CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan VVE (geredigeerde versie) - 27 mei 2024

Politieke avond Westerveld 28 mei 2024, gemeente WesterveldBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsplan VVE Westerveld 2024-20266.480 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Voor – en vroegschoolse educatie Westerveld 2024 - 2028

1

Inhoudsopgave VOORWOORD ..........................................................................................................................................3 1.

INLEIDING .......................................................................................................................................4 1.1

WIE ZIJN BETROKKEN BIJ VVE? ........................................................................................................4

2.

STAND VAN ZAKEN ......................................................................................................................6

3.

HUIDIGE WETGEVING ..............................................................................................................10

4.

VVE BINNEN DE GEMEENTE WESTERVELD .....................................................................12

5.

INDICERING EN TOELEIDING ...............................................................................................13 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6.

KWALITEIT VAN DE VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN .........................................17 6.1 6.2 6.3

7.

AANBOD 16 UUR VVE IN GEMENGDE GROEPEN ..............................................................................13 DOELGROEP DEFINITIE ......................................................................................................................13 TOELEIDING NAAR VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN ....................................................................15 NON-BEREIK ......................................................................................................................................15 EXTRA TOELEIDING IN HET KADER VAN NON-BEREIK .....................................................................16 KWALITEITSBELEID ............................................................................................................................17 AANBOD EN UITVOERING ..................................................................................................................17 INZET HBO-BELEIDSMEDEWERKER VE ...........................................................................................17

NAUWE SAMENWERKING VOORSCHOOLS EN VROEGSCHOOLS ...........................18 7.1 7.2 7.3 7.4

OVERDRACHT .....................................................................................................................................18 DOORGAANDE LIJN ............................................................................................................................18 OUDERBETROKKENHEID ....................................................................................................................19 RESULTAATAFSPRAKEN ......................................................................................................................19

8.

MONITORING EN EVALUATIE ...............................................................................................21

9.

SAMENWERKING EN OVERLEG .............................................................................................22

BIJLAGE 1 – AANVULLENDE INFORMATIE DOELGROEPDEFINITIEERROR! BOOKMARK NOT DEFINED.

2

Voorwoord "We willen dat elk kind in de gemeente Westerveld de kans krijgt zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Deelname aan een VVE-programma (voor kinderen met een VVE-indicatie afgegeven door de jeugdverpleegkundige) vergroot de ontwikkelingskansen en bevordert op termijn de positie op zowel de arbeidsmarkt als in sociaal opzicht. Daar waar nodig is, moeten kinderen met een achterstand deel kunnen nemen aan een VVE-programma. We willen uitvoering geven aan een stelsel met aandacht voor pedagogische en educatieve doelstellingen en daarin maatwerk leveren." Investeren in jonge kinderen betekent investeren in een goede toekomst, voor deze kinderen en voor de samenleving. De periode voordat kinderen naar school gaan, is cruciaal voor de ontwikkeling van kinderen. Er zijn kinderen die in een minder gunstige thuissituatie opgroeien en daarmee het risico lopen dat zij op de basisschool beginnen met een taal- of ontwikkelingsachterstand. Om dit te voorkomen zet de rijksoverheid en daarmee de gemeente al jaren in op Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Ook in de gemeente Westerveld zijn er kinderen die met een taal- of ontwikkelingsachterstand aan de basisschool beginnen. Ieder kind moet de kans krijgen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen.

Deelname aan een VVE-programma vergroot de ontwikkelingskansen en bevordert op termijn de positie op zowel de arbeidsmarkt als in sociaal opzicht. Daar waar nodig, moeten kinderen met een achterstand deel kunnen nemen aan een VVE-programma.

Dit beleidsplan is tot stand gekomen in goede samenwerking en afstemming met onze maatschappelijke partners. We willen in gezamenlijkheid blijven werken aan optimale ontwikkelingskansen voor al onze kinderen. Met dit beleidsplan willen we daar richting aan geven door een goede prioritering en heldere doelen te stellen met duidelijke kaders.

3

1. Inleiding Voorschoolse Educatie (VE) is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling van peuters (2,5- 4 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. VVE-peuters gaan meer dagdelen naar de peuteropvang dan niet-VVEpeuters. Als er VVE-peuters op een groep aanwezig zijn, moet er gewerkt worden met een VVE-programma en worden er hogere eisen gesteld aan de pedagogisch medewerkers die voor de groep staan. De Onderwijsinspectie en GGD controleren of VVE-peuters een rijk taalaanbod krijgen. Vroegschoolse Educatie is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling bij kleuters (4-6 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs. Het onderwijs mag Vroegschoolse Educatie naar eigen inzicht inrichten. De Onderwijsinspectie controleert of VVE-kleuters een rijk taalaanbod krijgen en of het om een beredeneerd aanbod gaat. In 2017 is er een beleidsplan VVE opgesteld binnen de gemeente. Diverse landelijke en lokale ontwikkelingen maken dat het wenselijk en noodzakelijk is het plan te vernieuwen. Landelijk zijn er veranderingen in wet- en regelgeving. Daarnaast is er vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2023 – 2026 een nieuwe beleidsperiode ingegaan van het landelijke onderwijsachterstandenbeleid (OAB).

Dat heeft lokaal invloed op de afspraken met onze partners en ook de onderlinge samenwerking vraagt om nieuwe doelen en kaders. 1.1

Wie zijn betrokken bij VVE?

