Beleidsplan speelruimte
Tekst van het document
Inhoudsopgave 1. Inleiding
03
2. Huidige situatie
05
3. Visie en beleid
07
4. Ambities en aanpak
10
5. Uitvoering
16
6. Gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen
25
Bijlagen 1. Onderzoek
30
2. Speelruimtekaarten
32
3. Uitvoeringskaarten
40
4. Inrichtingskaders
45
5. Nieuwbouwkaders
49
6. Inspiratiebeelden
52
Opsteller: Bureau Speelplan, Saskia van Aalst
1
2
3
1.1 Doel en scope
De gemeente Westerveld streeft ernaar een groene, leefbare en ondernemende gemeente te zijn. Een goed ingerichte openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte is daar een belangrijk onderdeel van. In verschillende gemeentelijke stukken is al aandacht voor ambities en kaders die aansluiten bij de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte zoals het Kwaliteitsplan BrinQ Openbare Ruimte, de Omgevingsvisie en het Sport- en preventieakkoord (Een gezond en sportief Westerveld). Dit beleidsplan sluit hierop aan. De relevantie ambities en kaders uit die gemeentelijke stukken zijn te vinden in hoofdstuk 5 (gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen). Dit beleidsplan vormt het kader voor de invulling van de openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte. In dit document staat omschreven welke doelen we willen behalen en welke ingrepen daaraan bijdragen. We richten ons hierbij op alle openbare speel-, sportplekken én schoolpleinen die door de gemeente beheerd worden. Daarnaast houden we ook rekening met bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte (parken, natuurgebieden, hofjes, pleinen en straten). Openbaar toegankelijke locaties die niet in beheer van de gemeente zijn, zijn wel meegenomen tijdens het onderzoek maar niet in dit beleidsplan. De speelruimtekaarten met daarop alle formele en informele speel- en beweegruimte zijn te vinden in bijlage 2.
1.2 Opzet en werkwijze
In 2024 is er een speel- en beweegscan in de gemeente Westerveld uitgevoerd. De resultaten vormden de basis voor dit beleid. In bijlage 1 is een samenvatting van de onderzoeksresultaten te vinden.
.
4
5
2.1 Huidig beleid en financiën
Om te kunnen werken aan de toekomst, is het belangrijk om te bepalen wat het startpunt is. Zo kunnen we immers bepalen wat er al goed gaat en waar kansen voor verbetering liggen. Formeel beleid: Op dit moment is er geen formeel vastgesteld beleid voor de openbare speelen sportplekken in de gemeente Westerveld. Huidige aanpak: Tot op heden wordt er gewerkt met een uitspeelconstructie waarbij toestellen worden verwijderd als deze niet veilig meer zijn. Daarna wordt er in de meeste gevallen geen speeltoestel meer terug geplaatst. Vervangingsbudget: Tijdens het raadsbesluit op 8 juli 2025 is er bepaald dat er in 2027 en 2029 € 750.000,- (1,5 miljoen in totaal) beschikbaar wordt gesteld om de speel- en sportplekken her in te richten over een periode van 20 jaar. Met dit budget kunnen speel- en sportplekken die aan vervanging toe zijn, heringericht worden. Beheerbudget: Er is vanaf 2026 jaarlijks € 70.000,- beschikbaar voor het onderhouden van het speelruimteareaal. Dit is exclusief het onderhouden van de valondergronden.
2.2 Beoordeling huidig speellandschap
De gemeente telt 69 locaties met 506 speel- en sporttoestellen zoals een glijbaan, wip of kabelbaan en voetbaldoeltjes. Onder de toestellen ligt 9070 m² aan (val)ondergronden die grotendeels uit zand en gras bestaan. De plekken zijn verschillend van formaat: van een grote plek met aantrekkingskracht voor de gehele wijk of kern tot een enkel trapveldje. Het uitgevoerde onderzoek naar de huidige situatie in de gemeente laat de volgende resultaten zien: Positief • In de meeste kernen zijn er voldoende speelplekken; • De meeste speelplekken hebben een natuurlijke uitstraling en zijn klimaatvriendelijk ingericht; • Rondom de kernen liggen veel natuurgebieden met ruimte voor recreatie en sport; Verbeterkansen • Er is weinig variatie in het toestelaanbod en weinig uitdaging voor kinderen ouder dan 8 jaar; • Het sportaanbod is erg traditioneel met hoofdzakelijk voetbal- en tafeltennisvoorzieningen; • Er is (nog) weinig aandacht voor inclusie voor mensen met een handicap en voor jongeren In bijlage 1 wordt verder ingegaan op de uitkomsten van het onderzoek.
6
3.1 Waar willen we naartoe?
Gemeente Westerveld streeft naar een openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving voor haar inwoners. Daarom streven we ernaar dat er voor alle inwoners voldoende, aantrekkelijke en uitdagende locaties zijn waar kinderen kunnen spelen en inwoners van alle leeftijden elkaar kunnen ontmoeten en samen kunnen sporten of bewegen. Goede speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte levert een bijdrage aan tal van ontwikkelingen die van grote waarde zijn voor de gemeente en haar bewoners. Voldoende en goed ingerichte speel- beweegplekken zijn niet alleen voor kinderen van groot belang. Speel- en sportplekken worden ook gebruikt door andere doelgroepen voor beweging en ontmoeting: jongeren, volwassenen en senioren. Zij krijgen daarom ook een plek binnen onze ambities.
3.2 Beleidsambities
Om gericht te kunnen werken aan een goede openbare speel- en beweegruimte, zijn er 4 ambities opgesteld. Deze ambities komen voort uit de uitkomsten van het veldonderzoek en sluiten aan bij de gemeentelijke doelen zoals beschreven zijn in hoofdstuk 5 (gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen). Met de volgende vier ambities willen we onze openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte verbeteren: • Een divers en uitdagend speellandschap: • Een sterk jongerenaanbod • Een beweegvriendelijke leefomgeving voor jong tot oud • Een inclusieve speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte In het volgende hoofdstuk (Ambities en aanpak), wordt beschreven wat deze ambities inhouden en welke aanpak er nodig is om deze ambities te behalen.
