Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte (ontwerp, 22 november 2023)
Tekst van het document
24-04-2023 10:37
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
4
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Bijlage 2 Wateradvies
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
35
Watertoets Normale procedure Versie 2023
Inhoudsopgave 1. Watertoets proces
3
1.1. Doel en inhoud van het document
3
1.2. Vervolg van het document
3
2. Oeveraseweg 27 Havelte
5
2.1. Bestaande waterhuishouding
5
2.2. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau
7
2.3. Watersysteem
7
2.4. Wateroverlast
8
2.5. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast
10
2.6. Waterkwaliteit
10
2.7. Riolering
12
2.8. Beheer en onderhoud
13
3. Vervolg watertoets en beoordeling
14
Watertoets - Normale procedure
pagina 2
1. Watertoets proces Het beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) is beschreven in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Kadernotitie Stedelijk Water. Het proces watertoets kent verschillende fasen waarbij formeel een watertoets voorkomt bij de initiatief-, ontwikkel- en besluitvormingsfase. In elke fase spelen de initiatiefnemer en de waterbeheerder hun rol. Een goede vertaling van het beleid naar deze uitgangspuntennotitie is afhankelijk van de informatie die de initiatiefnemer van het plan heeft aangeleverd.
1.1. Doel en inhoud van het document Het doel van de uitgangspuntennotitie is om in de initiatieffase van een plan bruikbare informatie aan te leveren voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. Deze uitgangspuntennotitie bevat: • de bestaande waterhuishouding van het plangebied (paragraaf 2); • concrete uitgangspunten voor het plan op basis waarmee u de waterhuishouding regelt (paragaaf 3); • informatie over het vervolg van de watertoets en de uiteindelijke beoordeling van WDODelta in het kader van de watertoets (paragraaf 4)
1.2. Vervolg van het document Het is de bedoeling dat de u de uitgangspunten notitie uitwerkt in de waterparagraaf van het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing zoals vastgelegd in het besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Daarnaast kan de volledige uitgangspunten notitie in de bijlage.
Watertoets - Normale procedure
pagina 3
Beschikbare gegevens Sommige gegevens die u kunt gebruiken voor het plan, zijn digitaal beschikbaar. Hieronder vindt u een omschrijving van verschillende gegevens. Keur en Legger oppervlaktewater en waterkeringen Op de website van WDODelta vindt u een geoportaal met de Legger. De Legger bestaat uit kaarten en tabellen met de volgende gegevens: - de locatie van wateren en dijken; - de eisen (vorm en afmetingen) waaraan wateren en dijken moeten voldoen; - de ruimte die we rond de dijken reserveren voor toekomstige dijkversterkingen; - wie het onderhoud uitvoert (als de onderhoudsplichtige niet is opgenomen, dan geldt de Keur) In de Keur staan regels: - over het voorkomen van schade aan onder andere dijken en oevers; - over het onderhoud van onder andere sloten, beken en rivieren; - over het gebruik van grondwater en water uit sloten. ArcGIS Online Diverse gegevens ontsluiten wij via het webportaal van ArcGIS Online. Klimaatatlas waterschap Drents Overijsselse Delta In de klimaatatlas ziet u de lokale situatie voor neerslag en hitte in het stedelijk gebied. Deze gegevens geven een goed inzicht in mogelijke risico’s bij hoosbuien of extreme hitte. De klimaatatlas kan helpen om bestaande risico’s, of risico’s die voortkomen uit de ruimtelijke ontwikkeling, te minimaliseren.
Daarnaast zijn in samenwerking met gemeenten en de provincie klimaatatlassen ontwikkeld die een breder beeld geven van de gevolgen van klimaatverandering: - Fluvius (Zuidwest-Drenthe en Noordwest-Overijssel) - RIVUS (West-Overijssel) Provincie Overijssel Provincie Overijssel heeft vanuit de ruimtelijke verordening een eigen set kaarten toegevoegd, die met name voor het helder definiëren van het toepassingsbereik van bepalingen onmisbaar zijn. Algemene Hoogtekaart Nederland Om een indicatief beeld van de hoogteligging van het plan te krijgen adviseren we om gebruik te maken van de Algemene Hoogtekaart Nederland. U kunt op deze site uw locatie aanwijzen om de exacte hoogte te bepalen. Bodem en grondwaterstanden provincie Overijssel Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Overijssel. Bodem en grondwaterstanden provincie Drenthe Informatie over de bodem en grondwaterstanden is te vinden op de website van Provincie Drenthe.
Watertoets - Normale procedure
pagina 4
2. Oeveraseweg 27 Havelte Het plan ligt aan Oeveraseweg 27 Havelte in de gemeente Westerveld. De initiatiefnemer heeft het plan als volgt omschreven: Recycling Westerveld B.V. wil aan de Oeveraseweg 27 te Havelte een nieuw bedrijfsgebouw bouwen. Dit bedrijfsgebouw is bedoeld voor composteeractiviteiten. Daarnaast zal het gebruikt worden als machineberging, kantine en vloeistofopslag. Dit past binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Dat geldt niet voor de beoogde plek van het bedrijfsgebouw, welke buiten het 'bouwvlak' valt. Op dit punt zal het bestemmingsplan gewijzigd moeten worden. Er wordt nu een bestemmingsplan voor deze bouwvlakverplaatsing voorbereid. Het bouwvlak wordt een kwartslag gedraaid en komt daardoor tegen de noordwestgrens van het plangebied aan te liggen. Daarbij worden de bouwmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan niet verruimd. Evenmin is sprake van een functiewijziging. Het huidige gebruik ten behoeve van de composteerinrichting wordt voortgezet.
