Beleidskader Vastgoed en Gronden
Tekst van het document
•
•
•
onderwijs. Voor het speciaal onderwijs gaan kinderen naar voorzieningen buiten de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten (bij bouwheerschap gemeente) en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden. Voor de uitvoering van de zorgplicht ontvangt de gemeente jaarlijks niet geoormerkte middelen vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw en daartoe behorende voorzieningen zoals het schoolplein. Taken als het onderhouden, exploiteren en het uitvoeren van aanpassingen zijn belegd bij het schoolbestuur. Voor het in stand houden van de schoolgebouwen ontvangen de besturen jaarlijks vanuit het Rijk een materiële instandhoudingsvergoeding. Deze vergoeding wordt gebaseerd op het aantal ingeschreven leerlingen. De schoolbesturen zijn juridisch eigenaar van de schoolgebouwen. Als een schoolgebouw niet meer in gebruik is voor het onderwijs dan krijgt de gemeente, op basis van economisch claimrecht, de eigendom van de onroerende zaken. Gemeenten zijn daarnaast verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid voor vroege en voorschoolse educatie (VVE) en daarmee voor het verzorgen en bewaken van een goede kwaliteit (WPO-artikel 166).
Kinderopvang De gemeente heeft geen wettelijke verantwoordelijkheden in het huisvesten van kinderopvang. Gemeenten zijn wel verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op kinderopvang. De GGD houdt toezicht in opdracht van de gemeente en adviseert hierover. Dit geldt ook voor het toezicht op VVE in de kinderopvang. De gemeentelijke verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de Wet Kinderopvang.
Beleidsuitgangspunten • • • • • • •
•
•
De wettelijke taken zijn verder uitgewerkt in de verordening voorzieningen huisvesting De ontwikkeling van integrale kindcentra (IKC) wordt gestimuleerd, met afspraken over huisvesting van kinderopvang en langdurige huurovereenkomsten. Inclusief onderwijs is een uitgangspunt, met samenwerking tussen onderwijs, opvang en zorg. Multifunctionele accommodaties en openbaar toegankelijke schoolpleinen dragen bij aan efficiënt gebruik van vastgoed en het versterken van de leefbaarheid. Bewegingsonderwijs wordt in overeenstemming met KVLO-normen aangeboden, met bereikbare accommodaties voor alle leerlingen. De leeromgevingen moeten energieneutraal, fossielvrij en aardgas loos zijn vóór 2050, met Frisse Scholen klasse A als ambitie voor nieuwbouw en klasse B voor renovatie. Gebouwen worden flexibel, aanpasbaar, demontabel en circulair ontworpen, met aandacht voor klimaat adaptieve inrichting, veiligheid en educatieve waarde van duurzame maatregelen. Betaalbaarheid wordt geborgd door afstemming van ruimtevraag en -aanbod, duidelijke afschrijvingstermijnen (50 jaar voor nieuwbouw, 30 jaar voor renovatie), cofinanciering tussen gemeente en schoolbesturen. Schoolpleinen van openbare basisscholen worden als openbare ruimte beschouwd. Gemeente en scholen maken duidelijke afspraken over dagelijkse onderhoudskosten, kwaliteit en samenwerking.
De gemeente is verantwoordelijk voor groot onderhoud en vervanging. Scholen betalen hiervoor een bijdrage, omdat zij in hun rijksbijdrage hiervoor middelen ontvangen. 24
9.3 Sport en bewegen De gemeente Westerveld kiest nadrukkelijk voor het versterken van sport en bewegen als fundament voor een gezonde, zelfredzame en participerende Westervelder. De gemeente beschikt over een sport- en preventieakkoord wat dient als onderliggende beleidsnota. Met name de derde ambitie, duurzame infrastructuur voor sport en bewegen, is relevant voor deze beleidskader op vastgoed. De doelen die bij deze pijler gesteld worden zijn: •
•
Sportaccommodaties in zowel dorpen als in de openbare ruimte aantrekkelijk, toegankelijk, betaalbaar, duurzaam, veilig, gezond, multifunctioneel en toekomstbestendig houden/maken. Door het behoud van sportieve voorzieningen, zowel in de dorpen en wijken als in de openbare ruimte kan elke inwoner in een gezonde omgeving opgroeien en oud worden.