7
3.1 Waar willen we naartoe?
Gemeente Westerveld streeft naar een openbare speel-, sport- en ontmoetingsruimte die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving voor haar inwoners. Daarom streven we ernaar dat er voor alle inwoners voldoende, aantrekkelijke en uitdagende locaties zijn waar kinderen kunnen spelen en inwoners van alle leeftijden elkaar kunnen ontmoeten en samen kunnen sporten of bewegen. Goede speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte levert een bijdrage aan tal van ontwikkelingen die van grote waarde zijn voor de gemeente en haar bewoners. Voldoende en goed ingerichte speel- beweegplekken zijn niet alleen voor kinderen van groot belang. Speel- en sportplekken worden ook gebruikt door andere doelgroepen voor beweging en ontmoeting: jongeren, volwassenen en senioren. Zij krijgen daarom ook een plek binnen onze ambities.
3.2 Beleidsambities
Om gericht te kunnen werken aan een goede openbare speel- en beweegruimte, zijn er 4 ambities opgesteld. Deze ambities komen voort uit de uitkomsten van het veldonderzoek en sluiten aan bij de gemeentelijke doelen zoals beschreven zijn in hoofdstuk 5 (gemeentelijke beleidskaders en landelijke ontwikkelingen). Met de volgende vier ambities willen we onze openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte verbeteren: • Een divers en uitdagend speellandschap: • Een sterk jongerenaanbod • Een beweegvriendelijke leefomgeving voor jong tot oud • Een inclusieve speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte In het volgende hoofdstuk (Ambities en aanpak), wordt beschreven wat deze ambities inhouden en welke aanpak er nodig is om deze ambities te behalen.
8
9
10
4.1 Een divers en uitdagend speellandschap
Verschillende leeftijden vragen om verschillende speelmogelijkheden. In iedere kern zorgen we voor een passend speelaanbod dat voor een brede leeftijdsgroep voldoende uitdaging biedt. Een goed ingericht speellandschap biedt voldoende diversiteit op het gebied van type speelplek, speelwaarden en doelgroepen. Inwoners worden zo gestimuleerd om zich van speelplek naar speelplek te verplaatsen. Op die manier komen ze nog meer in beweging, ontmoeten ze elkaar en verbreden ze hun belevingswereld. Aanpak • Meer diversiteit aanbrengen in het speelaanbod: Bij de herinrichting van speelplekken wordt gekeken naar het overige aanbod in de kern. De nieuwe inrichting moet een aanvulling zijn op het overige aanbod in de kern. • Toepassen inrichtingskaders: Alle speelplekken bij (her)inrichting voldoen aan de kaders voor inrichting. Deze kaders houden rekening met een inrichting die past bij de beoogde doelgroep. Zo zorgen we er bijvoorbeeld ook voor dat er voldoende uitdaging is voor kinderen en tieners. De inrichtingskaders gelden voor zowel de gemeente als voor externe partijen die bij uitvoering betrokken zijn (o.a. dorpsverenigingen). In bijlage 4 staan de inrichtingskaders van de verschillende typen speelplekken. • Een centrale speelplek: Iedere kern heeft minimaal één centrale speelplek waar kinderen samen kunnen spelen en bewoners elkaar kunnen ontmoeten.
• Omvormen speelruimte: In kernen waar veel speelplekken dicht bij elkaar liggen gaan we speelplekken omvormen. Dit houdt in dat we kleine speelplekken omvormen naar locaties zonder speeltoestellen. Kinderen worden zo gestimuleerd om naar andere speelplekken te gaan waardoor de kans groter is dat ze andere kinderen tegenkomen. Dit komt het samenspelen ten goede. • Aandacht voor schoolpleinen: De schoolpleinen zijn belangrijke speel, sport- en ontmoetingsplekken voor onze inwoners. De gemeente draagt daarom financieel bij aan de herinrichting van deze pleinen. We blijven ook samenwerken met scholen en het IVN om groene schoolpleinen aan te leggen en het gebruik van de groene schoolpleinen (inclusief buiten lesgeven) te stimuleren. • Gemeente en bewoners werken samen: Bewoners worden niet alleen betrokken bij het nieuwe ontwerp, maar krijgen ook de mogelijkheid om financieel bij te dragen aan de herinrichting. De gemeente zorgt voor een budget voor een simpele basisinrichting. Bewoners kunnen zelf extra middelen inzamelen (bijv. fondsen, subsidies, crowdfunding, sponsering) om deze basisinrichting uit te breiden.
11
4.2 Een sterk jongerenaanbod
Een belangrijke, maar vaak vergeten, doelgroep is die van de jongeren. Veel jongeren gebruiken de openbare ruimte om elkaar te ontmoeten en hun vrije tijd vorm te geven. Toch tonen verschillende onderzoeken aan dat jongeren steeds meer uitgesloten worden van de openbare ruimte. Hun gedrag wordt voortdurend bekeken en bekritiseerd door volwassenen. De gemeente vindt het belangrijk dat er voor deze doelgroep goede, uitdagende en veilige sport- en ontmoetingsplekken zijn waar zij samen kunnen komen zonder dat de omgeving daar overlast van ondervindt. Aanpak • Toevoegen zitgelegenheid aan openbare sportplekken: Bij grote sportplekken zoals de pannakooien in Diever en Havelte, worden voorzieningen voor jongeren toegevoegd zoals bankjes en watertappunten. Dit biedt ruimte voor ontmoeting en vergoot de verblijfswaarde. • Aanleggen sportieve jongerenplekken: Tijdens de participatie voor de herinrichting van alle reguliere speel- en sportplekken, wordt ook de mogelijke aanleg van zes jongerenplekken in Diever, Dwingeloo, Havelte, Vledder, Wilhelminaoord en Uffelte meegenomen. Deze jongerenplekken bieden een combinatie van sport en ontmoeting. Voorbeelden van jongerenplekken zijn te vinden in bijlage 6.
12
4.3 Een beweegvriendelijke leefomgeving voor iedereen
Goede openbare beweegplekken dragen bij aan de gezondheid en het welbevinden van bewoners door het stimuleren van beweging. Door kinderen van jongs af aan te stimuleren dagelijks voldoende te bewegen, wordt dat later als volwassenen en ouderen ook vanzelfsprekender. Door het huidige openbare beweegaanbod te verbeteren en uit te breiden, werken we aan de toekomst. Hierbij is extra aandacht voor inwoners met een beperking. Aanpak • Meer diversiteit aanbrengen in het sportaanbod: Bij de herinrichting van alle locaties met sportvoorzieningen wordt gekeken welk sportaanbod al aanwezig is in de kern en of het mogelijk (en wenselijk) is om een andere sport aan te bieden. • Aanbieden programmering: We werken samen met de beweegcoach en gemeentelijke partners om activiteiten te organiseren die het gebruik van bestaande en nieuwe sportlocaties stimuleren. • Aanleggen beweegaanleidingen rondom scholen: Om bewegen bij jonge kinderen te stimuleren én kinderen te motiveren lopend of met die fiets/step naar school te komen, kijken we waar het mogelijk is om beweegaanleidingen aan te leggen langs en op de looproutes naar onze scholen. Dit wordt, waar wenselijk en mogelijk, meegenomen in de herinrichting van de schoolpleinen. Voorbeelden van beweegaanleidingen zijn te vinden in bijlage 6.