Figuur 1 - Kaartbeeld plangebied.
2.1. Bestaande waterhuishouding Het plan ligt in het (deel)stroomgebied de Oude Vaart. Rond het plangebied liggen A watergang WO-02-10-02 A, W9206 die WDODelta beheert en B watergangen S3803, S3760, S3149 waar het Waterschap Schouw op heeft. Het peilgebied bevat één peilvak en heeft een maximumpeil van NAP +/- 0,6-0,2 m. Dit peil is de instelhoogte bij een peilscheidend kunstwerk. Lokaal kunnen er verschillen optreden in het peil, afhankelijk van de afstand tot de instelhoogte.
Watertoets - Normale procedure
pagina 5
Figuur 2 - Kaartbeeld bestaande waterhuishouding rond het plangebied.
-
De hoogte van het maaiveld ligt gemiddeld op ongeveer NAP van 2,6 tot 5,2m MAAIVELDHOOGT
Figuur 3 - Kaartbeeld hoogte rond het plangebied.
-
De bodem (deklaag) bestaat voornamelijk uit zandgronden. Voor een analyse van diepere grondlagen kan gebruik worden gemaakt van Dinoloket. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op 40-80 cm onder het maaiveld. o Door de aanwezigheid van slecht doorlatende (klei) lagen kunnen schijngrondwaterstanden tot dicht onder het maaiveld voorkomen.
Watertoets - Normale procedure
pagina 6
-
Bij extreme neerslag wordt geen wateroverlast in of bij het plangebied verwacht (zie Klimaatatlas WDODelta).
2.2. Uitgangspunten voor het plan op inrichtingsniveau De uitgangspunten die in deze paragraaf staan, verwerkt de initiatiefnemer in het inrichtingsplan, bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat de initiatiefnemer in de waterparagraaf aangeeft hoe hij of zij met de uitgangspunten omgaat en op welke manier deze vertaalt naar het plangebied. De initiatiefnemer kan in samenwerking met de gemeente bij ons advies aanvragen over de waterhuishoudkundige maatregelen. Doorvertaling van de uitgangspunten in de plankaart en de planregels vindt plaats in samenwerking met het waterschap. In deze uitgangspuntennotitie worden de volgende thema’s behandeld: • Watersysteem • Wateroverlast • Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast • Waterkwaliteit • Riolering • Beheer en onderhoud Deze uitgangspunten werken we hieronder verder uit. Het is nodig om in de plannen de uitgangspunten uit te werken. In de vervolgfase van het bestemmingsplan beoordeelt WDODelta deze onderbouwing.
2.3. Watersysteem Aan- en afvoer van voldoende water en waarborgen van de kwaliteit en ruimte voor water. Watergangen Binnen het plangebied ligt (een beschermingszone van) een A-watergang en/of Bwatergang van WDODelta, zoals weergegeven in figuur 1. Het is noodzakelijk dat de functie van deze watergang(en) altijd is gegarandeerd, rekening houdend met de beschermingszone van deze watergangen zoals in de Keur beschreven en gevisualiseerd in de Legger. Voor deze watergangen gelden de binnen de Keur opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Voor activiteiten in of nabij een watergang of binnen de beschermingszone van een watergang doet u afhankelijk van wat voor activiteit u gaat doen een melding of een aanvraag voor een watervergunning bij WDODelta. Meer informatie vindt u hier op onze website: vergunningen. Het waterkwaliteitsbeheer van toepassing op alle typen watergangen (A-, B- en Cwatergangen) in het watersysteem. Criteria watergangen: Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit bij alle typen watergangen. •
A-watergangen (>25 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar). Dit zijn watergangen waar wij verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer en onderhoud.
•
B-watergangen (>10 L/s afvoer en <25 L/s gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): Wij zijn verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer, maar de aanliggende eigenaar van de watergang is verantwoordelijk voor het onderhoud
Watertoets - Normale procedure
pagina 7
(we noemen dat onderhoudsplichtig1). In de B-watergangen is een bepaalde vorm van toezicht door het waterschap (dit noemen wij schouw). •
C-watergangen (<10 L/s afvoer gedurende gemiddeld 1 tot 2 dagen per jaar): De aanliggend eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud1. Er geldt geen onderhoudsverplichting en wij houden geen toezicht of het onderhoud goed wordt uitgevoerd. Behalve als de C-watergang in beheer is van WDODelta en met de omgeving onderhoudsafspraken zijn gemaakt.
