Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken (13 november 2020).pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Microwonen Kalterbroeken
April 2022
Status: Vastgesteld
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken
Plan: Plantype: IMRO-nummer: Status: Datum:
Microwonen Kalterbroeken Bestemmingsplan NL.IMRO.1701.576PHZMircoKalter-0003 Vastgesteld April 2022
BJZ.nu Bestemmingsplannen
1
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
TOELICHTING
BJZ.nu Bestemmingsplannen
2
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 DIEVER EN BESCHRIJVING PLANGEBIED ................................................ 8 2.1 2.2
DIEVER ...................................................................................................................................................... 8 BESCHRIJVING PLANGEBIED EN OMGEVING ........................................................................................................ 8
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 10 3.1 3.2 3.3 3.4
HET PLAN ................................................................................................................................................. 10 BEELDKWALITEIT........................................................................................................................................ 12 UITSLUITEN VERGUNNINGSVRIJ BOUWEN ........................................................................................................ 13 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 26 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 GEUR ...................................................................................................................................................... 32 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 37 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................
38 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 40 DUURZAAMHEID .................................................................................................................................... 42
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 43 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 43 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 43 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 45
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 46 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG & INSPRAAK .......................................................... 47 8.1 8.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 47 INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ........................................................................................................................... 47
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 48 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 48 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 49 QUICKSCAN NATUURWAARDEN............................................................................................................. 50 BJZ.nu Bestemmingsplannen
3
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld BIJLAGE 4
REACTIE WATERSCHAP OP WATERTOETS ................................................................................................. 51
BJZ.nu Bestemmingsplannen
4
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Ten noordwesten van de kern Diever (in de nieuwe wijk Kalterbroeken) heeft de gemeente Westerveld gronden in eigendom waar woningbouw wordt gerealiseerd. Het hiervoor opgestelde bestemmingsplan ‘Kalterbroeken 2017’ biedt door middel van een afwijkingsbevoegdheid ruimte voor de ontwikkeling van maximaal 9 microwoningen op gronden met de aanduiding ‘microwonen’. Binnen dit woongebied zijn in het geldende bestemmingsplan specifieke stedenbouwkundige en beeldkwaliteitseisen gesteld aan de toekomstige microwoningen. Bij de verdere uitwerking van de plannen voor microwoningen is gebleken dat de huidige bestemmingsplanregels niet geheel passen bij het actuele wensbeeld voor deze locatie (hierna plangebied). De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied, de wijze van verkaveling (met maximaal 8 microwoningen) en het beperken van mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en vergunningsvrij bouwen. Een herziening van het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitseisen is daarom noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in passende planologische kaders en bijbehorende beeldkwaliteitseisen in een beeldkwaliteitsparagraaf. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de noordwestkant van de kern Diever in het noorden van de nieuwbouwwijk Kalterbroeken. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Diever en directe omgeving weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Diever en directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Microwonen Kalterbroeken’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1701.576PHZMicroKalter-0003) en een renvooi; regels. BJZ.nu Bestemmingsplannen
5
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regiem
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan ‘Kalterbroeken 2017‘. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.2
Verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Gemeente Westerveld)
De gronden hebben de bestemming ‘Woongebied’ met de volgende functieaanduidingen: • • • •
Specifieke vorm van woongebied – afwijkend aantal wooneenheden; Specifieke vorm van woongebied – microwonen; Maatvoering maximum aantal wooneenheden: 3 Maximum goothoogte: 4 m
Via de functieaanduiding ‘specifieke vorm van woongebied – afwijkend aantal wooneenheden’ is geregeld dat met gebruikmaking van een afwijkingsbevoegdheid in de woonvlek maximaal 2 woningen meer gebouwd kunnen worden dan ter plaatse met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven, mits
BJZ.nu Bestemmingsplannen
6
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld • •
het totaal aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied' niet meer zal bedragen dan 72; het bouwplan voldoet aan de beeldkwaliteitscriteria zoals opgenomen in de Paragraaf beeldkwaliteit Kalterbroeken behorend bij het bestemmingsplan.
Via de functieaanduiding ‘specifieke vorm van woongebied – microwonen’ is geregeld dat via afwijking maximaal 6 woningen meer worden gebouwd dan ter plaatse met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangeven, mits: • • •
het totaal aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied' niet meer zal bedragen dan 78; één wooneenheid niet meer dan 250 m3 mag bedragen; het bouwplan voldoet aan de beeldkwaliteitscriteria zoals opgenomen in de Paragraaf beeldkwaliteit Kalterbroeken.