De belangrijkste VVE-partners zijn: Consultatiebureau van de GGD De jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau signaleert welke kinderen een mogelijk risico hebben op een(taal)ontwikkelingsachterstand op basis van de doelgroep definitie. Op basis van deze definitie geeft de jeugdverpleegkundige een indicatie af en stimuleert ouders gebruik te gaan maken van het VVE-aanbod binnen de gemeente. Kinderopvang Kinderopvangorganisaties kunnen ervoor kiezen om een VVE-registratie aan te vragen. Hiervoor moeten ze aan extra wettelijke en gemeentelijke eisen voldoen, waardoor de kwaliteit van het VVE-aanbod gewaarborgd wordt. Zo worden er extra opleidingseisen gesteld die een betere taalontwikkeling van kinderen stimuleert. Er is extra aandacht voor ouderbetrokkenheid en er wordt gestructureerd gewerkt aan de cognitieve ontwikkeling met gebruik van bijvoorbeeld taal, letters, cijfers, kleuren en vormen. Basisonderwijs Het onderwijs is verantwoordelijk voor de vroegschoolse periode. De Rijksoverheid geeft scholen met een grote populatie achterstandsleerlingen via hun besturen budget om kinderen met een (risico op een) taalachterstand passende ondersteuning te bieden met als streefdoel dat kinderen zonder (taal)achterstanden naar groep 3 gaan.

Daarnaast moeten scholen meewerken aan het realiseren van een doorgaande lijn voor doelgroepkinderen en aan het realiseren van de gemeentelijke resultaatafspraken.

4

Gemeente Westerveld De gemeente krijgt geld van de Rijksoverheid om de Voorschoolse Educatie vorm te geven. Als gemeente zijn we verplicht om afspraken te maken over het onderwijsachterstandenbeleid, waaronder de resultaten van VVE. In de meeste gemeenten gebeurt dit tijdens het LEA-overleg (Lokaal Educatieve Agenda). De gemeente treedt daar op als regisseur en zorgt ervoor dat er onder meer afspraken worden gemaakt over: - De toeleiding van Voorschoolse Educatie; - Het gebruik van VVE-programma’s en inzet van de VVE-coach; - Ouderbetrokkenheid; - Doorgaande lijn van Voor- naar Vroegschoolse Educatie; - Resultaatafspraken.

5

2. Stand van zaken Bevolking Westerveld heeft bijna 20.000 inwoners. Dit aantal is de laatste jaren enigszins gestegen.1 Jaartal

Aantal inwoners

2017

19.084

2018

19.152

2019

19.348

2020

19.460

2021

19.661

2022

19.854

2023

19.860

Tabel 1: aantal inwoners Westerveld over de afgelopen jaren

De meeste inwoners wonen in Havelte (3.230), Dwingeloo (2.380), Diever (2.370) en Vledder (1.880). Opleidingsniveau Van de inwoners tussen de 15 en 75 jaar valt 25,6 % in de categorie met een laag opleidingsniveau. Hieronder wordt verstaan onderwijs op het niveau van basisonderwijs, het VMBO, de eerste 3 leerjaren van HAVO of VWO en de entreeopleiding, mbo-niveau 1 of het praktijkonderwijs. Landelijk ligt dit percentage op 27,9 procent. Het percentage inwoners met een hoog opleidingsniveau ligt landelijk op 30,9 procent. In Westerveld is dit 29,1%. 2 - 4 jaar In dit onderdeel zoomen we in op de cijfers die belangrijk zijn in het kader van het bieden van gelijke kansen voor peuters: • Aantal en spreiding van peuters met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand; • Het aanbod aan peuters met een risico op ontwikkelingsachterstand. Aantal peuters met risico op achterstand In 2023 waren er 210 peuters (2 - 4-jarigen) in Westerveld. Volgens landelijke gegevens behoort 5% van deze kinderen tot de populatie met het risico op een achterstand. Volgens de landelijke definitie2 zouden dan ongeveer 10 kinderen in de gemeente Westerveld een risico op onderwijsachterstanden lopen. Het landelijke percentage bedraagt 15%.3 Een gemeente dient een eigen definitie voor de doelgroep voor Voorschoolse Educatie te hanteren.

Volgens de huidige definitie zijn er op dit moment tussen de 40 en 60 peuters uit de doelgroep (tussen de 19% en 28%) in de gemeente. Dat ligt dus hoger dan de

1 https://allecijfers.nl/gemeente/Westerveld/ 2 Hier liggen vier indicatoren van de ouders van het kind ten grondslag: opleiding, herkomstland, verblijfsduur in Nederland en wel/niet in

schuldsanering. 3 https://dashboards.cbs.nl/v3/onderwijsachterstanden/

6

landelijke definitie (net als in de meeste gemeenten in Nederland). Het verschil zit waarschijnlijk in feit dat alle kinderen met een ‘ontwikkelingsachterstand’ worden meegenomen. Ook kinderen van alle anderstalige ouders, waaronder ook hoog opgeleide anderstalige ouders. Daarnaast wordt dialect als een criterium gehanteerd. Omdat er geen concrete gegevens bekend zijn, is het op dit moment lastig inzichtelijk te maken waar deze doelgroepkinderen zich op dit moment bevinden. Het is aannemelijk dat de verdeling van deze kinderen in de Voorschoolse periode redelijk overeenkomt met de Vroegschoolse periode. Aanbod voor peuters met ontwikkelingsachterstand In 2024 zijn er in totaal 15 kinderdagverblijven in de gemeente Westerveld. Hiervan bieden 9 locaties Voorschoolse Educatie aan. In onderstaande tabel is het maximumaantal plekken voor VVE-kinderen per kern weergegeven4. Dit is berekend aan de hand van het aantal kindplaatsen, zoals vermeld in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en dit aantal te delen door 2 (vanwege de dubbele bezetting door VVE-kinderen). Hiermee wordt duidelijk hoeveel VVE-kinderen er maximaal te plaatsen zijn in de theoretische situatie dat enkel VVE-kinderen de VE-groepen zouden bezetten. De tabel maakt duidelijk waar en hoeveel VVE-kinderen er maximaal te plaatsen zijn; het zegt niets over hoeveel VVE-kinderen er daadwerkelijk deelnemen in de kernen.

Wijk Diever Wilhelminaoord Dwingeloo Nijensleek Havelte Darp Vledder Uffelte Wapserveen Totaal

Maximumaantal VVE-kind plekken 24 15 31 10 24 0 0 15 14 133

Tabel 2: Maximumaantal VVE-kind plekken per kern

Bereik Voorschoolse Educatie (VE) Het bereik VE is op dit moment niet goed in beeld te brengen. Dit is een belangrijk speerpunt voor de nieuwe beleidsperiode.