Wijzigingen aan het watersysteem2 Dempen of graven wateren: Voor het graven of dempen van watergangen (ook die niet in beheer zijn bij WDODelta) zijn regels. Voor de activiteit kan een melding of vergunning nodig zijn. Voor meer informatie zie: Vergunningen.3 U kunt hierover met ons overleggen en wij kunnen u hierover adviseren. WDODelta neemt nieuwe Awatergangen in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld of deze nieuwe watergangen voldoen aan de daarvoor geldende (bovenstaande) criteria. Het is aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat de watergang voldoet aan deze criteria.
2.4. Wateroverlast Bij kortstondige buien van geringe of enige intensiteit mag u hemelwater dat niet lokaal kan worden verwerkt, afvoeren, zonder dat dit leidt tot wateroverlast benedenstrooms van het plangebied. Bij extreme kortstondige buien, verblijft water voor korte tijd op het maaiveld, zonder dat dit tot overlast leidt. De ontwikkelaar houdt rekening met de randvoorwaarden die zowel wij als de gemeente stelt aan het voorkomen van wateroverlast. U houdt rekening met de randvoorwaarden die gemeenten stellen aan: • Vasthouden-bergen-afvoeren; • Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoer van hemelwater op percelen en in de openbare ruimte; • Gescheiden houden van hemelwater en rioolwater; • Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater; • Eisen die aan woningen, andere kwetsbare functies en openbare ruimte worden gesteld ter voorkoming van wateroverlast. Compensatie nieuwbouw grote plannen en uitbreidingslocaties (stedelijk gebied & landelijk gebied > 500 m2) Voor grote plannen en uitbreidingslocaties geldt als regel, dat voor het realiseren van verhard oppervlak een berging , ter compensatie voor de versnelde afvoer, van het afstromende hemelwater benodigd is. Compensatie volgt de volgende trap: vasthouden-bergen-afvoeren. In het plan wordt een verhard oppervlak van circa <oppervlak> m2 gerealiseerd.
Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van <oppervlak> m2 * 0.08m = <kuub>m3 [kuub] wordt aangelegd. Het onderstaande uitgangspunt geldt:
1
Onderhoud is het totaal van activiteiten met als doel, het in "een aanvaardbare conditie" houden of terugbrengen van de watergang. Specifieke kenmerken van deze conditie worden afgestemd met het waterschap. 2 De specificatie van ons watersysteem is op te vragen bij onze beheer afdeling. 3 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap.
Watertoets - Normale procedure
pagina 8
•
Open water heeft een toegestane stijging tot aan de debietbegrenzer (watergangen, vijvers, etc.). De berging beslaat het deel tussen gehanteerd max. waterpeil en insteek/overstorthoogte o
Een groot deel van het open water draagt bij aan berging van bestaand gebied. De projectontwikkelaar/gemeente toont aan dat er 80 mm berging per m2 beschikbaar is voor de nieuwe ontwikkeling(en), waarbij rekening is gehouden met de berging voor bestaand gebied.
•
• •
•
Water in bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s: Hierbij rekenen we de bergings/infiltratiecapaciteiten in de bodem (inclusief grondverbetering) niet mee. De hoogte van de berging is berekend vanaf de bodem wadi tot aan slokop/noodoverlaat. o Aanvullend hierop: een berging onder de grond - in de vorm van kratten of Rockflow - telt wel mee met de berging, mits deze niet gevuld zijn door infiltratie door hoge grondwaterstanden (GHG moet niet hoger zijn dan onder de onderkant van de kratten of Rockflow). Berging in de bestaande gemengde riolering valt hier niet onder. Let op: dat het oppervlak van de bovengrondse berging (bijvoorbeeld wadi of bergingsvijver) zelf ook meetelt bij het ‘afstromend oppervlak’ voor bepalen mm berging.
Toetsbui voor extreme neerslagsituatie: Wij toetsen het watersysteem op basis van een hoeveelheid neerslag die eens in de 100 jaar wordt overschreden. We houden rekening met een bui van 111 mm in 48 uur. De toegestane afvoer in deze neerslagsituatie is 1,6 L/s/ha. Het is belangrijk dat bij deze buien geen regenwater in woningen komen en belangrijke ontsluitingswegen blijven vrij van water. Onderstaande tabel toont aan dat STOWA statistieken op basis van deze uitgangspunten leiden tot een bergingsopgave van 80 mm.
Neerslagstatistiek Statistiek volgens Stowa rapport 2015-10 Klimaatscenario Huidig klimaat +10% Afvoer (L/s/ha) T=100 1,6 (maatgevend) Maatgevende bui duur (uur) 48 Totale neerslaghoeveelheid (mm) 111 Afvoer via oppervlaktewater (mm) 28 (≈ 1,6 l/ha in 48 uur) Berging dak/straat/etc (mm) 3 Benodigde berging (mm) 80 Tabel 1: Overzicht van hoeveelheden en benodigde berging Extreme neerslag (boven normatieve situatie): Verder adviseren wij een stress-test uit te voeren met een bui die boven de genoemde normen uitgaat. Deze hoosbui kan lokaal tot veel wateroverlast leiden. Het is belangrijk dat u de gevolgen hiervan in beeld brengt. Het gaat in deze situatie vooral om de afstroming van het hemelwater over het maaiveld. De initiatiefnemer kiest welke boven normatieve situatie hij of zij bekijkt. Te denken valt aan een range van 60 mm tot 150 mm in een uur. Dat zijn zeer grote hoeveelheden, maar deze kunnen zeker met de verandering van klimaat voorkomen. De gemeente kan ook ervaring hebben met extreme gebeurtenissen en van daaruit een referentiekader hebben.