Verder is geregeld dat ter plaatse van de aanduiding microwonen de breedte van een hoofdgebouw minder dan 5 meter mag bedragen en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder dan 3 meter bedraagt. Ook voor deze afwijkingen geldt dat het bouwplan dient te voldoen aan de beeldkwaliteitscriteria zoals opgenomen in de Paragraaf beeldkwaliteit Kalterbroeken. Zoals in de inleiding reeds aangegeven is bij de verdere uitwerking van de plannen voor microwoningen gebleken dat de huidige bestemmingsplanregels niet geheel passen bij het actuele wensbeeld voor deze locatie (hierna plangebied). De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied, de wijze van verkaveling (met maximaal 8 microwoningen) en het beperken van mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en vergunningsvrij bouwen. Een herziening van het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitseisen is daarom noodzakelijk.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Diever en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente Westerveld beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
7
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
HOOFDSTUK 2 2.1
DIEVER EN BESCHRIJVING PLANGEBIED
Diever
Diever is een esdorp centraal gelegen in de gemeente Westerveld. Het dorp is in de vroege middeleeuwen gesticht, de naam komt hoogstwaarschijnlijk voort uit het woord dat diep of laagte betekende. Het centrum van Diever wordt gevormd door een karakteristieke brink met daaraan liggend een voormalige gemeentehuis en een Schultehuis, het huis waar de schulte (schout) woonde. Het dorp heeft een redelijk voorzieningenniveau bestaande uit onder andere een bibliotheek, verschillende scholen, een toeristisch informatiepunt, de plaatselijke voetbalclub en diverse winkels en horecagelegenheden. Ten noorden van Diever ligt het natuurgebied Berkenheuvel in Nationaal Park Drents-Friese Wold.
2.2
Beschrijving plangebied en omgeving
Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de kern Diever en maakt onderdeel uit van de woonwijk Kalterbroeken. De ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en de omgeving wordt gevormd door grondgebonden woonbebouwing, braakliggende gronden, agrarische percelen, natuurgronden, wegen, openbaar groen en een vijver. Ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied is de wijk Kalterbroeken in ontwikkeling. Ten westen grenst het plangebied aan de nieuwe natuur en agrarische gronden in het buitengebied. Bij het ontwerpen van het nieuwe woongebied Kalterbroeken begin deze eeuw zijn de aanwezige landschappelijke kwaliteiten en natuurwaarden centraal gesteld. Het gebied betreft de laatste woonuitbreiding aan de westzijde van Diever en is door een landelijke en open opzet een overgangsgebied tussen bebouwde kom en buitengebied. De woonbebouwing is haaks op de stroomrichting van de Kwasloot gesitueerd refererend aan de oorspronkelijke verkaveling van de broeklanden langs deze beek. De woningen zijn in uitgewaaierde lobben geprojecteerd, met daartussen groene wiggen die in de richting van de beek breder worden. Hiermee is een open structuur van het woongebied richting de beek en de natuurzone toe beoogd. De huidige situatie in het plangebied is hierna weergegeven via een luchtfoto.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
8
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
Afbeelding 2.1
Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
9
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
Zoals in de inleiding reeds beschreven maakt het geldende bestemmingsplan ‘Kalterbroeken 2017’ via een afwijkingsbevoegdheid de ontwikkeling van maximaal 9 microwoningen op gronden met de aanduiding ‘microwonen’ reeds mogelijk. Binnen dit woongebied zijn in het geldende bestemmingsplan specifieke stedenbouwkundige en beeldkwaliteitseisen gesteld aan de toekomstige microwoningen. Bij de verdere uitwerking van de plannen voor microwoningen is gebleken dat de huidige bestemmingsplanregels niet geheel passen bij het actuele wensbeeld voor het plangebied. De wijzigingen hebben onder meer betrekking op de stedenbouwkundige opzet van het plangebied, de wijze van verkaveling (met maximaal 8 microwoningen) en het beperken van mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en het vergunningsvrij bouwen daarvan. Een herziening van het bestemmingsplan en de beeldkwaliteitseisen is daarom noodzakelijk. Met de ontwikkeling van de microwoningen kunnen verschillende doelgroepen bediend. Enerzijds zijn de woningen bedoeld voor mensen die met zo laag mogelijke carbon footprint willen wonen, anderzijds zijn de woning vanwege hun omvang en prijssegment geschikt voor starters.
3.1
Het plan
De gemeente Westerveld heeft NOHNIK Architecture & Landscapes gevraagd uitgangspunten/regels te formuleren voor de ontwikkeling van het plangebied en een bijbehorende stedenbouwkundige opzet. Hieronder worden deze regels en het stedenbouwkundig opzet nader toegelicht. Regels voor het bouwen van een microwoning De regels voor het bouwen van microwoningen zijn opgedeeld in regels omtrent het gemeenschappelijk erf, de kavel en de woning. Hieronder worden deze regels uiteengezet. Gemeenteschappelijk erf • • •
Het gemeenschappelijk erf is een gemeenschappelijke verblijfsruimte, ingericht met groen, ontsluiting, parkeren en twee gemeenschappelijke bergingen. Het parkeren is alleen toegestaan in de daarvoor bestemde vakken. Het is niet toegestaan om een parkeerplaats op eigen kavel te realiseren. Op het gemeenschappelijke terrein worden twee gezamenlijke bergingen gerealiseerd van elk 4 x 5 meter. De bergingen zijn bedoeld voor het stallen van fietsen, gereedschap en afval.
