenken met een geschatte waarde van €50 of meer worden gemeld bij de functionaris die het betreffende bestuursorgaan ondersteunt: -
Raadsleden en burgerleden melden bij de griffier Wethouders en de burgemeester melden bij de gemeentesecretaris
Deze meldingen worden vastgelegd in een openbaar register. Artikel 3.2 Uitnodigingen Uitnodigingen voor evenementen, reizen, diners of andere bijeenkomsten worden alleen geaccepteerd als zij aantoonbaar verband houden met de uitoefening van het ambt. Bij twijfel over de passendheid van een uitnodiging overlegt de ambtsdrager met de griffier (raad) of de gemeentesecretaris (college). 6
4. Gemeentelijke voorzieningen Ambtsdragers gaan zorgvuldig, doelgericht en verantwoord om met gemeentelijke middelen en faciliteiten. Deze worden uitsluitend gebruikt voor werkzaamheden die samenhangen met de uitoefening van het ambt. Misbruik of oneigenlijk gebruik schaadt het vertrouwen in het openbaar bestuur. Artikel 4.1 Gemeenschappelijke ruimtes Gemeenschappelijke ruimtes, zoals vergaderruimtes, spreekkamers, de fractiekamer en andere gedeelde werkplekken, worden ordelijk en schoon achtergelaten. Bij gebruik wordt rekening gehouden met andere gebruikers. Artikel 4.2 Gebruik ICT-middelen Bij het gebruik van gemeentelijke ICT-voorzieningen houden ambtsdragers zich aan het geldende informatiebeveiligingsbeleid en de overeengekomen bruikleenovereenkomst. Gegevens worden vertrouwelijk en veilig behandeld, met bijzondere aandacht voor privacygevoelige informatie en geheimhoudingsplichten.
5. Omgang met informatie Ambtsdragers gaan zorgvuldig en verantwoordelijk om met zowel openbare als niet-openbare informatie. Artikel 5.1 Geheimhoudingsplicht Informatie waarover op grond van de Gemeentewet of andere wet- en regelgeving geheimhouding is opgelegd, wordt door ambtsdragers strikt geheim gehouden. Deze verplichting geldt ook na afloop van het ambt. Schending van de geheimhoudingsplicht is niet alleen in strijd met de wet en deze gedragscode, maar kan ook leiden tot bestuurlijke en juridische/strafrechtelijke consequenties. Artikel 5.2 Gebruik van informatie Niet-openbare informatie, verkregen door de uitoefening van het ambt, wordt niet gebruikt voor persoonlijk gewin of het bevoordelen van derden. Ambtsdragers zijn zich bewust van hun toegang tot gevoelige informatie en gaan daar discreet en professioneel mee om.
6. Omgangsvormen Ambtsdragers geven in woord en gedrag blijk van respect voor elkaar, voor inwoners en voor andere betrokkenen bij het openbaar bestuur. Zij dragen bij aan een cultuur waarin verschillen van mening kunnen bestaan zonder dat het onderlinge respect verloren gaat. Deze norm geldt binnen én buiten vergaderingen, zowel fysiek als digitaal. Artikel 6.1 Algemene omgangsvormen Gedrag Discriminatie, (seksuele) intimidatie, pesten, agressie (ook dreigen met en spreken met zware stemverheffing vallen hieronder) en grof of kwetsend taalgebruik zijn ontoelaatbaar. 7
Ambtsdragers nemen actief verantwoordelijkheid voor een sociaal veilige werkomgeving, waarin iedereen zich vrij voelt om zich uit te spreken. Hoor en wederhoor Bij respectvol gedrag hoort ook het verifiëren van signalen alvorens deze als feiten in een formele vergadering of in formele schriftelijke (dus openbare) vragen op te voeren Individuele casus Recht doen aan integrale belangenafweging, aan het sturen op hoofdlijnen maar ook aan de rol van volksvertegenwoordiger betekent dat een raadslid geen individuele casussen aanhangig maakt in de raad of met formele vragen. De casus zal altijd vertaald moeten (kunnen) worden naar het niveau waarop de raad zijn rol heeft: het niveau van beleid. Vanuit zijn volksvertegenwoordigende en controlerende rol kan een raadslid ten aanzien van een individuele casus wel in de informele sfeer een verbinder of signaleerder zijn richting de persoon die binnen de gemeente wél een rol heeft met betrekking tot de casus. Aanspreken op gedrag Signalen van (schijn van) belangenverstrengeling, vermeend ontoelaatbare gedragingen ed. worden niet in openbaarheid geuit, maar in de eerste plaats met de persoon in kwestie zelf besproken. Waar dit niet lukt of opschalen aan de orde is wordt de kwestie via de burgemeester, griffier of secretaris aanhangig gemaakt (zie ook paragraaf 7).
