CConstaterende datWesterveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025

Politieke avond Westerveld 29 juni 2021, gemeente WesterveldBij agendapunt: Voorstel Beleidsplan Integrale schuldhulpverlening 2021-20255.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsplan Integrale schuldhulpverlening 2021-2025

Inhoudsopgave pagina

Inleiding Hoofdstuk 1: Beleidskader schuldhulpverlening 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening Besluit wet gemeentelijke schuldhulpverlening Samenwerking signaalpartners Gegevensuitwisseling Toelating tot en uitsluitingsgronden voor gemeentelijke schuldhulpverlening

3 3 4 5 5

Hoofdstuk 2 Vroegsignalering 2.1 2.2 2.3

Signalen Beschikking schuldhulpverlening of andere passende aanpak Melding CKI

6 6 7

Hoofdstuk 3 Integrale schuldhulpverlening 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.8.1 3.8.2 3.8.3

Reikwijdte integrale schuldhulpverlening Materiële schuldhulpverlening Werkwijze Gemeentelijke Kredietbank Wacht- en doorlooptijden GKB Trajecten binnen schuldhulpverlening Borging kwaliteit Immateriële schuldhulpverlening Gezinnen met minderjarige kinderen Preventie (en nazorg) Monitoring Klachtenprocedure Scope en Brede Schuldenaanpak Wet vereenvoudiging beslagvrije voet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag

7 8 9 9 10 10 11 11 11 12 12 12 12 13 13

Bijlage: Uitvoeringsplan Vroegsignalering

1

Inleiding Bijna één op de vijf Nederlandse huishoudens heeft een risicovolle of problematische schuld. Dit betreft bijna 1,4 miljoen huishoudens, waarvan er jaarlijks slechts ca 90.000 bij de schuldhulpverlening aankomen. Bij het bestrijden van schuldenproblematiek is een belangrijk probleem dat mensen met schulden zich vaak in een te late fase melden bij de schuldhulpverlening, vaak pas vijf jaar na het ontstaan van de eerste betalingsachterstanden. Dit is een ongewenste ontwikkeling want problematische schulden;    

veroorzaken meer schulden waardoor de situatie escaleert en een oplossing lastiger wordt; veroorzaken schaamte en chronische stress waardoor mensen minder productief worden en hun arbeidsdeelname daalt; hebben een negatief effect op opvoeding, gezondheid en maatschappelijke participatie; vormen een grote kostenpost voor het MKB omdat slechts een klein percentage uiteindelijk terugbetaald wordt. Grote bedrijven kunnen dit ondervangen maar veel kleine ondernemers niet; veroorzaken een toename in het gebruik van geïndiceerde zorg.

De maatschappelijke bewustwording rondom de gevolgen van problematische schulden is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In de aanpak en het voorkomen van armoede en schuldenproblematiek is nauwe samenwerking tussen betrokken partijen, ministeries, en gemeenten georganiseerd in de Brede Schuldenaanpak (2018). Vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten wordt sindsdien invulling en uitvoering gegeven aan het schuldenbeleid. In de brede aanpak staan doelen geformuleerd gericht op: • Preventie en vroegsignalering: het voorkomen van problematische schulden en het treffen van maatregelen om problematische schulden terug te dringen; • Effectieve schuldhulpverlening: afspraken om inwoners met schulden effectiever te helpen; • Sociale incasso: bevorderen van een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso. Om deze doelstellingen te realiseren zijn vanaf 1 januari 2021 verschillende wetten ingevoerd en is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Wgs) aangepast. De wijzigingen in de wet hebben impact hebben op verschillende processen bij gemeenten binnen de domeinen die raken aan taken rondom preventie, vroegsignalering, de uitvoering van schuldhulpverlening en incasso. Het betreft de volgende wetten:    

Aanpassing van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv). Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (ags). Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag, ook wel bekend als verbreed beslagregister (vbr).Hierbij dient aangemerkt te worden dat de verbreding van het beslagregister vanaf 2022 gefaseerd zal worden ingevoerd.

2

Door de wijziging van de Wgs komt er een aantal nieuwe en een aantal veranderende taken op de gemeenten af. Deze taken hebben impact op het beleid van de gemeente dat zij in het kader van deze wetgeving voert. Een aantal van deze taken richt zich meer op het uitvoerend proces, en er is ook een aantal thema’s waarop van de gemeente wordt gevraagd (nieuw) beleid op te ontwikkelen. In dit voorgelegde beleids- en uitvoeringsplan integrale schuldhulpverlening 2021-2025 worden de kaders en de wijze waarop we invulling willen geven aan het beleid, uiteengezet. Om de nieuwe wettelijke taak vroegsignalering uit te kunnen gaan voeren is er voor gekozen om deze eerst nader uit te werken en in later stadium in te gaan op de andere wetten.