Watertoets - Normale procedure
pagina 9
2.5. Locatiekeuze gevoelige gebieden voor wateroverlast Beschermen en handhaven grond- en oppervlaktewatersysteem om nadelige gevolgen op de omgeving te voorkomen. •
Beekdalen: Bouwen in het beekdal is niet gewenst. Wij staan achter het beleid van Provincie Drenthe om kritische (kapitaal) intensieve functies in het beekdal te weren om zo voldoende ruimte voor water te behouden. De beekdalen zijn van nature de laagste plekken in het watersysteem. Bij extreme neerslag zijn deze gebieden het meest kwetsbaar voor wateroverlast. Gezien de functie dient het vloerpeil op een hoogte van NAP + <HOOGTE (80 cm)> m te worden aangelegd. Wanneer u voor ophoging kiest (in plaats van bouwen op bijvoorbeeld palen) is het noodzakelijk om het verlies aan ruimte voor water te compenseren.
•
Relatie oppervlaktewater en grondwater: In een nieuw te ontwikkelen gebied verlagen we structureel de waterstanden binnen het gebied niet, na het bouwrijp maken. Tijdelijke (of structurele) grondwateronttrekking (vanaf 10m3/uur) zijn in principe niet gewenst. Op grond van de Waterwet is een melding of vergunning van het waterschap nodig. Voor het onttrekken van oppervlaktewater is altijd een melding-/vergunningsplicht van toepassing.
2.6. Waterkwaliteit Het watersysteem en de waterketen wordt zo ontworpen dat het geen risico’s voor de volksgezondheid veroorzaakt en zorgt dat het voldoende schoon is voor mensen, planten en dieren. Beleid en regelgeving Voor de borging van waterkwaliteit zijn maatregelen geldend. Voor bepaalde stoffen zijn Europese normen vastgesteld, bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, oplosmiddelen en bestrijdingsmiddelen. Het waterschap meet deze stoffen en zorgt ervoor dat ze binnen de normen blijven. Afvoer hemelwater • Kwaliteit afvoer hemelwater: o
Schoon hemelwater mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater (dakoppervlakken).
o
Voor overige afvoer en verwerking van hemelwater (vanaf verharding) is het gewenst om dit via een bodempassage te lozen op het oppervlaktewater.
o
In alle situaties geldt een voorkeur voor bovengronds afvoeren (zichtbaar). Anders is het noodzakelijke voorzieningen te treffen om eventuele foutieve ondergrondse aansluitingen te kunnen vaststellen. Idealiter houden wij hemelwater vast en alvorens een vertraagde afvoer.
De ideale situatie bij hemelwater volgt deze reeks: 1) benutten van hemelwater; 2) infiltreren van hemelwater;
Watertoets - Normale procedure
pagina 10
3) vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater. Wij adviseren om in het ontwerp geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken en duurzaam gebruik te maken van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afstromende hemelwater te garanderen. •
Verversing oppervlaktewater: Geïsoleerde vijverpartijen of watergangen vermijden. Het is nodig dat het watersysteem zo ontworpen wordt dat er aandacht is voor verversing en wateraanvoer. Stilstaand water - zeker bij opwarming en droogte – is kwetsbaar (met als gevolg bijvoorbeeld vissterfte).
•
Peilbeheersing: Wij kunnen sturen in de waterkwaliteit door bijvoorbeeld water in te laten of juist af te voeren. In gebieden waar sloten droogvallen en wij geen water kunnen aanvoeren, is dit niet mogelijk. We adviseren om bij droogvallende watergangen een minimale waterdiepte te geven van 100 cm om te voorkomen dat ze droogvallen.
Verontreiniging Bij het voorkomen van vervuiling van het oppervlaktewater gelden een aantal belangrijke punten: • Microverontreiniging we adviseren om gebruik van de volgende toepassingen te beperken: o Uitloogbare materialen (zoals bijvoorbeeld koper, lood of zink) die een verontreiniging van het oppervlaktewater kunnen veroorzaken; o Chemische onkruidbestrijdingsmiddelen; o Verduurzaamd hout als oeverbeschoeiing. • Agrarische terrein: Het is noodzakelijk dat de inrichting van het agrarische terrein dusdanig is, dat geen overmatige toevoer van onder andere stikstof en/of fosfaat naar het watersysteem is (een ‘bezemschoon’ terrein). De initiatiefnemer houdt rekening met bemestings- en spuitvrije zones langs watergangen dit is in Europese en landelijke regels vastgelegd (Bijvoorbeeld: het “Activiteitenbesluit” m.b.t. informatie over de grootte van deze zones). • Stoffen en waterkwaliteit: Stoffen, bijv. schoonmaakmiddelen, (ook milieuvriendelijke) mogen niet zonder meer rechtstreeks in oppervlaktewater komen. Daar is een vergunning op basis van Art. 6.2 lid 1 van de Waterwet (het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam) voor nodig, welke u kunt aanvragen bij het waterschap. Wij verlenen geen watervergunning wanneer een riolering in de buurt aanwezig is. Let op: dit kan ook bij andere afvalwaterstromen en stoffen gelden.