Kavel • • •
Er mag maximaal één woning per kavel worden gebouwd. Rondom de woning bevindt zich een onderhoudsstrook van minimaal 1m. Maximaal 60% van de kavel is verhard. De woning wordt daarbij als verharding gerekend. Langs de erfgrens met het openbaar groen mag uitsluitend een natuurlijke, groene afscherming van maximaal 1,2 m hoog gerealiseerd. Houten en betonnen schuttingen zijn niet toegestaan. De onderlinge erfgrenzen hebben een groene, natuurlijke afscherming van hagen, struiken en bomen.
Woning • •
• •
De woning moet binnen het aangegeven bouwvlak gerealiseerd worden. De woning heeft een maximale footprint van 30 m2. Dit is inclusief overstekken, balkons, overkappingen en andere toevoegingen. De maximale bouwhoogte is 9 meter. Indien gekozen wordt voor een kapvorm dan geldt een maximale goothoogte van 4 meter. De maximale inhoud van de woning, gemeten aan de buitenzijde van de gevel, bedraagt 250 m3. De woning is ontworpen als een eenduidig volume. Eventuele toevoegingen, zoals balkons, veranda’s, installaties etc. zijn onderdeel van de architectuur van het hoofdvolume. Het is niet toegestaan om ondergronds te bouwen. De voordeur van de woning bevindt zich aan de adreszijde. De architectuur is eigentijds, onderscheidend, helder en eenvoudig. Er is bijzondere aandacht voor kwalitatief hoogwaardig materiaalgebruik en een strakke detaillering, met extra aandacht voor de aansluiting op het maaiveld, aansluitingen van dak op gevel, kozijn op gevel en gevelhoeken. Er BJZ.nu Bestemmingsplannen
10
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld worden natuurlijke, neutrale kleuren gebruikt, zoals aardetinten. Het gebruik van signaalkleuren is niet toegestaan. Minimaal 30% van de gevel bestaat uit glas. Stedenbouwkundige opzet microwoningen en openbaar gebied Er is gekozen voor een stedenbouwkundige opzet met 8 afgebakende kavels voor microwoningen met daartussen een groenstructuur. Te midden van de kavels bevindt zich een gemeenschappelijk erf. Het betreft een gemeenschappelijke verblijfsruimte voor de bewoners van het gebied dat is ingericht met parkeerplaatsen voor en gemeenschappelijke bergingen. Het is de bewoners van de microwoningen niet toegestaan een parkeerplaats of bijbehorende bouwwerken te realiseren op de eigen kavel. Voor het overige wordt verwezen naar de hier boven reeds beschreven regels. In onderstaande afbeeldingen worden de stedenbouwkundige opzet en een sfeerimpressie van gewenste microwoningen weergegeven.
Afbeelding 3.1
Stedenbouwkundige opzet microwoningen Kalterbroeken (Bron: NOHNIK architecture & landscapes)
BJZ.nu Bestemmingsplannen
11
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
Afbeelding 3.2
3.2
Sfeerimpressie gewenste bebouwing (Bron: NOHNIK architecture & landscapes )
Beeldkwaliteit
De meest relevante ruimtelijke aspecten zijn in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Het gaat hierbij om woningtypologie, onderlinge bebouwingsafstanden, rooilijnen en de bouwen goothoogtes. Voor een aantal zaken bieden de regels onvoldoende mogelijkheden, denk daarbij aan de architectuur, duurzaamheid en uitstraling van woningen, bijgebouwen en erfafscheidingen. Door stedenbouwkundig bureau Mikis Maathuis zijn daarom een aantal beeldkwaliteitseisen geformuleerd om het microwonen in Kalterbroeken de gewenste ruimtelijke kwaliteit te geven. Om de toekomstige bouwplannen in dit bestemmingsplan op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen, staan in deze paragraaf welstandscriteria geformuleerd. Voor de hele wijk Kalterbroeken gelden algemene beeldkwaliteitseisen. Deze zijn opgenomen in de beeldkwaliteitsparagraaf behorende bij het bestemmingsplan ‘Kalterbroeken 2017’. Omdat deze algemene beeldkwaliteitseisen ook gelden voor de microwoningen zijn ze opnieuw opgenomen in de beeldkwaliteitsparagraaf voor dit bestemmingsplan. Daarnaast zijn er specifieke beeldkwaliteitscriteria voor de microwoningen geformuleerd die hierna worden uiteengezet. Algemene beeldkwaliteitseisen Kalterbroeken Voor de gehele wijk gelden een aantal eenvoudige beeldkwaliteitseisen die ook voor de microwoningen gelden.
• Bij een hoeksituatie dienen de naar de openbare weg toegekeerde gevels als voorgevels te worden ontworpen, voorzien van ramen, de entree van de woning of een erker. • Bij hoeksituaties dienen erfafscheidingen die grenzen aan het openbare gebied integraal mee te worden ontworpen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
12
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld • • •
Gebruik van duurzame materialen. Zij- en achtertuinen die grenzen aan openbaar groen moeten een natuurlijke erfafscheiding hebben. Bijvoorbeeld een haag. Houten en betonnen schuttingen zijn op de gehele kavel niet toegestaan. Daken moeten een matte dakbedekking hebben.
