bestemmingsplan leggeloo 49 dwingeloo_bijlagen bij regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Bestemmingsplan Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Projectnummer Revisie 02 Datum 4 december 2023
Auteur(s) V. de Vegt
Opdrachtgever Fam. Boonstra Leggeloo 49 Leggeloo
datum vrijgave
beschrijving revisie ontwerp
goedkeuring M. Brienissen Sterkenburg
vrijgave
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Gemeente Westerveld Projectnummer
Inhoudsopgave Bijlagen bij regels
3
Bijlage 1
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
5
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan Buitengebied Westerveld
7
Bijlagen bij regels
blad 3 van 143
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Gemeente Westerveld Projectnummer
blad 4 van 143
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Gemeente Westerveld Projectnummer
Bijlage 1
blad 5 van 143
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Bedrijvenlijst kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Lijst met toelaatbare vormen van bedrijvigheid bij een woning (op basis van indeling hoofdgroepen basiszoneringslijst VNG en maximaal milieucategorie 2) Bedrijvigheid voor kleding c.a. - ambachtelijke kledingfabricage of -reparatie Grafische bedrijvigheid - binderij - grafisch ontwerp/adviesbureau Overige bedrijvigheid - ambachtelijke speelgoedmakerij - ambachtelijke productie van souvenirs Reparatiebedrijven voor gebruiksgoederen - ambachtelijke schoenen- en klompenfabricage of -reparatie Reparatiebedrijven - reparateurs uurwerken, goud- en zilversmeden, elektrische gebruiksgoederen, muziekinstrumenten Wegvervoer - taxibedrijf Zakelijke dienstverlening, - niet zijnde de vrije c.q. aan-huis-verbonden beroepen - kantoren (vloeroppervlakte: < 100 m²) Sociaal-culturele activiteiten - ateliers, galerieën en/of musea voor kunst en nijverheid of het geven van workshops Overige dienstverlenende bedrijven - schoorsteenveger - glazenwasser - schoonmaker - stoppage / oppersinr. - kappers- en schoonheidsspecialistes Museale activiteiten: - Galerie/atelier
ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Bestemmingsplan Leggeloo 49 Dwingeloo
Gemeente Westerveld Projectnummer
Bijlage 2
blad 7 van 143
Beeldkwaliteitplan Buitengebied Westerveld
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Vergroot de liefde! B+O geeft liefde en passie in ruil voor schoonheid en blijvende herinneringen!
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld Door de gemeenteraad vastgesteld op 21 september 2010
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 4
11-02-11 09:31
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 5
11-02-11 09:31
blz. 3 | Inhoudsopgave
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Inhoudsopgave 05
Voorwoord
07
Inleiding
09
Criteria
10
Beoordeling
12
Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan?
14
Algemene typologieën bebouwing en landschap
18
Bebouwing en erven algemeen
34
6 landschapstypen in de gemeente Westerveld
36
Essenlandschap
50
Wegdorpenlandschap
68
Ontginningskolonielandschap
80
Veldontginningslandchap
96
Veldgrondenlandschap
106
Beekdalenlandschap
120
Uitwerking bestemmingsplan
138
Colofon
138
Beeldverantwoording
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 6
11-02-11 09:31
ESSENLANDSCHAP
WEGDORPENLANDSCHAP
ONTGINNINGSKOLONIELANDSCHAP
VELDONTGINNINGSLANDSCHAP
VELDGRONDENLANDSCHAP
BEEKDALENLANDSCHAP
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 7
11-02-11 09:31
blz. 5 | Voorwoord
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Voorwoord Dit beeldkwaliteitplan is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de gemeente Westerveld, Bureau B+O Architecten B.V. uit Meppel en Buro Greet Bierema uit Nijeholtpade. Een serie workshops is voedingsbodem geweest om dit beeldkwaliteitplan te schrijven, vanuit de beoogde en gewenste ruimtelijke kwaliteit die de gemeente Westerveld bezit én kan ontwikkelen in de komende jaren. Dit document bevat de spelregels waaraan de nieuwe, of vernieuwde, bebouwing van particulieren en ondernemers zal moeten voldoen. Het BKP dient in de eerste plaats als toetsingskader, maar tevens als inspiratiebron. Middels een aantal voorbeelden zullen de lezers van dit document geïnspireerd raken om, binnen de aangegeven kaders en met inachtneming van de aanbevelingen, creatief om te gaan met bebouwing, erven en omgeving. Dit beeldkwaliteitplan is geen keurslijf, maar een hulpmiddel om met elkaar een gemeenschappelijk doel te verwezenlijken, namelijk het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Westerveld. Het is altijd mogelijk om af te wijken van de beschreven kenmerken, mits goed onderbouwd en passend in de omgeving. Passend kan in sommige gevallen ook juist niet passend zijn.
VOORWOORD L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 8
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsbeleid Gemeente Westerveld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 9
blz. 2 | Colofon
11-02-11 09:31
blz. 7 | Inleiding
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Inleiding Het buitengebied van de gemeente Westerveld kent een grote verscheidenheid aan landschappen. Deze verscheidenheid is in het verleden ontstaan door bijvoorbeeld verschillen in bodem en waterhuishouding, maar vooral door het gebruik van het land door de bewoners. Elk landschap heeft zijn eigen ontstaansgeschiedenis en daardoor zijn eigen identiteit en samenhang. Het onderscheid tussen de diverse landschappen is, vooral na de tweede wereldoorlog, sterk afgenomen door menselijke activiteiten. Hierbij valt te denken aan het kappen van bomen en een meer algemene wijze van bouwen. De gemeente streeft er naar om het onderscheid tussen de diverse landschappen te versterken door middel van de kadernota buitengebied, het bestemmingsplan buitengebied, het beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota. Ze wil werken aan een aantrekkelijker en herkenbaarder landschap. Het gaat niet alleen om behoud en versterken van wat er nog rest van vroeger, maar juist ook om het inpassen van nieuwe ontwikkelingen. In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt daarom met nadruk gewezen op een goede landschappelijke inpassing. In de welstandsnota ontbreken wettelijke toetsingscriteria om te zorgen dat er rekening wordt gehouden met de landschappelijke morfologische beeldkwaliteit. Daarom ligt voor u dit beeldkwaliteitplan, voor het buitengebied van de gemeente Westerveld.
Dit plan is bedoeld als inspiratiebron voor initiatiefnemers die een bouwaanvraag of een aanlegvergunning willen indienen. Het is tevens het toestingskader voor de gemeenteambtenaren. Dit beeldkwaliteitsplan gaat zowel over de kenmerken en essenties van de zes verschillende landschapstypen, als over de verschillen in bebouwingstypologieën binnen de gemeente Westerveld.
