Bijlage 1 - Beleidsplan gladheidsbestrijding 2022-2027
Tekst van het document
‘Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2022-2027’
Diever, september 2022
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................... 2 1.
2.
3.
4.
5.
1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1.
Leidraad gladheidsbestrijding .................................................................................................. 4
1.2.
Over dit plan ............................................................................................................................ 4
Landelijke context en ontwikkelingen .............................................................................................. 5 2.1.
Algemeen................................................................................................................................. 5
2.2.
Juridische aspecten ................................................................................................................. 5
2.3.
Arbo-aspecten ......................................................................................................................... 6
2.4.
Milieuaspecten ......................................................................................................................... 6
2.5.
Risico-inventarisatie en evaluatie ............................................................................................ 6
2.6.
Integrale visie........................................................................................................................... 7
2.7.
Communicatie gladheidsbestrijding ......................................................................................... 7
2.8.
Registratie en evaluatie ........................................................................................................... 7
Van huidig naar nieuw beleid .......................................................................................................... 9 3.1.
Resultaten huidig beleid .......................................................................................................... 9
3.2.
Strooimethodiek en signaleringsmethode ............................................................................... 9
3.3.
Doelstelling van het beleid 2022-2027 .................................................................................. 10
3.4.
Principes en uitgangspunten ................................................................................................. 11
Aanpak en uitvoering ..................................................................................................................... 12 4.1.
Strategie en aanpak .............................................................................................................. 12
4.2.
Voorstel voor maatregelen en activiteiten ............................................................................. 12
4.3.
Infographic gladheidsbestrijding ............................................................................................ 13
Financiën ....................................................................................................................................... 14
Samenvatting Huidige situatie De gladheidsbestrijding op de gemeentelijke wegen wordt efficiënt in eigen beheer en met eigen tractie uitgevoerd. De gemeente heeft de beschikking over drie vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg en een Volkswagen Crafter met natzoutstrooier en sneeuwploeg. Aanvullend zijn een tractor met schuif en borstel en shovel met schuif beschikbaar voor calamiteiten. Daarnaast kan opgeschaald worden via lokale aannemers, omdat wij als gemeente niet zelf alle calamiteiten aan kunnen qua formatie en tractie. Per gebied staat door de goede samenwerkingen en relaties een aannemer paraat.
Strooimethodiek en signaleringsmethode Het aantal verharde wegen in onze gemeente bedraagt ongeveer 550 km en 120 km fietspad. Voor de gemeente is het ondoenlijk om al deze wegen tijdig te strooien. Dit geldt niet alleen voor Westerveld maar voor alle gemeenten. We moeten dus keuzes maken en prioriteiten stellen. In de winterperiode voorziet DTN ons van weersinformatie. Dagelijks ontvangen we via de e-mail een 24 uurs weersverwachting en een lange termijnverwachting. Zodra binnen een periode van vier tot vijf uur gladheid wordt verwacht krijgt de piketdienst van de gemeente een waarschuwing van DTN. Ook kan de piketdienst zelf contact opnemen met DTN. Op twee locatie in onze gemeente zijn meetpunten aangebracht. Deze meetpunten registeren de wegdektemperatuur, neerslag en het restzout dat nog op het wegdek aanwezig is. Op deze wijze kan nauwkeurig worden bepaald of er daadwerkelijk gestrooid moet worden. De twee meetpunten zijn aangebracht op die plaatsen waar de wegdektemperatuur ’s winters in Westerveld het laagst is en deze zijn de Bosweg (Diever-Zorgvlied) en de Ruiterweg (Havelterberg). De ervaringen over het gebruik van deze twee meetpunten ervaren wij als zeer betrouwbaar en uitermate nauwkeurig. Door deze informatie zijn wij in staat om het strooien goed in te plannen en de routes dus ook vroegtijdig preventief te strooien.
Het grote voordeel van preventief strooien is dat er gestrooid wordt voordat het daadwerkelijk glad is. Dat is voor de inwoners en onze medewerkers een stuk veiliger. Er wordt immers gereden op schone wegen. Bij aanhoudende sneeuwval schakelt de strooiploeg over op curatief strooien en schuiven.