Bijdragen aan deze doelen doen we door o.a. het vastgoedbeleid voor sportaccommodaties helder te positioneren en te koppelen aan financiële instrumenten die bijdragen aan duurzaamheid, toegankelijkheid en toekomstbestendigheid. Deze paragraaf richt zich uitsluitend op buitensportaccommodaties, binnensportaccommodaties (inclusief de gymzalen behorende bij dorpshuizen) en zwembaden die eigendom zijn van een lokale vereniging of stichting zonder winstoogmerk. Commerciële entiteiten die verbonden zijn aan een sportaccommodatie vallen buiten de reikwijdte van dit kader. Desalniettemin staan wij open voor samenwerkingen op het moment dat deze kunnen bijdragen aan onze gezamenlijke doelen; in dergelijke gevallen kan er uiteraard een samenwerking ontstaan. Bij nieuwe ontwikkelingen, nieuwbouw of verplaatsing van sportfunctie, rondom sportaccommodaties wordt multifunctioneel gebruik als een essentiële voorwaarde beschouwd voor gemeentelijke investering of ondersteuning. De gemeente stimuleert het combineren van functies zoals sport, ontmoeting, cultuur en welzijn binnen één accommodatie. Dit draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik, versterkt de sociale cohesie en vergroot de maatschappelijke meerwaarde van het vastgoed. Initiatieven die inzetten op multifunctionaliteit sluiten aan bij het dorpenbeleid en worden bij voorkeur ondersteund via het afwegingskader.
Wettelijke verplichtingen De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht in het faciliteren van bewegingsonderwijs. Dit is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), Wet op Expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO). Verder biedt de gemeentewet geen wettelijk kader voor sport en bewegen. De gemeente voelt zich wel verantwoordelijk en geeft dit vorm in haar beleid.
Beleidsuitgangspunten •
•
Erfpachtcanon: Na afloop van de huidige lopende erfpachtovereenkomsten wordt ook de erfpachtcanon herijkt en in lijn getrokken met de andere categorieën. De hoogte van de canon wordt daarbij gebaseerd op het aantal vierkante meters van het gebouw, in combinatie met de grondwaarde en het gehanteerde maatschappelijke tarief. De Erfpachtbepalingen gemeente Westerveld zullen hierop worden aangepast. Onderhoud en exploitatie: De gemeente kan een exploitatiebijdrage verstrekken, die uitsluitend is gericht op het groot onderhoud 10van het gebouw. Hiermee ondersteunt de
10
De afbakening van activiteiten die onder het jaarlijks groot onderhoud vallen, wordt vastgesteld op basis van een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), opgesteld door een onafhankelijke partij. 25
•
•
•
•
•
gemeente de fysieke instandhouding van het gebouw. In tegenstelling tot de regeling voor dorpshuizen, waarin naast groot onderhoud ook een bijdrage in de exploitatie zelf mogelijk is geldt dit niet voor buitensportaccommodaties. Door deze differentiatie wordt maatwerk geleverd, passend bij de functie en gebruiksintensiteit van het vastgoed als de maatschappelijke functie die het vervult voor inwoners. Onderhoud en exploitatie zwembaden: Zwembaden zijn in het bijzonder afhankelijk van gemeentelijke steun om levensvatbaar te blijven, gezien de hoge exploitatiekosten en het maatschappelijk belang van zwemvoorzieningen. Daarom is het mogelijk om een jaarlijkse gemeentelijke bijdrage te leveren ter ondersteuning van de totale exploitatie. Grassportvelden: In tegenstelling tot de gebouwen, waar de verantwoordelijkheid bij de verenigingen ligt, is het uitgangspunt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud van de sportvelden, tenzij verenigingen dit zelf doen. In dit laatste geval ontvangen zij een onderhoudsvergoeding. Het verhuurtarief kan in het geval van verhuur sportvelden worden aangepast op basis van de mate van zelfwerkzaamheid: gebruikers die zelf activiteiten organiseren, vrijwilligers inzetten of bijdragen aan het onderhoud kunnen in aanmerking komen voor extra korting.