INLEIDING L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 10
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 08 | Inleiding
Gebiedsindeling De gebiedsindeling in dit beeldkwaliteitsplan volgt inhoudelijk die uit de kadernota buitengebied 2006 Westerveld. De volgorde van de beschreven gebieden is in dit rapport geënt op de diverse landschappen. In het beeldkwaliteitsplan is de volgorde iets anders. Hierin wordt uitgegaan van de gemiddelde ouderdom van de landschappen. Zo wordt er begonnen bij het essenlandschap en geëindigd bij het beekdallandschap. Het wegdorpenlandschap volgt op het essenlandschap. De drie overige landschappen hebben een relatie met de ontwikkelingen in het heideontginningslandschap. Ieder type landschap heeft in dit beeldkwaliteitsplan een eigen kleur gekregen, zodat de verschillen in dit rapport sneller duidelijk worden. Bij ieder type landschap is om die reden de morfologie, de typologie en matrix van bebouwing, inspiratiebeelden bebouwing, een matrix van beplanting en de inspiratiebeelden van beplanting toegevoegd. Zo worden de verschillen nog een keer zichtbaar gemaakt.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 11
11-02-11 09:31
blz. 09 | Criteria
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Criteria Indiening van een aanvraag Toetsing aan het beeldkwaliteitsplan vindt in elk geval plaats indien dit in de regels van een bestemmingsplan is bepaald. Bij elke aanvraag om bouw- of aanlegvergunning moet worden aangegeven of, en zo ja welke, landschappelijke voorzieningen in samenhang met de realisatie van het betreffende bouwwerk of werk worden getroffen, en daarna in stand worden gehouden. Dit is ten behoeve van de toetsing aan het beeldkwaliteitsplan. Voor bouwwerken en werken waarvoor in de regels van een bestemmingsplan overlegging van een landschapsplan wordt verlangd, wordt ten behoeve van de beoordeling advies ingewonnen bij een onafhankelijke landschapsdeskundige. Deze advisering wordt bij aanvragen om bouwvergunning in het welstandsadvies geïntegreerd. Voor overige aanvragen bepaalt de gemeente, aan de hand van de inbreuk op het landschap of voor de toetsing aan het beeldkwaliteitsplan, of er onafhankelijk advies van een landschapsdeskundige wordt ingewonnen. Welstandsnota In de welstandsnota zijn algemene gebiedscriteria opgenomen. De welstandsnota wordt op dit onderdeel zo nodig aangepast, om het samenspel met het beeldkwaliteitsplan daarin vast te leggen.
CRITERIA L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 12
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 10 | Beoordeling
Beoordeling • Elk ingediend plan wordt beoordeeld door middel van controle van de ingediende stukken door de gemeente. • Toetsing op basis van: in welk landschapstype ligt het voorgenomen initiatief. hoe ziet de directe omgeving er uit wat mag er op basis van de voorschriften van het bestemmingsplan wat geeft het beeldkwaliteitsplan middels haar specifieke criteria aan tenslotte toetsing op basis van de welstandsnota. Hierbij is de landschappelijke inrichting belangrijker dan de tuininrichting en de bebouwing ondergeschikt aan het globale landschap (of landschapsplan).
Hoe vindt de toetsing uiteindelijk plaats op basis van het beeldkwaliteitsplan? In eerste instantie wordt gekeken naar de volledigheid van de ingezonden stukken. Bij nieuwbouw, uitbreiding of aanleg komt elke indiener met een bestaande morfologische tekening van de omgeving en een tekening waarbij het initiatief in de morfologie is verwerkt. Op deze manier kan de welstandscommissie haar oordeel geven of het initiatief morfologisch goed is ingepast. Vervolgens dient er door de indiener een uitspraak gedaan te zijn over de keuze van de bouwvolumes, dan wel beplanting. Ook hier kijkt de welstandscommissie of er voor de gewenste typologie is gekozen. Hierna wordt op basis van de matrix getoetst of de gewenste materialen en kleuren worden toegepast. Deze toetsing wordt ook uitgevoerd bij verbouwingen en wijzigingen.
BEOORDELING L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 13
11-02-11 09:31
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 14
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 12 | Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan?
Wat is morfologie ? Morfologie betekent letterlijk ‘vormkunde’ en is afgeleid van het Griekse woord voor vorm. Bij het onderzoeken van de morfologie wordt op landschappelijke en stedenbouwkundige schaal gekeken, naar de onderlinge verhoudingen en relaties tussen de vormen van de bebouwing. Een goede morfologie komt tot uiting in evenwichtige verhoudingen tussen de diverse gebouwen onderling en in een evenwichtige verhouding tussen gebouw(en) en het omliggende onbebouwde terrein.
Wat is Typologie? Typologie is een vakterm in de architectuur, waarbij het gaat om het bepalen van de typen die de primaire kern van de bebouwde omgeving vormen. Typologie heeft betrekking op meerdere onderwerpen in de architectuur. In dit beeldkwaliteitsplan betreft het de typologie van bouwwerken. Met andere woorden; de hoofdvorm van het gebouw. Diverse landschappen hebben van oudsher hun eigen specifieke typologie.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 15
11-02-11 09:31
blz. 13 | Hoe werkt het beeldkwaliteitsplan?
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Hoe werkt de matrix? Er is een matrix ontwikkeld die de kleuren en materialen aangeeft, die bij het desbetreffende landschap horen. Dit is per hoofdgebouw en bijgebouw aangegeven. Bij het bouwen of verbouwen van een hoofd- of bijgebouw is in de matrix af te lezen welke materialen in het landschap voorkomen, wat de bijbehorende kleuren daarbij zijn en hoe het gebouw ten opzichte van de weg moet worden gesitueerd. ESDORP
Materiaal
Kleur
Bestrating
Klinkers Betonplaat Grind / split Zwerfkeien als begrenzing
Bruin / rood N.v.t. Bruin / grijs Middengrijs / rood
Hoofdgebouw
Bijgebouw
x
x
x x
x x
x
x
x x x x x
x
x x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x x x
Beplanting Grote bomen
Bij de woning
Middelgrote bomen Opvallende boom Struiken
Hagen
Inlandse eiken Els Es Wilg Populier in windsingel Linde Kastanje Leilinden Notenboom Fruitbomen Berk Lijsterbes Hulst Krent Hazelaar Vlier Vuilboom Gelderse roos Meidoorn Sleedoorn Veldesdoorn Meidoorn Beuk Liguster Veldesdoorn
Hoe werken de inspiratiebeelden? Naast de matrix zijn kleuren, materialen en inspiratiebeelden opgenomen die laten zien wat er in het landschap thuishoort. De inspiratiebeelden dienen als voorbeeld en laten zien hoe materialen en kleuren op verschillende manieren kunnen worden toegepast. Dit geldt zowel voor verbouw of nieuwbouw, als voor beplanting en bestrating.
HOE WERKT HET BEELDKWALITEITSPLAN? L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 16
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 14 | Algemene typologieën bebouwing en landschap
Woonhuis
Woonhuis
Schuurwoonhuis
Schuurwoonhuis
Schuur / bijgebouw
Schuur / bijgebouw
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 17
11-02-11 09:31
blz. 15 | Algemene typologieën bebouwing en landschap
Landhuis
Landhuis
Recreatie in boerderij
Recreatie
Vlaggenmasten / reclame
Bruggen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
TYPOLOGIEËN BEBOUWING L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 18
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 16 | Algemene typologieën bebouwing en landschap
Transformatorhuisjes
Electriciteitskasten
Verlichting
Zonnecollectoren / -panelen
Windmolens
Hekwerken
Brievenbussen
Infrastructuur / waterhuishouding
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 19
11-02-11 09:31
blz. 17 | Algemene typologieën bebouwing en landschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
TYPOLOGIEËN BEBOUWING L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 20
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 18 | Bebouwing en erven algemeen
BEBOUWING EN ERVEN IN HET ALGEMEEN Inleiding en visie In de kadernota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan wordt steeds uitgegaan van het behouden en versterken van de ruimtelijke basiskwaliteiten van het landschap. De gemeente Westerveld was, en is, een typisch agrarische gemeente en de bebouwing was als gevolg daarvan direct aan die agrarische functie gekoppeld. Anders geredeneerd: de bebouwing en landschap bepalen samen de identiteit. Het landschap in Westerveld kent zes basiskwaliteiten. De agrarische bebouwing met het erf (het boerenerf) heeft één basiskwaliteit. Ieder agrarisch functionerend boerenerf is daardoor altijd verankerd in het landschap, maar per landschapstype is er wel enig verschil. Door dit verschil wordt de identiteit van het landschapstype versterkt. De vraag is, of een niet meer agrarisch functionerend boerenerf aan dezelfde basiskwaliteit als voorheen moet blijven voldoen. Dit beeldkwaliteitsplan geeft hierop een positief antwoord en geeft aan dat een niet meer agrarisch functionerend boerenerf dezelfde basiskwaliteit als voorheen moet houden. De beeldkwaliteit van het landschap wordt door de gemeente gekoesterd. Dit is ook verwoord in de welstandsnota. De beeldkwaliteit van het boerenerf is onlosmakelijk verbonden met de beeldkwaliteit van het landschap.
