Bijlage 1. Beleidsplan Persoonsgebonden Budget Gemeente Westerveld
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Begrippenkader ..........................................................................................................2 Hoofdstuk 2. Inleiding ........................................................................................................................4 Hoofdstuk 3. Pgb-plan ........................................................................................................................5 Pgb-plan ............................................................................................................................5 Hoofdstuk 4. Individuele toetsing ...................................................................................................6 Pgb-vaardig .......................................................................................................................6 Gewaarborgde hulp............................................................................................................7 Wettelijke kaders ................................................................................................................7 Jeugdwet ...........................................................................................................................7 Wmo ..................................................................................................................................8 Weigeringsgronden pgb
.....................................................................................................8 Hoofdstuk 5. Soorten pgb .................................................................................................................9 Formeel pgb .......................................................................................................................9 Informeel pgb .....................................................................................................................9 Hoofdstuk 6. Pgb-tarieven, uitbetaling en eigen bijdrage ......................................................10 Tarieven ...........................................................................................................................10 Formeel tarief ...............................................................................................................10 Informeel tarief ..............................................................................................................11 Hulpmiddelen................................................................................................................12 Woningaanpassingen ...................................................................................................13 Integraal tarief ..................................................................................................................13
Betaling ............................................................................................................................14 Afrondingsverschillen ....................................................................................................14 Eigen bijdrage Wmo .........................................................................................................14 Hoofdstuk 7. Indexatie......................................................................................................................15 Hoofdstuk 8. Kwaliteit ......................................................................................................................16 Formeel pgb .....................................................................................................................16 Informeel pgb ...................................................................................................................16 Hoofdstuk 9. Pgb buitenland ..........................................................................................................17 Hoofdstuk 10. Herzien, intrekken of opschorten ......................................................................18 Hoofdstuk 11. Afschrijftermijnen ..................................................................................................19 Hoofdstuk 12.
Overgangsfase ........................................................................................................20
1
Hoofdstuk 1. Begrippenkader In dit beleidsplan hanteert de gemeente een aantal kernbegrippen die richting geven aan onze werkwijze, besluitvorming en samenwerking met inwoners en (zorg)aanbieders. Een eenduidige uitleg van deze begrippen is essentieel om verwachtingen helder te maken, zorgvuldig te kunnen toetsen en transparant te handelen. Budgetbeheerder Wanneer de inwoner/budgethouder niet in staat is om zelf een pgb aan te vragen of te beheren, kan een ouder, voogd, bewindvoerder, curator of andere wettelijke vertegenwoordiger dit namens de inwoner doen. Deze persoon treedt op als budgetbeheerder en ondersteunt bij het beheer van het pgb, bijvoorbeeld door administratieve en financiële taken uit te voeren zoals het bijhouden van de administratie, het controleren van zorgovereenkomsten, het indienen van declaraties en het bewaken van het budget. De inwoner/budgethouder blijft eindverantwoordelijk voor het juiste gebruik van het pgb. Eigen kracht Eigen kracht verwijst naar de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de inwoner en diens sociale netwerk om zelf invulling te geven aan de hulpvraag. Het uitgangspunt is dat eerst wordt gekeken naar wat de inwoner zelf kan organiseren en realiseren, alvorens (aanvullende) ondersteuning in de vorm van een voorziening wordt ingezet.
Gebruikelijke Hulp Van volwassen huisgenoten, ouders en verzorgers wordt verwacht dat zij onderling de noodzakelijke hulp en ondersteuning bieden. Van inwonende kinderen wordt verwacht dat zij, passend bij hun leeftijd en mogelijkheden, een bijdrage leveren. Met een toegekend persoonsgebonden budget (pgb) kan geen ondersteuning worden ingekocht bij een persoon die deel uitmaakt van de leefeenheid (huisgenoten). Indien een huisgenoot in staat is de benodigde ondersteuning te bieden, wordt dit aangemerkt als Gebruikelijke Hulp en is er geen aanleiding voor een voorziening. Een pgb kan dus uitsluitend worden ingezet voor de inkoop van ondersteuning bij een derde, zijnde een zorgaanbieder of persoon buiten de leefeenheid van de inwoner. Inwoner/budgethouder In dit beleidsplan verwijst het begrip inwoner naar de persoon aan wie een persoonsgebonden budget (pgb) wordt toegekend. Deze persoon is daarmee de budgethouder. De inwoner/budgethouder is verantwoordelijk voor het organiseren van de zorg of ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht. Dit betekent dat de inwoner/budgethouder zelf zorgverleners kan kiezen, afspraken maakt over de zorg en ervoor zorgt dat het budget wordt besteed volgens de geldende regels van de gemeente, zorgverzekeraar of het zorgkantoor. 2
Sociaal netwerk Ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk van de inwoner wordt als informele hulp beschouwd, ongeacht kwalificaties of professionele status. Voorziening Binnen de Verordening jeugdhulp gemeente Westerveld 2026 wordt gesproken over een individuele voorziening en binnen de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2026 over een maatwerkvoorziening. In deze beleidsplan wordt het begrip ‘voorziening’’ gehanteerd als overkoepelde term voor beide.