Beeldkwaliteitseisen microwonen Onder microwonen wordt verstaan: • • • •
Zelfstandige, grondgebonden woningen op een kleine ruimte; De maximale inhoud van de zelfstandige woning bedraagt 250 m3; Innovatieve, flexibele woonvorm, met gedeelde voorzieningen zoals parkeerplaatsen en bergingen; Onder microwonen worden geen smalle, kleine rijenwoningen verstaan.
Een microwoning kan velerlei verschijningsvormen hebben zoals vierkant, klein, rond, organisch (natuurlijke vormen), aards of groene daken. Beeldkwaliteitseisen: • • • • • • • • • • • • • •
3.3
Gebruik van natuurlijke, duurzame en kwalitatief hoogwaardige materialen, materialen die met weinig milieubelasting gemaakt zijn, gebruikt worden en opnieuw gemaakt en gebruikt kunnen worden. De woningen zijn individueel herkenbaar. De woningen zijn ontworpen als een eenduidig bouwvolume. De gevels die georiënteerd zijn op de openbare weg (de adreszijde) en op het omliggende groen moeten als voorgevels worden ontworpen, voorzien van gevelopeningen zoals ramen, deuren of een erker. De woningen hebben een voordeur aan de adreszijde. De architectuur is eigentijds, onderscheidend, helder en eenvoudig. Eventuele toevoegingen aan de woning, zoals balkons, veranda’s, installaties etc. zijn onderdeel van de architectuur van het hoofdvolume. Zorgvuldige detaillering (aansluiting op het maaiveld, aansluitingen van dak op gevel, kozijn op gevel en gevelhoeken) die de architectuur versterkt. Installaties mogen niet in het zicht staan met uitzondering van zonnepanelen en zonnecollectoren. kleurgebruik van natuurlijke, neutrale kleuren, zoals aardetinten. Het gebruik van signaalkleuren is niet toegestaan. Minimaal 30% van de gevel bestaat uit doorzichtig glas. Maximaal 60% van de kavel is verhard. De woning wordt daarbij als verharding gerekend. Langs de erfgrens met het openbaar groen mag uitsluitend een natuurlijke, groene afscherming van maximaal 1,2 m hoog gerealiseerd.
Houten en betonnen schuttingen zijn niet toegestaan. De onderlinge erfgrenzen hebben een groene, natuurlijke afscherming van hagen, struiken en bomen. De woningen hebben een gemeenschappelijke erf, bergingen en parkeervoorziening.
Uitsluiten vergunningsvrij bouwen
Zoals in paragraaf 3.1 reeds aangegeven is voor de microwoningen het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen uitgesloten om het gewenste woonmilieu met microwoningen te waarborgen. Wanneer dit niet wordt gedaan kan het concept microwoningen rondom een gemeenschappelijk groen erf eenvoudig teniet worden gedaan door vergunningsvrije uitbreidingen van de bebouwing en houten en betonnen erfafscheidingen. In de regels van het bestemmingsplan is uitsluiting van vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen gewaarborgd via de dubbelbestemming ‘Waarde – Microwonen’. In de bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming is aangegeven dat gronden zijn bestemd voor het creëren van een bijzonder woonmilieu conform het ruimtelijke concept dat is neergezet is in het Stedenbouwkundig plan in bijlage 1 en het Beeldkwaliteitsplan in bijlage 2 van de regels.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
13
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld In de bouwregels van de dubbelbestemming is opgenomen dat gronden binnen deze dubbelbestemming niet in aanmerking komen voor het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van erf- en perceelafscheidingen als bedoeld in artikel 2 lid 3 en lid 12 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, zoals dat luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan. Doordat de uitsluiting specifiek geldt voor artikel 2 lid 3 en lid 12 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht, is het vergunningsvrij bouwen van overige zaken zoals zonnepanelen op dak wel toegestaan.