In het omhulsel van de voormalige boerderij, bijgebouwen en het casco van een boerenerfinrichting, kan prima een nieuwe functie worden aangebracht. Niet meer verankerd in het landschap, maar wel te gast in het landschap. Het resultaat kan hetzelfde zijn want daar zijn al jaren zeer veel en goede voorbeelden van. De basiskwaliteit van het boerenerf wordt hieronder beschreven. Het boerenerf in het verleden en het heden In het buitengebied van de gemeente Westerveld staan voornamelijk gebouwen die functioneren of functioneerden als boerenbedrijf. We noemen het in beide gevallen “het is een boerenerf” of “het was een boerenerf”. Ongeacht het landschapstype, kent ieder functionerend agrarisch bedrijf een scheiding in een vrouwelijke en een mannelijke kant. Deze verdeling komt voort uit de arbeidsverdeling op de boerderij. De boer en de boerin hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid en daarmee samenhangende taken. Dit wil niet zeggen dat ze niet samenwerken. Op de boerderij is ‘achter’ de mannelijke kant en ‘voor’ de vrouwelijke kant. In de spreektaal wordt het hoofdgebouw op het erf ook wel het voor- en achterhuis genoemd, in plaats van woonhuis. Deze basisopzet gold ook voor de koloniehuizen en keuterijen. Deze taakverdeling gold vroeger, en geldt nog dikwijls, op een boerenbedrijf. Bij burgers op een woonboerderij geldt de taakverdeling niet.
Op een boerenbedrijf is de denkbeeldige scheidslijn te zien aan de bebouwing en de wijze van inrichting van de ruimte rond de gebouwen. Bij een woonboerderij zien we het in de eerste plaats aan de bestaande bebouwing. Vele erven zijn daarbij ingericht en geïnspireerd op de inrichting van voormalige boerenerven. Deze inspiratie wordt vaak opgedaan door voorlichting, cursussen, tijdschriften en projecten als dorpen in het groen. De scheidslijn is in veel gevallen minder scherp te zien. Als men spreekt over landschappelijke inpassing, dan is dit bij menig erfgoed gelukt. Bij de agrarische bedrijven die doorgroeien, wordt het mannelijke deel van het erf vele malen groter dan het vrouwelijke deel. Wanneer in een dergelijk geval door de bestaande landschappelijke inpassing heen wordt gebroken, en er vervolgens geen nieuwe beplanting wordt aangebracht, staan de bebouwing en de voeropslag kaal in het landschap.
Voor
Voorhuis: domein van de vrouw
Scheidslijn Achter
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 21
Achterhuis: domein van de man
11-02-11 09:31
blz. 19 | Bebouwing en erven algemeen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Hoofdgebouw Op een boerenerf spreken we van het hoofdgebouw en over bijgebouwen. Bij ruilverkavelingsboerderijen geldt dit echter niet omdat het woonhuis los, of met een klein tussenlid, van de stal staat. Het hoofdgebouw, of boerderij, bestaat uit een combinatie van woonhuis en schuur en heeft daarmee twee bouwdelen onder één dak. Dat is meestal duidelijk te zien wanneer er op de voorzijde pannen liggen en het achterhuis bedekt is met riet. Het voorhuis heeft vooral ramen met hoge muren en het achterhuis deuren en lagere muren. De voorgevel, of soms de zijgevel van de boerderij, heeft de meeste allure. De verstening van de boerderijen is ook met het voorhuis begonnen. Rond het voorhuis ligt de tuin. Door de schaalvergroting in de landbouw en door het beëindigen van een boerenbedrijf, wordt inmiddels op menig erf in het gehele hoofdgebouw gewoond. De tuin komt zo dikwijls meer naar achteren te liggen. Bij woningsplitsing ontstaat vaak een ruimtelijk knelpunt. Er is wel een scheidslijn, maar aan weerszijden ligt nu een tuin. Dit is op te lossen door het casco van het erf, gelijk het casco van het hoofdgebouw, in samenhang te beheren.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 22
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 20 | Bebouwing en erven algemeen
Bijgebouwen Alle bijgebouwen staan achter de scheidslijn, dus naast en achter het hoofdgebouw. De gebouwen deden dienst als bijvoorbeeld wagenschuur, varkenshok, jongveeschuur, schapenschuur, kippenhok of hooiberg. Vandaar dat deze locatie het meest geschikt was. Alleen het stenen stookhok met pannendak staat in het vrouwelijke deel van het erf, vlak naast het woonhuis aan de zijkant. Daarbij staat hij soms evenwijdig en soms met de nokrichting haaks op het hoofdgebouw. In de welstandsnota staat: ‘De situering van bijgebouwen moet ondergeschikt aan het hoofdgebouw plaatsvinden’. Daarmee wordt bedoeld dat wordt uitgegaan van de historische positie van de bijgebouwen achter de scheidslijn.
Voor
Stookhok
Scheidslijn Achter
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 23
Bijgebouwen
11-02-11 09:31
blz. 21 | Bebouwing en erven algemeen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
De verstening van de wanden hield bij menig erf op bij het hoofdgebouw, waardoor de bijgebouwen in hout zijn opgetrokken. Dit hout werd vervolgens zwart geteerd. Een uitzondering hierop is het gemetselde stookhok. Vooral deze houten schuren geven veel identiteit aan het essenlandschap. De positionering van de schuren in dit landschap zorgt ervoor dat ze goed zichtbaar zijn. Wegstoppen achter beplanting is daarom in dit geval niet gewenst. De zwarte schuren in het wegdorpenlandschap staan achter het hoofdgebouw en vallen, vanaf de weg gezien, veel minder op. In het ontginningskolonielandschap staan ze juist, door de breedte van de erven, wel prominent in beeld. In het heideontginningslandschap en de beekdalen komen deze kenmerkende houten bijgebouwen niet voor. Op agrarische bedrijven staan schuren, stallen en silo’s. Ook is er ruimte ingericht voor voeropslag. Een groot deel van het erf is verhard. De erven zien er uit alsof ze door de stapsgewijze groei uit hun voegen zijn gegroeid. Door de, inmiddels wel in steen gebouwde, stallen en schuren is de hoeveelheid stenen wanden, en wanden met een damwandprofiel en / of windbreekgaas, enorm toegenomen. Witte windveren laten zien hoe groot de gebouwen zijn. Wanneer daarbij andere vormen van stallen worden toegevoegd, dan neemt de opzichtigheid sterk toe.
Boeren produceren voor de markt en kennen de mensen die de producten kopen niet. Die consument blijft anoniem maar vormt wel een mening over de landbouw en, via het uiterlijk van de agrarische bedrijven, ook over het landschap. Landschappelijke inpassing is daarom noodzakelijk. De ervaring leert dat op het erf van een melkveehouderij voor iedere vierkante meter bebouwing, ook een vierkante meter verharding nodig is voor opslag van voer en mest en verkeersbewegingen. Bovendien is de helft van het boerenerf onverhard/ onbebouwd. Voor de inpassing van een nieuwe stal is dus fysiek ruimte nodig. Het boerenerf De erfbeplanting volgt altijd de tweedeling ‘voor’ en ‘achter’. De moestuin, de boomgaard en de siertuin horen bij ‘voor’. Daarom ziet men hier gazon, hagen, sierstruiken en fruitbomen. Ook staan hier parkbomen, zoals kastanje, linde, beuk of noot. Aan de zonzijde van de woning staan voor de ramen soms lei- of knotlinden. We treffen hier ook veel terrassen, borders en potten met planten aan. Vroeger stonden er bij de moestuin voornamelijk meidoornhagen maar deze zijn inmiddels veelal vervangen door hagen van beuk, haagbeuk, veldesdoorn of liguster. Achter het mannelijk deel van het erf staan bomen en struiken die ook in de omgeving groeien. Zoals de beplanting op wallen, in houtsingels, langs de sloten, en in bosjes.
