CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels kleinschalige hernieuwbare energie

Politieke avond Westerveld 20 december 2022, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan kleinschalige hernieuwbare energie3.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Be le id sr eg el t oe t sin gs k ad er k le in sch a li ge h ern i e u wb are en erg ie

Be le id sr eg el t oe t sin gs k ad er k le in sch a li ge h ern i e u wb are en erg ie

2 november 2022

Inhoudsopgave Samenvatting

1

2

3

3

Wat willen we bereiken met dit beleidskader?

3

Wat gaan we daarvoor doen?

3

Wat mag het kosten?

3

Algemene toelichting

4

1.1

Inleiding

4

1.2

Doel

4

1.3

Leeswijzer

4

Toetsingskader kleinschalige windturbine

5

Deel 1: begrenzing plangebied

5

Deel 2: begrippen

6

Deel 3: ruimtelijke randvoorwaarden

7

Deel 4: randvoorwaarden wet- en regelgeving

9

Deel 5: overige randvoorwaarden

9

Toetsingskader kleinschalige projecten met zonnepanelen

11

Deel 1: begrenzing plangebied

11

Deel 2: begrippen

11

Deel 3: ruimtelijke randvoorwaarden

12

Deel 4: randvoorwaarden wet- en regelgeving

13

Deel 5: overige randvoorwaarden

14

2 november 2022

Samenvatting We moeten met elkaar werken aan een duurzaam Westerveld, ook voor toekomstige generaties. Wind- en zonne-energie levert samen met andere duurzame bronnen een bijdrage aan de verduurzaming van de energievoorziening. We hebben windenergie nodig om onze klimaatdoelstellingen te behalen en fossiele energiebronnen als kolen en aardgas te vervangen. De uitstoot van CO2 zal hierdoor verlaagd worden.

Wat willen we bereiken met dit beleidskader? Voor de energietransitie hebben we alle bronnen nodig. We willen inwoners en bedrijven de mogelijkheid bieden om zelf energie op te wekken met kleine windturbines en kleinschalige grondgebonden zonnepanelen. We willen wel dat dit op een verantwoorde manier gebeurd. Communicatie met de omgeving en inpassing in de omgeving zijn hierbij essentieel.

Wat gaan we daarvoor doen? We stellen duidelijke kaders waar we kleine windturbines toestaan, welke afmetingen de windturbines mogen hebben en op welke manier kleine windturbines landschappelijk worden ingepast. Dit geldt ook voor de kleinschalige zonnepanelen. Deze beleidsregels zijn de eerste stap naar het mogelijk maken van plaatsing van kleinschalige hernieuwbare energie-opwerkinstallaties. De volgende stap wordt het verankeren van de beleidsregel in een bestemmingsplan. Zodra deze regels definitief als beleidsregels zijn vastgesteld (en met een verwijzing zijn opgenomen in de regels van een facetbestemmingsplan) kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een kleine windturbine of een kleinschalige opstelling met zonnepanelen.

Wat mag het kosten? Kosten voor de plaatsing van kleine windturbines en zonnepanelen zullen worden gedragen door de initiatiefnemers.

2 november 2022

3

1

Algemene toelichting 1.1

Inleiding

De voorliggende beleidsregels hebben betrekking op het toestaan van kleinschalige windturbines en grondgebonden zonnepanelen op het grondgebied van de gemeente Westerveld. De aanleiding voor het opstellen van deze beleidsregel is dat de regels van de geldende bestemmingsplannen op dit moment geen kleinschalige windturbines en kleinschalige grondgebonden zonnepanelen (buiten bestaande erven) toelaten. In onze gemeente is echter wel vraag naar het plaatsen van dergelijke energiebronnen om energie op te wekken voor eigen gebruik. Omdat de gemeente deze duurzame initiatieven wil faciliteren wordt hiervoor eerst een beleidskader in de vorm van regels opgesteld.