3.4
Verkeer en parkeren
3.4.1
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. In dit geval is voor wat betreft de gemeente Westerveld uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ’niet stedelijk’ (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied aan de rand van Diever kan het gebied aangemerkt worden als ‘rest bebouwde kom’. 3.4.2
Parkeren
In het plangebied bevinden zich in de nieuwe situatie in totaal 8 microwoningen. De gemeente Westerveld heeft voor haar nieuwe gemeentelijke verkeers- en vervoersplan nieuwe kencijfers geformuleerd, inclusief een nieuwe norm voor een kleine één persoonswoning ofwel tiny house/microwoning. Voor een dergelijke wooneenheid geldt in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 0,8, waarvan 0,3 voor bezoekers. De totale parkeerbehoefte voor 8 microwoningen bedraagt daarmee 6,4 parkeerplaatsen. Zoals hiervoor reeds aangegeven dienen bewoners te parkeren in het centrale deel van het woongebied dat wordt ingericht met 8 parkeerplaatsen en gemeenschappelijke bergingen. Het is niet toegestaan om parkeerplaatsen op de eigen kavel aan te leggen. In de gebruiksregels van dit bestemmingsplan is dit aangemerkt als strijdig gebruik. 3.4.3
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Voor kleine eenpersoonswoningen zoals tiny houses of microwoningen zijn geen kengetallen geformuleerd in de CROW uitgave. Uit de normen voor parkeren komt naar voren dat het parkeerkencijfer het dichtst in de buurt komt van het kencijfer voor een goedkoop huurappartement (het kencijfer is echter lager). Om die reden is in dit specifieke geval voor de verkeersgeneratie aangesloten bij de kencijfers voor een goedkoop, huurappartement. Dit kencijfer betreft 1,8 vervoersbewegingen per woning per dag. Op basis van het voorgaande genereert het plan circa 14,4 vervoersbewegingen per dag. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn ter plaatse reeds 3 reguliere woningen of 9 microwoningen toegestaan. Geconcludeerd wordt dat de verkeersgeneratie op ten opzichte van de huidige planologische situatie niet zal toenemen. Voor de wijk Kalterbroeken is bij de planontwikkeling al nagedacht over de ontsluiting en afwikkeling van het verkeer. Gemotoriseerd verkeer wordt afgewikkeld via een hoofdontsluiting op Kalteren en de daarop aansluitende de Ten Darperweg (N855). Beide wegen zijn destijds op basis van verkeerstellingen in het
BJZ.nu Bestemmingsplannen
14
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) tot de categorie erftoegangswegen gerekend. Dit betekent dat ze een beperkte verkeersfunctie hadden/hebben en de toenemende verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van het woongebied Kalterbroeken aan kunnen. Langzaam verkeer uit het plangebied wordt ontsloten via het vrijliggende fietspad aan de zuidzijde van de Ten Darperweg dat uitkomt op de Hoofdstraat in Diever. Tussen de weg Kalteren en het dorp Diever ligt een verhard fietspad dat langs de tennisbanen en het terrein van het voormalige zwembad loopt. Qua openbaar vervoer wordt het plangebied ontsloten door een buslijn tussen Hoogeveen en Frederiksoord, deze lijn loopt via de Ten Darperweg ten noorden van het plangebied. 3.4.4
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
15
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt BJZ.nu Bestemmingsplannen
16
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
4.1.2
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de SVIR wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
17
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. 4.1.3
Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie en het Barro. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval worden maximaal 8 microwoningen gerealiseerd. De planologische mogelijkheden hiervoor zijn reeds in het geldende bestemmingsplan Kalterbroeken 2017 opgenomen in een afwijkingsbevoegdheid (maximaal 9 microwoningen). Omdat het aantal woningen minder bedraagt dan 11 en er planologisch gezien per saldo geen woningen worden toegevoegd is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Het ruimtegebruik zal door middel van voorliggend initiatief niet toenemen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018. 4.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Met de vaststelling is het proces van de revisie van de omgevingsvisie afgerond. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: • • • • •
de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening.
4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden BJZ.nu Bestemmingsplannen
18
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld ervaren. Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en worden door de samenleving steeds meer gewaardeerd. Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap. De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid. De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen ‘leefbaarheid en ‘passend bij Drenthe’. De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, ‘passend bij Drenthe’ en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten.
Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: • • • •
Kernkwaliteit Cultuurhistorie: Respecteren; Kernkwaliteit Landschap: Esdorpenlandschap Kernkwaliteit landschap: Beekdal Kernkwaliteit archeologie: beschermingsniveau 1
In paragraaf 4.2.2.2 wordt nader op deze kernkwaliteiten ingegaan. 4.2.1.4 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties wordt gezocht naar een maatwerkoplossing. 4.2.1.5 Wonen Het provinciale belang is te anticiperen op een veranderende bevolkingssamenstelling en de effecten hiervan op de leefomgeving en de woningmarkt. De demografische ontwikkelingen maken het nodig dat wordt geanticipeerd op een ouder wordende bevolking, toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en zorgwonen en een daling van het aantal huishoudens, in met name de buitengebieden. Deze ontwikkeling speelt nu al in Oost-Drenthe. Dit brengt met zich mee dat in kleine kernen en oudere stadswijken de leefbaarheid soms meer onder druk komt te staan, waardoor maatwerk noodzakelijk blijft.