Vaak lopen eikenlanen, houtwallen, houtsingels en singels langs de sloten door op het erf. Daardoor is het achtererf en het landschap qua soorten betreft één geheel. Het algemene gebruik wordt zo toch per landschapstype verschillend. Dit geldt bijvoorbeeld voor de erven rond de essen. Op deze erven komen veel vrijstaande eiken en houtwallen voor. In het lagere land van de beekdalen ziet men juist de es, els, wilg en populier.
Voor
Parkbomen, hagen (afwisseling in soort mogelijk), hoogstam fruitbomen, fruitboomgaard, sierstruiken,gazon, oprijlaan, streekeigen bomen en struiken aan rand perceel
Scheidslijn Achter
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 24
Voornamelijk streekeigen bomen en struiken, solitaire bomen of bomen in groepen (eikengaarde), hagen dicht bij de bebouwing om terrassen en parkeren aan het zicht te ontrekken, gazon en extensief onderhouden gras.
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 22 | Bebouwing en erven algemeen
Op de erven stonden geen toegangshekken. Uitzondering hierop waren enkele erven in de wegdorpen, waar de hekken open stonden. Hekken waren alleen noodzakelijk bij de weilanden. De erven waren open en toegankelijk vanuit de omgeving. Dit geldt vooral voor de erven in het essenlandschap. Tegenwoordig neemt de plaatsing van toegangshekken toe en deze zijn vaak gesloten. Zeker vlak aan de weg is dat een slechte gewoonte omdat dit als gevolg heeft datbezoek in de berm moet parkeren. Indien men een hek wenst is het beter deze meer op het erf te plaatsen. In het kader van een aanlegvergunning kan de aanleg van een sier- of zwembadvijver een wens zijn. Dit waren geen elementen die voorkwamen op boerenerven. Poelen en vennen liggen in het landschap op enige afstand van het erf. In het beekdallandschap is water een veel meer passende en geëigende vorm. Het boerenerf ten opzichte van de weg Erven stonden in het essenlandschap altijd met de achterzijde of zijkant naar de weg. Later zijn daar nieuwe erven aan toegevoegd die met de voorzijde naar de weg staan. Op deze eerste type erven staat de bebouwing schijnbaar ordeloos ten opzichte van elkaar. Dit is zeer kenmerkend en onderscheid zich van de andere typen landschappen in de gemeente.
Omdat juist op de achtererven de beplanting staat die ook in het landschap voorkomt, krijgt men hier dat bijzondere beeld van de Drentse dorpen en linten rond de es. Deze identiteit is aan het vervagen omdat men elementen van de voorzijde, zoals parkbomen en hagen, op het achtererf zet. Deze komen in de plaats van eiken in het gras met een greppel als erfscheiding.
Essenlandschappen
Overige landschappen
weg
weg achter
voor
voor
achter
weg
weg achter
voor
achter
voor
weg voor achter
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 25
11-02-11 09:31
blz. 23 | Bebouwing en erven algemeen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Overige bebouwing, nieuwe functie op een boerenerf Is de functie van deze bedrijfsmatige bebouwing zodanig dat de omgeving belangrijk is voor de klant, dan ziet men dat er aandacht aan de ruimtelijke kwaliteit wordt gegeven. Dit geldt bijvoorbeeld voor een informatiepunt, voor een horecagelegenheid, een zorgboerderij, een theetuin of een galerie. Daar waar het landschap er niet toe doet en de bedrijfsactiviteiten buiten de gebouwen zichtbaar zijn, is een landschappelijke inpassing des te belangrijker. Reclame in de vorm van vlaggenmasten en veel reclameborden moeten worden gereduceerd.
Woonhuis met een tuin In het buitengebied staan hier en daar woonhuizen met een tuin. De architectuur van deze huizen, met schuur of garage, en de terreininrichting hebben de kenmerken van een woning in een dorp. Wanneer de rand van het kavel met streekeigen struiken, hagen en bomen is ingeplant en de bebouwing ingetogen van kleurtonen is, past deze uitzondering meestal prima in het landschap.
Dakbedekking De typische boerderij op de Drentse zandgronden en bij de essen, is het rietgedekte driebeukige hallenhuis met de deel in de middenbeuk. De deel- of baanderdeuren liggen bij de oudste boerderijen, in verband met de benodigde inrijhoogte, terug ten opzichte van de achtergevel. Op zowel het voorhuis als op het achterhuis ligt riet. Dit gold vroeger ook voor de diverse bijgebouwen waarin hooi werd opgeslagen. Bij uitbreiding van de veestapel ontstond de aangebouwde schuur in het verlengde van de boerderij. Via een deur of gangetje werden stal en schuur binnendoor met elkaar verbonden. Toen in de loop van de 19de eeuw de rundveehouderij toenam en er meer hooi nodig was, ontwikkelde zich in Drenthe, en zo ook rond de essen en in de wegdorpen van de gemeente Westerveld, het ruimere hallehuis met dwarsbaander als een nieuw type boerderij. Deze boerderijen hebben baanderdeuren in de zijgevel. Het aantal bijgebouwen bij deze boerderijen was gering. Hooibergen zijn onbekend in Drenthe. De 400 kolonieboerderijen rond Frederiksoord bestonden uit een stenen woongedeelte en een houten schuurdeel, met een rietgedekt dak. Bij meer welstand werden op het (soms vernieuwde) voorhuis pannen gelegd. Op de stookhokken lagen in verband met brandgevaar altijd pannen op het dak. Er werden over het algemeen geen rode pannen gebruikt.
Deze kwamen wel voor op de bijgebouwen, zoals op het erf op de foto in Rheebruggen te zien is. Bij een zoektocht met Google over Lhee, Westeinde, Veendijk of Wapserveen komt dit beeld nog steeds tot uiting. Alleen (recreatie-) woonhuizen hebben diverse kleuren dakbedekking. Bij de ontginning van de heidevelden, mogelijk gemaakt door de komst van kunstmest, is er bij de bouw van boerderijen geen sprake meer van een éénduidig materiaal- en kleurgebruik. Dikwijls zijn hele boerderijen met rode pannen bedekt. Dit is vooral rond Vledderveen en Oude Willem te zien.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 26
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 24 | Bebouwing en erven algemeen
Rond de tweede wereldoorlog nam het gebruik van pannen op de boerderijen toe. In de jaren ‘70 werden grijze golfplaten over het riet aangebracht. Via subsidie werd geprobeerd dit zo veel mogelijk te voorkomen. Bij de ligboxenstallen uit diezelfde tijd zien we altijd grijze golfplaten als dakbedekking. Op de nieuwe boerderijen, zoals bijvoorbeeld de ruilverkavelingsboerderijen, liggen deze platen op de grote bedrijfsgebouwen. De woningen hebben dikwijls bijpassende pannen op het dak. Conclusie: Rieten daken horen bij uitstek in de gemeente Westerveld. Verder is het kleurgebruik van de daken ingetogen en ondergeschikt aan het landschap. Riet, gesmoord grijze pan en grijze golfplaat overheersen. Alleen in het heideontginningslandschap komen rode pannen voor op het hoofdgebouw van de boerderij. Woonhuizen en recreatiewoonhuizen kennen meer variatie in de kleur van de dakbedekking. In dit beeldkwaliteitsplan wordt er naar gestreefd om overal zoveel mogelijk riet of andere materialen met ingetogen kleuren te gebruiken, met uitzondering van het heideontginningslandschap.