Beleidskader Schuldhulpverlening 1.1 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De Wgs vormt het belangrijkste kader voor de schuldhulpverlening in de gemeente. Deze wet is op 1 juli 2012 in werking getreden en sindsdien hebben we als gemeente een wettelijke zorgtaak op het gebied van schuldhulpverlening en voeren we regie op dit terrein. Inwoners hebben recht op schuldhulpverlening, mits ze voldoen aan de eisen die de wet en de gemeente in haar beleidsregels stelt. De schuldhulpverlening bestaat uit vroegsignalering, preventie, curatie (schulddienstverlening en ondersteuning schuldstabilisatie) en nazorg. Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening aangepast. Daarin is opgenomen dat vroegsignalering een wettelijk uit te voeren taak is van de gemeente. Door vroegsignalering expliciet als wettelijke taak op te nemen is voldaan aan de wettelijke grondslag die nodig is voor uitwisseling van persoonsgegevens, zoals de AVG vereist. Zo ontstaat voor gemeenten de wettelijke grondslag voor het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens voor dit doel en kunnen gemeenten uit eigen beweging hulp aanbieden. De wet maakt het mogelijk om in een zo vroeg mogelijk stadium mensen met financiële problemen in beeld te brengen en vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken. Verder is de inlichtingenplicht (artikel 6 Wgs) aangepast.

In de wijziging is opgenomen dat schuldhulpverleners eenvoudig zelf digitale informatiebronnen kunnen raadplegen, zoals bijvoorbeeld gegevens over iemands schulden, salaris en andere inkomsten. In de oude situatie werd er van inwoners verwacht dat ze zelf informatie aanleverden, zodat de gemeente hier vervolgens een uitvoeringsplan voor schuldhulpverlening mee kon maken. Dit werkte vertragend en leidde tot langere wacht- en doorlooptijden.

1.2 Besluit wet gemeentelijke schuldhulpverlening Nadere regels omtrent de Wgs zijn uitgewerkt in het Besluit wet gemeentelijke schuldhulpverlening (hierna: Bgs). Hierin worden signalen aangewezen op basis waarvan de gemeente in contact moet treden met de inwoner om deze te wijzen op het hulpaanbod die de gemeente of een ander namens de gemeente kan bieden op het gebied van schulden. In contact treden kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld; door een huisbezoek, telefonisch contact, sms of whatsapp bericht, email bericht, een brief of kaart.

3

In het Bgs zijn zes signalen aangewezen, die het college mag ontvangen om uit eigen beweging schuldhulpverlening aan te bieden: 1. Achterstand betalen huur; 2. Achterstand betalen drinkwater; 3. Achterstand betalen zorgverzekering; 4. Achterstand betalen elektra; 5. Achterstand betalen gas; 6. Achterstand betalen warmte. Wettelijk is bepaald dat uitsluitend met schuldeisers van deze zes signalen een samenwerking aangegaan kan worden in het kader van vroegsignalering. Het Bgs maakt het mogelijk om bij het opstellen van het uitvoeringsplan, intern binnen de gemeente informatie op te vragen over hulpverlening die de inwoner reeds ontvangt. Ook wordt er een grondslag gecreëerd om gegevens te hergebruiken voor zover dat noodzakelijk is voor de schuldhulpverlening. Integrale samenwerking met de uitvoering van de Participatiewet, de Wmo en de Jeugdwet is mogelijk gemaakt door in het besluit op te nemen dat schuldhulpverleners voor het opstellen van een uitvoeringsplan, intern kunnen navragen of een inwoner al bekend is.

1.3 Samenwerking met signaalpartners In het Bgs worden voorwaarden genoemd van sociale incasso waaraan signalen minimaal moeten voldoen. Schuldeisers sturen ten minste één schriftelijke betalingsherinnering, spannen zich in om in persoonlijk contact treden met de klant (telefonisch, aan de deur of aan de balie) en wijzen klanten met betalingsachterstanden de weg naar gemeentelijke schuldhulpverlening. De gemeente Westerveld haakt aan bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering. Dit convenant is ondertekend door alle brancheorganisaties van vaste lasten crediteuren, de NVVK (de branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering) en de VNG. In dit convenant zijn centraal afspraken gemaakt over vroegsignalering, waardoor niet met iedere leverancier afspraken gemaakt hoeven te worden over de levering van vroegsignalen. Op lokaal niveau zullen afspraken gemaakt en vastgelegd worden in overeenkomsten met schuldeisers. Met deze afspraken wordt in algemene zin preventie van schulden en schuldhulpverlening beoogd, maar ook vroegsignalering van schulden. De afspraken kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het gevoerde incassobeleid, de invulling van vroegsignalering en de wijze van samenwerking. Als gemeente Westerveld hebben wij met woningcorporatie Actium al eerder afspraken gemaakt rondom de vroegsignalering van betalingsachterstanden.