Neem hiervoor gerust contact op met het waterschap. De voorkeursvolgorde voor afvalwaterstromen is als volgt: 1. Voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalwater en verontreiniging. 2. Indien aanwezig (de afvalstroom van huishoudelijk afvalwater): de afvalwaterstoom op de riolering lozen; 3. Het opvangen van het afvalwater en de afvoer per as naar een riolering afvoeren; 4. Lozing op het oppervlaktewater en/of infiltratie in de bodem via een bodempassage, dit gaat met een vergunning op basis van Art 6.2 lid 1 van de Waterwet (zie onderstaand kader). 5. Voor verwerking van ander afvalwater dan huishoudelijk afvalwater is H.10 van de Wet Milieu Beheer een verdere uiteenzetting gemaakt.
Watertoets - Normale procedure
pagina 11
Waterwet Artikel 6.2: 1. Het is verboden om stoffen te brengen in een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door Onze Minister of, ten aanzien van regionale wateren, het bestuur van het betrokken waterschap; b. daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur; c. Waterwet artikel 6.3, eerste tot en met derde lid, van toepassing is. 2. Het is verboden met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, water of stoffen te brengen op een zuiveringtechnisch werk, tenzij: a. een daartoe strekkende vergunning is verleend door het bestuur van het in artikel 3.4 bedoelde waterschap; b. daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 3. Voor de toepassing van het eerste lid worden de gronden binnen een oppervlaktewaterlichaam die ingevolge artikel 3.1 of 3.2 zijn aangewezen als drogere oevergebieden, niet tot dat oppervlaktewaterlichaam gerekend. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het lozen ten gevolge van het gebruik van meststoffen op agrarische gronden in uiterwaarden en buitendijkse gebieden in het kader van de normale agrarische bedrijfsuitoefening, voor zover daaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Meststoffenwet.
2.7. Riolering Het waterschap heeft als doel de waterkwaliteit te beschermen door onder andere een doelmatige werking van de rioolwaterzuivering na te streven en de vuillast vanuit riolering naar oppervlaktewater te beperken. Hiervoor is een goede afstemming over aanvoer naar de rioolwaterzuivering en een juiste werking van de riolering noodzakelijk. afvoer vanuit riolering. Dit willen we bereiken door aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen. Beleid en regelgeving • Bij de afvoer van overtollig hemelwater is het landelijk beleid dat bij nieuwe ontwikkelingen het afstromend hemelwater niet naar de rioolwaterzuivering gaat, maar ter plaatse in het milieu komt. Dat kan door infiltratie in de bodem of door berging in het oppervlaktewater. •
Voorkeursvolgorde afvoer hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen: Wij adviseren om, daar waar mogelijk, het hemelwater bovengronds af te voeren en te infiltreren in de bodem. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie met bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Het is noodzakelijk dat de ontwikkelaar de keuze van waterafvoer aan ons voorlegt.
•
Lozing afvalwater: Voor de lozing van afvalwater (al het water waarvan de initiatiefnemer zich ontdoet) op oppervlaktewater vanuit een woning of een inrichting gelden de diverse wetten, besluiten en regels waaronder: o
Voor lozingen van huishoudelijk afvalwater vanuit woningen geldt het “Besluit lozing afvalwater huishoudens” (Blah). Uitgangspunt is dat u het huishoudelijk afvalwater op een gemeentelijk rioolstelsel loost. Indien dit niet mogelijk is, is het nodig om een voorziening te treffen, die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau biedt.
o
Voor lozingen van afvalwater vanuit een inrichting geldt onder andere de Waterwet en het “Activiteitenbesluit.
o
Voor lozingen vanuit niet-inrichtingen geldt het “Besluit lozen buiten inrichtingen” (Blbi).
Watertoets - Normale procedure
pagina 12
•
Gemeentelijk rioleringsbeleid: de gemeente heeft een zorgplicht voor doelmatige verwerking en afvoer van hemelwater, afvalwater en grondwater. In het plan houdt u rekening met het gemeentelijke rioleringsbeleid. Afvalwater en hemelwater biedt u op de perceelgrens gescheiden aan. Eventueel geldt er een bergingseis (zie wateroverlast). Bekijk hiervoor altijd het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) en rioolverordening van de desbetreffende gemeente.
Rioolcapaciteit • Rioolcapaciteit: De capaciteit van het huidige rioolstelsel kan een aandachtspunt vormen. Bij uitbreiding van het rioolstelsel houdt u rekening met de capaciteit van het bestaande stelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze informatie is te vinden in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Bij een verandering of aanleg van het rioolsysteem is het nodig om het waterschap in de initiatief fase te betrekken.