3
Hoofdstuk 2. Inleiding Indien een inwoner een hulpvraag heeft en in aanmerking komt voor een voorziening, kan deze kiezen uit twee verstrekkingsvormen: zorg in natura (ZIN) of een pgb. Het pgb biedt de inwoner de mogelijkheid om, binnen de gestelde wettelijke kaders, zelf de voorziening in te kopen die past bij de persoonlijke situatie. Het college van burgemeester en wethouders (college) heeft daarbij de verantwoordelijkheid om te beoordelen of de inwoner in staat is het pgb op verantwoorde wijze te beheren en of de beoogde ondersteuning voldoet aan de eisen van kwaliteit, doelmatigheid en veiligheid. In dit beleidsplan wordt beschreven hoe de gemeente Westerveld het pgb wil inzetten als instrument om inwoners eigen regie en maatwerk te bieden bij de invulling van hun ondersteuning binnen de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het uitgangspunt is dat het pgb het inkopen van passende zorg mogelijk maakt, bijdraagt aan de kwaliteit van de geboden ondersteuning en de realisatie van de doelstelling die voortkomen uit de individuele hulpvraag, terwijl wordt gewaarborgd dat publieke middelen doelmatig en verantwoord worden ingezet.
4
Hoofdstuk 3. Pgb-plan Een pgb als verstrekkingsvorm voor een voorziening is mogelijk binnen zowel de Jeugdwet als Wmo. Voor beide wetten geldt dat eerst wordt onderzocht of de inwoner recht heeft op een voorziening. Op basis van dit onderzoek besluit het college of een voorziening wordt toegekend, waarna de inwoner kan kiezen voor ZIN of via een pgb. Wanneer de inwoner kiest voor een pgb, dient deze een pgb-plan in.
Pgb-plan Om in aanmerking te komen voor een pgb dient de inwoner een pgb-plan in bij het college, volgens een door het college vastgesteld format. Het opstellen van een pgbplan stimuleert de inwoner om na te denken over de hulpvraag, deze uit te werken en te concretiseren. Daarnaast helpt het plan om het doelbereik en de kwaliteit van de zorg te evalueren. Uit het pgb-plan dat de inwoner opstelt, moet in ieder geval blijken: - bij welke zorgverlener de inwoner ondersteuning wil inkopen en waarop die keuze is gebaseerd; - waarom ondersteuning in ZIN niet passend is; - wat de doelstellingen zijn van de hulp of ondersteuning; - welke acties en activiteiten nodig zijn om de doelstellingen te bereiken en hoe lang de zorgverlener ondersteuning biedt; - hoe de ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de inwoner en op andere vormen van ondersteuning of hulp die de inwoner ontvangt; - hoe de inwoner vervanging regelt bij vakantie en ziekte, bijvoorbeeld bij inzet van het sociaal netwerk; - hoe de kwaliteit wordt gewaarborgd en hoe de ondersteuning passend, veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt ingericht; - welk tarief wordt betaald aan de zorgverlener; - wie toeziet op de geleverde zorg en het verantwoord besteden van het budget.
Het pgb wordt door het college toegekend nadat het plan volledig is ingediend en beoordeeld, een individuele toetsing heeft plaatsgevonden en is vastgesteld dat de ondersteuning op een verantwoorde wijze kan worden georganiseerd.
5
Hoofdstuk 4. Individuele toetsing Het college oordeelt door middel van een individuele toetsing op basis van het ingediende pgb-plan of de inwoner in staat is verantwoord de taken van een pgb uit te voeren. Dit wordt pgb-vaardig genoemd. De individuele toetsing is bedoeld om te waarborgen dat het pgb verantwoord kan worden gebruikt, zodat de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de ondersteuning is gegarandeerd. Bij de individuele toetsing worden de omstandigheden van de inwoner en het eventuele betrokken netwerk afzonderlijk en in samenhang beoordeeld.