4 https://www.landelijkregisterkinderopvang.nl/pp/StartPagina.jsf

7

Middelen Rijk Gemeenten krijgen financiële middelen van het Rijk om Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) te voeren met als doel kinderen met een onderwijsachterstand te helpen. Het OAB-budget voor gemeente Westerveld in de afgelopen jaren is weergegeven in de tabel hieronder. Jaar 2018 2019 2020 2021 2022 (voorlopig) 2023 2024

Budget € 52.000 € 55.000 € 58.000 € 63.675 € 64.000 € 64.000 € 78.970

Tabel 3: OAB-budget Westerveld

Deze tabel maakt duidelijk dat het OAB-budget van de gemeente enigszins is toegenomen de laatste jaren. Dit heeft vooral te maken met de algemene budgettoename bij alle gemeenten voor de uitbreiding van de Voorschoolse Educatie van 10 naar 16 uur per week. Het is daarnaast zo dat het budget van € 64.000 het minimale budget is dat een gemeente landelijk kan ontvangen. De kosten voor VVE zijn hoger voor de gemeente Westerveld dan het budget wat ze ervoor ontvangen vanuit het Rijk. Dit betekent dat er vanuit de gemeente extra middelen bijgelegd moeten worden. Daarnaast heeft de gemeente Westerveld te maken met een gemeente van grote oppervlakte en een verspreid aantal locaties. Dit zorgt ervoor dat er meer kosten gemaakt worden dan bij een gemeente met minder verspreide locaties. 4-12 Jaar In dit deel gaan we in op gelijke kansen in het basisonderwijs: hoeveel en waar bevinden zich de basisschoolkinderen met een risico op een onderwijsachterstanden? Onderwijsachterstanden In 2023 waren er 1.340 basisschoolkinderen in Westerveld, waarvan er 90 (7%) met ‘het risico op onderwijsachterstanden’ (landelijke definitie). Landelijk valt 15% onder deze definitie. Deze kinderen wonen verspreid over een aantal dorpen in de gemeente. In de onderstaande tabel is weergegeven in welke dorpen de percentages doelgroepkinderen hoger dan het gemeentelijke gemiddelde liggen.5

2023

Wilhelminaoord

Diever

Dwingeloo

Havelte

14%

12%

10%

8%

Tabel 4: basisschoolleerlingen met risico op onderwijsachterstanden als percentage van het totaal aantal leerlingen in dat dorp.

5 https://dashboards.cbs.nl/v3/onderwijsachterstanden/

8

In onderstaande heatmap is de woonlocatie van basisschoolleerlingen met de grootste risico’s op onderwijsachterstanden weergegeven in 2023.

Figuur 1: heatmap woonlocatie kleuters met risico op onderwijsachterstanden 2023

9

3. Huidige wetgeving Het bestrijden van de onderwijsachterstanden is geregeld in de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (wet OKE, 2010). De wet OKE heeft gezorgd voor aanpassingen aan drie wetten: • De wet kinderopvang (WKO); • De wet op het onderwijstoezicht; • De wet op het primair onderwijs (WPO). De wet OKE heeft verder effecten op de harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk. De wijzigingen in kwaliteitseisen in kinderopvang en peuterspeelzaalwerk is apart geregeld in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). De nieuwe kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit kinderopvang en enkele ministeriële regelingen. Deze wetten vormen, samen met de WPO en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit Voorschoolse Educatie, het wettelijke kader voor dit beleidskader.

Voor de komende beleidsperiode zijn er een aantal landelijke ontwikkelingen en beleidskaders belangrijk: Gemeentelijk VVE-beleid (WPO 167) De gemeenten zijn regievoerder voor VVE in hun gemeente. Dit betekent allereerst het formuleren van helder VVE-beleid vanuit de gemeente met duidelijke ambities en concrete doelen. Daarnaast vraagt het om voldoende sturing en coördinatie vanuit de gemeente om VVE tot stand te brengen en te borgen in de gemeente, gericht op de volgende onderdelen: definitie doelgroepkind, bereik, toeleiding, doorgaande lijn resultaten, VVE-coördinatie op gemeentelijk niveau.

10

OAB-kader 2021-2026 In het kader van het OAB (Onderwijsachterstandenbeleid) ontvangt de gemeente middelen van het Rijk om achterstanden te voorkomen door vroegtijdig Voorschoolse Educatie te organiseren en mogelijk (op basis van lokaal beleid) andere interventies in te zetten. Het Rijk heeft per 1 januari 2019 de verdeelsleutel van de OAB-middelen herzien en in een periode van 4 jaar is iedere gemeente toegegroeid naar een nieuw OAB-budget. Voor de gemeente Westerveld is het budget vastgesteld op €64.000,-. 960 uur aanbod Voorschools vanaf 2020 en VVE-coach/beleidsmedewerker vanaf 2022 Het Rijk stelt dat er twee factoren van belang zijn voor effectieve Voorschoolse Educatie bij peuters uit de doelgroep. Het gaat hierbij om de kwaliteit en de intensiteit van het aanbod. De kwaliteit van het aanbod wordt vanuit het Rijk, via aanvullende landelijke eisen, met enige regelmaat aangescherpt en heeft sinds 1 januari 2022 een verdere impuls gekregen door de verplichte aanstelling van een pedagogisch beleidsmedewerker op een VVE-groep. Ten aanzien van de intensiteit van het aanbod geldt, tot en met juli 2020, dat een voorschools aanbod minimaal 10 uur per week is. Dit is vanaf 1 augustus 2020 opgehoogd naar gemiddeld 16 uur per week. Gevolgen corona-uitbraak en Nationaal Programma Onderwijs Maart 2020 brak de coronacrisis uit in Nederland.