1.2

Doel

Het doel van deze beleidsregel is het bieden van een toetsingskader voor het mogelijk maken van zowel kleinschalige en grondgebonden zonnepanelen buiten de bestaande erven als kleinschalige windturbines in het buitengebied van de gemeente Westerveld. Omdat deze zonnepanelen en windturbines een ruimtelijk effect hebben, wordt een facetbestemmingsplan opgesteld. Dat bestemmingsplan vormt samen met deze beleidsregel het afwegingskader om te komen tot een goede ruimtelijke ordening in de gemeente ten aanzien van het inpassen van deze kleinschalige hernieuwbare energiebronnen. Indien niet aan de voorwaarden van het bestemmingsplan en de onderhavig beleidskader kan worden voldaan, verleent de gemeente geen omgevingsvergunning. Verder wordt opgemerkt dat de systematiek van een facetbestemmingsplan in combinatie met beleidsregel bewust is. Het facetbestemmingsplan, dat wordt vastgesteld door de gemeenteraad, maakt de bouw van kleinschalige windturbines en grondgebonden zonnepanelen (buiten de bestaande erven) mogelijk door middel van een vergunningstelsel, maar verwijst voor de afweging van de toelating van zulke bouwwerken naar onderhavige beleidsregel. Doordat een beleidsregel eenvoudiger en sneller is te wijzigen dan een bestemmingsplan behoudt de gemeente flexibiliteit.

Op die manier kan sneller worden ingespeeld op gewijzigde regelgeving of gewijzigde behoefte met betrekking tot het plaatsen van kleinschalige hernieuwbare energiebronnen.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 en 3 bevatten het toetsingskader voor het plaatsen van kleinschalige hernieuwbare energiebronnen.

2 november 2022

4

2

Toetsingskader kleinschalige windturbine Dit hoofdstuk bevat de randvoorwaarden waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kleinschalige windturbine moet voldoen. Een dergelijke omgevingsvergunning kan een indiener aanvragen op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ook wel een zogeheten binnenplanse afwijkingsprocedure. De randvoorwaarden zijn opgedeeld in vijf onderdelen. Deel 1 bepaalt in welke gebieden een kleinschalige windturbine gebouwd kan worden en deel 2 geeft de begrippen en de wijze van meten weer. Deel 3 geeft de ruimtelijke randvoorwaarden waaraan een aanvraag moet voldoen. Deel 4 bevat voorwaarden die afkomstig zijn uit wet- en regelgeving. Tot slot geeft deel 5 overige randvoorwaarden. In dit deel zijn ook de normen en regels opgenomen waaraan een aanvraag wordt getoetst voor de aspecten geluid en slagschaduw en lichtschittering. Ten aanzien van externe veiligheid wordt aangesloten bij de regels zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Omgevingswet In de randvoorwaarden wordt verwezen naar huidige wet- en regelgeving. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, naar verwachting op 1 juli 2023, wordt dit anders.

Qua terminologie en verwijzingen is in deze beleidsregel aangesloten bij de huidige wet- en regelgeving, maar onder de Omgevingswet, geldt in plaats van het Activiteitenbesluit milieubeheer en bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving en in plaats van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving. En in plaats van geldende bestemmingsplannen en ‘bestemmingen’, geldt dan het (tijdelijke) omgevingsplan en ‘functies of activiteiten’. Dit heeft geen consequenties voor de voorwaarden waaraan getoetst moet worden zoals opgenomen in deze beleidsregel.

Deel 1: begrenzing plangebied Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine moet betrekking hebben op een locatie die is gelegen in het plangebied van volgende bestemmingsplannen: 1.

Bestemmingsplannen ‘Buitengebied Havelte, vastgesteld op 19 december 1985, ‘Buitengebied Vledder’, vastgesteld op 30 juni 1992, ‘Buitengebied Diever’, vastgesteld op 23 april 1997, ‘Buitengebied Dwingeloo’, vastgesteld op 25 maart 2004 en ‘Buitengebied Westerveld’, vastgesteld op 5 juli 2012, en de daarop volgende en bijbehorende partiële herzieningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen hiervan, met dien verstande dat een aanvraag betrekking moet hebben op gronden met: a.

een agrarische bestemming;

b.

een bedrijfsbestemming, met uitzondering van gronden voor delfstofwinning;

c.

een horecabestemming;

d.

een recreatiebestemming;

2 november 2022

5

e. 2.

een zorgboerderij.