Dit stimuleert lokaal eigenaarschap en versterkt de betrokkenheid van inwoners bij het gebouw. Onderhoudsniveau sportvelden: De gemeente streeft naar een minimaal onderhoudsniveau voor alle grassportvelden om veiligheid, bespeelbaarheid en duurzaamheid te waarborgen. Daarbij worden twee categorieën gehanteerd, elk met een eigen onderhoudsnorm: o Voetbalvelden ▪ Voor voetbalvelden geldt een ander onderhoudsniveau vanwege de intensieve bespeling en specifieke kwaliteitseisen (zoals vlakheid, grasdichtheid en belijning). o Overige velden ▪ Deze categorie omvat onder andere korfbal- en rugbyvelden. Voor deze velden geldt een passend onderhoudsniveau dat aansluit bij de gebruiksintensiteit en sporttechnische eisen. Verhuurtarieven binnensport: Om oneerlijke concurrentie tussen sportaanbieders te voorkomen, stelt de gemeente de verhuurtarieven vast voor sporthallen en gymzalen die in gemeentelijk beheer zijn, of een gemeentelijke exploitatievergoeding ontvangen. Hiermee wordt geborgd dat alle gebruikers onder gelijke voorwaarden toegang hebben tot deze voorzieningen en dat marktverstorende prijsverschillen worden voorkomen. Normeringen: Bij accommodatievraagstukken rondom sportvoorzieningen hanteren we in de basis de normen van sportbonden (bijv. aantal kleedkamers en velden KNVB).
Kanttekeningen: 1. Zwembaden: De functie van zwembaden wordt bij nieuwe dorpsontwikkelingen integraal benaderd, waarbij ook de toekomstige rol en positionering binnen het bredere vastgoedbeleid wordt meegewogen. 2. Sporthallen: Sporthallen worden meegenomen in een bredere gebiedsgerichte benadering van maatschappelijk vastgoed, waarbij hun functie, bereik en toekomstig gebruik integraal worden afgewogen binnen dorpsontwikkelingen. o Vooralsnog wordt de sporthal in Vledder meegenomen in de bredere ontwikkeling van voorzieningen in Vledder. o De bestaande beheerconstructie van de sporthal in Dwingeloo wordt gehandhaafd.
26
9.4 Cultuur en Bibliotheek Culturele voorzieningen en bibliotheken dragen bij aan de leefbaarheid, sociale cohesie en educatie binnen de gemeente Westerveld. Hoewel er geen actief vastgoedbeleid wordt gevoerd op dit domein, wordt bij ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken pragmatisch gekeken of en hoe culturele functies kunnen worden toegevoegd of ondersteund. De gemeente hanteert hierbij een vraaggerichte benadering, waarbij initiatieven en lokale behoeften leidend zijn.