Pgb-vaardig De budgethouder moet pgb-vaardig zijn. Dat wil zeggen dat de budgethouder in staat moet zijn om de aan het pgb verbonden taken (verplichtingen) uit te voeren. Kennis en vaardigheden die nodig zijn om als budgethouder te kunnen werken met een persoonsgebonden budget, zijn: 1. Overzicht van de situatie en zorgvraag: de budgethouder heeft een duidelijk beeld van de eigen situatie of die van degene voor wie het pgb wordt ingezet, inclusief de ondersteuningsbehoefte; 2. Kennis van regels en verplichtingen: de budgethouder is op de hoogte van de relevante regels en verplichtingen of kan deze zelfstandig opzoeken bij de bevoegde instanties; 3. Administratieve vaardigheden: de budgethouder kan een overzichtelijke administratie bijhouden, waardoor inzicht ontstaat in de bestedingen van het pgb; 4. Communicatievaardigheden: de budgethouder kan effectief communiceren met betrokken partijen, zoals gemeenten, zorgverzekeraars, uitvoeringsorganisaties en zorgverleners; 5. Zelfstandigheid in keuzes: de budgethouder kan zelfstandig handelen en onafhankelijk een zorgverlener selecteren; 6. Afspraak- en verantwoordingsvaardigheden: de budgethouder kan afspraken maken, vastleggen en verantwoorden aan de betrokken partijen; 7. Beoordeling van zorgkwaliteit: de budgethouder kan beoordelen en onderbouwen of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; 8.
Coördinatie van zorg: de budgethouder kan de inzet van zorgverleners organiseren, zodat de continuïteit van de zorg gewaarborgd blijft, ook bij verlof of ziekte; 9. Leiding en toezicht: de budgethouder kan zorgverleners aansturen en aanspreken op hun functioneren; 10. Juridische en organisatorische kennis: 6
de budgethouder beschikt over voldoende kennis van opdrachtgeverschap, of kan deze kennis zelfstandig vinden.
het
werk-
of
Deze vereisten zijn gebaseerd op het 10-puntenkader van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en PerSaldo, zie 10 punten pgb-vaardigheid. Daarnaast worden persoonlijke omstandigheden meegenomen in de individuele toetsing die mogelijk kunnen leiden tot het niet pgb-vaardig zijn, zoals: schuldenproblematiek, ernstige verslavingsproblematiek, aangetoonde fraude, een aanmerkelijke verstandelijke beperking, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld, een vastgestelde en blijvende cognitieve stoornis, het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift en het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Gewaarborgde hulp Is de inwoner niet pgb-vaardig, dan kan een vertegenwoordiger dat overnemen. Het kan gaan om een persoon die door de inwoner gemachtigd is door middel van een schriftelijke machtiging of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank, zoals een bewindvoerder, curator of mentor. Deze derde dient ‘gewaarborgde hulp’ te kunnen bieden. Dit houdt de organisatie en het beheer van de zorg in, waaronder het kiezen van de zorgverlener en het besteden van het pgb aan zorg die kwalitatief verantwoord is, en het afleggen van rekeningen en verantwoording over de verleende zorg. De gewaarborgde hulp is onafhankelijk, heeft geen belang, is aanwezig en bereikbaar. De gewaarborgde hulp is daarom nooit een zorgverlener.
Wettelijke kaders Het verstrekken van een pgb is gebonden aan de wettelijke kaders van zowel de Jeugdwet als Wmo. In beide wetten is bepaald onder welke voorwaarden het college een pgb kan verstrekken. Jeugdwet Onder de Jeugdwet wordt een pgb verstrekt, indien: - de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; - de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en 7
-
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
Wmo Onder de Wmo wordt een pgb verstrekt, indien: - de inwoner naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; - de inwoner zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; - naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
Weigeringsgronden pgb Het college kan de verstrekking van een pgb weigeren in de volgende gevallen: - de inwoner is niet pgb-vaardig; - het bedrag van het pgb de kosten van een vergelijkbare voorziening in natura overschrijdt; in dat geval wordt het pgb gemaximeerd tot het bedrag van die voorziening; - het pgb achteraf wordt aangevraagd voor kosten die voor de melding of aanvraag al zijn gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; - de inwoner laat de aan het pgb verbonden taken uitvoeren door een zorgaanbieder die de ondersteuning levert, een persoon die bij of voor deze zorgaanbieder werkt, of een persoon die zodanig met de zorgaanbieder of hulpverlener verbonden is dat de objectiviteit niet gewaarborgd is; - de kwaliteit van de ondersteuning kan onvoldoende worden gewaarborgd; - de ondersteuning is niet passend voor de doelstelling van de voorziening of brengt veiligheidsrisico’s mee voor de inwoner of anderen; - de inwoner heeft opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt die van invloed zijn op de hoogte of toekenning van het pgb.
8
Hoofdstuk 5. Soorten pgb Als de inwoner recht heeft op pgb, mag diegene zelf de voorziening inkopen. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen formeel en informeel pgb.