13
4.4 Een inclusieve speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte
Alle inwoners moeten zich welkom voelen op onze speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken. Oók inwoners met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Om het belang van goede speelruimte voor kinderen met een beperking beter onder de aandacht te krijgen is in 2019 het SamenSpeelAkkoord gelanceerd door o.a. de Speeltuinbende en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het akkoord stimuleert gemeenten om te werken aan een inclusieve speelcultuur door bij de (her)inrichting van speellocaties, rekening te houden met inclusiviteit. Voor kinderen met een beperking zijn goede speel- en beweegplekken waar ze vriendjes kunnen maken en samen kunnen spelen in de eigen woonomgeving, ontzettend belangrijk. Inclusiviteit gaat echter verder dan inclusieve speelplekken voor kinderen. Ook jongeren en volwassenen hebben recht op inclusieve beweeg- en ontmoetingsplekken. Zo stimuleren we beweegactiviteiten en ontmoeting tussen inwoners met én zonder beperking. Aanpak • Inclusie-impuls in Lhee: Op de speelplek in Lhee worden een aantal inrichtingsingrepen uitgevoerd die de toegankelijkheid vergroten. Dit is onder andere de aanleg van een betonnen pad waardoor de speelplek beter rolstoeltoegankelijk wordt. • Inclusie-impulsen op andere locaties: Wanneer de aanpak in Lhee succesvol is, worden op nog 4 andere (nader te bepalen) locaties inclusie-impulsen uitgevoerd.
• Kleine ingrepen op buurt- en kernplekken: Een inclusieve speelplek hoeft niet persé ingericht te zijn met speciale toegankelijke speel- en sporttoestellen. Kleine aanpassingen zoals luie trappen en handvaten kunnen de toegankelijkheid van een speeltoestel al vergroten. Ook de aanleg van een goede padenstructuur, voldoende zitgelegenheid en schaduw, maakt een plek inclusief. Bij de herinrichting van alle buurtplekken wordt gekeken waar het mogelijk is om kleine ingrepen uit te voeren die de locatie toegankelijker maken. Zie bijlage 6 voor inspiratiebeelden van kleine ingrepen en toestellen die een speelplek inclusiever maken. • Inclusieve activiteiten: Samen met (gemeentelijke) partners zoals dorpsverenigingen, sportverenigingen, beweegcoach, dorpsondersteuner, scholen en Welzijn Mensenwerk, zetten we in op het organiseren van activiteiten die samenspel en -sport stimuleren. Denk hierbij aan een Samenspeeldag of een inclusief sporttoernooi.
14
15
16
Om de ambities uit dit beleidsplan goed vorm te kunnen geven is het van belang om kaders vast te stellen. Dit hoofdstuk licht deze kaders toe. De gestelde kaders, komen samen met de planning en financiën, in het uitvoeringsplan te staan. Dit aparte document wordt gebruikt door beleidsmedewerkers en uitvoerende partijen wanneer gestart wordt met de herinrichting van de openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken in de gemeente Westerveld.
5.1 Aanpak per kern
Er is voor gekozen om de vervangingsopgave op kernniveau op te pakken. Dit betekent dat de herinrichting van alle openbare speel- en sportplekken in één kern, in één jaar opgepakt worden. Bewoners krijgen daardoor de mogelijkheid om mee te denken over de aanpak in de gehele kern. Kinderen die spelen op de speelplekken (0-12 jaar) krijgen hierin de belangrijkste stem. De komende jaren starten we met de herinrichting van de locaties in de kleine kernen, daarna voeren we de herinrichting in de grotere kernen uit (Diever, Dwingeloo, Havelte, Uffelte, Vledder en Wilhelminaoord). Als laatste zijn de schoolpleinen aan de beurt. Door deze aanpak is het mogelijk dat er toestellen worden afgekeurd voordat de desbetreffende speel- of sportplek op de planning staat voor herinrichting. In dat geval wordt het toestel verwijderd en pas vervangen wanneer de gehele plek heringericht wordt. Indien er een soortgelijk toestel in de opslag staat, is het ook mogelijk om dat toestel tijdelijk te plaatsen.
5.2 Financiën
Voor de vervangingsopgave is voor een periode van 20 jaar een totaalbedrag van € 1.500.000,- beschikbaar gesteld. De eerste helft komt in 2027 beschikbaar, de tweede helft in 2029. Met dit vervangingsbudget gaan we alle bestaande locaties herinrichten volgens de kaders en ambities uit dit plan. Hiervoor gebruiken we richtbedragen per type locatie (zie paragraaf 5.3.3). Voor het onderhoud van alle locaties is vanaf 2026 een jaarlijks onderhoudsbudget van € 70.000,- beschikbaar.
5.3 Kaders voor uitvoering
Voor de uitvoering gelden de volgende kaders: 5.3.1 Herinrichting en participatie op kernniveau Zoals in paragraaf 4.2 omschreven, wordt de inrichting op kernniveau opgepakt. Wanneer er meerdere locaties in één kern aanwezig zijn, worden bewoners uitgenodigd om mee te denken over alle locaties. Hierbij gaat het niet alleen om locaties die worden heringericht met toestellen, maar ook de locaties die worden omgevormd tot locaties zonder toestellen. Bewoners mogen meedenken over het nieuwe ontwerp maar er is ook ruimte om het gesprek aan te gaan over locaties die worden omgevormd en over het centraliseren van de speelruimte.
17
5.3.2 Herinrichting en participatie op plekniveau In de uitvoering is het waardevol om speelplekken in één keer volledig op te pakken en waar mogelijk meerdere tegelijkertijd, in plaats van toestellen één-op-één te vervangen. Daarmee wordt de relevantie voor bewoners om mee te denken vergroot én ontstaan er mogelijkheden om een plek echt een andere inrichting te geven en ingrepen uit te voeren die bijdragen aan het realiseren van de visie en bijbehorende ambities. 5.3.3 Inrichtingskaders en richtbedrag voor herinrichting In de gemeente zijn verschillende type speel- en sportplekken te vinden. Voor ieder type locatie is een richtbedrag beschikbaar voor de (her)inrichting. In bijlage 4 zijn per type locatie kaders te vinden die bepalen hoe de inrichting van de locaties eruit moet zien en wat het bijbehorende richtbedrag is. 5.3.4 Bijdrage door bewoners Wanneer bewoners een uitgebreidere inrichting willen van “hun” speel- of sportplek, krijgen zij de mogelijkheid om extra middelen in te zamelen. Dit kunnen financiële middelen zijn maar ook andere middelen zoals het leveren van materialen of mankracht. Tijdens de eerste participatieronde (zie paragraaf 4.4.3), kunnen bewoners aangeven of zij hier gebruik van willen maken.