Betaalachterstanden op de lokale belastingen zijn niet als vroegsignaal aangewezen in het Bgs. Uitsluitend de zes, onder 1.2 genoemde signalen zijn hiervoor aangewezen. Ondanks de wens om deze achterstanden wel mee te nemen als vroegsignaal, bestaat er nu geen grondslag, geen wettelijke basis voor in het kader van vroegsignalering. Mogelijk start er landelijk een pilot in 2021 om dit uit te proberen en zal het Bgs gewijzigd worden indien de pilot een positief effect heeft.

4

1.4 Gegevensuitwisseling Om de inwoner te ontzorgen (stress-sensitief werken) en uitval te voorkomen bieden de gewijzigde Wgs en het Bgs de mogelijkheid om gegevens uit te wisselen ten behoeve van vroegsignalering en de toegang voor en het uitvoeringsplan tot schuldhulpverlening. (Artikelen 8a t/m 8d Wgs en artikelen 12 t/m 16 Bgs) Voor de uitwisseling van gegevens met signaalpartners in het kader van vroegsignalering zijn verschillende applicaties ontwikkeld. Bij de keuze voor een applicatie zijn afwegingen in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) gemaakt, waardoor alleen de minimaal benodigde gegevens aangeleverd worden. De aangesloten organisaties bij het landelijk convenant Vroegsignalering maken eveneens gebruik van deze applicatie. Inwoners houden bij bovenstaande gegevensuitwisseling hun privacy rechten, zoals het recht op informatie, inzage, rectificatie, gegevensuitwisseling en het recht van bezwaar. Aansluit- en gebruikersvoorwaarden voor de gebruikte informatiesystemen beschermen de privacy van de inwoner. De bewaartermijn van de signalen van signaalpartners bedraagt maximaal zes maanden.

1.5 Toelating tot- en uitsluitingsgronden voor gemeentelijke schuldhulpverlening De Wgs gaat uit van brede toegang tot hulp. Om die reden is er één absolute weigeringsgrond opgenomen, namelijk wanneer aanvragers geen geldige verblijfstatus in Nederland hebben. In de praktijk blijkt dat de toegang voor ondernemers en zzp’ers niet in iedere gemeente even goed geregeld is. Om de toegang ook voor deze inwoners goed te regelen is dit nu vastgelegd in de Wgs. Zzp’ers en ondernemers kunnen dus toegang krijgen tot schuldhulpverlening, wanneer zij niet aan de weigeringsgronden voldoen. Er zijn nog twee andere uitsluitingsgronden mogelijk in geval van fraude en in geval van eerdere schuldhulpverlening.

De gemeente Westerveld behoudt zich het recht voor om schuldhulpverlening te weigeren indien een persoon die fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Ook behoudt de gemeente Westerveld zich het recht voor om (tijdelijk) hulp te weigeren aan personen die eerder gebruik hebben gemaakt van de schuldhulpverlening. Bij recidive is sprake van twee groepen: 1. Recidivisten die minder dan twee jaar voorafgaand aan de dag van de nieuwe aanvraag eerder gebruik hebben gemaakt van de schuldhulpverlening maar die destijds wel succesvol zijn uitgestroomd; 2. Recidivisten die minder dan drie jaar voorafgaand aan de dag van de nieuwe aanvraag eerder gebruik hebben gemaakt van de schuldhulpverlening maar: 1. die hun traject tussentijds hebben beëindigd; 2. waarvan een traject is beëindigd wegens: a. het niet nakomen van de opgelegde verplichtingen; b. het verstrekken van onjuiste gegevens; c. het misdragen tegenover medewerkers.

5

Met het besluit om zich het recht voor te behouden om deze uitsluitingsgronden te hanteren, ontstaat de mogelijkheid om gegevens over recidive en fraude op te vragen bij (andere) bestuursorganen. Deze gegevens kunnen vervolgens gebruikt worden bij het nemen van het besluit tot verlenen van schuldhulp in geval van fraude of recidive. Op basis van de Wgs sluiten alle gemeenten zelfstandig aan op het CKI (Centraal Krediet Informatiesysteem). Het BKR registreert saneringskredieten en schuldregelingen tot vijf jaar na beëindiging van de schuld. In het Centraal Insolventieregister staan schuldsaneringen die de rechter op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen uitspreekt tot zes maanden na beëindiging geregistreerd.|