Wettelijke verplichtingen De gemeente heeft geen wettelijke taak als het gaat om cultuur. Met betrekking tot monumenten heeft de gemeente Westerveld in 2022 een erfgoedbeleidskader opgesteld die richting geeft over het behoud en het omgaan met erfgoed en monumenten. Voor bibliotheken sluit de gemeente aan bij haar wettelijke verplichtingen, in combinatie met de doelstellingen binnen het sociaal domein. De bibliotheek vervult immers een belangrijke rol op het gebied van educatie, participatie, digitale inclusie en ontmoeting. De huisvesting van bibliotheken in Nederland wordt geregeld via de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). Deze wet is sinds 1 januari 2015 van kracht. Er is een wetswijziging in voorbereiding die gemeenten verplicht stelt om ten minste één volwaardige bibliotheekvestiging in stand te houden. Deze wijziging introduceert een zorgplicht, inclusief het opstellen van een meerjarenplan voor bibliotheekbeleid in samenwerking met de lokale bibliotheekorganisatie. Zodra er meer duidelijkheid is over de voorgenomen wetswijziging die gemeenten verplicht tot het in stand houden van een volwaardige bibliotheekvoorziening, treedt de gemeente in overleg met de bibliotheekorganisatie om lokaal invulling te geven aan deze verplichting binnen de bestaande kaders.
Beleidsuitgangspunten De gemeente Westerveld vindt cultuurparticipatie belangrijk. Het stimuleert de persoonlijke en cognitieve ontwikkeling van kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen. Door kunst en cultuur zijn inwoners goed in staat om in een veranderende wereld te leven en daarin een plaats te nemen. De gemeente vindt toegang tot cultuurparticipatie van wezenlijk belang voor de ontwikkeling als persoon en het leren begrijpen van de ander. Vastgoed is een beleidsinstrument om cultureel talent te ontdekken en verder te ontwikkelen
9.5 Zorg en welzijn Op 26 november 2024 heeft de gemeente het beleidskader Wonen-welzijn-zorg in de gemeente Westerveld vastgesteld. Een integrale beleidsrichting voor de fysieke en sociale leefomgeving. Deze beleidskader richt zich op het versterken van de samenhang tussen wonen, welzijn en zorg, met als doel dat inwoners – ongeacht leeftijd of zorgbehoefte – zelfstandig en prettig kunnen wonen in een vitale omgeving. De gemeente Westerveld staat voor grote uitdagingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Door vergrijzing, woningnood en druk op de zorgsector wordt zelfstandig wonen steeds moeilijker. Centraal staan drie thema’s: passende woning voor iedereen, toekomstbestendige zorg en ondersteuning, en een vitale leefomgeving. Stimuleren van ontmoeten is daarin een belangrijk uitgangspunt ter behoud en bevordering van de leefbaarheid in de kernen.
27
Vanuit diverse perspectieven zoals preventie en het ‘organiseren van zorg en welzijn’ kan een huisvestingsbehoefte ontstaan. En juist daar raakt het ook deze beleidskader van Vastgoed en gronden.
Wettelijke verplichtingen Net zoals bij dorpshuizen/ontmoetingsplekken bevordert de gemeente de sociale samenhang. De gemeente ondersteunt de zelfredzaamheid van inwoners (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Het gaat daarbij om de verplichting om de doelen na te streven waarbij er niet wordt genoemd op welke manier dit moet gebeuren. Hierin kunnen zorgfuncties een rol spelen. Er is geen directe wettelijke taak om zorgvoorzieningen te huisvesten door de gemeente. Wel zie je belangrijke landelijke programma’s ook de gemeente Westerveld bereiken. Denk hierbij aan WOZO (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen) Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
Beleidsuitgangspunten Onderstaande beleidsuitgangspunten uit de beleidsnota Wonen-welzijn-zorg in de gemeente Westerveld nemen we mee bij nieuwe initiatieven •
•
Zorg en ondersteuning: Versterken van informele zorg, mantelzorg en preventie. Positieve gezondheid en zelfredzaamheid staan centraal. Zorg wordt meer lokaal en domein overstijgend georganiseerd. Leefomgeving: Inzetten op groen, toegankelijkheid en ontmoeting. Dorpshuizen en lokale initiatieven krijgen een belangrijke rol. Bereikbaarheid van voorzieningen wordt verbeterd, vooral in dorpen met veel ouderen.