Wanneer dit het geval is wordt de planning daarop aangepast en krijgen zij een contactpersoon vanuit de gemeente toegewezen waarmee zij de mogelijkheden, voorwaarden en het traject bespreken. 5.3.5 Spreiding speelplekken De gemeente streeft ernaar om in iedere kern minstens één centrale speelplek te hebben. In kernen met meer dan 2000 inwoners is dit een buurtplek. In kernen met minder dan 2000 inwoners is een kleine speelplek ook voldoende. In Lhee is op dit moment een zeer grote buurtplek: een kernplek. Deze behoudt eenzelfde type inrichting waardoor dit een kernplek blijft. In de kleinste kernen- en buurtschappen is vanwege het geringe aantal kinderen vaak geen speelplek aanwezig of fungeert een schoolplein als buurtplek. Het bereik van de buurtplekken is ongeveer 400 meter. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met barrières zoals drukke wegen of watergangen. Hierdoor wordt het bereik van de speelplek kleiner. Een netwerk van kleine speelplekken ondersteunen de centrale buurtplek. In grote kernen is een tweede of zelfs derde buurtplek aanwezig. 5.3.6 Omvormen en centraliseren Op een omgevormde speelplek komen bij de herinrichting geen speeltoestellen meer terug. Dit betekent echter niet dat er niet meer gespeeld kan worden. Een leeg grasveld, bespeelbaar groen of natuurlijke speelaanleidingen bieden ook veel speelmogelijkheden voor kinderen.
Indien gewenst kan een plek ook een alternatieve inrichting krijgen. Bijvoorbeeld als ontmoetingsplek voor de buurt of als buurtpluktuin. Voorbeelden van omvormplekken zijn te vinden in bijlage 6.
18
Om te bepalen welke plekken in aanmerking komen voor samenvoegen of omvormen, kijken we naast de hoeveelheid speelplekken in een kern of wijk, ook naar de afstand tot andere speelplekken, eventuele barrières én het aanbod op omliggende speelplekken. Er moeten meerdere speelplekken op minder dan 400 meter afstand van elkaar liggen, andere speelplekken moeten bereikbaar zijn zonder een watergang of drukke weg over te steken én op andere speelplekken in de kern of wijk moet voldoende speelaanbod zijn. Dit laatste houdt in dat er aantrekkelijke speelplekken zijn met meerdere speltypen (schommelen, balspel, klimmen, etc.) voor verschillende leeftijdsgroepen. Wanneer het speelaanbod te beperkt is (te weinig speelwaarden), worden één of twee locaties in de kern of wijk uitgebreider ingericht. 5.3.7 Diversiteit in speel- en sportaanbod Om nog meer diversiteit in het aanbod aan te brengen, werken we met een combinatie van speel-/beweegtoestellen en (natuurlijke) speelaanleidingen. Hierbij kan met denken aan stapstammen, klimboomstammen, speelkeien en pleinplakkers. Deze aanleidingen zijn eerder aan vervanging toe dan de reguliere toestellen. Hierdoor ontstaat ruimte om na enkele jaren de speelplekken een impuls te geven omdat er nieuwe en andere speelaanleidingen geplaatst worden.
5.3.8 Zitgelegenheid Zitgelegenheid op speelplekken is van groot belang voor zowel kinderen als begeleiders. Ouders en verzorgers kunnen zo comfortabel toezicht houden terwijl ze ontspannen en met buurtbewoners in contact komen. Voor kinderen biedt het de mogelijkheid om even uit te rusten na intensief spelen. Daarnaast draagt voldoende zitruimte bij aan een gevoel van veiligheid en sociale verbondenheid in de buurt. Op alle speelplekken is er daarom zitgelegenheid aanwezig. Dit kan een bankje zijn maar ook een liggende boomstam of een aantal betonnen poefen waarop ook gespeeld kan worden. Wanneer bewoners aangeven meer aandacht te willen voor ontmoeting, kan ook gekozen worden voor het plaatsen van een picknicktafel of het plaatsen van zitgelegenheid in een hoekopstelling of kring.
Banken in hoekopstelling
Betonnen zitpoefen
5.3.9 Klimaatbestendigheid Een groene speelruimte levert een noodzakelijke bijdrage aan de bespeelbaarheid, leefbaarheid en klimaatbestendigheid van de openbare ruimte en vergroot de diversiteit van het speelaanbod. Om die reden is een groene inrichting de standaard. Door de speelplekken
19
groen in te richten met veel bomen en beplanting, worden speelplekken niet alleen aangename plekken in hete zomers, maar biedt ook kansen voor spelen. Wadi’s kunnen onderdeel worden van bijv. een evenwichtsparcours. Meerstammige bomen bieden niet alleen extra schaduw, maar ook klimgelegenheid voor de kinderen uit de buurt. 5.3.10 Duurzaamheid Naast een klimaatbestendige inrichting wil de gemeente zich ook meer gaan richten op een duurzame inrichting van de openbare speel-, sport- en ontmoetingsplekken. Grondstoffen worden steeds schaarser en duurder terwijl er nog steeds veel bruikbare materialen bij het afval belanden. Door creatief te denken kunnen veel materialen hergebruikt worden. Zo kan de glijgoot van een afgeschreven speeltoestel gebruikt worden voor een taludglijbaan of van stoeptegels een nieuwe speelaanleiding gemaakt worden. Toestelleveranciers maken steeds vaker speeltoestellen met onderdelen van afgeschreven toestellen. Bij de (her)inrichting van speelplekken wordt aan de ontwerpers en leveranciers gevraagd om zoveel mogelijk materialen en toestel(onderdelen) her te gebruiken. Wanneer gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen en toestellen maakt de gemeente daarin duurzame keuzes. Indien mogelijk komen materialen van een lokale bron en materialen die circulair zijn. 5.3.11 Ondergronden We werken standaard met ondergronden van gras en zand.