Uitgangspunten beleid Het doel is dat de gemeentelijke wegen en fietspaden op een efficiënte en duurzame manier sneeuw- en ijsvrij gehouden worden. Daarvoor heeft de gemeente vier strooiroutes die preventief gereden worden in maximaal 2,5 uur. Curatief zitten geen eisen aan en is afhankelijk van meerdere factoren. Vier strooiwagens worden daarbij preventief ingezet. Deze worden tijdig en goed onderhouden door de monteur buitendienst. Voor het strooien staan twaalf medewerkers klaar. Zij strooien van gemiddeld week 44 tot week 13, wanneer dit noodzakelijk is. Verder is er een adequate meldsystematiek voor gladheid vanuit het meldpunt openbare ruimte. Op klachten en meldingen wordt vervolgens snel en doeltreffend gehandeld als gevaarlijke situaties zich voordoen. Inwoners worden via de dorpsgemeenschappen en via de gemeentelijke communicatiekanalen geïnformeerd over het gemeentelijk beleid als het gaat om gladheidsbestrijding. Tot slot wordt via DTN en onze blackboxes een administratie bijgehouden van onder andere (uitruk)tijden en gereden routes.
2
Communicatie en evaluatie Voor alle betrokkenen binnen de eigen gemeentelijke organisatie als voor inwoners en weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd. Intern dient de communicatie op een juiste en duidelijke wijze te worden overgebracht. Alle betrokken medewerkers moeten weten wat er in geval van gladheid van hem of haar wordt verwacht. Extern moeten de inwoners en weggebruikers tijdig worden geïnformeerd over het gemeentelijke beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. De laatste stap in het proces van planvorming tot en met uitvoering van de gladheidsbestrijding is de evaluatie. De evaluatie vindt aan het eind van ieder strooiseizoen plaats. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt. De hoofd- en verbeterpunten worden verwerkt in het eerstvolgende ‘draaiboek gladheidsbestrijding’.
3
1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe ‘beleidsplan gladheidsbestrijding 2022-2027’ van de gemeente Westerveld. Met dit plan willen we de komende jaren borgen dat de gemeentelijke wegen en fietspaden die in het strooiplan zitten op een efficiënte en duurzame manier sneeuw- en ijsvrij worden gehouden.
1.1.
Leidraad gladheidsbestrijding
De eisen die de samenleving aan de gladheidsbestrijding stelt worden steeds hoger. Mobiliteit moet zoveel mogelijk ook onder winterse omstandigheden worden gewaarborgd. Een andere ontwikkeling is de verdergaande juridificering van de maatschappij. Wegbeheerders worden steeds vaker aansprakelijk gesteld voor gebreken aan de weg (waaronder ook winterse omstandigheden op de weg). Door deze ontwikkelingen is een gedegen aanpak van de gladheidsbestrijding en het hebben van een logische samenhang in beleid en uitvoering steeds belangrijker. Om hieraan te voldoen is het hebben van een beleidsplan voor de gladheidsbestrijding van groot belang. Genoemde ontwikkelingen zijn voor de stuurgroep gladheidsbestrijding van de CROW en de commissie reiniging van de Vereniging voor afval- en reinigingsmanagement (NVRD) aanleiding geweest om een gezamenlijke werkgroep op te richten die tot taak kreeg om een uniforme leidraad te ontwikkelen voor wegebeheerders voor het opstellen van een beleidsplan gladheidsbestrijding. Deze leidraad heeft geen wettelijke status. Maar omdat er geen concrete regelgeving bestaat op het gebied van gladheidsbestrijding wordt er in de praktijk wel een zekere juridische status aan toegekend. Bij het opstellen van dit beleidsplan is deze leidraad in grote lijnen gevolgd.
1.2.
Over dit plan
Dit plan beschrijft de verantwoordelijkheden, uitgangspunten en doelstellingen van het gemeentelijk beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. We gaan eerst in Hoofdstuk 2 in op de landelijke context en ontwikkelingen. In Hoofdstuk 3 beschrijven we vervolgens waar we nu staan en waar we naar toe willen werken met het beleid. Hoofdstuk 4 zet vervolgens onze strategie en aanpak uiteen. In hoofdstuk 5 behandelen we de financiën.
4
2. Landelijke context en ontwikkelingen Dit hoofdstuk schetst eerst de landelijke context en gaat daarna in op ontwikkelingen die zowel het landelijke beleid als ons gemeentelijke beleid beïnvloeden.