Oud
Dwarsbaander
Frederiksoord
Rood dak
Nieuw erf
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 27
11-02-11 09:31
blz. 25 | Bebouwing en erven algemeen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Wanden Prehistorische boerderijen hadden voornamelijk een rieten dak en weinig wand. De aanwezige wanden werden gevlochten van twijgen en aangesmeerd met leem. Via vakwerk- en houten wanden werden de hoofdgebouwen uiteindelijk geheel in baksteen gebouwd. De wanden van de bijgebouwen werden veelal in hout gebouwd en bestonden uit horizontale schaaldelen en soms gedeeltelijk uit stro of heide. De onderzijde werd later ook van baksteen gemaakt. Het hout werd bruinzwart geteerd. De bruinzwarte bijgebouwen zijn daardoor vandaag de dag kenmerkend voor de boerenerven. De laatste jaren worden deze schuren ook bij woonhuizen gebouwd. Dat het hoofdgebouw van de koloniewoningen juist een combinatie heeft van baksteen en bruinzwarte houtenwanden, is kenmerkend voor het landschap van de koloniën. Met de komst van plaatmateriaal konden de houten wanden worden vervangen en bij nieuwbouw koos men op de boerderijen eveneens voor dit onderhoudsvrije materiaal. Niet dit materiaal, maar de kleur ervan is meestal storend. Groen is een goedbedoelde kleur, maar er zijn zeer veel groentinten en deze passen bijna nooit bij het groen in het landschap. Een uitzondering hierop vormen de bijgebouwen in het beekdalenlandschap. Met de komst van het plaatmateriaal kwam ook de gewoonte om witte windveren aan te brengen. Eigenlijk waren witte windveren kenmerkend voor Twentse boerenerven.
Nu de bedrijfsgebouwen steeds groter worden, neemt het effect van de witte windveren op het landschap toe. Het trekt de aandacht en past niet bij de historische bebouwing op het erf. Het is geen vorm van landschappelijke inpassing in een bestaande omgeving. Bij nieuwbouw geldt hetzelfde (een uitzondering hierop vormen de bijgebouwen in het beekdalenlandschap). Beton is eveneens onderhoudsvrij en onverwoestbaar en wordt dikwijls toegepast. Zowel in het basement van de stal als in de wanden van de kuilvoeropslag. De witte kleur is een groot nadeel in verband met de inpassing in het landschap. Conclusie: bruinzwarte houten bijgebouwen zijn kenmerkend voor de gemeente Westerveld. Beton zonder bijmenging, groen plaatmateriaal en witte windveren kunnen slecht in het landschap worden ingepast.
Oude schuur
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 28
Nieuwe schuur
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 26 | Bebouwing en erven algemeen
Ruimte voor het boerenbedrijf De agrarische bedrijfskavel (niet bouwkavel) omvat woonhuis, stallen, bergingen, voeropslag, mestsilo’s, verharding, beplanting en soms mestvergisters. Binnen de agrarische sector worden de verschillen tussen de bedrijven groter. Er zijn grote bedrijven die veel ruimte vragen, kleinere bedrijven en bedrijven met nevenfuncties. De benodigde ruimte voor het stallen van koeien is even groot als de voeropslag. Dit punt wordt dikwijls over het hoofd gezien bij de ruimtelijke inpassing. Juist voeropslag kan een grote inbreuk op het landschap geven (bijvoorbeeld plastic vaten op kuilvoer of fel groene hooibalen). De kavel van de toekomst bestaat, net zoals vroeger, uit een voor- en achtererf. Het voorerf is semi-openbaar en heeft een representatieve functie. Het achtererf kan in verband met veterinaire eisen worden afgesloten. Hierdoor wensen de bedrijven vaak twee in- en uitritten. Alle erven hebben veel ruimte nodig om grote vrachtwagens kwijt te kunnen. Ook door verbreding in de bedrijfsvoering wordt de vraag naar ruimte op het erf groter om parkeerplaatsen, speelruimte, terras of manegebakken te realiseren. Stallen uit de jaren 70 zijn sterk verouderd en staan in het algemeen op een gegroeid erf met een variatie aan opstallen. Dit bemoeilijkt de uitbreidingsrichting. Sloop kan dikwijls, ondanks de kosten, de beste oplossing zijn.
Hoe groter de nieuwbouw wordt, hoe belangrijker het is om ruim afstand te bewaren ten opzichte van de bestaande bebouwing en dan met name van het hoofdgebouw (historische boerderij). Conclusie: Bij de landschappelijke inpassing van een boerenbedrijf is een masterplan voor het erf noodzakelijk. In dit masterplan wordt de bedrijfsvoering geschetst, maar ook de ontwikkeling van het bedrijf op de lange termijn. Men bedenkt een eindsituatie en redeneert dan terug in de tijd en kijkt wat eerst en wat later kan, om het gewenste eindplaatje te bereiken. Hierdoor kan worden voorkomen dat het erf in de toekomst in een te krap jasje komt te zitten. Het nieuwe bestemmingsplan geeft hiervoor de mogelijkheid. Het is wenselijk dat bij de start van een traject meer tijd en energie in de planvorming wordt gestoken, waarbij wordt overlegd met de gemeente. Hierdoor wordt de winst groter in het verdere verloop van het traject.
Schematisch
voer
achtererf
voorerf
Slecht voorbeeld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 29
11-02-11 09:31
blz. 27 | Bebouwing en erven algemeen
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Licht en duisternis Eén van de kwaliteiten van de gemeente Westerveld is het kunnen ervaren van de duisternis. De lichtvervuiling door stedelijke bebouwing of wegen is beperkt. Alhoewel de verlichting bij burgerwoonhuizen is toegenomen, wordt dit nog niet als hinderlijk ervaren. Daarentegen is de verlichting bij boerenbedrijven tot het niveau van lichthinder gekomen. In de gesloten ligboxenstallen uit de jaren ’70, kwam het licht in de avond en nacht door de doorzichtige golfplaten in het dak. Dit was nog acceptabel. Nu schijnt het licht ook door de ventilatiekoker en door de open zijwanden van vele nieuwe stallen. De boerderijen zijn hierdoor van veraf al zichtbaar en dit tast de ervaring van duisternis aan. In de nacht is de volledige verlichting van de stal overbodig omdat er dan niet wordt gewerkt. Deze overbodige verlichting zorgt voor een slechte inpassing in het landschap en is dus schadelijk voor het imago. Hetzelfde geldt voor grootschalige verlichting van erven, paardenbakken etc. Conclusie: de meeste verlichting gaat op boerenbedrijven in de stallen en rond paardenbakken rond 22.00 uur uit en gaat rond 06.00 uur weer aan. Dit houdt in dat de gemeente dit controleert. Als alternatief kunnen de stallen zo worden uitgevoerd dat er nog weinig licht naar buiten straalt.
Ligboxenstal uit de jaren 70
stal
Moderne stal: lichthinder
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 30
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 28 | Bebouwing en erven algemeen
Landschappelijke inpassing van het boerenbedrijf Met behoud en versterking van het landschap is het mogelijk om schaalvergroting in te passen. Daarbij hoeft de agrarische bebouwing nooit helemaal weggestopt te worden in het groen. De ‘trotse’ zijde van het erf mag gezien worden. Dat kan het voorhuis met voortuin van het hoofdgebouw zijn of de voorgevel van de stal. De verhouding tussen hoeveelheid bebouwing en beplanting is belangrijk. Bij weinig beplanting staat de bebouwing er kaal bij en dat wordt alom weinig gewaardeerd. Vaak heeft het voorerf de meeste beplanting en staat er op het achtererf niets. Dit geldt zeker bij uitbreiding van het erf. Per landschapstype is de wijze waarop beplanting kan worden toegevoegd verschillend. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan is om het verschil te behouden. Massagroen wordt altijd verkregen door streekeigen bomen of struiken en niet door hagen en fruitbomen. Deze massa kan bestaan uit een bosje, een eikengaard, een houtsingel of een houtwal. In de beplanting is het ook mogelijk om te spreken van duurzame erfbeplanting versus kortlopende beplanting. Onder de duurzame soort vallen de eik of es en de snelgroeiende en snel te kappen populier. Men plant de duurzame soorten op plekken waar men verwacht nooit te gaan bouwen.