Hoofdstuk 2. Werkwijze Vroegsignalering 2.1 Signalen Wanneer de gemeente een signaal ontvangt van een signaalpartner over een betalingsachterstand dat een goede indicatie vormt voor meer schulden, dient de gemeente een aanbod te doen tot een eerste gesprek. Dit aanbod kan op verschillende manieren gedaan worden, bijvoorbeeld door middel van een brief, e-mail, telefoontje of huisbezoek. Uit onderzoek is gebleken dat een huisbezoek het meeste effect heeft. Als de inwoner dat accepteert dient dat gesprek binnen vier weken nadat de gemeente een vroegsignaal heeft ontvangen plaats te vinden. Bij een bedreigende situatie is dat drie dagen. Onder een bedreigende situatie wordt verstaan; gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Deze situatie zal zich waarschijnlijk niet vaak voordoen, aangezien het vroegsignalering betreft en dergelijke maatregelen niet in een vroeg stadium genomen worden.

2.2 Beschikking schuldhulpverlening of andere passende aanpak Binnen uiterlijk acht weken nadat de inwoner (schriftelijk of mondeling) heeft aangegeven schuldhulp te willen ontvangen moet een beschikking worden afgegeven waarin de inwoner wordt toegelaten tot schuldhulpverlening of wordt geweigerd. De wijze waarop de hulpvraag wordt gesteld is vormvrij. De hulpvraag kan dus ook mondeling worden gesteld. De termijn waarbinnen de beschikking wordt afgegeven is vastgesteld op acht weken en is vastgelegd in een verordening. Bij toelating tot schuldhulpverlening wordt in de beschikking een uitvoeringsplan opgenomen. Hierin wordt (op hoofdlijnen) verteld welke hulp wordt aangeboden en welke voorwaarden gelden voor het recht op schuldhulpverlening. Om escalatie van de problematiek te voorkomen wordt er gestreefd naar een zo kort mogelijke beslistermijn. De maximale termijn van acht weken zal in de praktijk lang niet altijd nodig blijken. Een hulpvraag hoeft bovendien niet altijd tot een beschikking te leiden. De hulpvraag kan ook beantwoord worden door een ander hulpaanbod of passende aanpak. Hierbij kan gedacht worden aan en quick fix, bellen met de schuldeiser(s), verwijzen naar een budgetcoach/financieel maatje, naar een website of naar algemeen toegankelijke hulp.

6

2.3 Melding CKI (Centraal Krediet Informatiesysteem) De gemeente informeert gerechtsdeurwaarders, verstrekkers van signalen, schuldeisers, bewindvoerders en kredietverstrekkers op het moment dat de inwoner een beschikking heeft ontvangen met toegang tot de schuldhulpverlening. De beschikking dient te worden geregistreerd in het Centraal Krediet Informatiesysteem. Dit heeft als consequentie dat al vroeg in het proces bekend is dat de inwoner schuldhulp ontvangt. Een registratie blijft tot vijf jaar na afloop in het CKI staan.

Voor de verdere uitwerking van het werkproces wordt verwezen naar het uitvoeringsplan dat als bijlage bij dit beleidsplan is gevoegd.

Hoofdstuk 3. Integrale schuldhulpverlening 3.1 Reikwijdte integrale schuldhulpverlening Uit divers onderzoek blijkt dat er bij ondersteuningsvragen in het sociale domein vaak sprake is van schulden. De financiële problematiek overheerst vaak zodanig dat er geen ruimte is voor problemen of vraagstukken op andere leefgebieden. Langdurige blootstelling aan stress door financiële problemen heeft een negatief invloed op het brein. Mensen komen als het ware in een overleefstand en handelen vanuit een korte-termijn perspectief. Hierdoor kan er vaak niet aan (andere) vraagstukken worden gewerkt totdat de financiële situatie is gestabiliseerd. Voorkomen van schulden is dus niet een op zichzelf staand doel. Voorkomen of oplossen van schulden zorgt er in brede zin voor dat oplossingen op andere leefgebieden mogelijk worden. Een goed schuldhulpverleningsbeleid heeft niet alleen effect in het leven van de inwoner, maar heeft ook maatschappelijke effecten zoals:  minder aanspraak op jeugdzorg en Wmo  grotere kans op re-integratie;  voorkomen maatschappelijke isolement;  voorkomen schulden;  voorkomen huisuitzettingen en toename dak- en thuislozen;  voorkomen kosten rechtelijke macht, politie etc.;  schulden zijn vaak oorzaak relatiebreuk / schooluitval;  met het oplossen van schulden wordt inwoners perspectief geboden. Schuldhulpverlening heeft vrijwel altijd een integraal karakter.