2.8. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud is erop gericht om de waterhuishouding op orde te houden. Het betreft zowel waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterbeleving. Het is nodig dat de inrichting van het gebied zo is, dat het efficiënt en effectief beheer en onderhoud van het watersysteem mogelijk is. Bij nieuw aan te leggen water vindt overleg met ons plaats. Wijze van onderhoud watersysteem: U houdt rekening met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor activiteiten binnen de aangegeven zones van WDODelta, is een vergunning op grond van de Waterwet of algemene regels bij de Keur en straks de waterschap verordening noodzakelijk. De eisen voor stedelijk water zijn bij ons op te vragen. Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat: • Rijdend onderhoud vanaf de kant: Bij onderhoud vanaf de kant geldt een obstakelvrije4 zone van 5 m vanaf de boven insteek van de watergang • Beheer en onderhoudsafspraken nieuwe watergangen: Voor nieuwe watergangen is het nodig om afspraken over beheer en onderhoud met ons vaste te leggen. Wij nemen nieuwe primaire A-watergangen, inclusief de peil regulerende kunstwerken in beheer en onderhoud, nadat is vastgesteld dat deze watergangen voldoen aan de daarvoor geldende criteria (zie hoofdstuk watersysteem). Een uitzondering hierop zijn de kunstwerken voor het vaarwegbeheer.
Deze komen niet in bij ons in beheer en onderhoud.
•
Nieuwe bomen langs een watergang zijn vergunning plichtig of melding plichtig. Zie de Keur.
•
Toegankelijkheid van water: Het is noodzakelijk dat alle wateren die een functie hebben in de waterhuishouding (afvoer, aanvoer of berging) voor ons toegankelijk zijn.
4 Geen bomen, lantaarnpalen e.d., maar ook geen tegelverharding.
Watertoets - Normale procedure
pagina 13
3. Vervolg watertoets en beoordeling Informeel overleg over de uitgangspunten Dit document geeft u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document en de waterhuishouding in en rondom uw gebied, het bestemmingsplan uitwerkt met de daarbij meegegeven uitgangspunten. Het onderdeel ‘water’ moet uitgewerkt worden om te komen tot een volledig bestemmingsplan. Hierbij zien wij graag de ‘water en bodem sturend’ filosofie terug. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspuntennotitie dan gaan wij graag met u in gesprek. Mocht u graag willen sparren over de uitwerking van de waterhuishouding op het perceel, ook dan gaan we graag met u in gesprek. Wij denken graag met u mee! Beoordeling en officieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u ons deze ter beoordeling. In de meeste gevallen geven wij haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Wij kunnen alleen een officieel wateradvies afgeven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geeft ons onvoldoende informatie. Controle op het watertoetsproces Wij controleren of het wateradvies is opgenomen in het plan.
Afhankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, doen wij dat op basis van het vooroverleg, voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan. Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van onze beleidsregels. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteren wij een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is, kunt u met ons contact opnemen voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. Heeft u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat wij uiteindelijk afgeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website wdodelta.nl. Wij toetsen deze aanvraag aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) staat waar mogelijk een watervergunning voor nodig is.
Watertoets - Normale procedure
pagina 14
Bijlage: Samenvatting - Vergunningsplichtige activiteiten volgens de Keur • Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk. • Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): o Voor watergangen: 5 m uit de insteek o Voor waterkeringen: breedte variabel • Graven van een oppervlaktewaterlichaam. • Dempen van een oppervlaktewaterlichaam. • Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam o Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: ▪ De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden ▪ De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. • Het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam. • Onttrekken of infiltreren van grondwater. • Ontwateren met drainagemiddelen.
Hiernaast loopt er een apart proces met collega Peter van der Werf over de lozingen met betrekking tot dit perceel
© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door Chris Jungerling op 29-6-2023. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van WDODelta.
Watertoets - Normale procedure
pagina 15
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Bijlage 3 Overlegreactie provincie
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
51
provinciehuis Westerbrink i. Assen postadres Postbus 122, 9400 ac Assen www.drenthe.nl O59*-36 55 55
promncie^rerAXie INOtKOMEN
2 0 JOU 2023
Aan: Gemeente Westerveld Postbus 50 7970 AB HAVELTE
Assen, 19 juli 2023 Ons kenmerk 202301905-01079635 Behandeld door mevrouw M. Vulpes (0592) 36 53 48 Onderwerp: Voorontwerpbestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Geacht college,
U hebt ons gevraagd advies uit te brengen over het voorontwerpbestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte.