Andere ondergronden worden alleen in overleg met beheer en domein Spelen toegepast. Bijvoorbeeld bij inclusieve speelplekken of pilots voor alternatieve ondergronden zoals grind. Bij herinrichting proberen we de bestaande ondergronden zoveel mogelijk te (her)gebruiken om de kosten voor herinrichting zo laag mogelijk te houden. 5.3.12 Nieuwbouw In nieuwbouwontwikkelingen staat de beschikbare speelruimte vaak onder druk. Daarom wordt voor nieuwbouwplannen en herontwikkeling altijd de nieuwbouwkaders toegepast (bijlage 5). Hierin staat alle ontwerpeisen en de minimale hoeveelheid ruimte die ingericht moet worden als openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte. Dit programma is, net als de vereisten uit de HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte), bindend. Het domein Spelen wordt vanaf de planfase (omgevingsplan) betrokken om de randvoorwaarden voor de speelruimte te waarborgen. Op die manier kan er aan de voorkant van het planproces voldoende ruimte worden vrijgemaakt voor spelen en sporten. 5.3.13 Schoolpleinen Alle (basis)schoolpleinen in de gemeente zijn openbaar toegankelijk en in beheer van de gemeente. De herinrichting valt daarmee ook onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Wanneer een schoolplein aan vervanging toe is, zal de gemeente het nieuwe ontwerp afstemmen met de school en haar leerlingen.
Hierbij wordt ook rekening gehouden met de rol van het schoolplein voor de buurt of kern.
20
5.3.14 Jeu de boulesbanen In de gemeente zijn de afgelopen jaren meerdere jeu de boulesbanen aangelegd. Vaak op initiatief van bewoners of verenigingen. Wanneer we de speel- en sportplekken in een kern gaan herinrichten, gaan we ook de jeu de boulesbanen beoordelen op huidige staat en gebruik. Banen waar geen vereniging op bewonersgroep actief is, worden opgeheven. Voor de banen waar wel actief gebruik van wordt gemaakt, stemt de gemeente met de gebruikers af welke beheertaken door de gemeente, en welke door de vereniging of bewoners uitgevoerd worden.
5.4 Kaders voor communicatie en participatie
Voor de communicatie en participatie binnen en buiten de gemeente gelden de volgende kaders: 5.4.1 Communicatiestrategie De gemeente vindt het belangrijk om goed met bewoners te communiceren over de aankomende veranderingen. Hiervoor wordt, samen met de communicatiemedewerker, een communicatieplan opgesteld. De dorpsondersteuners en beweegcoaches worden betrokken bij de participatie en voor de communicatie wordt de gemeentelijke participatiewebsite “De stem van Westerveld” ingezet. Waar wenselijk en mogelijk worden ook de kinderburgemeester en/of jongerenwerkers betrokken bij de communicatie en participatie. Naast een participatietraject over de uitvoering zelf (planvorming), is het belangrijk om bewoners (kinderen en volwassenen) goed voor te lichten over hoe de speelruimte beoordeeld wordt en hoe de keuze tot stand is gekomen. Hierbij worden bewoners geïnformeerd over het tijdspad voor uitvoering (welke kern is wanneer aan de beurt), maar ook naar de mogelijkheden van spelen zonder speeltoestellen. 5.4.2 Betrokkenheid van bewoners Om speel- en sportplekken te creëren die passen bij de bewoners van de gemeente Westerveld wordt actief ingezet op participatie. Dorpsverenigingen worden op de hoogte gesteld van de plannen en kinderen, jongeren, volwassenen en senioren worden actief en tijdig meegenomen in het ontwerpproces.
Het is belangrijk dat inwoners mee kunnen denken over de toekomst van de speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte. Hierbij is het belangrijk dat de kaders van te voren duidelijk zijn. Waar kan over meegedacht worden? En wat is er bijvoorbeeld gezien het budget mogelijk? Door een goede participatie is niet alleen maatwerk mogelijk (wat is er nodig), maar is de betrokkenheid en het gebruik na realisatie over het algemeen beter. Bewoners kunnen ook na de aanleg, indien mogelijk en gewenst, een actieve rol spelen. Bijvoorbeeld bij het onderhoud van een speelplek of het bijhouden van de pluktuin. 5.4.3 Participatie De participatie gebeurt kern- of wijkbreed tijdens fysieke bijeenkomsten. Indien gewenst kan dit uitgebreid worden met een online optie zoals een online vragenlijst of reactieformulier.
21
De participatie gebeurd in 3 rondes: • Ophaalsessie: Bewoners (van jong tot oud) wordt gevraagd naar het huidige gebruik van de locaties en de gewenste nieuwe invulling. Denk hierbij aan gewenste speelwaarden, sportaanbod en ontmoetingsmogelijkheden. Kinderen hebben hierin de belangrijkste stem. Tijdens deze ronde mogen bewoners ook aangeven welke invulling ze zien voor locaties die omgevormd worden én kunnen zij aangeven of zij gebruik willen maken van de mogelijkheid om zelf extra middelen in te zamelen. • Voorlopig ontwerp: Op basis van de input uit de eerste ronde worden voor alle locaties een eerste ontwerp gemaakt. Bewoners kunnen vervolgens reageren op dit ontwerp. Er kan ook voor gekozen worden om 2 of 3 ontwerpen te laten maken waar bewoners uit kunnen kiezen. Wanneer bewoners zelf middelen willen inzamelen, zal er meerdere maanden zitten tussen de eerste participatieronde en deze tweede ronde. Er moet immers eerst bekend zijn welke extra middelen er beschikbaar zijn zodat deze meegenomen kunnen worden in het ontwerp. • Definitief ontwerp: Tijdens een derde sessie worden de definitieve ontwerpen gepresenteerd. Bewoners kunnen tijdens deze sessie vragen stellen over de uitvoering. 5.4.4 Initiatieven Door het toestaan van initiatieven op of rondom de speelplekken wordt de betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel verder gestimuleerd.
Goede initiatieven vanuit de samenleving die breed gedragen worden maken onverwachte resultaten en samenwerkingsverbanden mogelijk. Betrokken bewoners blijven hierdoor aangemoedigd om taken op zich nemen in aanleg, beheer en organisatie. Hierbij is wel van belang dat nieuwe speel- of beweegvoorzieningen na de initiële investering worden opgenomen in het beheerprogramma, zodat aanvullend onderhouds- en vervangingsbudget aangevraagd kan worden. Op pagina 21 staat het beslismodel voor initiatieven. 5.4.5 Samenwerkingen We stimuleren de samenwerking met externe ketenpartners zoals basisscholen, sportscholen, fysiotherapeuten en ouderenverenigingen, om het gebruik van de openbare speel- en beweegfaciliteiten te stimuleren. De kennis, mankracht en het netwerk van deze partners kan gebruikt worden om meer inwoners te bereiken en meer activiteiten te organiseren. Samen bereik je immers meer dan alleen.