Kinderopvang en scholen moesten bijna 2 maanden volledig dicht, later in het jaar volgde een tweede sluiting van de kinderopvang en scholen. Thuiseducatie/onderwijs werd snel als alternatief georganiseerd. Snel kwamen er signalen dat juist kinderen uit lage sociaaleconomische milieus, hierdoor verdere ontwikkelachterstand opliepen. Om de achterstanden voor alle leerlingen door de coronabeperkingen in te lopen, werd in februari 2021 het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gelanceerd. De gemeenten spelen een belangrijke rol bij het NPO – zij kunnen alle uitvoerende partijen verbinden zodat de kinderen worden ondersteund op meer dan alleen hun cognitieve ontwikkeling. VVE-partners in Nederland staan de komende tijd voor een dubbele uitdaging aangaande het wegwerken van ontwikkelachterstand. Te weten in de breedte het wegwerken van de opgelopen achterstanden als gevolg van de coronabeperkingen.

11

4. VVE binnen de gemeente Westerveld Met het Onderwijsachterstandenbeleid in de gemeente Westerveld willen we jonge kinderen de beste kansen geven om zich te kunnen ontplooien en ontwikkelen, zodat hun start in het onderwijs en de maatschappij zo goed mogelijk is. In de eerste zes jaar maakt het kind de grootste ontwikkeling door. Dit is dan ook hét moment om preventief in te zetten op de taalontwikkeling. Door het stimuleren van de taalontwikkeling en verminderen van taalachterstanden worden de brede ontwikkelingskansen van jonge kinderen vergroot. In deze visie staat het jonge kind centraal. De belangrijkste doelstellingen binnen het VVE-beleid ten aanzien van de voorschoolse periode zijn binnen de gemeente Westerveld als volgt geformuleerd: 1. Alle doelgroepkinderen in de gemeente Westerveld kunnen vanaf 2,5 jaar naar een voorschoolse voorziening met VVE-aanbod. We streven naar een bereik van 100% van doelgroep peuters; 2. Alle voorschoolse voorzieningen in de gemeente Westerveld, die VVE aanbieden, zijn van hoge kwaliteit en voldoen aan alle wettelijke eisen; 3. Het voorschoolse aanbod en het vroegschoolse basisonderwijs sluiten goed op elkaar aan. 4. De ouders worden nauw betrokken bij de ontwikkeling van hun kinderen.

Om deze doelstellingen te realiseren zijn een aantal subdoelen van belang: • Er is een helder geformuleerde en passende doelgroep definitie; • Het proces van indicering is inzichtelijk en transparant. Er vallen geen kinderen tussen wal en schip; • Het proces van toeleiding naar de voorschoolse voorzieningen werkt; • Er is duidelijk inzicht in de aard en omvang van het non-bereik; • Er worden gerichte acties geformuleerd, passend bij de aard van het non-bereik; • Het VVE-aanbod op de locaties voldoet aan de landelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen. Zowel inhoudelijk als op het gebied van professionalisering; • Er wordt op de VVE-locaties gewerkt met een HBO-coach;

• • •

Er zijn ambitieuze maar haalbare resultaatafspraken geformuleerd met commitment vanuit kinderopvang en onderwijs; Er wordt in alle dorpen gewerkt aan een passende doorgaande lijn voor (doelgroep)kinderen; Er wordt een passend uurtarief voor Voorschoolse Educatie vastgesteld.

12

5. Indicering en toeleiding 5.1 Aanbod 16 uur VVE in gemengde groepen Alle kinderen tussen 2,5 en 4 jaar oud met een VVE-indicatie kunnen 16 uur per week naar de kinderopvang. Zodra een kind een VVE-indicatie krijgt via de JGZ, dan kan deze gebruik maken van een kinderopvang die VVE aanbiedt. De gemeente Westerveld zorgt ervoor dat er voor alle doelgroepkinderen van 2,5 tot 4 jaar, VVE-kindplaatsen beschikbaar zijn. Doordat we te maken hebben met een gespreide populatie van doelgroepkinderen, is ons beleid erop gericht geweest om voor zoveel mogelijk voorschoolse voorzieningen, een VVE-aanbod te realiseren. Hierdoor kunnen VVEkinderen zoveel mogelijk in hun eigen dorp naar de peuteropvang. Daarnaast geloven wij in de meerwaarde van heterogene groepen. Hierdoor kunnen kinderen van elkaar leren. Niet in alle dorpen van de gemeente Westerveld is peuteropvang aanwezig; of locaties zijn te klein. Dat kan invloed hebben op het bereik en non-bereik van kinderen met een VVE-indicatie. Wanneer het bereik en non-bereik goed in kaart wordt gebracht en gemonitord, is de spreiding van VVE-locaties een aandachtspunt en wanneer het nodig blijkt, worden hier stappen in ondernomen. 5.2 Doelgroep definitie Binnen VVE wordt gebruikt gemaakt van een zogenaamde doelgroep definitie.

Deze definitie geeft weer welke kinderen een verhoogd risico op onderwijsachterstanden hebben en gebruik kunnen maken van de extra voorzieningen die in het kader van het VVE-beleid binnen de gemeente worden geboden. Om kinderen met een risico op een mogelijke achterstand te bereiken is een duidelijk, door alle partijen gedragen, doelgroepdefinitie van belang. De doelgroepdefinitie houdt rekening met de kenmerken uit de omgeving van het kind. Voorheen werd de doelgroepdefinitie voornamelijk gebaseerd op de 'gewichtenregeling', waar o.a. gekeken wordt naar het opleidingsniveau van de ouders. In de nieuwe regeling wordt rekening gehouden met meer kenmerken van de omgeving van het kind. Het CBS berekent jaarlijks, op basis van een aantal indicatoren, hoe groot het risico op onderwijsachterstand van een peuter en een leerling is. Dit wordt de onderwijsscore genoemd. De indicatoren die hiervoor gebruikt worden zijn: • Het opleidingsniveau van beide ouders; • Het herkomstland van de moeder; • De verblijfsduur van de moeder in Nederland; • Het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school; • Of de ouders in de schuldsanering zitten. De gemeente Westerveld is vrij om haar eigen definitie op te stellen. Na overleg met de partners van zowel Voor- als Vroegschoolse instellingen is in de gemeente Westerveld de doelgroepdefinitie als volgt omschreven:

13

Er is sprake van een doelgroepkind voor VVE, wanneer tenminste één van de onderstaande criteria van toepassing is op het betreffende kind: 1. Opleidingsniveau ouders (conform gewichtenregeling basisonderwijs) a) De beide ouders/verzorgers of de ouder/verzorger die belast zijn/is met de dagelijkse verzorging hebben/heeft minder dan twee jaar vervolgonderwijs genoten na het basisonderwijs. b) Kinderen waarvan beide ouders maximaal LBO/ VBO, Praktijkonderwijs of VMBO basis- of kaderberoepsgerichte leerweg hebben gevolgd. N.B. Bij het criterium ‘opleidingsniveau ouders’ blijft ook de professionele inschatting van de JGZ 0-4 jaar een rol spelen. 2. Het land van herkomst van de moeder De moeder is afkomstig vanuit een van de landen uit de CUMI-lijst (zie bijlage 1). 3. Risico op een ontwikkelingsachterstand in de Nederlandse taalontwikkeling a) De Jeugd Gezondheidszorg (JGZ) 0-4 jaar signaleert aan de hand van het Van Wiechenonderzoek (mogelijk) risico met betrekking tot spraak-taalontwikkeling. Als de jeugdgezondheidszorg (jeugdverpleegkundige en jeugdarts van de GGD) niet in beeld is, kan de huisarts risico op een ontwikkelingsachterstand signaleren. b) Achterstand in een of meer risicogebieden bij het kind (motorische ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid) die van invloed zijn op de taalontwikkeling.

c) Eén van de ouders of regelmatige verzorgers in het gezin spreekt minder dan 50% Nederlands in het gezin. d) Een van beide ouders is laaggeletterd (zie bijlage). e) Er zijn geconstateerde risicofactoren in het gezin vanuit de omgevingsanalyse die de GGD afneemt via de GIZ-methodiek (gezamenlijk inschatten van zorgbehoeften). Schuldsanering valt hier ook onder. f) Het betreft een kind uit een vluchtelingengezin, inburgeringstraject of een nieuwkomersgezin. Zie bijlage – 1 voor meer toelichting. Op het moment dat een kind voldoet aan de doelgroep definitie krijg het een zogenaamde VVE-indicatie. Dat betekent dat het kind recht heeft op extra voorzieningen in het kader van VVE. Uit evaluatie blijkt dat het aantal indicaties dat wordt afgegeven de afgelopen jaren in verhouding hoog is. Jaarlijks krijgen 42 peuters binnen de gemeente een indicatie. Het is noodzakelijk om te kijken of de definitie niet te ruim geformuleerd is en er daardoor te veel kinderen een indicatie krijgen. De evaluatie van de doelgroep definitie zal binnen het werkveld plaatsvinden. Het doel van deze evaluatie is enerzijds inzicht krijgen in de aard van de afgegeven indicaties, anderzijds het formuleren van een passende definitie gekoppeld aan de omvang van het VVE-budget binnen de gemeente.

14

5.3 Toeleiding naar voorschoolse voorzieningen De GGD, in de persoon van de jeugdverpleegkunde, heeft in de gemeente Westerveld de rol/ taak om te bepalen of een kind een VVE-indicatie krijgt toegekend. Een indicatie betekent dat een kind recht heeft op een VVE-plek op een voorschoolse voorziening en 16 uur per week gebruik kan maken van VVE. Op het moment dat deze indicatie is toegekend start het proces van toeleiding. Onder toeleiding verstaan we het begeleiden en ondersteunen van ouders van doelgroepkinderen naar een voorschoolse voorziening. Over het proces van signaleren, indiceren en toeleiden zijn de volgende afspraken gemaakt: Signaleren Signalering van (mogelijke) achterstanden wordt voornamelijk gedaan door de jeugdverpleegkundigen op het consultatiebureau. Daarnaast kan dit ook door andere partijen gedaan worden. Belangrijke partners hierin zijn pedagogisch medewerkers van de kinderopvang en huisartsen. Er zal vervolgens contact gelegd worden met de jeugdverpleegkundige van de GGD. Indiceren Het afgeven van een indicatie is een wettelijke taak en gebeurt door de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau. Toeleiden Wanneer kinderen een VVE-indicatie hebben gekregen, is het belangrijk dat ze worden toegeleid naar een VVE-voorziening. Ouders spelen daarin een cruciale rol.

Zij maken uiteindelijk de keuze om werk te maken van het voorkomen of terugdringen van ontwikkelingsachterstanden. De Jeugdgezondheidszorg ziet op de consultatiebureaus nagenoeg alle ouders met jonge kinderen. Tijdens deze bezoeken informeren de JGZ-medewerkers de ouders over het nut en de noodzaak van het deelnemen aan een voorschools aanbod. Met behulp van de doelgroep definitie bepaalt de JGZ of een peuter voor een intensiever aanbod in aanmerking komt en geeft hiervoor een zogenoemde VVE-indicatie. Binnen de gemeente Westerveld is er in het kader van VVE een extra consult op het consultatiebureau (als de kinderen 18 maanden zijn) om de voorschoolse voorzieningen onder de aandacht te brengen. 5.4 Non-bereik We spreken over non-bereik op het moment dat kinderen met een VVE-indicatie geen gebruik maken van het VVE-aanbod binnen de gemeente. Dit kan verschillende oorzaken hebben: • Kinderen gaan naar een gastouder (daar wordt geen VVE aangeboden); • Ouders vinden het aantal dagdelen te hoog; • De kosten zijn te hoog voor ouders; • Ouders zien het nut en de noodzaak van een voorschoolse voorziening niet in. Het is voor de gemeente Westerveld van groot belang om inzicht te hebben in de omvang en de aard van het non-bereik. Het is de afgelopen beleidsperiode lastig gebleken deze informatie boven tafel te krijgen.

