Beantwoording technische vragen CDA bij voorstel noodsteun culturele infrastructuur
Tekst van het document
Technische vragen bij agendapunt: “Voorstel Noodsteun voor de culturele infrastructuur” van de PaW 12-01-2021. Datum: 8 januari 2021.
Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Tijdens de PaW van 12 januari a.s. wordt onder andere gesproken over een voorstel voor noodsteun voor de culturele sector. De CDA-fractie is verheugd over het feit dat er een voorstel ligt om te komen tot de in de visie van onze fractie dringend noodzakelijke ondersteuning en ook content met het feit dat daartoe uitvoeringsregels geformuleerd zijn. Voor de CDA-fractie zijn er echter nog enkele onduidelijkheden waarvan we hopen en verwachten dat de onduidelijkheid voor aanvang van de vergadering van 12 januari is weggenomen. Daartoe hebben we de volgende technische vragen: 1. In de nota staat op pagina 3 onder “Uitzonderingen”: Het Shakespeare Theater, Museum de Proefkolonie en Stichting Kolonieconcerten hebben aangegeven dat ze het financieel moeilijk hebben. Biblionet heeft inkomsten misgelopen. Dit zijn instellingen waarvoor het bedrag van € 2.500 onvoldoende zal zijn. Voor hen en voor instellingen waarvan blijkt dat er meer subsidie nodig is, wordt er € 75.000 gereserveerd. a. Kan het College aangeven welke criteria worden gehanteerd bij de bepalingen van de hoogte van de gemiste inkomsten om een bedrag van meer dan € 2.500, - aan subsidie te verkrijgen? Er is geen maximum gekoppeld aan het bedrag dat aangevraagd kan worden. Voor de uitzonderingen zal maatwerk geleverd moeten worden (in samenspraak met de provincie).
De reden hiervoor is, dat we niet weten wie zich nog meer bij de gemeente gaat melden (naast de genoemde instellingen bij ‘uitzonderingen’) en de hoogte van de aangevraagde bedragen. b. Kan het College aangeven wat het verschil is tussen het aangeven het financieel moeilijk hebben en inkomsten missen? Financieel moeilijk is dat er forse inkomsten mis zijn gelopen, omdat voorstellingen niet zijn doorgegaan of omdat organisaties deuren moesten sluiten. Het missen van inkomsten is bijvoorbeeld bij de bibliotheken in Westerveld. Activiteiten konden niet doorgaan, waardoor er inkomsten zijn misgelopen. Maar de bibliotheken ontvangen wel structureel gelden van de gemeente en leden. c. Waarom is voor deze vier met name genoemde organisaties en eventuele andere instellingen die het moeilijk hebben op voorhand al € 75.000, gereserveerd terwijl de behoefte wellicht veel hoger ligt. De hoogte is geschat naar aanleiding van gesprekken met de instellingen. Als blijkt dat het onvoldoende is, is er € 68.000 achter de hand om het bedrag te verhogen (zie ook antwoord 2).
Pagina 1|3
d. Kan het College aangeven hoe, in financiële zin, de genoemde instellingen het moeilijk hebben? Wat zijn de consequenties als geen subsidie wordt verleend? Waarom vindt het College dat de genoemden bij de uitzonderingen behoren? De ‘uitzonderingen’ hebben zich actief bij de gemeente gemeld. Dit zijn grote instellingen waarvoor € 2.500 het omzetverlies niet gaat dekken. De Proefkolonie is net gestart en heeft nog geen vet op de botten. Als er geen financiële middelen komen dan is de vraag of het museum kan blijven bestaan. Shakespeare Theater is een stichting zonder winstoogmerk, zij hebben daarom geen grote reserves. Zij hebben in 2019 en 2020 investeringen gedaan voor de zomerproductie van 2020. Er zijn dus kosten gemaakt, maar er is niks binnen gekomen. Om toch een nieuwe productie neer te zetten is er geld nodig. Als dit niet gebeurt bestaat de kans dat Shakespeare Theater niet kan blijven bestaan. e. Kan het College aangeven of er op dit moment ook al anderen zijn die aangegeven hebben veel inkomstenderving te hebben en om welke bedragen dat dan bij de met name genoemden en bij de hier nog niet genoemden gaat? Onderstaande organisatie hebben aangegeven bij de gemeente inkomstenderving te hebben: Shakespeare Theater: € 60.000 Kolonieconcerten: € 10.000 Bibliotheken Westerveld: € 7.500 Proefkolonie: nog niet bekend f.
Is er een directe relatie tussen het gemis aan inkomsten respectievelijk omzet respectievelijk de hoogte van het verlies en het te verlenen subsidiebedrag? Wat is die relatie dan? De regeling is zo ingestoken om de omzetverliezen te dekken. Er wordt niet gekeken naar verliezen. 2. Waarom kiest het college voor een subsidieplafond van € 45.000, - als in principe € 188.000, - beschikbaar is? Er is een subsidieplafond van € 45.000 en € 75.000 om kaders te geven aan de uitvoeringsregel en om er voor te zorgen dat er € 68.000 overblijft. De 68.000 is belangrijk, omdat we niet weten hoe de situatie in 2021 is. Op deze manier houden we geld achter de hand om in 2021 in te kunnen inzetten voor cultuur. 3. In het Voorstel staat onder “De uitvoeringsregel” “ aantonen dat er cofinanciering vanuit fondsen is (aangevraagd) of een inzamelings- of crowdfundingactie is (opgezet)”. Waarom geldt dit criterium? In de voorgestelde Uitvoeringsregel zelf staat dat reserves en geworden gelden niet van het aangevraagde bedrag dienen te worden afgetrokken. Kan het College aangeven hoe beide teksten zich tot elkaar verhouden?
Pagina 2|3
Iedereen (inwoners, bezoekers en ondernemers) geniet en profiteert van cultuur in de gemeente Westerveld. De taak om een culturele instelling in stand te houden ligt niet alleen bij de overheid maar bij iedereen. Reserves zijn in de meeste gevallen bedoeld om te kunnen investeren in de toekomst. Sommige instellingen zullen veel gespaart hebben om in toekomst een grote investering te doen en sommige instellingen hebben in het verleden een investering gedaan om te ontwikkelen. Het zou zonde zijn wanneer wij verplichten om een stuk reserve af te trekken van het aangevraagde subsidiebedrag, omdat we daarmee ontwikkelingen voor in de toekomst belemmeren. Wij zijn dus van mening dat reserves bedoelt zijn voor ontwikkelingen en niet om coronaverliezen op te vangen. Op deze manier hopen we dat er voldoende geld bij instellingen overblijft om nieuwe activiteiten te kunnen starten. Deze teksten verhouden zich aan elkaar, omdat geld uit inzamelingsacties en geld uit reserves kunnen worden ingezet in de toekomst om culturele productontwikkeling in stand te houden.
Namens de CDA-fractie Adri van der Weyde
Pagina 3|3