Dit betekent dat er niet alleen aandacht is voor het oplossen van de financiële problemen van een cliënt, maar ook voor psychosociale problemen of problemen rond de woonsituatie, gezondheid, verslaving of de gezinssituatie. De gemeente Westerveld wil met integrale schuldhulpverlening bereiken, dat de economische zelfredzaamheid van haar burgers met financiële problemen duurzaam wordt hersteld en de

7

problemen, die ten grondslag liggen aan de schulden, worden weggenomen. Hierdoor kan iemand weer maatschappelijk participeren. Integrale schuldhulpverlening houdt daarnaast in dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat problematische schulden ontstaan. Effectieve schuldhulpverlening draagt bij aan de bestrijding van armoede en geeft mensen meer mogelijkheden om te participeren in het sociale en maatschappelijke leven. De eigen verantwoordelijkheid van de burger verliezen we hierbij niet uit het oog. Door implementatie van de nieuwe en aangepaste wetten beoogt de gemeente Westerveld naast het individuele effect voor de inwoner ook maatschappelijk effecten te sorteren met dit schuldhulpverleningsbeleid. Dit willen we doen door:  Versterking en vernieuwing in het schuldendomein in samenhang te organiseren;  Te borgen dat dienstverlening aan inwoners bijdraagt aan: o Het voorkomen van (problematische) schulden; o Het ontzorgen en bieden van passende ondersteuning aan inwoners ;  Rekening houdend met het denk- en doen vermogen van inwoners;  Kijkend naar problemen op leefgebieden breder dan (risico op) schulden; o Het borgen van zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso indien noodzakelijk.

 Zeker te stellen dat onze organisatie volgens de regels handelt en uitvoerend medewerkers kunnen voldoen aan de wettelijke eisen door: o Het in acht nemen van de beslagvrije voet bij beslaglegging en verrekening evenals bij de uitvoering van schuldhulpverlening. o Het realiseren van effectievere uitvoering van schuldhulpverleningstrajecten door het verzamelen van noodzakelijke gegevens voor de besluitvorming over toegang en opstellen van het uitvoeringsplan. o Uitvoering te geven aan de wettelijk vastgestelde taken rondom vroegsignalering van schulden door opvolging van ontvangen signalen en het uit eigen beweging aanbieden van (schuld)hulp.  De voorliggende keuzes voor implementatie aansluiten bij de beleidskoers van onze gemeente. Binnen de integrale schuldhulpverlening zijn drie samenhangende onderdelen te onderscheiden:  Materiële schuldhulpverlening;  Immateriële schuldhulpverlening;  Preventie (en nazorg). De uitvoering van deze verschillende onderdelen van de schuldhulpverlening in Westerveld ligt bij verschillende organisaties, onder verantwoordelijkheid van of in samenwerking met de gemeente, zoals nu in het kader van Vroegsignalering. De verschillende onderdelen worden hieronder verder uitgewerkt.

3.2 Materiële schuldhulpverlening Van materiële schuldhulpverlening is sprake als er een financiële hulpvraag is, op basis waarvan een oplossing van de financiële problemen wordt gezocht. De uitvoering van de Wgs wordt voor dit deel door de gemeente Westerveld gemandateerd aan een gespecialiseerde organisatie, de Gemeentelijke Kredietbank (GKB). De GKB neemt ook namens

8

het College besluiten over de toegang en de hulp die de inwoner in het kader van de schuldhulpverlening ontvangt. De in het beleidsplan opgenomen maatregelen ter borging van de kwaliteit, alsmede de - door de integrale schuldhulpverlening - beoogde resultaten zijn onderdeel van de opdrachtverlening aan de GKB.

3.2.1 Werkwijze Gemeentelijke Kredietbank De GKB ondersteunt mensen actief via schuldhulpverlening bij het vinden van een oplossing voor:  hun financiële problemen;  de eventuele oorzaken hiervan, of;  de omstandigheden die verhinderen dat de financiële problemen kunnen worden opgelost. Schuldhulpverlening houdt daarnaast in dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat problematische schulden ontstaan. In haar werkwijze richt de GKB zich op vier pijlers in de schuldhulpverlening: 1. Stabiliseren: Wanneer de klant tijdelijk of langdurig niet in staat is om zijn eigen inkomsten te beheren, neemt de GKB deze taak (tijdelijk) over om evenwicht te brengen in het in- en uitgavenpatroon en de betaling van de vaste lasten (huur, energie, water en ziektekosten) te garanderen. 2. Schulden regelen: Bijna altijd worden schulden geregeld in de vorm van een betalingsregeling of een schuldregeling. (het “hanteerbaar maken” van het schuldenpakket). 3. Zelfredzaamheid bevorderen: Voor het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van de klant zet de GKB budgetcoaching in en verwijst daarnaast naar daartoe gespecialiseerde hulpverleners of werkt ze hier nauw mee samen. 4. Crisisinterventie: Het voorkomen dat een klant wordt afgesloten van gas, elektra of water, of dat een klant uit zijn huurwoning wordt gezet.