Formeel pgb Bij een formeel pgb wordt professionele hulp ingekocht. Dit is hulp die beroepsmatig wordt verleend door een persoon die werkzaam is bij een organisatie die voor de betreffende werkzaamheden staat ingeschreven in het Handelsregister conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, dan wel door een zelfstandige zonder personeel (zzp) die eveneens staat ingeschreven in het Handelsregister. De hulpverlener beschikt over de relevante diploma’s en certificaten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de betreffende werkzaamheden, zoals verder uitgelegd onder kopje kwaliteit. Indien voor het uitoefenen van het beroep registratie verplicht is, staat de hulpverlener ingeschreven in het daartoe bestemde register, zoals het BIG-register of het SKJregister. Tevens beschikt de hulpverlener over een VOG niet ouder dan drie jaar.
Informeel pgb Bij een informeel pgb wordt hulp ingekocht die wordt verleend door het sociaal netwerk. Het college beoordeelt per casus of de inzet van het sociaal netwerk passend en verantwoord is en voldoet aan de gestelde criteria. Hierbij wordt tevens kritisch gekeken naar de mogelijkheden vanuit Gebruikelijke Hulp en eigen kracht. Het betreft maatwerk; de criteria zijn richtinggevend, maar het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken.
9
Hoofdstuk 6. Pgb-tarieven, uitbetaling en eigen bijdrage De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van het door de inwoner goedgekeurde pgb-plan. Met het vastgestelde budget kan de inwoner zelf bij derden hulpverlening, diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen inkopen die tot de voorziening behoren. Een pgb is niet vrij besteedbaar; de besteding ervan moet altijd kunnen worden verantwoord.
Tarieven Het uitgangspunt is dat inwoners met een pgb passende zorg kunnen inkopen. Daarom worden de pgb-tarieven gebaseerd op van vaste percentages van de ZINtarieven. Deze ZIN-tarieven zijn gebaseerd op onafhankelijke kostprijsonderzoeken, uitgevoerd in het kader van aanbestedingstrajecten en worden jaarlijks geïndexeerd op basis van cao-ontwikkelingen en andere relevante kostenontwikkelingen in de zorg. Door de pgb-tarieven te koppelen aan vaste percentages van de ZIN-tarieven, ontstaat voor inwoners duidelijke en voorspelbare informatie over de hoogte van het pgb, zowel voor formele als informele ondersteuning. Het hanteren van een percentage van het ZIN-tarief is juridisch toegestaan, mits het pgb-tarief toereikend is om de benodigde ondersteuning daadwerkelijk in te kopen. Dit betekent dat het tarief zodanig moet zijn vastgesteld dat de inwoner met het beschikbare budget de noodzakelijke ondersteuning kan organiseren. Daarbij wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Op basis van het pgb-plan kan het college een lager tarief hanteren, mits de inwoner nog steeds tijdig kan beschikken over noodzakelijke en kwalitatief goede maatschappelijke ondersteuning of hulpverlening.
Eventuele extra kosten, bijvoorbeeld als gevolg van afwijkende contractuele afspraken of de aanschaf van specifieke hulpmiddelen, komen voor rekening van de inwoner. Binnen het pgb worden verschillende tarieven gehanteerd voor formeel en informeel. In de onderstaande toelichting wordt nader uitgewerkt wat de verschillen zijn en hoe deze tarieven worden toegepast. Formeel tarief Het pgb voor professionele hulp (formele zorg) bedraagt maximaal 100% van het tarief van de laagste adequate gecontracteerde ZIN (zie tabel 1). Indien uit het pgb-plan blijkt dat de ondersteuning tegen een lager tarief kan worden ingekocht, wordt dit lagere tarief gehanteerd. Zzp’ers vallen, mits aan de voorwaarden is voldaan, eveneens onder de formele zorg. Voor deze groep wordt het tarief vastgesteld op 75% van het tarief van de laagste adequate gecontracteerde ZIN (zie tabel 1). Dit percentage houdt rekening met het feit 10
dat een zzp’er weinig tot geen overheadkosten heeft, in tegenstelling tot een professionele organisatie met meerdere personeelsleden. Informeel tarief Het pgb voor hulp door personen uit het sociale netwerk (informele zorg) is bedoeld voor ondersteuning die wordt geleverd door mensen uit de persoonlijke omgeving van de inwoner. Inwoners hebben wettelijk het recht om via een pgb de zorg of ondersteuning in te kopen die zij nodig hebben. In de praktijk blijkt echter dat bij informele pgb’s de hulpverlener uit het sociale netwerk vaak niet beschikt over de benodigde opleiding, kwalificaties of professionele ervaring voor het leveren van gespecialiseerde zorg. Hierdoor is het informele pgb in de praktijk vooral geschikt voor lichtere vormen van ondersteuning. Ook wanneer een persoon uit het sociale netwerk wel beschikt over de benodigde kwalificaties, wordt deze ondersteuning binnen het pgb nog steeds als informele zorg aangemerkt. De reden hiervoor is dat de ondersteuning wordt geleverd binnen een persoonlijke en niet-professionele relatie, waarbij geen sprake is van een formele arbeids- of zorgovereenkomst met een zorgorganisatie of zelfstandige zorgprofessional. Het onderscheid tussen formele en informele zorg wordt daarmee primair bepaald door de aard van de relatie tussen hulpverlener en inwoner, en niet uitsluitend door de kwalificaties van de hulpverlener.