Artikel 6.2 Omgangsvormen in vergaderingen Tijdens vergaderingen gedragen ambtsdragers zich respectvol en professioneel. Zij spreken via de voorzitter en volgen de bepalingen uit het geldende Reglement van Orde. Interrupties zijn kort en ter zake. Onderlinge kritiek wordt zakelijk en zonder persoonlijke aanvallen geuit. In raadsvergaderingen wordt niet over ambtenaren, waaronder ook de griffie, gesproken. Daar waar gezamenlijke waarden en vastgestelde omgangsnormen genegeerd (dreigen te) worden voelt een ieder zich verantwoordelijk dit te doen stoppen. Het vragen om een schorsing is daarin een goede noodknop.
Artikel 6.3 Sociale media Ambtsdragers zijn zich bewust van hun publieke voorbeeldfunctie op sociale media. Zij communiceren op een respectvolle manier, vermijden polarisatie of het verspreiden van onjuiste informatie, en dragen bij aan een constructieve online omgeving waarin ruimte is voor debat zonder te vervallen in persoonlijke aanvallen of stemmingmakerij. Artikel 6.4 Omgang met inwoners en externe relaties Ambtsdragers zijn zich bewust van hun publieke rol en de invloed die hun gedrag en communicatie hebben op het beeld van de gemeente. In contacten met inwoners, ondernemers en andere partijen communiceren zij helder, respectvol en zorgvuldig. Ook bij verschil van inzicht blijven zij professioneel en uitleggericht, zonder valse verwachtingen te wekken.
8
7. Omgaan met schendingen van de code en integriteitskwesties Ambtsdragers kunnen in hun functie geconfronteerd worden met vragen of situaties waarin integriteit onder druk staat. De gedragscode biedt richting, maar uiteindelijk zijn houding, openheid en bereidheid tot reflectie bepalend. Daarom is het belangrijk dat integriteitskwesties tijdig worden herkend, besproken en opgevolgd. Daarbij geldt: niet alles wat mag, is ook passend. Artikel 7.1 Bespreekbaarheid en signalering Ambtsdragers zijn alert op situaties waarin het eigen handelen of dat van anderen mogelijk in strijd is met deze gedragscode. Twijfels, signalen of zorgen worden bij voorkeur in een vroeg stadium besproken, zonder oordeel vooraf. Daarbij geldt: bij twijfel, overleg. Artikel 7.2 Advies en ondersteuning Voor reflectie en advies kunnen ambtsdragers zich wenden tot: -
de burgemeester (voor wethouders en raadsleden) de griffier (voor raads- en burgerleden en de burgemeester) de gemeentesecretaris (voor wethouders en de burgemeester)
Zij bieden vertrouwelijk advies of ondersteuning bij het wegen van de situatie. Indien gewenst kunnen zij de burgemeester betrekken. Artikel 7.3 Gesprek met de burgemeester De burgemeester heeft op grond van artikel 170, tweede lid van de Gemeentewet de taak om bestuurlijke integriteit te bevorderen. Bij integriteitsvragen of signalen kan de burgemeester optreden als gespreksleider of aanspreekpunt voor een open, vertrouwelijk gesprek. Dit geldt voor alle ambtsdragers, ongeacht het bestuursorgaan. Artikel 7.4 Strafrechtelijke aspecten Indien het vermoeden bestaat dat er strafrechtelijk aspecten kleven aan het handelen van een bestuurder brengt de burgemeester dit ter kennis van het openbaar ministerie. Artikel 7.5 Verdere opvolging Als er na het gesprek met de burgemeester aanleiding is voor nadere bespreking of onderzoek, kan dit – afhankelijk van de situatie – plaatsvinden in het presidium (bij raads- en burgerleden) of het college (bij collegeleden). Ook kan besloten worden extern advies of onderzoek in te winnen. Hierbij wordt de Handreiking voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschending van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gehanteerd als leidraad voor proces en verantwoordelijkheden.
8. Slotbepalingen Artikel 8.1 Inwerkingtreding
9
Deze gedragscode treedt in werking op de dag na besluitvorming door de raad. Artikel 8.2 Verdere opvolging De ‘Gedragscode voor de Gemeenteraad, leden van raadscommissies die geen raadslid zijn, de leden van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester 2011’ komt na inwerkingtreding van deze gedragscode te vervallen.
Ondertekening Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2025,
de griffier
de burgemeester
Reiny Weernekers
J. Spoelstra
10