‘Beschermd dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord’, vastgesteld op 25 januari 2011, en de ‘Correctieve herziening Beschermd Dorpsgezicht Frederiksoord-Wilhelminaoord’, vastgesteld op 31 maart 2015, met uitzondering van de bebouwde kom van Wilhelminaoord, en met dien verstande dat een aanvraag betrekking moet hebben op gronden die zijn bestemd als:

3.

a.

Agrarisch;

b.

Bedrijf;

c.

Bedrijf – Garage;

d.

Horeca;

e.

Recreatie.

‘bestemmingsplan Doldersum 2004’, vastgesteld op 6 april 2006, met dien verstande dat een aanvraag betrekking moet hebben op gronden die zijn bestemd als:

4.

a.

Agrarische bedrijfsdoeleinden;

b.

Horecadoeleinden.

‘Natuurontwikkeling Oude Willem’, dat is vastgesteld op 6 oktober 2015, met dien verstande dat een aanvraag betrekking moet hebben op gronden die zijn bestemd als: a.

5.

Recreatie – 2.

‘Bestemmingsplan Recreatiepark Landgoed 't Wildryck te Diever’, dat is vastgesteld op 26 januari 2016, met dien verstande dat een aanvraag betrekking moet hebben op gronden die zijn bestemd als: a.

Recreatie – 1;

b.

Recreatie – 3.

Deel 2: begrippen Verklaring van de gehanteerde begrippen: 1. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 3. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 4. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 5. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

2 november 2022

6

6. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 7. coöperatie van lokale inwoners: een energiecoöperatie (in de vorm van een stichting) zonder commercieel doel, die volledig bestaat uit natuurlijke personen woonachtig in de gemeente Westerveld; 8. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 9. gevoelige bestemming: woonbestemming of een andere bestemming waar mensen permanent verblijven, niet zijnde een bedrijfswoning; 10. kleinschalige windturbine: een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch vermogen uit wind, met een ashoogte van niet meer dan 15,00 m; 11. peil: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 12. risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.

Deel 3: ruimtelijke randvoorwaarden Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine moet aan de volgende ruimtelijke voorwaarden voldoen: 1. De kleinschalige windturbine wordt geplaatst: a.

achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, niet zijnde de (bedrijfs)woning, tenzij wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het ruimtelijk beeld en de cultuurhistorische karakteristiek van het erf en de omgeving, en ook;

b.

binnen een (agrarisch) bouwvlak, bestemmingsvlak of functieaanduiding agrarische bedrijfskavel, behalve indien deze gronden tevens zijn bestemd voor: i.

Waarde - Beschermd dorpsgezicht;

ii.

Waarde - Cultuurhistorie, (waardevolle essen);

iii.

Waarde - Landschap 1, (landschappelijk, waterhuishoudkundig en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen en/of landschappelijke waardevolle gebieden);

iv.

Waarde - Landschap 2, (landschappelijk en waterhuishoudkundig waardevolle beekdalen);

2 november 2022

7

c.

of binnen een afstand van 25,00 m vanaf de grens van dit bouwvlak, bestemmingsvlak of deze functieaanduiding, mits niet geplaatst achter het perceel van een derde en niet indien deze gronden tevens zijn bestemd voor:

d.

i.

Waarde - Beschermd dorpsgezicht;

ii.

Waarde – Cultuurhistorie;

iii.

Waarde - Landschap 1;

iv.

Waarde - Landschap 2;

in afwijking van 1b. en 1c. mag een kleinschalige windturbine: i.

wel worden geplaatst op gronden met een dubbelbestemming ‘Waarde’ indien de ervenconsulent van het Oversticht hierover een positief advies geeft;

ii.

worden geplaatst op afstand tot 75,00 m vanaf de grens van dit bouwvlak, bestemmingsvlak of deze functieaanduiding indien de ervenconsulent van het Oversticht ten aanzien van de landschappelijke inpassing een positief advies geeft.