Het informele pgb wordt daarom voornamelijk ingezet voor lichte zorg- en ondersteuningsvormen, zoals huishoudelijke hulp en lichte vormen van begeleiding, zowel binnen de Jeugdhulp als Wmo. Hiermee wordt ruimte geboden voor inzet van hulp uit het sociale netwerk, terwijl tegelijkertijd wordt geborgd dat specialistische of complexe zorg door gekwalificeerde professionals wordt geleverd. Op deze manier wordt de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van de ondersteuning voor inwoners gewaarborgd. Het lagere tarief, zie tabel 1, voor informele zorg is gebaseerd op het feit dat personen uit het sociale netwerk geen overhead- of opleidingskosten hebben en dat de ondersteuning persoonlijke hulp betreft, in plaats van een formele arbeidsrelatie. Daarnaast is het lagere tarief bedoeld om een redelijke balans te behouden tussen het waarderen van informele inzet en het doelmatig besteden van publieke middelen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit en beschikbaarheid van ondersteuning voor inwoners. Uit recente jurisprudentie blijkt dat een pgb-tarief voor informele hulp in beginsel als toereikend wordt beschouwd wanneer het minimaal gebaseerd is op het wettelijk minimumloon inclusief vakantietoeslag en eventuele werkgeverslasten.
Wanneer een gemeente werkt met een percentage van het ZIN-tarief voor informele ondersteuning, moet dit percentage dus zodanig zijn dat het uiteindelijke tarief ten minste op dit niveau uitkomt. 11
Binnen deze kaders is ervoor gekozen om hetzelfde percentage te hanteren voor zowel de Jeugdhulp als Wmo. Dit betekent dat het tarief boven het minimumloon ligt en daarmee voldoet aan de eisen uit de jurisprudentie dat het pgb toereikend moet zijn om ondersteuning in te kopen. Dit uitgangspunt sluit bovendien aan bij de huidige praktijk: ook op dit moment ligt het informele pgb-tarief op dit niveau. Daarnaast zijn de tarieven gelijkgetrokken naar één percentage van 45%, zodat geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen de Jeugdhulp en Wmo. Voor de Jeugdhulp is dit tarief reeds gangbaar en toereikend gebleken. Door voor de Wmo bij hetzelfde percentage aan te sluiten ontstaat meer uniformiteit en duidelijkheid voor budgethouders. Tegelijkertijd wordt hiermee voorkomen dat budgethouders te maken krijgen met een verlaging van hun pgb-tarief, waardoor zij hun bestaande ondersteuning kunnen blijven inkopen en de hulpverlening kunnen continueren. Het pgb voor hulp door personen uit het sociale netwerk bedraagt 45% van het tarief van de laagste adequate gecontracteerde ZIN. Voor huishoudelijke hulp via de Wmo geldt een uitzondering: het informele tarief bedraagt hiervoor 60% van het gecontracteerde ZIN-uurtarief.
Met deze verhoging stimuleert het college de inzet van informele zorg, mede vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en de bestaande wachtlijsten bij deze specifieke vorm van ondersteuning. Door deze keuze wordt bovendien bijgedragen aan het behoud van toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners die afhankelijk zijn van huishoudelijke hulp, terwijl tegelijkertijd de druk op het formele zorgaanbod wordt verminderd. Hulpmiddelen Het pgb voor hulpmiddelen wordt vastgesteld tot het maximum van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura die passend is bij de situatie van de inwoner, zie tabel 1. Indien noodzakelijk kan dit bedrag, op basis van maatwerk, worden aangevuld met bijkomende kosten. Hulpmiddelen die met een pgb worden aangeschaft, worden eigendom van de inwoner. Voor hetzelfde hulpmiddel wordt in beginsel gedurende de afschrijftermijn geen nieuw pgb verstrekt. Binnen een pgb zijn de kosten van keuring, onderhoud en reparatie onderdeel van de instandhouding van de voorziening. Onderhoud is noodzakelijk om de economische afschrijvingstermijn te kunnen behalen. Daarom stelt de gemeente een onderhoudsen reparatiecontract met de leverancier verplicht. De inwoner kan jaarlijks, gedurende de afschrijfperiode, de factuur voor onderhoud bij de gemeente declareren, voor zover deze kosten redelijk en noodzakelijk zijn.