Provinciaal belang Op basis van de Omgevingsvisie Drenthe (vastgesteld door Provinciale Staten op 10 oktober 2022) zijn in het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan de volgende aspecten van provinciaal belang: Landschap Cultuurhistorie
Advies Landschap: We hebben het hier over het wijzigen van een bouwvlak in een bestaand bestemmingsplan waar de ontwikkeling bedrijfsmatig al in past. Het aansluiten bij het bestaande terrein is een begrijpelijk ontwikkeling. Maar dit vraagt wel wat van de landschappelijke inpassing. Wij adviseren dan ook om deze ontwikkeling zwaar in te planten. Waarbij de singel aan met name de voorkant ook verzwaard wordt. Dan speelt de hoogtewerking van het nieuwe gebouw een minder dominante rol. Zodat de plek met de nieuwe ontwikkelingen ook echt een bosje ervaren wordt, nu en in de toekomst. Het voorstel zou is om het te draaien bouwvlak iets verder van de weg te situeren. Zodat er een robuuste beplantingsrand aangelegd kan worden. Liever de ontwikkeling wat royaler met beplanting dan te krap realiseren. Cultuurhistorie: Het plangebied valt net buiten de cultuurhistorische hoofdstructuur en valt ook niet binnen een hogere sturingscategorie. De kavel ligt binnen het gebied van een gekanaliseerd beekdal, de huidige Drentse Hoofdvaart. De ontstaansgeschiedenis van het plangebied wordt op een gedegen manier beschreven in het bestemminsplan. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zou het planvoorstel (bouwvlak kwartslag draaien) wel een
2
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zou het planvoorstel wel een verrommeling betekenen. In het plan wordt beargumenteerd dat de ontginningsstructuur grotendeels onherkenbaar is. Kijkend naar topotijdreis en google Maps zijn we het hier niet helemaal mee eens. Juist aan de (zuid)kant van het plangebied zijn de stroken nog goed afleesbaar.
Uit het plan maken wij ook niet op waarom het noodzakelijk is om dit te kantelen. Er wordt beargumenteerd dat de groenstrook om het bedrijf onveranderd blijft waardoor er aan een goede landschappelijk inpassing gedaan zou worden. Het visueel afschermen van een ontwikkeling die tegen de landschappelijk structuur in gaat is niet aan te merken als een landschappelijke inpassing.
Inzet instrumenten Gelet op de inhoud van het plan en bovenstaande aspecten zijn wij van mening dat: het plan nog wat aanpassingen behoeft. Hierover gaan we graag nader in overleg.
Indien het plan niet of onvoldoende wordt aangepast zullen wij overwegen een zienswijze in te dienen.
Wij adviseren u het voorontwerp bestemmingsplan aan te passen alvorens verder in procedure te brengen. Hiermee is, wat ons betreft, voldaan aan het vooroverleg als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.
Voor vragen of overleg inzake dit advies kunt u contact opnemen met Vulpes, telefoon 0592 36 53 48 of m.vulpes@drenthe.nl. Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Drenthe, namens dezen,
R. Lahuis, Themamanager a.i. Water, Bodem & Milieu
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
54
Bijlagen bij de toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Regels
Regels (ontwerp)
55
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Bedrijventerrein Oeveraseweg met identificatienummer NL.IMRO.1701.057PHOeverasewg27H-OW01 van de gemeente Westerveld; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
archeologische waarden:
waarden die aan een gebied zijn toegekend vanwege de kennis en wetenschap van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. Bij toetsing aan de archeologische waarden zal telkens de Archeologische beleidsadvieskaart Gemeente Westerveld RAAP-rapport 2021 toetsingskader zijn; 1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bestaand:
ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige of vergunde bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik: bestaand of vergund ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan; 1.8
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.10
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.11
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.12
composteerinrichting:
inrichting waarbinnen groenafval tot hoogwaardige compost wordt verwerkt;
56
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
1.13
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.14
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.15
geluidszoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld; 1.16
peil:
a. indien op het land wordt gebouwd: 1. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de bouwhoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 1.17
voercentrum:
inrichting waarbinnen ruwvoer wordt ingebracht, waarna het op maat weer wordt terug geleverd als compleet rantsoen; 1.18
waterhuishoudkundige doeleinden:
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, kaden, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging en bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen.
Regels (ontwerp)
57
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, gemeten conform de NEN 2580; 2.4
peil:
a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en opslag van materialen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw of opslag.
58
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Bedrijf - Composteerinrichting/voercentrum
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf - Composteerinrichting/voercentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
een composteerinrichting; een voercentrum; op- en overslag van grond, zand, grind, split en veevoer; op- en overslag van bouw- en sloopmaterialen;
met daaraan ondergeschikt: e. f. g. h. i. 3.2
openbare nutsvoorzieningen; groenvoorzieningen; in- en uitritten; verkeer en verblijfsvoorzieningen; waterhuishoudkundige doeleinden. Bouwregels
Op de voor 'Bedrijf - Composteerinrichting/voercentrum' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd ten dienste van de bestemming met dien verstande, dat: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden opgericht; b. de goot- en bouwhoogte van een bedrijfsgebouw bedragen ten hoogste het aantal meters genoemd ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)'; c. het bebouwingspercentage bedraagt ten hoogste het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)'; d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 6 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, sub b ten behoeve van de verhoging van de goothoogte tot maximaal 7 m, met dien verstande, dat: 1. deze bevoegdheid niet van toepassing is op de naar de Oude Vaart gerichte zijde van de gebouwen; 2. deze bevoegdheid alleen kan worden toegepast indien de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond; 3. deze bevoegdheid alleen kan worden toegepast indien de noodzaak is aangetoond. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijvigheid anders dan genoemd in lid 3.1; b. het gebruik van gronden ten behoeve van het composteren van afval ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van bedrijf uitgesloten - composteren'; c. het gebruik van gebouwen voor bewoning; d. het opslaan en composteren van dierlijke meststoffen; e. het breken van puin; f. het shredderen van bomen en boomstobben; g. het opslaan in de open lucht van materiaal met een hoogte van meer dan 6 m gemeten vanaf het peil; h. het in de open lucht opslaan van bouw- en sloopmateriaal; i. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan detailhandel rechtstreeks voortvloeiend uit de activiteiten van het bedrijf en daaraan ondergeschikt; j. geluidszoneringsplichtige inrichtingen; k. risicovolle inrichtingen. Regels (ontwerp)
59
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
3.4.1
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
1. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van, en het in gebruik laten nemen van, gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 2. In afwijking van het onder sub 1 bepaalde mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig in de lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na vaststelling van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
60
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Artikel 4 4.1
Groen - Beplantingsstrook
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - Beplantingsstrook' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen en landschappelijke beplanting ter inpassing en ter afscherming van terreinen, materieel, opslag en bebouwing. De gronden zijn tevens bestemd voor: a. voetpaden; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. toegangswegen. 4.2
Bouwregels
Het oprichten van bouwwerken is niet toegestaan op de voor 'Groen - Beplantingsstrook' bestemde gronden.