Op basis van de cijfers uit de afgelopen beleidsperiode moet een voorzichtige conclusie getrokken worden dat het non-bereik op

15

ongeveer 40% ligt. Dit is echter niet op harde cijfers gebaseerd, maar op basis van een aantal aannames. Het is van cruciaal belang dat de informatie over het bereik en daarmee ook het non-bereik betrouwbaarder wordt. Deze informatie is noodzakelijk om acties gericht op het vergroten van het bereik in te kunnen zetten. Ook bij het in beeld brengen van het non-bereik speelt de GGD een belangrijk rol. Vanaf het moment dat de indicatie is afgegeven is het noodzakelijk dat de jeugdverpleegkundige het kind blijft volgen en tijdens de bezoeken informeert naar de stand van zaken van de inschrijving bij de voorschoolse organisaties. Ook moet in die gesprekken de eventuele reden, waarom een kind niet naar een voorschoolse instelling gaat, in beeld gebracht worden. In het digitaal kinderdossier van de GGD bestaat de mogelijkheid om vast te leggen wat de reden van het non-bereik is. De komende beleidsperiode is er gericht aandacht voor het optimaliseren van het vastleggen van deze gegevens en het vervolgens per kwartaal inzichtelijk maken van de stand van zaken. 5.5 Extra toeleiding in het kader van Non-bereik Op het moment dat helder is hoe groot het non-bereik is, wat de achtergrond is en waar het non-bereik vooral plaatsvindt, kunnen er binnen de gemeente gerichte acties in gang gezet worden om heel concreet aan de slag te gaan met het non-bereik.

Het doel van deze acties is gericht op het verkleinen van het non-bereik. Op dit moment vinden er in het kader van toeleiding (naast de inzet van JGZ) voorleesuurtjes plaats in samenwerking met de bibliotheek.

16

6. Kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen 6.1 Kwaliteitsbeleid Binnen de gemeente Westerveld wordt gewerkt met een kwaliteitskader VVE. In dit kwaliteitskader staan de uitgangspunten vermeld, waaraan voorzieningen moeten voldoen als zij in aanmerking willen komen voor financiering van VVE-activiteiten. Het vormt de uitwerking van enerzijds de wettelijke bepalingen en anderzijds de ambities van de gemeente Westerveld op het gebied van vorm en inhoud van VVE. Doel van het 'kader interne kwaliteitszorg' is dat kinderen (en hun ouders) ervan verzekerd kunnen zijn dat, ongeacht de voorziening van hun keuze, de kwaliteit van VVE in voldoende mate gewaarborgd is. Een nevendoel is dat alle betrokkenen weten wat er van hen wordt verwacht in het kader van VVE. Dit kwaliteitskader vormt eveneens de basis van de subsidieverordening/ nadere regels van de ASV en de verantwoording van de bestede subsidiemiddelen door de voorschoolse instellingen. 6.2 Aanbod en uitvoering Het realiseren van een kwalitatief en kwantitatief volwaardig aanbod op de VVE-locaties in de gemeente Westerveld betekent het volgende: • Een dekkend VVE-aanbod van kindplaatsen.

Kinderen moeten in de gelegenheid zijn om 16 uur VVE-aanbod te volgen verdeeld over 4 dagdelen van 4 uur; • Voor VVE geldt een verplichting van deelname van minimaal 12 uur per week om in aanmerking te komen voor gemeentelijke financiering; • Het aanbod VVE moet voor ouders financieel toegankelijk zijn; • Aanbieders van voorschoolse educatie zijn aangesloten bij de gemeente Westerveld via een raamovereenkomst; • Alle VVE-locaties voldoen aan de landelijke kwaliteitseisen VVE: het opleidingsplan, pedagogisch beleidsplan, de opleidingseisen voor pedagogisch medewerkers op een VVE-groep, beroepskracht-kindratio, de HBO-coach VVE; • Alle locaties voldoen aan het programma van eisen van de gemeente Westerveld; • Het toezicht op de kwaliteit vindt plaats via GGD-inspecties; • In principe hebben alle kinderen baat bij een VVE-programma, daarom worden de inspanningen niet alleen op doelgroepkinderen gericht (aanbod in heterogene groepen). Omdat kinderen ook veel van elkaar leren wordt voorschoolse educatie aangeboden in gemengde groepen zodat er een groter effect optreedt; • Kinderen kunnen deelnemen aan het VVE-aanbod vanaf 2,5 jaar; • Alle locaties voor Voorschoolse Educatie binnen de gemeente hebben de mogelijkheid om een VVE-registratie aan te vragen; • Op de VVE-locaties wordt gewerkt met een programma dat is opgenomen in de databank ‘Effectieve jeugdinterventies’ van het NJI.

6.3 Inzet HBO-beleidsmedewerker VE Per 1 januari 2022 is wettelijk verplicht gesteld dat er voor elk doelgroepkind bij de peuteropvang een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo-niveau beschikbaar is. De norm hierbij is op jaarbasis 10 uur per doelgroepkind. De inzet geldt voor beleidsmatige ondersteuning, coachen van pedagogisch medewerkers en/of het meedraaien in VEgroepen. Alle organisaties hebben de inzet intussen gerealiseerd. Een volgende stap is het op de juiste wijze inzetten van de pedagogisch beleidsmedewerker. De komende beleidsperiode gaan we aan de slag met het opstellen van gerichte kwaliteitsafspraken ten aanzien van de inzet.

17

7. Nauwe samenwerking voorschools en vroegschools 7.1 Overdracht Voor peuters is de stap van de kinderopvang naar het basisonderwijs groot en voor doelgroepkinderen is deze stap extra groot. Binnen het VVE-beleid van de gemeente Westerveld is daarom een goede overgang van de Voorschoolse Educatie naar het onderwijs van groot belang. Een goede overdracht zorgt ervoor dat leerkrachten weten waar een kind staat in de ontwikkeling, welk aanbod het kind in de voorschoolse periode heeft gehad en aan welk aanbod een kind toe is. Belangrijk binnen de overdracht is dat deze voor VVE-kinderen op een warme wijze plaatsvindt. Dit betekent dat deze kinderen in een gesprek tussen de pedagogisch medewerker en de leerkracht worden besproken. Het observeren en registreren van de ontwikkeling van alle kinderen is hierbij een voorwaarde. Hierdoor wordt de ontwikkeling van de kinderen in beeld gebracht, gevolgd en bewaakt. Tenslotte is een goede terugkoppeling vanuit scholen naar de peutergroepen over de ontwikkeling van het betreffende kind binnen de school van belang, zodat dit kan worden gebruikt voor de interne kwaliteitszorg. De afgelopen beleidsperiode is gewerkt met een overdrachtsprotocol.