22
Beslismodel voor initiatieven
23
24
25
6.1 Raakvlakken overig gemeentelijk beleid
Speelbeleid staat niet op zichzelf, maar wordt ontwikkeld in samenhang met ander gemeentelijk beleid en landelijke ontwikkelingen. Verschillende beleidsterreinen hebben doelstellingen die raakvlak hebben met de ambities in dit beleidsplan. Deze doelen vormen, samen met de uitkomsten van het onderzoek, de basis voor de ambities uit dit beleidsplan. De volgende beleids- en visiestukken zijn gebruikt als referentie: • Coalitieakkoord 2022-2026 “Bouwen aan de toekomst” • Kwaliteitsplan Openbare Ruimte “Visie op de openbare ruimte” • Omgevingsvisie Westerveld • Duurzaamheidsnota ‘Samenwerken aan Duurzaamheid” • Sport en preventieakkoord ‘Een gezond en sportief Westerveld” • Dorpenbeleid “Leefbare en vitale dorpen in Westerveld” • Maatschappelijke Visie van het Sociaal Domein 6.1.1 Coalitieakkoord • Een uitnodigende houding en doelgroepen betrekken bij beleid: ruimte voor initiatieven van inwoners en/of gemeenschap met waar mogelijk eigen verantwoordelijkheid van inwonersgroepen. • Een gezonde omgeving voor alle inwoners (ook inwoners met een beperking). We willen toekomstbestendige sportparken en ontmoetingsplekken met een multifunctioneel gebruik ontwikkelen. • De openbare ruimte in aantrekkelijk en veilig. 6.1.2 Kwaliteitsplan Openbare ruimte • Het is belangrijk dat in de openbare ruimte mogelijkheden voor sport en spel dichtbij huis aanwezig zijn.
Dit kunnen sport- of speeltoestellen zijn, maar dit hoeft niet. Een grasveld, brede stoep, heuvel of een bosschage kan ook mogelijkheden bieden voor kinderen om te spelen. Daarom is het belangrijk dat bij (her)inrichtingen altijd na wordt gedacht over sport en spel als onderdeel van de openbare ruimte. • Een energieke ruimte begint bij het stimuleren van activiteiten in de openbare ruimte: fietsen, wandelen, sporten en spelen. • Voor de jongeren zijn sportvoorzieningen belangrijk, net als hangplekken om met vrienden af te spreken zonder dat omwonenden daar overlast van ondervinden. • De openbare ruimte kan een belangrijke bijdrage leveren aan het creëren van een duurzame maatschappij nu en in de toekomst. 6.1.3 Omgevingsvisie • Iedereen doet mee in Westerveld! In onze openbare ruimte hebben we altijd aandacht voor de toegankelijkheid voor mensen met een fysieke beperking. • We streven ernaar dat elke kern een functie voor ontmoeting houdt.
26
•
•
Wij zetten in op een veilige en gezonde school- en sportomgeving. Hier hebben we specifiek aandacht voor bij de inrichting van ons openbaar gebied in de buurt van scholen en sportvoorzieningen. Bij het ontwerp en (her)inrichting van kernen, pleinen, parken en buitengebied willen we gebruikers uitnodigen om te bewegen.
6.1.4 Duurzaamheidsnota • Bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte houden wij zoveel mogelijk rekening met duurzaamheid. Er is hierbij onder andere veel aandacht voor klimaatadaptatie, stimuleren van biodiversiteit en toegankelijkheid. • Daarnaast worden er zoveel mogelijk duurzame en circulaire materialen/bouwstoffen toegepast. • Een groene omgeving heeft ecologische waarde, bevordert sociale interactie en geeft bewezen voordeel aan de gezondheid. 6.1.5 Sport- en preventieakkoord • Sportaccommodaties in zowel kernen/wijken als in de openbare ruimte aantrekkelijk, toegankelijk, betaalbaar, duurzaam, veilig, gezond, multifunctioneel en toekomstbestendig houden/maken. • Door het behoud van sportieve voorzieningen, zowel in de kernen en wijken als in de openbare ruimte kan elke inwoner in een gezonde omgeving opgroeien en oud worden. • Optimaal onderhoud van MTB routes, fiets-, wandel- en ruiterpaden en speelplekken in de diverse wijken en kernen en waar nodig nieuwe routes en/of speelplekken initiëren. Dit op basis van een overzicht van het huidige aanbod. Dit overzicht kan ook gebruikt worden om te kijken waar koppelingen mogelijk zijn en waar zaken ontbreken. (Aanvulling vanuit dit beleidsplan: de MTB routes vallen niet onder beheer van de gemeente.
Ook is de gemeente niet verantwoordelijk voor de aanleg van nieuwe routes.) 6.1.6 Dorpenbeleid • Als gemeente willen wij dat onze inwoners gaan en blijven participeren. We bedoelen dan meepraten, meedenken en meedoen bij de ontwikkelingen in hun omgeving en nieuw beleid. • De gemeente wil meer samenwerken met inwoners, ondernemers en organisaties. De nadruk ligt minder op zelf alles doen, maar juist op stimuleren, verbinden en faciliteren. • We willen de leefbaarheid in alle dorpen van Westerveld verbeteren. Elk dorp is uniek. Daarom kijken we per dorp wat er nodig is en wat het beste werkt. • We werken samen aan een vitaal en leefbaar Westerveld, waarin iedereen een steentje kan bijdragen en zich eigenaar voelt van de leefomgeving.
27
•
We willen de betrokkenheid en participatie van onze inwoners vergroten en stimuleren, zodat inwoners meer invloed hebben op besluiten die over hun eigen dorp of buurt gaan.
6.1.7 Maatschappelijke visie • Inwoners voelen zich veilig, de openbare ruimte is fysiek toegankelijk en maatschappelijke voorzieningen zijn dichtbij. • Inwoners dragen bij aan het behouden van leefbaarheid in ruimte is voor ontmoeting en verbinding.