Op de erven langs de essen vult de beplanting de losse strooiing van de bebouwing aan (zie bijvoorbeeld omgeving Olden Diever), terwijl in de wegdorpen (bijvoorbeeld omgeving Wapserveen) de perceelsgrenzen worden gevolgd. In het open heideontginningslandschap (bijvoorbeeld de erven ten noordoosten van Doldersum) en in het open beekdal (zie erf in beekdal ten noordoosten van de gemeente) zijn de hoekpunten van de rechthoekige erven in eerste instantie met massagroen gevuld. In open landschappen bakenen deze groene hoekpunten het erf af. Het is afhankelijk van de situatie hoe men de ruimte tussen deze hoekpunten vult. Dit kan met een rij bomen, of te wel een transparante bomenrij, enkel parkbomen in de voortuin, een haag met fruitbomen, een houtsingel of een grondwal. Zijn drie zijden op deze wijze ingeplant, dan kan de derde zijde leeg zijn.
Essen: beplanting vult losse strooiing bebouwing aan
Wegdorp: beplanting langs perceelsgrenzen
Heideontginningslandschap: de hoekpunten van het erf zijn groen
Beekdal: de hoekpunten van het erfzijn groen
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 31
11-02-11 09:31
blz. 29 | Bebouwing en erven algemeen
groene hoekpunten is onderdeel van open landschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
haag met fruitbomen
parkbomen in voortuin
Wil men in de verschillende landschapstypen beplanting voor de stal maar de ventilatie door de stal behouden, dan is het aan te raden om een rij bomen 10 tot 20 meter van de stal vandaan te planten. Onderling staan de bomen 8 tot 10 meter van elkaar af. Het is bewezen dat dit geen invloed heeft op de ventilatie. Ook is het mogelijk om een grondwal met gras in dezelfde hoek als het dak, langs de stal te maken. Bij de landschappelijke inpassing van nevenactiviteiten op een boerenbedrijf of boerenerf geldt dezelfde basisopzet. Dat is dus per landschapstype verschillend. Hier kunnen hagen, in de nabijheid van de bebouwing, afbakening geven aan nieuwe functies zoals het parkeren, de terrassen etc. Nieuwe typen stallen, zoals de serrestal (zie blz. 127 en 128/129), zijn op de markt gekomen. Alleen in samenhang met een goed landschappelijk plan kan een nieuw type worden geplaatst. De locatiekeuze voor de nieuwe stal, en de mogelijkheid om deze goed in te passen, is van grotere invloed op het landschap dan het staltype zelf. Door de afwijkende vorm is een plaatsing vlakbij de bestaande bebouwing niet aan te raden. Ook de kleuren van de stal en het windbreekgaas moeten donker ( zwart of antraciet) zijn. Materialen als bakstenen of onbehandeld beton trekken teveel aandacht.
Ventilatie
bomenrij
graswal
Massa beplanting door streekeigen groen in:
bosje
houtsingel
eikengaard
houtsingel langs slootkant
houtwal met greppel
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 32
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 30 | Bebouwing en erven algemeen
Landschappelijke inpassing van overige erven Erven van woonboerderijen en overige bebouwing in het buitengebied van de gemeente Westerveld zijn eveneens beeldbepalend. Bij een woonboerderij kunnen nog enkele hectaren grond behoren. In dat geval is het bij wijzigingen gewenst om op eenzelfde wijze te handelen als hiervoor beschreven in het stuk over ‘landschappelijke inpassing van het boerenbedrijf’. Het is goed mogelijk om een belangrijke bijdrage te leveren aan het behouden en het versterken van het landschap door houtwallen, houtsingels of een bosje te planten. Soms kan dit door een openbaar pad te maken. De beplanting op de erven van woonboerderijen is goed ingepast in het landschap als de basisopzet van een boerenerf wordt gevolgd, zoals beschreven in “het boerenerf”. Het casco bestaat uit een voorerf en een achtererf. Het voorerf is de tuin met hagen, sierbomen, sierstruiken en fruitbomen en het achtererf kent aan de grens streekeigen bomen en struiken. De inrichting op het achtererf is van minder belang. Dikwijls is het uitzicht op het landschap aan deze zijde het grootst. Laat paardenbakken daarom onderdeel zijn van het erf en laat deze aan de zichtzijde van de bak door een haag begrenzen. Nieuwe vijvers zijn onderdeel van de erfinrichting en passen binnen het erf en zijn onzichtbaar vanuit het openbaar gebied. Poelen daarentegen zijn onderdeel van het landschap.
De overige erven zijn divers en afhankelijk van hun functie verschillend. Bij woonhuizen kan op een zelfde wijze naar de erfinrichting worden gekeken als bij boerenerven. Ook hier past het ensemble het best als er streekeigen bomen en struiken op het terrein voorkomen. Bij de overige bebouwing is de klant soms richtinggevend en daardoor is het erf open naar de straat. Hier speelt reclame maken een rol. Teveel reclame is schadelijk voor het landschap. Ook hier zijn streekeigen bomen en struiken op het terrein en hagen rondom een parkeerterrein passend.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 33
11-02-11 09:31
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 34
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 32 | Landschappelijke inpassing
Landschappelijke inpassing In de welstandsnota wordt omschreven welke informatie nodig is, om tot een beoordeling te kunnen komen. Hieronder volgt een opsomming: • plattegronden; • gevelaanzichten; • doorsneden; • tekeningen van de bestaande toestand; • tekening van de verbouwingsplannen; • situatietekening met de inrichting van het terrein en inclusief aansluitende terreinen; • geveltekeningen of foto’s die de relatie met de belendende bebouwing duidelijk maken; • lijst toe te passen materialen; • schema toe te passen kleuren. Voor een beoordeling van de landschappelijke inpassing zijn de situatietekening en foto’s van de omgeving eveneens noodzakelijk. Bij de situatietekening is naast de nieuwe situatie ook de bestaande situatie nodig. Schaal 1:1000 en / of 1:500. Op de tekeningen dient ook de noordpijl aangegeven te zijn. Op de tekeningen wordt de inrichting en de beplanting in hoofdlijnen aangegeven. Onder hoofdlijnen worden in ieder geval de plaats en soort van hagen, fruitbomen, parkbomen, struiken, houtsingels, houtwallen en bosjes gerekend. Ook de plek van de inrit(ten) en de plaats(en) waar kan worden geparkeerd. Soorten bestrating en hekwerken worden ook meegenomen. Geef met een pijl aan waar men het uitzicht op de omgeving wil hebben, zodat wordt begrepen waarom juist daar minder beplanting staat. Ook een pijl die aangeeft hoe ventilatie in de stal wordt geregeld.