In sommige regio’s is sprake van een overschot aan woningen en plancapaciteit. Het moderniseren van de bestaande woningvoorraad gebeurt door sloop, waar nodig, zonder vervangende nieuwbouw of concentratie van nieuwe woningbouw in dorpen voor het in stand houden van voorzieningen. Dit is een centrale opgave, die de provincie samen met gemeenten oppakt. De provincie vindt het van belang dat, waar mogelijk, de woonopgave wordt benut voor de ruimtelijke opgave van de stads- en dorpsranden. Dit verbetert de ruimtelijke kwaliteit. Uitgangspunt voor het wonen in Drenthe is dat er rekening wordt gehouden met de ruimtelijke kwaliteit in het gebied.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
19
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld 4.2.1.6 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe Binnen het plangebied worden maximaal 8 microwoningen gebouwd binnen de woonwijk Kalterbroeken die reeds in ontwikkeling is. Voor de microwoningen zijn spelregels geformuleerd voor het creëren van een gemeenschappelijk erf van hoge ruimtelijke kwaliteit met 8 microwoningen van maximaal 30 m2 en maximaal 9 meter hoog in een groene setting. Om het gewenste woonconcept te waarborgen zijn de vergunningsvrije mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen uitgesloten. Het voorgaande maakt dat de ontwikkeling aan de rand van de kern Diever past binnen de provinciale ambities op het vlak van ruimtelijke kwaliteit. In paragraaf 4.1.3 is in het kader van de ladder reeds geconcludeerd dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Het aantal woningen neemt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan en de daarin opgenomen afwijkingsbepaling (maximaal 9 microwoningen) niet toe. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met provinciale belangen en/of kernkwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is (deels) doorvertaald naar een verordening voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe wordt hierna behandeld. 4.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018
4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten) en artikel 2.17 (Woningbouw) van belang om nader te belichten. 4.2.2.2 Toetsing relevante artikelen Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1.
2. 3. 4.
Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema’s en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten.
Artikel 2.17 Woningbouw 1. Een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en aansluit bij bestaand stedelijk gebied. De gemeentelijke woonvisie ten aanzien van de woningvoorraad: a. b. c. d. e.
draagt bij aan balans tussen vraag en aanbod in de gehele Drentse woningvoorraad op de lange termijn en is hiertoe afgestemd binnen de woningmarktregio’s; benoemt tenminste de kwaliteit, kwantiteit, doelgroepen, duurzaamheid, kernenstructuur; schetst de opgaven in de bestaande woningvoorraad; geeft aan op welk wijze balans op lange termijn wordt gerealiseerd; geeft een lange termijn beeld. BJZ.nu Bestemmingsplannen
20
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld 4.2.2.3 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe Toetsing artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten Binnen het plangebied bevinden zich volgens de omgevingsvisie kernkwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie, landschap (beekdal) en archeologie. Het plangebied ligt echter reeds binnen het bestaand stedelijk gebied als onderdeel van de nieuwbouwwijk Kalterbroeken en heeft reeds een woonbestemming. De nieuwe ontwikkeling met 8 microwoningen heeft geen grotere impact op de aanwezige kernkwaliteiten. Een nadere toetsing aan artikel 2.6 van de omgevingsverordening wordt niet noodzakelijk geacht. Toetsing Artikel 2.17 Woningbouw Het aantal woningen binnen het plangebied neemt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan en de daarin opgenomen afwijkingsbepaling voor maximaal 9 microwoningen niet toe. Door in te zetten op microwoningen wordt op de kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente Westerveld ingespeeld. In paragraaf 4.3.2 wordt nader op ingegaan op de gemeentelijke ambities voor bijzondere woonvormen. Hier wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.17 van de omgevingsverordening. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Drenthe. Relevante provinciale belangen zijn in voorliggend plan voldoende geborgd.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie gemeente Westerveld
4.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad heeft op 26 november 2013 de ruimtelijke structuurvisie van Westerveld vastgesteld. De structuurvisie is het instrument om de visie en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor het hele grondgebied van de gemeente vast te leggen. Hierbij wordt de ruimtelijke invloed van allerlei verschillende beleidsterreinen bekeken zoals milieu, infrastructuur, wonen, cultuurhistorie, landschap, economie en welzijn. Met een structuurvisie maakt de gemeenteraad duidelijk wat zij de komende tien jaren wil versterken, ontwikkelen, herstructureren of juist wil behouden of beschermen. Daarmee bepaalt de structuurvisie ook de richting van de bestemmingsplannen die in de toekomst worden opgesteld. De basis voor het kader vormen de kernkwaliteiten van de gemeente (sociaal, landschappelijk en cultuurhistorisch). In deze structuurvisie worden uitspraken op hoofdlijnen gedaan over thema’s als de ruimtelijke structuur, woonaanbod en -omgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werkgelegenheid en mobiliteit. 4.3.1.2 Diever Diever wordt in de structuurvisie aangemerkt als een voorzieningendorp. Dit zijn dorpen in de gemeente die een veelheid aan publieke en commerciële voorzieningen hebben. Op deze structuurvisiekaart wordt aan de westzijde van de kern Diever de uitbreiding van woongebied aangegeven. De wijk Kalterbroeken betreft deze uitbreiding.