2.1.
Algemeen
In Nederland is de gladheidsbestrijding een verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Afhankelijk van het type weg kunnen dit Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten zijn. Al deze partijen hanteren hun eigen beleid voor de gladheidsbestrijding en gaan hier op verschillende manieren mee om. Dit kwam de overzichtelijkheid voor de weggebruiker niet ten goede. Daarom wordt er sinds een aantal jaren zoveel mogelijk uniformiteit in de gladheidsbestrijding nagestreefd. De wijze waarop de gladheidsbestrijding vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder, voor het in goede staat verkeren van de wegen vastgesteld in de Wegenwet (artikel 16 e.v.). Bij de invulling van deze zorgtaak heeft de wegbeheerder te maken met Arbo-aspecten en met de nadelige effecten die het gebruik van dooimiddelen heeft op het milieu.
2.2.
Juridische aspecten
2.2.1. Wegenwet De wegbeheerder is op grond van de Wegenwet, hoofdstuk IV artikel 15 t/m 26, verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg. Als hij niet voldoet aan deze verantwoordelijkheid, met schade bij gebruikers als gevolg, kan hij voor die schade aansprakelijk worden gehouden, waarbij moet worden voldaan aan de voorwaarden voor aansprakelijkheidsstelling.
2.2.2. Burgerlijk Wetboek De aansprakelijkheid van de wegbeheerder kan op twee gronden worden gebaseerd. Allereerst de verantwoordelijkheid voor gebreken aan de weg en weguitrusting, zoals opgenomen in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit is een risicoaansprakelijkheid. Echter regelt dit artikel niet de mogelijke verantwoordelijkheid van de wegbeheerder voor zaken en substanties die niet op het wegdek thuis horen, zoals zand en olie, maar ook sneeuw, ijzel of rijp. De mogelijke aansprakelijkheid voor ongevallen door zaken op het wegdek moeten worden beoordeeld op basis van artikel 6:162 uit het BW. Dit is een aansprakelijkheid op basis van een onrechtmatige daad.
2.2.3. Aansprakelijkheidsstelling Een belangrijk punt bij aansprakelijkheidsstelling bij winterse gladheid is de vraag of er sprake is van verwijtbaarheid van de wegbeheerder. De bewijslast hiervoor ligt in beginsel bij de eisende partij. Als een wegbeheerder kan aantonen dat hij op structurele wijze aan zijn zorgplicht/inspanningsverplichting heeft voldaan is hij in principe niet aansprakelijk voor de geleden schade. Om hieraan te voldoen moet hij de volgende zaken goed op orde en aantoonbaar hebben: - Een adequate meldsystematiek voor gladheid; - Voldoende en goed onderhouden materieel; - Snel en doeltreffend handelen als bepaalde gevaarlijke situaties bij de gemeente worden gemeld of bekend zijn; - Inwoners jaarlijks, voor het winterseizoen, informeren over het gemeentelijk beleid voor de gladheidsbestrijding; - Een administratie bijhouden van (uitruk)tijden en gereden routes.
5
2.3.
Arbo-aspecten
De uitvoering van de gladheidsbestrijding vindt vaak plaats onder moeilijke omstandigheden. Vaak vinden de werkzaamheden buiten reguliere werktijden plaats, soms op nog gladde wegen en met dooimiddelen.
2.3.1. Wet- en regelgeving arbeidsomstandigheden De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet. Voor gemeentepersoneel gelden de arbeidsvoorwaarden volgens de CAR-UWO. Hierin is geregeld dat de werkgever de ambtenaar kan verplichten om zich, buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden, beschikbaar te houden voor gladheidsbestrijding, als hij dit voor het dienstbelang nodig acht.
2.3.2. Veiligheid Veiligheidsaspecten bij gladheidsbestrijding hebben voornamelijk betrekking op het gebruik van materiaal en materieel en op de uitvoering. Voor de start van het winterseizoen wordt op de gemeentewerf een bijeenkomst georganiseerd voor alle betrokkenen en worden alle procedures doorlopen. De belangrijkste zaken die hierbij aan de orde komen zijn: - het bedienen en omgaan met het gladheidsbestrijdingsmaterieel; - controle en het afstellen van de doseerinstallatie van de opzetstrooiers; - het omgaan met de dooimiddelen; - hoe om te gaan met onveilige situaties die zich tijdens het strooien kunnen voordoen. Gladheidsbestrijdingsmaterieel moet conform de Arbowetgeving zijn voorzien van CEmarkering met bijbehorende EG-verklaring.