Regels (ontwerp)
61
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Hoofdstuk 3 Artikel 5 5.1
Dubbelbestemmingsregels
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud van de archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Bouwwerken met een oppervlakte groter dan 1.000 m2
Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd, waarbij de bodem dieper dan 0,30 m -Mv wordt geroerd, met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken waarbij de bestaande oppervlakte met ten hoogste 1.000 m² wordt uitgebreid; b. bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 1.000 m² ten behoeve van andere daar voorkomende bestemming(en). 5.3
Afwijking van de bouwregels
Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de bouw van een bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; d. middels verleende vergunningen, rekeningen van uitgevoerd werk en dergelijke aangetoond wordt dat de bodem reeds eerder dieper geroerd is dan 0,30 m -Mv. Indien aan de afwijking voorwaarden worden verbonden, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen een omgevingsvergunning vereist: a. het ontginnen, egaliseren van natuurlijk reliëf of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking; b. het afgraven, mengwoelen, diepploegen of een naar de aard daarmee gelijk te stellen grondbewerking dieper dan 0,30 m; c. niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het oplossen van een verdichte bodemstructuur (woelen), dieper dan 0,10 cm onder de bouwvoor; d. het graven of vergraven van waterlopen; e. het graven van sleuven breder dan 0,30 m en dieper dan 1,00 m ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur; f. het aanplanten van bomen of een houtig gewas voor zover het gaat om planten waarvan zeker is dat bij de oogst van de plant, dan wel het verwijderen van de gehele plant, de bodem dieper dan 30 cm zal worden geroerd;
62
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte g. het permanent verlagen van het waterpeil. 5.4.2
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, die : a. het normale onderhoud, het normaal agrarisch gebruik, waaronder drainage, of het normaal bos- of natuurbeheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingsvergunning; d. aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. 5.4.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig wordt geschaad, of; c. één of meer van de volgende voorwaarden in acht genomen wordt: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; 3. een verplichting de bouw van een bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg; d. middels verleende vergunningen, rekeningen van uitgevoerd werk en dergelijke aangetoond wordt dat de bodem reeds eerder dieper geroerd is dan 0,30 m -Mv. Indien aan de omgevingsvergunning voorwaarden worden verbonden, wordt een archeologisch deskundige om advies gevraagd. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3' wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Regels (ontwerp)
63
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Hoofdstuk 4 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
64
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Hoofdstuk 5 Artikel 7 7.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels (ontwerp)
65
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Artikel 8
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte'.
66
Regels (ontwerp)
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Bijlagen bij de regels
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
67
bestemmingsplan Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
68
Bijlagen bij de regels (ontwerp)
Oeveraseweg 27 te Havelte
Beplantingsstrook
zomereik Quercus robur
Es Fraxinus excelsior
Linde Tilia platyphyllos
Legenda Plangebied Q 349
Bestemmingen B-CV
Bedrijf - Composteerinrichting/voercentrum
G-BEP
Groen - Beplantingsstrook
Dubbelbestemmingen Q 329
WR-A3
19
Waarde - Archeologie 3
Bouwvlak
WR-A3
bouwvlak
Maatvoeringaanduidingen maatvoeringsvlak 27 O ev er as ew eg
maximum bebouwingspercentage (%)
D
5
A
10
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
B
100
Q 330
Verklaring 26
BGT en BRK 24-04-2023
G Q 74
Q 332
Q 342
B-CV Q 333
Q 343
Gemeente Westerveld
Bestemmingsplan Oeveraseweg 27 Havelte
Verbeelding
Q 346
datum:
22-11-2023
BugelHajema
schaal:
1 : 1000 (A2)
Ruimte voor de leefomgeving
status:
ontwerp
projectnr.:
P002078
gezien:
MT BgelHajema Adviseurs, adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht
NL.IMRO.1701.057PHOeverasewg27H-0001
Vaart NZ 50, 9401 GN Assen W
T
0592 316 206
www.bugelhajema.nl
E
info@bugelhajema.nl
BNSP