2. De maatvoering van de kleinschalige windturbine voldoet aan de volgende regels: a.

de ashoogte van een kleinschalige windturbine bedraagt niet meer dan 15,00 m, gemeten vanaf het peil, met dien verstande dat indien een kleinschalige windturbine op een gebouw wordt geplaatst, de tiphoogte niet meer dan ⅓ van de bouwhoogte van het gebouw bedraagt, met een maximum van 5,00 m;

b.

de rotordiameter van een VAT-type windturbine bedraagt niet meer dan 2,00 m.

3. De afstand van een kleinschalige windturbine tot: a.

een andere kleinschalige windturbine bedraagt niet minder dan drie keer de rotordiameter;

b.

de bijbehorende (agrarische) bedrijfsbebouwing bedraagt niet meer dan 100,00 m;

c.

gasinfrastructuur bedraagt niet minder dan 25,00 m;

d.

hoogspanningsinfrastructuur bedraagt niet minder dan de maximale werpafstand bij twee keer het nominaal toerental van de kleinschalige windturbine;

e.

de meest nabijgelegen gevoelige bestemming bedraagt niet minder dan vier maal de ashoogte van de windturbine;

f.

openbaar gebied is zodanig dat de wieken of de constructie van de kleinschalige windturbine niet overhangt boven openbaar gebied.

4. Kleinschalige windturbines zijn niet toegestaan in gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. 5. De gemeente Westerveld kan nadere eisen stellen aan de plaats, omvang en gebruik van de kleinschalige windturbine ten behoeve van: a.

de bezonningsituatie;

b.

lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing;

c.

zichtlijnen of visuele hinder;

d.

het voorkomen van slagschaduw;

e.

risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten;

f.

geluidshinder;

g.

de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf.

2 november 2022

8

Deel 4: randvoorwaarden wet- en regelgeving Kleinschalige windturbines moeten aan alle relevante wet- en regelgeving voldoen, waarbij in ieder geval geldt dat de kleinschalige windturbine voldoet aan: 1. de eisen van het Bouwbesluit 2012; 2. de eisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer en de eisen van het op 1 juli 2023 inwerking tredende Besluit activiteiten leefomgeving; 3. de overige regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan(nen); 4. de regels van de Wet natuurbescherming en de daaruit volgende voorwaarden; 5. de gestelde eisen van de Welstandsnota; 6. een positief advies van het waterschap Drents Overijsselse Delta; 7. een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw indien de kleinschalige windturbines wordt geplaatst op of bij een Rijks- of provinciaal monument; 8. de planschadeovereenkomst die de initiatiefnemer verplicht moet aangaan met de gemeente; 9. de Handreiking miniwind en kleine windmolens van Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA).

Deel 5: overige randvoorwaarden Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine gelden, naast de bovenstaande randvoorwaarden, ook de volgende regels: 1. de energieproductie van een kleinschalige windturbine: a.

is niet bestemd voor commerciële doeleinden;

b.

is 100% lokaal eigendom;

c.

wordt gebruikt om te voorzien in de energievoorziening van het aanwezige bedrijf en/of cooperatie van lokale inwoners, mits er niet meer kleinschalige windturbines worden gebouwd dan noodzakelijk om in het lokale energieverbruik te voorzien;

2. het college van burgemeester en wethouders wijst een verzoek om een omgevingsvergunning voor een kleinschalige windturbine af indien voor een of meer belanghebbenden een toewijzing van de omgevingsvergunning wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doel; 3. advies dient te worden ingewonnen bij Astron over de plaatsing van een kleinschalige windturbine; 4. bij de aanvraag een ecologische quickscan wordt bijgevoegd waaruit blijkt dat de plaatsing van de kleinschalige windturbine(s) geen negatieve gevolgen heeft voor de natuurwaarden; 5. niet meer dan één kleinschalige windturbines per bouwvlak of bestemmingsvlak is toegestaan, met dien verstande dat twee kleinschalige windturbines per bouwvlak of bestemmingsvlak zijn toegestaan indien sprake is van een positief advies van de ervenconsulent van het Oversticht; 6. een aanvraag vergezeld gaat met een landschappelijk inpassingsplan. Het landschappelijk inpassingsplan besteedt in ieder geval aandacht aan de relatie tussen de windturbine en het erf; 7. een kleinschalige windturbine of een combinatie van windturbines (maximaal twee windturbines) voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 41 dB Lden op de gevel van gevoelige gebouwen