2.4.
Milieuaspecten
Gladheidsbestrijding heeft nadelige effecten voor het milieu. Dit wordt voornamelijk door het verkeer veroorzaakt, omdat een deel van het dooimiddel door verwaaiing naast de weg komt en door opspattend zout smeltwater. Na verloop van tijd bereikt een gedeelte van het zout het oppervlaktewater en/of grondwater wat belastend is voor het leefmilieu in en om het oppervlaktewater. Ook hebben sommige boom- en heestersoorten hiervan te lijden. De meest voor de hand liggende maatregel om milieuschade te beperken is ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk dooimiddel in het milieu terecht komt. Dit kan op de volgende manieren worden bereikt: - Door te strooien volgens de ‘’natzout’’ strooimethode wordt er nauwkeuriger gestrooid en treedt er nagenoeg geen verwaaiing op, omdat het zout enigszins aan het wegdek plakt; - Voorafgaand aan elke strooiactie moet worden gecontroleerd of de doseerinstallatie van de strooier en de strooibreedte op de juiste hoeveelheid is afgesteld; - Door bewust om te gaan met het aantal strooiacties.
2.5.
Risico-inventarisatie en evaluatie
De keuzes die gemaakt worden op het gebied van gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de afweging van de belangen op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. Als gemeente zijn we VCA-gecertificeerd. Vanuit de risicoinventarisatie denken we vooraf na over mogelijke risico’s en eventuele gevolgen.
6
2.6.
Integrale visie
Met de uniforme leidraad gladheidsbestrijding wordt beoogd dat zoveel mogelijk wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding; een integrale visie. Dit omdat wintergladheid niet alleen in de gemeente Westerveld voorkomt maar grens overstijgend is. Als gladheid optreedt, gebeurt dit plaatselijk, regionaal of zelfs landelijk. De weggebruiker wil van A naar B op een veilige en betrouwbare manier. Weggebruikers zijn gebaat bij een integrale aanpak van de gladheidsbestrijding ter voorkoming van gladheid. De integrale visie wordt als volgt gekenmerkt: - De veiligheid van de weggebruikers staat voorop; - Gladheidspreventie gaat, waar noodzakelijk en indien mogelijk, boven curatieve gladheidsbestrijding. De geformuleerde visie is een belangrijk hulpmiddel voor wegbeheerders bij het opstellen van het beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. Binnen de wettelijke kaders en vele praktische randvoorwaarden hebben wegbeheerders door de jaren heen hun taken op het gebied van gladheidsbestrijding verschillend ingevuld. Hierdoor was het beleid ten aanzien van de gladheidsbestrijding weinig uniform. Tegelijkertijd werd ingezien dat een samenhangende aanpak, zowel binnen het eigen beheergebied als de gebieden van aangrenzende wegbeheerders, van groot belang is.
Allereerst voor de weggebruiker, die daardoor bij gladheid beter weet waar hij aan toe is. Maar ook voor de wegbeheerder, die daardoor efficiënter en effectiever kan opereren. Dit heeft met de instelling van een landelijke CROW-werkgroep geleid tot een integrale visie op het gebied van gladheidsbestrijding. De gemeente Westerveld conformeert zich waar mogelijk aan deze integrale visie.
2.7.
Communicatie gladheidsbestrijding
Voor zowel betrokkenen binnen de eigen gemeentelijke organisatie als weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd. Intern dient de communicatie op een duidelijke wijze te worden overgebracht. Alle betrokken medewerkers moeten in geval van gladheid weten wat er van hem of haar wordt verwacht. Extern moeten de inwoners en weggebruikers tijdig worden geïnformeerd over het gemeentelijk beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding. Nieuw daarin is de ‘Infographic gladheidsbestrijding’ (paragraaf 3.3).
2.8.