Hierin zijn de volgende afspraken gemaakt: • De voorschoolse instellingen en de basisschool maken gebruik van een standaard op gemeentelijk niveau vastgesteld overdrachtsdocument; • In het standaard overdrachtsdocument zijn de belangrijkste gegevens opgenomen (of een kind VVE-geïndiceerd is, het ontwikkelingsniveau, welk VVE-programma en hoe lang gevolgd, zorg en begeleiding); • Voor alle kinderen vindt een warme overdracht plaats, mits er toestemming is verleend door de ouder(s); • De overdrachtsprocedure is vastgelegd en wordt jaarlijks geëvalueerd. In de komende beleidsperiode wordt dit lopende beleid geëvalueerd, waar nodig bijgesteld en gecontinueerd. Belangrijk is dat het volgen van de ontwikkeling wordt toegevoegd aan de afspraken in het kader van de overdracht. 7.2 Doorgaande lijn De Wet OKE geeft gemeenten de wettelijke verantwoordelijkheid om een dekkend en hoogwaardig aanbod van Voorschoolse Educatie in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven te organiseren, met een doorlopende leerlijn naar de Vroegschoolse Educatie in het basisonderwijs. Om voor doelgroepkinderen een volledige VVE-loopbaan van 2,5 tot 6 jaar te verzorgen, is een gestructureerde samenwerking tussen de professionals die met deze kinderen werken van groot belang. In de gemeente Westerveld wordt deze samenwerking in verschillende (geografische) clusters uitgewerkt op de volgende gebieden:

• • • • •

Overdracht; Afstemming van het pedagogisch klimaat/educatief handelen; Afstemming van het aanbod; Afstemming van de wijze waarop ouderparticipatie gestimuleerd wordt; Afstemming in zorg en begeleiding.

18

De afgelopen jaren is in een aantal clusters samengewerkt aan het vormgeven dan de doorgaande lijn. Door de vele wisselingen binnen de gemeente, maar ook binnen de scholen/ voorschoolse instellingen zelf, is het tijd om deze samenwerking te herijken en een nieuw leven in te blazen. Om de doorgaande lijn te kunnen realiseren is het van belang om elkaar met enige regelmaat te spreken, afstemming te realiseren en te leren van elkaars ervaringen. Het streven is om 2 tot 3 keer per jaar per geografisch cluster een bijeenkomst te organiseren waarbij vertegenwoordigers van het onderwijs, de kinderopvangorganisaties en de JGZ aanwezig zijn. Hierbij gaat het om mensen die werkzaam zijn in de praktijk (leerkrachten, pedagogisch medewerkers en jeugdverpleegkundigen). Per cluster zal op maat gewerkt worden aan het maken van concrete afspraken over de onderlinge samenwerking. Onderwerpen die aan de orde kunnen komen zijn bijvoorbeeld wet- en regelgeving, uitwisseling van werkwijzen, uitwisseling van gegevens, realiseren van warme overdracht en de realisatie van de inhoudelijke afstemming over de doorgaande lijn. De samenwerkende partijen zijn altijd zelf verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van hun VVE-beleid binnen de eigen locatie.

Vanuit de gemeente zal procesbegeleiding worden aangeboden tijdens de bijeenkomst om ervoor te zorgen dat de gemeente haar regiefunctie uit kan voeren. 7.3 Ouderbetrokkenheid Ouderbetrokkenheid is cruciaal binnen de VVE. Op het moment dat het lukt ouders te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind en ze thuis met hun kinderen ontwikkelingsgerichte activiteiten te laten doen, wordt de effectiviteit van het VVEprogramma aanzienlijk vergroot. Hierdoor zijn ouders een onmisbare schakel in de relatie tussen kinderopvang, school en kind. Ze hebben elkaar nodig als partners in de opvoeding en ontwikkeling, als klankbord, als vrijwilliger of ‘gewoon’ als gesprekspartner. Uit de evaluatie van de afgelopen planperiode blijkt dat het betrekken van ouders een ingewikkelde uitdaging is en dat er zeker verbeterpunten te formuleren zijn. Ouders zien namelijk niet altijd welke inspanningen de VVE-aanbieders doen voor de (taal)ontwikkeling van hun kind en weten daardoor soms ook niet hoe zij zelf hierop kunnen voortbouwen. Daarnaast is het soms lastig om bepaalde groepen ouders te bereiken en te betrekken bij dat wat er op de voorschoolse instellingen en in de klas gebeurt. Daarom is het belangrijk dat ouders nog beter geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind en handvatten ontvangen om de taalvaardigheid van hun jonge kind thuis verder te kunnen vergroten.