3.2.2. Wacht- en doorlooptijden GKB De doorlooptijd van de aanmelding, vanaf de ontvangst van het aanmeldformulier tot de start van de intake, bedraagt 7 dagen. In geval van een crisis is de doorlooptijd maximaal 4 uren. De doorlooptijd van de integrale intake, vanaf het eerste gesprek tot aan de start of afwijzing van het vervolgtraject, bedraagt gemiddeld 4 weken. In de Wgs is bepaald dat dit niet langer mag duren dan vier weken. Afhankelijk van het vervolgtraject zijn gemiddelde doorlooptijden vastgesteld. Deze zijn opgenomen in het Basisdienstenboek, waarin de verschillende diensten van de GKB omschreven worden.

9

3.2.3 Trajecten binnen de schuldhulpverlening De materiële schuldhulpverlening kent meerdere – soms opvolgende – onderdelen: Het minnelijke traject Tijdens het minnelijke traject worden de schuldeisers benaderd om een schuldregeling te treffen die voor drie jaar geldt met een maximale aflossingscapaciteit. Schuldeisers werken vrijwillig mee aan dit traject, als alle schuldeisers meewerken maar één ligt dwars, kan er een dwangakkoord worden aangevraagd bij de rechtbank. Pas als het minnelijke traject mislukt is komt iemand in aanmerking voor de WSNP. WSNP-traject Hiernaast is er de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Hiermee wordt de wettelijke schuldhulpverlening geregeld, via de rechter. Deze schuldsaneringsregeling is bedoeld om een “schone lei” te bieden aan schuldenaren die te goeder trouw zijn. De regeling duurt, net zoals het minnelijke traject, drie jaar. Vanuit het Rijk zijn gemeenten gemandateerd om een zogenaamde WSNP-verklaring af te geven. Hierin geeft de gemeente aan waarom het minnelijk traject mislukt is. Op basis van deze verklaring kan de schuldenaar een verzoek bij de rechter indienen om te kunnen starten met het wettelijk schuldsaneringstraject. Het verschil met een minnelijk traject is dat schuldeisers verplicht moeten meewerken aan het WSNP-traject. De rechtbank stelt een bewindvoerder aan die alles regelt.

Faillietverklaring Komt een WSNP-traject niet tot stand of is niet succesvol, dan kan de bewindvoerder, een schuldeiser of de schuldenaar een faillietverklaring aanvragen bij de rechtbank. Willigt de rechtbank het verzoek in, dan neemt een curator het beheer over de failliete boedel over. In het beleid wordt de nadruk op het minnelijke traject gelegd. Door te investeren aan de voorkant wordt een WSNP-traject of faillietverklaring zoveel mogelijk voorkomen. Het minnelijke traject vindt haar wettelijke basis in de Wgs.

3.2.4 Borging kwaliteit De GKB geeft in haar missie aan dat zij een toonaangevende instelling wil zijn op het terrein van financiële schuldhulpverlening. Zij levert een aantoonbare bijdrage aan het voorkomen en oplossen van problematische schulden. De klant is verzekerd van innovatieve en professionele hulp op maat. De GKB werkt aan een betrouwbare reputatie waarbij de hulp niet alleen van professionele kwaliteit is maar ook professioneel en efficiënt is georganiseerd. De nauwe samenwerking met partners in schuldhulpverlening garandeert een integrale aanpak gericht op zowel oorzaak als gevolg van problematische schulden. Zij stellen vier kernwaarden centraal in hun dienstverlening: klantgerichtheid, betrouwbaarheid, resultaatgerichtheid en professionaliteit. Op de website van de GKB wordt vermeld op welke manier vorm gegeven wordt aan deze kernwaarden (https://www.degkb.nl/). De GKB is lid van de NVVK, Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren. Deelname aan de audit van deze vereniging en een jaarlijkse audit van de dienstverlening

10

beschermingsbewind, door het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM, namens het Ministerie van Justitie dragen bij aan de kwaliteit van de dienstverlening Leden van de NVVK werken volgens een gedragscode. Ook is de GKB lid van de Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders (BPBI). Deze brancheverenigingen zien erop toe dat de belangen van cliënten op verantwoorde wijze worden behartigd. Voor de verwerking van persoonsgegevens is een verwerkersovereenkomst met de GKB in bewerking en zal zo spoedig mogelijk worden vastgesteld.