Registratie en evaluatie
2.8.1. Registratie Een volledige registratie van de basisgegevens over de uitvoering van de gladheidsbestrijding is belangrijk uit het oogpunt van verantwoording en dient als basis voor de evaluatie. Ingeval van aansprakelijkheidsstelling kan de gemeente met deze gegevens aantonen hoe de gladheidsbestrijding, op een bepaald tijdstip is uitgevoerd. Ook als wordt besloten om niet te strooien, moeten deze gegevens zorgvuldig worden vastgelegd. De te registreren basisgegevens zijn: - Datum en tijd van gladheidsmelding; - Aard van de gladheid en weergesteldheid; - Motivering om in bepaalde situaties niet te strooien; - Tijdstippen waarop met een strooiactie is gestart en waarop deze is geëindigd; - Betrokken medewerkers en ingezet materieel; - Bij langdurige gladheid tussentijdse voortgangsrapportage van het strooien (tijd, plaats voertuig op route, bijzonderheden);
7
- Vermelden van calamiteiten en bijzonderheden. Deze administratie is geborgd bij DTN en wanneer nodig kunnen deze gegevens opgevraagd worden.
2.8.2. Evaluatie De laatste stap in het proces van planvorming tot en met uitvoering van de gladheidsbestrijding is de evaluatie. De evaluatie vindt aan het einde van ieder strooiseizoen plaats. Het initiatief hiertoe wordt genomen door de coördinator buitendienst. De onderwerpen die bij de evaluatie ter sprake komen zijn: - Klachten, meldingen en eventuele schadeclaims die zijn binnengekomen; - Arbo en veiligheid; zijn werkzaamheden uitgevoerd volgens plan en hebben zich gesignaleerde veiligheidsrisico’s voorgedaan; - Zijn verantwoordelijkheden in het totale proces duidelijk, zijn normen en tijden gehaald; - Communicatie; waren alle betrokken partijen goed geïnformeerd; - Passen de gemaakte kosten binnen de beschikbare budgetten. Onderdeel van de evaluatie is het voeren van een overleg met alle uitvoerende medewerkers. Belangrijk gespreksonderwerp hierbij is het zoeken naar eventuele verbeterpunten. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt. De hoofdpunten hieruit worden verwerkt in het eerstvolgende ‘draaiboek gladheidsbestrijding’.
8
3. Van huidig naar nieuw beleid De gemeente Westerveld wil verder op de ingeslagen weg om de gemeentelijke wegen en fietspaden op een efficiënte en duurzame manier sneeuw- en ijsvrij te houden. Eerst gaan we in op waar we vandaan komen, waarna we vervolgens de doelen en kaders van het nieuwe beleid schetsen.
3.1.
Resultaten huidig beleid
In de afgelopen jaren heeft Westerveld goede resultaten geboekt. In 2006 waren er totaal vijf strooiroutes die gereden werden met vier vrachtwagens en één trekker. De routes zijn onder de loep genomen. Op basis daarvan is een efficiencyslag gemaakt en afgeschaald naar vier strooiroutes. De tractie is daarbij ook afgeschaald met één vrachtwagen. De tractor is stand-by gezet en als alternatief voor de vrachtwagen wordt nu een VW Crafter ingezet. Daarbij wordt alleen nog zout geladen vanuit de gemeentewerf in Dieverbrug. Uitgangspunt bij de routes is dat deze binnen 2,5 uur gereden moeten kunnen worden bij preventief strooien. In 2018 zijn vervolgens de kosten van het pekelwater onder de loep genomen. Pekelwater werd altijd geleverd door een externe leverancier. Uit een doorrekening bleek dat na zes jaar de pekelmenger zichzelf had terugverdient. De levensduur is ongeveer vijftien jaar en levert daarmee negen jaar lang een besparing op. Tot slot wordt steeds efficiënter gestrooid. In het verleden was de verhouding twee derde zout en één derde water. Na succesvolle experimenten strooien we nu nog met twintig procent zout en tachtig procent water. Meetpunten en preventief strooien zorgen er daarnaast voor dat niet onnodig (veel) zout wordt gestrooid.