Het plangebied is onderdeel van Kalterbroeken. Ambitie op het gebied van het ruimtelijk karakter De gemeente Westerveld heeft een uitgebreid instrumentarium voor het dichterbij brengen van de doelstellingen op het gebied van ruimtelijk karakter, ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde van het landschap. In het algemeen geldt, dat randvoorwaarden voor de (ontwikkelings)mogelijkheden voor functies in het buitengebied, in belangrijke mate voortvloeien uit het landschap: de waardevolle kenmerken en landschappelijke verscheidenheid die behouden en waar mogelijk versterkt moet worden. Met inachtneming van deze randvoorwaarden krijgen de landbouw en de natuur de ruimte om zich verder te ontwikkelen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
21
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld Tevens zal de recreatie en het toerisme, die in economisch opzicht een belangrijke plaats inneemt binnen de gemeente en binnen de regio, de nodige ruimte krijgen. De ontwikkeling van de andere functies zoals wonen, niet-agrarische bedrijvigheid etc., mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van het landschap. Ambities op het gebied van wonen en volkshuisvesting De gemeente Westerveld wil vraag gestuurd bouwen. Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) mag over het algemeen rekenen op een gegarandeerde afname van de woningen en wordt daarom gestimuleerd om starters op de Westerveldse woningmarkt meer mogelijkheden te bieden voor een betaalbare woning. Om projecten te faciliteren, is een financiële bijdrage van de gemeente voor de plankosten mogelijk. In en bij alle typen dorpen zijn mogelijkheden voor CPO-projecten. Het streven en de ambitie is daarnaast om de woningmarkt voor jongeren en starters te behouden, door het aanbieden van voldoende sociale huur- of koopwoningen, het stimuleren van starterscollectieven dan wel het aanbieden van een gedifferentieerde grondprijs, gekoppeld aan inkomen. Om passende huisvesting te kunnen realiseren zullen inbreidingslocaties binnen de kernen kunnen worden benut; hiertoe zullen op dorpsniveau plannen kunnen worden gemaakt zo kansen zich voordoen.
Verder wordt er vraag gestuurd gebouwd. Ambities op het gebied van duurzaam wonen Vanuit het perspectief van de groene bril kan Westerveld worden waargenomen als één grote, groene ruimte met daarin menselijke 'enclaves'. Voor de kolonies Frederiksoord en Wilhelminaoord zijn in het kader van koloniewoningen Belvedereplannen ontwikkeld voor het bouwen volgens de oude stijl in een nieuw jasje. De nieuwe kolonistenwoningen krijgen grote kavels, waarop ze in eigen voedsel en energiebehoefte kunnen voorzien door bijvoorbeeld een groentetuin en een boomgaard aan te leggen. Het streven is om de woningen energieneutraal en duurzaam te bouwen. Zo zal voor de verwarming gebruik kunnen worden gemaakt van aardwarmte in combinatie met een warmteterugwininstallatie en voor de elektriciteit en warmwatervoorziening van zonne-energie. Dorpspaspoort Diever In de structuurvisie is voor ieder dorp binnen de gemeente Westerveld een dorpspaspoort opgenomen. Hierin staan onder andere de voorziene ontwikkelingen op het vlak van wonen beschreven. Voor Diever wordt aangegeven dat het dorp beschikt over de locatie Kalterbroeken met een omvang van 100 woningen. Daarnaast kunnen mogelijk circa 40 woningen gerealiseerd worden achter het huidige gemeentehuis na de herverkaveling. Daarnaast speelt het herstructureringsproject Binnenes door Actium van circa 20 woningen.
4.3.1.3 Toetsing aan de Structuurvisie gemeente Westerveld Zoals hiervoor reeds vermeld is Kalterbroeken op de structuurvisiekaart aangeduid als uitbreidingslocatie voor woningbouw. Voor het woongebied is in 2017 reeds een actueel bestemmingsplan voor woningbouw vastgesteld, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. De microwoningen in het plangebied worden op duurzame wijze en gasloos gebouwd. Concrete duurzaamheidsmaatregelen zijn gelet op het planstadium nog niet bekend al zijn microwoningen in beginsel als zeer duurzaam aan te merken vanwege de kleine footprint. Verder wordt opgemerkt dat de ontwikkeling geen belemmering vormt gelet op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt dit nader toegelicht. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Westerveld. 4.3.2
Woonvisie 2018-2025 en Afwegingskader nieuwbouw
4.3.2.1 Woonvisie 2018-2025 Op 17 december 2020 heeft de gemeente Westerveld de nieuwe woonvisie vastgesteld. In de nieuwe gemeentelijke woonvisie voor de periode 2018-2025 wordt aangeven dat het goed wonen is in Westerveld. Om te zorgen dat het in de toekomst nog altijd goed wonen is in de gemeente Westerveld vindt de gemeente het belangrijk om richting te geven aan een prettig woonklimaat. BJZ.nu Bestemmingsplannen
22
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld In deze woonvisie legt de gemeente daarom haar ambities om het woonklimaat te behouden en te versterken vast. Er zijn diverse aanleidingen om juist nu hieraan te werken. Voor de komende jaren liggen er namelijk voldoende uitdagingen om er voor te zorgen dat Westerveld ook in de toekomst een fijne plek is om te wonen. De gemeente ziet het aantal inwoners teruglopen en de bevolking ontgroenen en vergrijzen. Ook wonen er steeds meer kleinere huishoudens in de gemeente. Hierdoor veranderen de woonwensen van inwoners. Dit roept de vraag op of de huidige woningvoorraad klaar is om aan de veranderende woningwensen te voldoen. De levensloopgeschiktheid van de bestaande woningvoorraad is belangrijk om het langer zelfstandig wonen van ouderen en mensen met een zorgvraag te faciliteren. In 2016 hebben gemeenten, woningcorporaties en andere organisaties een handtekening gezet onder de Drentse Energiedeal. Eén van de doelstellingen is het verduurzamen van de woningvoorraad. Voor Westerveld ligt nog een grote uitdaging in het verduurzamen en energiezuiniger maken van de woningen in de gemeente. Ook is in 2015 de Woningwet herzien en heeft het gemeentelijke woonbeleid een belangrijke plek gekregen in de samenwerking tussen gemeente, corporatie en huurdersorganisatie.