2 november 2022

9

8. indien blijkt dat de norm van ten hoogste 41 dB Lden niet gehaald kan worden, kan afgeweken worden naar een norm van ten hoogste 47 dB Lden, mits uit zorgvuldige afweging blijkt dat geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen genomen kunnen worden die stedenbouwkundig, landschappelijk en financieel haalbaar en wenselijk zijn en/of voldoende doeltreffend zijn. 9. ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 6 uur per jaar slagschaduw kan optreden en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens ramen bevinden. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het gevoelige object; 10. ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering wordt lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen.

Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode.

2 november 2022

10

3

Toetsingskader kleinschalige projecten met zonnepanelen Deze paragraaf bevat de randvoorwaarden waaraan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kleinschalige, grondgebonden installatie met zonnepanelen (buiten een bestaan erf) moet voldoen. Een dergelijke omgevingsvergunning kan een indiener aanvragen op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 1°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, ook wel een zogeheten binnenplanse afwijkingsprocedure. Via de landelijke regeling vergunningsvrij bouwen is het plaatsen van zonnepanelen op daken geregeld. Voor het plaatsen van kleinschalige, grondgebonden zonnepanelen op erven bij bestaande woningen en bedrijfsgebouwen of buiten het bouwvlak/bestemmingsvlak is geen concreet beleid opgesteld.

Deel 1: begrenzing plangebied Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een kleinschalige, grondgebonden installatie voor zonnepanelen moet betrekking hebben op een locatie die is gelegen in het plangebied van volgende bestemmingsplannen: 1. Bestemmingsplannen ‘Buitengebied Havelte’, vastgesteld op 19 december 1985, ‘Buitengebied Vledder’, vastgesteld op 30 juni 1992, ‘Buitengebied Diever’, vastgesteld op 23 april 1997, ‘Buitengebied Dwingeloo’, vastgesteld op 25 maart 2004 en ‘Buitengebied Westerveld’, vastgesteld op 5 juli 2012 en de eventueel daarop volgende partiële herzieningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen van deze plannen; 2. van de bestemmingsplannen genoemd onder sub 1 worden de gebieden uitgezonderd die zijn gelegen binnen de bestemming ‘Natuur’.

Deel 2: begrippen Verklaring van de gehanteerde begrippen: 1. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 3. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

2 november 2022

11

4. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 5. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 6. coöperatie van lokale inwoners: een energiecoöperatie (in de vorm van een stichting) zonder commercieel doel, die volledig bestaat uit natuurlijke personen woonachtig in de gemeente Westerveld; 7. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 8. gevoelige bestemming: woonbestemming of een andere bestemming waar mensen permanent verblijven, niet zijnde een bedrijfswoning; 9. peil: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 10. risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen, zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten

Deel 3: ruimtelijke randvoorwaarden Grondgebonden zonnepanelen binnen het bouwvlak: zonnepanelen worden in de ruimtelijke plannen opgenomen als bouwwerk, geen gebouw zijnde. Dit geldt voor zowel het buitengebied als de kernen. De huidige regels die in de geldende ruimtelijke plannen gelden voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, zullen dan ook voor grondgebonden zonnepanelen gelden. Een omgevingsvergunning wordt dan verleend als er aan de geldende maatvoering wordt voldaan. Zonnepanelen worden bij voorkeur aan de achterzijde van een (bedrijfs)woning of achter een bestaand (bedrijfs)gebouw geplaatst. De volgende regels zijn hierbij van toepassing: 1. Binnen het bouwvlak grondgebonden zonnepanelen worden opgenomen als ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’. 2. Grondgebonden zonnepanelen binnen en buiten het bouwvlak worden toegestaan mits: a.