De strooi-units worden na initiatief van de monteur buitendienst aangedreven door de hydrauliek van de vrachtwagen en niet meer door de eigen diesel motor. Hierdoor vindt er een vermindering van de de CO2-uitstoot plaats. De resultaten zijn daarmee financieel- en milieutechnisch positief.Onder andere het adequaat kunnen handelen bij gevaarlijke situaties, een goede beschikbaarheid van personeel, mogelijkheid tot schouwen onderweg, directere aansturing en de aanwezigheid van materieel en een zoutloods zijn sterke punten. Kostentechnisch wordt dit versterkt, omdat uit een kostenvergelijking is gebleken dat uitbesteding voor een flinke kostenuitzetting zorgt ten opzichte van uitvoering in eigen beheer, waarbij uitgegaan is van marktconforme tarieven.
3.2.
Strooimethodiek en signaleringsmethode
Het aantal verharde wegen in onze gemeente bedraagt ongeveer 550 km en 120 km fietspad. Voor de gemeente is het ondoenlijk om al deze wegen tijdig te strooien. Dit geldt niet alleen voor Westerveld maar voor alle gemeenten. We moeten dus keuzes maken en prioriteiten stellen. In de winterperiode voorziet DTN ons van weersinformatie. Dagelijks ontvangen we via de e-mail een 24 uurs weersverwachting en een lange termijnverwachting. Zodra binnen een periode van vier tot vijf uur gladheid wordt verwacht krijgt de piketdienst van de gemeente een waarschuwing van DTN. Ook kan de piketdienst zelf contact opnemen met DTN. Op twee locatie in onze gemeente zijn meetpunten aangebracht. Deze meetpunten registeren de wegdektemperatuur, neerslag en het restzout dat nog op het wegdek aanwezig is. Op deze wijze kan nauwkeurig worden bepaald of er daadwerkelijk gestrooid moet worden. In het verleden is speciaal gekozen voor dit systeem, omdat Westerveld ook veel klinkerwegen heeft. Dat is een unieke situatie waar we als gemeente goed over hebben nagedacht. Met een onderzoek zijn de twee koudste plekken van de gemeente Westerveld opgezocht samen met DTN. Dit zijn ook de meest kritische plekken aan de hand van
9
ongevallen. Eén in een klinkerweg en één in een asfaltweg. Hier zijn meetpunten geplaatst. Wij zijn daarmee één van de eerste gemeenten in Nederland die een meetpunt heeft in een klinkerweg. Een unieke situatie voor een unieke gemeente. De meetpunten zijn de Bosweg (Diever-Zorgvlied) en de Ruiterweg (Havelterberg). De ervaringen over het gebruik van deze twee meetpunten ervaren wij als zeer betrouwbaar en uitermate nauwkeurig. Door deze informatie zijn wij in staat om het strooien goed in te plannen en de routes dus ook vroegtijdig preventief te strooien. Het grote voordeel van preventief strooien is dat er gestrooid wordt voordat het daadwerkelijk glad is. Dat is voor de inwoners en onze medewerkers een stuk veiliger. Er wordt immers gereden op schone wegen. Bij aanhoudende sneeuwval schakelt de strooiploeg over op curatief strooien en schuiven. De gladheidsbestrijding in de gemeente Westerveld wordt geleid door vier strooiploegen, waarbij een medewerker één keer in de drie weken strooidienst heeft. De ene week ben je strooileider en heb je piket. De volgende week ben je achtervang en de week erop heb je strooidienst. De strooiploegen verrichten deze werkzaamheden zowel binnen als buiten de reguliere werktijden en hebben tevens piketdienst. De strooileider bepaalt of er wel of niet wordt gestrooid.
De volgende instrumenten heeft hij tot zijn beschikking om te komen tot een weloverwogen besluit om al dan niet te gaan strooien: - DTN; - Eigen waarneming tijdens schouwen; - Meldingen; - Weersverwachting.
3.3.
Doelstelling van het beleid 2022-2027
Om mobiliteit en veiligheid zoveel mogelijk onder winterse omstandigheden te waarborgen hanteren we voor deze planperiode de volgende doelstelling: ➢ De gemeentelijke wegen en fietspaden die zijn opgenomen in het strooiplan worden op een efficiënte en duurzame manier sneeuw- en ijsvrij gehouden. Deze doelstelling hebben we vertaald in onderstaande twee speerpunten voor het beleid: 1. Actieve communicatie Als gemeente laten we actief zien wat we aan gladheidsbestrijding doen in de gemeente. Dat doen we onder andere met een infographic (paragraaf 4.3.) en interactief kaartmateriaal met de routes die we rijden. 2. Draaiboek gladheidsbestrijding Om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen wordt ieder jaar een draaiboek gladheidsbestrijding opgesteld, waarin de uitvoering voor dat jaar geconcretiseerd is. Deze plannen worden vastgesteld door het college en worden ook gedeeld met de dorpsgemeenschappen.