28
10. Afwegingskader Vastgoed & Gronden 10.1 Integrale afweging van initiatieven Voor nieuwe ontwikkelingen rondom (maatschappelijk) vastgoed maakt de gemeente gebruik van een afwegingskader. Een afwegingskader is een hulpmiddel voor de gemeente om te bepalen of zij een bijdrage gaat leveren aan het vastgoed. Daarnaast is het afwegingskader een hulpmiddel voor initiatiefnemers om in te schatten of de gemeente mee gaat werken aan het realiseren of behouden van het vastgoed. De gemeente gaat op een integrale manier om met initiatieven. Dit betekent dat er initiatieven besproken worden aan de ‘initiatieftafel’. Initiatieven kunnen hier op een drietal manieren terechtkomen, namelijk: 1. 2. 3.
Via een subsidieaanvraag van een bestaande accommodatie; Via de investeringsplanning maatschappelijk vastgoed die bij de gemeente bekend is; Via een nieuw initiatief van buitenaf.
In alle gevallen worden de initiatieven integraal besproken en getoetst met het afwegingskader. Het afwegingskader geeft richting en met de uitkomst kan worden bepaald wat er met het vastgoed gebeurt. Het kader maakt inzichtelijk hoe de gemeente omgaat met vastgoed en gronden. Taken die wettelijk verplicht zijn vallen buiten het afwegingskader, deze faciliteren we als gemeente in ieder geval. De pijlers in het afwegingskader (nut en noodzaak, rol van de gemeente, financiële haalbaarheid, organisatie en risico) worden ondersteund door verschillende hulpvragen. Deze hulpvragen worden door de gemeente beoordeeld per individuele aanvraag. Deze aanvragen worden getoetst door ze door het volgende stroomschema te halen.
29
Afwegingskader
10.2 Afwegingscriteria Per afwegingscriterium zijn er hulpvragen die helpen om te beslissen of de gemeente een initiatief ondersteunt. Op basis van de antwoorden op de vragen komt een initiatief verder in het stroomschema. Het kan zijn dat een initiatief niet past binnen het gemeentelijk beleid. Als initiatiefnemer kun je zelf al bezig met de hulpvragen om de haalbaarheid van een voorziening te toetsen. Hierbij blijft het uiteindelijk de gemeente die de haalbaarheid toetst aan de hand van het afwegingskader en de hulpvragen.
Nut en noodzaak Nut en noodzaak is de eerste pijler binnen het afwegingskader die beantwoord moet worden. Deze pijler heeft een onderbouwing van de initiatiefnemer nodig. Als de onderbouwing op de beantwoording van de vragen ertoe leidt dat de voorziening nuttig en noodzakelijk geacht worden, dan komt deze verder in het stroomschema. De gemeente is doorslaggevend en beslist uiteindelijk of zij bijdraagt op basis van de nut en noodzaak in combinatie met de andere pijlers uit het afwegingskader.
Centrale vraag: Is het initiatief vanuit maatschappelijk of strategisch oogpunt nuttig en/of noodzakelijk? Hulpvragen: 1. 2. 3. 4.
Geef aan hoe deze voorziening bijdraagt aan de leefbaarheid van een kern/kernen? Geef aan hoe deze voorziening gedragen wordt door inwoners of organisaties? Wie gaan de voorziening gebruiken/gebruiken de voorziening al? Hoe heeft dit maatschappelijke meerwaarde? Welk maatschappelijke ambitie komt in het gedrang als dit vastgoed wegvalt/niet gerealiseerd wordt? 30
5. 6. 7.
a. Is er een alternatieve plek nabij waar deze maatschappelijke ambitie behaald kan worden? Draagt de exploitatie bij aan 'eenvoud en nabijheid' voor de inwoner? Is de voorziening toekomstbestendig en voldoet deze aan duurzaamheidseisen? Achten we deze voorziening noodzakelijk op deze plek? (Kijkend naar vergelijkbare/vervangende voorzieningen in de buurt/regio, woonbeleidskader en de huidige leeftijdsgroepen/inwoners in het verzorgingsgebied van de voorziening)
Rol van de gemeente Centrale vraag: Welke rol heeft de gemeente als het gaat om dit type vastgoed? Hulpvragen: 1. 2.