6.2 Landelijke vereisten
Naast gemeentelijke doelen, zijn er ook landelijk vastgelegde vereisten waar de gemeente aan moet voldoen. 6.2.1 Verdrag voor de rechten van het Kind Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeenten om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is echter wel een recht. Kinderen hebben, net als volwassenen, behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd. 6.2.2 Het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Deze richt zich specifiek op de veiligheid van de locaties en de toestellen. 6.2.3 VN Verdrag Handicap Het VN Verdrag Handicap bevordert, beschermt en waarborgt de mensenrechten van mensen met een beperking, met nadruk op toegankelijkheid, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Het verdrag, dat op 14 juli 2016 in Nederland in werking trad, verplicht overheden om deze principes in beleid en wetgeving te integreren en de positie van mensen met een beperking te verbeteren. Artikel 30 benadrukt gelijke toegang voor kinderen met een handicap tot spel, recreatie, sport en ontspanning.
28
29
30
Speel- en beweegscan
Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is in 2024 per kern een rondgang langs de openbare speel- en sportplekken gemaakt. De gemeente heeft momenteel 69 speel- en sportplekken in beheer. Deze speel- en sportplekken zijn beoordeeld op diverse onderwerpen zoals aanbod, ligging en inclusiviteit. Ook is er naar de bespeelbaarheid van informele speelruimte gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen. De resultaten van dit veldonderzoek zijn verder uitgewerkt in het onderzoeksrapport (externe bijlage). Speelaanbod De spreiding van de speel- en beweegplekken is in de meeste kernen goed en de speel- en beweegplekken zijn in de regel goed bereikbaar en zichtbaar. Op dit moment is het speellandschap in de gemeente Westerveld wel erg eenzijdig. We zien veel dezelfde toestellen en het aanbod richt zich voornamelijk op kinderen t/m 8 jaar. Meer diversiteit en uitdaging aanbrengen in het speellandschap doen we door locaties in te richten met andere toestellen, locaties in te richten met meer bespeelbaar groen, locaties te verplaatsen of locaties uit te breiden. Sport- en beweegaanbod Het huidige aanbod bestaat grotendeels uit trapveldjes en tafeltennistafels. Urban Sports zoals skaten, Calisthenics of bootcamp worden niet of nauwelijks aangeboden.
Opvallend is dat er in de gehele gemeente geen skatebaan aanwezig is. Er zijn rondom de kernen veel bossen en andere natuurgebieden waar veel ruimte is voor recreatie en sport. Zo zijn er o.a. mountainbikeroutes en wandelpaden. Jongeren Er is in de gemeente weinig aanbod voor jongeren. Er zijn enkele sportlocaties waar ze gebruik van kunnen maken maar er zijn geen locaties die specifiek voor jongeren zijn ingericht. Als we echter naar de demografische gegevens van alle kernen kijken, zien we dat in de grotere kernen Diever, Dwingeloo, Havelte, Vledder, Wilhelminaoord en Uffelte genoeg jongeren wonen om hier een jongerenplek te rechtvaardigen. Inclusiviteit Veel speel- en beweegplekken zijn op dit moment niet geschikt voor inwoners met een beperking. In de meeste gevallen zijn de ondergronden en/of toestellen niet geschikt voor deze doelgroep. De schoolpleinen zijn over het algemeen meer inclusief ingericht. Deze zijn (deels) verhard en soms is een deel van de toestellen ook bruikbaar voor een kind met een beperking. Klimaatbestendigheid en duurzaamheid Het merendeel van de speel- en beweegplekken heeft een natuurlijke ondergrond en zijn omgeven door openbaar groen. Er is niet altijd voldoende schaduw op de speel- en sportplekken waardoor deze erg warm kunnen worden op zomerse dagen.
31
32
Bij de formele speel- en sportplekken wordt onderscheid gemaakt tussen 6 verschillende typen locaties. Beoordelingscriteria als “ligging” en “inrichting” worden gekoppeld aan het type speel- of sportplek. Een kleine speelplek vraagt immers echt iets anders qua inrichting dan een plek waar de hele kern moet kunnen spelen. Kleine speelplek - Speelaanbod en omvang zijn beperkt en gericht op een jonge doelgroep (1 - 8 jaar) en direct omwonenden. Speelhoekje - Een kleine speelplek die ingericht is met één of twee eenvoudige speeltoestellen. Een speelhoekje heeft zeer beperkte speelwaarde. Buurtspeelplek - Een (bij voorkeur centrale) plek in de buurt met een belangrijke ontmoetingsfunctie, uitgebreidere en uitdagendere inrichting en meer ruimte. Er is vaak een combinatie van spel en sport te vinden en vaak wordt een bredere doelgroep bediend (5-15 jaar). Kernplek - Onderscheidend door ligging of inrichting heeft een grote speelplek een buurtoverstijgende functie. Hier wordt een brede doelgroep (0 tot 99 jaar) bediend en is sprake van een uitdagend en multifunctioneel aanbod van sport- en speeltoestellen. Kleine sportplek - Een kleine sportvoorziening die zich vooral richt op direct omwonenden. Meestal gaat het om een trapveldje of tafeltennistafel zonder extra voorzieningen zoals zitgelegenheid of een watertappunt.
Grote sportplek - Een ruime sportplek met een belangrijke ontmoetingsfunctie en extra voorzieningen zoals zitgelegenheid en/of een kunstgrasveld.
33
34
35
36
37
38
39
40 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend. Er kan van de genoemde vervangjaren en ingrepen afgeweken worden indien daar aanleiding voor is.
41 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend. Er kan van de genoemde vervangjaren en ingrepen afgeweken worden indien daar aanleiding voor is.
42 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend. Er kan van de genoemde vervangjaren en ingrepen afgeweken worden indien daar aanleiding voor is.
43 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend. Er kan van de genoemde vervangjaren en ingrepen afgeweken worden indien daar aanleiding voor is.
44 Aan deze kaarten kunnen geen rechten worden ontleend. Er kan van de genoemde vervangjaren en ingrepen afgeweken worden indien daar aanleiding voor is.
45
Kernplek Doelgroep: Functie: Bereik: Speelwaarden: Toestellen en meubilair:
Overig:
Adviesbudget:
Buurtplek Doelgroep: Functie: Bereik: Speelwaarden: Toestellen en meubilair:
Overig: Adviesbudget:
46
0-100 jaar Spelen, bewegen en ontmoeten. Gehele wijk of kern. Minstens 8 verschillende speelwaarden (glijden, schommelen, balsport, etc.). Diverse toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel aangevuld met een goede sportvoorziening en veel zitgelegenheid. Groene omgeving en aandacht voor inclusiviteit (verharde paden en (deels) toegankelijke ondergronden en toestellen (spel en sport). Indien gewenst worden er ook voorzieingen gericht op ouderen toegevoegd zoals speltafels, een jeu de boulesbaan of ontmoetingsplek. € 50.000 - € 150.000 afhankelijk van type inrichting.