10
3.4.
Principes en uitgangspunten
Bij de uitvoering van dit beleid gelden de volgende uitgangspunten:
11
Er worden vier strooiroutes gereden; Vier strooiwagens worden preventief ingezet; Een preventieve strooiroute duurt maximaal 2,5 uur; Er staan twaalf medewerkers klaar; Wij strooien gemiddeld van week 44 tot week 13 wanneer dit noodzakelijk is; We zijn 24 uur per dag paraat; Er is een adequate meldsystematiek voor gladheid vanuit het meldpunt openbare ruimte; De tractie wordt tijdig en goed onderhouden door de monteur buitendienst. Een extern onafhankelijk bureau voert de jaarlijkse keuring uit; Er wordt snel en doeltreffend gehandeld als gevaarlijke situaties bij de gemeente gemeld worden of bekend zijn; Inwoners worden via de dorpsgemeenschappen en via de gemeentelijke communicatiekanalen geïnformeerd over het gemeentelijk beleid als het gaat om gladheidsbestrijding; Er wordt een administratie bijgehouden van (uitruk)tijden en gereden routes.
4. Aanpak en uitvoering 4.1.
Strategie en aanpak
De buitendienst staat vanuit dit plan ieder jaar klaar om de gemeentelijke wegen en fietspaden sneeuw- en ijsvrij te houden. Om goed te kunnen anticiperen op ontwikkelingen wordt daarnaast ieder jaar een draaiboek gladheidsbestrijding opgesteld, waarin de uitvoering voor dat jaar geconcretiseerd is. Deze planperiode omvat vijf draaiboeken die allen herijkt worden om zo optimaal mee te kunnen bewegen met het veranderende klimaat. Bij het opstellen, uitwerken en uitvoeren van de draaiboeken geldt de volgende aanpak: Leren door te doen en accepteren dat inzichten nog kunnen veranderen; Klimaatverandering vraagt flexibiliteit en aanpassingsvermogen Verwachtingen managen is van belang; Dienstverlening kost geld, daarom wordt geprioriteerd in de locaties die als eerst gestrooid worden Communicatie is cruciaal. Informatie over gladheidsbestrijding wordt intern en extern tijdig en efficiënt overgebracht
4.2.
Voorstel voor maatregelen en activiteiten
Het beleidsplan biedt voor de periode 2022 – 2027 de basis voor het operationele ‘’Draaiboek gladheidsbestrijding’’ waarin de concrete uitvoeringsacties worden benoemd. Het draaiboek wordt jaarlijks na het winterseizoen geëvalueerd en aan de hand hiervan geactualiseerd en door het college van B&W vastgesteld. In de draaiboeken zijn voorstellen opgenomen voor maatregelen en activiteiten. Naast een concrete set aan maatregelen, willen we in de draaiboeken ook ruimte bieden aan de ontwikkelingen in die periode. Mochten er door innovatie of voortschrijdend inzicht aanvullende maatregelen zijn, die meehelpen onze ambities waar te maken, dan leggen we deze met aparte voorstellen voor aan de raad.
12
4.3.
13
Infographic gladheidsbestrijding
5. Financiën Om uitvoering te geven aan het ‘Beleidsplan gladheidsbestrijding 2022-2027’ is structureel budget beschikbaar. Deze lasten bestaan uit: -
De aankoop van wegenzout (gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen drie jaar); Een contract met DTN voor onderhoud van de meetpunten en bewaking tijdens nachtelijke uren; Data- en telecommunicatie; Kapitaallasten en doorbelasting tractie; Inzet uren buitendienst inclusief piketregeling.
In het vervangingsplan van de voertuigen is de vervanging van tractie geborgd. Mochten er aanvullende middelen noodzakelijk zijn, dan worden deze - na de evaluatie van het draaiboek gladheidsbestrijding van dat jaar – aangevraagd bij de raad.
14