Kosten voor geringe of dagelijkse reparaties en voor reparaties ten gevolge van grove schuld of opzet worden niet vergoed. Bij diefstal of vandalisme, of als het onderhoud niet volgens het principe van een ‘goed huisvader’ wordt uitgevoerd, wordt binnen de looptijd van het pgb geen nieuw hulpmiddel verstrekt. Verzekeringen komen volledig voor rekening van de inwoner. 12
Woningaanpassingen De hoogte van het pgb voor woningaanpassingen wordt door de gemeente vastgesteld op basis van gemeentelijke prijsafspraken of offertes van (gecontracteerde) leveranciers, aannemers en bouwbedrijven, zie tabel 1. Woonruimtes waarvan de laatste renovatie meer dan twintig jaar geleden heeft plaatsgevonden, zoals onder meer badkamers, keukens en sanitaire voorzieningen, worden in beginsel niet aangemerkt als in aanmerking komend voor grootschalige aanpassingen of verbouwingen. Het vernieuwen of vervangen van deze voorzieningen na een gebruiksduur van twintig jaar of langer wordt beschouwd als regulier (planmatig) onderhoud dat behoort tot het normale instandhoudings- en exploitatiebeleid van de woning. Tabel 1. Percentages van ZIN-tarieven als basis voor de pgb-tarieven
Pgb-vorm Formeel Zzp Informeel* Informeel Huishoudelijke hulp Hulpmiddelen** Woningaanpassingen
Percentage
van laagste gecontracteerde ZIN-tarief
adequate
100 % 75 % 45 % 60 % 100 % Op basis van offertes
* exclusief Huishoudelijke Hulp; ** Onderhoudskosten kunnen onder voorwaarden worden gedeclareerd
Integraal tarief Zowel het formele als het informele pgb-tarief is een integraal tarief. Dit betekent dat alle kosten die samenhangen met de ondersteuning zijn inbegrepen, zoals werkgeverslasten en verzekeringen. Het is niet toegestaan hiervoor aanvullende vergoedingen te ontvangen. Ook overige kosten die samenhangen met de uitvoering van de ondersteuning moeten uit het pgb worden bekostigd. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor vergoeding vanuit een pgb: - kosten voor bemiddeling, waaronder kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; - kosten voor het voeren van een pgb-administratie; - ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; - kosten die worden gemaakt voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college; - kosten voor vervoer wanneer de inwoner naar het oordeel van het college niet in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; - kosten voor direct in te zetten hulp zoals crisishulp; - kosten voor het aanvragen van een VOG; 13
-
feestdagenuitkeringen en eenmalige uitkeringen; kledingvergoeding voor de hulpverlener; schoonmaakmiddelen; reiskosten en reistijd van personen die de hulp verlenen; administratietijd van personen die de hulp verlenen; overheadkosten; kosten voor overige voorzieningen; contributies voor belangenorganisaties, kosten voor het volgen van cursussen en informatiemateriaal; de opgelegde bijdrage in de kosten; extra beloningen zoals eindejaarsuitkering, overlijdensuitkering of gratificaties; alle kosten voor hulp die onder een andere wet dan de Jeugdwet of Wmo vallen.
Betaling De gemeentelijke pgb’s worden via trekkingsrecht uitbetaald. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de inwoner stort, maar op de rekening van het servicecentrum pgb van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB moet in het bezit zijn van een zorgovereenkomst en deze moet zijn geaccordeerd door de gemeente. Zorgverleners ontvangen de betaling direct op hun rekening na declaratie via het pgb-portaal. Afrondingsverschillen De pgb-tarieven worden vastgesteld als uurtarief. De backoffice werkt echter met een minuuttarief. Bij het berekenen van het juiste minuuttarief wordt vastgehouden aan de i-standaard. Dit houdt in: (contractueel uurtarief x aantal minuten) / 60. Dit bedrag wordt vervolgens afgerond op 2 decimalen.