3.3 Immateriële schuldhulpverlening Hierbij gaat het om hulp gericht op het oplossen of wegnemen van omstandigheden die de financiële problemen veroorzaken dan wel laten voortbestaan. Deze vorm van hulpverlening wordt in Westerveld aangeboden door het Algemeen Maatschappelijk Werk. Via subsidieafspraken voert de stichting Welzijn Mensenwerk Westerveld het AMW uit. Het AMW richt zich op:  het stimuleren van de zelfredzaamheid van mensen en deelname aan de samenleving, om te voorkomen dat ze in een achterstandsituatie raken;  Het bieden van mogelijkheden aan mensen in een achterstandssituatie om hun positie te verbeteren;  Het bevorderen van de financiële en economische zelfstandigheid van mensen en het voorkomen van structurele schuldenproblematiek bij mensen;  Het zoveel mogelijk voorkomen dat kwetsbare mensen buiten de samenleving komen te staan en zich daarin niet meer kunnen handhaven. Het algemeen maatschappelijk werk (AMW) heeft als doelstelling eerstelijnszorg te verlenen aan mensen die problemen hebben op het gebied van financiën, huisvesting, werken, relaties, opvoeding en verwerking. In een uitvoeringsovereenkomst zijn bouwstenen voor welzijn vastgelegd op basis waarvan een subsidierelatie is aangegaan. De bouwstenen Rondkomen en Zelfredzaamheid Vergroten, kunnen ingezet worden in het kader van schuldhulpverlening.

3.4 Gezinnen met minderjarige kinderen In beginsel wordt de schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende kinderen op dezelfde wijze vorm gegeven als in andere gezinssituaties. Belangrijk is in ieder geval zo snel mogelijk de inkomenscomponenten op orde te hebben en - indien nodig - andere hulpverleners in te schakelen. Het is altijd onwenselijk dat een huisuitzetting of energieafsluiting plaatsvindt, maar de risico’s zijn in deze groep groter. Aanwezigheid van inwonende minderjarige kinderen geven een extra urgentie aan de situatie.

3.5 Preventie (en nazorg) Preventie (en nazorg) richt zich op het voorkomen dat inwoners (opnieuw) problematische schulden krijgen. De dienstverlening van zowel de GKB als het AMW is er mede op gericht te

11

voorkomen dat mensen opnieuw in de schulden komen. Soms zijn mensen, meestal als gevolg van een psychische of verstandelijke beperking, niet in staat om hun financiën te regelen. Beschermingsbewind, waarbij een bewindvoerder alle financiële zaken regelt, kan dan een uitkomst bieden. Beschermingsbewind moet aangevraagd worden bij de kantonrechter. De GKB kan ondersteunen bij de aanvraag en ook de rol van bewindvoerder op zich nemen. Daarnaast kent de gemeente Westerveld het ‘kernteam armoedepreventie’. Dit is een groep van vrijwilligers en professionals die elkaar vinden in het thema armoedepreventie. Elke organisatie heeft haar eigen werkzaamheden op dit vlak. In het kernteam zitten de volgende disciplines; - ervaringsdeskundige ( inwoner die zelf in armoede heeft geleefd) - professionals van Werk & Inkomen, WMW, GKB - vrijwilligers van St. Kleding- en Speelgoedbank, Voedselbank - beweegcoach - communicatieadviseur gemeente Samen hebben we één doel: preventie van armoede in de gemeente Westerveld. Als kernteam hebben we de afgelopen 3,5 jaar de volgende resultaten geboekt:  Geldkrant gemaakt welke huis aan huis verspreid is;  Acties en toneelstuk in de Week van het Geld;  Project G€ldlab uitgerold, financiële educatie op basisscholen ;  Gezamenlijke folder: Wijzer met je geld in Westerveld;  Themapagina’s in de Westervelder 2018. Vervolg in 2021.

 raad&daad werkelijk Westerveld, voor vragen en hulp bij geldzaken en regelgeving.  Kom uit je schuld. Een landelijke campagne waar gemeente Westerveld bij aangehaakt is. Verder werkt Humanitas thuisadministratie met vrijwilligers in onze gemeente voor mensen die tijdelijk de greep op hun financiën kwijt zijn. Na een succesvolle pilot in 2019 is in maart 2021, in samenwerking met Welzijn MensenWerk, de Voorzieningenwijzer van start gegaan. De VoorzieningenWijzer helpt mensen geld te besparen en risico’s te beperken door optimaal gebruik te maken van toeslagen en regelingen en kritisch te kijken naar een passende zorgverzekering en een voordeliger energiecontract. Met de VoorzieningenWijzer willen we inwoners bereiken die inkomsten mislopen omdat zij niet weten op welke toeslagen en regelingen zij recht hebben. Door te besparen op vaste lasten kunnen zij hun inkomen verruimen en schulden voorkomen, zodat er na het betalen van de vaste lasten geld overblijft voor de dingen die het leven mooi maken.