zonnepanelen worden geplaatst ten behoeve van de energievoorziening van percelen met een agrarische bedrijfsbestemming, een woonbestemming of een andere bedrijfs-, horecaof recreatiebestemming;

2 november 2022

12

b.

er duidelijk gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet binnen het bouwvlak kunnen worden geplaatst;

c.

de zonnepanelen worden geplaatst binnen een aaneengesloten grondoppervlakte van ten 2

hoogste 140 m en binnen deze oppervlakte ook landschappelijke inpassingselementen moeten worden aangelegd; d.

de bouwhoogte van de zonnepanelen niet meer bedraagt dan 2,00 m;

e.

de kortste afstand van de zonnepanelen tot de grens van het bouwvlak niet meer dan 50,00 m bedraagt;

f.

de kortste afstand van de zonnepanelen tot de bestemmingsgrens van de aangesloten woon- of bedrijfsbebouwing ten hoogste 25,00 m bedraagt;

g.

een goede landschappelijke inpassing is gewaarborgd;

h.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke waarden, de cultuurhistorische waarden, de monumentale waarden, de archeologische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

3. Grondgebonden zonnepanelen zijn niet toegestaan in gebieden die zijn aangewezen als Natuur Netwerk Nederland. 4. Het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voorwaarden kan stellen aan de plaats, omvang en gebruik van grondgebonden zonnepanelen met betrekking tot: a.

lichttoetreding in nabijgelegen bebouwing;

b.

zichtlijnen of visuele hinder;

c.

risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten;

d.

geluidhinder;

e.

rijks- en provinciale monumenten;

f.

de mogelijkheid tot voortzetting dan wel uitbreiding van een bestaand bedrijf;

g.

het voorkomen van afbreuk aan waarden zoals bedoeld onder B, sub 8, in een gebied.

Deel 4: randvoorwaarden wet- en regelgeving Grondgebonden zonnepanelen moeten aan alle relevante wet- en regelgeving voldoen, waarbij in ieder geval geldt dat de grondgebonden zonnepanelen voldoen aan: 1. de eisen van het Bouwbesluit 2012; 2. de overige regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan(nen); 3. de regels van de Wet natuurbescherming en de daaruit volgende voorwaarden; 4. de gestelde eisen van de Welstandsnota; 5. een positief advies van het waterschap Drents Overijsselse Delta; 6. een positief advies van een onafhankelijke deskundige op het gebied van landschap en stedenbouw indien de grondgebonden zonnepanelen wordt geplaatst op of bij een Rijks- of provinciaal monument; 7. de planschadeovereenkomst die de initiatiefnemer verplicht moet aangaan met de gemeente.

2 november 2022

13

Deel 5: overige randvoorwaarden Voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor grondgebonden zonnepanelen gelden, naast de bovenstaande randvoorwaarden, ook de volgende regels: 1.

de energieproductie van grondgebonden zonnepanelen:

2.

is niet bestemd voor commerciële doeleinden;

3.

is 100% lokaal eigendom;

4.

wordt gebruikt om te voorzien in de energievoorziening van het aanwezige bedrijf en/of coöperatie van lokale inwoners, mits er niet meer grondgebonden zonnepanelen worden gebouwd dan noodzakelijk om in het lokale energieverbruik te voorzien;

5.

het college van burgemeester en wethouders wijst een verzoek om een omgevingsvergunning voor grondgebonden zonnepanelen af indien voor een of meer belanghebbenden een toewijzing van de omgevingsvergunning wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zou zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doel;

6.

een initiatief voldoet aan de eisen zoals gesteld in de zonneladder (‘ruimte voor zonne-energie in Drenthe’) van de provincie Drenthe;

7.

advies dient te worden ingewonnen bij Astron over de plaatsing van grondgebonden zonnepanelen.

2 november 2022

14

Colofon Opdrachtgever Gemeente Westerveld Rapport BügelHajema Adviseurs

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=0bd3a1fe-ac8a-4e12-a534-f8197247e44d