3.
Welke rol zien we voor ons als gemeente weggelegd? (Interne vraag) Hoe draagt dit vastgoed bij aan onze doelstellingen en maatschappelijke ambiteis? (Denk aan: leefbaarheid, multifunctionaliteit, samenwerking, exploiteerbaar, duurzaamheid, aansluiten bij het dorpenbeleid) Welke ondersteuning heeft de voorziening nodig?
Financiële haalbaarheid Het is belangrijk dat het initiatief betaalbaar is om te realiseren en in stand te houden. Hierin stimuleren wij bijdrage vanuit inwoners en organisaties om dit mogelijk te maken.
Centrale vraag: Is het financieel haalbaar om de voorziening te plaatsen en in stand te houden? Hulpvragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Welke bijdrage wordt er van de gemeente gevraagd? Kan de gemeente de gevraagde investering betalen? (Interne vraag) Wat is de bijdrage vanuit de samenleving? Geef aan hoe deze voorziening geëxploiteerd wordt? Hoe weegt de maatschappelijke waarde van de voorziening op tegen de kosten die de gemeente maakt?
6.
Maak een kostenoverzicht? Maak inzichtelijk hoe je dit initiatief gaat betalen? (Vraag aan initiatiefnemer)
Organisatie Om een initiatief voor de lange termijn succesvol te laten zijn, is een toekomstbestendige organisatie essentieel. De organisatie moet een voorziening kunnen dragen en het gebruik moet toekomstbestendig en levensvatbaar zijn. Initiatiefnemers moeten kunnen laten zien dat de voorziening gedragen wordt door de organisatie.
Centrale vraag: Heeft de organisatie voldoende competenties en massa? Hulpvragen: 1. 2. 3.
Geef aan hoe toekomstbestendig de organisatie is? Geef aan hoe de continuïteit van de organisatie en het gebruik van de voorziening eruitziet? Welke functies zitten er in het bestuur? Is er voldoende doorstroom? Geef aan hoe de verhouding is tussen bestuur, beheer en vrijwilligers binnen de voorziening? Is deze gezond? 31
Risico’s De risico’s kunnen worden gemeten door het benoemen van het risico, de kans dat het risico zich voordoet en de impact die het risico heeft.
Centrale vraag: Zijn risico’s beheersbaar of oplosbaar en staan ze in verhouding tot het rendement? Hulpvragen: 1. 2. 3. 4.
Welke risico’s zitten er aan de voorziening? Wat is de kans dat het risico zich voordoet? Welke impact hebben de risico’s? Is het verstandig om de voorziening te ondersteunen gezien de risico’s?
32
Bijlagen Bijlage 1: Overzicht voorzieningenkaarten
33
Bijlage 1: Voorzieningenkaarten De voorzieningen in de gemeente zijn allemaal in beeld gebracht. Vervolgens is ingezoomd op de situatie per kern. Legenda: Categorie Sportschool Zwembad Recreatie Binnensport Buitensport
Aantal in de gemeente
Dorpshuizen
11
Binnensport locaties
9
Culturele instellingen
12
Kinderopvang locaties
5
Onderwijslocaties
12
Gemeentelijke accommodaties (kerktorens, begraafplaatsen, werf, gronden) 25
Dorpshuis Kinderopvang Museum Onderwijs
MFA’s
1
Buitensportvoorzieningen
27
Sportscholen
4
Zwembaden
3
Totaal
117
Gemeentelijke accommodaties
34
Voorzieningenkaart gemeente Westerveld
35
Vledder/Vledderveen/Wilhelminaoord
Wapserveen
36
Wapse/Diever/Dieverbrug
Havelte/Uffelte/Darp
37
Dwingeloo
Geeuwenbrug
38