Eigen bijdrage Wmo Op grond van de Wmo 2015 is voor een pgb een eigen bijdrage verschuldigd zolang de voorziening wordt gebruikt of totdat de kostprijs is bereikt. Bij de bepaling van de gebruiksduur hanteert de gemeente de afschrijvingstermijnen van de betreffende voorziening. De eigen bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
14
Hoofdstuk 7. Indexatie De pgb-tarieven zijn gekoppeld aan de tarieven voor ZIN. Deze ZIN-tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van cao-ontwikkelingen en andere relevante kostenontwikkelingen in de zorgsector. Op basis van de geïndexeerde ZIN-tarieven stelt de gemeente de pgb-tarieven vast volgens de vastgestelde percentages voor formeel en informeel pgb. Doordat de pgb-tarieven een vast percentage van de ZIN-tarieven vormen, bewegen zij automatisch mee met de jaarlijkse indexatie van de ZIN-tarieven. Hierdoor is het voor zowel Jeugd als Wmo niet nodig om de pgb-tarieven afzonderlijk te indexeren en vast te stellen. De nieuwe pgb-tarieven worden jaarlijks in januari berekend en gepubliceerd op de gemeentelijke website. Deze systematiek zorgt voor een transparante, eenduidige en toekomstbestendige tariefvaststelling, waarbij het pgb meebeweegt met de feitelijke kostenontwikkelingen in de zorg en voldoende blijft om passende ondersteuning in te kopen. De ZIN-tarieven, gebaseerd op onafhankelijke kostprijsonderzoeken in het kader van aanbestedingstrajecten, vormen bovendien een betrouwbare en onderbouwde basis voor het vaststellen van de pgb-tarieven.
15
Hoofdstuk 8. Kwaliteit De kwaliteit van de ondersteuning die via een pgb wordt geboden, staat centraal. Zowel bij formele als informele pgb’s is het essentieel dat de ondersteuning adequaat, veilig en doelgericht is en aansluit bij de behoeften van de inwoner. Het college ziet toe op de borging van deze kwaliteit en hanteert daarvoor toetsingscriteria, afgestemd op het type pgb en de aard van de ondersteuning.
Formeel pgb Bij formeel pgb wordt de hulp beroepsmatig verleend door een hulpverlener die beschikt over de relevante diploma’s en certificaten, en aantoonbare deskundigheid die nodig is voor de uitvoering van de betreffende werkzaamheden. De kwaliteit van deze professionele dienstverlening wordt getoetst aan de voor gecontracteerde zorgaanbieder van ZIN en de kwaliteitscriteria voor professionele (zorg)aanbieders zoals opgenomen in het Drents Kwaliteitskader Sociaal Domein 2019. Het college beoordeelt of de ondersteuning geschikt is voor de doelstelling waarvoor het pgb wordt verstrekt. In het gemotiveerde pgb-plan moet worden aangetoond op welke wijze deze kwaliteit is geborgd. Daarnaast kan het college de beoordeling baseren op klantervaringen, eigen contacten met de zorgverlener, jaarverslagen van de zorgverlener en relevante inspectierapporten.
Informeel pgb Voor een informeel pgb moet in het pgb-plan gemotiveerd worden waarom een persoon uit het sociale netwerk wordt ingezet en aangetoond dat deze hulp een gelijkwaardig of beter resultaat oplevert dan professionele ondersteuning via ZIN of pgb. Om de kwaliteit van informele hulp te waarborgen, gelden de volgende voorwaarden: de hulpverlener beschikt over de, voor de hulpvraag benodigde, competenties, kennis en vaardigheden, evenals over de relevante diploma’s en certificaten voor de uitvoering van de taken. Daarnaast kan het college als voorwaarde stellen dat de hulpverlener in het bezit is van een VOG niet ouder dan drie jaar; uitzonderingen zijn (groot)ouders. De uitwerking van de voorwaarden wordt per casus afgestemd op de aard van de hulpvraag en de te leveren ondersteuning. De ondersteuning mag niet leiden tot overbelasting van de hulpverlener, en de relatie tussen de inwoner en hulpverlener mag het behalen van de doelstellingen niet belemmeren. De hulpverlener mag bovendien geen deel uitmaken van de problematiek waarvoor de ondersteuning wordt ingezet en er mag geen afhankelijkheidsrelatie ontstaan of in stand worden gehouden. Tot slot mag de hulpverlener het pgb niet beheren, behalve in bijzondere gevallen met uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van het college. 16
Hoofdstuk 9. Pgb buitenland Een geïndiceerde voorziening is in principe bedoeld voor inzet in de eigen leefomgeving in Nederland. In uitzonderlijke gevallen kan ondersteuning echter ook tijdelijk in het buitenland worden ingezet. De noodzaak van ondersteuning buiten Nederland wordt per casus beoordeeld. Het college kan, bij aantoonbare noodzaak en met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming vooraf, toestaan dat de voorziening tijdelijk in het buitenland wordt ingezet. Bij de beoordeling kijkt het college onder andere naar de duur van het verblijf in het buitenland, de noodzaak van de ondersteuning en of de ondersteuning vergelijkbaar is met de ondersteuning die in Nederland wordt ingezet. Ook moet de kwaliteit van de ondersteuning voldoende geborgd zijn en moet het pgb op een rechtmatige en controleerbare manier worden besteed. Een pgb kan tijdens een vakantie worden ingezet, mits de geïndiceerde ondersteuning noodzakelijk is om de inwoner tijdens de vakantie te laten functioneren. Het pgb mag echter niet worden gebruikt om (gedeeltelijk) de vakantie te financieren. Ondersteuning die bedoeld is voor gebruik in of rond de woning, of voor lokale vervoersbehoefte, kan daarom niet tijdens een vakantie worden ingezet. Bij langdurig verblijf in de buiteland kan dit gevolgen hebben voor het recht op de voorziening.