12

3.6 Monitoring Om vast te kunnen stellen of de beoogde resultaten zijn behaald is een goede monitoring nodig. Monitoren door werkzaamheden, doorlooptijden en resultaten vast te leggen en te koppelen aan ervaringen die betekenis kunnen geven aan de cijfers Monitoring informeert beleidsmakers, bestuurders en inwoners over de effecten, doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Gelet op de verwachte groei van het aantal aanvragen schuldhulpverlening biedt monitoring van beleid de mogelijkheid om ontwikkelingen op gemeenteniveau in beeld te brengen en waar nodig te verbeteren.

3.7 Klachtenprocedure In de gewijzigde Wgs is een aanbeveling van de Nationale Ombudsman over behandeling van klachten overgenomen. De gemeente blijft verantwoordelijk, ongeacht de mandatering en uitbesteding, voor het behandelen van klachten. De gemeente Westerveld kent een procedure voor het indienen van een klacht. Op de website van de gemeente kan een formulier ingevuld worden. De klacht wordt schriftelijk bevestigd. Vervolgens zal er dan geprobeerd worden om de klacht telefonisch op te lossen. Gaat dat niet naar tevredenheid dan bestaat alsnog de mogelijkheid om de klacht via het digitale formulier in te dienen. In de bevestiging wordt ook het verdere verloop van de procedure genoemd (onder andere de termijnen die in acht genomen moeten worden en wie de klacht behandelt). Indien men er niet samen uitkomt wordt verwezen naar de Nationale ombudsman.

3.8 Scope en Brede Schuldenaanpak De Wgs vormt de basis van de schuldhulpverlening, maar voor het realiseren van de doelstellingen uit de Brede Schuldenaanpak zijn naast vroegsignalering ook de onderstaande wetten van belang. Deze zijn niet in dit beleidsplan uitgewerkt omdat ze niet vallen onder de scope of nog nader uitgewerkt moeten worden. Het betreft de volgende wetten:

3.8.1 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet Op 1 januari 2021 treedt de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (hierna: Wet vbvv) in werking. De beslagvrije voet wordt onder de huidige regelgeving door diverse redenen vaak te laag vastgesteld, waardoor inwoners in (grotere) financiële problemen terechtkomen. De Wet vbvv wijzigt onderdelen van het beslag- en executierecht. De wet ondersteunt een eenduidige manier van het berekenen van de beslagvrije voet (ondersteund met een rekentool, de centrale voorziening), introduceert een vaste beslagvolgorde en introduceert de coördinerend deurwaarder. Daarnaast worden er wijzigingen aangebracht in het proces van beslagleggen om beslagen zoveel mogelijk te concentreren en daardoor beter te coördineren. Onderdeel van deze wijzigingen zijn de introductie van de vaste beslagvolgorde en de rol van de coördinerend deurwaarder/ coördinator schulden domein. Gemeenten krijgen vanuit zes verschillende rollen te maken met deze wetswijzigingen:  als schuldhulpverlener;

13

    

als schuldeiser; als beslagleggende partij vanuit belastingen, sociaal domein of overige (parkeerbelasting, leges, etc.); als inhoudingsplichtige; als uitkeringsverstrekker; en werkgever.

De gemeente Westerveld heeft gekozen voor het webportaal van het inlichtingenbureau als rekentool. Met de keuze voor deze techniek als rekentool is het niet nodig om nieuwe applicaties aan te schaffen, of een extra module binnen onze huidige Centric applicatie.

3.8.2 Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind Op 1 januari 2021 is eveneens de Wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (hierna: Wet ags) in werking getreden. Gemeenten mogen dan de rechter adviseren of een inwoner het beste geholpen is met voorzetting van het bewind of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Het adviesrecht moet gemeenten beter in staat stellen hun regierol bij schuldenbewind te vervullen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van gemeenten om meer grip te krijgen op de instroom in schuldenbewind. Verder biedt het adviesrecht de rechter de mogelijkheid om alternatieve vormen van ondersteuning af te wegen bij de beoordeling van het verzoek tot instelling van schuldenbewind. Er zijn nog geen keuzes gemaakt in de wijze waarop we als gemeente invulling gaan geven aan het adviesrecht. De verwachting is dat we in de loop van het tweede kwartaal 2021 hier meer over kunnen zeggen.

3.8.3 Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag De wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt ook aangeduid als de verbreding van het beslagregister ( hierna: vbr). Deze wet zal vanaf januari 2022 gefaseerd worden ingevoerd door de deelnemende partijen. De verbreding van het beslagregister is de volgende stap om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te beschermen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. Voor een goede uitvoering van het vaststellen van de BVV en het leggen van beslag moeten beslagleggende (overheid)partijen over verschillende gegevens beschikken. Het doel van het wetsvoorstel is een wettelijke grondslag creëren voor de verbeterde uitwisseling van gegevens tussen de beslagleggende partijen.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Westerveld&id=47095df0-4b36-4399-ba10-108c371b2749