Om een erf in te richten is het landschapstype steeds uitgangspunt. Vervolgens het type erf en type bebouwing. In de welstandsnota wordt een onderscheidt gemaakt in: kleine, veel voorkomende veranderingen en aanpassingen, kleine en middelgrote projecten en grote projecten. Voor de kleine, veel voorkomende veranderingen, zal de inrichting van de omgeving weinig veranderen. Juist bij middelgrote en grote projecten wordt in dit rapport verwezen naar de samenhang met de omgeving. Maar ook bij een klein nieuw schuurtje kan veel mis gaan, omdat het open landschap genadeloos is.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 35
11-02-11 09:31
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 36
11-02-11 09:31
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 34 | 6 landschapstypen in de gemeente Westerveld
6 landschapstypen in Volgens de kadernota Diever
Vledder
Dwingeloo
Havelte
essenlandschap wegdorpenlandschap ontginningskolonielandschap veldontginningslandschap veldgrondenlandschap beekdalenlandschap kernen dorpen hoofdwegenstructuur
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 37
11-02-11 09:32
blz. 35 | 6 landschapstypen in de gemeente Westerveld
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
n in de gemeente Westerveld essenlandschap
wegdorpenlandschap
ontginningskolonielandschap
veldontginningslandschap
veldgrondenlandschap
beekdalenlandschap
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 38
11-02-11 09:32
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 39
11-02-11 09:32
ESSEN L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 40
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 41
blz. 38 | Morfologie Essenlandschap
11-02-11 09:32
blz. 39 | Essenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nullam porta, quam et feugiat vulputate, enim purus fermentum lorem, ut eleifend tellus tellus quis diam. Maecenas non tincidunt mauris. Nulla facilisi. Maecenas vestibulum magna elementum metus cursus adipiscing. Ut pharetra nisi nec dui varius eu dapibus quam scelerisque. Proin augue dolor, elementum in congue et, dignissim sit amet massa. Aliquam nec metus quis nunc mollis aliquam. Maecenas nec diam at enim consectetur hendrerit aliquet nec lacus. Maecenas malesuada felis vitae nunc dictum rutrum.
ESSENLANDSCHAP
De kernkwaliteiten van een essenlandschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn: • openheid van het landschap • essen deels begrensd door houtwallen en bosrestanten • wordt voornamelijk gebruikt als bouw- en grasland • reliëf in het landschap • geen bebouwing op de essen.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 42
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 40 | Kenmerken Essenlandschap
Op de essen vindt geen bebouwing plaats. Er is uitsluitend bebouwing mogelijk buiten de bebouwde kom. Deze bevindt zich: • • • • • • • • • • • • • • • • •
aan de rand van de essen; aan wegen die rond de es lopen; aan de eszijde of aan de overkant van de wegen die rond de es lopen; naast elkaar kan het voorkomen dat de achterzijde, de zijzijde of de voorzijde van het erf zich richt naar de openbare weg; de bebouwing staat onderling meestal niet haaks van elkaar. Ook de bijgebouwen op de erven staan dan niet haaks; soms is er bebouwing op de es die in punten in de open ruimte zijn gesitueerd. De bebouwing is aan alle zijden goed zichtbaar. aan de eszijde mogelijk reliëf op het erf; de kavels van de erven zijn niet rechthoekig; erven onderdeel van het patroon met houtwallen of bosjes en wegbeplanting langs de es; historische erven afgewisseld met erven en woningen van jongere datum; erven van jongere datum richten zich met de voorzijde naar de weg; de kavelvorm en de oriëntatie van de boerderijen is divers en oogt willekeurig; vaak diverse toeritten; de eik is de meest voorkomende boom op de boerenerven; gekoppeld aan het voorhuis staan hagen, fruitbomen, leilinden en parkbomen. Dit betekent dat deze beplanting soms aan de eszijde staat, omdat zich daar het voorhuis bevindt; de kleurtonen zijn gedekt; rieten daken en zwart gepotdekselde wanden.
Over ligging van de bebouwing in de welstandsnota Westerveld staat: • • • • •
een onregelmatige bewoningsorde, geheel of gedeeltelijk langs de es; bestaande situering, rooilijn en nokoriëntatie van de bebouwing aanhouden; nieuwe toevoegingen op vergelijkbare wijze in het landschap plaatsen; voorgevelarchitectuur aan de straatzijde; situering bijgebouwen moet ondergeschikt aan het hoofdgebouw plaatsvinden.
Landschappelijke prestaties bij nieuwe ontwikkelingen volgens de kadernota buitengebied Westerveld zijn: • •
het herstellen van de randbeplanting rond de es; het herstellen van de openheid op de es.
Middelen om via landschappelijke inpassing het doel te bereiken volgens het beeldkwaliteitsplan zijn: •
• • •
aan de rand van de es de inrichting van de erven zien als `kralen aan een ketting`. Dit betekent dat de inrichting van de erven op zichzelf passend is bij een erf, maar dat er voor wordt gezorgd dat aan de straatzijde en aan weerzijden van het erf ´de groene ketting´ wordt behouden en zo mogelijk wordt hersteld met een houtwal, bosje of eiken. Deze eiken kunnen solitair, in een groep of langs een oprijlaan staan. Vanaf de open es mag de bebouwing tussen de beplanting worden gezien, maar is ondergeschikt aan die beplanting. passende kleinschalige bijgebouwen kunnen, zonder beplanting aan de landschapszijde, op de erfgrens staan; nieuwbouw op het reliëf wordt zodanig uitgevoerd, dat dit kenmerk van de plek wordt behouden en versterkt; op de es wordt uitgegaan van een ´groene oase´ in de open ruimte. Dit houdt niet in dat het gehele erf rondom is beplant met hoogopgaande en dichte beplanting, maar dat er aan alle zijden van het erf ergens hoogopgaande beplanting staat, afgewisseld door fruitbomen, streekeigen struiken en hagen. Bijgebouwen staan binnen het erf en niet aan de kavelgrens.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 43
11-02-11 09:32
blz. 41 | Kenmerken Essenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Morfologie
= tuindeel = erfdeel
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 44
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 42 | Typologie Essenlandschap
Boerderij, schuren en bijgebouwen Essen landschap
Woongedeelte aan straatzijde. Schuren in losse setting altijd achter woonhuis op erfdeel. Nokboerderij; haaks op straatzijde
Erfdeel, schuren en achterhuis aan straatzijde. Voorhuis aan achterzijde kavel (tuindeel).
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 45
11-02-11 09:32
blz. 43 | Typologie Essenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Nok van boerderij wel of ongeveer evenwijdig aan straat.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 46
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 44 | Typologie Essenlandschap
Boerderij naar recreatie Essen landschap
Nieuwe recreatiewoningen op nieuwe en bestaande erfdeel in losse setting
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 47
Door dichte beplanting dan wel bosschages zijn de woningen wel mogelijk achter die beplanting
11-02-11 09:32
blz. 45 | Typologie Essenlandschap
Door dichte beplanting dan wel bosschages zijn de woningen wel mogelijk achter die beplanting
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 48
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Recreatiewoningen zijn niet op het erfdeel geplaatst maar alleen in het tuindeel. Dit is niet mogelijk.