In dat geval kan het college besluiten de voorziening te herzien of in te trekken, zodat het pgb doelmatig en rechtmatig wordt ingezet.
17
Hoofdstuk 10. Herzien, intrekken of opschorten Het college onderzoekt periodiek of er aanleiding is om een beslissing over een voorziening in de vorm van een pgb te herzien, in te trekken of de betaling tijdelijk op te schorten. Dit waarborgt dat het pgb rechtmatig wordt ingezet en aansluit bij de actuele ondersteuningsbehoefte van de inwoner. Een beslissing kan worden herzien, ingetrokken of opgeschort in de volgende situaties: - Onjuiste of onvolledige gegevens: de inwoner heeft opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, waardoor een andere beslissing zou zijn genomen; - Niet langer aangewezen: de inwoner komt niet langer in aanmerking voor het pgb; - Niet langer toereikend: het pgb is niet langer passend of toereikend voor de behoefte van de inwoner; - Niet voldoen aan voorwaarden: de inwoner voldoet niet aan de voorwaarden die aan het pgb zijn verbonden; - Niet gebruiken voor beoogd doel: het pgb wordt niet, zes maanden na de beschikking, gebruikt voor de doelstelling waarvoor deze is toegekend. Voor de Jeugdhulp geldt aanvullend: - Verblijf in instelling: de inwoner verblijft langer dan zes weken in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet.
Wanneer een beslissing wordt herzien of ingetrokken op grond van opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens, kan het college de te veel of ten onrechte ontvangen pgbbedragen geheel of gedeeltelijk terugvorderen, indien nodig via een dwangbevel. Bij een gegrond vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik kan het college de SVB gemotiveerd verzoeken om de betalingen uit het pgb tijdelijk geheel of gedeeltelijk op te schorten maximaal voor een periode van dertien weken.
18
Hoofdstuk 11. Afschrijftermijnen Bij het verstrekken van een pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt uitgegaan van vaste afschrijftermijnen. Deze termijnen geven aan binnen welke periode een voorziening in principe wordt gebruikt voordat vervanging aan de orde kan zijn. Hiermee wordt aangesloten bij de gebruikelijke technische en economische levensduur van voorzieningen en wordt een doelmatige besteding van publieke middelen geborgd. -
voor vervoermiddelen en roerende woonvoorzieningen, zoals scootmobielen, rolstoelen en tilliften, geldt een afschrijftermijn van 7 jaar; voor niet-roerende woningvoorzieningen, zoals trapliften, onderrijdbare keukens en badkamer- of woningaanpassingen, geldt een afschrijftermijn van 10 jaar.
Deze termijnen zijn uitgangspunten bij de beoordeling van aanvragen voor vervanging of een nieuw pgb voor een voorziening. Maatwerk blijft mogelijk wanneer de situatie van de inwoner of de staat van de voorziening daarom vraagt. Afschrijftermijnen hulpmiddelen en woningaanpassingen Product
Afschrijftermijn
Vervoermiddelen en roerende woonvoorzieningen (bijv. scootmobielen, rolstoelen, tilliften)
7 jaar
Niet-roerende woningvoorzieningen (bijv. trapliften, onderrijdbare keukens, aanpassingen badkamers)
10 jaar
19
Hoofdstuk 12. Overgangsfase De nieuwe pgb-tarieven worden vastgesteld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerveld 2026 en de Verordening jeugdhulp gemeente Westerveld 2026. Bij de invoering van deze verordeningen wordt een overgangsperiode gehanteerd om continuïteit en uitvoerbaarheid te waarborgen. Hoewel de verordeningen formeel met terugwerkende kracht ingaan per 1 januari 2026, treden de nieuwe pgb-tarieven pas in werking per 1 januari 2027. Voor het jaar 2026 blijven de reeds vastgestelde pgb-tarieven gelden voor zowel lopende als nieuwe beschikkingen en herbeschikkingen. Vanaf 1 januari 2027 worden de pgb-tarieven zoals opgenomen in de nieuwe verordeningen Jeugd en Wmo toegepast. Op deze manier wordt voorkomen dat bestaande beschikkingen tussentijds moeten worden aangepast en wordt een geleidelijke invoering van de nieuwe tariefsystematiek gerealiseerd, met continuïteit voor zowel inwoners als gemeentelijke medewerkers.
20