Ook moeten ouders worden gestimuleerd om een actieve bijdrage te leveren aan de VVE-groepen en de VVE-activiteiten. In deze planperiode zetten we in op het vergroten van de ouderbetrokkenheid. 7.4 Resultaatafspraken De Wet OKE bepaalt dat gemeenten, schoolbesturen en voorschoolse instellingen gezamenlijk afspraken moeten maken om een dekkend en kwalitatief volwaardig VVEaanbod tot stand te brengen. Er wordt verwacht dat er afspraken worden gemaakt over de resultaten die worden behaald met het VVE-beleid. Op welke wijze willen we binnen de gemeente het effect terugzien van alle inspanningen die we met elkaar leveren t.a.v. VVE? Resultaatafspraken zijn geformuleerde ambities tussen gemeente, voorschoolse instellingen en schoolbesturen over de resultaten van VVE. Ze maken inzichtelijk wat de inspanningen die geleverd zijn om achterstanden bij jonge kinderen weg te werken, voor

19

resultaat hebben. Resultaatafspraken zijn absoluut geen verantwoordingsmaat over het aanbod dan wel de kwaliteit van de uitvoering. In de afgelopen beleidsperiode is er in het basisonderwijs gewerkt met resultaatafspraken, die gebaseerd waren op de CITO-scores. Deze resultaatafspraken zijn niet meer passend bij de situatie in de gemeente, omdat er in het onderwijs geen gebruik meer wordt gemaakt van de Cito-toetsen. In de voorschoolse periode was het kwaliteitskader de basis van waarop werd gewerkt. Dit kwaliteitskader is aan vernieuwing toe. Dit zorgt ervoor dat de resultaatafspraken VVE binnen de gemeente vernieuwd moeten worden de komende beleidsperiode. Deze herziening zal in nauw overleg met het werkveld plaatsvinden. Enerzijds omdat er draagvlak nodig is, maar vooral omdat we nauw aan willen sluiten bij de werkwijze in de praktijk. Het in beeld brengen van de resultaatafspraken moet namelijk geen extra activiteit zijn. De resultaatafspraken moeten zo geformuleerd worden dat ze zoveel mogelijk aansluiten bij de werkwijze van meten en evalueren op de scholen en voorschoolse instellingen.

20

8. Monitoring en evaluatie Het monitoren van de opbrengsten en resultaten van het VVE-beleid is een belangrijk onderdeel van dit beleidsplan. Het geeft informatie over de stand van zaken en geeft input voor het nemen van beleidskeuzes. In de monitor zijn een aantal zaken van belang: - Bereik: Wat is het bereik van VVE? Waar zit het non-bereik en waarom is er nonbereik? - Kwaliteit: Wat is de kwaliteit van het VVE-aanbod in de gemeente? Voldoen alle locaties aan de minimale kwaliteitseisen, zodat we ervan uitgaan dat we de hoogste mogelijke resultaten kunnen behalen met VVE? - Opbrengsten: Wat zien we terug van het VVE-beleid in de ontwikkeling van kinderen? In welke mate zijn de achterstanden die kinderen hebben verminderd? Hoe stromen kinderen uiteindelijk in groep 3, maar ook hoe ontwikkelen ze zich verder gedurende hun schoolloopbaan? We ontwikkelen deze beleidsperiode een monitor op maat binnen de gemeente Westerveld. Uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk gebruik te maken van informatie die al beschikbaar is.

21

9. Samenwerking en overleg Om op een goede manier te werken aan de doelen van het VVE-beleid is samenwerking en overleg van groot belang. Er zijn verschillende betrokkenen en belanghebbende. Onderstaand schema geeft de overlegstructuur weer.

22

Bijlage 1 – Aanvullende informatie doelgroepdefinitie CUMI-lijst Leerling behorend tot een culturele minderheid, door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gedefinieerd als een leerling die aan één van de onderstaande voorwaarden voldoet: - Behoort tot een Molukse bevolkingsgroep; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit Griekenland, Italië, (voormalig) Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit Suriname, Aruba of de Nederlandse Antillen; - Ten minste één van de ouders/voogden is afkomstig uit een ander, niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië; - Ten minste één van de ouders/voogden is door de Minister van Justitie als vreemdeling toegelaten op grond van artikel 15 van de Vreemdelingenwet. Definities rondom inburgering etc. In deze categorie vallen alle kinderen die behorend tot een gezin dat als asielzoeker, nieuwkomer, vluchteling of inburgeraar in Nederlands is en nog niet de status heeft van statushouder. Asielzoeker Een asielzoeker is iemand die om uiteenlopende redenen zijn of haar herkomstland heeft verlaten om in een ander land bescherming te zoeken door asiel aan te vragen. Wanneer iemand asiel aanvraagt, wil diegene erkend worden als vluchteling.

Vluchteling Een vluchteling is iemand die zijn of haar land van herkomst ontvlucht vanwege gegronde vrees voor vervolging. Bijvoorbeeld door: ras of nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging, oorlog of het behoren tot een bepaalde sociale groep. Nieuwkomer Nieuwkomers zijn personen die niet in Nederland geboren zijn, maar hierheen zijn gekomen met als doel voor langere tijd te blijven. De term nieuwkomers omvat dus ook vluchtelingen en statushouders, en daarnaast ook andere personen die naar Nederland zijn gekomen voor bijvoorbeeld gezinshereniging, studie of werk. Inburgeraar Nieuwkomers/asielzoekers, die bezig zijn met een inburgeringstraject. Statushouder Een statushouder mag (voorlopig) blijven in Nederland en wordt toegewezen aan een gemeente in Nederland. Een statushouder is verplicht een inburgeringstraject te doorlopen. De gemeente voert regie op dit traject. Na afronding van het inburgeringstraject is de statushouder ingeburgerd en volwaardig onderdeel van onze maatschappij. Laaggeletterdheid Iemand die laaggeletterd is heeft moeite met lezen en schrijven. Mensen vinden het lastig om over dit onderwerp te praten. Het is dus ook lastig om erachter te komen of iemand laaggeletterd is.

Er zijn een aantal signalen waar je op kan letten: • Alleen kijken naar een tekst zonder de ogen te bewegen over de tekst; • Geen punten of komma’s gebruiken; • Geen e-mailadres hebben; • Een slecht leesbaar handschrift hebben;

23

• • • • • •

Vaak of een lange periode werkloos zijn; Een uur te vroeg of te laat zijn op een afspraak; Negatief praten over schoolervaring; Smoesjes gebruiken (bijv. ‘bril vergeten zijn’ of ‘zere hand hebben’) als gevraagd wordt iets te lezen of te schrijven; Weinig tot niet voorlezen; Afspraken niet opschrijven.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=698a0fc5-e1cf-4d21-aa06-5dec091336d4