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 49
blz. 46 | Kleuren, tonen en inspiratiebeelden
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 47 | Matrix van kleuren, tonen en materialen
ESDORP
Materiaal / Kleur
Hoofdgebouw
Bijgebouw
Bestaande bouw
Situering Haaks Niet haaks
x x
x x
x
x
x
x
x
x
x x
x x x
Bijgebouw Achter het woongedeelte Massa’s Groot Klein Wanden Baksteen Handvorm Genuanceerd Levendig
Hout
Anders
Dak Riet Pan (ongeglazuurd) Golfplaat
Rood Bruin Zwart Grijs Geel Wit Anders Vergrijzend naturel: (eiken, larix, WRC) Zwart (teerkleur) Stucwerk (plint schermer grijs) Zink Staal Kunststof Glas (reglit) Vezel cementplaat (eternit grijs)
Blauw grijs gesmoord Oranje / rood Grijs Rood
Schoorstenen Schilderwerk Deur Kozijnen Draaiende delen
Luiken
Windveren
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 50
Standkleuren Evert Koning Heerengracht groen Polderbruin Zaans wit Polderbruin Zaans wit Polderbruin Heerengracht groen Polderbruin Zaans wit Heerengracht groen Zaans wit Polderbruin
voorhuis x x x x x x x x
achterhuis x x x x
x x x x
x x x
x x x
x x
x x
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 48 | Kleuren, tonen en inspiratiebeelden
Bestrating klinkers bruin rood
Grind / split
Zwerfkeijen
Eiken
Linde
Kastanje
Leilinden
Notenboom
Hulst
Krent
Hazelaar
Vuilboom
Meidoorn
Beuk
Gelderse Roos
Veldesdoorn
Sleedoorn
Fruitbomen
Vlier
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 51
11-02-11 09:32
blz. 49 | Matrix van kleuren, tonen en materialen
ESDORP
Materiaal
Kleur
Bestrating
Klinkers Betonplaat Grind / split Zwerfkeien als begrenzing
Bruin / rood N.v.t. Bruin / grijs Middengrijs / rood
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Hoofdgebouw
Bijgebouw
x
x
x x
x x
x
x
x x x x x
x
x x x x x x x x x x x
x x x x x x x x x x x
Beplanting Grote bomen
Bij de woning
Middelgrote bomen Opvallende boom Struiken
Hagen
Inlandse eiken Els Es Wilg Populier in windsingel Linde Kastanje Leilinden Notenboom Fruitbomen Berk Lijsterbes Hulst Krent Hazelaar Vlier Vuilboom Gelderse roos Meidoorn Sleedoorn Veldesdoorn Meidoorn Beuk Liguster Veldesdoorn
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 52
11-02-11 09:32
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 53
11-02-11 09:32
WEGDORPEN L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 54
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 55
blz. 52 | Morfologie Wegdorpenlandschap
11-02-11 09:32
blz. 53 | Wegdorpenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
WEGDORPENLANDSCHAP
De kernkwaliteiten van een wegdorpenlandschap (volgens de kadernota buitengebied Westerveld 2006) zijn: • • •
afwisseling in open en besloten delen; voornamelijk in gebruik als bouw- en grasland; opstrekkende verkaveling.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 56
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 54 | Kenmerken Wegdorpenlandschap
Bebouwing in het wegdorpenlandschap vindt plaats als lintbebouwing aan weerszijden van de weg: • • • • • • • • • • • • • • •
boerderijen, arbeiderswoningen en vrijstaande woningen; het voorhuis is overwegend naar de doorgaande weg gericht; de bebouwing staat op overwegend smalle huiskavels; bij uitbreiding op agrarische bedrijven worden meerdere kavels naast elkaar gevuld; de bebouwing staat met hoofdgebouw en bijgebouwen over het algemeen in de lijn van de verkaveling en niet loodrecht op de ietwat slingerende weg; alle bebouwing staat op ieder erf haaks ten opzichte van elkaar; aan de boerderijen is de Friese invloed terug te zien. De hoofdvorm van de schuur is rechthoekig en de kapvorm is hoog. Op deze schuren liggen meestal geen rode pannen; juist de afwisselende afstand van het hoofdgebouw tot de weg is kenmerkend; wanneer er soms ruimte is tussen de bebouwing, dan is deze door de plaatsing van een bosje afwisselend open of besloten; tussen weg en erf ligt meestal een sloot en ook de kavelscheidingen zijn sloten; singelbeplanting met streekeigen bomen en struiken staat langs deze sloten, bij de erven, maar ook hier en daar langs de percelen; één toerit over een dam, soms gemarkeerd door een inrijhek met hoekpalen; voortuinen met gazon, fruitbomen, hagen en parkbomen; de kleurtonen zijn gedekt, gebied met rieten daken, grijze en rode pannen en zwart gepotdekselde wanden.
Over ligging van gebouwen in de welstandsnota Westerveld staat: • • • • • •
de situering van de bestaande bebouwing is maatgevend voor de ligging van de rooilijn en afstand tussen de gebouwen; de doorzichten naar de open ruimten moeten worden gehandhaafd; de oriëntatie van de hoofdvorm en de voorgevel zijn overwegend op de weg gericht; bestaande nokrichting handhaven; nokrichting en nieuwbouw haaks op de wegas; situering van bijgebouwen ondergeschikt aan het hoofdgebouw (behalve het stookhok).
Landschappelijke prestaties bij nieuwe ontwikkelingen kadernota buitengebied Westerveld zijn: • •
ter versterking van het contrast tussen open en besloten delen kunnen houtwallen en incidentele bosschages worden aangelegd of hersteld; Middels groen of bebouwing het benadrukken van het patroon van smalle, diepe percelen.
Middelen om via landschappelijke inpassing het doel te bereiken volgens het beeldkwaliteitsplan zijn: • • • • • •
singelbeplanting langs de kavelsloten; erfbeplanting met parkbomen in de voortuin, gazon, hagen en fruitbomen en eiken achter op het erf. De beplanting versterkt de allure van de bebouwing. Aan de achterkant is ruim uitzicht mogelijk op het open landschap, maar andersom is het lint vanuit het landschap gezien overwegend groen; daarom is er aandacht nodig voor beplanting op de achtererven; waar mogelijk de plaatsing van bosjes stimuleren, zoals tussen de gaten in de bebouwing of op de erven; het landschappelijk patroon van de smalle huiskavels terug laten keren in de erfbeplanting op erven, waar meerdere kavels naast elkaar worden benut voor bebouwing. Daardoor ontstaan er visueel geen brede erven; de afstand tussen de bebouwing en de kavelgrens en/of sloten moet ruim voldoende zijn om beplanting mogelijk te maken.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 57
11-02-11 09:32
blz. 55 | Kenmerken Wegdorpenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Morfologie
= tuindeel = erfdeel
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 58
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 56 | Typologie Wegdorpenlandschap
Boerderij Wegdorpen landschap
Boerderij altijd met voorhuis naar straatzijde gericht. Bergingen en schuren altijd achter de woning in het erfdeel. Nokrichting haaks op straat of in richting van de verkaveling.
Uitzondering!
Woondeel altijd in tuindeel. Schuren en garage altijd in erfdeel.
In sommige gevallen kan het door bv. uitzicht noodzakelijk zijn om het achterhuis + schuren naar de straatkant te richten. Dit moet per aanvraag specifiek worden getoetst door een landschapsarchitect en supervisor.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 59
11-02-11 09:32
blz. 57 | Typologie Wegdorpenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Uitzondering!
Schuren in het tuindeel is niet mogelijk.
In sommige gevallen kan het door bv. uitzicht noodzakelijk zijn om de bebouwing evenwijdig aan de straat te situeren. Dit moet per aanvraag specifiek worden getoetst door een landschapsarchitect en supervisor.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 60
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz. 58 | Typologie Wegdorpenlandschap
Schuurwoning Wegdorpenlandschap
Schuurwoning binnen bestaande bebouwing of bij nieuwbouw
Schuurwoningen altijd op het erfdeel. Woonfunctie zowel aan voor- als achterzijde. Parkeren en opslag daar tussenin. Woning nokrichting altijd haaks op straat.
Afhankelijk van uitzicht is het mogelijk om de woonfunctie aan de voorzijde te situeren en parkeren en opslag aan de achterzijde. Dit is een uitzondering.
Schuren en garage voor de woning aan straatzijde niet mogelijk
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 61
11-02-11 09:32
blz. 59 | Typologie Wegdorpenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Bij een schuurwoning is het niet mogelijk om de achterzijde en garage aan de straatzijde te situeren aangezien hierdoor het tuin- en erfdeel omgewisseld zouden worden.
Woning moet volledig buiten het erfdeel staan. Schuren altijd achter woonhuis in erfdeel.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 62
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
blz.60 | Typologie Wegdorpenlandschap
Boerderij naar recreatie Wegdorpenlandschap
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 63
11-02-11 09:32
blz. 61 | Typologie Wegdorpenlandschap
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
Nokrichting recreatiewoningen zijn niet haaks of evenwijdig. Past niet in landschap.
Nieuwe erf met verspreid liggende recreatiewoningen is verlengde van het bestaande erfgoed.
Nieuwe erf met recreatiewoningen in een grid is verlengde van het bestaande erfgoed. Kan wel mits achter beplanting.
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 64
11-02-11 09:32
Beeldkwaliteitsplan Gemeente Westerveld
L-018 BKP 2011-02-10 productie.indd 65
blz. 62 | Typologie Wegdorpenlandschap