Op basis hiervan komen partijen in onderling overleg tot prestatieafspraken. Daarnaast is de woonvisie een belangrijke bouwsteen voor de ‘ladderonderbouwingen’ (conform het Besluit Ruimtelijke Ordening). Een consistent en onderbouwd beleid is bij onderbouwing van nieuwbouwplannen een noodzakelijke voorwaarde bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Deze woonvisie geeft aan welke opgaven er de komende jaren voor de gemeente, corporatie, particuliere sector en andere belanghebbenden liggen in de gemeente Westerveld. De Woonvisie telt vijf hoofdthema’s: 1. 2. 3. 4. 5.
Profileren als woongemeente Beschikbaarheid en betaalbaarheid sociale huur Bestaande voorraad en verduurzaming Wonen met zorg Woningmarktopgave (nieuwbouw, transformatie)
Concreet worden in de Woonvisie de volgende punten aangegeven: • •
• •
•
De vraag naar woningen concentreert zich in de komende jaren met name in de voorzieningendorpen Diever, Dwingeloo, Havelte en Vledder. De gemeente vindt het van belang om jongeren en starters aan de gemeente te binden, nieuwe gezinnen een aantrekkelijk woonmilieu te bieden en ontwikkeling te houden in de dorpen. Daarom wil de gemeente ruimte blijven bieden in de dorpen. Hierbij geeft de gemeente prioriteit aan ontwikkelingen die naast het bedienen van de vraag van starters en (jonge) gezinnen ook een ruimtelijke kwaliteitstoevoeging zijn voor de dorpskernen. De gemeente kiest ervoor om woningbouwontwikkelingen aan de markt over te laten, binnen de kaders van het afwegingskader. In de structuurvisie is onderscheid gemaakt naar drie verschillende type dorpen, namelijk woondorpen, dynamische dorpen en voorzieningendorpen. Deze keuze is gemaakt om de beperkte middelen in te zetten op het behoud van het voorzieningenniveau en waar mogelijk een kwaliteitsslag te maken. In het kader van het behoud van voorzieningen zet de gemeente in op het realiseren van het merendeel van de nieuwbouw in of nabij de voorzieningendorpen. Diever is één van de vier voorzieningendorpen. Met het oog op het aantal kleine huishoudens en de mogelijkheden voor starters, is ook de bouw van bijzondere woonvormen in de vorm ‘tiny-houses’ (microwoningen) een ontwikkeling waar de gemeente trots op is.
Initiatieven worden ondersteund door flexibiliteit in bestemmingsplannen.
4.3.2.2 Afwegingskader nieuwbouw Westerveld wil haar woningbouwprogramma zo goed mogelijk laten aansluiten op de ambities in haar woonvisie en de verwachte ontwikkeling van de woningbehoefte. De kwantitatieve ruimte voor nieuwbouw in de gemeente is in de toekomst beperkt en het is daarom belangrijk om de komende jaren scherpe keuzes te maken. Wat is waardevol om de komende jaren te bouwen? Maar ook, wat heeft geen toegevoegde waarde voor de woningvoorraad? Om te toetsen of woningbouwinitiatieven passen bij de ambities in de woonvisie is
BJZ.nu Bestemmingsplannen
23
Bestemmingsplan Microwonen Kalterbroeken Vastgesteld een afwegingskader nieuwbouw opgesteld. Plannen die bijdragen aan de gemeentelijke ambities krijgen dan prioriteit en indien nodig medewerking aan de ruimtelijke procedures. Enerzijds vormt het afwegingskader voor de gemeente een toetsingsinstrument. Anderzijds kunnen ontwikkelende partijen zoals projectontwikkelaars, woningcorporaties en CPO-initiatieven het kader benutten als een checklist. Immers, hoe beter een woningbouwplan past binnen de gestelde criteria, des te groter de kans dat de gemeente hier medewerking aan verleent. Nieuwbouwplannen worden getoetst aan dit kader. Tegelijkertijd draagt het afwegingskader bij aan de noodzakelijke onderbouwing vanuit de ladder voor Duurzame Verstedelijking. 4.3.2.3 Toetsing aan de Woonvisie 2018-2025 en afwegingskader nieuwbouw. Hiervoor is reeds benoemd dat het plangebied reeds een woonbestemming heeft met tevens een afwijkingsbevoegdheid voor de bouw van 9 microwoningen. Het bouwen van 8 microwoningen past hier binnen en is tevens in lijn met de gemeentelijke ambities op het vlak van bijzondere woonvormen. 4.3.3