0-15 jaar Spelen, bewegen en ontmoeten. Gehele buurt (woningen binnen 400 meter afstand). Minstens 6 verschillende speelwaarden (glijden,schommelen, balsport, etc.) Diverse toestellen voor 0 t/m 12 jaar gericht op samenspel aangevuld met een goede sportvoorziening en voldoende zitgelegenheid. Groene omgeving. Bij vraag vanuit bewoners wordt er ook aandacht besteed aan inclusiviteit. € 30.000 - € 50.000 afhankelijk van grootte.
Kleine speelplek Doelgroep: Functie: Bereik: Speelwaarden: Toestellen en meubilair: Overig: Adviesbudget:
Sportplek Doelgroep: Functie: Bereik: Inrichting: Overig: Adviesbudget:
47
0-8 jaar Spelen (indien gewenst ook sport) Directe omgeving (woningen binnen 400 meter afstand). Minstens 4 verschillende speelwaarden (glijden, schommelen, balsport, etc.) Diverse toestellen voor 0 t/m 8 jaar gericht op samenspel aangevuld met zitgelegenheid. Groene omgeving. € 20.000
9-100 jaar. Bewegen Gehele wijk of kern. Type sport en inrichting wordt afgestemd met inwoners. Voldoende zitgelegenheid. Bij vraag vanuit bewoners wordt er ook aandacht besteed aan inclusiviteit. € 20.000 - € 150.000 afhankelijk van type inrichting.
Kleine sportplek Doelgroep: Functie: Bereik: Inrichting: Overig: Adviesbudget:
48
6-15 jaar. Bewegen Directe omgeving (woningen binnen 400 meter afstand). Type sport en inrichting wordt afgestemd met inwoners. Zitgelegenheid. € 5.000 - € 10.000 afhankelijk van type inrichting.
49
Om ervoor te zorgdragen dat de openbare speel- en sportruimte ook in nieuwbouwprojecten goed wordt ingericht, heeft de gemeente Westerveld een aantal verplichte kaders opgesteld voor o.a. het ontwerp, planning en de participatie. Projectontwikkelaars zijn verplicht om zich aan deze kaders te houden. De kaders sluiten aan bij de visie en ambities die opgenomen staan in het beleidsplan uit 2026 “Beleidsplan speelruimte, waar spel, sport en ontmoeting samenkomen”. Let op: dit zijn kaders voor nieuwbouw. Deze zijn niet van toepassing op bestaande wijken. Algemene kaders • De beleidsafdelingen spelen, sporten en beheer moeten tijdens alle fases van het nieuwbouwproject betrokken worden. • Alle ontwerpen (ook tijdelijke) moeten ter beoordeling voorgelegd worden aan de afdelingen Spelen, Sporten en Beheer. • Bij inbreidingsprojecten moet in overleg met de afdeling Spelen, worden bepaald of het noodzakelijk is dat er een nieuwe speelplek komt of dat de speelplekken in de omliggende wijken uitgebreid moeten worden om de verhoogde speeldruk op te vangen. • Participatie met (toekomstige) inwoners is verplicht. Participatie gebeurt in overleg met de afdelingen Spelen en Communicatie. • De speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken moeten binnen 6 maanden, na oplevering van omliggende woningen, voltooid zijn. Hier mag alleen in overleg met de afdeling Spelen, vanaf geweken worden.
Als alternatief kan er dan tijdelijke speelruimte gecreëerd worden. Ruimtelijke kaders • In iedere project is minimaal 3% van de openbare ruimte beschikbaar voor formele speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken (norm Jantje Beton). • Deze ruimte is zo min mogelijk versnippert. • Locaties in wadi’s vallen niet binnen de 3% norm. • Voor projecten kleiner dan 5 ha, wordt in overleg met de afdeling Spelen besloten of er een speelplek nodig is en hoe groot deze moet zijn. Het advies hierbij is om één locatie van minimaal 200 m2 in te tekenen. • Een klein project (tot 5 tot 10 ha) heeft minimaal één kleine speelplek van minimaal 300 m2 groot. Deze plek ligt op maximaal 200 meter afstand van iedere woning. • Een groot project (10ha of meer) heeft minimaal één grote speelplek van minimaal 1500 m2 groot. Deze plek ligt op maximaal 400 meter afstand van iedere woning. • Een groot project heeft daarnaast minimaal één grote beweegplek van minimaal 1000 m2 groot en tenminste één trapveldje. • Aanvullend heeft een groot project een netwerk van kleine speelplekken op minimaal 200 meter van iedere woning.
50
• •
Speeltoestellen liggen op minimaal 10 meter afstand van woningen, beweeg- en jongerenplekken op minimaal 50 meter. Speelplekken liggen aan de voorzijde of zijkant van de woningen en moeten goed bereikbaar zijn via een voetpad.
Ruimtelijke kaders voor inrichting • Een groene inrichting is de standaard. Er moet voldoende schaduw aanwezig zijn en de ondergrond is van gras of valzand tenzij anders is besproken met de afdelingen Spelen en Beheer. • De uitstraling van de toestellen en ondergronden moet passend zijn bij de omgeving. Zo worden er bijvoorbeeld geen felgekleurde toestellen gebruikt in een landelijke omgeving. • De beplanting is (deels) bespeelbaar. • Er moet zitgelegenheid aanwezig zijn. • Speelplekken moeten op minimaal 50 meter van een doorgaande weg af liggen. Wanneer dit niet mogelijk is moet er een afscheiding geplaatst worden van minimaal 1 meter hoog. • Voor de budgetten houden we de adviesbedragen uit het beleids- en uitvoeringsplan aan. Neem hiervoor contact op met de afdeling Spelen. • Het is verplicht om de inrichtingskaders uit het beleids- en uitvoeringsplan te volgen. • Plaatsing van een pannakooi en/of basketbalveld gebeurt alleen in overleg met de gemeente en inwoners. Dit in verband met mogelijke geluidsoverlast. • Wanneer er in een project ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel- en sportplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/of speltafels meegenomen.
Kaders voor beheer en vervanging • Na oplevering van de speel- en sportplekken worden deze overgedragen aan de afdeling beheer van de gemeente. • De beheerkosten voor de eerste 5 jaar worden gedekt vanuit GREX/ Projectontwikkeling. Deze bedragen 1% van de aanlegwaarde. • De nieuwe locaties worden opgenomen in de vervangingsopgave van de gemeente. Er wordt gerekend met een afschrijftermijn van 15 jaar.
51
52
53
54
55
56